31 de julio
Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.
Hebreeën 11:1
Waar geloof is, daar is hoop; en daar dit geloof hemelse zaken omvat, omvat de hoop datgene waarvan het geloof getuigt. Wanneer er nu op de ziel gewerkt wordt door een Goddelijke kracht, en het geloof zich uitspreekt in de beoefening der beloften waarvan het overtuigd is en die het omhelst, ontbrandt de hoop voor het genieten ervan. Godsdienst is geen zware, pijnlijke, treurige, vervelende en moeilijke taak of bezigheid, zoals velen denken. Hij heeft zijn beproevingen, verzoekingen, droefenis, snijdend verdriet en drukkende smart; maar hij heeft ook zijn liefelijkheden, zijn vrede, zijn vreugde, zijn genietingen.
En het is de liefelijkheid die wij gevoelen, de genietingen die wij smaken en het ons verheugen in de dingen Gods, die ons het hoofd doen omhoog houden en ons bemoedigen om te volharden op onze doorreizen in de woestijn. Het is niet alles dienstbaarheid, noch gedruktheid van geest, noch harteleed, noch gedruktheid der ziel, welke de erfgenamen der belofte gevoelen. Er zijn teugjes en proefjes, druppels en kruimkens, en ogenblikkelijke genietingen, die zo niet lang en duurzaam, toch zoet zijn als zij komen; zoet zolang zij duren, en zoet in de herinnering als zij voorbij zijn. De Heere geeft datgene wat bemoedigt, versterkt, vertroost en verheugt, en maakt ons bekwaam om te zien dat er in Hem die schoonheid, die zaligheid en die heerlijkheid is welke wij gesmaakt, gevoeld en getast hebben, en die wij voor geen duizend werelden zouden willen afstaan.
Uw hoop, uw kudde woonde daar.
Uit vrije goedheid waart Gij haar
een vriendelijk beschermer,
en hebt ellendigen dat land,
bereid door uwe sterke hand,
o Israëls Ontfermer!
De Heer gaf rijke juichensstof
om zijne wond’ren en zijn lof
met hart en mond te melden.
Men zag welhaast een grote schaar
met klanken van de blijdste maar
vervullen berg en velden.
Ps. 68:5
Aan de lezer…
Wanneer de weg van de godsdienst u een zware, treurige taak geworden is, ziet u soms niets dan beproeving, verzoeking, droefenis en drukkende smart. Dan vraagt u zich af of het ooit anders zal worden. Het is waar, de erfgenamen der belofte kennen veel harteleed. Maar het is niet alles dienstbaarheid en gedruktheid. Er zijn ook teugjes en proefjes, druppels en kruimkens van de liefelijkheid des Heeren.
Gedenk dan aan die ogenblikken waarin u iets van Zijn schoonheid gesmaakt hebt. Zij duurden misschien niet lang, maar zij waren zoet toen zij kwamen, zoet zolang zij duurden, en zij zijn nog zoet in de herinnering. Zij werden u niet gegeven om ze te vergeten, maar om u het hoofd omhoog te doen houden op de doorreis door de woestijn. Wat u in Hem gesmaakt hebt, zou u voor geen duizend werelden willen afstaan; en Hij Die het gaf, heeft nog meer.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.
Hebreeën 11:1
Waar geloof is, daar is hoop. En omdat dit geloof hemelse zaken omvat, omvat de hoop wat het geloof getuigt. Wanneer er nu door een goddelijke kracht in de ziel gewerkt wordt, en het geloof zich uit in het beoefenen van de beloften waarvan het overtuigd is en die het omhelst, ontbrandt de hoop op het genieten ervan. Godsdienst is geen zware, pijnlijke, treurige, vervelende en moeilijke taak of bezigheid, zoals velen denken. Hij heeft zijn beproevingen, verzoekingen, droefheid, snijdend verdriet en drukkende smart; maar hij heeft ook zijn lieflijkheden, zijn vrede, zijn vreugde, zijn genietingen.
En het is de lieflijkheid die we voelen, de genietingen die we smaken en de vreugde die we hebben in de dingen van God, die ons het hoofd omhoog doen houden en ons bemoedigen om te volharden op onze doorreis door de woestijn. Het is niet alles dienstbaarheid, noch gedruktheid van geest, noch hartenleed, noch gedruktheid van de ziel wat de erfgenamen van de belofte voelen. Er zijn teugjes en proefjes, druppels en kruimels, en kortstondige genietingen die, al zijn ze niet lang en blijvend, toch zoet zijn als ze komen, zoet zolang ze duren en zoet in de herinnering als ze voorbij zijn. De Heere geeft wat bemoedigt, versterkt, troost en verblijdt. Hij maakt ons bekwaam om te zien dat er in Hem die schoonheid, die zaligheid en die heerlijkheid is die we gesmaakt, gevoeld en getast hebben, en die we voor geen duizend werelden zouden willen afstaan.
Uw hoop, uw kudde woonde daar.
Uit vrije goedheid waart Gij haar
een vriendelijk beschermer,
en hebt ellendigen dat land,
bereid door uwe sterke hand,
o Israëls Ontfermer!
De Heer gaf rijke juichensstof
om zijne wond’ren en zijn lof
met hart en mond te melden.
Men zag welhaast een grote schaar
met klanken van de blijdste maar
vervullen berg en velden.
Ps. 68:5
Aan de lezer…
Wanneer de weg van de godsdienst voor u een zware, treurige taak geworden is, ziet u soms niets dan beproeving, verzoeking, droefheid en drukkende smart. Dan vraagt u zich af of het ooit anders zal worden. Het is waar: de erfgenamen van de belofte kennen veel hartenleed. Maar het is niet alles dienstbaarheid en gedruktheid. Er zijn ook teugjes en proefjes, druppels en kruimels van de lieflijkheid van de Heere.
Denk dan terug aan die ogenblikken waarin u iets van Zijn schoonheid gesmaakt hebt. Ze duurden misschien niet lang, maar ze waren zoet toen ze kwamen, zoet zolang ze duurden, en ze zijn nog zoet in de herinnering. Ze werden u niet gegeven om ze te vergeten, maar om u het hoofd omhoog te doen houden op de doorreis door de woestijn. Wat u in Hem gesmaakt hebt, zou u voor geen duizend werelden willen afstaan; en Hij Die het gaf, heeft nog meer.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Now faith is the substance of things hoped for, the evidence of things not seen.
Hebrews 11:1
Wherever there is faith, there is desire; and as faith embraces heavenly realities, desire embraces that of which faith testifies. Now as the soul is wrought upon by a divine power, and faith is drawn forth into blessed exercise upon the promises of which it is persuaded and which it embraces, desire is kindled for their enjoyment.
True religion is not a burdensome, painful, melancholy, wearisome, and toilsome task or employment as many think. It has indeed its trials, temptations, afflictions, cutting griefs, and depressing sorrows; but it has its sweetness, its peace, its delights, and its enjoyments. And it is the sweetness that we feel, the enjoyment that we have, and the delighting ourselves in the things of God, which hold our head up and encourage us still to persevere and travel on through the wilderness.
It is not all bondage, nor distress of mind, nor sorrow of heart, nor perplexity of soul which the heirs of promise feel. There are sips and tastes, drops and crumbs, and momentary enjoyments, if not long nor lasting, yet sweet when they come, sweet while they last, and sweet in the recollection when they are gone. The Lord gives that which encourages, strengthens, comforts, and delights, and enables us to see that there is that beauty, blessedness, and glory in Him which we have tasted, felt, and handled, and which we would not part with for a thousand worlds.
To the reader…
When the way of religion has become a heavy, sorrowful task for you, you sometimes see nothing but trial, temptation, grief and oppressive sorrow. Then you wonder whether it will ever be any different. It is true: the heirs of promise know much heartache. But it is not all bondage and heaviness. There are also sips and tastes, drops and crumbs of the loveliness of the Lord.
Think back, then, to those moments in which you tasted something of His beauty. Perhaps they did not last long, but they were sweet when they came, sweet while they lasted, and they are still sweet in the remembering. They were not given you so that you would forget them, but to hold your head up on the journey through the wilderness. What you have tasted in Him you would not part with for a thousand worlds; and He Who gave it has more still.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Es pues la fe la sustancia de las cosas que se esperan, la demostración de las cosas que no se ven.
Hebreos 11:1
Dondequiera que hay fe, hay deseo; y así como la fe abraza las realidades celestiales, el deseo abraza aquello de lo cual la fe da testimonio. Ahora bien, cuando el alma es obrada por un poder divino, y la fe es sacada a un bendito ejercicio sobre las promesas de las cuales está persuadida y que abraza, se enciende el deseo de gozarlas.
La verdadera religión no es una tarea u ocupación gravosa, dolorosa, melancólica, fatigosa y penosa, como muchos piensan. Tiene, en verdad, sus pruebas, tentaciones, aflicciones, penas punzantes y tristezas abrumadoras; pero tiene su dulzura, su paz, sus deleites y sus goces. Y es la dulzura que sentimos, el gozo que tenemos y el deleitarnos en las cosas de Dios lo que nos mantiene la cabeza en alto y nos anima a perseverar todavía y seguir caminando por el desierto.
No todo es servidumbre, ni angustia de mente, ni tristeza de corazón, ni perplejidad de alma lo que sienten los herederos de la promesa. Hay sorbos y gustos, gotas y migajas, y goces momentáneos que, si no son largos ni duraderos, son dulces cuando vienen, dulces mientras duran y dulces en el recuerdo cuando ya se han ido. El Señor da lo que anima, fortalece, consuela y deleita, y nos capacita para ver que hay en Él aquella hermosura, bienaventuranza y gloria que hemos gustado, sentido y palpado, y que no cambiaríamos por mil mundos.
Al lector…
Cuando el camino de la religión se le ha vuelto una tarea pesada y triste, a veces no ve usted más que prueba, tentación, pena y tristeza opresiva. Entonces se pregunta si alguna vez será distinto. Es verdad: los herederos de la promesa conocen mucho dolor de corazón. Pero no todo es servidumbre y pesadumbre. Hay también sorbos y gustos, gotas y migajas de la hermosura del Señor.
Piense, pues, en aquellos momentos en que gustó algo de Su hermosura. Quizá no duraron mucho, pero fueron dulces cuando vinieron, dulces mientras duraron, y siguen siendo dulces al recordarlos. No se le dieron para que los olvidara, sino para mantenerle la cabeza en alto en el viaje por el desierto. Lo que ha gustado en Él no lo cambiaría por mil mundos; y Aquel que se lo dio tiene todavía más.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl