Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

28 mei Korenaren uit de volle oogst

Gedenk mijner, o Heere! naar het welbehagen tot uw volk; bezoek mij met uw heil.
Psalm 106:4

Hoe heeft de mens geleerd dat hij behoudenis nodig heeft? Hij moet eerst iets weten van veroordeling. Behoudenis gaat alleen de veroordeelde aan. „De Zoon des mensen kwam om te zoeken en zalig te maken wat verloren was”, en daarom past behoudenis alleen bij wie verloren is. Een mens moet verloren zijn, helemaal verloren, voordat hij Gods behoudenis kan waarderen. En hoe raakt hij verloren? Doordat hij al zijn godsdienst, al zijn kracht, al zijn vertrouwen, al zijn hoop, alles wat vleselijk is, verliest; doordat het hem door Gods hand volledig ontnomen wordt.

Een man die tot volslagen armoede gebracht is, tot onvermogen om te betalen, die niets is, niets heeft en niets weet: hij is de man die in de nachtwaken, in zijn stille uren, bij zijn haard, en soms bijna dag en nacht roept, kermt, smeekt, zweet, zoekt en bidt om de openbaring van Gods heil aan zijn ziel. „O! bezoek mij met uw heil.” Hij wenst dat God komt en bij hem woont, Zich in zijn hart vestigt, Zich aan hem bekendmaakt, Zich betoont en openbaart, met hem neerzit, eet en wandelt, en in hem woont als zijn God. En een levende ziel kan met niets anders tevreden zijn dan hiermee.

Hij moet een bezoek ontvangen. Het helpt hem niet om in het Woord van God te lezen wat God in vroeger dagen aan Zijn heiligen gedaan heeft. Hij heeft iets nodig voor zichzelf, iets dat zijn ziel goed zal doen. Hij heeft iets nodig dat hem zal opbeuren, verfrissen, vertroosten, zegenen en winst brengen, dat zijn last zal verlichten en vrede aan zijn ziel zal geven. En daarvoor heeft hij een bezoek nodig: dat de tegenwoordigheid en de macht, de barmhartigheid en de liefde van God zijn ziel mogen bezoeken.

’t Is de Heer, wiens alvermogen
’t groot heelal heeft voortgebracht;
die genadig uit den hogen
ziet, wie op zijn bijstand wacht,
en aan elk, die Hem verbeidt
trouwe houdt in eeuwigheid.

Ps. 146:4

Aan de lezer…

Bent u, lezer, arm geworden in uzelf? Is u ontnomen waarop u steunde, uw godsdienst, uw kracht, uw vertrouwen, zodat u niets meer bent en niets meer hebt? Dat is een donkere weg, maar geen verloren weg. Bedenk dan: alleen wie verloren is, leert Gods behoudenis waarderen, want de Zoon des mensen kwam om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.

Roept u dan in de nachtwaken en in uw stille uren: „Bezoek mij met Uw heil”? Kunt u niet tevreden zijn met lezen wat God vroeger aan Zijn heiligen deed, maar hebt u iets nodig voor uzelf? Dat is de taal van een levende ziel. Houd aan bij Hem. Hij Die u zo leerde zoeken, zal met Zijn tegenwoordigheid, Zijn barmhartigheid en Zijn liefde uw ziel komen bezoeken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

28 mei 365 dagen met Philpot

Verzoend door Christus’ dood en leven

Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.
Romeinen 5:10

We kunnen alleen met God „verzoend” worden als de vijandschap is weggenomen. Het is in de genade net als in de natuur. Neem twee vrienden die als broers samen door het leven zijn gegaan. Er komt een verwijdering; in het hart van de een of de ander begint vijandschap te groeien; ze raken verdeeld en worden misschien zelfs vijanden. Ze kunnen met elkaar verzoend worden, maar alleen werkelijk als de vijandschap uit het hart wordt weggenomen. Bij elke andere verzoening wordt de breuk alleen maar opgelapt; die is hol en onoprecht, niet echt en zonder diepgang. Eerst moet de vijandschap worden weggenomen voordat er enige werkelijke verzoening kan plaatsvinden.

Zo is het ook tussen de mens en God. Alleen als de vijandschap wordt weggenomen, kan er verzoening plaatsvinden. Zo wordt meteen duidelijk hoe nietig en onwaar de gedachte is dat een paar rechtvaardige werken onze van nature gevallen staat kunnen opheffen. Ze kunnen de vijandschap niet wegnemen. Ze zijn als het bloed van stieren en bokken: ze kunnen de zonde nooit goedmaken. Als de as van de rode vaars (Num. 19:2) kunnen ze misschien het vlees reinigen, maar hierin slagen ze niet.

Er was iets meer nodig, iets wat God Zelf schonk, en dat was de dood van Zijn eigen Zoon: „Toen wij vijanden waren, werden we met God verzoend door de dood Zijns Zoons” (Rom. 5:10). Zijn geliefde Zoon kwam in onze plaats; Hij nam onze natuur aan; Hij droeg onze zonden in Zijn eigen lichaam aan het kruis; Hij gehoorzaamde de wet waaraan wij ongehoorzaam waren geweest; Hij vervulde een gerechtigheid waarin wij volkomen tekort waren geschoten; Hij droeg de vloek en onderging de straf. Op deze manier, door de dood, heeft Hij de vijanden met God verzoend. Hij heeft de wet gehoorzaamd die in de weg stond, Gods rechtvaardigheid vervuld, onze overtredingen weggedaan en zo alle vijandschap weggenomen.

Lezen: Handelingen 4:1-20

Aan de lezer…

Kent u die pijn van een vriendschap die gebroken is, waarbij een opgelapte vrede u niet kan geruststellen, omdat u weet dat de vijandschap in het hart nog leeft? Zo is het ook tussen de ziel en God. Geen werk van onze handen kan die vijandschap wegnemen. Wie dat eerlijk heeft leren zien, staat met lege handen en weet niet meer waar hij heen moet.

Maar juist daar, lezer, begint de blijde boodschap. Toen wij vijanden waren, werden wij met God verzoend door de dood Zijns Zoons. Hij kwam in onze plaats, gehoorzaamde de wet waaraan wij ongehoorzaam waren, en vervulde de gerechtigheid waarin wij tekortschoten. Zo heeft Hij Gods rechtvaardigheid vervuld en onze overtredingen weggedaan. Rust dan niet in uw eigen pogingen, maar in Zijn volbrachte werk; daar alleen is werkelijke en blijvende vrede.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

28 mei Door Baca’s vallei

Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.
Efeze 5:27

Noch anderen, noch wijzelf zien wat de kerk eenmaal zal zijn en wat zij altijd was in de ogen van Jezus. Hij kon door alle omstandigheden van de tijd heen zien, door alle zonden en smarten van deze tussenliggende periode, en Zijn oog richten op de dag van Zijn bruiloft. Dat is de dag waarop Hij voor de ogen van alle engelen, in het hof van de hemel, in het Koninkrijk van eeuwige heerlijkheid, Zichzelf een verheerlijkte gemeente zal voorstellen, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks. O, wat een dag zal dat zijn, wanneer de Zoon van God in het openbaar Zijn ondertrouwde bruid zal huwen, wanneer in de hemel gehoord zal worden „als een stem van vele wateren en als de stem van sterke donderslagen, zeggende: Halleluja! want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst! Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen en Zijn vrouw heeft haarzelf bereid” (Openb. 19:7).

Hoe gereinigd, hoe geheiligd, gewassen en gekleed moet de kerk op die dag wel zijn, wanneer de ogen van de Alwetendheid, die de geringste afwijking van de oneindige zuiverheid opmerken, in haar noch vlek noch rimpel kunnen ontdekken! Dan mag God Zelf in de fonkelende vlam van Zijn heerlijkheid van de kerk zeggen: Ik heb haar nagespeurd met een alwetend oog; Ik heb gelet op elk lid van het verborgen lichaam van Mijn geliefde Zoon; Ik heb ieder van hen onderzocht met de ogen van Mijn Godheid; maar er is geen vlek of rimpel in één van hen; zij zijn allen volmaakt in Hem en aangenaam in de Geliefde.

Maar u kunt vragen, en dat is een vraag die u wel nauwgezet mag overwegen: Hoe zal ik weten dat ik op die dag zonder vlek of rimpel zal staan? Om deze vraag te beantwoorden, vraag ik: Wat kent u van de reinigende, heiligende invloeden van de wederbarende genade, waardoor het Woord van de waarheid vat kreeg op uw geweten en met kracht in uw hart kwam? Wat kent u van de toepassing van Christus’ bloed en van de liefde van God, in uw hart uitgestort door de Heilige Geest? Is dit voor u een levensvraag, en kunt u wat wij voorgesteld hebben niet vasthouden, dan zult u, voordat u van dit lage toneel wordt weggeroepen, gezegend worden met een levend geloof in de Zoon van God en met de toepassing van Zijn liefde en bloed op uw geweten. En wanneer uw tijd ten einde is, zult u een heerlijke eeuwigheid binnengaan, waar u verlost zult zijn van al uw drukkende zonden en smarten, vrezen en benauwdheden. Dan zult u op die grote dag voorgesteld worden onder de verheerlijkte kerk, die noch vlek, noch rimpel of iets dergelijks meer zal hebben.

Maar als u leeft en sterft zonder enig deel aan deze hemelse zegeningen, zou ik mijn ambt dan wel getrouw uitoefenen als ik zei dat het u goed zal gaan? Zou het goed zijn als ik u preekte dat u op uw sterfbed alleen maar een predikant hoeft te laten halen om aan uw bed voor u te bidden, u het sacrament te geven en enkele troostende woorden tot u te spreken? Zou uw ziel daarbij wel varen? Zou ik getrouw zijn in mijn bediening als ik u bemoedigde met zo’n leugen, een leugen waardoor voortdurend duizenden misleid worden? Dat durf ik niet te doen. Ja, ik zou mijn stem verheffen en luid uitroepen: Er is geen zaligheid, in het verleden, in het heden of in de toekomst, dan die voortkomt uit het dierbare bloed van het Lam, en die bevindelijk aan het hart bekendgemaakt wordt door de bediening van de Heilige Geest.

Aan de lezer…

Misschien ziet u, als u in uw eigen hart kijkt, niets dan vlekken en rimpels, en vraagt u met beven: hoe zal ik ooit op die grote dag zonder vlek staan? Het is een vraag die u wel nauwgezet mag overwegen, en ik ontloop haar niet. Ik wil u geen valse troost geven op een sterfbed, geen leugen waardoor duizenden misleid worden. Er is geen zaligheid dan die voortkomt uit het dierbare bloed van het Lam.

Maar hoor ook wat er gezegd wordt tegen wie deze vraag als een levensvraag kent: zo iemand zal gezegend worden met een levend geloof in de Zoon van God. Christus heeft door alle zonden en smarten heen gezien naar de dag van Zijn bruiloft. Wat u in uzelf niet ziet, ziet Hij in de Zijnen: volmaakt in Hem en aangenaam in de Geliefde. Blijf dan zoeken naar de toepassing van Zijn liefde en bloed. Hij zal Zijn bruid Zichzelf heerlijk voorstellen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina