Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

3 oktober Korenaren uit de volle oogst

En wij allen, met ongedekt aangezicht de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelve beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.
2 Korinthe 3:18

Wanneer onze begeerten en neigingen opstijgen naar de plaats waar de Heere Jezus Christus nu is, wanneer zij zich weten te verheffen boven de nevels, de mist en de strijd, boven het gewoel en het lawaai, boven de zorgen en angsten, het najagen en de vermaken, de zonden en de zorgen van deze aarde, dan kunnen wij in geloof, hoop en liefde leven boven alles wat de aarde geeft en zonder dat alles. Dan kunnen wij, terwijl wij de heerlijkheid van de Heere met ongedekt aangezicht aanschouwen, „veranderd worden naar hetzelve beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest”. Dat wil zeggen: wij zitten dan samen in de hemelse plaatsen in Christus Jezus.

Toen de Heere Jezus naar de hemel opsteeg, ging Hij in Zijn heerlijkheid in. Wanneer wij Hem dan door het geloof en de liefde in Zijn heerlijkheid zien, is daar de weerglans van Zijn heerlijkheid. De heiligen die zo begunstigd worden, hebben de hemel al, ook al zijn zij nog op aarde. Zij hebben een voorsmaak van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden bij de komst van de Heere, nog voordat zij voor eeuwig met die heerlijkheid bekleed zullen worden.

Er zijn betrekkelijk weinigen die zo hoog begunstigd worden, en dan nog zeer zelden en slechts voor korte ogenblikken. Maar dat doet niets af aan de waarheid en de zekerheid van de zaak zelf. Het is een zeer gezegende waarheid dat, als wij leden zijn van het verborgen lichaam van Christus, het gebrek aan ervaring ons wel veel van het genot ontneemt, maar ons niet berooft van ons deel aan en onze vereniging met ons grote Verbondshoofd, en ook niet van de vruchten die daaruit voortkomen.

Komt, laat ons samen Isrels Heer,
de rotssteen van ons heil, met eer,
met godgewijde zang ontmoeten!
Laat ons zijn gunstrijk aangezicht
met een verheven lofgedicht
en blijde psalmen juichend groeten!

Ps. 95:1

Aan de lezer…

Misschien zucht u soms dat u zo weinig van de heerlijkheid van de Heere ziet. Blijven uw gedachten hangen in de nevels en de mist, in de zorgen, de angsten en de zonden van deze aarde, terwijl u hoort van heiligen die al een voorsmaak van de hemel hebben? Weet dan dat er betrekkelijk weinigen zo hoog begunstigd worden, en dan nog zelden en slechts voor korte ogenblikken.

Maar laat dit u troosten: het gebrek aan ervaring ontneemt u wel veel genot, maar niet uw deel in Christus. Bent u een lid van Zijn verborgen lichaam, dan is uw vereniging met het grote Verbondshoofd even vast, en de vruchten daarvan zijn even zeker. Hij is in Zijn heerlijkheid naar de hemel gevaren, en waar Hij is, daar ligt ook het deel van Zijn volk. Zie dan in geloof omhoog, al is het maar als in een spiegel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

3 oktober 365 dagen met Philpot

Neem weg alle ongerechtigheid

Neem weg alle ongerechtigheid en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen.
Hosea 14:3

„Geef het goede.” Niet alleen: „Neem weg alle ongerechtigheid”, dat wil zeggen: neem de schuld van de zonde weg door mijn geweten met verzoenend bloed te besprenkelen; neem het vuil van de zonde weg door mij te wassen in de fontein die eens geopend werd tegen de zonde en de onreinheid; neem de kracht van de zonde weg door Uw liefde in mijn hart uit te storten en mij door elke zoete drang tot Uw eer te laten leven. Ik zeg u: we gebruiken de woorden niet alleen zo wanneer we zeggen: „Neem weg alle ongerechtigheid”, maar de Heere leert ons verder te gaan: „Geef het goede.” Hoe prachtig lijkt dit laatste het eerste te verklaren!

„Wat!” zegt iemand misschien, „als ik naar de Heere ga en Hij neemt alle ongerechtigheid weg, is mijn positie dan zekerder dan eerst? Heb ik dan niet iets om me in te verheugen?” Nee! „Geef het goede.” „Ontvang ons aan Uw borst, in Uw hart, in Uw armen, in de blijken van Uw barmhartigheid en goedgunstigheid, in de zoete getuigenissen van Uw vergevende liefde en herstellende genade.” „Geef het goede.” Laat „de genade heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven” in de overvloed van Uw allerhoogste genade. Dit moet altijd ons gebed zijn.

Het is de genade die ons onze ongerechtigheid doet zien en ons laat voelen dat we door onze ongerechtigheid gevallen zijn. Het is de genade die ons aan de voetbank van de barmhartigheid brengt om tot de Heere te zeggen: „Neem weg alle ongerechtigheid.” En het is nog steeds genade waar we om smeken wanneer we zeggen: „Geef het goede.” „Ontvang ons omwille van Uw genade in het eeuwige leven, de blijken van Uw barmhartigheid en de overvloed van Uw goedgunstigheid, wat we ook zijn geweest, wat we ook hebben gedaan, wat we ook hebben gezegd, wat we ook hebben gedacht; hoe ver we ook zijn afgedwaald, hoe lang we ook zijn verdwaald, hoe zeer ons hart ook is verstokt, hoe zeer we ook in de strikken van de duivel zijn gelopen.”

Als we die twee dingen in ons vinden (en ze gaan altijd samen), „neem weg alle ongerechtigheid” en „geef het goede”, dan gaan ze samen met een bewijs dat de Heere in ons hart werkt en Zijn eigen uitnodiging met goddelijke kracht in onze ziel uitspreekt.

Lezen: Psalm 85

Aan de lezer…

Hier staat een woord voor wie in zijn gebed is blijven steken bij „Neem weg alle ongerechtigheid.” Hebt u om vergeving gesmeekt, maar durft u niet om meer te vragen, alsof u al dankbaar moet zijn dat de toorn is afgewend? Hoor dan het tweede deel: „Geef het goede.” Het is dezelfde genade die u uw zonde laat zien en die u aan de voetbank van de barmhartigheid brengt; en het is nog steeds genade waar u om mag smeken wanneer u vraagt aan Zijn borst ontvangen te worden.

Laat u niet afschrikken door wat u geweest bent, door hoe ver u bent afgedwaald of hoe verstokt uw hart was. Niet uw verleden is de maat van Zijn gaven, maar de overvloed van Zijn allerhoogste genade. Waar deze twee beden samen in uw hart leven, daar werkt de Heere Zelf; Hij spreekt Zijn eigen uitnodiging in uw ziel uit. Bid dan om beide, en houd aan.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

3 oktober Door Baca’s vallei

Maar Ik zal u uw ziel tot een buit geven, in alle plaatsen, waar gij zult henen trekken.
Jeremia 45:5

Aan de uitverkorenen wordt leven meegedeeld op de tijd dat de gezegende Geest hun zielen levend maakt: een eeuwig leven, dat hun wordt meegedeeld uit de volheid van de Zoon van God. Dit leven is een persoonlijk leven, en daarom ligt er iets aangenaams in de uitdrukking „uw leven”. Uw leven zal Ik u als een buit geven. Dit leven, verborgen in de volheid van Christus, wordt op de bestemde tijd door de Heilige Geest in de ziel gewerkt. Het wordt door Zijn almachtige kracht onderhouden en zal steeds helderder stralen in het Koninkrijk van de eeuwigheid.

Maar uit de uitdrukking in de tekst mogen wij opmerken dat dit leven op een bijzondere manier aan het kind van God gegeven is. „Ik zal u uw ziel tot een buit geven.” Het woord „buit” laat zien dat dit leven een voorwerp van aanranding is. Wij horen van roofdieren en roofvogels, en die uitdrukking duidt aan dat het vleesetende dieren zijn. Zo geven de woorden „uw ziel – of uw leven – tot een buit geven” aan dat er roofzuchtige dieren zijn die op de loer liggen en begerig zijn om dit leven te roven, dat God de Heilige Geest in de ziel gegrondvest heeft.

Hoe juist en bevindelijk beschrijven deze woorden het inwendige Koninkrijk van God! Het eeuwige leven wordt door God geschonken. Als het gegeven is, wordt het door Hem onderhouden en door Zijn kracht bewaard, zodat het in eeuwigheid niet zal worden uitgeblust. Toch wordt het door een voortdurend wonder bewaard, zoals een brandende lamp die op de golven van de zee drijft. Of, om een ander beeld te gebruiken dat ik zelf ergens gezien heb: zoals een kaars die bij harde wind over een heide gedragen werd. Zo is ons leven ons als een buit gegeven, en de kracht, trouw en wijsheid van God worden in dit leven ongeschonden onderhouden en te midden van alle vijanden wonderlijk geopenbaard.

Zoals Daniël werd bewaard in de leeuwenkuil, en de drie jongelingen in de vurige oven, zo wordt ook het leven van God in de ziel te midden van de leeuwen bewaard. David zegt het zo: „Mijn ziel is in het midden der leeuwen; ik lig onder stokebranden” (Psalm 57:5). Eert daarom de Heere. „Eert de Heere in hetgeen geleden wordt” (Jesaja 24:15, Eng. vertaling). Het leven van een kind van God is dus een voortdurende strijd tussen geloof en ongeloof, tussen vijandschap en liefde, tussen de genade van God en de opstand van het vleselijk gemoed, tussen de inzinkingen van een kwijnende geest en de verheffingen door het licht van Gods vriendelijk aangezicht.

Aan de lezer…

Merkt u soms dat het leven in uw ziel zo zwak is als een kaars die in harde wind over een heide gedragen wordt? Liggen er vijanden op de loer, begerig om te roven wat God in u gewerkt heeft? Wees dan niet verbaasd: het woord „buit” zegt juist dat dit leven een voorwerp van aanranding is. Maar het zegt ook dat de Heere het u geeft, en wat Hij schenkt, onderhoudt en bewaart Hij door Zijn kracht.

Uw leven is verborgen in de volheid van Christus. Daniël werd bewaard in de leeuwenkuil en de jongelingen in de vurige oven; zo wordt ook het leven van God in uw ziel te midden van de leeuwen bewaard. De strijd tussen geloof en ongeloof, tussen genade en het vleselijk gemoed, is geen teken dat het leven ontbreekt, maar juist dat het er is. Eer dan de Heere, ook in wat geleden wordt; Hij zal dit licht niet laten uitdoven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina