Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

26 Maart – Door Baca’s Vallei

En verhoord zijnde uit de vreze…… Hebreeën 5:7

Er ligt iets ongemeen verborgen in mijn gemoed, en nochtans vind ik iets buitengewoon heerlijk in de uitdrukking „uit de vreze”. En het is goed er melding van te maken, dat er enige moeilijkheid bestaat wat betreft de juiste vertaling van deze uitdrukking. Het woord in de oorspronkelijke tekst beduidt niet zo zeer vrees, aantonende schrik en ontsteltenis, als wel een heilige verering en tedere voorzichtigheid. Het betekent letterlijk de grote zorg, waarmede wij breekbare vaten behandelen. Zo wordt het in het Nieuwe Testament gebruikt en beduidt het een eerbiedige Godsvreze. Het wordt bijvoorbeeld van Noach zo gezegd, waar wij in Hebreeën 11:7 van hem lezen: „en bevreesd geworden zijnde”. Nu, dit wordt vertaald door vreze Gods, volgens Hebreeën 12:28: „Door dewelke wij welbehagelijk Gode mogen dienen met eerbied en godvruchtigheid”. Het wil derhalve niet zeggen vrees in zodanige zin van het woord, als zou het inhouden een slaafse vrees. Het wil niet zeggen, dat de Heere Jezus bezet was met een slaafse vrees voor de Almachtige, welke de goddelozen hebben en zij, die nooit deelgenoten waren van de genade Gods. Maar onze Heere, als een patroon van elke genade des Geestes, was bezet met die heilige eerbied en Goddelijke vreze in een bijzondere mate, waarvan wij maar een klein deeltje hebben. Nu, juist in evenredigheid tot de diepte der genade, die in Hem was, en de kracht Gods, die op Hem rustte, en de werkzaamheden en invloed van de Heilige Geest in Zijn ziel, was de mate van heilige eerbied en Goddelijke vreze, die in Zijn geheiligde mensheid woonde. Aanschouwende dus de grootheid van het werk, voor ogen hebbende niet zo zeer het lichamelijk lijden op het kruis, dan wel de geestelijke strijd, de nood der ziel, de worsteling met de wet in haar zwaarte en vloek; de verbolgenheid van de Almachtige tegen de zonde, in de Persoon van de Middelaar; de verberging van Zijns Vaders aangezicht en de onttrekking van het licht Zijns aangezichts — al dit smartelijk lijden van het kruis voor ogen hebbende en reeds smakende de eerste druppelen van die stortregen, die spoedig op Zijn gezegend hoofd stond neder te vallen, vervulde Zijn heilige ziel met de diepste, eerbiedige vreze voor de majesteit Gods. Dit is de vreze, waarvan onze tekst spreekt. In de kanttekening staat: Zijn achting met liefde tot God. Maar eerbied, Goddelijke vreze, heilige vreze en teder ontzag drukken de bedoeling van het woord veel beter uit. Het was van Hem geprofeteerd, dat op Hem rusten zou de Geest des Heeren, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest der kennis en der vreze des Heeren, Jesaja 11:2. Zo kwamen Zijn gebeden, Zijn sterke roepingen, Zijn smekingen en tranen met aangenaamheid op in de oren Zijns Vaders, omdat zij kwamen uit een hart, vervuld met eerbiedige en Goddelijke vreze, onder de aansporing van de eeuwige Geest, Die in Hem elke genade wrocht, beide in het bezit en in de beoefening, en door Wie Hij Zichzelf zonder vlek Gode opofferde.

Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Donatie

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.