vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En die deze wereld gebruiken, als niet misbruikende; want de gedaante dezer wereld gaat voorbij.
1 Korinthe 7:31
Niets is wezenlijk dan hetgeen een duurzaam bestaan heeft. Gezondheid verzwakt; kracht vermindert; schoonheid verwelkt; gezicht en gehoor worden dof; het verstand zelfs wordt zwak; rijkdommen maken zichzelf vleugelen en vliegen daarheen; kinderen sterven; vrienden scheiden; de ouderdom sluipt al nader en nader, tot het leven zelf zijn einde vindt. Deze vluchtige, voorbijgaande dingen zijn dus slechts schaduwen; er is geen vastheid, geen duurzaamheid in. Evenals ons dagelijks voedsel en onze klederen, huis en hof, onderhouden en veraangenamen zij ons op onze reis door het leven. Maar daar zijn zij aan het einde; als het leven ophoudt, houden ook zij op. Maar ware godsdienstigheid – en hierdoor versta ik het werk dat God aan de ziel gedaan heeft – blijft in en na de dood, gaat met ons door de donkere doodsvallei en voert ons veilig in een zalige eeuwigheid. Zij is dus het enige in de wereld waarvan men zeggen kan dat zij wezenlijk is.
Is dit niet het getuigenis van Johannes? „Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die de wil Gods doet, blijft in der eeuwigheid” (1 Joh. 2:16, 17). En wie is de mens, die gelukzalige mens, die leeft als alles sterft; die voor eeuwig blijft, als alles verdwijnt in de duisternis? Het is hij die de wil Gods doet. Maar hoe en wanneer doen wij de wil Gods? „En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe: en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage” (Joh. 6:40). Indien gij dan de Zoon Gods aanschouwd en in Hem geloofd hebt, hebt gij nu reeds het eeuwige leven, en Jezus zal u opwekken ten uitersten dage.
Neen, dwaas, uw hoop zal ras vergaan,
maar ’s Heeren troon zal eeuwig staan.
Die wilde Hij onwrikbaar stichten,
om naar het heilig recht te richten.
Ps. 9:7
Aan de lezer…
Vandaag wordt u erop gewezen hoe alles om u heen voorbijgaat. Gezondheid verzwakt, krachten nemen af, vrienden scheiden en kinderen sterven; de ouderdom sluipt al nader. Misschien voelt u dat thans pijnlijk, en schijnt het of er niets overblijft waarop u kunt steunen. Wees eerlijk: al wat de wereld biedt, zijn schaduwen, die ophouden als het leven ophoudt.
Maar het werk dat God aan de ziel doet, gaat met u door de donkere doodsvallei. Hoe doet u dan de wil Gods? Door de Zoon te aanschouwen en in Hem te geloven. Zie dan met al uw zwakheid op Hem; Hij heeft beloofd dat wie in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft, en dat Hij hem zal opwekken ten uitersten dage. Daarop kunt u rusten, als al het andere u ontvalt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En die deze wereld gebruiken, als niet misbruikende; want de gedaante dezer wereld gaat voorbij.
1 Korinthe 7:31
Niets is wezenlijk dan wat blijvend bestaat. De gezondheid verzwakt, de kracht neemt af, de schoonheid verwelkt, gezicht en gehoor worden dof en zelfs het verstand wordt zwak. Rijkdommen maken zich vleugels en vliegen weg, kinderen sterven, vrienden gaan uiteen, en de ouderdom sluipt steeds dichterbij, totdat het leven zelf ten einde komt. Deze vluchtige, voorbijgaande dingen zijn dus maar schaduwen; er is geen vastheid en geen duurzaamheid in. Net als ons dagelijks brood en onze kleding, ons huis en onze tuin, onderhouden en veraangenamen zij ons op onze reis door het leven. Maar daar houdt het op: wanneer het leven ophoudt, houden ook zij op. Maar ware godsdienst, en daaronder versta ik het werk dat God aan de ziel gedaan heeft, blijft in en na de dood. Hij gaat met ons door het donkere dal van de dood en voert ons veilig binnen in een zalige eeuwigheid. Hij is dus het enige in de wereld waarvan men kan zeggen dat het wezenlijk is.
Is dit niet het getuigenis van Johannes? „Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die de wil Gods doet, blijft in der eeuwigheid” (1 Joh. 2:16, 17). En wie is die mens, die gelukzalige mens, die leeft wanneer alles sterft, die voor eeuwig blijft wanneer alles in de duisternis verdwijnt? Het is hij die de wil van God doet. Maar hoe en wanneer doen wij de wil van God? „En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe: en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage” (Joh. 6:40). Als u dan de Zoon van God aanschouwd en in Hem geloofd hebt, hebt u nu al het eeuwige leven, en Jezus zal u opwekken op de laatste dag.
Neen, dwaas, uw hoop zal ras vergaan,
maar ’s Heeren troon zal eeuwig staan.
Die wilde Hij onwrikbaar stichten,
om naar het heilig recht te richten.
Ps. 9:7
Aan de lezer…
Vandaag wordt u erop gewezen hoe alles om u heen voorbijgaat. De gezondheid verzwakt, de krachten nemen af, vrienden gaan uiteen en kinderen sterven; de ouderdom sluipt steeds dichterbij. Misschien voelt u dat nu pijnlijk, en lijkt het of er niets overblijft waarop u kunt steunen. Wees eerlijk: alles wat de wereld biedt, zijn schaduwen, die ophouden wanneer het leven ophoudt.
Maar het werk dat God aan de ziel doet, gaat met u door het donkere dal van de dood. Hoe doet u dan de wil van God? Door de Zoon te aanschouwen en in Hem te geloven. Zie dan met al uw zwakheid op Hem; Hij heeft beloofd dat wie in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft, en dat Hij hem zal opwekken ten uitersten dage. Daarop kunt u rusten, wanneer al het andere u ontvalt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And they that use this world, as not abusing it: for the fashion of this world passeth away.
1 Corinthians 7:31
Nothing is real but that which has an abiding substance. Health decays, strength diminishes, beauty flees the cheek, sight and hearing grow dim, the mind itself gets feeble, riches make to themselves wings and flee away, children die, friends depart, old age creeps on, and life itself comes to a close. These fugitive, transitory things are then mere shadows; there is no substance, enduring substance in them. Like our daily food and clothing, house and home, they support and solace us in our journey through life. But there they stop; when life ends, they end with it.
But real religion–and by this I understand the work of God upon the soul–abides in death and after death, goes with us through the dark valley, and lands us safe in a blessed eternity. It is, therefore, the only thing in this world of which we can say that it is real. Is not this John’s testimony? “All that is in the world, the lust of the flesh, and the lust of the eyes, and the pride of life, is not of the Father, but is of the world. And the world passes away, and the lust thereof; but he that does the will of God abides forever” (1 John 2:16, 17).
And who is that man, that blessed man, who lives when all dies, who abides forever when all others pass away into the outer darkness? It is he who does the will of God. But how and when do we the will of God? “And this is the will of Him that sent Me, that everyone who sees the Son, and believes on Him, may have everlasting life–and I will raise him up at the last day” (John 6:40). If, then, you have seen the Son, and believed in Him, you have now everlasting life, and Jesus will raise you up at the last day.
To the reader…
Today you are reminded how everything around you passes away. Health weakens, strength declines, friends depart and children die; old age creeps ever closer. Perhaps you feel that painfully now, and it seems as though nothing remains for you to lean on. Be honest: everything the world offers is shadows, which end when life ends.
But the work God does in the soul goes with you through the dark valley of death. How, then, do you do the will of God? By seeing the Son and believing on Him. Look to Him, then, with all your weakness; He has promised that whoever believes on Him has everlasting life, and that He will raise him up at the last day. On that you can rest, when everything else fails you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y los que usan de este mundo, como los que no usan: porque la apariencia de este mundo se pasa.
1 Corintios 7:31
Nada es real sino aquello que tiene una sustancia permanente. La salud decae, la fuerza disminuye, la hermosura huye de las mejillas, la vista y el oído se debilitan, la mente misma se vuelve flaca, las riquezas se hacen alas y se van volando, los hijos mueren, los amigos se van, la vejez avanza, y la vida misma llega a su fin. Estas cosas fugaces y pasajeras son, pues, meras sombras; no hay en ellas sustancia, sustancia duradera. Como nuestro alimento y vestido de cada día, nuestra casa y nuestro hogar, nos sostienen y nos consuelan en nuestro viaje por la vida. Pero allí se detienen; cuando la vida termina, terminan con ella.
Pero la verdadera religión, y por ella entiendo la obra de Dios en el alma, permanece en la muerte y después de la muerte, va con nosotros a través del valle oscuro, y nos deja a salvo en una bendita eternidad. Es, por tanto, lo único en este mundo de lo cual podemos decir que es real. ¿No es este el testimonio de Juan? “Porque todo lo que hay en el mundo, la concupiscencia de la carne, y la concupiscencia de los ojos, y la soberbia de la vida, no es del Padre, mas es del mundo. Y el mundo se pasa, y su concupiscencia; mas el que hace la voluntad de Dios, permanece para siempre” (1 Juan 2:16, 17).
¿Y quién es ese hombre, ese hombre bienaventurado, que vive cuando todo muere, que permanece para siempre cuando todos los demás pasan a las tinieblas de afuera? Es el que hace la voluntad de Dios. Pero ¿cómo y cuándo hacemos la voluntad de Dios? “Y esta es la voluntad del que Me ha enviado: Que todo aquel que ve al Hijo, y cree en Él, tenga vida eterna: y Yo le resucitaré en el día postrero” (Juan 6:40). Si, pues, usted ha visto al Hijo y ha creído en Él, tiene ahora vida eterna, y Jesús le resucitará en el día postrero.
Al lector…
Hoy se le recuerda cómo todo lo que le rodea pasa. La salud se debilita, la fuerza decae, los amigos se van y los hijos mueren; la vejez se acerca cada vez más. Quizá usted lo siente ahora dolorosamente, y parece que no le queda nada en que apoyarse. Sea sincero: todo lo que el mundo ofrece son sombras, que terminan cuando termina la vida.
Pero la obra que Dios hace en el alma va con usted a través del valle oscuro de la muerte. ¿Cómo, pues, hace usted la voluntad de Dios? Viendo al Hijo y creyendo en Él. Mire, pues, a Él con toda su debilidad; Él ha prometido que todo aquel que cree en Él tiene vida eterna, y que le resucitará en el día postrero. En eso puede usted descansar, cuando todo lo demás le falla.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Door Christus tot God gaan
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Als de levende ziel die eeuwige zegeningen, die de Heere Jezus voor Zijn kinderen heeft veiliggesteld, vergelijkt met aardse dingen, ziet zij in hoe onbetekenend deze laatste zijn: wat een zinloze stukken speelgoed, wat een nutteloze dromen, wat een voorbijgaande schaduwen het zijn. Zij verwondert zich over de dwaasheid van de mensen om zulke zinloze vertoningen na te jagen, en tijd, gezondheid, geld en het leven zelf te besteden aan het nastreven van niets meer dan ellende en vernietiging. Elke klok die zij in het voorbijgaan hoort, elk lijk dat zij langzaam naar het graf gedragen ziet worden, bedrukt haar met ernstige gevoelens wat betreft de toestand van degenen die in zonde leven en sterven. Op deze wijze leert zij steeds meer de tijd en de eeuwigheid, de aarde en de hemel, zondaren en heiligen, en belijders en bezitters tegenover elkaar te stellen. Hierdoor wordt haar geleerd, met Baruch, geen ‘grote dingen te zoeken’ voor zichzelf (Jer. 45:5), maar echte dingen – dingen die de tijd overleven en haar bekwaam maken voor de eeuwigheid.
Zodoende komt zij ertoe zich weinig aan te trekken van wat anderen denken dat goed of groot is, maar des te meer van datgene waaraan God Zelf Zijn goedkeuring heeft verleend, zoals een gevoelig geweten, een bedroefd hart, een berouwvolle geest, een nederige geest, afscheiding van de wereld en al het wereldse, onderwerping aan Zijn heilige wil, het nederig verdragen van het kruis, overeenstemming met Christus’ lijdende beeld, het toeleven naar Gods heerlijkheid. Zij ziet in dat, vergeleken met geestelijke zegeningen als deze, een luidruchtige belijdenis, een aanmatigend vertrouwen, een vast geloof in de letter van de waarheid zonder haar bezieling en kracht te ervaren, zinloos en misleidend zijn. En bang om misleid en bedrogen te worden, zoals duizenden zijn, komt zij ertoe de geringste getuigenis van de Heere Zelf dat haar hart vlak voor Hem is, hoog te schatten.
Lezen: Psalm 49
Aan de lezer…
Hoe goed is het u eens af te vragen wat u najaagt! Elke klok die luidt en elk lijk dat langzaam naar het graf gedragen wordt, roept u toe dat de dingen van deze aarde voorbijgaande schaduwen en nutteloze dromen zijn. Hoeveel tijd, kracht en zorg gaat er niet op aan wat met ons in het graf vergaat? Zoek dan geen grote dingen voor uzelf, maar echte dingen, die de tijd overleven en u bekwaam maken voor de eeuwigheid.
Wellicht hebt u geen luide belijdenis en geen stoutmoedig vertrouwen, maar wel een gevoelig geweten, een bedroefd hart en een nederige geest. Veracht dat niet; juist daaraan heeft God Zelf Zijn goedkeuring verleend. Kom met dat arme hart door Christus tot God, en zoek bij Hem het geringste getuigenis dat uw hart oprecht voor Hem is. Eén zulk woord van de Heere Zelf is meer waard dan de lof van duizenden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Wanneer de levende ziel de eeuwige zegeningen die de Heere Jezus voor Zijn kinderen heeft verzekerd, vergelijkt met aardse dingen, ziet zij hoe nietig die laatste zijn: wat een ijdel speelgoed, wat een nutteloze dromen, wat een voorbijgaande schaduwen. Zij verwondert zich over de dwaasheid van de mensen, die zulke ijdele schijnvertoningen najagen en tijd, gezondheid, geld en het leven zelf besteden aan het najagen van niets anders dan ellende en verderf. Elke doodsklok die zij in het voorbijgaan hoort, elk lijk dat zij langzaam naar het graf ziet dragen, vervult haar met ernstige gedachten over de toestand van hen die in de zonde leven en sterven. Zo leert zij steeds meer de tijd tegenover de eeuwigheid te stellen, de aarde tegenover de hemel, zondaren tegenover heiligen, en belijders tegenover bezitters. Daardoor leert zij, met Baruch, voor zichzelf geen „grote dingen te zoeken” (Jer. 45:5), maar echte dingen – dingen die de tijd overleven en haar bekwaam maken voor de eeuwigheid.
Zo gaat zij weinig waarde hechten aan wat anderen goed of groot vinden, maar des te meer aan wat God Zelf heeft goedgekeurd: een teer geweten, een gebroken hart, een verslagen geest, een nederige geest, afzondering van de wereld en van al het wereldse, onderwerping aan Zijn heilige wil, het ootmoedig dragen van het kruis, gelijkvormigheid aan het lijdende beeld van Christus, en leven tot Gods eer. Zij ziet in dat, vergeleken met zulke geestelijke zegeningen, een luidruchtige belijdenis, een vermetel vertrouwen en een vast geloof in de letter van de waarheid zonder iets van haar zalving en kracht te ervaren, leeg en misleidend zijn. En omdat zij bang is misleid en bedrogen te worden, zoals duizenden zijn, gaat zij ook het geringste getuigenis van de Heere Zelf dat haar hart oprecht voor Hem is, hoog schatten.
Lezen: Psalm 49
Aan de lezer…
Hoe goed is het u eens af te vragen wat u najaagt! Elke doodsklok die luidt en elk lijk dat langzaam naar het graf gedragen wordt, roept u toe dat de dingen van deze aarde voorbijgaande schaduwen en nutteloze dromen zijn. Hoeveel tijd, kracht en zorg gaat er niet op aan wat met ons in het graf vergaat? Zoek dan geen grote dingen voor uzelf, maar echte dingen, die de tijd overleven en u bekwaam maken voor de eeuwigheid.
Misschien hebt u geen luide belijdenis en geen stoutmoedig vertrouwen, maar wel een teer geweten, een gebroken hart en een nederige geest. Veracht dat niet; juist dat heeft God Zelf goedgekeurd. Kom met dat arme hart door Christus tot God, en zoek bij Hem het geringste getuigenis dat uw hart oprecht voor Hem is. Eén zo’n woord van de Heere Zelf is meer waard dan de lof van duizenden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore He is able also to save them to the uttermost that come unto God by Him, seeing He ever liveth to make intercession for them.
Hebrews 7:25
When the living soul compares the eternal blessings which the Lord Jesus has secured for His children with earthly things, it sees how worthless the latter are: what vain toys, what idle dreams, what passing shadows. It marvels at the folly of men, who pursue such vain shows and spend time, health, money and life itself in the pursuit of nothing but misery and ruin. Every funeral bell it hears in passing, every corpse it sees carried slowly to the grave, fills it with solemn thoughts about the state of those who live and die in sin. So it learns more and more to set time against eternity, earth against heaven, sinners against saints, and professors against possessors. Thereby it learns, with Baruch, to “seek not great things” for itself (Jer. 45:5), but real things — things that outlast time and make it meet for eternity.
So it comes to set little value on what others think good or great, but all the more on what God Himself has approved: a tender conscience, a broken heart, a contrite spirit, a humble mind, separation from the world and from all that is worldly, submission to His holy will, the meek bearing of the cross, conformity to the suffering image of Christ, and living to God’s glory. It sees that, compared with such spiritual blessings, a loud profession, a presumptuous confidence and a firm belief in the letter of the truth without experiencing anything of its unction and power are empty and delusive. And because it fears being deluded and deceived, as thousands are, it comes to prize highly even the least testimony from the Lord Himself that its heart is sincere before Him.
Reading: Psalm 49
To the reader…
How good it is for you to ask yourself sometimes what you are pursuing! Every funeral bell that tolls and every corpse carried slowly to the grave calls out to you that the things of this earth are passing shadows and idle dreams. How much time, strength and care is spent on what perishes with us in the grave? Seek not great things for yourself, then, but real things, which outlast time and make you meet for eternity.
Perhaps you have no loud profession and no bold confidence, but you do have a tender conscience, a broken heart and a humble spirit. Do not despise that; it is precisely what God Himself has approved. Come with that poor heart unto God by Christ, and seek from Him the least testimony that your heart is sincere before Him. One such word from the Lord Himself is worth more than the praise of thousands.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual puede también salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, viviendo siempre para interceder por ellos.
Hebreos 7:25
Cuando el alma viviente compara las bendiciones eternas que el Señor Jesús ha asegurado para Sus hijos con las cosas terrenales, ve cuán sin valor son estas: qué juguetes vanos, qué sueños ociosos, qué sombras pasajeras. Se maravilla de la necedad de los hombres, que persiguen tales vanas apariencias y gastan tiempo, salud, dinero y la vida misma en la búsqueda de nada más que miseria y ruina. Cada toque de difuntos que oye al pasar, cada cadáver que ve llevar lentamente a la tumba, la llena de pensamientos solemnes sobre el estado de los que viven y mueren en pecado. Así aprende más y más a poner el tiempo frente a la eternidad, la tierra frente al cielo, los pecadores frente a los santos, y los que profesan frente a los que poseen. Con ello aprende, como Baruc, a “no buscar grandezas” para sí (Jer. 45:5), sino cosas reales: cosas que sobreviven al tiempo y la hacen apta para la eternidad.
Así llega a dar poco valor a lo que otros tienen por bueno o grande, pero tanto más a lo que Dios mismo ha aprobado: una conciencia tierna, un corazón quebrantado, un espíritu contrito, una mente humilde, la separación del mundo y de todo lo mundano, la sumisión a Su santa voluntad, el llevar mansamente la cruz, la conformidad con la imagen sufriente de Cristo y el vivir para la gloria de Dios. Ve que, comparadas con tales bendiciones espirituales, una profesión ruidosa, una confianza presuntuosa y una creencia firme en la letra de la verdad sin experimentar nada de su unción y poder son vacías y engañosas. Y porque teme ser engañada y defraudada, como lo son miles, llega a estimar en mucho aun el menor testimonio del Señor mismo de que su corazón es sincero delante de Él.
Lectura: Salmo 49
Al lector…
¡Qué bueno es preguntarse a veces qué es lo que uno persigue! Cada toque de difuntos que suena y cada cadáver que se lleva lentamente a la tumba le dicen a voces que las cosas de esta tierra son sombras pasajeras y sueños ociosos. ¿Cuánto tiempo, fuerza y cuidado se gastan en lo que perece con nosotros en la tumba? No busque, pues, grandezas para sí, sino cosas reales, que sobreviven al tiempo y le hacen apto para la eternidad.
Quizá usted no tenga una profesión ruidosa ni una confianza atrevida, pero sí tiene una conciencia tierna, un corazón quebrantado y un espíritu humilde. No desprecie eso; es precisamente lo que Dios mismo ha aprobado. Allégese con ese pobre corazón a Dios por Cristo, y busque de Él el menor testimonio de que su corazón es sincero delante de Él. Una sola palabra así del Señor mismo vale más que la alabanza de miles.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
De verdraagzaamheid der hoop.
1 Thess. 1:3
Wat wordt er bedoeld met de uitdrukking „verdraagzaamheid”? Het betekent „verduren”. De hoop heeft het te verduren, het geloof moet handelen, de liefde arbeiden. Het is de verdraagzaamheid der hoop die haar waarde en oprechtheid bewijst. De hoop gaat niet strijdende en slaande voorwaarts op haar weg. De hoop is als een geduldig lijder, vreedzaam dragende wat haar overkomt. De hoop wordt gekend in haar uithoudingsvermogen, het geloof in zijn daden.
Bijvoorbeeld wanneer de Heere Zijn aangezicht verbergt, wanneer elk bewijs daarvan buiten het gezicht raakt, wanneer geen tekenen gezien worden en de satan verzoekt, wanneer het werk der genade in de ziel geheel en al verdonkerd schijnt, en als gevolg daarvan een gevoel van vertwijfeling zich voordoet, dan moet de verdraagzaamheid der hoop dit alles verduren en zich handhaven. Zij handelt op dezelfde wijze als een anker dat een schip vasthoudt, zoals Paulus dit als een schoon zinnebeeld aanvoert. Wat is de grote waarde, de hoofdvereiste van een kabel die aan het anker verbonden is? Is het niet het uithoudingsvermogen? De kabel doet niets; zij verduurt eenvoudig. Zij maakt geen groot geraas in het water; haar goede kwaliteit, de enige kwaliteit die zij behoeft, is kracht om uit te houden en niet te breken.
Wanneer de golven zich verheffen en omhooggaan, de storm loeit en het getij sterk loopt, dan is het werk van de kabel aan het anker vast te houden en niet te breken. En zo is het ook met het anker; het doet niets en behoeft ook niets te doen. Uithouden is zijn enig werk en al zijn voortreffelijkheid. Zo is het ook met een hoopje in het hart van een zondaar. Heeft de Heere Zich ooit aan hem uitgelaten? Heeft de Heere Zich dierbaar in zijn ziel geopenbaard? Ooit in zijn consciëntie een bewijs van Zijn gunst verklaard? Ooit met kracht tot zijn ziel gesproken? Heeft hij ooit in zijn ziel het inwendig getuigenis vernomen dat hij tot het volk van God behoort? Dan wordt zijn hoop verklaard door met gelatenheid te verdragen al hetgeen er tegenin wordt gebracht om haar te overweldigen en, zo de Heere het niet belette, om haar ten enenmale te vernietigen.
Aan de lezer…
Herkent u dit? De Heere verbergt Zijn aangezicht voor u, zodat u geen tekenen meer ziet en het werk der genade in uw ziel geheel verdonkerd schijnt. Loeit de storm en loopt het getij sterk tegen u in, en fluistert de satan u toe dat u nooit iets van God gekend hebt? Denk dan niet dat uw hoop moet strijden en slaan om echt te zijn. Zij hoeft niets anders te doen dan te verduren, gelijk een kabel aan het anker.
Heeft de Heere ooit een woord met kracht tot uw ziel gesproken, of u een bewijs van Zijn gunst in uw consciëntie gegeven? Laat dan dat kleine hoopje niet los, al maakt het geen geraas en al voelt u er weinig van. Hij Die het gaf, belet dat het ten enenmale vernietigd wordt. Houd uit, arme ziel; het anker ligt vast, ook wanneer de golven het verbergen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De verdraagzaamheid der hoop.
1 Thess. 1:3
Wat wordt er bedoeld met het woord „verdraagzaamheid”? Het betekent „verduren”. De hoop moet verduren, het geloof moet handelen, de liefde moet arbeiden. Het is de verdraagzaamheid van de hoop die haar waarde en oprechtheid bewijst. De hoop gaat niet strijdend en slaand vooruit op haar weg. De hoop is als een geduldige lijder, die rustig draagt wat haar overkomt. De hoop wordt gekend aan haar uithoudingsvermogen, het geloof aan zijn daden.
Bijvoorbeeld: wanneer de Heere Zijn aangezicht verbergt, wanneer elk bewijs daarvan uit het zicht raakt, wanneer er geen tekenen gezien worden en de satan verzoekt, wanneer het werk van de genade in de ziel helemaal verduisterd lijkt en er als gevolg daarvan een gevoel van wanhoop opkomt, dan moet de verdraagzaamheid van de hoop dit alles verduren en standhouden. Zij werkt op dezelfde manier als een anker dat een schip vasthoudt, zoals Paulus dat als een mooi beeld gebruikt. Wat is de grote waarde, de belangrijkste eis van een kabel die aan het anker vastzit? Is dat niet het uithoudingsvermogen? De kabel doet niets; hij verduurt eenvoudig. Hij maakt geen groot geraas in het water; zijn goede eigenschap, de enige eigenschap die hij nodig heeft, is de kracht om uit te houden en niet te breken.
Wanneer de golven zich verheffen en opstuwen, de storm loeit en het getij sterk loopt, dan is het werk van de kabel het anker vast te houden en niet te breken. En zo is het ook met het anker: het doet niets en hoeft ook niets te doen. Uithouden is zijn enige werk en heel zijn voortreffelijkheid. Zo is het ook met een klein beetje hoop in het hart van een zondaar. Heeft de Heere Zich ooit aan hem bekendgemaakt? Heeft de Heere Zich dierbaar in zijn ziel geopenbaard? Heeft Hij ooit in zijn geweten een bewijs van Zijn gunst gegeven? Heeft Hij ooit met kracht tot zijn ziel gesproken? Heeft hij ooit in zijn ziel het inwendig getuigenis gehoord dat hij bij het volk van God hoort? Dan blijkt zijn hoop doordat zij gelaten verdraagt alles wat ertegen wordt ingebracht om haar te overweldigen en, als de Heere het niet verhinderde, haar volledig te vernietigen.
Aan de lezer…
Herkent u dit? De Heere verbergt Zijn aangezicht voor u, zodat u geen tekenen meer ziet en het werk van de genade in uw ziel helemaal verduisterd lijkt. Loeit de storm en loopt het getij sterk tegen u in, en fluistert de satan u toe dat u nooit iets van God gekend hebt? Denk dan niet dat uw hoop moet strijden en slaan om echt te zijn. Zij hoeft niets anders te doen dan te verduren, zoals een kabel aan het anker.
Heeft de Heere ooit een woord met kracht tot uw ziel gesproken, of u een bewijs van Zijn gunst in uw geweten gegeven? Laat dan dat kleine beetje hoop niet los, ook al maakt het geen geraas en voelt u er weinig van. Hij Die het gaf, verhindert dat het volledig vernietigd wordt. Houd vol, arme ziel; het anker ligt vast, ook wanneer de golven het aan het oog onttrekken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And patience of hope.
1 Thessalonians 1:3
What is meant by the expression “patience?” It means ‘endurance’; as though hope had to endure, faith to work, and love to labor. It is the “patience of hope” that proves its reality and genuineness. Hope does not go forward fighting and cutting its way. Hope is like a quiet sufferer, patiently bearing what comes upon it. Hope is manifested in enduring, as faith is manifested in acting.
For instance—when the Lord hides His face, when testimonies sink out of sight, when signs are not seen, when Satan tempts, when the work of grace upon the soul seems to be all obscured, and in consequence a feeling of despondency begins to set in, then the “patience of hope” is needed to endure all things—not to give way, but to maintain its hold.
It acts in the same way, according to the beautiful figure of Paul, as the anchor holds the ship. What is the main value, the chief requisite in the CABLE that holds the anchor? Is it not endurance? The cable does nothing; it simply endures. It does not make a great ado in the water; its only good quality, the only quality needed in it, is strength to endure, not to break. When the waves rise, the billows beat, the storm blows, and the tide runs strongly, then the work of the cable is not to part from the anchor, not to break, but firmly to maintain the hold it has once taken. And thus with the ANCHOR too. It does nothing, and is needed to do nothing. To hold fast is all its work and all its excellence.
Thus it is with a hope in a sinner’s breast. Has the Lord ever shown Himself gracious unto him? Has the Lord ever made Himself precious to his soul? ever dropped a testimony into his conscience? ever spoken with power to his heart? Has his soul ever felt the Spirit inwardly testifying that he is one of God’s people? Then his hope is manifested by enduring patiently everything that is brought against it to crush it, and if God did not keep, utterly to destroy it.
To the reader…
Do you recognise this? The Lord hides His face from you, so that you no longer see any signs and the work of grace in your soul seems wholly obscured. Is the storm raging and the tide running strongly against you, and does Satan whisper that you have never known anything of God? Then do not think that your hope must fight and strike out in order to be real. It need do nothing but endure, like a cable on the anchor.
Has the Lord ever spoken a word with power to your soul, or given you a token of His favour in your conscience? Then do not let go of that little bit of hope, even though it makes no noise and you feel little of it. He Who gave it keeps it from being utterly destroyed. Hold on, poor soul; the anchor holds fast, even when the waves hide it from sight.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y de la paciencia de la esperanza.
1 Tesalonicenses 1:3
¿Qué se quiere decir con la expresión “paciencia”? Significa ‘aguante’; como si la esperanza tuviera que aguantar, la fe obrar y el amor trabajar. Es la “paciencia de la esperanza” la que prueba su realidad y autenticidad. La esperanza no avanza luchando y abriéndose paso a golpes. La esperanza es como un sufridor callado que soporta con paciencia lo que le sobreviene. La esperanza se manifiesta en el aguantar, como la fe se manifiesta en el obrar.
Por ejemplo: cuando el Señor esconde Su rostro, cuando los testimonios se pierden de vista, cuando no se ven señales, cuando Satanás tienta, cuando la obra de gracia en el alma parece del todo oscurecida, y en consecuencia comienza a instalarse un sentimiento de desaliento, entonces se necesita la “paciencia de la esperanza” para soportarlo todo: no para ceder, sino para mantenerse asida.
Obra del mismo modo, según la hermosa figura de Pablo, que el ancla sujeta la nave. ¿Cuál es el valor principal, el requisito principal del CABLE que sujeta el ancla? ¿No es el aguante? El cable no hace nada; simplemente aguanta. No arma gran alboroto en el agua; su única buena cualidad, la única cualidad que se necesita en él, es fuerza para aguantar, para no romperse. Cuando las olas se levantan, las ondas golpean, la tormenta sopla y la marea corre con fuerza, entonces la tarea del cable es no separarse del ancla, no romperse, sino mantener firme el asidero que una vez tomó. Y así también con el ANCLA. No hace nada, y no se necesita que haga nada. Sujetarse firmemente es toda su obra y toda su excelencia.
Así sucede con la esperanza en el pecho de un pecador. ¿Se le ha mostrado alguna vez el Señor lleno de gracia? ¿Se ha hecho el Señor alguna vez precioso para su alma? ¿Ha dejado caer alguna vez un testimonio en su conciencia? ¿Ha hablado alguna vez con poder a su corazón? ¿Ha sentido alguna vez su alma al Espíritu testificando interiormente que es uno del pueblo de Dios? Entonces su esperanza se manifiesta aguantando con paciencia todo lo que se levanta contra ella para aplastarla y, si Dios no la guardara, para destruirla por completo.
Al lector…
¿Reconoce usted esto? El Señor le esconde Su rostro, de modo que ya no ve señales y la obra de gracia en su alma parece del todo oscurecida. ¿Ruge la tormenta y la marea corre con fuerza contra usted, y le susurra Satanás que nunca ha conocido nada de Dios? Entonces no piense que su esperanza tiene que luchar y abrirse paso a golpes para ser real. No necesita hacer otra cosa que aguantar, como un cable en el ancla.
¿Le ha hablado alguna vez el Señor una palabra con poder a su alma, o le ha dado una muestra de Su favor en su conciencia? Entonces no suelte ese poquito de esperanza, aunque no haga ruido y usted sienta poco de ella. El que se la dio la guarda para que no sea destruida por completo. Aguante, pobre alma; el ancla se sujeta firmemente, aun cuando las olas la oculten a la vista.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl