2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
9 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En Hij leerde ze vele dingen door gelijkenissen.
Markus 4:2
De Heilige Schrift gebruikt twee schone beelden om het ontvangen van de Goddelijke getuigenis helder voor te stellen. Het eerste is het toevertrouwen van het zaad aan de grond, zoals in de gelijkenis van de zaaier. De landman strooit het zaad in de schoot der aarde, en nadat de grond vooraf behoorlijk omgeploegd en toebereid is, opent de aarde haar schoot om het zaad te ontvangen. Na een korte tijd begint het zaad te ontkiemen, wortel te schieten neerwaarts en een kiem voort te brengen opwaarts; zoals de Heere zegt: „Eerst het kruid, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar.” Deze gelijkenis stelt op schone wijze voor hoe de getuigenis van Jezus Christus ingang vindt in de ziel, wortel schiet benedenwaarts en een scheut naar boven. De wortel nederwaarts is in de diepte van een helder gemoed, en de scheut naar boven het verlangen, het zuchten van de ziel naar de levende God.
Het andere beeld is dat van het enten. „Ontvangt,” zegt Jacobus, „met zachtmoedigheid het woord, dat in u geplant wordt, hetwelk uw zielen kan zalig maken.” Wanneer nu de scheut eerst in de stam is gezet, begint na enige tijd het sap uit de stam in de scheut te vloeien, en dit sap brengt de twee tot één. Zo is het ook in het geestelijke, wanneer de ziel de getuigenis van Christus ontvangt. De getuigenis van Christus wordt ontvangen in een gebroken hart, evenals de scheut wordt gebracht in en ontvangen door de stam. Als dan het leven uit de stam vloeit in de scheut, schept en bevestigt het een liefelijke en zalige vereniging met Gods Woord en met Hem, van Wie het Woord getuigt. Aldus groeit de scheut op tot een levende boom, voortbrengende bloesems der hoop, bladeren van voortdurende belijdenis en vruchten van een godvruchtig leven.
Want hij zal zijn gelijk een frisse boom,
in vette grond geplant dicht bij een stroom,
die op zijn tijd met vruchten is beladen
en sierlijk pronkt met onverwelkte bladen.
Hij groeit zelfs op in ramp en tegenspoed,
het gaat hem wel, ’t gelukt hem wat hij doet.
Ps. 1:2
Aan de lezer…
Hoe is het Woord bij u ontvangen, lezer? Misschien ziet u nog weinig groei: geen aar, geen vol koren, hooguit een klein kruid dat nauwelijks boven de grond uitkomt. Maar bedenk hoe het zaad werkt: eerst wortelt het verborgen naar beneden, en pas daarna komt er een scheut naar boven. Is er een zuchten in uw ziel naar de levende God, dan is dat de scheut die opkomt, en dat getuigt van een wortel die u zelf niet ziet.
En bent u een gebroken hart, wees dan niet bevreesd. Juist daarin wordt de getuigenis van Christus ontvangen, zoals de stam de ent ontvangt. Wanneer het leven uit Hem gaat vloeien, worden die twee één, en groeit er een levende boom met bloesems der hoop en vruchten van een godvruchtig leven. Ontvang dan met zachtmoedigheid het woord dat in u geplant wordt, want het kan uw ziel zalig maken. Wat de Heere zaait, laat Hij niet verdorren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Hij leerde ze vele dingen door gelijkenissen.
Markus 4:2
De Heilige Schrift gebruikt twee schone beelden om het ontvangen van het goddelijk getuigenis helder voor te stellen. Het eerste is het toevertrouwen van het zaad aan de grond, zoals in de gelijkenis van de zaaier. De landman strooit het zaad in de schoot van de aarde, en nadat de grond eerst goed omgeploegd en toebereid is, opent de aarde haar schoot om het zaad te ontvangen. Na korte tijd begint het zaad te ontkiemen, naar beneden wortel te schieten en naar boven een kiem voort te brengen, zoals de Heere zegt: „Eerst het kruid, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar.” Deze gelijkenis laat op schone wijze zien hoe het getuigenis van Jezus Christus ingang vindt in de ziel, naar beneden wortel schiet en naar boven een scheut voortbrengt. De wortel naar beneden is in de diepte van een eerlijk hart, en de scheut naar boven is het verlangen, het zuchten van de ziel naar de levende God.
Het andere beeld is dat van het enten. „Ontvangt,” zegt Jacobus, „met zachtmoedigheid het woord, dat in u geplant wordt, hetwelk uw zielen kan zalig maken.” Wanneer de ent eerst in de stam is gezet, begint na enige tijd het sap uit de stam in de ent te vloeien, en dat sap maakt die twee tot één. Zo is het ook in het geestelijke, wanneer de ziel het getuigenis van Christus ontvangt. Het getuigenis van Christus wordt ontvangen in een gebroken hart, zoals de ent in de stam wordt gezet en door de stam wordt ontvangen. Als dan het leven uit de stam in de ent vloeit, ontstaat en bevestigt het een lieflijke en zalige vereniging met Gods Woord en met Hem van Wie het Woord getuigt. Zo groeit de ent op tot een levende boom, die bloesems van hoop, bladeren van voortdurende belijdenis en vruchten van een godvruchtig leven voortbrengt.
Want hij zal zijn gelijk een frisse boom,
in vette grond geplant dicht bij een stroom,
die op zijn tijd met vruchten is beladen
en sierlijk pronkt met onverwelkte bladen.
Hij groeit zelfs op in ramp en tegenspoed,
het gaat hem wel, ’t gelukt hem wat hij doet.
Ps. 1:2
Aan de lezer…
Hoe is het Woord bij u ontvangen? Misschien ziet u nog weinig groei: geen aar, geen vol koren, hooguit een klein kruid dat nauwelijks boven de grond uitkomt. Maar bedenk hoe het zaad werkt: eerst wortelt het verborgen naar beneden, en pas daarna komt er een scheut naar boven. Is er een zuchten in uw ziel naar de levende God, dan is dat de scheut die opkomt, en die getuigt van een wortel die u zelf niet ziet.
En hebt u een gebroken hart, wees dan niet bang. Juist daarin wordt het getuigenis van Christus ontvangen, zoals de stam de ent ontvangt. Wanneer het leven uit Hem gaat vloeien, worden die twee één, en groeit er een levende boom met bloesems van hoop en vruchten van een godvruchtig leven. Ontvang dan met zachtmoedigheid het woord dat in u geplant wordt, want het kan uw ziel zalig maken. Wat de Heere zaait, laat Hij niet verdorren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And He taught them many things by parables.
Mark 4:2
The Scripture employs two beautiful figures to illustrate the reception of the divine testimony. One is the committing of the seed to the ground, as in the parable of the sower. The husbandman scatters the seed in the bosom of the earth, and the ground having been previously ploughed and reduced to a beautiful tillage, opens its bosom to receive the grain. After a little time the seed begins to germinate, to strike a root downward, and shoot a germ upward; as the Lord speaks, “First the blade, then the ear, after that the full corn in the ear.”
This emblem beautifully represents how the testimony of Jesus Christ finds an entrance to the soul, takes root downward and carries a shoot upward. The root downward is into the depths of a tender conscience; and the shoot upward is the aspiration, breathing, and longing of the soul for the living God.
The other figure is that of grafting. “Receive,” says James, “with meekness the engrafted word, which is able to save your souls.” Now when a scion is first put into the stock, after a little time sap begins to flow out of the stock into the scion, and this sap unites the two together. So it is spiritually when the soul receives the testimony of Christ.
The testimony of Christ is received into a broken heart, as the scion is inserted into and received by the stock. As, then, life flows out of the stock into the scion, it creates and cements a sweet and blessed union with God’s Word and Him of Whom the Word testifies. Thus it grows up into a living bough, which brings forth blossoms of hope, leaves of a consistent profession, and fruit of a godly life.
To the reader…
How has the Word been received in you? Perhaps you still see little growth: no ear, no full corn, at most a small blade that barely rises above the ground. But remember how the seed works: first it roots hidden downward, and only afterwards does a shoot come up. If there is a sighing in your soul after the living God, that is the shoot coming up, and it bears witness to a root you cannot see yourself.
And if you have a broken heart, do not be afraid. It is precisely there that the testimony of Christ is received, as the stock receives the graft. When life begins to flow from Him, the two become one, and a living tree grows with blossoms of hope and fruits of a godly life. Receive, then, with meekness the engrafted word that is planted in you, for it is able to save your soul. What the Lord sows, He does not let wither.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y les enseñaba por parábolas muchas cosas.
Marcos 4:2
La Escritura emplea dos hermosas figuras para ilustrar la recepción del testimonio divino. Una es el confiar la semilla a la tierra, como en la parábola del sembrador. El labrador esparce la semilla en el seno de la tierra, y el suelo, habiendo sido previamente arado y reducido a una hermosa labranza, abre su seno para recibir el grano. Al poco tiempo la semilla comienza a germinar, a echar una raíz hacia abajo y a brotar un germen hacia arriba; como dice el Señor: “Primero hierba, luego espiga, después grano lleno en la espiga”.
Este emblema representa hermosamente cómo el testimonio de Jesucristo halla entrada en el alma, echa raíz hacia abajo y lleva un brote hacia arriba. La raíz hacia abajo penetra en las profundidades de una conciencia tierna; y el brote hacia arriba es la aspiración, el aliento y el anhelo del alma por el Dios vivo.
La otra figura es la del injerto. “Recibid”, dice Santiago, “con mansedumbre la palabra ingerida, la cual puede hacer salvas vuestras almas.” Ahora bien, cuando se introduce por primera vez un vástago en el patrón, al poco tiempo la savia comienza a fluir del patrón al vástago, y esta savia une a los dos. Así sucede espiritualmente cuando el alma recibe el testimonio de Cristo.
El testimonio de Cristo es recibido en un corazón quebrantado, como el vástago es introducido en el patrón y recibido por él. Así pues, a medida que la vida fluye del patrón al vástago, crea y consolida una dulce y bendita unión con la Palabra de Dios y con Aquel de Quien la Palabra testifica. Así crece hasta ser una rama viva, que produce flores de esperanza, hojas de una profesión coherente y fruto de una vida piadosa.
Al lector…
¿Cómo ha sido recibida la Palabra en usted? Quizá ve todavía poco crecimiento: ninguna espiga, ningún grano lleno, a lo sumo una pequeña hierba que apenas sobresale de la tierra. Pero recuerde cómo obra la semilla: primero echa raíz escondida hacia abajo, y solo después sube un brote. Si hay en su alma un suspirar por el Dios vivo, ese es el brote que sube, y da testimonio de una raíz que usted mismo no puede ver.
Y si tiene un corazón quebrantado, no tema. Es precisamente allí donde se recibe el testimonio de Cristo, como el patrón recibe el injerto. Cuando la vida comienza a fluir de Él, los dos llegan a ser uno, y crece un árbol vivo con flores de esperanza y frutos de una vida piadosa. Reciba, pues, con mansedumbre la palabra ingerida que ha sido plantada en usted, porque puede hacer salva su alma. Lo que el Señor siembra, no lo deja marchitar.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De zegen van Jozef
Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Laten we eens kijken wat de vruchten zijn die de gelovige in het hart voortbrengt, of liever, die de Heere in hem voortbrengt. In de eerste plaats is er de vrucht van het geloof. Alleen hij gelooft echt in Jezus, die gelooft dat het evangelie een blijde boodschap voor stervende zondaren is, en die gelooft en aanvaardt dat de leringen van de genade zoet en geschikt voor zijn ziel zijn. Alleen hij gelooft echt dat de Persoon van de Heere Jezus Christus, Zijn bloed, Zijn heerlijke rechtvaardigheid en Zijn oneindige liefde zoet en geschikt zijn. En waarom gelooft hij dit? Omdat het aan zijn ziel is geopenbaard.
Iemand anders heeft het wellicht gehoord en het met genoegen aangenomen, maar het evangelie is niet bijzonder met goddelijke kracht aan zijn hart geopenbaard. Zijn hoofd kan vol leerstellingen zitten, maar er is geen geloof in zijn hart; hij komt niet echt tot de Heere Jezus Christus, hij vertrouwt en steunt niet op Hem. Hij kan een overvloed aan vals vertrouwen en hoogmoed hebben, maar hij ziet niet werkelijk op de Heere Jezus Christus, diep vanuit zijn gebroken hart. Hij roept Zijn Naam niet aan, ziet Hem niet door het oog van het geloof en werpt zijn ziel niet op Hem, Die volkomen zalig kan maken.
Verder brengt hij de vrucht van de hoop voort, of liever gezegd: God brengt die in hem voort. Het licht dat in zijn ziel schijnt en hem duidelijke kenmerken toont, de liefde van God die op zoete wijze in zijn hart wordt geopenbaard, Zijn kostbare beloften die worden toegepast en Zijn gunsten die worden uitgestort – al deze dingen, die hij zelf innerlijk ervaart, geven hem de hoop van het evangelie: „Een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel” (Hebr. 6:19). Anderen kennen een dergelijke hoop niet. Hun hoop is die van de huichelaar die zal sterven, het spinnenweb dat uit zijn eigen vleselijke ingewanden wordt gesponnen, een ijdele hoop. Het is geen goede hoop door genade, verankerd in het bloed, de liefde en de gehoorzaamheid van Jezus.
En hij brengt de vrucht van de liefde voort. Er zijn tijden waarop hij kan zeggen: „Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb” (Joh. 21:17). Hij heeft de Heere Jezus Christus lief; hij heeft de waarheid zoals zij is in Jezus Christus lief; hij heeft de kinderen van God lief; hij heeft het genadewerk lief, telkens wanneer hij een blijk van dit werk ziet; en hij voelt een zoete verbinding met de beproefde volgelingen van de Heere Jezus Christus.
Lezen: 1 Korinthe 13
Aan de lezer…
Het kan zijn dat het evangelie u alleen in het hoofd gekomen is, en niet in het hart. Dat is het scheidspunt waar ik hier zo ernstig op wijs. Men kan het met genoegen aanhoren en een hoofd vol leerstellingen hebben, terwijl de ziel nooit tot Christus komt, nooit op Hem steunt en nooit vanuit een gebroken hart Zijn Naam aanroept. Onderzoek uzelf daarom eerlijk, maar wees niet te snel om uzelf af te schrijven.
Want weet u iets van dit geloof, dat Jezus’ bloed en gerechtigheid zoet en geschikt voor uw ziel zijn? Hebt u soms een hoop gekend die niet uit uzelf gesponnen was, maar gegrond werd door een belofte, als een anker der ziel, zeker en vast? En kunt u, al is het met beven, zeggen: „Gij weet alle dingen; Gij weet dat ik U liefheb”? Dan zijn dat geen vruchten van uw eigen akker. Het is God Die ze in u voortbrengt, en Hij laat het werk van Zijn handen niet varen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Laten we eens kijken welke vruchten de gelovige in het hart voortbrengt, of liever, welke de Heere in hem voortbrengt. In de eerste plaats is er de vrucht van het geloof. Alleen hij gelooft echt in Jezus die gelooft dat het evangelie een blijde boodschap is voor stervende zondaren, en die gelooft en aanvaardt dat de leringen van de genade zoet zijn en passen bij zijn ziel. Alleen hij gelooft echt dat de Persoon van de Heere Jezus Christus, Zijn bloed, Zijn heerlijke gerechtigheid en Zijn oneindige liefde zoet zijn en passen bij zijn ziel. En waarom gelooft hij dit? Omdat het aan zijn ziel is geopenbaard.
Een ander heeft het misschien gehoord en met genoegen aangenomen, maar het evangelie is niet met goddelijke kracht in het bijzonder aan zijn hart geopenbaard. Zijn hoofd kan vol leerstellingen zitten, terwijl er geen geloof in zijn hart is. Hij komt niet echt tot de Heere Jezus Christus; hij vertrouwt en steunt niet op Hem. Hij kan een overvloed aan vals vertrouwen en hoogmoed hebben, maar hij ziet niet werkelijk op naar de Heere Jezus Christus, diep vanuit een gebroken hart. Hij roept Zijn Naam niet aan, ziet Hem niet met het oog van het geloof en werpt zijn ziel niet op Hem, Die volkomen zalig kan maken.
Verder brengt hij de vrucht van de hoop voort, of liever: God brengt die in hem voort. Het licht dat in zijn ziel schijnt en hem duidelijke kenmerken toont, de liefde van God die op zoete wijze in zijn hart wordt geopenbaard, Gods kostbare beloften die worden toegepast en Zijn gunsten die worden uitgestort – al deze dingen, die hij zelf innerlijk ervaart, geven hem de hoop van het evangelie: „Een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel” (Hebr. 6:19). Anderen kennen zo’n hoop niet. Hun hoop is die van de huichelaar, die vergaan zal; het is een spinnenweb, gesponnen uit zijn eigen vleselijke ingewanden, een ijdele hoop. Het is geen goede hoop door genade, verankerd in het bloed, de liefde en de gehoorzaamheid van Jezus.
En hij brengt de vrucht van de liefde voort. Er zijn tijden waarin hij kan zeggen: „Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb” (Joh. 21:17). Hij heeft de Heere Jezus Christus lief; hij heeft de waarheid lief zoals die in Jezus Christus is; hij heeft de kinderen van God lief; hij heeft het werk van de genade lief, telkens wanneer hij er een blijk van ziet; en hij voelt een zoete verbondenheid met de beproefde volgelingen van de Heere Jezus Christus.
Lezen: 1 Korinthe 13
Aan de lezer…
Het kan zijn dat het evangelie u alleen in het hoofd gekomen is, en niet in het hart. Dat is het scheidspunt waar ik hier zo ernstig op wijs. Men kan het met genoegen aanhoren en een hoofd vol leerstellingen hebben, terwijl de ziel nooit tot Christus komt, nooit op Hem steunt en nooit vanuit een gebroken hart Zijn Naam aanroept. Onderzoek uzelf daarom eerlijk, maar wees niet te snel om uzelf af te schrijven.
Want weet u iets van dit geloof, dat het bloed en de gerechtigheid van Jezus zoet zijn en passen bij uw ziel? Hebt u soms een hoop gekend die niet uit uzelf gesponnen was, maar gegrond werd door een belofte, als een anker van de ziel, zeker en vast? En kunt u, al is het met beven, zeggen: „Gij weet alle dingen; Gij weet dat ik U liefheb”? Dan zijn dat geen vruchten van uw eigen akker. Het is God Die ze in u voortbrengt, en Hij laat het werk van Zijn handen niet varen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Joseph is a fruitful bough, even a fruitful bough by a well.
Genesis 49:22
Let us see what fruits the believer brings forth in the heart, or rather, what the Lord brings forth in him. In the first place there is the fruit of faith. He alone truly believes in Jesus who believes that the gospel is glad tidings to dying sinners, and who believes and receives the doctrines of grace as sweet and suited to his soul. He alone truly believes that the Person of the Lord Jesus Christ, His blood, His glorious righteousness and His infinite love are sweet and suited to his soul. And why does he believe this? Because it has been revealed to his soul.
Another may have heard it and received it with pleasure, but the gospel has not been revealed with Divine power particularly to his heart. His head may be full of doctrines, while there is no faith in his heart. He does not really come to the Lord Jesus Christ; he does not trust in Him or lean upon Him. He may have an abundance of false confidence and pride, but he does not really look up to the Lord Jesus Christ out of the depths of a broken heart. He does not call upon His Name, does not see Him with the eye of faith and does not cast his soul upon Him Who is able to save to the uttermost.
Further, he brings forth the fruit of hope, or rather, God brings it forth in him. The light that shines into his soul and shows him clear marks, the love of God sweetly revealed in his heart, God’s precious promises applied and His favours poured out: all these things, which he himself inwardly experiences, give him the hope of the gospel, “an anchor of the soul, both sure and stedfast, and which entereth into that within the veil” (Heb. 6:19). Others know no such hope. Theirs is the hope of the hypocrite, which shall perish; it is a spider’s web, spun out of his own carnal bowels, a vain hope. It is not a good hope through grace, anchored in the blood, the love and the obedience of Jesus.
And he brings forth the fruit of love. There are times when he can say, “Lord, Thou knowest all things; Thou knowest that I love Thee” (John 21:17). He loves the Lord Jesus Christ; he loves the truth as it is in Jesus Christ; he loves the children of God; he loves the work of grace whenever he sees an evidence of it; and he feels a sweet union with the tried followers of the Lord Jesus Christ.
Reading: 1 Corinthians 13
To the reader…
It may be that the gospel has come only into your head, and not into your heart. That is the dividing line to which such earnest attention is drawn here. One may hear it with pleasure and have a head full of doctrines, while the soul never comes to Christ, never leans upon Him and never calls upon His Name out of a broken heart. Examine yourself honestly, therefore, but do not be too quick to write yourself off.
For do you know something of this faith, that the blood and righteousness of Jesus are sweet and suited to your soul? Have you at times known a hope that was not spun out of yourself, but was grounded by a promise, as an anchor of the soul, sure and stedfast? And can you, though with trembling, say, “Thou knowest all things; Thou knowest that I love Thee”? Then those are no fruits of your own field. It is God Who brings them forth in you, and He does not forsake the work of His hands.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ramo fructífero José, ramo fructífero junto a fuente.
Génesis 49:22
Veamos qué frutos produce el creyente en el corazón, o más bien, qué produce el Señor en él. En primer lugar está el fruto de la fe. Solo cree verdaderamente en Jesús quien cree que el evangelio es buenas nuevas para pecadores moribundos, y quien cree y recibe las doctrinas de la gracia como dulces y adecuadas para su alma. Solo cree verdaderamente quien cree que la Persona del Señor Jesucristo, Su sangre, Su gloriosa justicia y Su amor infinito son dulces y adecuados para su alma. ¿Y por qué cree esto? Porque le ha sido revelado a su alma.
Otro puede haberlo oído y recibido con agrado, pero el evangelio no ha sido revelado con poder divino particularmente a su corazón. Su cabeza puede estar llena de doctrinas, mientras no hay fe en su corazón. No viene realmente al Señor Jesucristo; no confía en Él ni se apoya en Él. Puede tener abundancia de falsa confianza y orgullo, pero no mira realmente al Señor Jesucristo desde lo profundo de un corazón quebrantado. No invoca Su Nombre, no le ve con el ojo de la fe y no echa su alma sobre Aquel que puede salvar perpetuamente.
Además, produce el fruto de la esperanza, o más bien, Dios lo produce en él. La luz que brilla en su alma y le muestra señales claras, el amor de Dios dulcemente revelado en su corazón, las preciosas promesas de Dios aplicadas y Sus favores derramados: todas estas cosas, que él mismo experimenta interiormente, le dan la esperanza del evangelio, “segura y firme ancla del alma, y que entra hasta dentro del velo” (He. 6:19). Otros no conocen tal esperanza. La suya es la esperanza del hipócrita, que perecerá; es una tela de araña, hilada de sus propias entrañas carnales, una esperanza vana. No es una buena esperanza por gracia, anclada en la sangre, el amor y la obediencia de Jesús.
Y produce el fruto del amor. Hay momentos en que puede decir: “Señor, Tú sabes todas las cosas; Tú sabes que te amo” (Jn. 21:17). Ama al Señor Jesucristo; ama la verdad que está en Jesucristo; ama a los hijos de Dios; ama la obra de la gracia dondequiera que ve una evidencia de ella; y siente una dulce unión con los probados seguidores del Señor Jesucristo.
Lectura: 1 Corintios 13
Al lector…
Puede ser que el evangelio haya llegado solo a su cabeza, y no a su corazón. Esa es la línea divisoria sobre la cual se llama aquí la atención con tanta seriedad. Uno puede oírlo con agrado y tener la cabeza llena de doctrinas, mientras el alma nunca viene a Cristo, nunca se apoya en Él y nunca invoca Su Nombre desde un corazón quebrantado. Examínese, pues, con honestidad, pero no se apresure a darse por perdido.
Porque ¿conoce usted algo de esta fe, de que la sangre y la justicia de Jesús son dulces y adecuadas para su alma? ¿Ha conocido a veces una esperanza que no fue hilada de usted mismo, sino fundada por una promesa, como ancla del alma, segura y firme? ¿Y puede, aunque con temblor, decir: “Tú sabes todas las cosas; Tú sabes que te amo”? Entonces esos no son frutos de su propio campo. Es Dios quien los produce en usted, y Él no abandona la obra de Sus manos.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Want daar is één God, daar is ook één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus.
1 Timotheüs 2:5
Zodra het levende geloof de Persoon van Jezus heeft omhelsd – en dit is het eerste voorwerp dat het geloof vastgrijpt – omhelst het Hem als de Goddelijk ontdekte Middelaar. En hoe zoet en gepast is zulk een Middelaar voor een arme, zondige, kruipende worm, een besmette ellendeling, die ’s morgens, ’s middags en ’s avonds vervuld is van alle vuil der zonden; die de Wet des Heeren miljoenen malen verbroken heeft en deze niet één ogenblik kan onderhouden. Hoe kan ik, zegt de ziel, zo vervuld van zonde en verdorvenheid, hoe kan ik toenadering vinden tot de grote, heerlijke en heilige Jehovah? Ik kan niet en durf niet.
Maar wanneer hij door het oog des geloofs een Goddelijk verordineerde Middelaar, een heerlijke Tussentreder of Voorspraak, een grote Hogepriester over het huis Gods aanschouwt, Eén, Die Zijn bloed gestort heeft om de zonde teniet te doen, Eén, Die gerechtigheid heeft om te rechtvaardigen en een volheid van genade en heerlijkheid bezit om die te schenken aan arme, nooddruftige en naakte zondaren; wanneer het geloof aanschouwt, de hoop omhelst en de liefde zich verheugt, dan is er een toegang tot God door deze Goddelijke Middelaar; gelijk de apostel zegt: „Door Hem hebben wij beide toegang door één Geest tot de Vader.” Want door Hem geloven wij in God, Die Hem van de doden heeft opgewekt en Hem heerlijkheid gegeven heeft, opdat ons geloof en hoop op God zijn zouden. Onze enige toenadering tot God is door de Middelaar, Die Hij heeft verordineerd. Al onze gebeden, tranen, zuchtingen en kermen, al onze godsdienstige gedachten, werken en woorden zijn waardeloos, volkomen waardeloos, als ze niet veraangenaamd worden door de voorspraak van de eniggeboren Zoon van God.
Let op deze zaak; ik wens dit met alle toegenegenheid op uw consciëntie te binden, dat gij wel toeziet hoe gij tot de Vader nadert. Genaakt gij tot Hem door de Zoon Zijner liefde? Is er een eerbiedige gewaarwording in uw hart, wanneer gij tot de troon der genade komt, dat gij alleen nadert door Jezus? Is er een gelovig aannemen van Zijn verzoenend bloed in uw consciëntie, als de enige offerande die de zonde wegneemt, en van Zijn rechtvaardigende gerechtigheid, als het enige kleed dat aangenaam is in de ogen Gods? Let er wel op, onderzoek uw consciëntie nauw op dit punt, want het is een levensvraag.
Zie toe dat gij nadert tot de Vader door de Zoon Zijner liefde en door Hem alleen; want geloof vrij: indien gij langs een andere weg nadert, dan zijt gij een onbeschaamde belijder; er brandt dan geen heilig vuur op het altaar uwer ziel. Ook komt er geen antwoord van boven dan langs deze Goddelijk verordineerde weg.
Aan de lezer…
Soms durft u niet meer tot God te gaan. Ziet u zoveel zonde en verdorvenheid in uzelf, dat u moet zeggen: „Ik kan niet en durf niet”? Dan is dit woord voor u geschreven. Er is één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zijn bloed gestort om de zonde teniet te doen, en Hij heeft een gerechtigheid om arme, nooddruftige en naakte zondaren te kleden.
Maar laat mij u dan ook met alle tederheid vragen: hoe nadert u tot de Vader? Komt u met uw tranen, gebeden en goede werken als uw eigen grond, of komt u alleen door Jezus? Al onze zuchtingen en woorden zijn waardeloos als zij niet veraangenaamd worden door Zijn voorspraak. Onderzoek uw consciëntie nauw op dit punt, want het is een levensvraag. Maar weet ook: wie door deze Middelaar komt, hoe arm en ellendig ook, vindt een open toegang tot de troon der genade.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want daar is één God, daar is ook één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus.
1 Timotheüs 2:5
Zodra het levende geloof de Persoon van Jezus heeft omhelsd – en dat is het eerste voorwerp dat het geloof vastgrijpt – omhelst het Hem als de door God ontdekte Middelaar. En hoe zoet en passend is zo’n Middelaar voor een arme, zondige, kruipende worm, een besmette ellendeling die ’s morgens, ’s middags en ’s avonds vervuld is van alle vuil van de zonden; die de Wet van de Heere miljoenen malen verbroken heeft en haar geen ogenblik kan houden. Hoe kan ik, zegt de ziel, zo vol van zonde en verdorvenheid, hoe kan ik toegang vinden tot de grote, heerlijke en heilige Jehovah? Ik kan niet en ik durf niet.
Maar wanneer hij met het oog van het geloof een door God verordineerde Middelaar ziet, een heerlijke Tussentreder of Voorspraak, een grote Hogepriester over het huis van God; Eén Die Zijn bloed gestort heeft om de zonde teniet te doen, Eén Die gerechtigheid heeft om te rechtvaardigen en een volheid van genade en heerlijkheid bezit om die te schenken aan arme, nooddruftige en naakte zondaren; wanneer het geloof aanschouwt, de hoop omhelst en de liefde zich verheugt, dan is er toegang tot God door deze Goddelijke Middelaar. Zoals de apostel zegt: „Door Hem hebben wij beide toegang door één Geest tot de Vader.” Want door Hem geloven wij in God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat ons geloof en onze hoop op God zouden zijn. Onze enige toegang tot God is door de Middelaar Die Hij heeft verordineerd. Al onze gebeden, tranen, zuchten en kermen, al onze godsdienstige gedachten, werken en woorden zijn waardeloos, volkomen waardeloos, als ze niet aangenaam gemaakt worden door de voorspraak van de eniggeboren Zoon van God.
Let op deze zaak; ik wil dit met alle genegenheid op uw geweten binden: let goed op hoe u tot de Vader nadert. Nadert u tot Hem door de Zoon van Zijn liefde? Is er, wanneer u tot de troon van de genade komt, een eerbiedig besef in uw hart dat u alleen door Jezus nadert? Neemt u in uw geweten gelovig Zijn verzoenend bloed aan als het enige offer dat de zonde wegneemt, en Zijn rechtvaardigende gerechtigheid als het enige kleed dat aangenaam is in de ogen van God? Let er goed op, onderzoek uw geweten nauwkeurig op dit punt, want het is een levensvraag.
Zorg dat u tot de Vader nadert door de Zoon van Zijn liefde, en alleen door Hem; want geloof gerust: als u langs een andere weg nadert, dan bent u een onbeschaamde belijder; dan brandt er geen heilig vuur op het altaar van uw ziel. Er komt ook geen antwoord van boven dan langs deze door God verordineerde weg.
Aan de lezer…
Soms durft u niet meer tot God te gaan. Ziet u zoveel zonde en verdorvenheid in uzelf dat u moet zeggen: „Ik kan niet en ik durf niet”? Dan is dit woord voor u geschreven. Er is één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft Zijn bloed gestort om de zonde teniet te doen, en Hij heeft een gerechtigheid om arme, nooddruftige en naakte zondaren te kleden.
Maar laat mij u dan ook met alle tederheid vragen: hoe nadert u tot de Vader? Komt u met uw tranen, gebeden en goede werken als uw eigen grond, of komt u alleen door Jezus? Al onze zuchten en woorden zijn waardeloos als zij niet aangenaam gemaakt worden door Zijn voorspraak. Onderzoek uw geweten nauwkeurig op dit punt, want het is een levensvraag. Maar weet ook: wie door deze Middelaar komt, hoe arm en ellendig ook, vindt een open toegang tot de troon van de genade.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For there is one God, and one mediator between God and men, the man Christ Jesus.
1 Timothy 2:5
No sooner has living faith embraced the Person of Jesus (and that is the first object which faith lays hold of), than it embraces Him as the divinely-appointed Mediator. And how sweet and suitable is such a Mediator to a poor, sinful, crawling reptile, a wretch defiled, morning, noon, and night, with everything foul and filthy, who has broken the law of God a million times, and cannot keep it a single moment! “How can I,” argues the soul, “so full of sin and depravity, how can I approach with acceptance the great, glorious, and holy Jehovah? I cannot, I dare not!”
But when it sees, by the eye of faith, a divinely-appointed Mediator, a glorious Intercessor, a great High Priest over the house of God—One that has shed His blood to put away sin; One Who has righteousness to justify, and has a fullness of grace and glory to give to the poor, needy, and naked—as faith sees, as hope embraces, as love enjoys this, there is a coming to God through this divine Mediator; as the Apostle says, “Through Him we both have access by one Spirit unto the Father.” “Who by Him do believe in God, Who raised Him up from the dead, and gave Him glory; that your faith and hope might be in God.”
Our only access to God is through the Mediator Whom He has appointed. All your prayers, tears, sighs, and groans; all your religious thoughts, acts, and words are worthless, utterly worthless, unless perfumed by the intercession of the only-begotten Son of God. See to this point; and I would, in all affection, charge it upon your conscience, that you look well how you approach the Father. Do you approach Him through the Son of His love? Is there a solemn feeling in your heart, when you draw near to the throne, that you approach only through Jesus? Is there a believing reception of His atoning blood into your conscience as the only sacrifice that purges away sin, and of His justifying righteousness as the only robe of acceptance before God?
See to it well, examine your conscience well upon the matter, for it is vital ground. See that you approach the Father through the Son of His love, and through Him alone; for depend upon it, if you approach in any other way, you are but a presumptuous professor; there is no holy fire burning on the altar of your soul; nor will any answer come down but through this divinely-appointed way.
To the reader…
Sometimes you no longer dare to go to God. Do you see so much sin and depravity in yourself that you must say, “I cannot, and I dare not”? Then this word has been written for you. There is one Mediator between God and men, the man Christ Jesus. He has shed His blood to put away sin, and He has a righteousness with which to clothe poor, needy and naked sinners.
But let me then also ask you with all tenderness: how do you approach the Father? Do you come with your tears, prayers and good works as your own ground, or do you come through Jesus alone? All our sighs and words are worthless unless they are made acceptable by His intercession. Search your conscience carefully on this point, for it is a matter of life and death. But know this too: whoever comes through this Mediator, however poor and wretched, finds open access to the throne of grace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque hay un Dios, asimismo un Mediador entre Dios y los hombres, Jesucristo hombre.
1 Timoteo 2:5
Tan pronto como la fe viva ha abrazado la Persona de Jesús (y ese es el primer objeto del que la fe echa mano), le abraza como el Mediador divinamente señalado. ¡Y qué dulce y apropiado es tal Mediador para un pobre reptil pecador que se arrastra, un miserable contaminado mañana, mediodía y noche con todo lo que es inmundo y sucio, que ha quebrantado la ley de Dios un millón de veces y no puede guardarla ni un solo momento! “¿Cómo puedo yo”, razona el alma, “tan lleno de pecado y depravación, cómo puedo yo acercarme con aceptación al grande, glorioso y santo Jehová? ¡No puedo, no me atrevo!”
Pero cuando ve, con el ojo de la fe, a un Mediador divinamente señalado, un glorioso Intercesor, un gran Sumo Sacerdote sobre la casa de Dios; Uno que ha derramado Su sangre para quitar el pecado; Uno que tiene justicia para justificar y una plenitud de gracia y gloria para dar al pobre, al necesitado y al desnudo; a medida que la fe ve esto, la esperanza lo abraza y el amor lo goza, hay un venir a Dios por medio de este divino Mediador; como dice el apóstol: “Porque por Él los unos y los otros tenemos entrada por un mismo Espíritu al Padre.” “Que por Él creéis a Dios, el cual Le resucitó de los muertos, y Le ha dado gloria, para que vuestra fe y esperanza sea en Dios.”
Nuestro único acceso a Dios es por medio del Mediador que Él ha señalado. Todas sus oraciones, lágrimas, suspiros y gemidos; todos sus pensamientos, actos y palabras religiosos no tienen valor, absolutamente ningún valor, a menos que estén perfumados por la intercesión del Hijo unigénito de Dios. Atienda a este punto; y quisiera, con todo afecto, encargarlo a su conciencia, que mire bien cómo se acerca al Padre. ¿Se acerca a Él por medio del Hijo de Su amor? ¿Hay un sentir solemne en su corazón, cuando se acerca al trono, de que se acerca solo por medio de Jesús? ¿Hay una recepción creyente en su conciencia de Su sangre expiatoria como el único sacrificio que purifica del pecado, y de Su justicia justificadora como el único vestido de aceptación delante de Dios?
Atienda bien a ello, examine bien su conciencia en este asunto, porque es terreno vital. Procure acercarse al Padre por medio del Hijo de Su amor, y solo por medio de Él; porque tenga por cierto que, si se acerca de cualquier otra manera, no es más que un profesante presuntuoso; no arde fuego santo en el altar de su alma; ni descenderá respuesta alguna sino por este camino divinamente señalado.
Al lector…
A veces usted ya no se atreve a ir a Dios. ¿Ve tanto pecado y depravación en sí mismo que tiene que decir: “No puedo, y no me atrevo”? Entonces esta palabra ha sido escrita para usted. Hay un Mediador entre Dios y los hombres, Jesucristo hombre. Él ha derramado Su sangre para quitar el pecado, y tiene una justicia con la cual vestir a pecadores pobres, necesitados y desnudos.
Pero permítame entonces preguntarle también con toda ternura: ¿cómo se acerca usted al Padre? ¿Viene con sus lágrimas, oraciones y buenas obras como su propio fundamento, o viene solo por medio de Jesús? Todos nuestros suspiros y palabras no tienen valor a menos que sean hechos aceptables por Su intercesión. Examine con cuidado su conciencia en este punto, porque es cuestión de vida o muerte. Pero sepa también esto: quien viene por medio de este Mediador, por pobre y miserable que sea, halla abierto el acceso al trono de la gracia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl