6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Opdat ik mij verblijde met de blijdschap uws volks.
Psalm 106:5
Wat is „de blijdschap van Gods volk”? Verlost te zijn „zonder geld en zonder prijs”; verlost te zijn door genade — vrij en rijk; soevereine, oneindige genade, zonder het minste werk, zonder een greintje verdienste van het schepsel, zonder iets van het vlees. Dit is „de blijdschap van Gods volk”: zich te verheugen in vrije genade; overvloedige genade over de vele zonden; genade zegevierend heersende over de treurige boosheid van ons hart. Het is genade die het hart van de mens verblijdt. O! heerlijke genade, gezegende genade! wanneer wij er voor onze zielen deel aan hebben.
O! welk een hulp, welk een kracht, welk een rust voor een arme, zwoegende, worstelende, slavende ziel, te bevinden dat genade alles volbracht heeft; te gevoelen dat de genade gezegevierd heeft in het kruis van Christus; te bevinden dat er niets meer gevraagd wordt, niets meer nodig is, niets meer behoeft gedaan te worden. Het is een vol en volmaakt, volkomen en afgedaan werk. O! zoete klank, wanneer zij tot het hart komt, het geweten aanraakt en zegenend in de ziel wordt uitgestort.
Dit is „de blijdschap van Gods volk”; dit verheugt hun hart, dat het werk volbracht, de strijd volstreden is; dat de Gemeente Gods „van de hand des Heeren dubbel voor al haar zonden ontvangen heeft”; dit is de troostende klank waarmede God „zijn volk vertroost”; dit maakt het volk verblijd en doet hun hart van vreugde huppelen en dansen. Heeft uw hart nooit bij dit geluid gehuppeld? — Slechts voor een ogenblik? Heeft de genade nooit liefelijk in uw ziel geklonken en uw hart van vreugde in u doen opspringen? Zo ja, dan weet gij wat de blijdschap van Gods volk is.
Maar ’t vrome volk, in U verheugd,
zal huppelen van zielevreugd,
daar zij hun wens verkrijgen.
Hun blijdschap zal dan onbepaald
door ’t licht, dat van zijn aanzicht straalt,
ten hoogsten toppunt stijgen.
Ps. 68:2
Aan de lezer…
Zwoegt en worstelt u, lezer, alsof uw behoud nog van uw inspanning afhangt? Tobt u met wat u nog moet doen, voelen of worden voordat u zich mag verblijden? Hoor dan wat ik de blijdschap van Gods volk noem: verlost te zijn zonder geld en zonder prijs, door vrije, soevereine genade, zonder enige verdienste van het schepsel, genade die overvloedig is over vele zonden.
Welk een rust voor een slavende ziel, te vernemen dat het werk volbracht is en de strijd gestreden; dat er niets meer gevraagd wordt en niets meer gedaan behoeft te worden, omdat de genade gezegevierd heeft in het kruis van Christus. Heeft uw hart daar ooit, al was het maar een ogenblik, van opgesprongen? Dan weet u iets van die blijdschap. En kent u haar nog niet, vraag dan of die zoete klank ook in uw ziel mag worden uitgestort.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat ik mij verblijde met de blijdschap uws volks.
Psalm 106:5
Wat is „de blijdschap van Gods volk”? Verlost te zijn „zonder geld en zonder prijs”; verlost te zijn door genade, vrij en rijk; soevereine, oneindige genade, zonder het minste werk, zonder een greintje verdienste van het schepsel, zonder iets van het vlees. Dit is „de blijdschap van Gods volk”: zich verheugen in vrije genade, genade die overvloedig is boven de vele zonden, genade die zegevierend heerst over de treurige boosheid van ons hart. Het is genade die het hart van de mens verblijdt. O, heerlijke genade, gezegende genade, wanneer wij er voor onze zielen deel aan hebben!
O, wat een hulp, wat een kracht, wat een rust is het voor een arme, zwoegende, worstelende, slavende ziel om te ervaren dat de genade alles volbracht heeft! Te voelen dat de genade gezegevierd heeft in het kruis van Christus; te ervaren dat er niets meer gevraagd wordt, niets meer nodig is, niets meer gedaan hoeft te worden. Het is een vol en volmaakt, volkomen en afgedaan werk. O, zoete klank, wanneer die tot het hart komt, het geweten aanraakt en zegenend in de ziel wordt uitgestort!
Dit is „de blijdschap van Gods volk”. Dit verheugt hun hart: dat het werk volbracht is en de strijd gestreden; dat de Gemeente van God „van de hand des Heeren dubbel voor al haar zonden ontvangen heeft”. Dit is de troostende klank waarmee God „zijn volk vertroost”. Dit maakt het volk blij en doet hun hart van vreugde huppelen en dansen. Heeft uw hart nooit bij dit geluid gehuppeld, al was het maar voor een ogenblik? Heeft de genade nooit lieflijk in uw ziel geklonken en uw hart van vreugde in u doen opspringen? Zo ja, dan weet u wat de blijdschap van Gods volk is.
Maar ’t vrome volk, in U verheugd,
zal huppelen van zielevreugd,
daar zij hun wens verkrijgen.
Hun blijdschap zal dan onbepaald
door ’t licht, dat van zijn aanzicht straalt,
ten hoogsten toppunt stijgen.
Ps. 68:2
Aan de lezer…
Zwoegt en worstelt u, lezer, alsof uw behoud nog van uw inspanning afhangt? Tobt u met wat u nog moet doen, voelen of worden voordat u zich mag verblijden? Hoor dan wat ik de blijdschap van Gods volk noem: verlost te zijn zonder geld en zonder prijs, door vrije, soevereine genade, zonder enige verdienste van het schepsel, genade die overvloedig is boven vele zonden.
Wat een rust voor een slavende ziel om te horen dat het werk volbracht is en de strijd gestreden; dat er niets meer gevraagd wordt en niets meer gedaan hoeft te worden, omdat de genade gezegevierd heeft in het kruis van Christus. Is uw hart daarbij ooit, al was het maar een ogenblik, opgesprongen? Dan weet u iets van die blijdschap. En kent u haar nog niet, vraag dan of die zoete klank ook in uw ziel uitgestort mag worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That I may rejoice in the gladness of thy nation.
Psalm 106:5
What is “the gladness of God’s people?” To be saved “without money and without price;” to be saved by grace–free, rich, sovereign, distinguishing grace, without one atom of works, without one grain of creature merit, without anything of the flesh. This is “the gladness of God’s nation;” to rejoice in free grace, grace super-abounding over the aboundings of sin, grace reigning triumphant over the dreadful evils of our heart. It is grace that “gladdens” a man’s heart. Oh! sweet grace, blessed grace! when it meets our case and reaches our souls. Oh! what a help, what a strength, what a rest for a poor toiling, striving, laboring soul, to find that grace has done all the work, to feel that grace has triumphed in the cross of Christ, to find that nothing is required, nothing is needed, nothing is to be done. It is a full and perfect, complete and finished work. Oh! sweet sound, when it reaches the heart and touches the conscience, and is shed blessedly abroad in the soul.
This is “the gladness of God’s nation;” this makes their heart glad, that the work is finished, that the warfare is accomplished, that the Church of God “has received of the Lord’s hand double for all her sins;” this is the comforting sound with which God “comforts His people;” this makes the nation glad, and their heart to leap and dance for joy. Has your heart never leaped at the sound?–only for a moment? Has grace never sounded sweetly in your soul, and made your very heart dance within you? If it has, you know what is “the gladness of God’s nation.”
To the reader…
Do you toil and struggle as though your salvation still depended on your own efforts? Do you labour over what you still have to do, feel or become before you may rejoice? Then hear what I call the gladness of God’s people: to be saved without money and without price, by free, sovereign grace, without any merit of the creature, grace that superabounds over many sins.
What a rest for a toiling soul to hear that the work is finished and the warfare accomplished; that nothing more is required and nothing more needs to be done, because grace has triumphed in the cross of Christ. Has your heart ever leaped at that, even if only for a moment? Then you know something of that gladness. And if you do not yet know it, ask that this sweet sound may be shed abroad in your soul as well.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para que me goce en la alegría de Tu gente.
Salmo 106:5
¿Qué es “la alegría del pueblo de Dios”? Ser salvos “sin dinero y sin precio”; ser salvos por gracia, gracia libre, rica, soberana y distintiva, sin un átomo de obras, sin un grano de mérito de la criatura, sin nada de la carne. Esta es “la alegría de la gente de Dios”: regocijarse en la gracia libre, la gracia que sobreabunda sobre la abundancia del pecado, la gracia que reina triunfante sobre los terribles males de nuestro corazón. Es la gracia la que “alegra” el corazón de un hombre. ¡Oh, dulce gracia, bendita gracia!, cuando se ajusta a nuestro caso y alcanza nuestras almas. ¡Oh, qué ayuda, qué fuerza, qué descanso para un alma pobre que se afana, se esfuerza y trabaja, hallar que la gracia ha hecho toda la obra, sentir que la gracia ha triunfado en la cruz de Cristo, hallar que nada se requiere, nada se necesita, nada hay que hacer! Es una obra plena y perfecta, completa y acabada. ¡Oh, dulce sonido, cuando alcanza el corazón y toca la conciencia, y es derramado benditamente en el alma!
Esta es “la alegría de la gente de Dios”; esto alegra su corazón: que la obra está acabada, que el tiempo de su milicia se ha cumplido, que la Iglesia de Dios “ha recibido de la mano de Jehová el doble por todos sus pecados”; este es el sonido consolador con el que Dios “consuela a Su pueblo”; esto alegra a la nación y hace que su corazón salte y dance de gozo. ¿No ha saltado nunca su corazón a ese sonido, aunque sea solo por un momento? ¿No ha sonado nunca dulcemente la gracia en su alma, haciendo danzar su mismo corazón dentro de usted? Si ha sido así, usted sabe qué es “la alegría de la gente de Dios”.
Al lector…
¿Se afana y lucha usted como si su salvación dependiera todavía de sus propios esfuerzos? ¿Trabaja sobre lo que aún tiene que hacer, sentir o llegar a ser antes de poder regocijarse? Entonces oiga lo que llamo la alegría del pueblo de Dios: ser salvos sin dinero y sin precio, por gracia libre y soberana, sin ningún mérito de la criatura, gracia que sobreabunda sobre muchos pecados.
¡Qué descanso para un alma que se afana oír que la obra está acabada y el tiempo de la milicia cumplido; que nada más se requiere y nada más hay que hacer, porque la gracia ha triunfado en la cruz de Cristo! ¿Ha saltado alguna vez su corazón por eso, aunque sea solo por un momento? Entonces conoce algo de esa alegría. Y si todavía no la conoce, pida que ese dulce sonido sea derramado también en su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Christus’ zitten ter rechterhand Gods
Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
Efeze 2:10
Eén punt moeten we altijd in gedachten houden, want het zal ons zeker worden geleerd als we tot Zijn trouwe onderdanen behoren, namelijk dat, hoe groot de voordelen en zegeningen ook zijn van zo’n Koning te hebben als onze barmhartige en heerlijke Vorst, we ze alleen echt kunnen kennen en zelf beseffen als we gehoorzaam aan het geloof zijn geworden. Laten we onszelf niet bedriegen door Zijn heerschappij slechts te zien en te erkennen, terwijl ons hart is verstoken van onderwerping aan Zijn gezag. „Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is” (Matt. 7:21). De Heilige Geest maakt, in Psalm 18, onderscheid tussen de ware gehoorzaamheid van Christus’ „kinderen” en de „vreemdelingen” van God en godvruchtigheid. „Zo haast als hun oor van mij hoorde, hebben zij mij gehoorzaamd; vreemden hebben zich mij geveinsdelijk onderworpen.”
Maar dezelfde genade die het hart eerlijk maakt en het in bereidwillige gehoorzaamheid doet buigen voor Christus’ heerschappij; dezelfde heilige zalving die, door de liefde en het bloed van het kruis te openbaren, de koppige wil loutert en de harde geest zacht en meegaand maakt, opent ook de ogen van het kind van God om te zien, en zijn ziel om zijn dagelijkse behoefte aan Jezus als zijn genadige Koning te ervaren. Zijn heerschappij wordt ervaren als een heerschappij van genade; Zijn koninkrijk als een innerlijk koninkrijk (Luk. 17:21), „want het Koninkrijk Gods is niet gelegen in woorden, maar in kracht” (1 Kor. 4:20); „niet spijs en drank” – het in acht nemen van de wet en vleselijke gehoorzaamheid – „maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door de Heilige Geest” (Rom. 14:17).
Lezen: Efeze 1:15-2:10
Aan de lezer…
Wat betekent het voor u dat Christus Koning is? Lieve lezer, het is mogelijk om Zijn heerschappij te erkennen en met de mond „Heere, Heere” te zeggen, terwijl het hart zich niet aan Hem onderwerpt. Laten wij onszelf daarin niet bedriegen. Vreemden onderwerpen zich geveinsd, maar Zijn kinderen gehoorzamen van harte, al is het met veel zwakheid.
Maar zie ook de troost die hier verborgen ligt. Dezelfde genade die het hart eerlijk maakt, die door de liefde en het bloed van het kruis de koppige wil zacht en meegaand maakt, leert u ook dagelijks uw behoefte aan Hem kennen. Zijn heerschappij is een heerschappij van genade. Zijn koninkrijk is niet gelegen in woorden, maar in kracht: in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest. Buig dan voor Hem; Hij is een barmhartige Vorst.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
Efeze 2:10
Eén punt moeten we altijd voor ogen houden, want het zal ons zeker geleerd worden als we tot Zijn trouwe onderdanen behoren. Hoe groot de voordelen en zegeningen ook zijn van het hebben van zo’n Koning als onze barmhartige en heerlijke Vorst, we kunnen ze alleen werkelijk kennen en zelf ervaren als we gehoorzaam zijn geworden aan het geloof. Laten we onszelf niet bedriegen door Zijn heerschappij alleen te zien en te erkennen, terwijl ons hart zich niet aan Zijn gezag onderwerpt. „Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is” (Matt. 7:21). De Heilige Geest maakt in Psalm 18 onderscheid tussen de ware gehoorzaamheid van Christus’ „kinderen” en de „vreemdelingen” van God en godsvrucht: „Zo haast als hun oor van mij hoorde, hebben zij mij gehoorzaamd; vreemden hebben zich mij geveinsdelijk onderworpen.”
Maar dezelfde genade die het hart eerlijk maakt en het in bereidwillige gehoorzaamheid doet buigen voor Christus’ heerschappij, dezelfde heilige zalving die door de liefde en het bloed van het kruis te openbaren de koppige wil loutert en de harde geest zacht en buigzaam maakt, opent ook de ogen van het kind van God. Hij ziet en ervaart in zijn ziel hoe hij dagelijks Jezus nodig heeft als zijn genadige Koning. Zijn heerschappij wordt ervaren als een heerschappij van genade, Zijn koninkrijk als een innerlijk koninkrijk (Luk. 17:21), „want het Koninkrijk Gods is niet gelegen in woorden, maar in kracht” (1 Kor. 4:20); „niet spijs en drank” – het in acht nemen van de wet en vleselijke gehoorzaamheid – „maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door de Heilige Geest” (Rom. 14:17).
Lezen: Efeze 1:15-2:10
Aan de lezer…
Wat betekent het voor u dat Christus Koning is? Het is mogelijk, lezer, om Zijn heerschappij te erkennen en met de mond „Heere, Heere” te zeggen, terwijl het hart zich niet aan Hem onderwerpt. Laten wij onszelf daarin niet bedriegen. Vreemden onderwerpen zich geveinsd, maar Zijn kinderen gehoorzamen van harte, al is het met veel zwakheid.
Maar zie ook de troost die hier verborgen ligt. Dezelfde genade die het hart eerlijk maakt, die door de liefde en het bloed van het kruis de koppige wil zacht en buigzaam maakt, leert u ook dagelijks uw behoefte aan Hem kennen. Zijn heerschappij is een heerschappij van genade. Zijn koninkrijk is niet gelegen in woorden, maar in kracht: in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest. Buig dan voor Hem; Hij is een barmhartige Vorst.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For we are His workmanship, created in Christ Jesus unto good works, which God hath before ordained that we should walk in them.
Ephesians 2:10
One point we must always keep in view, for it will certainly be taught us if we are among His faithful subjects. However great the benefits and blessings of having such a King as our merciful and glorious Sovereign, we can only really know them and experience them for ourselves if we have become obedient to the faith. Let us not deceive ourselves by merely seeing and acknowledging His rule, while our heart does not submit to His authority. “Not every one that saith unto Me, Lord, Lord, shall enter into the kingdom of heaven; but he that doeth the will of My Father which is in heaven” (Matt. 7:21). The Holy Ghost in Psalm 18 distinguishes between the true obedience of Christ’s “children” and the “strangers” to God and godliness: “As soon as they hear of Me, they shall obey Me: the strangers shall yield feigned obedience unto Me.”
But the same grace which makes the heart honest and bends it in willing obedience to Christ’s rule, the same holy anointing which, by revealing the love and blood of the cross, purges the stubborn will and makes the hard spirit soft and pliable, also opens the eyes of the child of God. He sees and experiences in his soul how he daily needs Jesus as his gracious King. His rule is experienced as a rule of grace, His kingdom as an inward kingdom (Luke 17:21), “for the kingdom of God is not in word, but in power” (1 Cor. 4:20); “not meat and drink” (the observance of the law and fleshly obedience) “but righteousness, and peace, and joy in the Holy Ghost” (Rom. 14:17).
Reading: Ephesians 1:15-2:10
To the reader…
What does it mean to you that Christ is King? It is possible, reader, to acknowledge His rule and to say “Lord, Lord” with the mouth, while the heart does not submit to Him. Let us not deceive ourselves in this. Strangers submit with feigned obedience, but His children obey from the heart, though it be with much weakness.
But see also the comfort that lies hidden here. The same grace which makes the heart honest, which by the love and blood of the cross makes the stubborn will soft and pliable, also teaches you daily to know your need of Him. His rule is a rule of grace. His kingdom is not in word, but in power: in righteousness, peace and joy in the Holy Ghost. Bow before Him, then; He is a merciful Sovereign.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque somos hechura Suya, criados en Cristo Jesús para buenas obras, las cuales Dios preparó para que anduviésemos en ellas.
Efesios 2:10
Hay un punto que siempre debemos tener presente, porque ciertamente se nos enseñará si estamos entre Sus súbditos fieles. Por grandes que sean los beneficios y bendiciones de tener a tal Rey como nuestro Soberano misericordioso y glorioso, solo podemos conocerlos de verdad y experimentarlos por nosotros mismos si hemos llegado a ser obedientes a la fe. No nos engañemos limitándonos a ver y reconocer Su gobierno, mientras nuestro corazón no se somete a Su autoridad. “No todo el que Me dice: Señor, Señor, entrará en el reino de los cielos: mas el que hiciere la voluntad de Mi Padre que está en los cielos” (Mat. 7:21). El Espíritu Santo, en el Salmo 18, distingue entre la verdadera obediencia de los “hijos” de Cristo y los “extraños” a Dios y a la piedad: “Así que hubo oído, Me obedeció; los hijos de extraños Me mintieron”.
Pero la misma gracia que hace sincero el corazón y lo inclina en obediencia voluntaria al gobierno de Cristo, la misma santa unción que, revelando el amor y la sangre de la cruz, purga la voluntad obstinada y hace blando y dócil el espíritu duro, abre también los ojos del hijo de Dios. Él ve y experimenta en su alma cómo necesita cada día a Jesús como su Rey lleno de gracia. Su gobierno se experimenta como un gobierno de gracia, Su reino como un reino interior (Luc. 17:21), “porque el reino de Dios no consiste en palabras, sino en virtud” (1 Cor. 4:20); “no es comida ni bebida” (la observancia de la ley y la obediencia carnal), “sino justicia y paz y gozo por el Espíritu Santo” (Rom. 14:17).
Lectura: Efesios 1:15-2:10
Al lector…
¿Qué significa para usted que Cristo es Rey? Es posible, lector, reconocer Su gobierno y decir “Señor, Señor” con la boca, mientras el corazón no se somete a Él. No nos engañemos en esto. Los extraños se someten con obediencia fingida, pero Sus hijos obedecen de corazón, aunque sea con mucha debilidad.
Pero vea también el consuelo que aquí se esconde. La misma gracia que hace sincero el corazón, que por el amor y la sangre de la cruz hace blanda y dócil la voluntad obstinada, le enseña también cada día a conocer su necesidad de Él. Su gobierno es un gobierno de gracia. Su reino no consiste en palabras, sino en poder: en justicia, paz y gozo por el Espíritu Santo. Inclínese, pues, ante Él; es un Soberano misericordioso.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom, vervullen al uw nooddruft in heerlijkheid, door Christus Jezus.
Filippenzen 4:19
Ach! indien er geen Christus Jezus ware, er zou geen plaatsvervanger of vervuller onzer noden zijn. Onze ellendige zielen zouden moeten huilen in de hel, ware er geen Middelaar aan de rechterhand des Vaders, de gezegende Jezus, vol van liefde, medelijden en macht, mede gelijk en mede eeuwig naar Zijn Goddelijke natuur met de Vader en de Heilige Geest, en toch de Godmens, in Wie het de Vader behaagd heeft dat in Hem al de volheid wonen zou. Indien er geen zodanige gezegende Verlosser en Voorspraak was aan de rechterhand Gods, zou er geen enkele druppel vertroosting, noch een stipje hoop, noch genade of vrucht des Geestes zijn om ons te onderscheiden van de verdoemden in de hel. Dit zou voor eeuwig ons lot en deel zijn.
O, wij moesten nooit vergeten het Kanaal door Welke ons deze genadeweldaden toevloeien; wij moeten nooit, zelfs niet voor één ogenblik, de gedachte voeden dat deze ons door enig ander persoon of door een andere weg zouden kunnen geschonken worden dan alleen door Gods eniggeboren Zoon, nu in onze natuur aan Zijn rechterhand, als onze Advocaat, Middelaar en Voorspraak bij de Vader.
En deze vervulling onzer noden is naar de rijkdom Zijner heerlijkheid. Dit is, naar ik geloof, een Hebreeuwse uitdrukking, beduidende: „Zijn heerlijke rijkdommen”. Rijkdommen, zó groot, zó onbepaald, zó onmetelijk, die de ziel tot zó een hoogte van heerlijkheid opheffen, dat ze wel heerlijk mogen genoemd worden. En deze „in Jezus Christus”. Rijkdommen, in Hem opgelegd, in Hem besloten, en vrijelijk uit Hem vloeiende, juist overeenkomstig de behoeften en oefeningen van Zijn volk.
Aan de lezer…
Is uw nood groot, lieve lezer? Zijn er dagen waarin u in uzelf geen druppel vertroosting en geen stipje hoop meer vindt? Ik verzwijg niet wat ons deel zou zijn als er geen Christus Jezus was. Maar juist daarom klinkt dit woord zo zoet: „Mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft in heerlijkheid, door Christus Jezus.” Niet een deel van uw nood, maar al uw nooddruft.
Vergeet dan nooit het Kanaal waardoor deze weldaden toevloeien. Zoek ze niet bij een ander persoon of langs een andere weg, maar bij Gods eniggeboren Zoon, Die nu in onze natuur aan de rechterhand des Vaders uw Voorspraak is. In Hem is al de volheid; Zijn rijkdommen zijn onmetelijk en vloeien vrijelijk uit Hem, juist overeenkomstig de behoeften van Zijn volk. Breng uw armoede maar tot Hem. Hij is rijk genoeg voor u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom, vervullen al uw nooddruft in heerlijkheid, door Christus Jezus.
Filippenzen 4:19
Ach, als er geen Christus Jezus was, zou er niemand zijn die in onze plaats trad en in onze noden voorzag. Onze ellendige zielen zouden moeten wenen in de hel, als er geen Middelaar was aan de rechterhand van de Vader: de gezegende Jezus, vol liefde, medelijden en macht, naar Zijn Goddelijke natuur aan de Vader en de Heilige Geest gelijk en met Hen eeuwig, en toch de Godmens, in Wie het de Vader behaagd heeft dat al de volheid wonen zou. Als er geen zodanige gezegende Verlosser en Voorspraak was aan de rechterhand van God, zou er geen enkele druppel troost zijn, geen sprankje hoop, en geen genade of vrucht van de Geest om ons te onderscheiden van de verdoemden in de hel. Dat zou voor eeuwig ons lot en deel zijn.
O, we zouden nooit het Kanaal moeten vergeten waardoor deze genadeweldaden naar ons toe vloeien. We moeten nooit, zelfs niet voor één ogenblik, de gedachte koesteren dat ze ons door een ander persoon of langs een andere weg geschonken zouden kunnen worden dan alleen door Gods eniggeboren Zoon, Die nu in onze natuur aan Zijn rechterhand is als onze Advocaat, Middelaar en Voorspraak bij de Vader.
En deze vervulling van onze noden is naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Dit is, naar ik geloof, een Hebreeuwse uitdrukking die betekent: „Zijn heerlijke rijkdommen”. Rijkdommen die zo groot, zo onbegrensd, zo onmetelijk zijn, en die de ziel tot zo’n hoogte van heerlijkheid opheffen, dat ze wel heerlijk genoemd mogen worden. En dat „in Jezus Christus”: rijkdommen die in Hem zijn weggelegd, in Hem besloten liggen en vrij uit Hem vloeien, precies overeenkomstig de behoeften en oefeningen van Zijn volk.
Aan de lezer…
Is uw nood groot? Zijn er dagen waarin u in uzelf geen druppel troost en geen sprankje hoop meer vindt? Ik verzwijg niet wat ons deel zou zijn als er geen Christus Jezus was. Maar juist daarom klinkt dit woord zo zoet: „Mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft in heerlijkheid, door Christus Jezus.” Niet een deel van uw nood, maar al uw nooddruft.
Vergeet dan nooit het Kanaal waardoor deze weldaden naar u toe vloeien. Zoek ze niet bij een ander persoon of langs een andere weg, maar bij Gods eniggeboren Zoon, Die nu in onze natuur aan de rechterhand van de Vader uw Voorspraak is. In Hem is al de volheid; Zijn rijkdommen zijn onmetelijk en vloeien vrij uit Hem, precies overeenkomstig de behoeften van Zijn volk. Breng uw armoede maar bij Hem. Hij is rijk genoeg voor u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But my God shall supply all your need according to His riches in glory by Christ Jesus.
Philippians 4:19
Oh! if there were no Christ Jesus, there could be no “supply.” Howling in hell would our miserable souls be, unless there were a Mediator at the right hand of the Father; a blessed Jesus, full of love, pity, and power, co-equal and co-eternal in His divine nature with the Father and the Holy Spirit, and yet the God-Man, in Whom “it has pleased the Father that all fullness should dwell.”
If there were not such a blessed Mediator at the right hand of God, not one drop of spiritual comfort, not one particle of hope, not one grace or fruit of the Spirit to distinguish us from the damned in hell, would ever be our lot or portion. Oh! we should never forget the channel through which these mercies come; we should never, for one moment, think that they could come through any other Person or in any other way, than through God’s only begotten Son, now in our nature, at His right hand, as our Advocate, Mediator, and Intercessor with the Father.
And this supply is “according to the riches of His glory;” which is, I believe, a Hebrew idiom, signifying His glorious riches—riches so great, so unlimited, so unfathomable, raising up the soul to such a height of glory, that they may well be called “glorious.” And these “in Christ Jesus;” stored up in Him, locked up in Him, and supplied freely out of Him, just according to the needs and exercises of God’s people.
To the reader…
Is your need great? Are there days when you no longer find in yourself a drop of comfort or a spark of hope? I do not keep silent about what our portion would be if there were no Christ Jesus. But that is exactly why this word sounds so sweet: “My God shall supply all your need according to His riches in glory by Christ Jesus.” Not a part of your need, but all your need.
Never forget, then, the Channel through which these mercies flow to you. Do not seek them from any other person or by any other way, but from God’s only begotten Son, Who now, in our nature, at the right hand of the Father, is your Advocate. In Him is all fullness; His riches are unfathomable and flow freely out of Him, exactly according to the needs of His people. Bring your poverty to Him. He is rich enough for you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mi Dios, pues, suplirá todo lo que os falta conforme a Sus riquezas en gloria en Cristo Jesús.
Filipenses 4:19
¡Oh, si no hubiera Cristo Jesús, no podría haber “suplir” alguno! Aullando en el infierno estarían nuestras miserables almas, si no hubiera un Mediador a la diestra del Padre; un bendito Jesús, lleno de amor, compasión y poder, igual y coeterno en Su naturaleza divina con el Padre y el Espíritu Santo, y sin embargo el Dios-Hombre, en quien “agradó al Padre que habitase toda plenitud”.
Si no hubiera tal bendito Mediador a la diestra de Dios, ni una gota de consuelo espiritual, ni una partícula de esperanza, ni una sola gracia o fruto del Espíritu que nos distinguiera de los condenados en el infierno, sería jamás nuestra suerte o porción. ¡Oh, nunca deberíamos olvidar el cauce por el cual vienen estas misericordias; nunca deberíamos pensar, ni por un momento, que pudieran venir por medio de ninguna otra Persona ni de ninguna otra manera que por medio del Hijo unigénito de Dios, que ahora, en nuestra naturaleza, está a Su diestra como nuestro Abogado, Mediador e Intercesor ante el Padre!
Y este suplir es “conforme a Sus riquezas en gloria”, lo cual es, según creo, un hebraísmo que significa Sus gloriosas riquezas: riquezas tan grandes, tan ilimitadas, tan insondables, que elevan el alma a tal altura de gloria que bien pueden llamarse “gloriosas”. Y estas “en Cristo Jesús”: atesoradas en Él, guardadas en Él y suministradas libremente de Él, exactamente conforme a las necesidades y ejercicios del pueblo de Dios.
Al lector…
¿Es grande su necesidad? ¿Hay días en que ya no encuentra en sí mismo una gota de consuelo ni una chispa de esperanza? No callo cuál sería nuestra porción si no hubiera Cristo Jesús. Pero precisamente por eso suena tan dulce esta palabra: “Mi Dios, pues, suplirá todo lo que os falta conforme a Sus riquezas en gloria en Cristo Jesús.” No una parte de lo que le falta, sino todo.
No olvide nunca, pues, el Cauce por el cual estas misericordias fluyen hacia usted. No las busque en ninguna otra persona ni por ningún otro camino, sino en el Hijo unigénito de Dios, que ahora, en nuestra naturaleza, a la diestra del Padre, es su Abogado. En Él está toda la plenitud; Sus riquezas son insondables y fluyen libremente de Él, exactamente conforme a las necesidades de Su pueblo. Traiga su pobreza a Él. Él es lo bastante rico para usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl