January 28
En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus.
Efeze 2:6
Er is een onderscheid tussen levend gemaakt te zijn met Christus en met Hem opgewekt te zijn. Is dit niet een waarheid en de ervaring van Gods volk? Levend gemaakt te zijn tot een godzalig leven, overtuigd te zijn van zonde, de vreze Gods diep in de ziel ingeplant te hebben, is het begin van een werk van genade. Maar dat is geen verlossing, geen opwekking uit de duisternis, de slavernij, de twijfel, de schuld en de vrees. Dit is geen kennen van Christus en de kracht van Zijn opstanding; dit is geen algeheel komen uit het donkere en stille graf tot het heerlijke licht en de warmte van de dag.
Maar hier is de grote zaligheid van een verborgen vereniging met de Heere Jezus Christus, dat, evenals er, door kracht van belangstelling in Hem, een deelhebben is aan de vruchten en de macht van Zijn levendmaking, er zo ook een deelhebben is aan de vruchten en de macht van Zijn opstanding. God maakt geen ziel levend tot een godzalig leven om haar te laten blijven in het duistere graf van twijfel, vrees, schuld en dienstbaarheid. Vrijheid dus, de vrijheid van het Evangelie, bevrijding van alle twijfel en vrees, de openbaring van vergiffenis en vrede, het uitstorten van de liefde Gods in het hart: dat zijn zegeningen die de leden van Christus’ geestelijk lichaam evenzeer verzekerd zijn als hun eerste ontwaken tot een geestelijk leven, en beide zijn hun evenzeer verzekerd in Christus, hun Verbondshoofd.
Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood,
Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot,
Gij zijt voor mij een schild in alle nood;
Gij hebt mijn smart verdreven,
Uw dierb’re gunst is m’ altoos bijgebleven.
’k Zal voor Gods oog naar zijn bevelen leven;
zo word’ door mij zijn naam altijd verheven,
zo word’ zijn lof vergroot.
Ps. 56:6
Aan de lezer…
Bent u levend gemaakt, lieve lezer, en ligt u toch nog in het donkere graf van twijfel, schuld en vrees? U kent de zonde, u hebt de vreze Gods in uw hart, maar de vrijheid van het Evangelie hebt u nog niet gesmaakt. Hoe dikwijls vraagt zulk een ziel zich af of het werk wel echt is, omdat de vrede uitblijft. Ik zeg u eerlijk: het levend gemaakt worden is het begin, maar nog niet de verlossing.
Laat dat u echter niet terneerslaan, want hier ligt juist uw troost. God maakt geen ziel levend om haar te laten blijven in het duistere graf. Wie deel heeft aan Christus’ levendmaking, zal ook deel hebben aan de kracht van Zijn opstanding. Beide zijn verzekerd in Hem, het Verbondshoofd. Zie dan niet op uw eigen gestalte, maar op Hem Die uit het graf is opgestaan. Hij zal in Zijn tijd vergeving en vrede openbaren en Gods liefde in uw hart uitstorten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus.
Efeze 2:6
Er is een verschil tussen levend gemaakt zijn met Christus en met Hem opgewekt zijn. Is dat niet een waarheid en de ervaring van Gods volk? Levend gemaakt zijn tot een godzalig leven, overtuigd zijn van zonde en de vreze van God diep in de ziel ingeplant hebben, is het begin van een werk van genade. Maar dat is nog geen verlossing, geen opwekking uit de duisternis, de slavernij, de twijfel, de schuld en de vrees. Dat is nog geen kennen van Christus en de kracht van Zijn opstanding. Dat is nog geen volledig opkomen uit het donkere en stille graf in het heerlijke licht en de warmte van de dag.
Maar dit is nu de grote zaligheid van een verborgen vereniging met de Heere Jezus Christus: zoals er, doordat men deel heeft aan Hem, een deelhebben is aan de vruchten en de macht van Zijn levendmaking, zo is er ook een deelhebben aan de vruchten en de macht van Zijn opstanding. God maakt geen ziel levend tot een godzalig leven om haar te laten liggen in het duistere graf van twijfel, vrees, schuld en dienstbaarheid. Vrijheid dus, de vrijheid van het Evangelie, bevrijding van alle twijfel en vrees, de openbaring van vergeving en vrede, het uitstorten van de liefde van God in het hart: dat zijn zegeningen die de leden van Christus’ geestelijk lichaam even zeker zijn als hun eerste ontwaken tot geestelijk leven. En beide zijn hun even zeker in Christus, hun Verbondshoofd.
Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood,
Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot,
Gij zijt voor mij een schild in alle nood;
Gij hebt mijn smart verdreven,
Uw dierb’re gunst is m’ altoos bijgebleven.
’k Zal voor Gods oog naar zijn bevelen leven;
zo word’ door mij zijn naam altijd verheven,
zo word’ zijn lof vergroot.
Ps. 56:6
Aan de lezer…
Bent u levend gemaakt, en ligt u toch nog in het donkere graf van twijfel, schuld en vrees? U kent de zonde en u hebt de vreze van God in uw hart, maar de vrijheid van het Evangelie hebt u nog niet gesmaakt. Hoe vaak vraagt zo’n ziel zich af of het werk wel echt is, omdat de vrede uitblijft. Ik zeg u eerlijk: levend gemaakt worden is het begin, maar het is nog niet de verlossing.
Laat dat u echter niet terneerslaan, want juist hier ligt uw troost. God maakt geen ziel levend om haar te laten liggen in het duistere graf. Wie deel heeft aan Christus’ levendmaking, zal ook deel hebben aan de kracht van Zijn opstanding. Beide zijn verzekerd in Hem, het Verbondshoofd. Kijk dan niet naar uw eigen gestalte, maar naar Hem Die uit het graf is opgestaan. Hij zal in Zijn tijd vergeving en vrede openbaren en de liefde van God in uw hart uitstorten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And hath raised us up together, and made us sit together in heavenly places in Christ Jesus.
Ephesians 2:6
There is a distinction between being quickened together with Christ and being raised up together with Him. Is not this true in the experience of God’s people? To be quickened into divine life, to be convinced of sin, to have the fear of God planted deeply in the soul, is the commencement of a work of grace. But this is not a deliverance, not a being raised up out of darkness, bondage, doubt, guilt, and fear. This is not a knowledge of Christ, and the power of His resurrection; this is not a full coming out of the dark and silent tomb into the glorious light and warmth of day.
But here is the great blessedness of a mystical union with the Lord Jesus Christ that, as by virtue of interest in Him there is a partaking of the benefit and power of His having been quickened, so there is a partaking in the benefit and power of His having been raised up. God does not quicken a soul into divine life to let it remain in the dark tomb of doubt, fear, guilt, and bondage. In raising up Christ there was not only a pledge of the spiritual, but a virtual resurrection of the members of His body.
Liberty, then, the liberty of the gospel, deliverance from all doubt and fear, the manifestation of pardon and peace, the shedding abroad of the love of God in the heart, are blessings as much assured to the members of Christ’s mystical body as their first quickening into spiritual life, and both are equally assured them in Christ their covenant Head.
To the reader…
Have you been quickened, and do you still lie in the dark tomb of doubt, guilt and fear? You know sin and you have the fear of God in your heart, but you have not yet tasted the liberty of the gospel. How often such a soul wonders whether the work is real at all, because peace does not come. I tell you honestly: being quickened is the beginning, but it is not yet the deliverance.
Do not let that cast you down, however, for it is precisely here that your comfort lies. God does not quicken a soul to leave it lying in the dark tomb. Whoever shares in Christ’s quickening will also share in the power of His resurrection. Both are assured in Him, the covenant Head. So do not look at your own frame, but at Him Who rose from the grave. In His time He will reveal pardon and peace and shed abroad the love of God in your heart.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y juntamente nos resucitó, y asimismo nos hizo sentar en los cielos con Cristo Jesús.
Efesios 2:6
Hay una distinción entre ser vivificados juntamente con Cristo y ser resucitados juntamente con Él. ¿No es esto verdad en la experiencia del pueblo de Dios? Ser vivificado a la vida divina, ser convencido de pecado, tener el temor de Dios plantado profundamente en el alma, es el comienzo de una obra de gracia. Pero esto no es una liberación, no es un ser levantado de las tinieblas, la esclavitud, la duda, la culpa y el temor. Esto no es un conocimiento de Cristo y del poder de Su resurrección; esto no es un salir plenamente de la tumba oscura y silenciosa a la gloriosa luz y calor del día.
Pero he aquí la gran bienaventuranza de una unión mística con el Señor Jesucristo: que, así como en virtud de tener parte en Él se participa del beneficio y del poder de haber sido Él vivificado, así también se participa del beneficio y del poder de haber sido Él resucitado. Dios no vivifica un alma a la vida divina para dejarla permanecer en la tumba oscura de la duda, el temor, la culpa y la esclavitud. Al resucitar a Cristo hubo no solo una prenda, sino una resurrección virtual espiritual de los miembros de Su cuerpo.
La libertad, pues, la libertad del evangelio, la liberación de toda duda y temor, la manifestación del perdón y la paz, el derramamiento del amor de Dios en el corazón, son bendiciones tan aseguradas a los miembros del cuerpo místico de Cristo como su primera vivificación a la vida espiritual, y ambas les están igualmente aseguradas en Cristo, su Cabeza del pacto.
Al lector…
¿Ha sido usted vivificado, y todavía yace en la tumba oscura de la duda, la culpa y el temor? Conoce el pecado y tiene el temor de Dios en su corazón, pero todavía no ha gustado la libertad del evangelio. ¡Cuántas veces una tal alma se pregunta si la obra es real siquiera, porque la paz no llega! Le digo con sinceridad: ser vivificado es el comienzo, pero todavía no es la liberación.
Pero no deje que eso le abata, porque es precisamente aquí donde está su consuelo. Dios no vivifica un alma para dejarla tendida en la tumba oscura. Quien participa de la vivificación de Cristo participará también del poder de Su resurrección. Ambas cosas están aseguradas en Él, la Cabeza del pacto. No mire, pues, a su propio estado, sino a Aquel que resucitó del sepulcro. A Su tiempo Él revelará perdón y paz y derramará el amor de Dios en su corazón.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl