6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Deze zal zeggen: Ik ben des Heeren, en die zal zich noemen met de name Jacobs; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des Heeren; en zich toenoemen met de name Israëls.
Jesaja 44:5
„Een ander zal zich noemen met de name Jacobs.” Jacob was een worstelaar, want hij worstelde de gehele nacht met de engel, en om zijn worstelen werd hij gezegend. Zo kunt gij nu zijn een worstelende Jacob, maar zijt nog niet geworden de overmogende Israël. Gij moogt nu en dan in uw geweten niet zijn zonder een gevoel van schuld, en dikwijls twijfelen en vrezen of de wortel der zaak in u is, omdat gij de taal der verzekerdheid niet kunt gebruiken en zeggen: „Ik ben des Heeren.” En toch kunt gij een worstelende Jacob zijn.
De Heere kan Zijn Geest in u gelegd hebben om met Hem om de zegen te worstelen, en toch kan Hij u niet dat gepaste geloof geschonken hebben waardoor gij geloven kunt dat Hij de uwe is, en gij Hem zo kunt noemen. Hoe was de patriarch Jacob vol twijfel en vrees, toen zijn leven en dat van zijn vrouw en kinderen in de hand waren van de beledigde Ezau! Maar het was juist die vrees die hem te meer deed worstelen en te vuriger deed roepen: „Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent.” Kunt gij zeggen: „Ik zoek met mijn ganse hart om zulk een zegen; ik worstel erom met God door gebeden en smekingen, en niets dan dat kan mij bevredigen”? Als dat uw ervaring is, dan kunt gij u gewis met de naam van Jacob noemen.
„En zal zich toenoemen met de name Israëls.” Zo Jacob een worstelaar voorstelt in het rijk der genade, dan is Israël het beeld van iemand die de zegen verkregen heeft. Wanneer dus een worstelende Jacob door de kracht zijns arms God overmocht heeft, dan mag hij zich noemen met de naam Israël. Dan kan hij zeggen: „Ik heb met God geworsteld om de beloofde zegen, en heb die verkregen. Ik heb de Heere aangeroepen en Hij heeft mijn stem gehoord. Ik heb mijn bede voor Hem gelegd en Hij heeft ze eindelijk gehoord.” Zo worstelden en overwonnen Hanna, David, Hiskia en vele heiligen, zowel die reeds ontslapen zijn als zij die nog leven.
Ik lag gekneld in banden van de dood,
daar d’ angst der hel mij alle troost deed missen.
Ik was benauwd, omringd door droefenissen,
maar riep de Heer dus aan in al mijn nood.
Ps. 116:2, 3
Aan de lezer…
Misschien kunt u nog niet met vrijmoedigheid zeggen: „Ik ben des Heeren.” Twijfelt en vreest u of de wortel der zaak wel in u is, omdat de taal der verzekerdheid u niet over de lippen wil? Schrik dan niet te zeer van uzelf. Er is ook plaats voor een worstelende Jacob. Hij was vol vrees in de nacht voordat hij Ezau ontmoette, en juist die vrees dreef hem om te roepen: „Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent.”
Zoekt u met uw ganse hart naar de zegen en kan niets anders u bevredigen? Dan is het de Geest des Heeren Die u zo doet worstelen, en Hij geeft niet tevergeefs zulke zuchten. Houd aan met gebeden en smekingen, ook als het lang nacht blijft. Zo worstelden Hanna, David en Hiskia, en zij werden verhoord. De dag kan komen dat ook u zegt: „Ik heb de Heere aangeroepen en Hij heeft mijn stem gehoord.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Deze zal zeggen: Ik ben des Heeren, en die zal zich noemen met de name Jacobs; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des Heeren; en zich toenoemen met de name Israëls.
Jesaja 44:5
„Een ander zal zich noemen met de name Jacobs.” Jacob was een worstelaar, want hij worstelde de hele nacht met de engel, en om zijn worstelen werd hij gezegend. Zo kunt u nu een worstelende Jacob zijn, terwijl u nog niet de overmogende Israël bent geworden. Misschien bent u nu en dan in uw geweten niet vrij van een gevoel van schuld. Misschien twijfelt en vreest u vaak of de wortel van de zaak wel in u is, omdat u de taal van de verzekerdheid niet kunt gebruiken en niet kunt zeggen: „Ik ben des Heeren.” En toch kunt u een worstelende Jacob zijn.
De Heere kan Zijn Geest in u gelegd hebben om met Hem om de zegen te worstelen, terwijl Hij u nog niet het passende geloof geschonken heeft waardoor u kunt geloven dat Hij de uwe is, en waardoor u Hem zo kunt noemen. Wat was de aartsvader Jacob vol twijfel en vrees, toen zijn leven en dat van zijn vrouw en kinderen in de hand waren van de beledigde Ezau! Maar juist die vrees deed hem des te meer worstelen en des te vuriger roepen: „Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent.” Kunt u zeggen: „Ik zoek met mijn ganse hart om zulk een zegen; ik worstel erom met God door gebeden en smekingen, en niets dan dat kan mij bevredigen”? Als dat uw bevinding is, dan mag u zich met recht met de naam van Jacob noemen.
„En zal zich toenoemen met de name Israëls.” Als Jacob in het rijk van de genade het beeld is van een worstelaar, dan is Israël het beeld van iemand die de zegen ontvangen heeft. Wanneer een worstelende Jacob dus door de kracht van zijn arm God overmocht heeft, dan mag hij zich met de naam Israël noemen. Dan kan hij zeggen: „Ik heb met God geworsteld om de beloofde zegen, en heb die verkregen. Ik heb de Heere aangeroepen en Hij heeft mijn stem gehoord. Ik heb mijn bede voor Hem gelegd en Hij heeft ze eindelijk gehoord.” Zo worstelden en overwonnen Hanna, David, Hiskia en vele heiligen, zowel zij die al ontslapen zijn als zij die nog leven.
Ik lag gekneld in banden van de dood,
daar d’ angst der hel mij alle troost deed missen.
Ik was benauwd, omringd door droefenissen,
maar riep de Heer dus aan in al mijn nood.
Ps. 116:2, 3
Aan de lezer…
Misschien kunt u nog niet met vrijmoedigheid zeggen: „Ik ben des Heeren.” Twijfelt en vreest u of de wortel van de zaak wel in u is, omdat de taal van de verzekerdheid u niet over de lippen wil komen? Schrik dan niet te veel van uzelf. Er is ook plaats voor een worstelende Jacob. Hij was vol vrees in de nacht voordat hij Ezau ontmoette, en juist die vrees dreef hem om te roepen: „Ik laat U niet los, tenzij Gij mij zegent.”
Zoekt u met heel uw hart naar de zegen en kan niets anders u bevredigen? Dan is het de Geest van de Heere Die u zo doet worstelen, en Hij werkt zulke zuchten niet tevergeefs. Houd aan met gebeden en smekingen, ook als het lang nacht blijft. Zo worstelden Hanna, David en Hiskia, en zij werden verhoord. De dag kan komen dat ook u zegt: „Ik heb de Heere aangeroepen en Hij heeft mijn stem gehoord.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
One shall say, I am the LORD’s; and another shall call himself by the name of Jacob; and another shall subscribe with his hand unto the LORD, and surname himself by the name of Israel.
Isaiah 44:5
“Another shall call himself by the name of Jacob.” Jacob was a wrestler, for he wrestled all night with the angel; and by wrestling he obtained the blessing. So at present you may be a wrestling Jacob, but have not yet come off a prevailing Israel. You may not be without a sense of guilt and bondage at times in your conscience, and may often doubt and fear whether the root of the matter be in you, because you cannot use the language of assurance and say, “I am the Lord’s.” Still you may be a wrestling Jacob. The Lord may have put His Spirit in you to enable you to wrestle with Him for the blessing, and yet He may not have given you that appropriating faith whereby you can believe that He is yours, and can call Him such.
How full was the patriarch Jacob of doubt and fear when his own life, and that of his wife and children, lay in the very hands of the injured Esau! But it was this very fear which made him wrestle all the harder, and more fervently cry out, “I will not let you go except you bless me.” Can you not say, “I am seeking for a blessing of this kind with all my heart; I am wrestling with God for it by prayer and supplication, and nothing less can satisfy me?” If this be your experience, you certainly may “call yourself by the name of Jacob.”
“And shall surname himself by the name of Israel.” As Jacob represents a wrestler in the court of grace, so Israel is the emblem of one who has obtained the blessing. When, therefore, any wrestling Jacob has prevailed with God by strength of arm, he may surname himself by the name of Israel. He can then say, “I have wrestled with God for the promised blessing, and have obtained it. I have cried unto the Lord, and He has heard my cry. I have spread my petition before Him, and He has at last granted it.” So wrestled and so prevailed Hannah, David, Hezekiah, and many a saint both dead and living.
To the reader…
Perhaps you cannot yet say with boldness: “I am the LORD’s.” Do you doubt and fear whether the root of the matter is in you, because the language of assurance will not pass your lips? Then do not be too alarmed at yourself. There is room for a wrestling Jacob too. He was full of fear in the night before he met Esau, and it was that very fear that drove him to cry out: “I will not let Thee go, except Thou bless me.”
Are you seeking the blessing with all your heart, and can nothing else satisfy you? Then it is the Spirit of the Lord Who makes you wrestle so, and He does not work such sighs in vain. Keep on with prayers and supplications, even if the night lasts long. So wrestled Hannah, David and Hezekiah, and they were heard. The day may come when you too will say: “I cried unto the LORD, and He heard my voice.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Este dirá: Yo soy de Jehová; el otro se llamará del nombre de Jacob; y otro escribirá con su mano, A Jehová, y se apellidará con el nombre de Israel.
Isaías 44:5
“El otro se llamará del nombre de Jacob”. Jacob fue un luchador, porque luchó toda la noche con el ángel; y luchando obtuvo la bendición. Así, en el presente usted puede ser un Jacob que lucha, pero no haber salido todavía como un Israel que prevalece. Puede que a veces no esté libre de un sentimiento de culpa y servidumbre en su conciencia, y que a menudo dude y tema si la raíz del asunto está en usted, porque no puede usar el lenguaje de la seguridad y decir: “Yo soy de Jehová”. Aun así, puede ser un Jacob que lucha. Puede que el Señor haya puesto Su Espíritu en usted para capacitarle a luchar con Él por la bendición, y sin embargo no le haya dado todavía aquella fe apropiadora por la cual puede creer que Él es suyo y llamarle así.
¡Qué lleno de duda y temor estaba el patriarca Jacob cuando su propia vida, y la de su mujer y sus hijos, estaban en las mismas manos del agraviado Esaú! Pero fue precisamente este temor el que le hizo luchar con más fuerza y clamar con más fervor: “No te dejaré, si no me bendices”. ¿No puede usted decir: “Busco una bendición de esta clase con todo mi corazón; lucho con Dios por ella con oración y ruego, y nada menos puede satisfacerme”? Si esta es su experiencia, ciertamente puede “llamarse del nombre de Jacob”.
“Y se apellidará con el nombre de Israel”. Así como Jacob representa a un luchador en el tribunal de la gracia, Israel es el emblema de uno que ha obtenido la bendición. Por tanto, cuando algún Jacob que lucha ha prevalecido con Dios por la fuerza de su brazo, puede apellidarse con el nombre de Israel. Entonces puede decir: “He luchado con Dios por la bendición prometida, y la he obtenido. He clamado al Señor, y Él ha oído mi clamor. He presentado mi petición delante de Él, y al fin me la ha concedido”. Así lucharon y así prevalecieron Ana, David, Ezequías y muchos santos, tanto muertos como vivos.
Al lector…
Quizá usted todavía no pueda decir con denuedo: “Yo soy de Jehová”. ¿Duda y teme si la raíz del asunto está en usted, porque el lenguaje de la seguridad no pasa por sus labios? Entonces no se alarme demasiado de sí mismo. También hay lugar para un Jacob que lucha. Él estaba lleno de temor la noche antes de encontrarse con Esaú, y fue precisamente ese temor el que le impulsó a clamar: “No Te dejaré, si no me bendices”.
¿Busca la bendición con todo su corazón, y nada más puede satisfacerle? Entonces es el Espíritu del Señor Quien le hace luchar así, y Él no obra tales suspiros en vano. Persevere en oraciones y ruegos, aunque la noche dure mucho. Así lucharon Ana, David y Ezequías, y fueron oídos. Puede llegar el día en que también usted diga: “Clamé a Jehová, y Él oyó mi voz”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Mozes’ zegen over Israël
Welgelukzalig zijt gij, o Israël, wie is u gelijk? Gij zijt een volk, verlost door de Heere.
Deuteronomium 33:29
Hoe is Israël verlost? Hij is verlost door God de Vader, door Zijn eigen eeuwige voornemen, Zijn vaste bevel, Zijn onveranderlijke Woord en eed. Kan dat bevel worden gewijzigd? God zou ophouden God te zijn als Hij kon wankelen of twijfelen in Zijn eeuwige voornemens. Als Hij Zijn werk kon verbeuren, zou Hij niet langer Heere zijn. Wie is nu Israël gelijk? Het is een volk dat door God de Vader verlost is — niet zal wórden verlost, maar reeds verlost is, in Zijn eigen eeuwige raad.
Daarom is de verlossing van elk lid van het verborgen lichaam van Christus nu even volledig als het tot in de eeuwigheid zal zijn. „Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping” (2 Tim. 1:9). Hoe kan dan één lid van Christus’ verborgen lichaam verloren zijn? Hoe kan het zwakste lichaamsdeel van het Hoofd worden gescheiden en sterven? Als Israël een volk is dat door de Heere is verlost; als God de Vader hem reeds heeft verlost in Zijn eigen eeuwige raad met een vast besluit, wie kan Israël dan van zijn God scheiden?
Hoe zeker is dus de verlossing van het hele uitverkoren volk! Dat zij verlost zijn door de Heere, zegt de tekst zonder angst voor tegenspraak. O, hoe velen hebben geprobeerd zichzelf te verlossen! Hoe velen nemen nu, op ditzelfde moment, hun toevlucht tot andere zaken: sommigen tot een gebroken wet, die alleen maar beschuldigt en veroordeelt; anderen tot hun eigen rechtvaardigheid, die als een vuil vod is; sommigen tot hun eigen beslissingen, die slechts spinnenwebben zijn; en sommigen tot hoop op verbetering, die een leugen zal blijken te zijn.
Kijk eens naar Israël, hoe verre hij zich hiervan houdt; hij is door de Heere verlost. Daarom wil hij geen andere verlossing. Deze verlossing is volledig. En aangezien hij door de Heere is verlost, is zijn verlossing onvervreemdbaar en onvernietigbaar.
Lezen: Efeze 1:1-14
Aan de lezer…
Zoekt u uw verlossing wel op de rechte plaats? Misschien niet openlijk in de wet of in uw eigen rechtvaardigheid, maar toch stilletjes in uw goede voornemens, in de hoop dat u morgen beter zult zijn dan vandaag. Het zijn spinnenwebben, en u hebt het misschien al ervaren: ze houden het gewicht van uw schuld niet. Hoe velen hebben geprobeerd zichzelf te verlossen en zijn bedrogen uitgekomen!
Maar zie op Israël, het volk dat door de Heere verlost is: niet dat verlost zal worden, maar reeds verlost is in Zijn eeuwige raad. Dat rust niet op uw wankelmoedigheid, maar op Zijn onveranderlijk Woord en eed. Voelt u zich het zwakste lid van het lichaam, dan vraag ik u: hoe kan het zwakste lid van het Hoofd worden gescheiden? Laat dan alle andere toevlucht varen. Wie door de Heere verlost is, heeft geen andere verlossing nodig en zal haar ook nooit verliezen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Welgelukzalig zijt gij, o Israël, wie is u gelijk? Gij zijt een volk, verlost door de Heere.
Deuteronomium 33:29
Hoe is Israël verlost? Hij is verlost door God de Vader, door Zijn eigen eeuwig voornemen, Zijn vast besluit, Zijn onveranderlijk Woord en eed. Kan dat besluit veranderd worden? God zou ophouden God te zijn als Hij in Zijn eeuwige voornemens kon wankelen of twijfelen. Als Hij Zijn werk kon prijsgeven, zou Hij niet langer de Heere zijn. Wie is Israël dan gelijk? Het is een volk dat door God de Vader verlost is — dat niet verlost zál worden, maar al verlost ís, in Zijn eigen eeuwige raad.
Daarom is de verlossing van elk lid van het verborgen lichaam van Christus nu al even volkomen als zij tot in eeuwigheid zal zijn. „Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping” (2 Tim. 1:9). Hoe kan dan één lid van Christus’ verborgen lichaam verloren gaan? Hoe kan het zwakste lid van het Hoofd gescheiden worden en sterven? Als Israël een volk is dat door de Heere verlost is, en als God de Vader hem al in Zijn eigen eeuwige raad met een vast besluit verlost heeft, wie kan Israël dan van zijn God scheiden?
Hoe zeker is dus de verlossing van het hele uitverkoren volk! Dat zij door de Heere verlost zijn, zegt de tekst zonder vrees voor tegenspraak. O, hoe velen hebben geprobeerd zichzelf te verlossen! Hoe velen zoeken nu, op ditzelfde ogenblik, hun toevlucht bij andere dingen. Sommigen bij een gebroken wet, die alleen maar beschuldigt en veroordeelt; anderen bij hun eigen gerechtigheid, die als een wegwerpelijk kleed is; sommigen bij hun eigen voornemens, die maar spinnenwebben zijn; en sommigen bij de hoop op verbetering, die een leugen zal blijken te zijn.
Kijk eens naar Israël, hoe ver hij zich daarvan houdt: hij is door de Heere verlost. Daarom wil hij geen andere verlossing. Deze verlossing is volkomen. En omdat hij door de Heere verlost is, is zijn verlossing onvervreemdbaar en onvernietigbaar.
Lezen: Efeze 1:1-14
Aan de lezer…
Zoekt u uw verlossing wel op de juiste plaats? Misschien niet openlijk in de wet of in uw eigen gerechtigheid, maar toch stilletjes in uw goede voornemens, in de hoop dat u morgen beter zult zijn dan vandaag. Het zijn spinnenwebben, en misschien hebt u het al ervaren: ze houden het gewicht van uw schuld niet. Hoe velen hebben geprobeerd zichzelf te verlossen en zijn bedrogen uitgekomen!
Maar zie op Israël, het volk dat door de Heere verlost is: niet dat verlost zal worden, maar dat al verlost is in Zijn eeuwige raad. Dat rust niet op uw wankelmoedigheid, maar op Zijn onveranderlijk Woord en eed. Voelt u zich het zwakste lid van het lichaam, dan vraag ik u: hoe kan het zwakste lid van het Hoofd gescheiden worden? Laat dan alle andere toevlucht varen. Wie door de Heere verlost is, heeft geen andere verlossing nodig en zal haar ook nooit verliezen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Happy art thou, O Israel: who is like unto thee, O people saved by the LORD.
Deuteronomy 33:29
How is Israel saved? He is saved by God the Father, by His own eternal purpose, His fixed decree, His unchangeable Word and oath. Can that decree be altered? God would cease to be God if He could waver or hesitate in His eternal purposes. If He could abandon His work, He would no longer be the Lord. Who then is like unto Israel? He is a people saved by God the Father—not one that will be saved, but one that is already saved, in His own eternal counsel.
The salvation of every member of the mystical body of Christ is therefore as complete now as it will be to all eternity. “Who hath saved us, and called us with an holy calling” (2 Tim. 1:9). How then can one member of Christ’s mystical body be lost? How can the weakest member be severed from the Head and die? If Israel is a people saved by the Lord, and if God the Father has already saved him in His own eternal counsel by a fixed decree, who can separate Israel from his God?
How sure, then, is the salvation of the whole elect people! That they are saved by the Lord, the text declares without fear of contradiction. Oh, how many have tried to save themselves! How many are now, at this very moment, seeking their refuge in other things! Some in a broken law, which can only accuse and condemn; others in their own righteousness, which is as filthy rags; some in their own resolutions, which are but cobwebs; and some in the hope of amendment, which will prove to be a lie.
See Israel, how far he keeps himself from all this: he is saved by the Lord. Therefore he wants no other salvation. This salvation is complete. And because he is saved by the Lord, his salvation is inalienable and indestructible.
Reading: Ephesians 1:1-14
To the reader…
Are you looking for your salvation in the right place? Perhaps not openly in the law or in your own righteousness, but quietly all the same in your good resolutions, in the hope that tomorrow you will be better than today. They are cobwebs, and perhaps you have already found it so: they will not bear the weight of your guilt. How many have tried to save themselves and have come away deceived!
But look at Israel, the people saved by the Lord: not one that will be saved, but one that is already saved in His eternal counsel. That rests not upon your wavering, but upon His unchangeable Word and oath. If you feel yourself the weakest member of the body, then I ask you: how can the weakest member be severed from the Head? So let every other refuge go. Whoever is saved by the Lord needs no other salvation and will never lose it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Bienaventurado tú, oh Israel, ¿quién como tú, pueblo salvo por Jehová?
Deuteronomio 33:29
¿Cómo es salvo Israel? Es salvo por Dios el Padre, por Su propio propósito eterno, Su decreto firme, Su Palabra y juramento inmutables. ¿Puede alterarse ese decreto? Dios dejaría de ser Dios si pudiera vacilar o titubear en Sus propósitos eternos. Si pudiera abandonar Su obra, ya no sería el Señor. ¿Quién, pues, es como Israel? Es un pueblo salvo por Dios el Padre; no uno que será salvo, sino uno que ya es salvo, en Su propio consejo eterno.
La salvación de cada miembro del cuerpo místico de Cristo es, por tanto, tan completa ahora como lo será por toda la eternidad. “Que nos salvó y llamó con vocación santa” (2 Timoteo 1:9). ¿Cómo, pues, puede perderse un miembro del cuerpo místico de Cristo? ¿Cómo puede el miembro más débil ser cortado de la Cabeza y morir? Si Israel es un pueblo salvo por el Señor, y si Dios el Padre ya lo ha salvado en Su propio consejo eterno por un decreto firme, ¿quién puede separar a Israel de su Dios?
¡Cuán segura, pues, es la salvación de todo el pueblo escogido! Que son salvos por el Señor, el texto lo declara sin temor a ser contradicho. ¡Oh, cuántos han intentado salvarse a sí mismos! ¡Cuántos están ahora, en este mismo momento, buscando su refugio en otras cosas! Unos en una ley quebrantada, que solo puede acusar y condenar; otros en su propia justicia, que es como trapo de inmundicia; algunos en sus propias resoluciones, que no son más que telarañas; y algunos en la esperanza de enmendarse, que resultará ser una mentira.
Vea a Israel, cuán lejos se mantiene de todo esto: es salvo por el Señor. Por eso no quiere otra salvación. Esta salvación es completa. Y porque es salvo por el Señor, su salvación es inalienable e indestructible.
Lectura: Efesios 1:1-14
Al lector…
¿Busca usted su salvación en el lugar correcto? Quizá no abiertamente en la ley o en su propia justicia, pero sí calladamente en sus buenas resoluciones, en la esperanza de que mañana será mejor que hoy. Son telarañas, y quizá ya lo ha comprobado: no soportan el peso de su culpa. ¡Cuántos han intentado salvarse a sí mismos y han salido engañados!
Pero mire a Israel, el pueblo salvo por el Señor: no uno que será salvo, sino uno que ya es salvo en Su consejo eterno. Eso no descansa en su vacilación, sino en Su Palabra y juramento inmutables. Si se siente el miembro más débil del cuerpo, le pregunto: ¿cómo puede el miembro más débil ser cortado de la Cabeza? Deje, pues, todo otro refugio. Quien es salvo por el Señor no necesita otra salvación y nunca la perderá.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Colossenzen 3:4
Indien Christus uw leven op aarde is, gij een levendig geloof hebt in Zijn Goddelijke majesteit, indien enige druppen van Zijn liefde uw ziel bedauwd hebben en enige zoete toelachingen uw hart tot vertroosting waren, dan zou de apostel daarvan zeggen: „Wanneer nu Christus, Die uw leven is, zal komen met al Zijn heiligen, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Niet langer door de zonde en satan gekweld, niet langer een zwakke, ziekelijke tabernakel omgedragen, die het vat is van ontelbare kwalen en ongesteldheden, maar dan begenadigd met een reine ziel, gelijk zij rein is, en met een geestelijk lichaam, bekwaam om de eeuwige zaligheid te genieten.
Dan zult gij, verdrukte heiligen, die uw genegenheden gezet hebt op Hem Die gij niet gezien hebt en nochtans liefhebt, dan zult gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. En is dit niet waard dat gij er wat voor uitstaat? Is dit niet een gezegende uitkomst aan het eind der loopbaan? Is het niet waard dat gij die loopbaan loopt om die prijs te verkrijgen? Is dit geen ongekend rijke genadebeloning voor al uw verzoekingen, moeiten, droefheden en smarten? Dit te geloven, en dat niet tevergeefs, dat wanneer Hij zal geopenbaard worden, gij met Hem zult geopenbaard worden in heerlijkheid!
De Heere, indien het Hem behaagt, leide onze zielen in deze Goddelijke en gezegende waarheden! Zij zijn het wezen van de praktikale godzaligheid, en in zoverre wij deze beoefenen en leven onder de zoete invloeden en de bedauwde werkingen van de Geest der genade, zullen deze zaken ons tot bewijs onzer zaligheid dienen, waartoe, indien wij recht onderwezen zijn, ook al onze zielsgenegenheden uitgaan.
Aan de lezer…
Verdrukte ziel, die uw genegenheden gezet hebt op Hem Die u niet gezien hebt en nochtans liefhebt: is de loopbaan u zwaar geworden? Draagt u een zwakke, ziekelijke tabernakel om, en wordt u gekweld door zonde en satan, zodat u soms nauwelijks meer weet of Christus werkelijk uw leven is? Denk dan aan de druppen van Zijn liefde die uw ziel eens bedauwd hebben. Ze waren geen inbeelding, maar een voorsmaak.
Want wanneer Christus, Die uw leven is, geopenbaard zal worden, zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Is dat niet waard dat u er wat voor uitstaat? Al uw verzoekingen, moeiten, droefheden en smarten zullen dan voorbij zijn, en u zult een reine ziel en een geestelijk lichaam ontvangen, bekwaam om de eeuwige zaligheid te genieten. Loop dan voort, niet in eigen kracht, maar levend onder de zoete werkingen van de Geest der genade, Die u tot die prijs zal brengen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Colossenzen 3:4
Als Christus uw leven op aarde is, als u een levend geloof hebt in Zijn Goddelijke majesteit, als enige druppels van Zijn liefde uw ziel bedauwd hebben en enige zoete glimlachen van Hem uw hart tot troost waren, dan zou de apostel daarover zeggen: „Wanneer nu Christus, Die uw leven is, zal komen met al Zijn heiligen, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Dan wordt u niet langer gekweld door de zonde en satan, en draagt u niet langer een zwakke, ziekelijke tabernakel met u mee, het vat van ontelbare kwalen en ongemakken. Dan wordt u begenadigd met een reine ziel, zoals zij rein is, en met een geestelijk lichaam, bekwaam om de eeuwige zaligheid te genieten.
Dan zult u, verdrukte heiligen, die uw genegenheden gezet hebt op Hem Die u niet gezien hebt en toch liefhebt, dan zult u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. En is dat niet waard dat u er wat voor verdraagt? Is dat niet een gezegende uitkomst aan het eind van de loopbaan? Is het niet waard om die loopbaan te lopen om die prijs te verkrijgen? Is dit geen ongekend rijke genadebeloning voor al uw verzoekingen, moeiten, droefheden en smarten? Dit te geloven, en dat niet tevergeefs: dat wanneer Hij geopenbaard zal worden, u met Hem geopenbaard zult worden in heerlijkheid!
Mag de Heere, als het Hem behaagt, onze zielen leiden in deze Goddelijke en gezegende waarheden! Zij zijn het wezen van de praktische godzaligheid. Voor zover wij die beoefenen en leven onder de zoete invloeden en de bedauwende werkingen van de Geest van de genade, zullen deze zaken ons dienen tot bewijs van onze zaligheid, waarnaar, als wij goed onderwezen zijn, ook al de genegenheden van onze ziel uitgaan.
Aan de lezer…
Verdrukte ziel, die uw genegenheden gezet hebt op Hem Die u niet gezien hebt en toch liefhebt: is de loopbaan u zwaar geworden? Draagt u een zwakke, ziekelijke tabernakel met u mee, en wordt u gekweld door zonde en satan, zodat u soms nauwelijks meer weet of Christus werkelijk uw leven is? Denk dan aan de druppels van Zijn liefde die uw ziel eens bedauwd hebben. Ze waren geen inbeelding, maar een voorsmaak.
Want wanneer Christus, Die uw leven is, geopenbaard zal worden, zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Is dat niet waard dat u er wat voor verdraagt? Al uw verzoekingen, moeiten, droefheden en smarten zullen dan voorbij zijn, en u zult een reine ziel en een geestelijk lichaam ontvangen, bekwaam om de eeuwige zaligheid te genieten. Loop dan verder, niet in eigen kracht, maar levend onder de zoete werkingen van de Geest van de genade, Die u tot die prijs zal brengen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“When Christ, who is our life, shall appear, then shall ye also appear with him in glory.”
Colossians 3:4
If Christ be your life upon earth; if you have a living faith in His divine Majesty; if any drops of His love have ever bedewed your soul; if any sweet smile has ever comforted your heart, the Apostle would say to all such, “When Christ, Who is your life, shall appear, then shall you also appear with Him in glory.” No longer pestered by sin and Satan, no longer carrying about a weak, infirm tabernacle, the seat of innumerable evils and maladies, but endued with a soul pure as He is pure, and a spiritual body capable of enjoying the bliss and blessedness of eternity, “then shall you appear,” you suffering saints, who have set your affections on Him Whom you have not seen, and yet in Whom you believe, “then shall you also appear with Him in glory.”
And is not this worth struggling for? Is not this a blessed goal at the end of the race? Is not this a worthy prize to run for? Is not this an ample reward of all your temptations, troubles, griefs and sorrows, to believe, and not in vain, that “when He shall appear,” you “shall appear with Him in glory?” The Lord, if it be His will, lead our souls into these divine and blessed realities! They are the substance of vital godliness; and so far as we feel them, and live under the sweet influences and bedewing operations of the Spirit of grace, these things will prove all our salvation, as they must be, if we be rightly taught, all our desire.
To the reader…
Afflicted soul, who have set your affections on Him Whom you have not seen and yet love: has the race become heavy for you? Do you carry a weak, infirm tabernacle about with you, and are you pestered by sin and Satan, so that at times you hardly know any longer whether Christ is truly your life? Then think of the drops of His love that once bedewed your soul. They were no imagination, but a foretaste.
For when Christ, Who is your life, shall appear, you too shall appear with Him in glory. Is that not worth enduring something for? All your temptations, troubles, griefs, and sorrows will then be over, and you will receive a pure soul and a spiritual body, fit to enjoy eternal bliss. Run on, then, not in your own strength, but living under the sweet influences of the Spirit of grace, Who will bring you to that prize.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Cuando Cristo, vuestra vida, se manifestare, entonces vosotros también seréis manifestados con él en gloria.”
Colosenses 3:4
Si Cristo es su vida en la tierra; si tiene usted una fe viva en Su divina Majestad; si alguna gota de Su amor ha rociado alguna vez su alma; si alguna dulce sonrisa ha consolado alguna vez su corazón, el Apóstol diría a todos los tales: “Cuando Cristo, vuestra vida, se manifestare, entonces vosotros también seréis manifestados con Él en gloria.” Ya no acosados por el pecado y Satanás, ya no llevando de un lado a otro un tabernáculo débil y enfermizo, asiento de innumerables males y dolencias, sino dotados de un alma pura como Él es puro, y de un cuerpo espiritual capaz de gozar la dicha y la bienaventuranza de la eternidad, “entonces seréis manifestados”, santos que sufrís, que habéis puesto vuestros afectos en Aquel a Quien no habéis visto y en Quien sin embargo creéis, “entonces vosotros también seréis manifestados con Él en gloria”.
¿Y no vale esto la pena de luchar por ello? ¿No es esta una meta bienaventurada al final de la carrera? ¿No es este un premio digno por el cual correr? ¿No es esta una amplia recompensa de todas sus tentaciones, angustias, penas y dolores: creer, y no en vano, que “cuando Él se manifestare”, usted “será manifestado con Él en gloria”? ¡Que el Señor, si es Su voluntad, lleve nuestras almas a estas realidades divinas y benditas! Son la sustancia de la piedad vital; y en la medida en que las sentimos, y vivimos bajo las dulces influencias y las operaciones refrescantes como rocío del Espíritu de gracia, estas cosas resultarán ser toda nuestra salvación, como deben ser, si somos rectamente enseñados, todo nuestro deseo.
Al lector…
Alma afligida, que ha puesto sus afectos en Aquel a Quien no ha visto y sin embargo ama: ¿se le ha hecho pesada la carrera? ¿Lleva usted consigo un tabernáculo débil y enfermizo, y es acosado por el pecado y Satanás, de modo que a veces apenas sabe ya si Cristo es de veras su vida? Piense entonces en las gotas de Su amor que una vez rociaron su alma. No fueron imaginación, sino un anticipo.
Porque cuando Cristo, su vida, se manifieste, usted también será manifestado con Él en gloria. ¿No vale eso la pena de soportar algo? Todas sus tentaciones, angustias, penas y dolores habrán pasado entonces, y recibirá un alma pura y un cuerpo espiritual, aptos para gozar la dicha eterna. Siga, pues, corriendo, no en sus propias fuerzas, sino viviendo bajo las dulces influencias del Espíritu de gracia, Que le llevará a ese premio.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl