Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

29 december Korenaren uit de volle oogst

Ik ben de wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.
Johannes 15:5

Het grootste geheim in de godsdienst — het geheim dat alleen zij kennen die de Heere vrezen en aan wie Hij Zijn verbond bekendmaakt — is allereerst gemeenschap met de Heere te ervaren en die gemeenschap vast te houden. Maar die gemeenschap kan alleen verkregen worden door de openbaring van Zijn Persoon en Zijn werk aan onze harten, waardoor wij door één Geest met Hem verenigd zijn. Dit is de vereniging van de ziel, waardoor zij als een reine maagd met één Man verenigd wordt, met Christus. Uit deze vereniging komt gemeenschap met Christus voort, en uit deze gemeenschap ontstaat vruchtbaarheid; want dit is geen onvruchtbaar huwelijk.

Maar deze vereniging en gemeenschap kan alleen onderhouden worden door in Christus te blijven, en dat kan alleen doordat Hij in ons blijft. „Blijft in Mij, en Ik in u.” Maar hoe blijven wij in Hem? Vooral door het geloof, de hoop en de liefde, want dat zijn de drie genadegaven van de Geest die op de Persoon en het werk van de Zoon van God geoefend worden. Maar als een zaak van geloof en bevinding moeten wij ook leren dat in Christus blijven veel gebed en waakzaamheid vraagt, en ook geduld en zelfverloochening, afzondering van de wereld en de wereldse dingen, het onderzoeken van de Schrift en verborgen overdenking, acht geven op de middelen van de genade en, als laatste maar niet als minste, veel innerlijke oefening van de ziel.

De Heere is als het ware heel zuinig met Zijn tegenwoordigheid. Elke gekoesterde zonde, elke verboden lust, elke afgod van ons hart, elke lichtzinnigheid of vleselijkheid; elk misbruik van de gemakken van het leven, van vrouw en kinderen, van voedsel en kleding; elke oneerlijkheid in zaken of bezigheden, elke verwaarlozing van het gebed en van de wacht over hart en mond; elke gelijkvormigheid aan de wereld of aan de dienaren van de wereld; in één woord: alles wat ingaat tegen Zijn zin en wil, wat beledigend is voor de oren van Zijn heiligheid en reinheid, wat niet samengaat met de vreze Gods in een teder gemoed of in strijd is met onze heilige roeping, of het nu veel is of weinig, door het menselijk oog gezien of niet — dat alles weerhoudt de Heere ervan de ziel het genot van Zijn tegenwoordigheid te schenken.

En toch is Hij, met al Zijn reinheid en heiligheid en strengheid tegenover de zonde, vol medelijden en ontferming voor hen die Zijn grote en heerlijke Naam vrezen en liefhebben. Wanneer deze zonden gevoeld en die afdwalingen beleden worden, zal Hij terugkeren en niet eeuwig Zijn toorn behouden.

Wanneer het berouwvolle Israël terugkeert tot de Heere zijn God, met deze woorden in zijn hart en in zijn mond: „Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede”, dan antwoordt de Heere: „Ik zal hunne overtredingen genezen; Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben; want Mijn toorn is van hen afgekeerd. Ik zal Israël zijn als de dauw; het zal bloeien als de lelie en zijn wortelen uitschieten als de Libanon.” Dan roept Israël uit, onder de invloed van Zijn liefde: „Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft en de overtredingen van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid, want Hij heeft lust in goedertierenheid. Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen. Ja, Gij zult al hun zonden in de diepte der zee werpen.”

Maar ik zal als d’ olijfboom groeien
in ’t huis des groten Gods;
ik zal in eer en godsvrucht bloeien.
God is mijn steun en rots;
op zijne gunst, mij toegezeid,
vertrouw ’k in eeuwigheid.

Ps. 52:6

Aan de lezer…

Mist u de zoete gemeenschap met de Heere die u eens gekend hebt? Is het alsof Hij Zich teruggetrokken heeft, en ligt uw ziel dor als een rank die geen vrucht draagt? Onderzoek dan eerlijk uw weg. De Heere is zuinig met Zijn tegenwoordigheid; een gekoesterde zonde, een verwaarloosd gebed of een verborgen afgod kan het genot ervan tegenhouden. Zonder Hem kunt u niets doen.

Maar wanhoop niet. Hij Die zo heilig is en zo streng tegenover de zonde, is ook vol medelijden en ontferming voor hen die Zijn Naam vrezen. Kom dan met de woorden van het berouwvolle Israël: „Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede.” Hij heeft lust in goedertierenheid, en Hij zal terugkeren. Dan zal Hij weer zijn als de dauw, en u zult in Hem blijven en vrucht dragen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

29 december 365 dagen met Philpot

Christus’ wederkomst

En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen.
Handelingen 3:20-21

Wat moet de houding van de Kerk zijn, terwijl zij verwacht en zich haast naar de toekomst van de dag van God? (2 Petr. 3:12). En welke invloed moet deze gezegende waarheid hebben op ons hart en ons leven?

Ten eerste moet zij ons met bezoekingen verzoenen, zodat we met de apostel voelen dat „onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid werkt” (2 Kor. 4:17). En ook: „Want ik houd het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden” (Rom. 8:18). Wat zijn al onze bezoekingen, hoe zwaar ze ook lijken, als ze op zo’n weegschaal gewogen worden? Zijn ze niet werkelijk licht, als ze ons gelijkvormig maken aan het lijdende beeld van Christus en ons voorbereiden op het eeuwige gewicht van de heerlijkheid?

Zij moet hemelse verlangens en geestelijke gevoelens opwekken, zoals de apostel zegt: „Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus” (Fil. 3:20). Aan gelovigen wordt gevraagd: „En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds” (Rom. 12:2); en: „Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn” (Kol. 3:2). Hun wordt gezegd het vlees te kruisigen met de bewegingen en begeerlijkheden (Gal. 5:24), en door de Geest de werkingen van het lichaam te doden (Rom. 8:13).

Het is waar dat we ernstig gehinderd worden in het lopen van de loopbaan die ons voorgesteld is, „want ook wij, die in deze tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde”. We moeten immers een lichaam meedragen dat belast is met zonde en dood, en dat is onze voortdurende smart en kwelling, „want het vlees begeert tegen de Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet” (Rom. 7:24; 2 Kor. 5:4; Gal. 5:17). Ook worden we belegerd door ontelbare verzoekingen, en moeten we vaak treuren over onze duisternis, doodsheid, koudheid en ons ongeloof. Dat komt zowel doordat de Heere Zijn aangezicht verbergt, als doordat de gezegende Trooster afwezig is, Die alleen de bedroefde geest kan troosten. Toch, al zijn deze dingen op zichzelf ernstige belemmeringen, speren in onze zijden en doornen in onze ogen, ze doven niet de overheersende gevoelens van het vernieuwde hart: het uitzien naar en zich verblijden over een zonniger dag, wanneer de tranen van alle gezichten afgewist zullen worden.

Lezen: 2 Petrus 3

Aan de lezer…

Kent u dat? U zucht onder de last van een lichaam dat met zonde en dood beladen is. Treurt u over uw duisternis, uw doodsheid en uw ongeloof, en mist u het aangezicht van de Heere en de vertroosting van de gezegende Trooster? U bent niet de eerste die zo bezwaard in deze tabernakel zucht. Het vlees begeert nog tegen de Geest, en de strijd is echt en pijnlijk.

En toch: leg uw verdrukking eens op de weegschaal tegenover de heerlijkheid die aan Gods volk geopenbaard zal worden. Is zij dan niet licht en zeer haast voorbijgaand? Laat de verwachting van Zijn toekomst uw hart dan omhoog trekken, naar de hemelen, waaruit wij de Zaligmaker verwachten. De doornen en de speren mogen u nu nog kwellen, maar zij kunnen het uitzien niet doven naar die zonniger dag, wanneer de tranen van alle gezichten afgewist zullen worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

29 december Door Baca’s vallei

Want het Woord des kruises is wel degenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.
1 Corinthe 1:18

Is het Evangelie ooit met kracht tot u gekomen? Als dat zo is, dan heeft het iets voor u gedaan. Heeft het dan ooit uw twijfel en vrees verjaagd? Heeft het de Heere Jezus ooit dierbaar gemaakt voor uw ziel? Heeft het ooit licht, vrijheid en liefde meegebracht? Heeft het u ooit toegang gegeven tot het hart van God? Heeft het u ooit die geest van heilige vrijmoedigheid en kinderlijk vertrouwen meegedeeld, waardoor u als een overwinnende worstelaar in staat werd gesteld God te overwinnen en een zegen uit Zijn hand en hart te ontvangen?

Maar het heeft geen zin over kracht te spreken wanneer er niets gedaan is. Een fabrikant zegt tegen een werktuigkundige: „Ik wens dat u een machine voor mij maakt van honderd paardenkracht.” Maar als de werktuigkundige de machine maakt en zij bij het proefdraaien maar negentig paardenkracht blijkt te hebben, terwijl het werk honderd paardenkracht vereist, dan is de machine strikt genomen nutteloos. Wat zou zijn opdrachtgever dan anders tegen hem zeggen dan: „Wat een fout hebt u gemaakt! Ik bestelde bij u een machine van honderd paardenkracht en zij heeft er maar negentig. Ik wil haar niet accepteren. Neem haar maar mee.”

Zo is het ook in de genade. Wij hebben een kracht nodig die een bepaald gewicht kan wegnemen of optillen. Bijvoorbeeld het gewicht van de zonde, het wegnemen daarvan van een schuldig geweten, de ontzettende vrees voor dood en hel, de last van het ongeloof, het loden gewicht van vleselijkheid, de vele smartelijke verzoekingen die de ziel doen uitroepen: „Heere, ik word onderdrukt; wees Gij mijn Borg.” Wat een zware stukken moeten hier worden weggenomen; wat een zware stenen moeten van de opening van het graf worden weggerold! De wereld moet overwonnen worden, de begeerten moeten gekruisigd worden, de oude mens van de zonde moet gedood worden, satan moet verslagen en op de vlucht gedreven worden!

Maar behalve dat al deze moeiten moeten worden weggenomen en de vijanden overwonnen, moet de ziel verlost worden, moet de hemel nabij gebracht worden en de hel uit het gezicht, moet de wet voor altijd het zwijgen worden opgelegd, moeten de dood van zijn prikkel en het graf van zijn overwinning beroofd worden, en moet een eeuwige wedloop gewonnen worden. O, wat een machtig werk moet er in ons en voor ons gedaan worden; een werk dat nooit iemand voor zichzelf heeft kunnen doen of ooit zal kunnen doen.

Aan de lezer…

Hier wordt u gevraagd: wat heeft het Evangelie ooit voor u gedaan? Het heeft geen zin over kracht te spreken wanneer er niets gedaan is. Hebt u de woorden wel gekend, maar nooit gevoeld dat zij uw twijfel en vrees verjoegen, of de Heere Jezus dierbaar maakten voor uw ziel? Zie dan eerlijk onder ogen hoe zwaar het gewicht is dat weggenomen moet worden: de schuld van de zonde, de vrees voor dood en hel, het loden gewicht van vleselijkheid en ongeloof.

Geen mens heeft dit werk ooit voor zichzelf kunnen doen. Maar juist daarom is het Woord van het kruis voor hen die behouden worden een kracht van God, en niet van negentig paardenkracht, maar volkomen toereikend. Roep dan, als u onderdrukt wordt: „Heere, wees Gij mijn Borg.” Hij Die de zware stenen van de opening van het graf kan wegrollen, kan ook uw ziel verlossen en de last van uw schouders nemen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina