Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

31 december Korenaren uit de volle oogst

Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen; maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid. En dit is het Woord, dat onder u verkondigd is.
1 Petrus 1:24-25

Alle vlees, en alles wat uit het vlees is, is als gras, dat een tijd lang groen en bloeiend lijkt, maar, geraakt door de zeis van de maaier of verschroeid door de middagzon, spoedig wegkwijnt en verdort. Zo is alle vlees, van de hoogste tot de laagste. In de natuur groeit het ene gras dikker en langer dan het andere en pronkt het een tijd lang sierlijker, en toch maakt de zeis geen onderscheid tussen de lichte en de zware oogst. Zo maait ook de zeis van de dood rijken en armen, en legt alle mensenkinderen in hetzelfde graf.

U hebt soms in de vroege lente het bloeiende gras gezien en opgemerkt hoe die geelachtige toppen trillen bij het minste windje. Dat is de bloem van het gras, en hoewel zij zo onopvallend is dat zij bijna aan het oog ontsnapt, is zij toch evenzeer de bloem van het gras als de tulp of de roos de bloem is van de plant die haar draagt. Zoals het gras verdort, zo valt ook zijn bloem af. Zelfs op haar mooist had zij nooit veel duurzaamheid of kracht om stand te houden, want zij hing als aan een draad, en er was maar een klein windvlaagje nodig om haar weg te blazen, alsof zij er nooit geweest was; en dat is al de schoonheid van het vlees, al de heerlijkheid van de mens. Maar is er dan niets dat blijft te midden van alles wat verdort en afvalt? Ja, het Woord van de Heere. „En dit is het Woord, dat door het Evangelie onder u verkondigd wordt.”

Hetzelfde Evangelie dat door de apostelen verkondigd werd, wordt ook u verkondigd in het Woord van de Waarheid. En als wij dat Evangelie in een gelovig hart ontvangen hebben, dan hebben wij voor onszelf dat Woord van de Heere ontvangen, dat blijft tot in eeuwigheid. Ons aller vlees is dus wel als het gras, en alles waarop wij ons in het natuurlijke kunnen beroemen, is maar gelijk aan de bloem van het gras. Dat gras moet verdorren in de dood, en zijn bloem zal afvallen wanneer de plaats die ons nu allen kent, ons niet meer kennen zal. Toch hebben wij iets dat blijft bestaan in het Evangelie van de genade van God. En voor zover wij dat Evangelie ontvangen en gekend hebben als de kracht van God tot zaligheid, hebben wij, wanneer het aardse huis van onze tabernakel afgebroken wordt, een gebouw van God, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.

Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
gelijk een bloem, die, op het veld verheven,
wel sierlijk pronkt, maar kracht’loos is en teer;
wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren:
men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.

Ps. 103:8

Aan de lezer…

Het kan zijn dat op deze laatste dag van het jaar het gras van uw leven al bij het minste windje trilt. U hebt dit jaar opnieuw gezien hoe snel de bloem van het gras verwelkt en afvalt. De zeis van de dood maakt geen onderscheid tussen rijk en arm, en de plaats die u nu kent, zal u eens niet meer kennen. Dat is een ernstige gedachte, en het is goed die niet te ontvluchten.

Maar is er dan niets dat blijft? Ja, het Woord van de Heere, dat blijft in der eeuwigheid. Hebt u het Evangelie van de genade van God in een gelovig hart ontvangen, al is het met een bevend geloof, dan hebt u iets dat de dood niet kan laten verdorren. Wanneer het aardse huis van deze tabernakel afgebroken wordt, is er een gebouw van God, een huis niet met handen gemaakt, eeuwig in de hemelen. Ga dan met dat Woord het nieuwe jaar in.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

31 december 365 dagen met Philpot

Christus’ wederkomst

En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen.
Handelingen 3:20-21

Als we in het algemeen naar de belijdende kerk kijken, kunnen we dan zeggen dat het haar ervaring of wandel is dat zij uit de Heere Jezus leeft en hoopvol Zijn verschijning verwacht? De wijze maagden, net als de dwaze, slapen en sluimeren, en overal heerst een koude, lauwe belijdenis. Dwaling is overal overvloedig aanwezig, strijd en scheuring heersen alom, en we lijken terechtgekomen te zijn in die laatste zware tijden die voorzegd zijn. We hoeven ons er niet over te verbazen dat de wereld is zoals ze altijd is geweest: een vijand van God en godvruchtigheid, begraven in zinnelijkheid en dood, onwetend van haar ellende en verval, en onbezorgd over het vreselijke oordeel dat haar wacht en haar al bijna bereikt. Maar we kunnen ons er terecht over verwonderen dat de Kerk van Christus, die belijdt verlost te zijn door het bloed van het Lam, zo diep moet zinken en zo weinig laat zien van het leven en de kracht van levende godvruchtigheid.

Toch is dit precies wat het woord der waarheid ons doet verwachten. De Heere Zelf heeft gezegd: „De Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” (Luk. 18:8) en „omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden” (Matth. 24:12). In plaats van te verwachten dat de wereld geleidelijk beter wordt, waarvan men tevergeefs droomt, of dat heldere en heerlijke dagen de belijdende kerk wachten, kunnen we dus eerder verwachten dat het met beide geleidelijk slechter wordt, totdat Hij komt Die komen zal, en Hij zal niet vertoeven (Hebr. 10:37).

Maar wanneer Hij ook komt, het zal de rechtvaardigen goed gaan. Voor hen die Zijn Naam vrezen, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen (Mal. 4:2). En Hij zal door hen die Hem verwachten, zonder zonde gezien worden tot zaligheid (Hebr. 9:28).

Lezen: Mattheüs 25:1-13

Aan de lezer…

Wie op deze laatste dag van het jaar stilstaat, kan niet om de vraag heen: slaapt u met de wijze en de dwaze maagden, of leeft u uit de Heere Jezus en wacht u hoopvol op Zijn verschijning? Het is niet vreemd dat de wereld blijft wat zij is; maar het is diep te betreuren wanneer zij die zeggen door het bloed van het Lam verlost te zijn, zo weinig van het leven en de kracht van de godzaligheid laten zien. Onderzoek uzelf daarin eerlijk; de Zoon des mensen vraagt of Hij geloof zal vinden op de aarde.

Maar laat deze dag u niet mismoedig achterlaten. Al wordt het om ons heen eerder donkerder dan lichter, Hij Die komen zal, zal niet vertoeven. Voor wie Zijn Naam vrezen, zal de Zon der gerechtigheid opgaan met genezing onder Zijn vleugelen. Houd dan uw lamp gereed en uw hart op Hem gericht, want Hij zal gezien worden tot zaligheid door allen die Hem verwachten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

31 december Door Baca’s vallei

Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
Jesaja 46:10

Er loopt één verheven gedachte door de hele Schrift, van Genesis tot Openbaring; deze zelfde grootse gedachte loopt door elk gedeelte van het heilige blad, en als met een gouden band wordt het daardoor tot één geheel samengebonden. Wat is deze verheven gedachte? God heeft vele gedachten, net als wij. Want Hij zegt ons: „De gedachten Zijns harten zijn van geslacht tot geslacht.” Maar wij lezen ook over „de raad des Heeren, die bestaat in eeuwigheid”, en elders „dat Hij alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil” (Psalm 33:11; Efeze 1:11).

Zo is er in de gedachte van God, net als in de wijze van Zijn bestaan, een eenheid en een verscheidenheid. Er is Zijn ene gedachte en er zijn Zijn vele gedachten; want hoewel Zijn gedachten vele zijn, is Zijn raad maar één, en die raad is de verhoging en verheerlijking van Zijn geliefde Zoon. Het kan niet zonder nut zijn deze eenheid van de gedachte en de veelheid ervan in het kort na te gaan.

In de eerste plaats zien wij daar iets van in de schepping van de eerste mens, toen God hem formeerde naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis. Hier vinden wij de ene gedachte van God uitgedrukt; want de eerste Adam was een voorbeeld van de tweede Adam. En zoals Christus naar de afstamming de zoon van Adam was, zo was er in de schepping van de eerste mens een voorafschaduwing van de vleeswording van Gods geliefde Zoon, Die het afschijnsel is van Zijn heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid.

Let in de tweede plaats op hoe alle dingen aan de voeten van Adam onderworpen waren, zodat hij het zichtbare hoofd van de schepping was. Lees deze verhoging in het licht van Psalm 8, en u zult zien hoe de psalmist door inspiratie, zoals de apostel dat in Hebreeën 2:7-9 verklaart, Adam, aan wiens voeten alle dingen onderworpen waren, zag als een voorbeeld van Jezus, Die God met eer en heerlijkheid gekroond heeft, Die Hij over de werken van Zijn handen heeft gesteld, en aan Wiens voeten Hij alle dingen onderworpen heeft.

Kijk vervolgens naar de eerste belofte, gegeven na de val, dat het Zaad van de vrouw de kop van satan zou vermorzelen. Hier hebben wij de ene gedachte van God opnieuw uitgedrukt: Zijn alles beheersende en alles besturende raad in de vleeswording van Zijn geliefde Zoon, als het Zaad van de vrouw, om de kop van satan te vermorzelen. Let op Noach, die met zijn gezin in de ark bewaard werd toen de rest van de wereld door de zondvloed werd weggevaagd, zodat het beloofde zaad uit de lendenen van Adam zou voortkomen. Neem Abraham, geroepen met een bijzondere roeping, zodat in hem en zijn zaad alle volken van de aarde gezegend zouden worden. Hier hebben wij opnieuw Gods ene gedachte.

Neem vervolgens de Levitische dienst. Elke plechtigheid, elk offer, elk voorbeeld, elk voorschrift: zij dragen allemaal hetzelfde stempel van deze ene gedachte van God. Inderdaad is elk deel van de Schrift niet meer dan een uitwerking van deze ene gedachte in het hart van God, van deze ene raad van Zijn eeuwige wil. Het Woord van God is voor ons een volkomen verborgenheid, en wij zien geen schoonheid of samenhang in de verschillende boeken van het Oude of het Nieuwe Testament, tenzij wij de gedachte van God erin zien, of Gods gedachten die erin uitgedrukt zijn. En dan vooral die verheven gedachte waarover ik gesproken heb, die alles samenvat: de verhoging van Zijn lieve Zoon aan Zijn rechterhand, als de beloofde beloning voor Zijn lijden en sterven, en het heerlijke gevolg van Zijn opstanding en hemelvaart in de gewesten van de eeuwige zaligheid.

Aan de lezer…

Vermoeide pelgrim, nu dit jaar ten einde loopt, ligt er misschien veel achter u dat u niet begrijpt: verlies, verwarring, wegen die nergens heen leken te gaan. Weet dan dat er door al Gods werken één verheven gedachte loopt, als een gouden band die het geheel samenbindt. Zijn gedachten zijn vele, maar Zijn raad is maar één, en die raad zal bestaan in eeuwigheid. Hij werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil.

En wat is die raad? De verhoging en verheerlijking van Zijn geliefde Zoon. Is uw ziel daarin geborgen, dan staat ook uw leven onder die ene gedachte van God, hoe verward het in uw eigen ogen ook mag lijken. Zie dan, met het oude jaar achter u en het nieuwe voor u, niet in de eerste plaats op uw eigen wegen, maar op Jezus, Die God met eer en heerlijkheid gekroond heeft. Hij heeft het Zelf gezegd: „Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina