4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus.
Efeze 2:6
Er is een onderscheid tussen levend gemaakt te zijn met Christus en met Hem opgewekt te zijn. Is dit niet een waarheid en de ervaring van Gods volk? Levend gemaakt te zijn tot een godzalig leven, overtuigd te zijn van zonde, de vreze Gods diep in de ziel ingeplant te hebben, is het begin van een werk van genade. Maar dat is geen verlossing, geen opwekking uit de duisternis, de slavernij, de twijfel, de schuld en de vrees. Dit is geen kennen van Christus en de kracht van Zijn opstanding; dit is geen algeheel komen uit het donkere en stille graf tot het heerlijke licht en de warmte van de dag.
Maar hier is de grote zaligheid van een verborgen vereniging met de Heere Jezus Christus, dat, evenals er, door kracht van belangstelling in Hem, een deelhebben is aan de vruchten en de macht van Zijn levendmaking, er zo ook een deelhebben is aan de vruchten en de macht van Zijn opstanding. God maakt geen ziel levend tot een godzalig leven om haar te laten blijven in het duistere graf van twijfel, vrees, schuld en dienstbaarheid. Vrijheid dus, de vrijheid van het Evangelie, bevrijding van alle twijfel en vrees, de openbaring van vergiffenis en vrede, het uitstorten van de liefde Gods in het hart: dat zijn zegeningen die de leden van Christus’ geestelijk lichaam evenzeer verzekerd zijn als hun eerste ontwaken tot een geestelijk leven, en beide zijn hun evenzeer verzekerd in Christus, hun Verbondshoofd.
Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood,
Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot,
Gij zijt voor mij een schild in alle nood;
Gij hebt mijn smart verdreven,
Uw dierb’re gunst is m’ altoos bijgebleven.
’k Zal voor Gods oog naar zijn bevelen leven;
zo word’ door mij zijn naam altijd verheven,
zo word’ zijn lof vergroot.
Ps. 56:6
Aan de lezer…
Bent u levend gemaakt, lieve lezer, en ligt u toch nog in het donkere graf van twijfel, schuld en vrees? U kent de zonde, u hebt de vreze Gods in uw hart, maar de vrijheid van het Evangelie hebt u nog niet gesmaakt. Hoe dikwijls vraagt zulk een ziel zich af of het werk wel echt is, omdat de vrede uitblijft. Ik zeg u eerlijk: het levend gemaakt worden is het begin, maar nog niet de verlossing.
Laat dat u echter niet terneerslaan, want hier ligt juist uw troost. God maakt geen ziel levend om haar te laten blijven in het duistere graf. Wie deel heeft aan Christus’ levendmaking, zal ook deel hebben aan de kracht van Zijn opstanding. Beide zijn verzekerd in Hem, het Verbondshoofd. Zie dan niet op uw eigen gestalte, maar op Hem Die uit het graf is opgestaan. Hij zal in Zijn tijd vergeving en vrede openbaren en Gods liefde in uw hart uitstorten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus.
Efeze 2:6
Er is een verschil tussen levend gemaakt zijn met Christus en met Hem opgewekt zijn. Is dat niet een waarheid en de ervaring van Gods volk? Levend gemaakt zijn tot een godzalig leven, overtuigd zijn van zonde en de vreze van God diep in de ziel ingeplant hebben, is het begin van een werk van genade. Maar dat is nog geen verlossing, geen opwekking uit de duisternis, de slavernij, de twijfel, de schuld en de vrees. Dat is nog geen kennen van Christus en de kracht van Zijn opstanding. Dat is nog geen volledig opkomen uit het donkere en stille graf in het heerlijke licht en de warmte van de dag.
Maar dit is nu de grote zaligheid van een verborgen vereniging met de Heere Jezus Christus: zoals er, doordat men deel heeft aan Hem, een deelhebben is aan de vruchten en de macht van Zijn levendmaking, zo is er ook een deelhebben aan de vruchten en de macht van Zijn opstanding. God maakt geen ziel levend tot een godzalig leven om haar te laten liggen in het duistere graf van twijfel, vrees, schuld en dienstbaarheid. Vrijheid dus, de vrijheid van het Evangelie, bevrijding van alle twijfel en vrees, de openbaring van vergeving en vrede, het uitstorten van de liefde van God in het hart: dat zijn zegeningen die de leden van Christus’ geestelijk lichaam even zeker zijn als hun eerste ontwaken tot geestelijk leven. En beide zijn hun even zeker in Christus, hun Verbondshoofd.
Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood,
Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot,
Gij zijt voor mij een schild in alle nood;
Gij hebt mijn smart verdreven,
Uw dierb’re gunst is m’ altoos bijgebleven.
’k Zal voor Gods oog naar zijn bevelen leven;
zo word’ door mij zijn naam altijd verheven,
zo word’ zijn lof vergroot.
Ps. 56:6
Aan de lezer…
Bent u levend gemaakt, en ligt u toch nog in het donkere graf van twijfel, schuld en vrees? U kent de zonde en u hebt de vreze van God in uw hart, maar de vrijheid van het Evangelie hebt u nog niet gesmaakt. Hoe vaak vraagt zo’n ziel zich af of het werk wel echt is, omdat de vrede uitblijft. Ik zeg u eerlijk: levend gemaakt worden is het begin, maar het is nog niet de verlossing.
Laat dat u echter niet terneerslaan, want juist hier ligt uw troost. God maakt geen ziel levend om haar te laten liggen in het duistere graf. Wie deel heeft aan Christus’ levendmaking, zal ook deel hebben aan de kracht van Zijn opstanding. Beide zijn verzekerd in Hem, het Verbondshoofd. Kijk dan niet naar uw eigen gestalte, maar naar Hem Die uit het graf is opgestaan. Hij zal in Zijn tijd vergeving en vrede openbaren en de liefde van God in uw hart uitstorten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And hath raised us up together, and made us sit together in heavenly places in Christ Jesus.
Ephesians 2:6
There is a distinction between being quickened together with Christ and being raised up together with Him. Is not this true in the experience of God’s people? To be quickened into divine life, to be convinced of sin, to have the fear of God planted deeply in the soul, is the commencement of a work of grace. But this is not a deliverance, not a being raised up out of darkness, bondage, doubt, guilt, and fear. This is not a knowledge of Christ, and the power of His resurrection; this is not a full coming out of the dark and silent tomb into the glorious light and warmth of day.
But here is the great blessedness of a mystical union with the Lord Jesus Christ that, as by virtue of interest in Him there is a partaking of the benefit and power of His having been quickened, so there is a partaking in the benefit and power of His having been raised up. God does not quicken a soul into divine life to let it remain in the dark tomb of doubt, fear, guilt, and bondage. In raising up Christ there was not only a pledge of the spiritual, but a virtual resurrection of the members of His body.
Liberty, then, the liberty of the gospel, deliverance from all doubt and fear, the manifestation of pardon and peace, the shedding abroad of the love of God in the heart, are blessings as much assured to the members of Christ’s mystical body as their first quickening into spiritual life, and both are equally assured them in Christ their covenant Head.
To the reader…
Have you been quickened, and do you still lie in the dark tomb of doubt, guilt and fear? You know sin and you have the fear of God in your heart, but you have not yet tasted the liberty of the gospel. How often such a soul wonders whether the work is real at all, because peace does not come. I tell you honestly: being quickened is the beginning, but it is not yet the deliverance.
Do not let that cast you down, however, for it is precisely here that your comfort lies. God does not quicken a soul to leave it lying in the dark tomb. Whoever shares in Christ’s quickening will also share in the power of His resurrection. Both are assured in Him, the covenant Head. So do not look at your own frame, but at Him Who rose from the grave. In His time He will reveal pardon and peace and shed abroad the love of God in your heart.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y juntamente nos resucitó, y asimismo nos hizo sentar en los cielos con Cristo Jesús.
Efesios 2:6
Hay una distinción entre ser vivificados juntamente con Cristo y ser resucitados juntamente con Él. ¿No es esto verdad en la experiencia del pueblo de Dios? Ser vivificado a la vida divina, ser convencido de pecado, tener el temor de Dios plantado profundamente en el alma, es el comienzo de una obra de gracia. Pero esto no es una liberación, no es un ser levantado de las tinieblas, la esclavitud, la duda, la culpa y el temor. Esto no es un conocimiento de Cristo y del poder de Su resurrección; esto no es un salir plenamente de la tumba oscura y silenciosa a la gloriosa luz y calor del día.
Pero he aquí la gran bienaventuranza de una unión mística con el Señor Jesucristo: que, así como en virtud de tener parte en Él se participa del beneficio y del poder de haber sido Él vivificado, así también se participa del beneficio y del poder de haber sido Él resucitado. Dios no vivifica un alma a la vida divina para dejarla permanecer en la tumba oscura de la duda, el temor, la culpa y la esclavitud. Al resucitar a Cristo hubo no solo una prenda, sino una resurrección virtual espiritual de los miembros de Su cuerpo.
La libertad, pues, la libertad del evangelio, la liberación de toda duda y temor, la manifestación del perdón y la paz, el derramamiento del amor de Dios en el corazón, son bendiciones tan aseguradas a los miembros del cuerpo místico de Cristo como su primera vivificación a la vida espiritual, y ambas les están igualmente aseguradas en Cristo, su Cabeza del pacto.
Al lector…
¿Ha sido usted vivificado, y todavía yace en la tumba oscura de la duda, la culpa y el temor? Conoce el pecado y tiene el temor de Dios en su corazón, pero todavía no ha gustado la libertad del evangelio. ¡Cuántas veces una tal alma se pregunta si la obra es real siquiera, porque la paz no llega! Le digo con sinceridad: ser vivificado es el comienzo, pero todavía no es la liberación.
Pero no deje que eso le abata, porque es precisamente aquí donde está su consuelo. Dios no vivifica un alma para dejarla tendida en la tumba oscura. Quien participa de la vivificación de Cristo participará también del poder de Su resurrección. Ambas cosas están aseguradas en Él, la Cabeza del pacto. No mire, pues, a su propio estado, sino a Aquel que resucitó del sepulcro. A Su tiempo Él revelará perdón y paz y derramará el amor de Dios en su corazón.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De zegen van Jozef
Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Een gelovige zal zuchten en uitroepen om van zijn zonden in allerlei vormen en gedaanten te worden bevrijd. Hij zal geen inhalig, trots, werelds en hardvochtig mens worden. Als hij een meester is, zal hij zijn dienaar niet onderdrukken; als hij een dienaar is, zal hij eerlijk en oprecht tegenover zijn meester zijn. Hij zal thuis geen ruwe, wrede echtgenoot zijn. Tegenover zijn vrienden, zijn vrouw en zijn kinderen zal hij hetzelfde zijn – thuis een christen en ook buitenshuis een christen.
Dit zal vruchten in zowel zijn leven als zijn mond voortbrengen. Als er geen vrucht in zijn leven is, kunt u er zeker van zijn dat er ook geen vrucht in zijn hart is; als er geen vrucht in zijn hart is, kunt u er zeker van zijn dat er ook geen vrucht in zijn leven is. Maar weinig belijders verdragen het om thuis te worden gezien; maar heel weinig zijn er wier leven en gesprekken het verdragen te worden onderzocht; maar weinigen zijn er die niet in meer of mindere mate slaaf van een zonde zijn – dronkenschap, trots, onreinheid, begerigheid, wereldsheid, zakelijke trucs of bedriegerijen.
De kinderen Gods zullen beslist door de zonde worden verlokt, verstrikt en gestoord, jazeker, ernstig gestoord in hun zielsgevoelens. Maar Hij, Die hun hart vanbinnen eerlijk heeft gemaakt, zal hun leven vanbuiten ook eerlijk maken. God, Die Zijn kostbare genade in hun ziel heeft aangebracht, laat het Woord wortelen in het hart en laat hen vruchten voortbrengen, sommigen wel honderdvoud (wat erg zeldzaam is), sommigen zestigvoud en sommigen dertigvoud. Maar als ze helemaal geen vruchten voortbrengen, als er geen vrucht in hun hart, mond of leven is, waar moeten we hen dan plaatsen?
Als de prediker bij God te rade gaat, is hij als Gods mond. Ik zou u vanochtend hebben beziggehouden of bedrogen als ik had gezegd: „Als u de leerstellingen van de genade gelooft, bent u een christen.” Maar dat durf ik niet te zeggen. Ik zou niet in Gods naam standhouden en het werk van een prediker niet oprecht doen, als ik dat had gedaan. Mijn geweten, hoop ik, zou het me niet toestaan u op die manier te vleien en te misleiden.
Maar waar zijn dan de vruchten? We beweren christenen te zijn, beweren kinderen van God te zijn, maar waar zijn de vruchten? Waar is de vrucht vanbinnen? Waar is de vrucht vanbuiten? Als we vanbinnen geen vrucht hebben en vanbuiten geen vrucht, kunnen we onszelf noemen wat we willen, maar we zullen niet zijn wat de Heere vruchtbare kinderen noemt, „bomen geplant door Zijn rechterhand”.
Lezen: Galaten 5:16-26
Aan de lezer…
Wanneer niemand u ziet, thuis, wie bent u dan? Dat is de eerlijke vraag van dit stukje, en het is goed haar niet te ontwijken. Ik weiger u te vleien met de gedachte dat wie de leer van de genade gelooft, daarom een christen is. Hij vraagt naar vrucht vanbinnen en vanbuiten: tegenover vrouw en kinderen, tegenover meester of dienaar, in handel en wandel. Velen verdragen het niet zo onderzocht te worden.
Voelt u zich bij dit lezen aangeklaagd? Laat dat u dan uitdrijven tot Hem, Die het hart vanbinnen eerlijk maakt en het leven vanbuiten ook eerlijk zal maken. Gods kinderen worden verlokt en gestoord, ja, ernstig gestoord; ik verzwijg het niet. Maar wie zucht en uitroept om bevrijding, mag weten dat God Zijn Woord laat wortelen in het hart. Al is het geen honderdvoud, maar dertigvoud: vrucht die uit Zijn genade komt, is Hem welgevallig, en wat Hij begon, zal Hij doen groeien.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Een gelovige zal zuchten en roepen om bevrijd te worden van zijn zonden, in welke vorm of gedaante ook. Hij zal geen hebzuchtig, trots, werelds en hardvochtig mens worden. Als hij een meester is, zal hij zijn dienaar niet onderdrukken; als hij een dienaar is, zal hij eerlijk en oprecht zijn tegenover zijn meester. Hij zal thuis geen ruwe, wrede echtgenoot zijn. Tegenover zijn vrienden, zijn vrouw en zijn kinderen zal hij dezelfde zijn – thuis een christen en buitenshuis ook een christen.
Dit zal vruchten voortbrengen, zowel in zijn leven als in zijn mond. Als er geen vrucht in zijn leven is, kunt u er zeker van zijn dat er ook geen vrucht in zijn hart is; als er geen vrucht in zijn hart is, kunt u er zeker van zijn dat er ook geen vrucht in zijn leven is. Maar weinig belijders kunnen het verdragen om thuis gezien te worden. Maar heel weinigen zijn er van wie leven en gesprekken een onderzoek kunnen doorstaan. En maar weinigen zijn er die niet in meer of mindere mate slaaf zijn van een zonde – dronkenschap, trots, onreinheid, hebzucht, wereldsgezindheid, sluwheid of bedrog in zaken.
De kinderen van God zullen zeker door de zonde worden verlokt, verstrikt en verontrust, ja, ernstig verontrust in de gevoelens van hun ziel. Maar Hij Die hun hart vanbinnen eerlijk heeft gemaakt, zal ook hun leven vanbuiten eerlijk maken. God, Die Zijn kostbare genade in hun ziel heeft gelegd, laat het Woord in het hart wortelen en laat hen vruchten voortbrengen: sommigen honderdvoud (wat heel zeldzaam is), sommigen zestigvoud en sommigen dertigvoud. Maar als ze helemaal geen vruchten voortbrengen, als er geen vrucht in hun hart, mond of leven is, waar moeten we hen dan plaatsen?
Als de prediker in Gods raad staat, is hij als Gods mond. Ik zou u vanochtend hebben bedrogen en misleid als ik had gezegd: „Als u de leerstellingen van de genade gelooft, bent u een christen.” Maar dat durf ik niet te zeggen. Als ik dat had gedaan, zou ik niet in Gods Naam staan en het werk van een prediker niet oprecht doen. Mijn geweten zou het mij, hoop ik, niet toestaan u op die manier te vleien en te misleiden.
Maar waar zijn dan de vruchten? We zeggen christenen te zijn, we zeggen kinderen van God te zijn, maar waar zijn de vruchten? Waar is de vrucht vanbinnen? Waar is de vrucht vanbuiten? Als we vanbinnen geen vrucht hebben en vanbuiten geen vrucht, kunnen we onszelf noemen wat we willen, maar dan zijn we niet wat de Heere vruchtbare kinderen noemt, „bomen geplant door Zijn rechterhand”.
Lezen: Galaten 5:16-26
Aan de lezer…
Wanneer niemand u ziet, thuis, wie bent u dan? Dat is de eerlijke vraag van dit stukje, en het is goed haar niet te ontwijken. Ik weiger u te vleien met de gedachte dat wie de leer van de genade gelooft, daarom al een christen is. Er wordt gevraagd naar vrucht vanbinnen en vanbuiten: tegenover vrouw en kinderen, tegenover meester of dienaar, in handel en wandel. Velen verdragen het niet zo onderzocht te worden.
Voelt u zich bij het lezen hiervan aangeklaagd? Laat dat u dan uitdrijven naar Hem Die het hart vanbinnen eerlijk maakt en ook het leven vanbuiten eerlijk zal maken. Gods kinderen worden verlokt en verontrust, ja, ernstig verontrust; ik verzwijg het niet. Maar wie zucht en roept om bevrijding, mag weten dat God Zijn Woord laat wortelen in het hart. Al is het geen honderdvoud maar dertigvoud: vrucht die uit Zijn genade komt, is Hem welgevallig, en wat Hij begon, zal Hij doen groeien.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Joseph is a fruitful bough, even a fruitful bough by a well.
Genesis 49:22
A believer will sigh and cry to be delivered from his sins, in whatever shape or form. He will not become a covetous, proud, worldly and hard-hearted man. If he is a master, he will not oppress his servant; if he is a servant, he will be honest and upright towards his master. He will not be a rough, cruel husband at home. Towards his friends, his wife and his children he will be the same: a Christian at home and a Christian abroad.
This will bring forth fruit, both in his life and in his mouth. If there is no fruit in his life, you may be sure there is no fruit in his heart; if there is no fruit in his heart, you may be sure there is no fruit in his life. But few professors can bear to be seen at home. Very few there are whose life and conversation can stand examination. And few there are who are not in greater or lesser measure slaves to some sin: drunkenness, pride, uncleanness, covetousness, worldly-mindedness, cunning or deceit in business.
The children of God will certainly be allured, entangled and distressed by sin, yes, grievously distressed in the feelings of their soul. But He Who has made their heart honest within will also make their life honest without. God, Who has laid His precious grace in their soul, makes the Word take root in the heart and makes them bring forth fruit: some a hundredfold (which is very rare), some sixty and some thirty. But if they bring forth no fruit at all, if there is no fruit in their heart, mouth or life, where are we to place them?
If the minister stands in God’s counsel, he is as God’s mouth. I would have deceived and misled you this morning had I said, “If you believe the doctrines of grace, you are a Christian.” But I dare not say that. Had I done so, I would not be standing in God’s Name and would not be doing the work of a minister faithfully. My conscience would not, I hope, allow me to flatter and mislead you in that way.
But where, then, are the fruits? We say we are Christians, we say we are children of God, but where are the fruits? Where is the fruit within? Where is the fruit without? If we have no fruit within and no fruit without, we may call ourselves what we will, but then we are not what the Lord calls fruitful children, “trees planted by His right hand.”
Reading: Galatians 5:16-26
To the reader…
When no one sees you, at home, who are you then? That is the honest question of these lines, and it is good not to evade it. You are not flattered here with the thought that whoever believes the doctrines of grace is therefore already a Christian. Fruit is asked for within and without: towards wife and children, towards master or servant, in business and in daily walk. Many cannot bear to be searched like that.
Do you feel accused as you read this? Then let it drive you out to Him Who makes the heart honest within and will also make the life honest without. God’s children are allured and distressed, yes, grievously distressed; that is not hidden from you. But whoever sighs and cries for deliverance may know that God makes His Word take root in the heart. Even if it is not a hundredfold but thirtyfold: fruit that comes from His grace is pleasing to Him, and what He has begun He will make to grow.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ramo fructífero José, ramo fructífero junto a fuente.
Génesis 49:22
Un creyente suspirará y clamará por ser librado de sus pecados, en cualquier forma o figura que tengan. No llegará a ser un hombre avaro, orgulloso, mundano y duro de corazón. Si es amo, no oprimirá a su siervo; si es siervo, será honrado y recto para con su amo. No será en casa un marido áspero y cruel. Para con sus amigos, su esposa y sus hijos será el mismo: cristiano en casa y cristiano fuera de ella.
Esto producirá fruto, tanto en su vida como en su boca. Si no hay fruto en su vida, puede estar seguro de que no hay fruto en su corazón; si no hay fruto en su corazón, puede estar seguro de que no hay fruto en su vida. Pero pocos de los que hacen profesión soportan ser vistos en su casa. Muy pocos hay cuya vida y conducta puedan resistir un examen. Y pocos hay que no sean, en mayor o menor medida, esclavos de algún pecado: la embriaguez, el orgullo, la impureza, la avaricia, la mundanalidad, la astucia o el engaño en los negocios.
Los hijos de Dios ciertamente serán atraídos, enredados y angustiados por el pecado, sí, gravemente angustiados en los sentimientos de su alma. Pero Aquel que ha hecho sincero su corazón por dentro, también hará sincera su vida por fuera. Dios, que ha puesto Su preciosa gracia en su alma, hace que la Palabra eche raíz en el corazón y les hace producir fruto: unos a ciento (lo cual es muy raro), otros a sesenta y otros a treinta. Pero si no producen fruto alguno, si no hay fruto en su corazón, ni en su boca, ni en su vida, ¿dónde hemos de situarlos?
Si el ministro está en el consejo de Dios, es como la boca de Dios. Le habría engañado y extraviado esta mañana si hubiera dicho: “Si usted cree las doctrinas de la gracia, es cristiano”. Pero no me atrevo a decir eso. Si lo hubiera hecho, no estaría en el Nombre de Dios ni haría fielmente la obra de un ministro. Mi conciencia no me permitiría, espero, adularle y extraviarle de esa manera.
Pero ¿dónde están, pues, los frutos? Decimos que somos cristianos, decimos que somos hijos de Dios, pero ¿dónde están los frutos? ¿Dónde está el fruto por dentro? ¿Dónde está el fruto por fuera? Si no tenemos fruto por dentro ni fruto por fuera, podemos llamarnos como queramos, pero entonces no somos lo que el Señor llama hijos fructíferos, “árboles plantados por Su diestra”.
Lectura: Gálatas 5:16-26
Al lector…
Cuando nadie le ve, en casa, ¿quién es usted entonces? Esa es la pregunta sincera de estas líneas, y es bueno no eludirla. Aquí no se le adula con el pensamiento de que quien cree las doctrinas de la gracia ya es por eso cristiano. Se pide fruto por dentro y por fuera: para con la esposa y los hijos, para con el amo o el siervo, en los negocios y en el andar diario. Muchos no soportan ser escudriñados así.
¿Se siente acusado al leer esto? Entonces deje que eso le lleve a Aquel que hace sincero el corazón por dentro y también hará sincera la vida por fuera. Los hijos de Dios son atraídos y angustiados, sí, gravemente angustiados; eso no se le oculta. Pero quien suspira y clama por liberación puede saber que Dios hace que Su Palabra eche raíz en el corazón. Aunque no sea a ciento sino a treinta: el fruto que procede de Su gracia le es agradable, y lo que Él ha comenzado lo hará crecer.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.
1 Korinthe 3:13
Hoe bezorgd en bekommerd moesten wij zijn om van twee zaken in ons gemoed recht verzekerd te zijn. Eerst: of wij op de rechte grondslag bouwen. Geloof ik in de Zoon van God? Heb ik een klaar gezicht van het Zoonschap, de Godheid en de zuivere menselijke natuur van de Christus Gods? Heb ik geen verborgen dwaling ingezogen? Hang ik geen verderfelijke leerstelling aan? Is het Woord van God door mij met een gelovig hart ontvangen, zoals God dit heeft geopenbaard? Hoevelen gaan hier scheef wat betreft de grondzuil!
Dan volgt: Sta ik op deze grondslag? Heeft God Zelf mij erop gezet? Zag ik daarin de gepastheid voor mijn verloren en ontredderde ziel? Nam de gezegende Geest het uit de volheid van Christus en openbaarde Hij het aan mij in de ure van nood? Werd de Zoon Gods mij dierbaar door een daad des geloofs? Zie ik op Hem? Kleef ik Hem aan? Verlang ik naar Hem? Hang ik van Hem af en vertrouw ik geheel op Zijn Persoon en werk? Hoe ligt het fundament? Sta ik erop?
De volgende belangrijke vraag is: Hoe staat het met de bovenbouw? Heeft de Heilige Geest met een Goddelijke kracht iets in mijn ziel gewerkt? Is het geloof dat ik belijd uit God? En de hoop die ik ontwaar, geloof ik dat zij van God Zelf komt om mijn ziel in de beproevende storm te ondersteunen? Is mijn berouw oprecht? Is mijn belijdenis oprecht? Is mijn wandel steeds hetzelfde? Is mijn consciëntie teder? Zijn mijn begeerten geestelijk? Zijn mijn gebeden vurig? Is mijn hart eerlijk? Is mijn ziel recht voor God? Hoe heb ik mijn oog gericht op het fundament en hoe op de bovenbouw? Rust al mijn hoop op Christus als de Rots, en geheel mijn godsdienst op het werk van de Heilige Geest in mijn hart?
Indien gij deze vragen, als in de tegenwoordigheid Gods, kunt beantwoorden met ja, ja, wel tienmaal ja, dan zijt gij op het rechte spoor. Zo gij staat op het fundament dat God in Sion gelegd heeft, dan zijt gij veilig. Gij zijt veilig als de Geest van God een levend geloof in uw hart gewerkt heeft. Maar gij staat gevaarlijk, ja gevaarlijk, zo gij niet staat op het fundament Gods. Hoe gevaarlijk, ja ten uiterste gevaarlijk, en dat voor een eeuwigheid, als niet de Heilige Geest Zijn werk in uw consciëntie werkt!
Aan de lezer…
Deze woorden, „zal het vuur beproeven”, raken ook uw hoop. Durft u haar door het vuur te laten beproeven? Sta ik op het rechte fundament? Is de Zoon Gods mij dierbaar geworden? Kleef ik Hem aan, verlang ik naar Hem, en hang ik geheel van Zijn Persoon en werk af? Het zijn scherpe vragen, en wij doen er goed aan ze niet weg te schuiven. Want het vuur zal eens beproeven hoedanig eens iegelijks werk is, en dan helpt geen schijn meer.
Misschien schrikt u terug omdat u niet tienmaal ja durft te zeggen. Laat dat u dan niet van Hem wegdrijven, maar juist naar Hem toe, Die het fundament is. Zaagt u ooit in uw nood de gepastheid van Christus voor uw verloren ziel? Zie dan op Hem, en vraag de Heilige Geest dat Hij met Goddelijke kracht Zijn werk in uw hart bevestigt. Wie staat op het fundament dat God in Sion gelegd heeft, is veilig, ook al voelt hij zichzelf nog zo zwak.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.
1 Korinthe 3:13
Hoe bezorgd en bekommerd zouden wij moeten zijn om over twee zaken in ons hart werkelijk zekerheid te hebben. Ten eerste: of wij op het juiste fundament bouwen. Geloof ik in de Zoon van God? Heb ik een helder zicht op het Zoonschap, de Godheid en de zuivere menselijke natuur van de Christus van God? Heb ik geen verborgen dwaling ingedronken? Hang ik geen verderfelijke leer aan? Heb ik het Woord van God met een gelovig hart ontvangen, zoals God het heeft geopenbaard? Hoevelen gaan hier mis wat het fundament betreft!
Dan volgt: Sta ik op dit fundament? Heeft God Zelf mij erop gezet? Zag ik daarin hoe passend het was voor mijn verloren en ontredderde ziel? Nam de gezegende Geest het uit de volheid van Christus en openbaarde Hij het aan mij in het uur van nood? Werd de Zoon van God mij dierbaar door een daad van het geloof? Zie ik op Hem? Kleef ik Hem aan? Verlang ik naar Hem? Hang ik van Hem af en vertrouw ik helemaal op Zijn Persoon en werk? Hoe ligt het fundament? Sta ik erop?
De volgende belangrijke vraag is: Hoe staat het met wat erop gebouwd is? Heeft de Heilige Geest met Goddelijke kracht iets in mijn ziel gewerkt? Is het geloof dat ik belijd uit God? En de hoop die ik bespeur, geloof ik dat die van God Zelf komt om mijn ziel in de beproevende storm te ondersteunen? Is mijn berouw oprecht? Is mijn belijdenis oprecht? Is mijn wandel bestendig? Is mijn geweten teder? Zijn mijn begeerten geestelijk? Zijn mijn gebeden vurig? Is mijn hart eerlijk? Is mijn ziel recht voor God? Hoe heb ik mijn oog gericht op het fundament, en hoe op wat erop gebouwd is? Rust al mijn hoop op Christus als de Rots, en heel mijn godsdienst op het werk van de Heilige Geest in mijn hart?
Als u deze vragen, als in de tegenwoordigheid van God, kunt beantwoorden met ja, ja, wel tienmaal ja, dan bent u op het goede spoor. Als u staat op het fundament dat God in Sion gelegd heeft, dan bent u veilig. U bent veilig als de Geest van God een levend geloof in uw hart gewerkt heeft. Maar u staat gevaarlijk, ja gevaarlijk, als u niet op het fundament van God staat. Hoe gevaarlijk, ja uiterst gevaarlijk, en dat voor een eeuwigheid, als de Heilige Geest Zijn werk niet in uw geweten werkt!
Aan de lezer…
Deze woorden, „zal het vuur beproeven”, raken ook uw hoop. Durft u haar door het vuur te laten beproeven? Sta ik op het juiste fundament? Is de Zoon van God mij dierbaar geworden? Kleef ik Hem aan, verlang ik naar Hem, en hang ik helemaal van Zijn Persoon en werk af? Het zijn scherpe vragen, en wij doen er goed aan ze niet weg te schuiven. Want het vuur zal eens beproeven hoedanig eens iegelijks werk is, en dan helpt geen schijn meer.
Misschien schrikt u terug omdat u niet tienmaal ja durft te zeggen. Laat dat u dan niet van Hem wegdrijven, maar juist naar Hem toe, Die het fundament is. Zag u ooit in uw nood hoe passend Christus is voor uw verloren ziel? Zie dan op Hem, en vraag de Heilige Geest dat Hij met Goddelijke kracht Zijn werk in uw hart bevestigt. Wie staat op het fundament dat God in Sion gelegd heeft, is veilig, ook al voelt hij zichzelf nog zo zwak.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The fire shall try every man’s work of what sort it is.
1 Corinthians 3:13
How careful and anxious we should be to have two points well secured in our hearts. First, to be right as concerns the foundation. “Do I believe in the Son of God? Have I clear views of the Sonship, the Deity, and the pure humanity of Christ? Have I drunk in no secret error? Am I hiding in my bosom no corrupt doctrine? Is my creed sound? Is the Word of God received by me, as God has revealed it, into a believing heart?” How many are wrong as to the foundation itself.
Then comes, “Am I upon the foundation? Did God Himself put me there? Did I see its suitability to my lost and undone soul? Did the blessed Spirit take of the things of Christ and reveal them to me in the hour of need? Was the Son of God made precious to my soul by an act of faith? Am I looking to Him, cleaving to Him, longing for Him, hanging upon Him, and trusting wholly to His Person and work? How stands the foundation? Am I on it?”
The next important question is, “How stands the superstructure? Has the Holy Spirit wrought anything with a divine power in my soul? The faith I profess, is it of God? The hope I enjoy, do I believe it came from the Lord Himself to support my soul in the trying storm? My repentance, is it genuine? My profession, is it sincere? My walk, is it consistent? My conscience, is it tender? My desires, are they spiritual? My prayers, are they fervent? My heart, is it honest? My soul, is it right before God? What am I looking to as the foundation, and what am I looking to as the superstructure? Do I hang all my hopes upon Christ as the Rock, and all my religion upon the work of the Holy Spirit in my heart?”
If you can answer these questions as in the sight of God, “Yes, yes, ten times yes;” then you are right, you are right. If you stand upon the foundation that God has laid in Zion, you are right; you are right if God the Spirit has wrought a living faith in your heart. But you are wrong, you are wrong if you stand not upon God’s foundation; you are wrong, you are wrong, and that for eternity, unless the Holy Spirit is at work upon your conscience.
To the reader…
These words, “the fire shall try,” touch your hope as well. Do you dare to let it be tried by the fire? Am I standing on the right foundation? Has the Son of God become precious to me? Do I cleave to Him, long for Him, and hang wholly upon His Person and work? These are searching questions, and we do well not to push them aside. For the fire shall one day try every man’s work of what sort it is, and then no outward show will help any more.
Perhaps you shrink back because you dare not say yes ten times over. Then do not let that drive you away from Him, but rather towards Him, Who is the foundation. Did you ever see in your need how suitable Christ is for your lost soul? Look to Him, then, and ask the Holy Spirit to confirm His work in your heart with divine power. Whoever stands on the foundation that God has laid in Zion is safe, however weak he may feel himself to be.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
La obra de cada uno, cuál sea, el fuego hará la prueba.
1 Corintios 3:13
¡Cuán cuidadosos y solícitos deberíamos ser en tener dos puntos bien asegurados en nuestro corazón! Primero, estar en lo cierto en cuanto al fundamento. “¿Creo en el Hijo de Dios? ¿Tengo ideas claras de la filiación, la Deidad y la pura humanidad de Cristo? ¿No he bebido en secreto ningún error? ¿No escondo en mi seno ninguna doctrina corrompida? ¿Es sano mi credo? ¿Recibo la Palabra de Dios, tal como Dios la ha revelado, en un corazón creyente?” ¡Cuántos están equivocados en cuanto al fundamento mismo!
Luego viene: “¿Estoy sobre el fundamento? ¿Me puso Dios mismo allí? ¿Vi lo apropiado que es para mi alma perdida y arruinada? ¿Tomó el bendito Espíritu de las cosas de Cristo y me las reveló en la hora de necesidad? ¿Se hizo precioso a mi alma el Hijo de Dios por un acto de fe? ¿Estoy mirando a Él, adhiriéndome a Él, anhelándole, colgándome de Él y confiando enteramente en Su Persona y Su obra? ¿Cómo está el fundamento? ¿Estoy sobre él?”
La siguiente pregunta importante es: “¿Cómo está el edificio? ¿Ha obrado el Espíritu Santo algo con poder divino en mi alma? La fe que profeso, ¿es de Dios? La esperanza que gozo, ¿creo que vino del Señor mismo para sostener mi alma en la tormenta de la prueba? Mi arrepentimiento, ¿es genuino? Mi profesión, ¿es sincera? Mi andar, ¿es consecuente? Mi conciencia, ¿es tierna? Mis deseos, ¿son espirituales? Mis oraciones, ¿son fervientes? Mi corazón, ¿es honrado? Mi alma, ¿es recta delante de Dios? ¿A qué miro como fundamento, y a qué miro como edificio? ¿Cuelgo todas mis esperanzas de Cristo como la Roca, y toda mi religión de la obra del Espíritu Santo en mi corazón?”
Si usted puede responder a estas preguntas, como en la presencia de Dios: “Sí, sí, diez veces sí”, entonces está en lo cierto, está en lo cierto. Si está sobre el fundamento que Dios ha puesto en Sion, está en lo cierto; está en lo cierto si Dios el Espíritu ha obrado una fe viva en su corazón. Pero está equivocado, está equivocado si no está sobre el fundamento de Dios; está equivocado, está equivocado, y eso para la eternidad, a menos que el Espíritu Santo esté obrando en su conciencia.
Al lector…
Estas palabras, “el fuego hará la prueba”, tocan también su esperanza. ¿Se atreve a dejar que sea probada por el fuego? ¿Estoy sobre el fundamento correcto? ¿Se me ha hecho precioso el Hijo de Dios? ¿Me adhiero a Él, le anhelo y me cuelgo enteramente de Su Persona y Su obra? Son preguntas que escudriñan, y hacemos bien en no apartarlas. Porque el fuego probará un día la obra de cada uno, cuál sea, y entonces ninguna apariencia exterior servirá ya de nada.
Quizá usted retrocede porque no se atreve a decir sí diez veces. Entonces no deje que eso le aleje de Él, sino más bien que le acerque a Aquel que es el fundamento. ¿Vio alguna vez en su necesidad lo apropiado que es Cristo para su alma perdida? Mire, pues, a Él, y pida al Espíritu Santo que confirme con poder divino Su obra en su corazón. Quien está sobre el fundamento que Dios ha puesto en Sion está seguro, por débil que se sienta.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl