Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

26 maart Korenaren uit de volle oogst

De Heere bemint de poorten Sions.
Psalm 87:2

Waarvoor dienen poorten? Voor twee doeleinden: om naar binnen en om naar buiten te gaan. Ook Sion heeft haar poorten om uit te gaan en in te gaan. Zij heeft haar poorten van toegang tot God, van ingang tot de tegenwoordigheid van de Allerhoogste: „de deur der hoop”, die haar opening heeft in „het dal Achor”. En wie heeft die deur geopend? Of liever: wie anders heeft haar niet alleen geopend maar ook gemaakt dan Hij Die Zelf de Deur is? „Ik ben de Deur,” zegt Jezus.

En werd „de deur” niet geopend door Zijn verscheurde vlees? Zoals de apostel zegt: „Hebbende daarom, broeders! de vrijmoedigheid in het heiligdom in te gaan door het bloed van Jezus, door een verse en levende weg, welke Hij voor ons heeft geheiligd, door het voorhangsel, dat is, Zijn vlees.” Door Zijn bloedende wonden, door Zijn doorstoken zijde, door Zijn doorboorde handen en voeten is er nu toegang tot God. Is er een andere toegang tot God dan door het geslachte Lam? „Door Hem hebben wij toegang door één Geest tot de Vader.” Er is geen andere, want Hij is „de Weg, de Waarheid, en het Leven, en niemand komt tot de Vader dan door Hem.”

Is dit geen open weg? Gaat de ziel niet door deze deur in en uit, vindt zij geen weide, en komt zij niet in de onmiddellijke nabijheid van God? Vindt u, mijn vrienden, ooit toegang tot God, een hart om te bidden, een besef van gebedsverhoring, een geopende deur en de kracht om erdoor naar binnen te gaan? Wat opent haar? Verdienste? Zet verdienste op de voorgrond, en wij zijn allemaal verdoemd. Er is geen verdienste, groot of klein; het is alleen het bloed van het Lam dat een weg gebaand heeft voor arme, verloren zondaren, om hen tot God te brengen.

Verhoogt, o poorten, nu de boog,
rijst, eeuw’ge deuren, rijst omhoog,
opdat de Koning in moog’ rijden!
Wie is die Vorst, zo groot in eer?
’t Is God, d’almachtig’ Opperheer!
’t Is God, geweldig in het strijden!

Ps. 24:5

Aan de lezer…

Soms staat u voor de poort en durft u niet naar binnen te gaan. Zegt uw hart dat u te zondig, te koud, te onwaardig bent om tot God te naderen? Dan is het goed te weten dat er geen verdienste nodig is, groot of klein. Zet verdienste op de voorgrond, en wij zijn allemaal verdoemd. Maar de deur is geopend door het verscheurde vlees van Christus, door Zijn bloedende wonden en Zijn doorstoken zijde.

Hij Zelf zegt: „Ik ben de Deur.” Niemand komt tot de Vader dan door Hem, maar ook niemand die door Hem komt, wordt buitengesloten. Hebt u ooit toegang gevonden, een hart om te bidden, een besef van verhoring? Dan was het het bloed van het Lam dat de weg baande. Ga dan opnieuw naar binnen, met al uw armoede. De Heere bemint de poorten van Sion, en Hij heeft ze geopend voor arme, verloren zondaren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

26 maart 365 dagen met Philpot

De gelovige moordenaar

Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.
Lukas 23:42

Wat zei de stervende moordenaar behalve: „Heere, gedenk mijner”? Godsvrucht was voor hem iets persoonlijks; de verlossing van zijn ziel was zijn voornaamste zorg. Er waren nog maar een paar uur te gaan voordat zijn ogen zich voorgoed zouden sluiten, en wat een eeuwigheid zou hem dan ontvangen! Dat voelde hij; het zat diepgeworteld in zijn geweten, en het riep vanuit zijn ziel de uitroep op: „Gedenk mijner.” Het was alsof hij zei: „Heere, wie Gij ook vergeet, gedenk mijner, denk aan mij, verlos mij, bevrijd mij.”

En is dit niet wat elke door God geleerde ziel voelt en uitroept? „Gedenk mijner, denk aan mij; vergeet mij niet. Laat mijn naam U dierbaar zijn, in Uw ogen en in Uw hart. Gij hebt veel om aan te denken, Heere, maar Heere, gedenk mijner. Ik ben een vervloekte stakker, een schuldige kwaaddoener, een verdoemde misdadiger, die het verdient om duizend doden te sterven en duizend hellen te ondergaan. Maar denk aan mij, wees goed voor mij, verwerp mij niet.”

Let er ook op dat deze stervende misdadiger wist dat de Heere een Koninkrijk had. Wat een geloof had hij! Ja, en ook dat Hij op een dag in dat Koninkrijk zou komen. En wanneer Hij in Zijn Koninkrijk kwam, omringd door al Zijn heiligen en engelen, dan was de uitroep en het verlangen van zijn ziel dat Jezus aan hem zou denken.

Let er ook op dat hij geen verheven plaats in dit Koninkrijk vraagt. Waarvoor gaat men naar de hemel? Om op een verheven zetel te zitten? O, God verhoede het! „In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen” (Joh. 14:2), maar geen verheven zetels, de een hoger dan de ander. Allen zijn er gelijk. Wat geeft hun vreugde? Christus te zien zoals Hij is, van aangezicht tot aangezicht, en voor altijd verlost te zijn van dit ellendige lichaam van zonde en dood.

Lezen: Psalm 40

Aan de lezer…

Arme zondaar, is de verlossing van uw ziel ook voor u iets persoonlijks geworden? Het is niet genoeg te weten dat de Heere zondaren redt; de vraag is of uw eigen hart roept: „Heere, gedenk mijner.” Wie U ook vergeet, vergeet mij niet. Ik ben een schuldige kwaaddoener die niets verdiend heeft, maar denk aan mij, wees goed voor mij, verwerp mij niet. Herkent u die zucht?

Dan staat u in het spoor van de stervende moordenaar. Hij vroeg geen verheven plaats in het Koninkrijk, alleen dat Jezus aan hem zou denken. Zo is het met elke ziel die door God geleerd is: zij wil geen ereplaats, maar Christus. Wat zal straks de vreugde zijn? Hem te zien zoals Hij is, en voor altijd verlost te zijn van dit lichaam van zonde en dood. Blijf dan aanhouden met dat korte gebed. De Heere heeft het al eens verhoord, en Hij is niet veranderd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

26 maart Door Baca’s vallei

En verhoord zijnde uit de vreze…
Hebreeën 5:7

Voor mijn gemoed ligt er iets ongewoon verborgens in de uitdrukking „uit de vreze”, en toch vind ik er ook iets buitengewoon heerlijks in. Het is goed te vermelden dat er enige moeilijkheid bestaat over de juiste vertaling van deze uitdrukking. Het woord in de oorspronkelijke tekst betekent niet zozeer vrees in de zin van schrik en ontsteltenis, als wel een heilige eerbied en tedere behoedzaamheid. Het betekent letterlijk de grote zorg waarmee wij breekbare vaten behandelen. Zo wordt het in het Nieuwe Testament gebruikt, en het betekent een eerbiedige godsvrucht.

Het wordt bijvoorbeeld zo van Noach gezegd, waar wij in Hebreeën 11:7 over hem lezen: „en bevreesd geworden zijnde”. Dit wordt ook weergegeven met vreze Gods, volgens Hebreeën 12:28: „Door dewelke wij welbehagelijk Gode mogen dienen met eerbied en godvruchtigheid.” Het betekent dus geen vrees in die zin van het woord dat het een slaafse vrees zou inhouden. Het wil niet zeggen dat de Heere Jezus vervuld was van een slaafse vrees voor de Almachtige, zoals de goddelozen die hebben en zij die nooit deel hadden aan de genade van God. Maar onze Heere, als voorbeeld van elke genade van de Geest, was in bijzondere mate vervuld van die heilige eerbied en goddelijke vreze, waarvan wij maar een klein deeltje hebben.

Juist in verhouding tot de diepte van de genade die in Hem was, de kracht van God die op Hem rustte en de werkingen en invloed van de Heilige Geest in Zijn ziel, was ook de mate van heilige eerbied en goddelijke vreze die in Zijn geheiligde mensheid woonde. Hij zag de grootheid van het werk. Hij had niet zozeer het lichamelijk lijden aan het kruis voor ogen, als wel de geestelijke strijd, de nood van de ziel, de worsteling met de wet in haar zwaarte en vloek, de verbolgenheid van de Almachtige tegen de zonde in de Persoon van de Middelaar, de verberging van het aangezicht van Zijn Vader en het onttrekken van het licht van Zijn aangezicht. Terwijl Hij al dit smartelijke lijden van het kruis voor ogen had en al de eerste druppels proefde van die stortregen die spoedig op Zijn gezegend hoofd zou neerkomen, werd Zijn heilige ziel vervuld met de diepste, eerbiedige vreze voor de majesteit van God. Dit is de vreze waarover onze tekst spreekt.

In de kanttekening staat: Zijn achting met liefde tot God. Maar eerbied, goddelijke vreze, heilige vreze en teder ontzag geven de bedoeling van het woord veel beter weer. Van Hem was geprofeteerd dat op Hem zou rusten de Geest des Heeren, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest der kennis en der vreze des Heeren, Jesaja 11:2. Zo kwamen Zijn gebeden, Zijn sterke roepingen, Zijn smekingen en tranen aangenaam in de oren van Zijn Vader. Want zij kwamen uit een hart dat vervuld was met eerbiedige en goddelijke vreze, gedreven door de eeuwige Geest, Die in Hem elke genade werkte, zowel in het bezit als in de beoefening ervan, en door Wie Hij Zichzelf onbevlekt aan God heeft opgeofferd.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat de nood hoog is; hoe bidt u dan? Uit slaafse angst, of met eerbied voor de majesteit van God? Hier zien wij de Heere Jezus in Zijn diepste strijd, met de beker voor ogen, de verberging van het aangezicht van Zijn Vader en de vloek van de wet. En toch was Zijn ziel vervuld met een heilige, tedere vreze, en uit die vreze werd Hij verhoord. Zijn gebeden kwamen aangenaam in de oren van Zijn Vader.

Van die heilige eerbied hebben wij maar een klein deeltje, en vaak is ons bidden meer onrust dan ontzag. Maar Hij is het volmaakte voorbeeld van elke genade van de Geest, en Hij heeft Zichzelf onbevlekt aan God opgeofferd. Wanneer u in Zijn Naam tot God komt, wordt u om Zijnentwil aangenomen. Bid dan dat dezelfde Geest ook in u een kinderlijke vreze werkt, die niet van God wegvlucht, maar met teder ontzag tot Hem nadert.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina