28 de octubre
Want waarbij zoude nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uwe ogen, ik en Uw volk?
Exodus 33:16
Genade wordt altijd „gevonden”. Zij wordt niet gewonnen, niet verdiend, noch ingewerkt, maar gevonden; en zo een mens haar niet „gevonden” heeft, had hij haar nooit. Zij is, om zo te zeggen, verborgen, gelijk de Heere dat uitdrukt in de gelijkenis van de man die een schat vond in de akker verborgen (Matth. 13:44). De man dacht niet aan de schat. Wij kunnen ons voorstellen hoe hij de akker omploegde. Hij vermoedde het niet dat er goud onder de kluiten was; maar hij vindt hem plotseling, op de onverwachtste en meest onvoorziene wijze, en van blijdschap daarover „gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker”.
Op deze wijze wordt ook de genade gevonden. Zij komt zó onverwacht en zó zachtkens in de ziel van een mens, dat wanneer zij komt, het is gelijk een man die iets vond, waarvan hij geen begrip had voordat hij het had gevonden. Hij wist niet wat het was, noch hoe of vanwaar het te bekomen was; maar toen het in zijn hart was, bevond hij dat hij daar een schat had.
De schat die de man in de akker vond, was hem veel aangenamer, omdat hij zo onverwacht gevonden was, dan zo hij hem stuiver voor stuiver had bijeengegaard. Doordat hij langs zulk een bijzondere weg kwam, door de verrassing en de vreugde, werd de waarde van de schat verdubbeld, verdrievoudigd. Zo ook, wanneer de genade op een onverwacht ogenblik op de aarde nederdaalt en gelijk de dauw des hemels in de ziel neerdroppelt, wordt zij hoger geschat dan zo zij met vlijt penning voor penning was verzameld. De lieflijkheid der gift is verdubbeld door haar onverwachtheid en de wonderbare en wonderlijke wijze waarop zij komt.
Getrouwe Heer, Gij wilt mijn goed, mijn God,
mijn erfenis en ’t deel mijns bekers wezen!
Gij onderhoudt gestaag het heuglijk lot,
dat Gij zo mild voor mij hebt uitgelezen.
De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren!
O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.
Ps. 16:3
Aan de lezer…
U die tracht genade te winnen, te verdienen of in te werken, en zwoegt om haar stuiver voor stuiver bijeen te garen, terwijl uw hart toch arm blijft, weet dan: zo komt zij niet. Genade wordt gevonden, zoals de man de schat in de akker vond: hij dacht er niet aan en vermoedde het niet, en toch lag het goud onder de kluiten waar hij ploegde.
Misschien ploegt u nu ook voort in een harde akker, zonder iets te verwachten. Geef het daarom niet op. De Heere laat Zijn genade dikwijls op het onverwachtste ogenblik als de dauw des hemels in de ziel neerdroppelen, en dan wordt zij des te hoger geschat. Bid dan met Mozes dat Hij het mag bekend maken dat u genade gevonden hebt in Zijn ogen, en vindt u haar, verkoop dan met blijdschap al wat u hebt om die schat te bezitten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want waarbij zoude nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uwe ogen, ik en Uw volk?
Exodus 33:16
Genade wordt altijd „gevonden”. Zij wordt niet gewonnen, niet verdiend en niet door eigen inspanning verkregen, maar gevonden. Wie haar niet „gevonden” heeft, heeft haar nooit bezeten. Zij is als het ware verborgen, zoals de Heere dat uitdrukt in de gelijkenis van de man die een schat vond die in een akker verborgen lag (Matth. 13:44). Die man dacht niet aan een schat. We kunnen ons voorstellen hoe hij de akker omploegde, zonder te vermoeden dat er goud onder de kluiten lag. Maar plotseling vindt hij het, op de meest onverwachte en onvoorziene manier, en van blijdschap daarover „gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker”.
Zo wordt ook de genade gevonden. Zij komt zo onverwacht en zo zacht in de ziel van een mens, dat het is als bij een man die iets vond waarvan hij geen besef had voordat hij het gevonden had. Hij wist niet wat het was, en ook niet hoe of waar het te krijgen was; maar toen het in zijn hart was, merkte hij dat hij daar een schat had.
De schat die de man in de akker vond, was hem veel dierbaarder omdat hij hem zo onverwacht gevonden had, dan wanneer hij hem stuiver voor stuiver bij elkaar had gespaard. Doordat hij langs zo’n bijzondere weg kwam, door de verrassing en de vreugde, werd de waarde van de schat verdubbeld, verdrievoudigd. Zo is het ook met de genade. Wanneer zij op een onverwacht ogenblik op aarde neerdaalt en als de dauw van de hemel in de ziel druppelt, wordt zij hoger geschat dan wanneer zij met vlijt penning voor penning was verzameld. De lieflijkheid van de gave wordt verdubbeld doordat zij zo onverwacht komt, op zo’n wonderbare en wonderlijke wijze.
Getrouwe Heer, Gij wilt mijn goed, mijn God,
mijn erfenis en ’t deel mijns bekers wezen!
Gij onderhoudt gestaag het heuglijk lot,
dat Gij zo mild voor mij hebt uitgelezen.
De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren!
O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.
Ps. 16:3
Aan de lezer…
U die probeert genade te winnen, te verdienen of door eigen inspanning te verkrijgen, en die zwoegt om haar stuiver voor stuiver bij elkaar te brengen terwijl uw hart toch arm blijft: weet dat zij zo niet komt. Genade wordt gevonden, zoals de man de schat in de akker vond: hij dacht er niet aan en vermoedde het niet, en toch lag het goud onder de kluiten waar hij ploegde.
Misschien ploegt u nu ook voort in een harde akker, zonder iets te verwachten. Geef het daarom niet op. De Heere laat Zijn genade vaak op het meest onverwachte ogenblik als de dauw van de hemel in de ziel druppelen, en dan wordt zij des te hoger geschat. Bid dan met Mozes dat Hij bekend mag maken dat u genade gevonden hebt in Zijn ogen. En vindt u haar, verkoop dan met blijdschap alles wat u hebt om die schat te bezitten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For wherein shall it be known here that I and Thy people have found grace in Thy sight?
Exodus 33:16
Grace is always “found.” It is not earned, nor merited, nor worked into; but it is found; and if a man never “found” it, he never had it. It is stumbled upon, so to speak, as the Lord sets forth in the parable of the man who found the treasure hid in a field (Matt. 13:44). The man was not thinking about the treasure. He was, we may suppose, ploughing in the field. He had no idea that there was gold beneath the clods. But he finds it all on a sudden, in the most unexpected and unlooked-for manner, and for joy thereof “goes and sells all that he has, and buys that field.”
So it is with the way in which grace is found. It comes so suddenly, so unexpectedly, and so sweetly into a man’s soul, that when it comes he is like a man who has found something which he had no conception of until he found it. He had no idea what it was, nor how it was to be got, nor whence it was to be had; but when it came into his heart he found that he had a treasure there.
The treasure which the man found in the field was much sweeter to him, because unexpectedly found, than if he had earned it penny by penny. Its coming in so peculiar a way, from the surprise and joy produced, doubled and tripled the value of the money. Thus, when grace visits the earth in an unexpected moment, and drops down like the dew of heaven into the soul, it is valued much more than if laboriously earned penny by penny. The sweetness of the gift is doubled by its unexpectedness, and by its coming in such a marvelous and miraculous manner.
To the reader…
You who try to win grace, to merit it, or to obtain it by your own efforts, and who toil to gather it penny by penny while your heart still stays poor: know that it does not come that way. Grace is found, as the man found the treasure in the field: he was not thinking of it and did not suspect it, and yet the gold lay beneath the clods where he was ploughing.
Perhaps you too are ploughing on now in a hard field, expecting nothing. Do not give up because of it. The Lord often lets His grace drop into the soul like the dew of heaven at the most unexpected moment, and then it is valued all the more. Pray, then, with Moses that He may make it known that you have found grace in His sight. And when you find it, sell with joy all that you have to possess that treasure.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿Y en qué se conocerá aquí que he hallado gracia en Tus ojos, yo y Tu pueblo?
Éxodo 33:16
La gracia siempre es “hallada”. No se gana, ni se merece, ni se alcanza a fuerza de obras; sino que se halla; y si un hombre nunca la “halló”, nunca la tuvo. Se tropieza con ella, por así decirlo, como el Señor lo presenta en la parábola del hombre que halló el tesoro escondido en el campo (Mateo 13:44). El hombre no pensaba en el tesoro. Estaba, podemos suponer, arando en el campo. No tenía idea de que hubiera oro bajo los terrones. Pero lo halla de repente, de la manera más inesperada e imprevista, y “de gozo de ello va, y vende todo lo que tiene, y compra aquel campo”.
Así sucede con la manera en que se halla la gracia. Viene tan de repente, tan inesperadamente y tan dulcemente al alma de un hombre, que cuando llega, él es como quien ha hallado algo de lo que no tenía idea alguna hasta que lo halló. No sabía qué era, ni cómo se podía conseguir, ni de dónde se había de obtener; pero cuando entró en su corazón, halló que tenía allí un tesoro.
El tesoro que el hombre halló en el campo le era mucho más dulce, por haberlo hallado inesperadamente, que si lo hubiera ganado moneda a moneda. El haberle llegado de una manera tan singular, por la sorpresa y el gozo que produjo, duplicó y triplicó el valor del dinero. Así, cuando la gracia visita la tierra en un momento inesperado, y cae como el rocío del cielo en el alma, es mucho más estimada que si se hubiera ganado laboriosamente moneda a moneda. La dulzura del don se duplica por lo inesperado de su venida, y por llegar de una manera tan maravillosa y milagrosa.
Al lector…
Usted que procura ganar la gracia, merecerla u obtenerla por sus propios esfuerzos, y que se afana por reunirla moneda a moneda mientras su corazón sigue pobre: sepa que no viene de esa manera. La gracia se halla, como el hombre halló el tesoro en el campo: no pensaba en él ni lo sospechaba, y sin embargo el oro yacía bajo los terrones donde él araba.
Quizá también usted sigue ahora arando en un campo duro, sin esperar nada. No se rinda por ello. El Señor a menudo deja caer Su gracia en el alma como el rocío del cielo en el momento más inesperado, y entonces se estima tanto más. Ore, pues, con Moisés que Él haga conocer que usted ha hallado gracia en Sus ojos. Y cuando la halle, venda con gozo todo lo que tiene para poseer ese tesoro.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl