Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

28 oktober Korenaren uit de volle oogst

Want waarbij zoude nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uwe ogen, ik en Uw volk?
Exodus 33:16

Genade wordt altijd „gevonden”. Zij wordt niet gewonnen, niet verdiend en niet door eigen inspanning verkregen, maar gevonden. Wie haar niet „gevonden” heeft, heeft haar nooit bezeten. Zij is als het ware verborgen, zoals de Heere dat uitdrukt in de gelijkenis van de man die een schat vond die in een akker verborgen lag (Matth. 13:44). Die man dacht niet aan een schat. We kunnen ons voorstellen hoe hij de akker omploegde, zonder te vermoeden dat er goud onder de kluiten lag. Maar plotseling vindt hij het, op de meest onverwachte en onvoorziene manier, en van blijdschap daarover „gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker”.

Zo wordt ook de genade gevonden. Zij komt zo onverwacht en zo zacht in de ziel van een mens, dat het is als bij een man die iets vond waarvan hij geen besef had voordat hij het gevonden had. Hij wist niet wat het was, en ook niet hoe of waar het te krijgen was; maar toen het in zijn hart was, merkte hij dat hij daar een schat had.

De schat die de man in de akker vond, was hem veel dierbaarder omdat hij hem zo onverwacht gevonden had, dan wanneer hij hem stuiver voor stuiver bij elkaar had gespaard. Doordat hij langs zo’n bijzondere weg kwam, door de verrassing en de vreugde, werd de waarde van de schat verdubbeld, verdrievoudigd. Zo is het ook met de genade. Wanneer zij op een onverwacht ogenblik op aarde neerdaalt en als de dauw van de hemel in de ziel druppelt, wordt zij hoger geschat dan wanneer zij met vlijt penning voor penning was verzameld. De lieflijkheid van de gave wordt verdubbeld doordat zij zo onverwacht komt, op zo’n wonderbare en wonderlijke wijze.

Getrouwe Heer, Gij wilt mijn goed, mijn God,
mijn erfenis en ’t deel mijns bekers wezen!
Gij onderhoudt gestaag het heuglijk lot,
dat Gij zo mild voor mij hebt uitgelezen.
De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren!
O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.

Ps. 16:3

Aan de lezer…

U die probeert genade te winnen, te verdienen of door eigen inspanning te verkrijgen, en die zwoegt om haar stuiver voor stuiver bij elkaar te brengen terwijl uw hart toch arm blijft: weet dat zij zo niet komt. Genade wordt gevonden, zoals de man de schat in de akker vond: hij dacht er niet aan en vermoedde het niet, en toch lag het goud onder de kluiten waar hij ploegde.

Misschien ploegt u nu ook voort in een harde akker, zonder iets te verwachten. Geef het daarom niet op. De Heere laat Zijn genade vaak op het meest onverwachte ogenblik als de dauw van de hemel in de ziel druppelen, en dan wordt zij des te hoger geschat. Bid dan met Mozes dat Hij bekend mag maken dat u genade gevonden hebt in Zijn ogen. En vindt u haar, verkoop dan met blijdschap alles wat u hebt om die schat te bezitten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

28 oktober 365 dagen met Philpot

Mijn hoop is op U

En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop, die is op U.
Psalm 39:8

God de Heilige Geest zal vroeg of laat al onze bevindingen naar de Zoon van God leiden. Hij zal al onze verstrooide gevoelens verzamelen en alle geestelijke verlangens, aandoeningen, gedachten en gevoelens van onze ziel richten op Immanuël, „God met ons” (Matth. 1:23). Zo wordt de ziel geleid. Al haar hoop en verwachtingen, al haar verlangens en alle verborgen bewegingen van het geestelijk leven worden ertoe gebracht zich op Jezus te richten; alle uiteenlopende gevoelens van het hart worden ertoe gebracht naar de grote Hogepriester over het huis Gods (Hebr. 10:21) toe te stromen en zich op Hem te richten. Dan kan de ziel tegenover God zeggen: „En nu, wat verwacht ik, o Heere?” (Ps. 39:8). Ik verwacht de verschijning van de Zoon des mensen, de openbaring van Zijn stervende liefde, de besprenkeling met Zijn verzoenend bloed, de uitstorting van Zijn onuitsprekelijke begeerlijkheid en schoonheid.

Welnu, zover kunnen we niet komen zonder iets van de schoonheid van de Zoon van God gezien te hebben. Door het onderwijs van de Geest moet in ons eigen geweten een openbaring hebben plaatsgevonden van de heerlijke Persoon en de volmaakte schoonheid van Immanuël. We moeten Hem met het oog van het geloof gezien hebben als de enige Middelaar tussen God en mensen. We moeten ons hart snel in ons hebben voelen kloppen door de diepe indruk die die aanblik maakte. We moeten ons geweten hebben voelen smelten aan Zijn geheiligde voetbank, en elk teder gevoel van onze ziel naar Hem hebben voelen toestromen.

Totdat we zover gebracht zijn, kijken we overal om ons heen behalve naar de juiste plaats – naar onze eigen godsdienst, onze eigen vroomheid, onze eigen kenmerken; naar wat we voor de Heere gedaan hebben of hopen te doen: we staren en turen in duizend verschillende richtingen.

Lezen: Hebreeën 8

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u, wanneer u troost zoekt, vooral naar uzelf kijkt: naar uw eigen godsdienst, uw vroomheid, uw kenmerken, naar wat u gedaan hebt of nog hoopt te doen. Wij staren en turen allemaal in duizend richtingen, en de ene plaats waar het zien leven geeft, slaan wij over. Is dat uw klacht, wees dan niet moedeloos; de Heilige Geest zal vroeg of laat al uw verstrooide gevoelens verzamelen en ze op Immanuël richten.

Want daar alleen is iets te verwachten: de openbaring van Zijn stervende liefde, de besprenkeling met Zijn verzoenend bloed, de aanblik van Zijn onuitsprekelijke schoonheid. Hij is de enige Middelaar tussen God en mensen, de grote Hogepriester over het huis Gods. Breng dan uw koude, dwalende hart aan Zijn voetbank en bid dat het daar mag smelten. Daar, en nergens anders, mag u met de psalmist zeggen: „Mijn hoop, die is op U.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

28 oktober Door Baca’s vallei

Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.
1 Corinthe 3:23

„Christus is Gods.” Dit zijn opmerkelijke woorden, die zorgvuldig en met eerbied onderzocht moeten worden. De volheid van deze verborgenheid gaat ons verstand te boven. Toch mogen wij proberen er door het geloof en in de vreze Gods naar te kijken. Hoe is Christus dan van God?

Ten eerste: Hij is de Zoon van God. Niet een Zoon door het verbond of door Zijn ambt, met andere woorden niet een Zoon in naam, maar een ware en eigen Zoon; een Zoon van nature, door Zijn eeuwige wijze van bestaan als een Persoon in de Godheid. „Deze is Mijn geliefde Zoon”, werd tweemaal door God de Vader met hoorbare stem uit de hemel uitgeroepen.

Ten tweede: Hij is ook Gods Knecht: „Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun” (Jesaja 42:1). „Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen Jacobs” (Jesaja 49:6); en dat was Hij als de Messias. Maar al is Hij door Zijn ambt Gods Knecht, Hij is niet minder van nature Gods Zoon. Toch wordt hier over Hem gesproken als de Godmens en Middelaar, de Zoon van de Vader in waarheid en liefde, de grote Hogepriester over het huis van God. En in het bijzonder wordt Hij hier gezien in Zijn vereniging met de kerk: de Bruidegom met de bruid, de Wijnstok met de ranken, de Herder met de schapen, het levend Fundament met de levende stenen die erin en erop gebouwd worden.

Daarom wordt in onze tekst niet alleen gezegd dat Christus de eniggeboren Zoon van God is, maar wordt Hij hier gezien als het Hoofd van het lichaam van de kerk (Col. 1:18). „Want – zegt de apostel – wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30). Christus is dus van God met allen die Hem toebehoren: Hij evenzeer als zij, en zij evenzeer als Hij.

Zie dan op deze heerlijke waarheden. „Gij zijt van Christus”, omdat u door schenking, koop en bezit leden van Zijn lichaam bent. Christus is van God als Zoon, als Knecht, als Middelaar, als Hoofd van de kerk. Dan bent u ook van God, omdat u van Christus bent, want de leden zijn één met hun Verbondshoofd.

Aan de lezer…

Soms durft u niet te zeggen dat u van God bent. Ziet u in uzelf zoveel dat ertegen pleit, dat u het niet waagt? Kijk dan eens niet naar uzelf, maar naar Hem. Christus is Gods: als Zoon, als Knecht, als Middelaar, als Hoofd van de kerk. En wie van Christus is, door schenking, koop en bezit, die is ook van God, want de leden zijn één met hun Verbondshoofd.

Het is een verborgenheid die ons verstand te boven gaat, maar het geloof mag er met eerbied naar kijken. De rank hangt niet aan de wijnstok door haar eigen kracht, en de levende steen ligt niet op het Fundament omdat hij zichzelf daar heeft neergelegd. Hangt u, met al uw zwakheid, toch aan Hem, dan bent u een lid van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn benen. Zoek uw zekerheid dan niet in uzelf, maar in Hem Die u gekocht heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina