Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

3 maart Korenaren uit de volle oogst

Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zonne der Gerechtigheid opgaan, en daar zal genezing zijn onder Zijn vleugelen.
Maleachi 4:2

Zoals de zon opkomt in het oosten en geleidelijk opklimt naar de zuidelijke hemel, en met elke straal licht, warmte en vreugde verspreidt, zo verspreidt ook de Heere Jezus, als de Zon der Gerechtigheid, altijd de stralen van Zijn genade en gunst. En wanneer deze stralen op ons neerdalen, is er licht en leven in de ziel. Daar is alles wat de ziel kan heiligen en verblijden. Iemand die licht in zijn kamer wil hebben wanneer de middagzon schijnt, zou nu heel dwaas handelen als hij zijn luiken sloot en een lucifer aanstak om voor enkele ogenblikken een beetje licht te hebben.

Laten wij dan niet zo dwaas zijn om geluk of troost te zoeken in ons eigen werk, terwijl de Zon der Gerechtigheid aan de rechterhand van God staat en van daaruit op gelovige harten schijnt. Maar als er een sluier over het hart ligt, is dat als de luiken voor een kamer: dan is er geen licht om te laten zien waar of wie Jezus is. Zou het ons dan niet moeten verbazen dat de mens een licht aansteekt en een vuur ontsteekt, zodat hij „in de spranken van zijn eigen licht zal kunnen wandelen”? Maar wat zegt Gods Woord tegen dit alles? „Dat geschiedt u van Mijn hand, in smart zult gijlieden nederliggen” (Jesaja 50:11).

Van waar de zon in ’t oosten straalt
tot waar z’ in ’t westen nederdaalt
zij ’s Heeren naam de lof gegeven.
De Heer is boven ’t heidendom;
zijn heerlijkheid bekend alom,
is boven zon en maan verheven.

Wie is gelijk aan onze Heer,
aan God, die tot zijn eeuwig’ eer
zijn troon gevest heeft in de hemel?
Die, daar Hij ’t wereldrond gebiedt
van zijne hoge zetel ziet
op ’t laag en nietig aards gewemel?

Ps. 113:2 en 3

Aan de lezer…

Wie licht en troost zoekt in zijn eigen werk, in zijn voornemens en zijn vroomheid, is even dwaas als iemand die op het middaguur de luiken sluit en een lucifer aansteekt om wat licht te hebben. De Zon der Gerechtigheid staat aan de rechterhand van God en schijnt van daaruit op gelovige harten. Wie in de spranken van zijn eigen licht wil wandelen, zal in smart neerliggen.

Maar ligt er een sluier over uw hart, zodat u niet ziet waar of wie Jezus is? Wanhoop dan niet, maar breng het eerlijk bij de Heere. De belofte geldt hun die Zijn Naam vrezen: „U zal de Zonne der Gerechtigheid opgaan, en daar zal genezing zijn onder Zijn vleugelen.” Zoals de zon langzaam opklimt en met elke straal licht en warmte verspreidt, zo kan Hij met één straal van Zijn genade licht en leven in uw ziel brengen. Open voor Hem de luiken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

3 maart 365 dagen met Philpot

Zaligmaken dat verloren was

Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
Lukas 19:10

„De Zoon des mensen is gekomen.” Wat een zalige komst! De Heere Jezus heeft, in de tederste zorg voor wat wij nodig hebben, die genadige titel „de Zoon des mensen” aangenomen. Hij was de Zoon van God, en dat van alle eeuwigheid; maar Hij heeft Zich niet geschaamd Zich de Zoon des mensen te noemen. Wij hebben iemand nodig zoals wijzelf, Die dezelfde natuur heeft, Die in Zijn borst hetzelfde menselijke hart draagt; iemand Die „in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde”, en daarom medelijden kan hebben met hen die verzocht worden en hen kan bijstaan.

„De Zoon des mensen is gekomen!” Wij hebben er nooit om gevraagd. Hadden we het durven vragen? Wie zou dit in de hemel hebben durven voorleggen? Hier is een mens, weggezonken in de verwoesting van de zondeval, een vijand, een vreemdeling. Wie zou zijn verzoening en herstel durven voorstellen? De uitverkoren engelen zagen hoe hun mede-engelen uit de hemel geworpen werden, zonder medelijden en zonder barmhartigheid; waarom zou de mens niet hetzelfde lot ondergaan? De mens heeft met hen gedeeld in de zonde; waarom zou hij niet met hen delen in de smart?

Maar o, de tedere barmhartigheid, de hemelse genade, het meelevend mededogen van de Drie-enige Heere! Toen de mens in de diepste diepten van de zondeval was weggezonken, verwoest en vervreemd van het leven van God, werd de verborgen raad van de eeuwigheid aan het licht gebracht: dat de Zoon van God de Zoon des mensen zou worden, om te lijden, te bloeden en te sterven voor zulke stakkers, en zo een Middelaar te worden, Die volkomenlijk zalig kan maken degenen die door Hem tot God gaan! „De Zoon des mensen” is gekomen! De Middelaar is in het vlees verschenen, opdat „een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe” (Joh. 3:15).

Lezen: Johannes 3:1-21

Aan de lezer…

Hoe vaak hebt u stilgestaan bij deze vier woorden: „De Zoon des mensen is gekomen”? Wij hebben er nooit om gevraagd. Wie zou het hebben durven vragen voor een mens die weggezonken was in de verwoesting van de val, een vijand en een vreemdeling? En toch is Hij gekomen.

Hij, Die van eeuwigheid de Zoon van God was, heeft Zich niet geschaamd de Zoon des mensen te heten. Hij draagt hetzelfde menselijke hart, is in alle dingen verzocht zoals wij, maar zonder zonde, en kan daarom medelijden hebben met wie verzocht worden. Voelt u zich ver weg en verloren? Juist voor zulke mensen is de Middelaar in het vlees verschenen, Die volkomen zalig kan maken wie door Hem tot God gaan, „opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

3 maart Door Baca’s vallei

Want wij, die leven, worden altijd in de dood overgegeven om Jezus’ wil; opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden.
2 Korinthe 4:11

Wat wordt er bedoeld met de uitdrukking „ons sterfelijk vlees”? Het betekent niet ons vleselijk gemoed, maar onze aardse tabernakel. De uitdrukking lijkt op een andere in dit hoofdstuk: „Wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij Godes en niet uit ons.” Het is dus in dit zwakke lichaam, vol zwakheden, dat het leven van Jezus geopenbaard wordt. Dit goddelijke leven zal zich vaak bewegen in levendige uitgangen naar God, in dierbare geloofsoefeningen, in zoete gesprekken met het volk van God onderling, in het lezen van Gods Woord, in de toepassing van dierbare beloften en onder het gepredikte Woord.

Van tijd tot tijd borrelt het op als een fontein uit haar bron. Soms loopt het leven ondergronds, als het ware begraven onder de last van „ons sterfelijk vlees”. Maar telkens opnieuw verschijnt het weer, omhooggetrokken door de Zon der gerechtigheid. „Spring op, o put.” Maar het opwellen houdt gelijke tred met het wegzinken. Naarmate wij aan het eind van ons natuurlijk bidden komen, gaan wij geestelijk bidden; wanneer wij onze vleselijke hoop verliezen, hopen wij op de Heere; wanneer wij ophouden alleen met ons verstand te geloven, dan geloven wij met het hart; wanneer wij een tekort zien in al onze eigen volmaaktheden, dan beginnen wij een volmaaktheid te zien in Christus; en wanneer wij in ons hart niets zien dan zonde, ellende en ongerechtigheid, dan beginnen wij geestelijke vertroosting te smaken. Naar de mate dus waarin onze natuur zinkt, rijst het leven van Jezus op en wordt het in ons sterfelijk vlees geopenbaard.

Verlangt de ziel dan naar zoete openbaringen van het leven van Jezus? Waar moet zij zich dan heen wenden? Wat zegt het Woord van God daarover? „Die wijsheid, vanwaar komt zij en waar is de plaats des verstands? Want zij is verholen voor de ogen aller levenden, en voor het gevogelte des hemels is zij verborgen. Het verderf en de dood zeggen: Haar gerucht hebben wij met onze oren gehoord” (Job 28:20-22). Zolang wij niet tot het „verderf en de dood” gaan — het verderf van onze vleselijke hoop en de dood van de natuurlijke godsdienst — horen wij nooit het gerucht van de ware wijsheid met onze oren.

Wanneer wij dus in duisternis verkeren, verschijnt het licht; wanneer wij moedeloos neerzitten, dan ontspringt de hoop; wanneer wij verzocht worden tot ongeloof en wantrouwen, dan ontwaakt het geloof. Zo zijn zij het wijst bij wie de vleselijke wijsheid ten onder is gegaan, en zijn zij het sterkst die door bevinding hun eigen zwakheden hebben leren kennen. Zij zijn het heiligst die het meest hun eigen onreinheid beseffen; zij zijn in de ware zin het meest godsdienstig die hun eigen godsdienst het minst achten. Juist naar de mate dus waarin wij aan de dood worden overgegeven en het vonnis geveld wordt over wat het schepsel liefheeft, begint de liefde van Jezus te gloren en zich dierbaar te openbaren.

Aan de lezer…

Gaat u, lezer, door een tijd waarin alles in u lijkt te sterven? Uw eigen kracht, uw vleselijke hoop, uw wijsheid en zelfs uw godsdienst lijken onder u weg te zinken, en u ziet in uw hart niets dan zonde en ellende. Wanhoop daar niet over. Het leven van Jezus wordt juist geopenbaard in dit zwakke, sterfelijke vlees, in aarden vaten, zodat de kracht van God is en niet uit ons.

Het goddelijke leven loopt soms ondergronds, maar het borrelt weer op als een fontein. Naarmate uw natuur zinkt, rijst het leven van Jezus op. Wanneer u in duisternis zit, verschijnt het licht; wanneer u moedeloos neerzit, ontspringt de hoop. Laat dan het vonnis gaan over wat het schepsel liefheeft, en zie uit naar Hem. Zijn liefde zal gaan gloren en zich dierbaar aan u openbaren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina