vandaag verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
7 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
12 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in de hemel, en is gezeten aan de rechterhand Gods.
Markus 16:19
De rechterhand Gods wil zeggen: de rechterhand der macht, der heerschappij, van het gezag en der aanneming. Toen onze gezegende Heere naar de gewesten der zaligheid terugkeerde, en de poorten des hemels hun hoofden oplichtten, en de eeuwige deuren werden geopend en de Koning der ere binnenging, zat Hij terstond aan de rechterhand der Majesteit in de hoogte. Maar wat betekent die hoge ereplaats? Zij verzekert aan alle krachten en machten, en aan de gehele schitterende en heerlijke stoet van heirlegers van engelen, dat God Zijn werk heeft aangenomen en Hem tot beloning die verheven plaats van macht, eer en waardigheid gegeven heeft.
Want bedenk dit, dat onze genadige Heere in Zijn menselijke natuur ten hemel voer en plaats nam aan de rechterhand Gods. Hij ging niet weder naar de hemel zoals Hij van de hemel was neergedaald, alleen als Gods Zoon. Hij ging naar de hemel èn als de Zoon des mensen èn als de Zone Gods. Hij ging naar de hemel in een menselijke natuur, verenigd met de Goddelijke, en ging daarom de gewesten der zaligheid binnen als de Godmens, Immanuël: God met ons.
Het is een punt van groot gewicht, dat door elke geestelijke aanbidder wel in de ziel mag worden bewaard, dat onze gezegende Heere aan de rechterhand der Majesteit in de hemel plaats nam in het menselijke lichaam dat Hij hier op aarde gedragen had: wel verheerlijkt boven alle gedachte of uitdrukking, maar dezelfde reine, vlekkeloze, heilige en onsterfelijke mensheid die Hij aannam in de schoot der maagd, en die Hij als een offerande gebracht heeft aan het kruis. Hierop wilde de apostel inzonderheid onze gedachten vestigen en het ons als het voorwerp en als voedsel van ons geloof geven. En welk een voorwerp van geloof is het! Want Jezus Christus ziende aan de rechterhand Gods, zien wij daar een Middelaar tussen God en de mensen, de Man Christus Jezus; wij zien een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige; wij zien een Broeder, een Vriend, een Echtgenoot getroond in heerlijkheid, daar altijd levende, altijd heersende, altijd regerende, totdat God alle vijanden aan Zijn voeten zal hebben onderworpen.
Ps. 103:10
Aan de lezer…
Wat een woord: „gezeten aan de rechterhand Gods”! Wanneer uw hart bezwijkt en u zich afvraagt of er in de hemel wel iemand is die uw nood verstaat, sla dan uw oog daarheen. Daar zit niet alleen de eeuwige Zoon, maar de Godmens, Immanuël, in dezelfde mensheid die Hij in de schoot der maagd aannam en aan het kruis ten offer bracht. De Vader heeft Zijn werk aangenomen; daarom zit Hij daar, en daarom mag een arme zondaar op dat werk rusten.
Welk een voorwerp en voedsel voor het geloof! U hebt daar een Middelaar, een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige; een Broeder, een Vriend, een Echtgenoot, Die altijd leeft en altijd regeert. Uw vijanden mogen nu nog sterk schijnen, maar God zal ze alle aan Zijn voeten onderwerpen. Laat dan uw gedachten daar rusten waar uw Heere is, want Die daar zit, is met u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in de hemel, en is gezeten aan de rechterhand Gods.
Markus 16:19
De rechterhand van God betekent: de rechterhand van macht, van heerschappij, van gezag en van aanneming. Toen onze gezegende Heere terugkeerde naar de gewesten van de zaligheid, en de poorten van de hemel hun hoofden ophieven, en de eeuwige deuren werden geopend en de Koning der ere binnenging, zat Hij onmiddellijk aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogte. Maar wat betekent die hoge ereplaats? Zij verzekert alle krachten en machten, en de hele schitterende en heerlijke stoet van legers van engelen, dat God Zijn werk heeft aangenomen en Hem als beloning die verheven plaats van macht, eer en waardigheid heeft gegeven.
Want bedenk dit: onze genadige Heere voer in Zijn menselijke natuur ten hemel en nam plaats aan de rechterhand van God. Hij ging niet terug naar de hemel zoals Hij uit de hemel was neergedaald, alleen als Gods Zoon. Hij ging naar de hemel zowel als de Zoon des mensen als als de Zoon van God. Hij ging naar de hemel in een menselijke natuur, verenigd met de Goddelijke, en ging daarom de gewesten van de zaligheid binnen als de Godmens, Immanuël: God met ons.
Het is een punt van groot gewicht, dat elke geestelijke aanbidder wel in zijn ziel mag bewaren, dat onze gezegende Heere aan de rechterhand van de Majesteit in de hemel plaatsnam in het menselijke lichaam dat Hij hier op aarde had gedragen. Het is verheerlijkt boven alle gedachte of uitdrukking, maar het is dezelfde reine, vlekkeloze, heilige en onsterfelijke mensheid die Hij aannam in de schoot van de maagd, en die Hij als een offer heeft gebracht aan het kruis. Hierop wilde de apostel vooral onze gedachten richten, en dit wilde hij ons geven als voorwerp en voedsel van ons geloof. En wat een voorwerp van geloof is het! Want als wij Jezus Christus zien aan de rechterhand van God, zien wij daar een Middelaar tussen God en de mensen, de Mens Christus Jezus. Wij zien een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige; wij zien een Broeder, een Vriend, een Bruidegom, getroond in heerlijkheid, Die daar altijd leeft, altijd heerst, altijd regeert, totdat God alle vijanden aan Zijn voeten zal hebben onderworpen.
Ps. 103:10
Aan de lezer…
Wat een woord: „gezeten aan de rechterhand Gods”! Wanneer uw hart bezwijkt en u zich afvraagt of er in de hemel wel iemand is die uw nood begrijpt, sla dan uw oog daarheen. Daar zit niet alleen de eeuwige Zoon, maar de Godmens, Immanuël, in dezelfde mensheid die Hij in de schoot van de maagd aannam en aan het kruis als offer bracht. De Vader heeft Zijn werk aangenomen; daarom zit Hij daar, en daarom mag een arme zondaar op dat werk rusten.
Wat een voorwerp en voedsel voor het geloof! U hebt daar een Middelaar, een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige; een Broeder, een Vriend, een Bruidegom, Die altijd leeft en altijd regeert. Uw vijanden mogen nu nog sterk lijken, maar God zal ze allemaal aan Zijn voeten onderwerpen. Laat uw gedachten dan rusten waar uw Heere is, want Hij Die daar zit, is met u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
So then after the Lord had spoken unto them, He was received up into heaven, and sat on the right hand of God.
Mark 16:19
The right hand of God means the right hand of power, of dominion, of authority, and of acceptance. When our blessed Lord went back to the courts of bliss, and the gates of heaven lifted up their heads, and the everlasting doors were lifted up, and the King of glory went in, He sat down at once at the right hand of the Majesty on high. But what did this place of pre-eminence imply? It certified to principalities and powers, and the whole bright and glorious throng of angelic hosts, that God had accepted His work and given Him for His reward that exalted place of power, of honor, and of dignity.
For remember this, that our gracious Lord went up to heaven and sat down at the right hand of God in His human nature. He did not go up to heaven as He came down from heaven only as the Son of God. He went up to heaven as the Son of man as well as the Son of God. He went up to heaven in a human nature united to the divine, and therefore entered the courts of bliss as the God-man, Immanuel, God with us.
It is a point of great importance, and to be ever borne in mind by every spiritual worshiper, and by every true believer in the Son of God, that our blessed Lord sat down at the right hand of the Majesty on high in the same human body which He wore upon earth—glorified indeed beyond all thought or utterance, but the same pure, spotless, holy, and immortal humanity which He assumed in the womb of the Virgin, and which He offered as a sacrifice upon the cross.
To this point the Apostle would specially direct our thoughts, and bring it before us as the object and food of our faith (Rom. 8:34). And what an object of faith it is, for, as viewing Jesus at the right hand of God, we see there a Mediator between God and men, the man Christ Jesus; we see an Advocate with the Father, Jesus Christ the righteous; we see a brother, a friend, a husband enthroned in glory, there ever living, ever reigning, ever ruling, until God shall have put all enemies under His feet.
To the reader…
What a word: “sat on the right hand of God”! When your heart fails and you wonder whether there is anyone in heaven who understands your need, lift your eye up there. There sits not only the eternal Son, but the God-man, Immanuel, in the same humanity that He took on in the womb of the Virgin and offered as a sacrifice on the cross. The Father has accepted His work; that is why He sits there, and that is why a poor sinner may rest upon that work.
What an object and food for faith! You have there a Mediator, an Advocate with the Father, Jesus Christ the righteous; a Brother, a Friend, a Bridegroom, Who ever lives and ever reigns. Your enemies may still seem strong now, but God will put them all under His feet. Let your thoughts, then, rest where your Lord is, for He Who sits there is with you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y el Señor, después que les habló, fue recibido arriba en el cielo, y se sentó a la diestra de Dios.
Marcos 16:19
La diestra de Dios significa la diestra del poder, del dominio, de la autoridad y de la aceptación. Cuando nuestro bendito Señor volvió a los atrios de la dicha, y las puertas del cielo alzaron sus cabezas, y se alzaron las puertas eternas, y entró el Rey de gloria, se sentó en seguida a la diestra de la Majestad en las alturas. Pero ¿qué implicaba este lugar de preeminencia? Certificaba a los principados y potestades, y a toda la brillante y gloriosa multitud de las huestes angélicas, que Dios había aceptado Su obra y Le había dado como recompensa ese lugar exaltado de poder, de honra y de dignidad.
Porque recuerde usted esto: nuestro bondadoso Señor subió al cielo y se sentó a la diestra de Dios en Su naturaleza humana. No subió al cielo como había descendido del cielo, solo como el Hijo de Dios. Subió al cielo como el Hijo del Hombre tanto como el Hijo de Dios. Subió al cielo en una naturaleza humana unida a la divina, y por eso entró en los atrios de la dicha como el Dios-Hombre, Emmanuel, Dios con nosotros.
Es un punto de gran importancia, que todo adorador espiritual y todo verdadero creyente en el Hijo de Dios debe tener siempre presente, que nuestro bendito Señor se sentó a la diestra de la Majestad en las alturas en el mismo cuerpo humano que llevó sobre la tierra; glorificado, en verdad, más allá de todo pensamiento y de toda palabra, pero la misma humanidad pura, sin mancha, santa e inmortal que tomó en el seno de la Virgen, y que ofreció como sacrificio sobre la cruz.
A este punto quiere el Apóstol dirigir especialmente nuestros pensamientos, y ponerlo delante de nosotros como objeto y alimento de nuestra fe (Rom. 8:34). ¡Y qué objeto de fe es! Porque, al contemplar a Jesús a la diestra de Dios, vemos allí un Mediador entre Dios y los hombres, Jesucristo hombre; vemos un Abogado para con el Padre, a Jesucristo el justo; vemos un hermano, un amigo, un esposo entronizado en gloria, que allí vive siempre, reina siempre, gobierna siempre, hasta que Dios haya puesto a todos los enemigos debajo de Sus pies.
Al lector…
¡Qué palabra: “se sentó a la diestra de Dios”! Cuando le falla el corazón y se pregunta si hay alguien en el cielo que entienda su necesidad, alce allá su mirada. Allí está sentado no solo el Hijo eterno, sino el Dios-Hombre, Emmanuel, en la misma humanidad que tomó en el seno de la Virgen y que ofreció como sacrificio en la cruz. El Padre ha aceptado Su obra; por eso está Él sentado allí, y por eso un pobre pecador puede descansar en esa obra.
¡Qué objeto y alimento para la fe! Allí tiene usted un Mediador, un Abogado para con el Padre, a Jesucristo el justo; un Hermano, un Amigo, un Esposo, que vive siempre y reina siempre. Sus enemigos pueden parecer todavía fuertes ahora, pero Dios los pondrá a todos debajo de Sus pies. Deje, pues, que sus pensamientos reposen donde está su Señor, porque Aquel que está sentado allí está con usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Hebt de wereld niet lief
Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid, maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
1 Johannes 2:15-17
Als uw hart onder goddelijke invloed staat, zal de wereld u geen pijn doen, zolang u zich er niet meer mee verbindt dan absoluut noodzakelijk is. We worden niet geroepen om uit de wereld te stappen en onszelf in kloosters op te sluiten. Wat we wel dienen te mijden, is het gezelschap van de wereld bij gelegenheden waarop dat niet nodig is. U hoeft de wereld dus niet te verlaten om er gescheiden van te worden. U kunt buiten de wereld staan en haar toch liefhebben; u kunt zich in de wereld bevinden en haar haten.
U kunt op een drukke markt lopen en uw hart kan in de hemel zijn; u kunt in een prachtig natuurgebied wandelen en uw hart kan op de markt zijn. Waar ons hart is, daar is onze genegenheid en wat we innerlijk liefhebben, hetgeen laat zien of we van de wereld zijn of niet; want u zult merken dat de voornaamste kracht van het gebod hierin zit: „Hebt de wereld niet lief.” Johannes zegt niet: verlaat de wereld, maar: hebt haar niet lief. En waarom gelast Johannes ons met klem de wereld niet lief te hebben? Om de eenvoudige reden dat liefde de sterkste menselijke hartstocht is, die nooit bevredigd kan worden zonder het voorwerp van onze liefde te genieten of te bezitten.
Als iemand iets liefheeft, zal hij het vroeg of laat, hoe dan ook, op eerlijke of oneerlijke wijze, in handen proberen te krijgen. Als hij wanhopig verliefd is op iemand, voelt hij zich ellendig tot hij die persoon verwerft, want liefde is de sterkste hartstocht in het gemoed van de mens. Dat weten al degenen die ooit, om een gangbare uitdrukking te gebruiken, „verliefd” zijn geweest. En ofschoon dit vooral geldt voor de liefde van een man voor een vrouw en van een vrouw voor een man, geldt het ook voor alle andere vormen van liefde, hoewel misschien niet in dezelfde hevige mate. Als iemand dus de wereld liefheeft, is het zeker dat hij zich tot het uiterste zal inspannen om het voorwerp van zijn liefde te bereiken of te bemachtigen; en niets zal hem voldoening schenken behalve te beschikken over datgene waarnaar zijn hart uitgaat.
Lezen: Mattheüs 6:9-23
Aan de lezer…
Waar is uw hart, waarde lezer? U kunt over een drukke markt lopen met een hart dat in de hemel is, en u kunt in de stilte van een schoon landschap wandelen met een hart dat op de markt verwijlt. De Heere vraagt niet dat u zich in een klooster opsluit, maar Hij ziet waar uw genegenheid heengaat. Want wat u liefhebt, daar zal uw hart vroeg of laat naar grijpen, en het zal geen rust hebben voordat het dat bezit.
Daarom klinkt het gebod zo ernstig: „Hebt de wereld niet lief.” Bemerkt u dat uw hart toch naar de wereld uitgaat, verberg het dan niet, maar breng het eerlijk voor Hem. Alleen wanneer uw hart onder goddelijke invloed staat, zal de wereld u geen kwaad doen. Bid dan dat de Heere uw genegenheid zelf trekke, opdat u te midden van het gedruis der wereld met een hart wandelt dat in de hemel woont.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid, maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
1 Johannes 2:15-17
Als uw hart onder goddelijke invloed staat, zal de wereld u geen kwaad doen, zolang u zich er niet meer mee verbindt dan strikt noodzakelijk is. We worden niet geroepen om uit de wereld te stappen en ons in kloosters op te sluiten. Wat we wel moeten mijden, is het gezelschap van de wereld bij gelegenheden waar dat niet nodig is. U hoeft de wereld dus niet te verlaten om ervan gescheiden te worden. U kunt buiten de wereld staan en haar toch liefhebben; u kunt midden in de wereld staan en haar haten.
U kunt over een drukke markt lopen terwijl uw hart in de hemel is; u kunt in een prachtig natuurgebied wandelen terwijl uw hart op de markt is. Waar ons hart is, daar is onze genegenheid en wat we innerlijk liefhebben, en dat laat zien of we van de wereld zijn of niet. Want u zult merken dat de voornaamste kracht van het gebod hierin ligt: „Hebt de wereld niet lief.” Johannes zegt niet: verlaat de wereld, maar: hebt haar niet lief. En waarom gebiedt Johannes ons zo dringend de wereld niet lief te hebben? Om de eenvoudige reden dat liefde de sterkste menselijke hartstocht is, die nooit bevredigd kan worden zonder het voorwerp van onze liefde te genieten of te bezitten.
Als iemand iets liefheeft, zal hij vroeg of laat proberen het hoe dan ook in handen te krijgen, op eerlijke of oneerlijke wijze. Als hij hopeloos verliefd is op iemand, voelt hij zich ellendig totdat hij die persoon voor zich gewonnen heeft, want liefde is de sterkste hartstocht in het gemoed van de mens. Dat weten allen die ooit, om een gangbare uitdrukking te gebruiken, „verliefd” zijn geweest. En hoewel dit vooral geldt voor de liefde van een man tot een vrouw en van een vrouw tot een man, geldt het ook voor alle andere vormen van liefde, al is het misschien niet even hevig. Als iemand dus de wereld liefheeft, zal hij zich zeker tot het uiterste inspannen om het voorwerp van zijn liefde te bereiken of te bemachtigen. Niets zal hem voldoening geven, behalve te beschikken over datgene waarnaar zijn hart uitgaat.
Lezen: Mattheüs 6:9-23
Aan de lezer…
Waar is uw hart? U kunt over een drukke markt lopen met een hart dat in de hemel is, en u kunt in de stilte van een mooi landschap wandelen met een hart dat op de markt is. De Heere vraagt niet dat u zich in een klooster opsluit, maar Hij ziet waar uw genegenheid heen gaat. Want naar wat u liefhebt, zal uw hart vroeg of laat grijpen, en het zal geen rust hebben voordat het dat bezit.
Daarom klinkt het gebod zo ernstig: „Hebt de wereld niet lief.” Merkt u dat uw hart toch naar de wereld uitgaat, verberg het dan niet, maar breng het eerlijk bij Hem. Alleen wanneer uw hart onder goddelijke invloed staat, zal de wereld u geen kwaad doen. Bid dan dat de Heere Zelf uw genegenheid trekt, zodat u te midden van het rumoer van de wereld wandelt met een hart dat in de hemel woont.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Love not the world, neither the things that are in the world. If any man love the world, the love of the Father is not in him. For all that is in the world, the lust of the flesh, and the lust of the eyes, and the pride of life, is not of the Father, but is of the world. And the world passeth away, and the lust thereof: but he that doeth the will of God abideth for ever.
1 John 2:15-17
If your heart is under divine influence, the world will do you no harm, so long as you do not mix with it more than is strictly necessary. We are not called to step out of the world and shut ourselves up in convents. What we must avoid is the company of the world on occasions where it is not needful. You need not, then, leave the world to be separated from it. You may stand outside the world and yet love it; you may stand in the midst of the world and hate it.
You may walk through a busy market while your heart is in heaven; you may walk through beautiful countryside while your heart is in the market. Where our heart is, there are our affections and what we inwardly love, and that shows whether we are of the world or not. For you will notice that the chief force of the precept lies in this: “Love not the world.” John does not say, leave the world, but, love it not. And why does John so urgently command us not to love the world?
For the simple reason that love is the strongest human passion, which can never be satisfied without enjoying or possessing the object of our love.
If a man loves something, sooner or later he will try to get it into his hands one way or another, by fair means or foul. If he is hopelessly in love with someone, he feels wretched until he has won that person, for love is the strongest passion in the mind of man. All know this who have ever, to use a common expression, been “in love.” And though this holds chiefly of the love of a man to a woman and of a woman to a man, it holds also of all other kinds of love, though perhaps not so intensely.
If a man, then, loves the world, he will certainly strain every nerve to reach or obtain the object of his love. Nothing will satisfy him but to possess that after which his heart goes out.
Reading: Matthew 6:9-23
To the reader…
Where is your heart? You may walk through a busy market with a heart that is in heaven, and you may walk in the quiet of a lovely landscape with a heart that is in the market. The Lord does not ask you to shut yourself up in a convent, but He sees where your affections go. For whatever you love, your heart will sooner or later reach for, and it will have no rest until it possesses it.
That is why the precept sounds so solemnly: “Love not the world.” If you find that your heart still goes out after the world, do not hide it, but bring it honestly to Him. Only when your heart is under divine influence will the world do you no harm. Pray, then, that the Lord Himself may draw your affections, so that amid the noise of the world you may walk with a heart that dwells in heaven.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
No améis al mundo, ni las cosas que están en el mundo. Si alguno ama al mundo, el amor del Padre no está en él. Porque todo lo que hay en el mundo, la concupiscencia de la carne, y la concupiscencia de los ojos, y la soberbia de la vida, no es del Padre, mas es del mundo. Y el mundo se pasa, y su concupiscencia; mas el que hace la voluntad de Dios, permanece para siempre.
1 Juan 2:15-17
Si su corazón está bajo influencia divina, el mundo no le hará daño, mientras no se mezcle con él más de lo estrictamente necesario. No somos llamados a salir del mundo y encerrarnos en conventos. Lo que debemos evitar es la compañía del mundo en ocasiones en que no es necesaria. No necesita, pues, dejar el mundo para estar separado de él. Puede estar fuera del mundo y sin embargo amarlo; puede estar en medio del mundo y aborrecerlo.
Puede caminar por un mercado concurrido mientras su corazón está en el cielo; puede caminar por un hermoso paisaje mientras su corazón está en el mercado. Donde está nuestro corazón, allí están nuestros afectos y lo que interiormente amamos, y eso muestra si somos del mundo o no. Porque notará que la fuerza principal del precepto está en esto: “No améis al mundo”. Juan no dice: dejad el mundo, sino: no lo améis. ¿Y por qué nos manda Juan con tanta urgencia no amar al mundo?
Por la sencilla razón de que el amor es la pasión humana más fuerte, que nunca puede quedar satisfecha sin disfrutar o poseer el objeto de nuestro amor.
Si un hombre ama algo, tarde o temprano intentará tenerlo en sus manos de una forma u otra, por medios lícitos o ilícitos. Si está perdidamente enamorado de alguien, se siente desdichado hasta que ha conquistado a esa persona, porque el amor es la pasión más fuerte en la mente del hombre. Lo saben todos los que alguna vez, por usar una expresión corriente, han estado “enamorados”. Y aunque esto vale principalmente del amor de un hombre a una mujer y de una mujer a un hombre, vale también de toda otra clase de amor, aunque quizás no con tanta intensidad.
Si un hombre, pues, ama al mundo, ciertamente pondrá en tensión todas sus fuerzas para alcanzar u obtener el objeto de su amor. Nada le satisfará sino poseer aquello tras lo cual va su corazón.
Lectura: Mateo 6:9-23
Al lector…
¿Dónde está su corazón? Puede caminar por un mercado concurrido con un corazón que está en el cielo, y puede andar en la quietud de un hermoso paisaje con un corazón que está en el mercado. El Señor no le pide que se encierre en un convento, pero Él ve adónde van sus afectos. Porque todo lo que usted ama, su corazón tarde o temprano lo buscará, y no tendrá descanso hasta poseerlo.
Por eso el precepto suena tan solemne: “No améis al mundo”. Si halla que su corazón todavía va tras el mundo, no lo oculte, sino tráigalo sinceramente a Él. Solo cuando su corazón esté bajo influencia divina el mundo no le hará daño. Ore, pues, para que el Señor mismo atraiga sus afectos, a fin de que en medio del ruido del mundo camine con un corazón que habita en el cielo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Doch Gij, Heere, zijt een Schild voor mij; mijn Eer, en Die mijn hoofd opheft.
Psalm 3:4
Indien ooit uw ziel is begunstigd geworden met een proefje van barmhartigheid, met een teugje uit de beek van Gods wellusten, indien ooit uw consciëntie de toepassing van het verzoenend bloed heeft ontwaard, of de liefde Gods in uw hart is uitgestort geworden door de Heilige Geest, tracht dan, wanneer de wet inkomt om u te vervloeken, altijd in gedachten te brengen dat de Heere Jezus Christus als een schild tussen u en de vloek staat. De wet heeft met u, die gelooft, niets te maken; zij heeft haar vloek op Christus gelegd voor u, gelijk de apostel verklaart: „Hij is een vloek voor ons geworden.” En wederom: „Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout”, enz. Daarom heeft de wet met u, die gelooft in Christus Jezus, niets te doen. Hij heeft de vloek voor u ondervangen door hem in Zijn eigen lichaam en ziel te dragen, en nam hem, zonder u schade aan te doen, van u weg.
Het is een kostelijke daad des geloofs, wanneer gij aldus Christus in uw armen nemen kunt en Hem als een schild opheft tussen de wet en uw consciëntie. En dit schijnt de apostel in zekere zin aan te duiden, als hij zegt: „En bovenal aangedaan hebbende het schild des geloofs, waarmede gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.” Want vele van deze vurige pijlen worden uit de wet genomen. Het is inderdaad een grote en bijzondere handeling van het geloof, Jezus Christus in de armen te nemen en Hem op te heffen in het aangezicht van de wet, en in staat te zijn om te zeggen: „Wet, gij hebt niets met mij te doen; Jezus heeft al uw rechtmatige eisen vervuld en uw vreselijke vloeken gedragen. Hij is mijn Schild om mij te beschermen tegen uw veroordelend vonnis; al uw vloeken zijn onschadelijk, zij kunnen mij niet genaken, omdat zij ten volle Hem getroffen hebben.”
Ik zeg: dit is een bijzondere daad des geloofs, omdat wij dit niet zeggen kunnen, tenzij wij daartoe van Gods wege in staat gesteld worden. Zonder dit is het slechts een daad van vermetelheid. Ik mag er ook aan toevoegen dat het een zeldzaam iets is, Christus als een schild op te heffen tegenover de vloeken van de wet; doch wanneer dit gedaan wordt onder de invloeden en bewerkingen van de gezegende Geest, dan is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is ook geen ander schild dat haar vreselijke vloek kan ondervangen.
Aan de lezer…
Wanneer de wet bij u inkomt met haar vloek, beeft uw consciëntie en treffen de vurige pijlen des bozen u. Hebt u ooit een teugje uit de beek van Gods wellusten gesmaakt, of de toepassing van het verzoenend bloed ontwaard, tracht dan in zulk een uur te gedenken dat de Heere Jezus als een Schild tussen u en de vloek staat. Hij heeft die vloek in Zijn eigen lichaam en ziel gedragen en hem van u weggenomen.
Het is een zeldzame en bijzondere daad des geloofs, Christus zo in de armen te nemen en Hem op te heffen tegenover de wet. U kunt het niet uit uzelf; zonder de Geest zou het vermetelheid zijn. Maar vraag Hem erom, want wanneer Hij het werkt, is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is geen ander schild; maar dit Schild is genoeg, en de Heere is ook uw Eer en Die uw hoofd opheft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doch Gij, Heere, zijt een Schild voor mij; mijn Eer, en Die mijn hoofd opheft.
Psalm 3:4
Als uw ziel ooit begunstigd is met een proefje van barmhartigheid, met een teugje uit de beek van Gods wellusten; als uw geweten ooit de toepassing van het verzoenend bloed heeft ervaren, of als de liefde van God door de Heilige Geest in uw hart is uitgestort, probeer dan altijd, wanneer de wet binnenkomt om u te vervloeken, eraan te denken dat de Heere Jezus Christus als een schild tussen u en de vloek staat. De wet heeft met u, die gelooft, niets te maken; zij heeft haar vloek voor u op Christus gelegd, zoals de apostel verklaart: „Hij is een vloek voor ons geworden.” En opnieuw: „Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout”, enz. Daarom heeft de wet niets te maken met u, die in Christus Jezus gelooft. Hij heeft de vloek voor u opgevangen door hem in Zijn eigen lichaam en ziel te dragen, en Hij nam hem van u weg zonder dat u er schade van had.
Het is een kostbare daad van het geloof wanneer u Christus zo in uw armen kunt nemen en Hem als een schild kunt opheffen tussen de wet en uw geweten. En dat lijkt de apostel in zekere zin aan te duiden wanneer hij zegt: „En bovenal aangedaan hebbende het schild des geloofs, waarmede gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.” Want veel van deze vurige pijlen worden uit de wet genomen. Het is inderdaad een grote en bijzondere daad van het geloof om Jezus Christus in de armen te nemen, Hem op te heffen tegenover de wet en te kunnen zeggen: „Wet, gij hebt niets met mij te doen; Jezus heeft al uw rechtmatige eisen vervuld en uw vreselijke vloeken gedragen. Hij is mijn Schild om mij te beschermen tegen uw veroordelend vonnis; al uw vloeken zijn onschadelijk, zij kunnen mij niet genaken, omdat zij ten volle Hem getroffen hebben.”
Ik zeg: dit is een bijzondere daad van het geloof, omdat wij dit niet kunnen zeggen tenzij God ons daartoe in staat stelt. Zonder dat is het alleen maar een daad van vermetelheid. Ik mag er ook aan toevoegen dat het iets zeldzaams is, Christus als een schild op te heffen tegenover de vloeken van de wet. Maar wanneer dit gebeurt onder de invloeden en werkingen van de gezegende Geest, dan is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is ook geen ander schild dat haar vreselijke vloek kan opvangen.
Aan de lezer…
Wanneer de wet bij u binnenkomt met haar vloek, beeft uw geweten en treffen de vurige pijlen van de boze u. Hebt u ooit een teugje uit de beek van Gods wellusten geproefd, of de toepassing van het verzoenend bloed ervaren, probeer dan in zo’n uur te bedenken dat de Heere Jezus als een Schild tussen u en de vloek staat. Hij heeft die vloek in Zijn eigen lichaam en ziel gedragen en hem van u weggenomen.
Het is een zeldzame en bijzondere daad van het geloof om Christus zo in de armen te nemen en Hem op te heffen tegenover de wet. U kunt het niet uit uzelf; zonder de Geest zou het vermetelheid zijn. Maar vraag Hem erom, want wanneer Hij het werkt, is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is geen ander schild; maar dit Schild is genoeg, en de Heere is ook uw Eer en Die uw hoofd opheft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But thou, O LORD, art a shield for me; my glory, and the lifter up of mine head.”
Psalm 3:3
If your soul has ever been favored with a taste of mercy, with a sip of the brook by the way; if ever your conscience has felt the application of atoning blood, or the love of God has ever been shed abroad in your heart by the Holy Spirit, when the law comes to curse you, endeavor always to bear in mind that the Lord Jesus Christ stands as the shield between you and its curse. The law has therefore nothing to do with you who believe, it has cursed Jesus Christ for you; as the Apostle declares, “He was made a curse for us;” and again, “Who His own self bare our sins in His own body on the tree.” Therefore the law has nothing to do with you who believe in Christ Jesus. He has intercepted the curse for you, and, by receiving it into His own body and soul, bore it harmless away from you.
It is a blessed act of faith when you can thus take Christ in your arms and hold Him up as a shield between the law and your conscience. And this the Apostle seems to hint at in a measure when he says, “Above all, taking the shield of faith, with which you shall be able to quench all the fiery darts of the wicked one;” for many of these fiery darts are taken from the law. It is indeed a great and special act of faith thus to take Jesus Christ in the arms, and holding Him up in the face of the law, to be able to say, “Law, you have nothing to do with me; Jesus has fulfilled all your righteous demands, and endured all your tremendous curses. He is my shield, to protect me from your condemning sentence; and all your curses are harmless; they all fall short of me, because they all fell wholly upon Him.”
I say this is a special act of faith, because we cannot do it except as divinely enabled. Otherwise, it would be but an act of presumption. I may add, also, that it is a very rare thing to be enabled so to take Christ and hold Him up as a shield against the curses of the law; but when done under the influences and operations of the blessed Spirit, it is an act of faith which God approves of and honors. Nor is there any other shield to intercept its tremendous curse.
To the reader…
When the law comes in upon you with its curse, your conscience trembles and the fiery darts of the wicked one strike you. If you have ever tasted a sip from the brook of God’s pleasures, or experienced the application of atoning blood, then try in such an hour to remember that the Lord Jesus stands as a Shield between you and the curse. He bore that curse in His own body and soul and took it away from you.
It is a rare and special act of faith to take Christ in your arms like this and hold Him up against the law. You cannot do it of yourself; without the Spirit it would be presumption. But ask Him for it, for when He works it, it is an act that God approves and honors. There is no other shield; but this Shield is enough, and the Lord is also your Glory and the Lifter up of your head.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Mas Tú, Jehová, eres escudo alrededor de mí: mi gloria, y el que ensalza mi cabeza.”
Salmo 3:3
Si su alma ha sido alguna vez favorecida con un gusto de misericordia, con un sorbo del arroyo en el camino; si alguna vez su conciencia ha sentido la aplicación de la sangre expiatoria, o el amor de Dios ha sido derramado en su corazón por el Espíritu Santo, cuando la ley venga a maldecirle, procure siempre recordar que el Señor Jesucristo está como escudo entre usted y su maldición. La ley, por tanto, no tiene nada que ver con usted que cree; ha maldecido a Jesucristo por usted; como declara el apóstol: “Hecho por nosotros maldición”; y otra vez: “Que llevó Él mismo nuestros pecados en Su cuerpo sobre el madero.” Por tanto, la ley no tiene nada que ver con usted que cree en Cristo Jesús. Él ha interceptado la maldición por usted, y, al recibirla en Su propio cuerpo y alma, la llevó lejos de usted, sin que le dañe.
Es un bendito acto de fe cuando usted puede así tomar a Cristo en sus brazos y alzarle como escudo entre la ley y su conciencia. Y a esto parece aludir en cierta medida el apóstol cuando dice: “Sobre todo, tomando el escudo de la fe, con que podáis apagar todos los dardos de fuego del maligno”; porque muchos de estos dardos de fuego se toman de la ley. Es en verdad un acto de fe grande y especial tomar así a Jesucristo en los brazos y, alzándole frente a la ley, poder decir: “Ley, no tienes nada que ver conmigo; Jesús ha cumplido todas tus justas exigencias y ha soportado todas tus tremendas maldiciones. Él es mi escudo, para protegerme de tu sentencia condenatoria; y todas tus maldiciones son inofensivas; todas se quedan cortas sin alcanzarme, porque todas cayeron enteramente sobre Él.”
Digo que este es un acto especial de fe, porque no podemos hacerlo sino capacitados divinamente. De otro modo no sería sino un acto de presunción. Puedo añadir también que es cosa muy rara ser capacitado para tomar así a Cristo y alzarle como escudo contra las maldiciones de la ley; pero cuando se hace bajo las influencias y operaciones del bendito Espíritu, es un acto de fe que Dios aprueba y honra. Ni hay otro escudo que intercepte su tremenda maldición.
Al lector…
Cuando la ley viene sobre usted con su maldición, su conciencia tiembla y los dardos de fuego del maligno le hieren. Si alguna vez ha gustado un sorbo del arroyo de las delicias de Dios, o ha experimentado la aplicación de la sangre expiatoria, procure en esa hora recordar que el Señor Jesús está como Escudo entre usted y la maldición. Él llevó esa maldición en Su propio cuerpo y alma, y la quitó de usted.
Es un acto de fe raro y especial tomar así a Cristo en sus brazos y alzarle frente a la ley. No puede hacerlo por sí mismo; sin el Espíritu sería presunción. Pero pídaselo a Él, porque cuando Él lo obra, es un acto que Dios aprueba y honra. No hay otro escudo; pero este Escudo basta, y el Señor es también su Gloria y el que ensalza su cabeza.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl