Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

28 november Korenaren uit de volle oogst

De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in de hemel, en is gezeten aan de rechterhand Gods.
Markus 16:19

De rechterhand van God betekent: de rechterhand van macht, van heerschappij, van gezag en van aanneming. Toen onze gezegende Heere terugkeerde naar de gewesten van de zaligheid, en de poorten van de hemel hun hoofden ophieven, en de eeuwige deuren werden geopend en de Koning der ere binnenging, zat Hij onmiddellijk aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogte. Maar wat betekent die hoge ereplaats? Zij verzekert alle krachten en machten, en de hele schitterende en heerlijke stoet van legers van engelen, dat God Zijn werk heeft aangenomen en Hem als beloning die verheven plaats van macht, eer en waardigheid heeft gegeven.

Want bedenk dit: onze genadige Heere voer in Zijn menselijke natuur ten hemel en nam plaats aan de rechterhand van God. Hij ging niet terug naar de hemel zoals Hij uit de hemel was neergedaald, alleen als Gods Zoon. Hij ging naar de hemel zowel als de Zoon des mensen als als de Zoon van God. Hij ging naar de hemel in een menselijke natuur, verenigd met de Goddelijke, en ging daarom de gewesten van de zaligheid binnen als de Godmens, Immanuël: God met ons.

Het is een punt van groot gewicht, dat elke geestelijke aanbidder wel in zijn ziel mag bewaren, dat onze gezegende Heere aan de rechterhand van de Majesteit in de hemel plaatsnam in het menselijke lichaam dat Hij hier op aarde had gedragen. Het is verheerlijkt boven alle gedachte of uitdrukking, maar het is dezelfde reine, vlekkeloze, heilige en onsterfelijke mensheid die Hij aannam in de schoot van de maagd, en die Hij als een offer heeft gebracht aan het kruis. Hierop wilde de apostel vooral onze gedachten richten, en dit wilde hij ons geven als voorwerp en voedsel van ons geloof. En wat een voorwerp van geloof is het! Want als wij Jezus Christus zien aan de rechterhand van God, zien wij daar een Middelaar tussen God en de mensen, de Mens Christus Jezus. Wij zien een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige; wij zien een Broeder, een Vriend, een Bruidegom, getroond in heerlijkheid, Die daar altijd leeft, altijd heerst, altijd regeert, totdat God alle vijanden aan Zijn voeten zal hebben onderworpen.

Ps. 103:10

Aan de lezer…

Wat een woord: „gezeten aan de rechterhand Gods”! Wanneer uw hart bezwijkt en u zich afvraagt of er in de hemel wel iemand is die uw nood begrijpt, sla dan uw oog daarheen. Daar zit niet alleen de eeuwige Zoon, maar de Godmens, Immanuël, in dezelfde mensheid die Hij in de schoot van de maagd aannam en aan het kruis als offer bracht. De Vader heeft Zijn werk aangenomen; daarom zit Hij daar, en daarom mag een arme zondaar op dat werk rusten.

Wat een voorwerp en voedsel voor het geloof! U hebt daar een Middelaar, een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige; een Broeder, een Vriend, een Bruidegom, Die altijd leeft en altijd regeert. Uw vijanden mogen nu nog sterk lijken, maar God zal ze allemaal aan Zijn voeten onderwerpen. Laat uw gedachten dan rusten waar uw Heere is, want Hij Die daar zit, is met u.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

28 november 365 dagen met Philpot

Hebt de wereld niet lief

Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid, maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
1 Johannes 2:15-17

Als uw hart onder goddelijke invloed staat, zal de wereld u geen kwaad doen, zolang u zich er niet meer mee verbindt dan strikt noodzakelijk is. We worden niet geroepen om uit de wereld te stappen en ons in kloosters op te sluiten. Wat we wel moeten mijden, is het gezelschap van de wereld bij gelegenheden waar dat niet nodig is. U hoeft de wereld dus niet te verlaten om ervan gescheiden te worden. U kunt buiten de wereld staan en haar toch liefhebben; u kunt midden in de wereld staan en haar haten.

U kunt over een drukke markt lopen terwijl uw hart in de hemel is; u kunt in een prachtig natuurgebied wandelen terwijl uw hart op de markt is. Waar ons hart is, daar is onze genegenheid en wat we innerlijk liefhebben, en dat laat zien of we van de wereld zijn of niet. Want u zult merken dat de voornaamste kracht van het gebod hierin ligt: „Hebt de wereld niet lief.” Johannes zegt niet: verlaat de wereld, maar: hebt haar niet lief. En waarom gebiedt Johannes ons zo dringend de wereld niet lief te hebben? Om de eenvoudige reden dat liefde de sterkste menselijke hartstocht is, die nooit bevredigd kan worden zonder het voorwerp van onze liefde te genieten of te bezitten.

Als iemand iets liefheeft, zal hij vroeg of laat proberen het hoe dan ook in handen te krijgen, op eerlijke of oneerlijke wijze. Als hij hopeloos verliefd is op iemand, voelt hij zich ellendig totdat hij die persoon voor zich gewonnen heeft, want liefde is de sterkste hartstocht in het gemoed van de mens. Dat weten allen die ooit, om een gangbare uitdrukking te gebruiken, „verliefd” zijn geweest. En hoewel dit vooral geldt voor de liefde van een man tot een vrouw en van een vrouw tot een man, geldt het ook voor alle andere vormen van liefde, al is het misschien niet even hevig. Als iemand dus de wereld liefheeft, zal hij zich zeker tot het uiterste inspannen om het voorwerp van zijn liefde te bereiken of te bemachtigen. Niets zal hem voldoening geven, behalve te beschikken over datgene waarnaar zijn hart uitgaat.

Lezen: Mattheüs 6:9-23

Aan de lezer…

Waar is uw hart? U kunt over een drukke markt lopen met een hart dat in de hemel is, en u kunt in de stilte van een mooi landschap wandelen met een hart dat op de markt is. De Heere vraagt niet dat u zich in een klooster opsluit, maar Hij ziet waar uw genegenheid heen gaat. Want naar wat u liefhebt, zal uw hart vroeg of laat grijpen, en het zal geen rust hebben voordat het dat bezit.

Daarom klinkt het gebod zo ernstig: „Hebt de wereld niet lief.” Merkt u dat uw hart toch naar de wereld uitgaat, verberg het dan niet, maar breng het eerlijk bij Hem. Alleen wanneer uw hart onder goddelijke invloed staat, zal de wereld u geen kwaad doen. Bid dan dat de Heere Zelf uw genegenheid trekt, zodat u te midden van het rumoer van de wereld wandelt met een hart dat in de hemel woont.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

28 november Door Baca’s vallei

Doch Gij, Heere, zijt een Schild voor mij; mijn Eer, en Die mijn hoofd opheft.
Psalm 3:4

Als uw ziel ooit begunstigd is met een proefje van barmhartigheid, met een teugje uit de beek van Gods wellusten; als uw geweten ooit de toepassing van het verzoenend bloed heeft ervaren, of als de liefde van God door de Heilige Geest in uw hart is uitgestort, probeer dan altijd, wanneer de wet binnenkomt om u te vervloeken, eraan te denken dat de Heere Jezus Christus als een schild tussen u en de vloek staat. De wet heeft met u, die gelooft, niets te maken; zij heeft haar vloek voor u op Christus gelegd, zoals de apostel verklaart: „Hij is een vloek voor ons geworden.” En opnieuw: „Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout”, enz. Daarom heeft de wet niets te maken met u, die in Christus Jezus gelooft. Hij heeft de vloek voor u opgevangen door hem in Zijn eigen lichaam en ziel te dragen, en Hij nam hem van u weg zonder dat u er schade van had.

Het is een kostbare daad van het geloof wanneer u Christus zo in uw armen kunt nemen en Hem als een schild kunt opheffen tussen de wet en uw geweten. En dat lijkt de apostel in zekere zin aan te duiden wanneer hij zegt: „En bovenal aangedaan hebbende het schild des geloofs, waarmede gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.” Want veel van deze vurige pijlen worden uit de wet genomen. Het is inderdaad een grote en bijzondere daad van het geloof om Jezus Christus in de armen te nemen, Hem op te heffen tegenover de wet en te kunnen zeggen: „Wet, gij hebt niets met mij te doen; Jezus heeft al uw rechtmatige eisen vervuld en uw vreselijke vloeken gedragen. Hij is mijn Schild om mij te beschermen tegen uw veroordelend vonnis; al uw vloeken zijn onschadelijk, zij kunnen mij niet genaken, omdat zij ten volle Hem getroffen hebben.”

Ik zeg: dit is een bijzondere daad van het geloof, omdat wij dit niet kunnen zeggen tenzij God ons daartoe in staat stelt. Zonder dat is het alleen maar een daad van vermetelheid. Ik mag er ook aan toevoegen dat het iets zeldzaams is, Christus als een schild op te heffen tegenover de vloeken van de wet. Maar wanneer dit gebeurt onder de invloeden en werkingen van de gezegende Geest, dan is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is ook geen ander schild dat haar vreselijke vloek kan opvangen.

Aan de lezer…

Wanneer de wet bij u binnenkomt met haar vloek, beeft uw geweten en treffen de vurige pijlen van de boze u. Hebt u ooit een teugje uit de beek van Gods wellusten geproefd, of de toepassing van het verzoenend bloed ervaren, probeer dan in zo’n uur te bedenken dat de Heere Jezus als een Schild tussen u en de vloek staat. Hij heeft die vloek in Zijn eigen lichaam en ziel gedragen en hem van u weggenomen.

Het is een zeldzame en bijzondere daad van het geloof om Christus zo in de armen te nemen en Hem op te heffen tegenover de wet. U kunt het niet uit uzelf; zonder de Geest zou het vermetelheid zijn. Maar vraag Hem erom, want wanneer Hij het werkt, is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is geen ander schild; maar dit Schild is genoeg, en de Heere is ook uw Eer en Die uw hoofd opheft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina