gisteren verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
8 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
13 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen; maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid. En dit is het Woord, dat onder u verkondigd is.
1 Petrus 1:24-25
Alle vlees, en alles wat uit het vlees is, is als gras, dat voor een tijd groen en bloeiend schijnt, maar, aangeroerd door de zeis des maaiers of door de middagzon verschroeid, spoedig verkwijnt en verdort. Zo is alle vlees, van de hoogste tot de laagste. Evenals in de natuur het ene gras dikker en langer groeit dan het andere, en voor enige tijd sierlijker pronkt, en toch de zeis geen onderscheid maakt tussen de lichte en de zware oogst, zo ook maait de zeis des doods rijke en arme, en legt alle kinderen der mensen in hetzelfde graf.
Gij hebt somtijds in de vroege lente het bloeiende gras gezien en opgemerkt hoe die geelachtige toppen trillen bij het minste windje. Dit is de grasbloem, en hoewel zo onaanzienlijk dat zij bijna aan het oog ontsnapt, is zij toch evenzeer zijn bloem als de tulp of de roos de bloem is van de plant die haar draagt. Gelijk nu het gras verdort, zo valt ook zijn bloem af. Zij had, zelfs in haar beste staat, nooit veel duurzaamheid of kracht om stand te houden, want zij hing als aan een draad, en er was slechts een klein windvlaagje nodig om haar weg te blazen en te maken alsof zij nooit geweest was; en dat is al de schoonheid van het vlees, al de heerlijkheid des mensen. Maar is er dan niets dat blijft te midden van dat alles wat verdort en afvalt? Ja, het Woord des Heeren. „En dit is het Woord, dat door het Evangelie onder u verkondigd wordt.”
Hetzelfde Evangelie nu, dat door de apostelen verkondigd werd, wordt ook u verkondigd in het Woord der Waarheid; en zo wij dat Evangelie in een gelovig hart ontvangen hebben, hebben wij voor onszelf dat Woord van de Heere ontvangen, dat blijft tot in eeuwigheid. En dus, ofschoon ons aller vlees is als het gras, en alles waarop wij ons in het natuurlijke mogen beroemen, slechts aan de bloem van het gras gelijk is, en ofschoon dat gras moet verdorren in de dood, en zijn bloem zal afvallen, wanneer de plaats die ons nu allen kent, ons niet meer kennen zal, toch hebben wij iets dat blijft bestaan in het Evangelie der genade Gods. En voor zover wij dat Evangelie ontvangen en gekend hebben als de kracht Gods tot zaligheid, hebben wij, als het aardse huis onzes tabernakels zal verbroken worden, een gebouw bij God, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
gelijk een bloem, die, op het veld verheven,
wel sierlijk pronkt, maar kracht’loos is en teer;
wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren:
men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
Ps. 103:8
Aan de lezer…
Het kan zijn dat op deze laatste dag van het jaar het gras van uw leven al bij het minste windje trilt. U hebt dit jaar weer gezien hoe snel de bloem van het gras verwelkt en afvalt. De zeis des doods maakt geen onderscheid tussen rijk en arm, en de plaats die u nu kent, zal u eens niet meer kennen. Dat is een ernstige gedachte, en het is goed die niet te ontvluchten.
Maar is er dan niets dat blijft? Ja, het Woord des Heeren, dat blijft in der eeuwigheid. Hebt u het Evangelie der genade Gods in een gelovig hart ontvangen, al is het met bevend geloof, dan hebt u iets dat de dood niet kan doen verdorren. Als het aardse huis van deze tabernakel verbroken wordt, is er een gebouw bij God, een huis niet met handen gemaakt, eeuwig in de hemelen. Ga dan met dat Woord het nieuwe jaar in.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen; maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid. En dit is het Woord, dat onder u verkondigd is.
1 Petrus 1:24-25
Alle vlees, en alles wat uit het vlees is, is als gras, dat een tijd lang groen en bloeiend lijkt, maar, geraakt door de zeis van de maaier of verschroeid door de middagzon, spoedig wegkwijnt en verdort. Zo is alle vlees, van de hoogste tot de laagste. In de natuur groeit het ene gras dikker en langer dan het andere en pronkt het een tijd lang sierlijker, en toch maakt de zeis geen onderscheid tussen de lichte en de zware oogst. Zo maait ook de zeis van de dood rijken en armen, en legt alle mensenkinderen in hetzelfde graf.
U hebt soms in de vroege lente het bloeiende gras gezien en opgemerkt hoe die geelachtige toppen trillen bij het minste windje. Dat is de bloem van het gras, en hoewel zij zo onopvallend is dat zij bijna aan het oog ontsnapt, is zij toch evenzeer de bloem van het gras als de tulp of de roos de bloem is van de plant die haar draagt. Zoals het gras verdort, zo valt ook zijn bloem af. Zelfs op haar mooist had zij nooit veel duurzaamheid of kracht om stand te houden, want zij hing als aan een draad, en er was maar een klein windvlaagje nodig om haar weg te blazen, alsof zij er nooit geweest was; en dat is al de schoonheid van het vlees, al de heerlijkheid van de mens. Maar is er dan niets dat blijft te midden van alles wat verdort en afvalt? Ja, het Woord van de Heere. „En dit is het Woord, dat door het Evangelie onder u verkondigd wordt.”
Hetzelfde Evangelie dat door de apostelen verkondigd werd, wordt ook u verkondigd in het Woord van de Waarheid. En als wij dat Evangelie in een gelovig hart ontvangen hebben, dan hebben wij voor onszelf dat Woord van de Heere ontvangen, dat blijft tot in eeuwigheid. Ons aller vlees is dus wel als het gras, en alles waarop wij ons in het natuurlijke kunnen beroemen, is maar gelijk aan de bloem van het gras. Dat gras moet verdorren in de dood, en zijn bloem zal afvallen wanneer de plaats die ons nu allen kent, ons niet meer kennen zal. Toch hebben wij iets dat blijft bestaan in het Evangelie van de genade van God. En voor zover wij dat Evangelie ontvangen en gekend hebben als de kracht van God tot zaligheid, hebben wij, wanneer het aardse huis van onze tabernakel afgebroken wordt, een gebouw van God, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
gelijk een bloem, die, op het veld verheven,
wel sierlijk pronkt, maar kracht’loos is en teer;
wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren:
men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
Ps. 103:8
Aan de lezer…
Het kan zijn dat op deze laatste dag van het jaar het gras van uw leven al bij het minste windje trilt. U hebt dit jaar opnieuw gezien hoe snel de bloem van het gras verwelkt en afvalt. De zeis van de dood maakt geen onderscheid tussen rijk en arm, en de plaats die u nu kent, zal u eens niet meer kennen. Dat is een ernstige gedachte, en het is goed die niet te ontvluchten.
Maar is er dan niets dat blijft? Ja, het Woord van de Heere, dat blijft in der eeuwigheid. Hebt u het Evangelie van de genade van God in een gelovig hart ontvangen, al is het met een bevend geloof, dan hebt u iets dat de dood niet kan laten verdorren. Wanneer het aardse huis van deze tabernakel afgebroken wordt, is er een gebouw van God, een huis niet met handen gemaakt, eeuwig in de hemelen. Ga dan met dat Woord het nieuwe jaar in.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For all flesh is as grass, and all the glory of man as the flower of grass. The grass withereth, and the flower thereof falleth away: but the word of the Lord endureth for ever. And this is the word which by the gospel is preached unto you.
1 Peter 1:24-25
All flesh, and everything that springs from the flesh, and is connected with the flesh, is as grass, which, for a time, looks green and flourishing, but touched with the mower’s scythe, or scorched by the midday sun, soon withers and fades away. Such is all flesh, without exception, from the highest to the lowest. As in nature, some grass grows thicker and longer than others; and makes, for a while, a brighter show, yet the scythe makes no distinction between the light crop and the heavy—so the scythe of death mows down with equal sweep the rich and the poor, and lays in one common grave all the children of men.
You have seen sometimes in the early spring the grass in flower, and you have noticed those little yellowish “anthers,” as they are termed, which tremble at every breeze. This is “the flower of grass;” and though so inconspicuous as almost to escape observation, yet as much its flower as the tulip or the rose is the flower of the plant which bears each. Now, as the grass withers, so the flower thereof falls away. It never had, at its best state, much permanency or strength of endurance, for it hung as by a thread, and it required but a little gust of wind to blow it away, and make it as though it never had been. Such is all the pride of the flesh, and all the glory of man.
But is there nothing that endures amid all that thus withers and falls away? Yes, the Word of the Lord. “And this is the word which by the gospel is preached unto you.” Now, the same gospel which was preached by the Apostles is preached unto us in the word of truth which we have in our hands; and if we have received that gospel into a believing heart, we have received for ourselves that Word of the Lord which endures forever.
And thus, though all our own flesh is as grass, and all in which we might naturally glory is but as the flower of grass, and though this grass must wither in death, and the flower thereof shall fall away, when the place which now knows us, shall know us no more, yet we have an enduring substance in the gospel of the grace of God, and, so far as we have received that gospel, and known it to be the power of God unto salvation, when our earthly house of this tabernacle is dissolved, we have a building of God, a house not made with hands, eternal in the heavens.
To the reader…
It may be that on this last day of the year the grass of your life already trembles at the slightest breeze. This year you have seen once again how quickly the flower of grass withers and falls away. The scythe of death makes no distinction between rich and poor, and the place that knows you now will one day know you no more. That is a solemn thought, and it is good not to flee from it.
But is there nothing, then, that endures? Yes, the Word of the Lord, which endures for ever. If you have received the gospel of the grace of God into a believing heart, even with a trembling faith, then you have something that death cannot make to wither. When the earthly house of this tabernacle is dissolved, there is a building of God, a house not made with hands, eternal in the heavens. Go, then, into the new year with that Word.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque toda carne es como la hierba, y toda la gloria del hombre como la flor de la hierba: secóse la hierba, y la flor se cayó; mas la palabra del Señor permanece perpetuamente. Y esta es la palabra que por el evangelio os ha sido anunciada.
1 Pedro 1:24-25
Toda carne, y todo lo que brota de la carne y está ligado a la carne, es como la hierba, que por un tiempo se ve verde y lozana, pero tocada por la guadaña del segador, o abrasada por el sol del mediodía, pronto se seca y se marchita. Tal es toda carne, sin excepción, desde la más alta hasta la más baja. Así como en la naturaleza una hierba crece más espesa y más alta que otra, y por un tiempo hace un despliegue más brillante, y sin embargo la guadaña no hace distinción entre la cosecha ligera y la pesada, así también la guadaña de la muerte siega con el mismo golpe al rico y al pobre, y pone en una sepultura común a todos los hijos de los hombres.
Usted habrá visto a veces, a comienzos de la primavera, la hierba en flor, y habrá notado esas pequeñas “anteras” amarillentas, como se las llama, que tiemblan con cada brisa. Esa es “la flor de la hierba”; y aunque es tan poco vistosa que casi escapa a la observación, es tan verdaderamente su flor como el tulipán o la rosa es la flor de la planta que la lleva. Pues bien, así como la hierba se seca, también su flor se cae. Nunca tuvo, ni en su mejor estado, mucha permanencia ni fuerza de resistencia, porque pendía como de un hilo, y bastaba una pequeña ráfaga de viento para llevársela y hacer como si nunca hubiera existido. Tal es todo el orgullo de la carne y toda la gloria del hombre.
Pero ¿no hay nada que permanezca en medio de todo lo que así se seca y se cae? Sí, la Palabra del Señor. “Y esta es la palabra que por el evangelio os ha sido anunciada”. Ahora bien, el mismo evangelio que predicaron los apóstoles se nos predica a nosotros en la palabra de verdad que tenemos en nuestras manos; y si hemos recibido ese evangelio en un corazón creyente, hemos recibido para nosotros mismos esa Palabra del Señor que permanece para siempre.
Y así, aunque toda nuestra carne es como la hierba, y todo aquello en lo que naturalmente podríamos gloriarnos no es más que como la flor de la hierba, y aunque esta hierba ha de secarse en la muerte y su flor ha de caer, cuando el lugar que ahora nos conoce no nos conozca más, tenemos sin embargo una sustancia duradera en el evangelio de la gracia de Dios; y en cuanto hemos recibido ese evangelio y lo hemos conocido como potencia de Dios para salvación, cuando nuestra casa terrestre de esta habitación se deshaga, tenemos de Dios un edificio, una casa no hecha de manos, eterna en los cielos.
Al lector…
Puede ser que en este último día del año la hierba de su vida ya tiemble con la más leve brisa. Este año ha visto usted una vez más con qué rapidez se seca la flor de la hierba y se cae. La guadaña de la muerte no hace distinción entre rico y pobre, y el lugar que ahora le conoce un día no le conocerá más. Es un pensamiento solemne, y es bueno no huir de él.
Pero ¿no hay, entonces, nada que permanezca? Sí, la Palabra del Señor, que permanece perpetuamente. Si ha recibido el evangelio de la gracia de Dios en un corazón creyente, aunque sea con una fe temblorosa, entonces tiene algo que la muerte no puede marchitar. Cuando la casa terrestre de esta habitación se deshaga, hay de Dios un edificio, una casa no hecha de manos, eterna en los cielos. Entre, pues, en el nuevo año con esa Palabra.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Christus’ wederkomst
En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen.
Handelingen 3:20-21
Als we in het algemeen naar de belijdende kerk kijken, kunnen we dan zeggen dat haar ervaring of wandeling is dat zij leeft vanuit de Heere Jezus en hoopvol Zijn verschijnen afwacht? De wijze maagden, alsmede de dwaze, slapen en sluimeren; en overal heerst een koude, lauwe belijdenis. Dwaling is overal overvloedig aanwezig; strijd en afscheiding heersen alom; en we lijken te zijn terechtgekomen in die laatste hachelijke dagen die zijn voorzegd. We kunnen ons er niet over verbazen dat de wereld is zoals ze altijd is geweest, een vijand van God en godvruchtigheid, begraven in zinnelijkheid en dood, onwetend van haar ellende en verval, en onbezorgd over het vreselijke oordeel dat haar wacht en bijna tot haar doordringt. Maar we kunnen ons er terecht over verwonderen dat de Kerk van Christus, die belijdt verlost te zijn door het bloed van het Lam, zo diep moet zinken, en zo weinig laat blijken van het leven en de kracht van levende godvruchtigheid.
Toch is dit slechts wat het woord der waarheid ons doet geloven. De Heere Zelf heeft gezegd: „De Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” (Luk. 18:8) en „omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden” (Matth. 24:12). Dus, in plaats van te verwachten dat de wereld geleidelijk beter wordt, waarvan men vergeefs droomt, of dat heldere en heerlijke dagen de belijdende kerk wachten, kunnen we eerder verwachten dat alles in beide gevallen geleidelijk slechter wordt, tot Hij komt Die te komen staat, en niet zal vertoeven (Hebr. 10:37).
Maar wanneer Hij ook zal komen, het zal goed zijn voor de rechtvaardigen. Degenen die Zijn Naam vrezen, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen (Mal. 4:2), en Hij zal door degenen die Hem verwachten, zonder zonde gezien worden tot zaligheid (Hebr. 9:28).
Lezen: Mattheüs 25:1-13
Aan de lezer…
Wie op deze laatste dag van het jaar stilstaat, kan niet om de vraag heen: slaapt u met de wijze en de dwaze maagden, of leeft u uit de Heere Jezus en wacht u hoopvol op Zijn verschijnen? Het is niet vreemd dat de wereld blijft wat zij is; maar het is diep te betreuren wanneer zij die zeggen door het bloed van het Lam verlost te zijn, zo weinig van het leven en de kracht der godzaligheid laten blijken. Onderzoek uzelf daarin eerlijk; de Zoon des mensen vraagt of Hij geloof zal vinden op de aarde.
Maar laat deze dag u niet in mismoedigheid achterlaten. Al wordt het om ons heen eerder donkerder dan lichter, Hij Die komen zal, zal niet vertoeven. Voor hen die Zijn Naam vrezen, zal de Zon der gerechtigheid opgaan met genezing onder Zijn vleugelen. Houd dan uw lamp gereed en uw hart op Hem gericht, want Hij zal gezien worden tot zaligheid door allen die Hem verwachten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen.
Handelingen 3:20-21
Als we in het algemeen naar de belijdende kerk kijken, kunnen we dan zeggen dat het haar ervaring of wandel is dat zij uit de Heere Jezus leeft en hoopvol Zijn verschijning verwacht? De wijze maagden, net als de dwaze, slapen en sluimeren, en overal heerst een koude, lauwe belijdenis. Dwaling is overal overvloedig aanwezig, strijd en scheuring heersen alom, en we lijken terechtgekomen te zijn in die laatste zware tijden die voorzegd zijn. We hoeven ons er niet over te verbazen dat de wereld is zoals ze altijd is geweest: een vijand van God en godvruchtigheid, begraven in zinnelijkheid en dood, onwetend van haar ellende en verval, en onbezorgd over het vreselijke oordeel dat haar wacht en haar al bijna bereikt. Maar we kunnen ons er terecht over verwonderen dat de Kerk van Christus, die belijdt verlost te zijn door het bloed van het Lam, zo diep moet zinken en zo weinig laat zien van het leven en de kracht van levende godvruchtigheid.
Toch is dit precies wat het woord der waarheid ons doet verwachten. De Heere Zelf heeft gezegd: „De Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” (Luk. 18:8) en „omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden” (Matth. 24:12). In plaats van te verwachten dat de wereld geleidelijk beter wordt, waarvan men tevergeefs droomt, of dat heldere en heerlijke dagen de belijdende kerk wachten, kunnen we dus eerder verwachten dat het met beide geleidelijk slechter wordt, totdat Hij komt Die komen zal, en Hij zal niet vertoeven (Hebr. 10:37).
Maar wanneer Hij ook komt, het zal de rechtvaardigen goed gaan. Voor hen die Zijn Naam vrezen, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen (Mal. 4:2). En Hij zal door hen die Hem verwachten, zonder zonde gezien worden tot zaligheid (Hebr. 9:28).
Lezen: Mattheüs 25:1-13
Aan de lezer…
Wie op deze laatste dag van het jaar stilstaat, kan niet om de vraag heen: slaapt u met de wijze en de dwaze maagden, of leeft u uit de Heere Jezus en wacht u hoopvol op Zijn verschijning? Het is niet vreemd dat de wereld blijft wat zij is; maar het is diep te betreuren wanneer zij die zeggen door het bloed van het Lam verlost te zijn, zo weinig van het leven en de kracht van de godzaligheid laten zien. Onderzoek uzelf daarin eerlijk; de Zoon des mensen vraagt of Hij geloof zal vinden op de aarde.
Maar laat deze dag u niet mismoedig achterlaten. Al wordt het om ons heen eerder donkerder dan lichter, Hij Die komen zal, zal niet vertoeven. Voor wie Zijn Naam vrezen, zal de Zon der gerechtigheid opgaan met genezing onder Zijn vleugelen. Houd dan uw lamp gereed en uw hart op Hem gericht, want Hij zal gezien worden tot zaligheid door allen die Hem verwachten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And He shall send Jesus Christ, which before was preached unto you: Whom the heaven must receive until the times of restitution of all things.
Acts 3:20-21
When we look at the professing church in general, can we say that it is her experience or her walk to live upon the Lord Jesus and hopefully to look for His appearing? The wise virgins, as well as the foolish, slumber and sleep, and everywhere a cold, lukewarm profession prevails. Error abounds on every side, strife and division reign everywhere, and we seem to have fallen upon those last perilous times which were foretold. We need not wonder that the world is what it always has been: an enemy to God and godliness, buried in sensuality and death, ignorant of its misery and ruin, and unconcerned about the dreadful judgment that awaits it and is already almost upon it. But we may well wonder that the Church of Christ, which professes to be redeemed by the blood of the Lamb, should sink so low and show so little of the life and power of vital godliness.
Yet this is just what the Word of truth leads us to expect. The Lord Himself has said, “Nevertheless when the Son of man cometh, shall He find faith on the earth?” (Luke 18:8), and, “Because iniquity shall abound, the love of many shall wax cold” (Matt. 24:12). Instead of expecting that the world will gradually grow better, as men vainly dream, or that bright and glorious days await the professing church, we may rather expect that both will gradually grow worse, until He comes Who shall come, and He will not tarry (Heb. 10:37).
But whenever He comes, it shall be well with the righteous. Unto them that fear His Name shall the Sun of righteousness arise with healing in His wings (Mal. 4:2). And unto them that look for Him shall He appear without sin unto salvation (Heb. 9:28).
Reading: Matthew 25:1-13
To the reader…
Whoever pauses on this last day of the year cannot avoid the question: are you sleeping with the wise and the foolish virgins, or are you living upon the Lord Jesus and hopefully looking for His appearing? It is not strange that the world remains what it is; but it is deeply to be lamented when those who say they are redeemed by the blood of the Lamb show so little of the life and power of godliness. Examine yourself honestly in this; the Son of man asks whether He shall find faith on the earth.
But do not let this day leave you disheartened. Though it may grow darker around us rather than lighter, He Who shall come will come, and will not tarry. For those who fear His Name, the Sun of righteousness shall arise with healing in His wings. Keep your lamp ready, then, and your heart set upon Him, for He shall appear unto salvation to all who look for Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y enviará a Jesucristo, que os fue antes anunciado: al cual de cierto es menester que el cielo tenga hasta los tiempos de la restauración de todas las cosas.
Hechos 3:20-21
Cuando miramos a la iglesia profesante en general, ¿podemos decir que su experiencia o su andar sea vivir del Señor Jesús y esperar con esperanza Su aparición? Las vírgenes prudentes, así como las insensatas, cabecean y se duermen, y por todas partes prevalece una profesión fría y tibia. El error abunda por todos lados, la contienda y la división reinan en todas partes, y parece que hemos llegado a aquellos últimos tiempos peligrosos que fueron predichos. No tenemos por qué maravillarnos de que el mundo sea lo que siempre ha sido: enemigo de Dios y de la piedad, sepultado en la sensualidad y la muerte, ignorante de su miseria y ruina, e indiferente ante el terrible juicio que le espera y que ya casi está sobre él. Pero bien podemos maravillarnos de que la Iglesia de Cristo, que profesa estar redimida por la sangre del Cordero, se hunda tan bajo y muestre tan poco de la vida y el poder de la piedad vital.
Sin embargo, esto es precisamente lo que la Palabra de verdad nos lleva a esperar. El Señor mismo ha dicho: “Empero cuando el Hijo del hombre viniere, ¿hallará fe en la tierra?” (Lc. 18:8), y: “Por haberse multiplicado la maldad, la caridad de muchos se resfriará” (Mt. 24:12). En vez de esperar que el mundo vaya mejorando gradualmente, como los hombres sueñan vanamente, o que días brillantes y gloriosos aguarden a la iglesia profesante, más bien podemos esperar que ambos vayan empeorando gradualmente, hasta que venga el que ha de venir, y no tardará (He. 10:37).
Pero cuando quiera que Él venga, bien les irá a los justos. A los que temen Su Nombre nacerá el Sol de justicia, y en Sus alas traerá salud (Mal. 4:2). Y a los que le esperan aparecerá sin pecado para salud (He. 9:28).
Lectura: Mateo 25:1-13
Al lector…
Quien se detiene en este último día del año no puede eludir la pregunta: ¿duerme usted con las vírgenes prudentes e insensatas, o vive del Señor Jesús y espera con esperanza Su aparición? No es extraño que el mundo siga siendo lo que es; pero es profundamente lamentable cuando los que dicen estar redimidos por la sangre del Cordero muestran tan poco de la vida y el poder de la piedad. Examínese honestamente en esto; el Hijo del hombre pregunta si hallará fe en la tierra.
Pero no deje que este día le deje desanimado. Aunque a nuestro alrededor se haga más oscuro en vez de más claro, el que ha de venir vendrá, y no tardará. Para los que temen Su Nombre nacerá el Sol de justicia, y en Sus alas traerá salud. Tenga, pues, su lámpara preparada y su corazón puesto en Él, porque aparecerá para salud a todos los que le esperan.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
Jesaja 46:10
Er is een doorluchtige gedachte die van Genesis tot Openbaring door de gehele Schrift loopt; en deze zelfde grootse gedachte loopt door elk gedeelte van het geheiligd blad, en als door een gouden band wordt het tot een geheel tezamen gebonden. Wat is deze doorluchtige gedachte? God heeft vele gedachten, zowel als wij. Want Hij zegt ons: „De gedachten Zijns harten zijn van geslacht tot geslacht.” Maar wij lezen ook van „de raad des Heeren, die bestaat in eeuwigheid”, en elders „dat Hij alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil” (Psalm 33:11; Efeze 1:11).
Zo is er in de gedachte Gods, zowel als in de wijze van Zijn bestaan, een eenheid en een verscheidenheid. Er is Zijn ene gedachte en Zijn vele gedachten; want ofschoon Zijn gedachten vele zijn, Zijn raad is maar één; en deze raad is de verhoging en verheerlijking van Zijn geliefde Zoon. Het kan niet ondienstig zijn in het kort deze eenheid der gedachte en de veelheid daarvan na te gaan.
Wij zien dan in de eerste plaats iets daarvan in de schepping van de eerste mens, toen God hem formeerde naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis. Hier vinden wij de ene gedachte Gods uitgedrukt; want de eerste Adam was een voorbeeld van de tweede Adam. En gelijk Christus in afdalende linie de zoon van Adam was, zo was er in de schepping van de eerste mens een voorbeduiding van de vleeswording van Gods beminde Zoon, Die is het afschijnsel Zijner heerlijkheid en het uitgedrukte beeld Zijner zelfstandigheid.
Merkt ten tweede aan hoe alle dingen Adams voeten waren onderworpen, en zo was hij het zichtbare hoofd der schepping. Leest deze verhoging in het licht van Psalm 8, en gij zult zien hoe de psalmist door inspiratie, gelijk de apostel dit verklaart in Hebreeën 2:7-9, Adam, waar alle dingen zijn voeten onderworpen waren, beschouwde als een voorbeeld van Jezus, Die God met eer en heerlijkheid gekroond heeft, Hem over de werken Zijner handen heeft gesteld, en alle dingen Zijn voeten onderworpen heeft.
Ziet vervolgens op de eerste belofte, gegeven na de val, dat het Zaad der vrouw des satans kop vermorzelen zou. Hier hebben wij de ene gedachte Gods bij vernieuwing uitgedrukt: Zijn heersende of albesturende raad in de vleeswording van Zijn geliefde Zoon, als het Zaad der vrouw, om satans kop te vermorzelen. Let op Noach, met zijn huisgezin in de ark bewaard, toen de rest der wereld door de zondvloed werd weggevaagd, opdat uit de lendenen van Adam het beloofde zaad zou voortkomen. Neemt het geval van Abraham, geroepen door een bijzondere roeping, opdat in hem en zijn zaad alle volkeren der aarde zouden gezegend worden. Hier hebben wij wederom Gods ene gedachte.
Neemt vervolgens de Levitische bediening. Elke plechtigheid, elke offerande, elk voorbeeld, elk voorschrift, zij alle dragen hetzelfde stempel van deze ene gedachte Gods; en inderdaad is elk deel der Schrift maar een ontwikkeling van deze ene gedachte in het hart van God, van deze ene raad van Zijn eeuwige wil. Het Woord van God is een volkomen verborgenheid voor ons, en wij zien geen schoonheid of overeenstemming in de verscheidene boeken, noch van het Oude, noch van het Nieuwe Testament, tenzij wij de gedachte Gods daarin aanschouwen, of Gods gedachten daarin uitgedrukt. En wel in het bijzonder die doorluchtige gedachte waarvan ik gesproken heb, die alles tezamen vat, namelijk de verhoging van Zijn lieve Zoon aan Zijn rechterhand, als de beloofde beloning voor Zijn lijden en sterven, en het heerlijk gevolg van Zijn opstanding en hemelvaart in de gewesten der eeuwige zaligheid.
Aan de lezer…
Vermoeide pelgrim, nu dit jaar ten einde loopt, ligt er misschien veel achter u dat u niet begrijpt: verlies, verwarring, wegen die nergens heen leken te gaan. Weet dan dat er door al Gods werken één doorluchtige gedachte loopt, als een gouden band die het geheel tezamen bindt. Zijn gedachten zijn vele, maar Zijn raad is maar één, en die raad zal bestaan in eeuwigheid. Hij werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil.
En wat is die raad? De verhoging en verheerlijking van Zijn geliefde Zoon. Is uw ziel daarin geborgen, dan staat ook uw leven onder die ene gedachte Gods, hoe verward het in uw eigen ogen ook mag schijnen. Zie dan, met het oude jaar achter u en het nieuwe voor u, niet in de eerste plaats op uw eigen wegen, maar op Jezus, Die God met eer en heerlijkheid gekroond heeft. Hij heeft het Zelf gezegd: „Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
Jesaja 46:10
Er loopt één verheven gedachte door de hele Schrift, van Genesis tot Openbaring; deze zelfde grootse gedachte loopt door elk gedeelte van het heilige blad, en als met een gouden band wordt het daardoor tot één geheel samengebonden. Wat is deze verheven gedachte? God heeft vele gedachten, net als wij. Want Hij zegt ons: „De gedachten Zijns harten zijn van geslacht tot geslacht.” Maar wij lezen ook over „de raad des Heeren, die bestaat in eeuwigheid”, en elders „dat Hij alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil” (Psalm 33:11; Efeze 1:11).
Zo is er in de gedachte van God, net als in de wijze van Zijn bestaan, een eenheid en een verscheidenheid. Er is Zijn ene gedachte en er zijn Zijn vele gedachten; want hoewel Zijn gedachten vele zijn, is Zijn raad maar één, en die raad is de verhoging en verheerlijking van Zijn geliefde Zoon. Het kan niet zonder nut zijn deze eenheid van de gedachte en de veelheid ervan in het kort na te gaan.
In de eerste plaats zien wij daar iets van in de schepping van de eerste mens, toen God hem formeerde naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis. Hier vinden wij de ene gedachte van God uitgedrukt; want de eerste Adam was een voorbeeld van de tweede Adam. En zoals Christus naar de afstamming de zoon van Adam was, zo was er in de schepping van de eerste mens een voorafschaduwing van de vleeswording van Gods geliefde Zoon, Die het afschijnsel is van Zijn heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid.
Let in de tweede plaats op hoe alle dingen aan de voeten van Adam onderworpen waren, zodat hij het zichtbare hoofd van de schepping was. Lees deze verhoging in het licht van Psalm 8, en u zult zien hoe de psalmist door inspiratie, zoals de apostel dat in Hebreeën 2:7-9 verklaart, Adam, aan wiens voeten alle dingen onderworpen waren, zag als een voorbeeld van Jezus, Die God met eer en heerlijkheid gekroond heeft, Die Hij over de werken van Zijn handen heeft gesteld, en aan Wiens voeten Hij alle dingen onderworpen heeft.
Kijk vervolgens naar de eerste belofte, gegeven na de val, dat het Zaad van de vrouw de kop van satan zou vermorzelen. Hier hebben wij de ene gedachte van God opnieuw uitgedrukt: Zijn alles beheersende en alles besturende raad in de vleeswording van Zijn geliefde Zoon, als het Zaad van de vrouw, om de kop van satan te vermorzelen. Let op Noach, die met zijn gezin in de ark bewaard werd toen de rest van de wereld door de zondvloed werd weggevaagd, zodat het beloofde zaad uit de lendenen van Adam zou voortkomen. Neem Abraham, geroepen met een bijzondere roeping, zodat in hem en zijn zaad alle volken van de aarde gezegend zouden worden. Hier hebben wij opnieuw Gods ene gedachte.
Neem vervolgens de Levitische dienst. Elke plechtigheid, elk offer, elk voorbeeld, elk voorschrift: zij dragen allemaal hetzelfde stempel van deze ene gedachte van God. Inderdaad is elk deel van de Schrift niet meer dan een uitwerking van deze ene gedachte in het hart van God, van deze ene raad van Zijn eeuwige wil. Het Woord van God is voor ons een volkomen verborgenheid, en wij zien geen schoonheid of samenhang in de verschillende boeken van het Oude of het Nieuwe Testament, tenzij wij de gedachte van God erin zien, of Gods gedachten die erin uitgedrukt zijn. En dan vooral die verheven gedachte waarover ik gesproken heb, die alles samenvat: de verhoging van Zijn lieve Zoon aan Zijn rechterhand, als de beloofde beloning voor Zijn lijden en sterven, en het heerlijke gevolg van Zijn opstanding en hemelvaart in de gewesten van de eeuwige zaligheid.
Aan de lezer…
Vermoeide pelgrim, nu dit jaar ten einde loopt, ligt er misschien veel achter u dat u niet begrijpt: verlies, verwarring, wegen die nergens heen leken te gaan. Weet dan dat er door al Gods werken één verheven gedachte loopt, als een gouden band die het geheel samenbindt. Zijn gedachten zijn vele, maar Zijn raad is maar één, en die raad zal bestaan in eeuwigheid. Hij werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil.
En wat is die raad? De verhoging en verheerlijking van Zijn geliefde Zoon. Is uw ziel daarin geborgen, dan staat ook uw leven onder die ene gedachte van God, hoe verward het in uw eigen ogen ook mag lijken. Zie dan, met het oude jaar achter u en het nieuwe voor u, niet in de eerste plaats op uw eigen wegen, maar op Jezus, Die God met eer en heerlijkheid gekroond heeft. Hij heeft het Zelf gezegd: „Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“My counsel shall stand, and I will do all my pleasure.”
Isaiah 46:10
There is one grand idea running through the whole of Scripture from Genesis to Revelation; and this one grand idea runs through every part of the sacred page, and, like a golden band, unites the whole together. What is this one grand thought?
God has many thoughts as well as we, for He tells us that “the thoughts of His heart stand to all generations.” But we read also in the same verse of “the counsel of the Lord, which stands forever;” and elsewhere of His “working all things after the counsel of His own will” (Psalm 33:11; Ephes. 1:11). Thus in the mind of God, as well as in the mode of His subsistence, there is unity and variety. There is His one thought, and His many thoughts; for though His thoughts are many, His counsel is but one; and this counsel is the exaltation and glorification of His dear Son.
It may be as well briefly to trace this unity of thought and the variety of its expression. We see it, then, first expressed in the creation of the first man, when God made him “in His own image, after His own likeness.” There was the expression of God’s one thought; for Adam the first was a type of Adam the second, and as Christ was by lineal descent “the son of Adam,” there was a foreview in the creation of the first man of the incarnation of God’s dear Son, Who is the brightness of His glory and the express image of His Person.
Now next observe how all things were put under Adam’s feet, and he thus made the visible head of creation. Read this exaltation of Adam in the light of Psalm 8, and you will see how the inspired Psalmist, as interpreted by the Apostle (Heb. 2:7-9), viewed Adam, in having all things put under his feet, as a type of Jesus, Whom God has crowned with glory and honor, set Him over the works of His hands, and put all things in subjection under His feet. Look next at the first promise given after the fall, that the seed of the woman should bruise the serpent’s head. There we have God’s one thought again expressed, His dominant counsel in the incarnation of His dear Son, as the seed of the woman, to bruise Satan’s head. Look at Noah preserved in the ark with his family when the rest of the world was swept away by the deluge, that from the loins of Adam might come the promised seed.
Take the case of Abraham, called by a special calling, that in him and his seed all the nations of the earth might be blessed. Here we have again God’s one thought. Take, again, the whole of the Levitical dispensation. Every rite, every sacrifice, every type, every ordinance, all still bear the same stamp of God’s one thought, and indeed every part of Scripture is but an exposition of this one thought of God’s heart, of this one counsel of His eternal will.
The word of God is a total mystery to us, and we see no beauty or harmony in the various books of either the Old Testament or the New until we see the mind of God in it, gather up God’s thoughts, and especially that grand thought which I have spoken of as binding the whole together, that is, the exaltation of His dear Son to His own right hand as the promised reward of His sufferings and death, and the glorious result of His resurrection and ascension up to the courts of bliss.
To the reader…
Weary pilgrim, now that this year is drawing to a close, perhaps there is much behind you that you do not understand: loss, confusion, paths that seemed to lead nowhere. Then know that one exalted thought runs through all God’s works, like a golden band that binds the whole together. His thoughts are many, but His counsel is only one, and that counsel shall stand forever. He works all things after the counsel of His will.
And what is that counsel? The exaltation and glorification of His beloved Son. If your soul is sheltered in that, then your life too stands under that one thought of God, however confused it may seem in your own eyes. So, with the old year behind you and the new one before you, do not look first of all at your own ways, but at Jesus, Whom God has crowned with glory and honor. He Himself has said, “My counsel shall stand, and I will do all My pleasure.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Mi consejo permanecerá, y haré todo lo que quisiere.”
Isaías 46:10
Hay una gran idea que recorre toda la Escritura, desde Génesis hasta Apocalipsis; y esta única gran idea recorre cada parte de la página sagrada y, como una banda de oro, une el todo. ¿Cuál es este único gran pensamiento?
Dios tiene muchos pensamientos, igual que nosotros, pues nos dice que “los pensamientos de Su corazón” permanecen “por todas las generaciones”. Pero leemos también en el mismo versículo acerca del “consejo de Jehová”, que “permanecerá para siempre”; y en otro lugar, de que “hace todas las cosas según el consejo de Su voluntad” (Salmo 33:11; Efesios 1:11). Así, en la mente de Dios, como en el modo de Su subsistencia, hay unidad y variedad. Está Su único pensamiento y Sus muchos pensamientos; porque aunque Sus pensamientos son muchos, Su consejo es solo uno; y este consejo es la exaltación y glorificación de Su amado Hijo.
Quizá convenga trazar brevemente esta unidad de pensamiento y la variedad de su expresión. La vemos, pues, expresada primero en la creación del primer hombre, cuando Dios lo hizo “a Su imagen, conforme a Su semejanza”. Allí estaba la expresión del único pensamiento de Dios; porque el primer Adán era tipo del segundo Adán, y como Cristo era por descendencia directa “hijo de Adán”, hubo en la creación del primer hombre una anticipación de la encarnación del amado Hijo de Dios, Quien es el resplandor de Su gloria y la misma imagen de Su sustancia.
Observe ahora cómo todas las cosas fueron puestas bajo los pies de Adán, y así fue hecho cabeza visible de la creación. Lea esta exaltación de Adán a la luz del Salmo 8, y verá cómo el salmista inspirado, según lo interpreta el Apóstol (Hebreos 2:7-9), vio a Adán, al tener todas las cosas puestas bajo sus pies, como tipo de Jesús, a Quien Dios ha coronado de gloria y de honra, Le ha puesto sobre las obras de Sus manos y ha sujetado todas las cosas debajo de Sus pies. Mire después la primera promesa dada tras la caída: que la simiente de la mujer heriría la cabeza de la serpiente. Allí tenemos expresado otra vez el único pensamiento de Dios, Su consejo dominante en la encarnación de Su amado Hijo, como la simiente de la mujer, para herir la cabeza de Satanás. Mire a Noé preservado en el arca con su familia cuando el resto del mundo fue barrido por el diluvio, para que de los lomos de Adán viniera la simiente prometida.
Tome el caso de Abraham, llamado con un llamamiento especial, para que en él y en su simiente fueran benditas todas las naciones de la tierra. Aquí tenemos otra vez el único pensamiento de Dios. Tome, además, toda la dispensación levítica. Cada rito, cada sacrificio, cada tipo, cada ordenanza, todos llevan todavía el mismo sello del único pensamiento de Dios; y en verdad cada parte de la Escritura no es sino una exposición de este único pensamiento del corazón de Dios, de este único consejo de Su voluntad eterna.
La palabra de Dios es para nosotros un misterio total, y no vemos hermosura ni armonía en los diversos libros del Antiguo Testamento ni del Nuevo hasta que vemos en ella la mente de Dios, recogemos los pensamientos de Dios, y especialmente aquel gran pensamiento del que he hablado como el que une el todo, es decir, la exaltación de Su amado Hijo a Su propia diestra como la recompensa prometida de Sus sufrimientos y muerte, y el glorioso resultado de Su resurrección y ascensión a los atrios de la dicha.
Al lector…
Peregrino cansado, ahora que este año llega a su fin, quizá haya mucho detrás de usted que no comprende: pérdida, confusión, caminos que parecían no llevar a ninguna parte. Sepa entonces que un pensamiento excelso recorre todas las obras de Dios, como una banda de oro que une el todo. Sus pensamientos son muchos, pero Su consejo es solo uno, y ese consejo permanecerá para siempre. Él hace todas las cosas según el consejo de Su voluntad.
¿Y cuál es ese consejo? La exaltación y glorificación de Su amado Hijo. Si su alma está resguardada en eso, entonces también su vida está bajo ese único pensamiento de Dios, por confusa que parezca a sus propios ojos. Así pues, con el año viejo detrás y el nuevo por delante, no mire en primer lugar a sus propios caminos, sino a Jesús, a Quien Dios ha coronado de gloria y de honra. Él mismo ha dicho: “Mi consejo permanecerá, y haré todo lo que quisiere.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl