28 de mayo
Gedenk mijner, o Heere! naar het welbehagen tot uw volk; bezoek mij met uw heil.
Psalm 106:4
Hoe heeft de mens het geleerd, dat hij behoefte heeft aan behoudenis? Hij moet eerst iets weten van veroordeling. Behoudenis betreft alleen de veroordeelde. „De Zoon des mensen kwam om te zoeken en zalig te maken wat verloren was”, en daarom past behoudenis alleen de verlorene. Een mens moet verloren, geheel verloren zijn, vóórdat hij Gods behoudenis kan waarderen. En hoe is hij verloren? Door al zijn godsdienst, al zijn kracht, al zijn vertrouwen, al zijn hoop, alles wat vleselijk is te verliezen; het te verliezen doordat het hem door Gods hand geheel is ontnomen.
Een man die tot volslagen armoede, tot onvermogen om te betalen gebracht is — niets te zijn — niets te hebben — niets te weten — hij is de man die in de nachtwaken, in zijn stille uren, bij zijn haard, en somtijds bijna nacht en dag roept, kermt, smeekt, zweet, zoekt en bidt om de openbaring van Gods heil aan zijn ziel. „O! bezoek mij met uw heil.” Hij wenst dat God kome en bij hem wone, in zijn hart Zich vestige, Zich aan hem ontdekke, Zich betone en openbare, met hem nederzit, eet, wandelt en in hem woont als zijn God. En een levende ziel kan met niets anders dan dit tevreden zijn.
Hij moet een bezoek hebben. Het baat hem niet in het Woord van God te lezen wat God aan Zijn heiligen gedaan heeft in de dagen van ouds; hij heeft iets nodig voor zichzelf, iets dat zijn ziel goed zal doen; hij behoeft iets dat hem zal opbeuren, verfrissen, vertroosten, zegenen en winst aanbrengen, zijn last verminderen en vrede geven aan zijn ziel. En daartoe heeft hij een bezoek nodig, opdat de tegenwoordigheid en de macht, de barmhartigheid en de liefde Gods zijn ziel mochten bezoeken.
’t Is de Heer, wiens alvermogen
’t groot heelal heeft voortgebracht;
die genadig uit den hogen
ziet, wie op zijn bijstand wacht,
en aan elk, die Hem verbeidt
trouwe houdt in eeuwigheid.
Ps. 146:4
Aan de lezer…
Bent u, lezer, arm geworden in uzelf? Is u ontnomen waarop u steunde, uw godsdienst, uw kracht, uw vertrouwen, zodat u niets meer bent en niets meer hebt? Dat is een donkere weg, maar geen verloren weg. Bedenk dan: alleen wie verloren is, leert Gods behoudenis waarderen, want de Zoon des mensen kwam om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.
Roept u dan in de nachtwaken en in uw stille uren: „Bezoek mij met Uw heil”? Kunt u niet tevreden zijn met te lezen wat God vroeger aan Zijn heiligen deed, maar hebt u iets nodig voor uzelf? Dat is de taal van een levende ziel. Houd aan bij Hem. Hij Die u zo leerde zoeken, zal met Zijn tegenwoordigheid, Zijn barmhartigheid en Zijn liefde uw ziel komen bezoeken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Gedenk mijner, o Heere! naar het welbehagen tot uw volk; bezoek mij met uw heil.
Psalm 106:4
Hoe heeft de mens geleerd dat hij behoudenis nodig heeft? Hij moet eerst iets weten van veroordeling. Behoudenis gaat alleen de veroordeelde aan. „De Zoon des mensen kwam om te zoeken en zalig te maken wat verloren was”, en daarom past behoudenis alleen bij wie verloren is. Een mens moet verloren zijn, helemaal verloren, voordat hij Gods behoudenis kan waarderen. En hoe raakt hij verloren? Doordat hij al zijn godsdienst, al zijn kracht, al zijn vertrouwen, al zijn hoop, alles wat vleselijk is, verliest; doordat het hem door Gods hand volledig ontnomen wordt.
Een man die tot volslagen armoede gebracht is, tot onvermogen om te betalen, die niets is, niets heeft en niets weet: hij is de man die in de nachtwaken, in zijn stille uren, bij zijn haard, en soms bijna dag en nacht roept, kermt, smeekt, zweet, zoekt en bidt om de openbaring van Gods heil aan zijn ziel. „O! bezoek mij met uw heil.” Hij wenst dat God komt en bij hem woont, Zich in zijn hart vestigt, Zich aan hem bekendmaakt, Zich betoont en openbaart, met hem neerzit, eet en wandelt, en in hem woont als zijn God. En een levende ziel kan met niets anders tevreden zijn dan hiermee.
Hij moet een bezoek ontvangen. Het helpt hem niet om in het Woord van God te lezen wat God in vroeger dagen aan Zijn heiligen gedaan heeft. Hij heeft iets nodig voor zichzelf, iets dat zijn ziel goed zal doen. Hij heeft iets nodig dat hem zal opbeuren, verfrissen, vertroosten, zegenen en winst brengen, dat zijn last zal verlichten en vrede aan zijn ziel zal geven. En daarvoor heeft hij een bezoek nodig: dat de tegenwoordigheid en de macht, de barmhartigheid en de liefde van God zijn ziel mogen bezoeken.
’t Is de Heer, wiens alvermogen
’t groot heelal heeft voortgebracht;
die genadig uit den hogen
ziet, wie op zijn bijstand wacht,
en aan elk, die Hem verbeidt
trouwe houdt in eeuwigheid.
Ps. 146:4
Aan de lezer…
Bent u, lezer, arm geworden in uzelf? Is u ontnomen waarop u steunde, uw godsdienst, uw kracht, uw vertrouwen, zodat u niets meer bent en niets meer hebt? Dat is een donkere weg, maar geen verloren weg. Bedenk dan: alleen wie verloren is, leert Gods behoudenis waarderen, want de Zoon des mensen kwam om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.
Roept u dan in de nachtwaken en in uw stille uren: „Bezoek mij met Uw heil”? Kunt u niet tevreden zijn met lezen wat God vroeger aan Zijn heiligen deed, maar hebt u iets nodig voor uzelf? Dat is de taal van een levende ziel. Houd aan bij Hem. Hij Die u zo leerde zoeken, zal met Zijn tegenwoordigheid, Zijn barmhartigheid en Zijn liefde uw ziel komen bezoeken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Remember me, O LORD, with the favour that thou bearest unto thy people: O visit me with thy salvation.
Psalm 106:4
How is a man brought and taught to want to be “visited with” God’s salvation? He must know something first of condemnation. Salvation only suits the condemned. “The Son of man came to seek and to save that which was lost;” and therefore salvation only suits the lost. A man must be lost–utterly lost–before he can prize God’s salvation.
And how is he lost? By losing all his religion, losing all his righteousness, losing all his strength, losing all his confidence, losing all his hopes, losing all that is of the flesh; losing it by its being taken from him, and stripped away by the hand of God. A man who is brought into this state of utter beggary and complete bankruptcy–to be nothing, to have nothing, to know nothing–he is the man, who in the midnight watches, in his lonely hours, by his fireside, and at times, well-near night and day, is crying, groaning, begging, suing, seeking, and praying after the manifestation of God’s salvation to his soul. “O visit me with Your salvation.”
He needs a visit from God; he needs God to come and dwell with him, take up His abode in his heart, discover Himself to him, manifest and reveal Himself, sit down with him, eat with him, walk with him, and dwell in him as his God. And a living soul can be satisfied with nothing short of this. He must have a visit from God. It profits him little to read in the Word of God what God did to His saints of old; he needs something for himself, something that shall do his soul good; he needs something that shall cheer, refresh, comfort, bless, and profit him, remove his burdens, and settle his soul into peace. And therefore he needs a visitation–that the presence and power, the mercy and the love of God should visit his soul.
To the reader…
Have you become poor in yourself? Has what you leaned upon been taken from you, your religion, your strength, your confidence, so that you are nothing and have nothing any more? That is a dark way, but not a lost way. Remember, then: only one who is lost learns to prize God’s salvation, for the Son of man came to seek and to save that which was lost.
Do you cry, then, in the night watches and in your quiet hours, “O visit me with Thy salvation”? Can you not be satisfied with reading what God once did for His saints, but do you need something for yourself? That is the language of a living soul. Keep on pleading with Him. He Who taught you to seek like this will come to visit your soul with His presence, His mercy and His love.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Acuérdate de mí, oh Jehová, según Tu benevolencia para con Tu pueblo: visítame con Tu salud.
Salmo 106:4
¿Cómo es llevado y enseñado un hombre a desear ser “visitado con” la salvación de Dios? Primero tiene que conocer algo de la condenación. La salvación solo conviene a los condenados. “El Hijo del hombre vino a buscar y a salvar lo que se había perdido”; y por tanto la salvación solo conviene a los perdidos. Un hombre tiene que estar perdido, completamente perdido, antes de poder apreciar la salvación de Dios.
¿Y cómo se pierde? Perdiendo toda su religión, perdiendo toda su justicia, perdiendo toda su fuerza, perdiendo toda su confianza, perdiendo todas sus esperanzas, perdiendo todo lo que es de la carne; perdiéndolo porque le es quitado y arrancado por la mano de Dios. Un hombre que es llevado a este estado de total mendicidad y completa bancarrota, a ser nada, a no tener nada, a no saber nada, es el hombre que en las vigilias de medianoche, en sus horas solitarias, junto a su hogar, y a veces casi noche y día, clama, gime, mendiga, suplica, busca y ora por la manifestación de la salvación de Dios a su alma. “Visítame con Tu salud”.
Necesita una visita de Dios; necesita que Dios venga y habite con él, establezca Su morada en su corazón, se le descubra, se le manifieste y revele, se siente con él, coma con él, ande con él y habite en él como su Dios. Y un alma viva no puede quedar satisfecha con nada menos que esto. Ha de tener una visita de Dios. Poco le aprovecha leer en la Palabra de Dios lo que Dios hizo con Sus santos de antaño; necesita algo para sí mismo, algo que haga bien a su alma; necesita algo que le anime, refresque, consuele, bendiga y aproveche, que quite sus cargas y asiente su alma en paz. Y por eso necesita una visitación: que la presencia y el poder, la misericordia y el amor de Dios visiten su alma.
Al lector…
¿Se ha vuelto usted pobre en sí mismo? ¿Le han quitado aquello en lo que se apoyaba, su religión, su fuerza, su confianza, de modo que ya no es nada ni tiene nada? Es un camino oscuro, pero no un camino perdido. Recuerde, pues: solo quien está perdido aprende a apreciar la salvación de Dios, porque el Hijo del hombre vino a buscar y a salvar lo que se había perdido.
¿Clama usted, entonces, en las vigilias de la noche y en sus horas de quietud: “Visítame con Tu salud”? ¿No puede quedar satisfecho con leer lo que Dios hizo una vez por Sus santos, sino que necesita algo para sí mismo? Ese es el lenguaje de un alma viva. Siga suplicándole. El que le enseñó a buscar así vendrá a visitar su alma con Su presencia, Su misericordia y Su amor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl