June 27
En die deze wereld gebruiken, als niet misbruikende; want de gedaante dezer wereld gaat voorbij.
1 Korinthe 7:31
Niets is wezenlijk dan hetgeen een duurzaam bestaan heeft. Gezondheid verzwakt; kracht vermindert; schoonheid verwelkt; gezicht en gehoor worden dof; het verstand zelfs wordt zwak; rijkdommen maken zichzelf vleugelen en vliegen daarheen; kinderen sterven; vrienden scheiden; de ouderdom sluipt al nader en nader, tot het leven zelf zijn einde vindt. Deze vluchtige, voorbijgaande dingen zijn dus slechts schaduwen; er is geen vastheid, geen duurzaamheid in. Evenals ons dagelijks voedsel en onze klederen, huis en hof, onderhouden en veraangenamen zij ons op onze reis door het leven. Maar daar zijn zij aan het einde; als het leven ophoudt, houden ook zij op. Maar ware godsdienstigheid – en hierdoor versta ik het werk dat God aan de ziel gedaan heeft – blijft in en na de dood, gaat met ons door de donkere doodsvallei en voert ons veilig in een zalige eeuwigheid. Zij is dus het enige in de wereld waarvan men zeggen kan dat zij wezenlijk is.
Is dit niet het getuigenis van Johannes? „Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die de wil Gods doet, blijft in der eeuwigheid” (1 Joh. 2:16, 17). En wie is de mens, die gelukzalige mens, die leeft als alles sterft; die voor eeuwig blijft, als alles verdwijnt in de duisternis? Het is hij die de wil Gods doet. Maar hoe en wanneer doen wij de wil Gods? „En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe: en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage” (Joh. 6:40). Indien gij dan de Zoon Gods aanschouwd en in Hem geloofd hebt, hebt gij nu reeds het eeuwige leven, en Jezus zal u opwekken ten uitersten dage.
Neen, dwaas, uw hoop zal ras vergaan,
maar ’s Heeren troon zal eeuwig staan.
Die wilde Hij onwrikbaar stichten,
om naar het heilig recht te richten.
Ps. 9:7
Aan de lezer…
Vandaag wordt u erop gewezen hoe alles om u heen voorbijgaat. Gezondheid verzwakt, krachten nemen af, vrienden scheiden en kinderen sterven; de ouderdom sluipt al nader. Misschien voelt u dat thans pijnlijk, en schijnt het of er niets overblijft waarop u kunt steunen. Wees eerlijk: al wat de wereld biedt, zijn schaduwen, die ophouden als het leven ophoudt.
Maar het werk dat God aan de ziel doet, gaat met u door de donkere doodsvallei. Hoe doet u dan de wil Gods? Door de Zoon te aanschouwen en in Hem te geloven. Zie dan met al uw zwakheid op Hem; Hij heeft beloofd dat wie in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft, en dat Hij hem zal opwekken ten uitersten dage. Daarop kunt u rusten, als al het andere u ontvalt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En die deze wereld gebruiken, als niet misbruikende; want de gedaante dezer wereld gaat voorbij.
1 Korinthe 7:31
Niets is wezenlijk dan wat blijvend bestaat. De gezondheid verzwakt, de kracht neemt af, de schoonheid verwelkt, gezicht en gehoor worden dof en zelfs het verstand wordt zwak. Rijkdommen maken zich vleugels en vliegen weg, kinderen sterven, vrienden gaan uiteen, en de ouderdom sluipt steeds dichterbij, totdat het leven zelf ten einde komt. Deze vluchtige, voorbijgaande dingen zijn dus maar schaduwen; er is geen vastheid en geen duurzaamheid in. Net als ons dagelijks brood en onze kleding, ons huis en onze tuin, onderhouden en veraangenamen zij ons op onze reis door het leven. Maar daar houdt het op: wanneer het leven ophoudt, houden ook zij op. Maar ware godsdienst, en daaronder versta ik het werk dat God aan de ziel gedaan heeft, blijft in en na de dood. Hij gaat met ons door het donkere dal van de dood en voert ons veilig binnen in een zalige eeuwigheid. Hij is dus het enige in de wereld waarvan men kan zeggen dat het wezenlijk is.
Is dit niet het getuigenis van Johannes? „Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die de wil Gods doet, blijft in der eeuwigheid” (1 Joh. 2:16, 17). En wie is die mens, die gelukzalige mens, die leeft wanneer alles sterft, die voor eeuwig blijft wanneer alles in de duisternis verdwijnt? Het is hij die de wil van God doet. Maar hoe en wanneer doen wij de wil van God? „En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe: en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage” (Joh. 6:40). Als u dan de Zoon van God aanschouwd en in Hem geloofd hebt, hebt u nu al het eeuwige leven, en Jezus zal u opwekken op de laatste dag.
Neen, dwaas, uw hoop zal ras vergaan,
maar ’s Heeren troon zal eeuwig staan.
Die wilde Hij onwrikbaar stichten,
om naar het heilig recht te richten.
Ps. 9:7
Aan de lezer…
Vandaag wordt u erop gewezen hoe alles om u heen voorbijgaat. De gezondheid verzwakt, de krachten nemen af, vrienden gaan uiteen en kinderen sterven; de ouderdom sluipt steeds dichterbij. Misschien voelt u dat nu pijnlijk, en lijkt het of er niets overblijft waarop u kunt steunen. Wees eerlijk: alles wat de wereld biedt, zijn schaduwen, die ophouden wanneer het leven ophoudt.
Maar het werk dat God aan de ziel doet, gaat met u door het donkere dal van de dood. Hoe doet u dan de wil van God? Door de Zoon te aanschouwen en in Hem te geloven. Zie dan met al uw zwakheid op Hem; Hij heeft beloofd dat wie in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft, en dat Hij hem zal opwekken ten uitersten dage. Daarop kunt u rusten, wanneer al het andere u ontvalt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And they that use this world, as not abusing it: for the fashion of this world passeth away.
1 Corinthians 7:31
Nothing is real but that which has an abiding substance. Health decays, strength diminishes, beauty flees the cheek, sight and hearing grow dim, the mind itself gets feeble, riches make to themselves wings and flee away, children die, friends depart, old age creeps on, and life itself comes to a close. These fugitive, transitory things are then mere shadows; there is no substance, enduring substance in them. Like our daily food and clothing, house and home, they support and solace us in our journey through life. But there they stop; when life ends, they end with it.
But real religion–and by this I understand the work of God upon the soul–abides in death and after death, goes with us through the dark valley, and lands us safe in a blessed eternity. It is, therefore, the only thing in this world of which we can say that it is real. Is not this John’s testimony? “All that is in the world, the lust of the flesh, and the lust of the eyes, and the pride of life, is not of the Father, but is of the world. And the world passes away, and the lust thereof; but he that does the will of God abides forever” (1 John 2:16, 17).
And who is that man, that blessed man, who lives when all dies, who abides forever when all others pass away into the outer darkness? It is he who does the will of God. But how and when do we the will of God? “And this is the will of Him that sent Me, that everyone who sees the Son, and believes on Him, may have everlasting life–and I will raise him up at the last day” (John 6:40). If, then, you have seen the Son, and believed in Him, you have now everlasting life, and Jesus will raise you up at the last day.
To the reader…
Today you are reminded how everything around you passes away. Health weakens, strength declines, friends depart and children die; old age creeps ever closer. Perhaps you feel that painfully now, and it seems as though nothing remains for you to lean on. Be honest: everything the world offers is shadows, which end when life ends.
But the work God does in the soul goes with you through the dark valley of death. How, then, do you do the will of God? By seeing the Son and believing on Him. Look to Him, then, with all your weakness; He has promised that whoever believes on Him has everlasting life, and that He will raise him up at the last day. On that you can rest, when everything else fails you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y los que usan de este mundo, como los que no usan: porque la apariencia de este mundo se pasa.
1 Corintios 7:31
Nada es real sino aquello que tiene una sustancia permanente. La salud decae, la fuerza disminuye, la hermosura huye de las mejillas, la vista y el oído se debilitan, la mente misma se vuelve flaca, las riquezas se hacen alas y se van volando, los hijos mueren, los amigos se van, la vejez avanza, y la vida misma llega a su fin. Estas cosas fugaces y pasajeras son, pues, meras sombras; no hay en ellas sustancia, sustancia duradera. Como nuestro alimento y vestido de cada día, nuestra casa y nuestro hogar, nos sostienen y nos consuelan en nuestro viaje por la vida. Pero allí se detienen; cuando la vida termina, terminan con ella.
Pero la verdadera religión, y por ella entiendo la obra de Dios en el alma, permanece en la muerte y después de la muerte, va con nosotros a través del valle oscuro, y nos deja a salvo en una bendita eternidad. Es, por tanto, lo único en este mundo de lo cual podemos decir que es real. ¿No es este el testimonio de Juan? “Porque todo lo que hay en el mundo, la concupiscencia de la carne, y la concupiscencia de los ojos, y la soberbia de la vida, no es del Padre, mas es del mundo. Y el mundo se pasa, y su concupiscencia; mas el que hace la voluntad de Dios, permanece para siempre” (1 Juan 2:16, 17).
¿Y quién es ese hombre, ese hombre bienaventurado, que vive cuando todo muere, que permanece para siempre cuando todos los demás pasan a las tinieblas de afuera? Es el que hace la voluntad de Dios. Pero ¿cómo y cuándo hacemos la voluntad de Dios? “Y esta es la voluntad del que Me ha enviado: Que todo aquel que ve al Hijo, y cree en Él, tenga vida eterna: y Yo le resucitaré en el día postrero” (Juan 6:40). Si, pues, usted ha visto al Hijo y ha creído en Él, tiene ahora vida eterna, y Jesús le resucitará en el día postrero.
Al lector…
Hoy se le recuerda cómo todo lo que le rodea pasa. La salud se debilita, la fuerza decae, los amigos se van y los hijos mueren; la vejez se acerca cada vez más. Quizá usted lo siente ahora dolorosamente, y parece que no le queda nada en que apoyarse. Sea sincero: todo lo que el mundo ofrece son sombras, que terminan cuando termina la vida.
Pero la obra que Dios hace en el alma va con usted a través del valle oscuro de la muerte. ¿Cómo, pues, hace usted la voluntad de Dios? Viendo al Hijo y creyendo en Él. Mire, pues, a Él con toda su debilidad; Él ha prometido que todo aquel que cree en Él tiene vida eterna, y que le resucitará en el día postrero. En eso puede usted descansar, cuando todo lo demás le falla.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl