March 3
Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zonne der Gerechtigheid opgaan, en daar zal genezing zijn onder Zijn vleugelen.
Maleachi 4:2
Zoals de zon opkomt in het oosten en geleidelijk opgaat naar de zuidelijke hemel, en met elke straal licht, warmte en vreugde verspreidt, zo verspreidt ook de Heere Jezus, als de Zon der Gerechtigheid, altijd de stralen van Zijn genade en gunst. En wanneer deze stralen op ons neerdalen, dan is er licht en leven in de ziel. Daar is alles wat de ziel kan heiligen en verblijden. Nu zou iemand die licht in zijn kamer wil hebben wanneer de middagzon schijnt, heel dwaas handelen door zijn luiken te sluiten en een lucifer aan te steken om hem voor enkele ogenblikken een beetje licht te geven.
Laten we dan niet zo dwaas zijn om geluk of troost te zoeken in ons eigen werk, terwijl de Zon der Gerechtigheid aan de rechterhand van God staat en van daaruit op gelovige harten schijnt. Maar als er een sluier over het hart ligt, is het als de luiken in een kamer: dan is er geen licht om te laten zien waar of wie Jezus is. Zou het ons dan niet moeten verbazen dat de mens een licht aansteekt en een vuur ontsteekt, zodat hij „in de spranken van zijn eigen licht zal kunnen wandelen”? Maar wat is Gods Woord tegen dit alles? „Dat geschiedt u van Mijn hand, in smart zult gijlieden nederliggen” (Jesaja 50:11).
Van waar de zon in ’t oosten straalt
tot waar z’ in ’t westen nederdaalt
zij ’s Heeren naam de lof gegeven.
De Heer is boven ’t heidendom;
zijn heerlijkheid bekend alom,
is boven zon en maan verheven.
Wie is gelijk aan onze Heer,
aan God, die tot zijn eeuwig’ eer
zijn troon gevest heeft in de hemel?
Die, daar Hij ’t wereldrond gebiedt
van zijne hoge zetel ziet
op ’t laag en nietig aards gewemel?
Ps. 113:2 en 3
Aan de lezer…
Wie licht en troost zoekt in zijn eigen werk, in zijn voornemens en zijn vroomheid, is even dwaas als iemand die op het middaguur de luiken sluit en een lucifer aansteekt om wat licht te hebben. De Zon der Gerechtigheid staat aan de rechterhand van God en schijnt van daaruit op gelovige harten. Wie in de spranken van zijn eigen licht wil wandelen, zal in smart nederliggen.
Maar ligt er een sluier over uw hart, zodat u niet ziet waar of wie Jezus is? Wanhoop dan niet, maar breng het eerlijk voor de Heere. De belofte geldt hun die Zijn Naam vrezen: „U zal de Zonne der Gerechtigheid opgaan, en daar zal genezing zijn onder Zijn vleugelen.” Zoals de zon langzaam opklimt en met elke straal licht en warmte verspreidt, zo kan Hij met één straal van Zijn genade licht en leven in uw ziel brengen. Open voor Hem de luiken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zonne der Gerechtigheid opgaan, en daar zal genezing zijn onder Zijn vleugelen.
Maleachi 4:2
Zoals de zon opkomt in het oosten en geleidelijk opklimt naar de zuidelijke hemel, en met elke straal licht, warmte en vreugde verspreidt, zo verspreidt ook de Heere Jezus, als de Zon der Gerechtigheid, altijd de stralen van Zijn genade en gunst. En wanneer deze stralen op ons neerdalen, is er licht en leven in de ziel. Daar is alles wat de ziel kan heiligen en verblijden. Iemand die licht in zijn kamer wil hebben wanneer de middagzon schijnt, zou nu heel dwaas handelen als hij zijn luiken sloot en een lucifer aanstak om voor enkele ogenblikken een beetje licht te hebben.
Laten wij dan niet zo dwaas zijn om geluk of troost te zoeken in ons eigen werk, terwijl de Zon der Gerechtigheid aan de rechterhand van God staat en van daaruit op gelovige harten schijnt. Maar als er een sluier over het hart ligt, is dat als de luiken voor een kamer: dan is er geen licht om te laten zien waar of wie Jezus is. Zou het ons dan niet moeten verbazen dat de mens een licht aansteekt en een vuur ontsteekt, zodat hij „in de spranken van zijn eigen licht zal kunnen wandelen”? Maar wat zegt Gods Woord tegen dit alles? „Dat geschiedt u van Mijn hand, in smart zult gijlieden nederliggen” (Jesaja 50:11).
Van waar de zon in ’t oosten straalt
tot waar z’ in ’t westen nederdaalt
zij ’s Heeren naam de lof gegeven.
De Heer is boven ’t heidendom;
zijn heerlijkheid bekend alom,
is boven zon en maan verheven.
Wie is gelijk aan onze Heer,
aan God, die tot zijn eeuwig’ eer
zijn troon gevest heeft in de hemel?
Die, daar Hij ’t wereldrond gebiedt
van zijne hoge zetel ziet
op ’t laag en nietig aards gewemel?
Ps. 113:2 en 3
Aan de lezer…
Wie licht en troost zoekt in zijn eigen werk, in zijn voornemens en zijn vroomheid, is even dwaas als iemand die op het middaguur de luiken sluit en een lucifer aansteekt om wat licht te hebben. De Zon der Gerechtigheid staat aan de rechterhand van God en schijnt van daaruit op gelovige harten. Wie in de spranken van zijn eigen licht wil wandelen, zal in smart neerliggen.
Maar ligt er een sluier over uw hart, zodat u niet ziet waar of wie Jezus is? Wanhoop dan niet, maar breng het eerlijk bij de Heere. De belofte geldt hun die Zijn Naam vrezen: „U zal de Zonne der Gerechtigheid opgaan, en daar zal genezing zijn onder Zijn vleugelen.” Zoals de zon langzaam opklimt en met elke straal licht en warmte verspreidt, zo kan Hij met één straal van Zijn genade licht en leven in uw ziel brengen. Open voor Hem de luiken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Unto you that fear My Name shall the Sun of righteousness arise with healing in His wings.
Malachi 4:2
Just as the sun rises in the east and gradually mounts up into the meridian sky, dispersing with every ray light, warmth, and gladness; so this blessed Lord Jesus, as the Sun of righteousness, is ever dispersing the beams of His grace and the rays of His favor; and whenever those beams come, and those rays fall, there is light and life, and everything to make the soul holy and happy. Now a man would act very foolishly if, wishing to have light in his room when the sun was shining at noonday, he should shut all the shutters, and strike a match to give him a little light for a few moments. Let us not then be so foolish as to look for happiness or comfort in our own performances when the glorious Sun of righteousness is at the right hand of God, and shining thence upon believing hearts.
But when the veil is over the heart, it is like shutters in a room—there is no light to show who, what, or where Jesus is. And then need we wonder that men strike a light and make a fire, that they may “walk in the sparks of their own kindling?” But what is God’s Word against all such? “This shall you have of My hand, you shall lie down in sorrow” (Isaiah 50:11).
To the reader…
Whoever seeks light and comfort in his own works, his resolutions and his piety, is as foolish as someone who closes the shutters at noon and strikes a match to have a little light. The Sun of righteousness stands at the right hand of God and shines from there upon believing hearts. Whoever wants to walk in the sparks of his own light will lie down in sorrow.
But is there a veil over your heart, so that you do not see where or who Jesus is? Do not despair, but bring it honestly to the Lord. The promise holds for those who fear His Name: “Unto you shall the Sun of righteousness arise with healing in His wings.” Just as the sun slowly climbs and spreads light and warmth with every ray, so He can bring light and life into your soul with one beam of His grace. Open the shutters to Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas a vosotros los que teméis Mi nombre, nacerá el Sol de justicia, y en Sus alas traerá salud.
Malaquías 4:2
Así como el sol sale por el oriente y sube gradualmente hasta el cielo del mediodía, esparciendo con cada rayo luz, calor y alegría, así este bendito Señor Jesús, como el Sol de justicia, está siempre esparciendo los destellos de Su gracia y los rayos de Su favor; y dondequiera que llegan esos destellos y caen esos rayos, hay luz y vida, y todo lo que hace al alma santa y feliz. Ahora bien, un hombre obraría muy neciamente si, queriendo tener luz en su habitación cuando el sol brilla a mediodía, cerrara todos los postigos y encendiera una cerilla para tener un poco de luz durante unos momentos. No seamos, pues, tan necios como para buscar felicidad o consuelo en nuestras propias obras, cuando el glorioso Sol de justicia está a la diestra de Dios y brilla desde allí sobre los corazones creyentes.
Pero cuando el velo está sobre el corazón, es como los postigos en una habitación: no hay luz que muestre quién, qué o dónde está Jesús. ¿Y debemos entonces extrañarnos de que los hombres enciendan una luz y hagan un fuego, para “andar a la luz de su fuego, y a las teas que encendieron”? Pero ¿cuál es la palabra de Dios contra todos ellos? “De Mi mano os vendrá esto; en dolor seréis sepultados” (Isaías 50:11).
Al lector…
Quien busca luz y consuelo en sus propias obras, en sus propósitos y en su piedad, es tan necio como quien cierra los postigos a mediodía y enciende una cerilla para tener un poco de luz. El Sol de justicia está a la diestra de Dios y brilla desde allí sobre los corazones creyentes. Quien quiere andar a la luz de las teas que él mismo encendió, en dolor será sepultado.
¿Pero hay un velo sobre su corazón, de modo que no ve dónde ni quién es Jesús? No desespere, sino llévelo sinceramente al Señor. La promesa vale para los que temen Su nombre: “Mas a vosotros los que teméis Mi nombre, nacerá el Sol de justicia, y en Sus alas traerá salud”. Así como el sol sube lentamente y esparce luz y calor con cada rayo, así puede Él traer luz y vida a su alma con un solo destello de Su gracia. Ábrale los postigos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl