5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn.
Jesaja 54:13
Het van God geleerd worden kan alleen gekend en verwezenlijkt worden door hen die een einde hebben gezien aan alle menselijke volmaaktheid, en die geheel en al met bewustheid ontdaan zijn van alle vleselijke wijsheid. En Gods onderwijzing verlaat een mens niet daar waar zij hem vond: dood, geesteloos, wereldsgezind, ongevoelig en vleselijk. Is hij in nood, zij laat hem niet in nood; gevoelt hij zich schuldig, zij laat hem niet schuldig; is hij in duisternis, zij laat hem niet in duisternis, maar zij heft hem op uit dat kwaad. Zo wordt Gods volk voortdurend geleid om tot Hem te komen, om geleerd te worden, omdat zij gevoelen dat zij zonder Zijn onderwijzing niets kunnen weten zoals zij behoorden te weten.
Ja, hoe meer zij hebben, des te meer willen zij hebben; want nauwelijks is het licht weggenomen, of de duisternis wordt des te tastbaarder gevoeld. Zo enig woord der Schrift voor hen is geopend, willen zij de andere woorden geopend zien op dezelfde wijze; indien zij enige vertroosting hebben, en deze wordt van hen genomen, hebben zij er opnieuw behoefte aan. Zodat hoe wijzer en geestelijker Gods volk wordt, des te dwazer en vleselijker zij in hun eigen ogen schijnen; hoe sterker zij zijn in de Heere en in de sterkte van Zijn macht, des te meer gevoelen zij de zwakheid van hun vlees; en hoe dichter zij bij de Heere wandelen, des te meer ontdekken zij de ellendige afdwalingen van hun laag en zondig hart.
’k Sla d’ogen naar ’t gebergte heen,
vanwaar ik dag en nacht
des Hoogsten bijstand wacht.
Mijn hulp is van de Heer alleen,
Die hemel, zee en aarde
eerst schiep en sinds bewaarde.
Ps. 121:1
Aan de lezer…
Schijnt u uzelf soms dwazer en vleselijker dan ooit, en ontdekt u hoe verder u komt des te meer van de afdwalingen van uw hart? Lieve lezer, wees daar niet al te zeer door ontsteld. Het is juist het kenmerk van hen die van de Heere geleerd zijn, dat zij een einde zien aan hun eigen wijsheid en kracht. Zijn onderwijzing laat een mens niet waar zij hem vond: zij laat de schuldige niet schuldig en de duistere niet in duisternis.
Hebt u eens een woord geopend gekregen of een vertroosting genoten, en is die weer van u weggenomen? Dan is het niet vreemd dat u er opnieuw naar verlangt. Hoe meer zij hebben, des te meer willen Gods kinderen hebben. Ga dan telkens weer tot Hem om geleerd te worden, want zonder Hem kunt u niets weten zoals u behoort te weten. Hij heeft het beloofd: „Al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn.
Jesaja 54:13
Van God geleerd worden kan alleen gekend en ervaren worden door hen die een einde hebben gezien aan alle menselijke volmaaktheid, en die zich er volledig bewust van zijn dat zij van alle vleselijke wijsheid ontdaan zijn. En Gods onderwijs laat een mens niet achter waar het hem vond: dood, geesteloos, wereldsgezind, ongevoelig en vleselijk. Is hij in nood, het laat hem niet in nood. Voelt hij zich schuldig, het laat hem niet schuldig. Is hij in duisternis, het laat hem niet in duisternis, maar het tilt hem uit dat kwaad op. Zo wordt Gods volk steeds weer gedreven om tot Hem te komen en zich te laten onderwijzen, omdat zij voelen dat zij zonder Zijn onderwijs niets kunnen weten zoals zij het behoren te weten.
Ja, hoe meer zij hebben, hoe meer zij willen hebben. Want nauwelijks is het licht weggenomen, of de duisternis wordt des te tastbaarder gevoeld. Is er een woord van de Schrift voor hen geopend, dan willen zij ook de andere woorden op dezelfde wijze geopend zien. Hebben zij enige vertroosting en wordt die van hen weggenomen, dan hebben zij er opnieuw behoefte aan. Hoe wijzer en geestelijker Gods volk wordt, hoe dwazer en vleselijker zij zichzelf vinden. Hoe sterker zij zijn in de Heere en in de sterkte van Zijn macht, hoe meer zij de zwakheid van hun vlees voelen. En hoe dichter zij bij de Heere leven, hoe meer zij de ellendige afdwalingen van hun lage en zondige hart ontdekken.
’k Sla d’ogen naar ’t gebergte heen,
vanwaar ik dag en nacht
des Hoogsten bijstand wacht.
Mijn hulp is van de Heer alleen,
Die hemel, zee en aarde
eerst schiep en sinds bewaarde.
Ps. 121:1
Aan de lezer…
Lijkt u uzelf soms dwazer en vleselijker dan ooit, en ontdekt u hoe verder u komt hoe meer van de afdwalingen van uw hart? Laat u daardoor niet al te zeer ontstellen. Het is juist het kenmerk van hen die door de Heere onderwezen worden, dat zij een einde zien aan hun eigen wijsheid en kracht. Zijn onderwijs laat een mens niet achter waar het hem vond: het laat de schuldige niet schuldig en wie in duisternis is niet in de duisternis.
Hebt u eens een woord geopend gekregen of een vertroosting genoten, en is die weer van u weggenomen? Dan is het niet vreemd dat u er opnieuw naar verlangt. Hoe meer zij hebben, hoe meer Gods kinderen willen hebben. Ga dan telkens weer tot Hem om onderwezen te worden, want zonder Hem kunt u niets weten zoals u het behoort te weten. Hij heeft het beloofd: „Al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
All thy children shall be taught of the LORD.
Isaiah 54:13
The teaching of God can only be known and realized by those who have seen an end of all creature perfection, and who are completely and experimentally destitute of all wisdom in the flesh. And God’s teaching does not leave a man where it found him—dead, stupified, worldly, unfeeling, and carnal. If he is in distress, it does not leave him in distress; if he feels guilty, it does not leave him guilty; if he is in darkness, it does not leave him in darkness; but it lifts him out of these evils. Thus God’s people are continually led to come unto Him for His instruction, because they feel that without His special teaching they can know nothing as they ought to know.
No, the more they have, the more they want to have; for no sooner is the light withdrawn, than the darkness is more sensibly felt. If any text of Scripture has been opened up to them, it makes them want to have others made known in a similar way; if they have had any consolation, and it is taken away, it makes them want it again. So that the more wise and spiritual God’s people become, the more foolish and carnal they appear in their own eyes; the stronger they are in the Lord and in the power of His might, the more sensibly do they feel the weakness of their flesh; and the more they are enabled to walk closely with the Lord, the more they discover the wretched wanderings of their base and sinful hearts.
To the reader…
Do you sometimes seem to yourself more foolish and carnal than ever, and do you discover, the further you go, more of the wanderings of your heart? Do not let that alarm you too much. It is the very mark of those who are taught by the Lord that they see an end of their own wisdom and strength. His teaching does not leave a person where it found him: it does not leave the guilty guilty, nor the one in darkness in the darkness.
Has a word once been opened to you or a consolation enjoyed, and has it been taken from you again? Then it is no wonder that you long for it again. The more God’s children have, the more they want to have. So go to Him again and again to be taught, for without Him you can know nothing as you ought to know it. He has promised it: “All thy children shall be taught of the LORD.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y todos tus hijos serán enseñados de Jehová.
Isaías 54:13
La enseñanza de Dios solo puede ser conocida y experimentada por aquellos que han visto el fin de toda perfección de la criatura, y que están completa y experimentalmente desprovistos de toda sabiduría de la carne. Y la enseñanza de Dios no deja al hombre donde lo encontró: muerto, embotado, mundano, insensible y carnal. Si está en angustia, no lo deja en la angustia; si se siente culpable, no lo deja culpable; si está en tinieblas, no lo deja en las tinieblas; sino que lo saca de estos males. Así, el pueblo de Dios es llevado continuamente a venir a Él para ser instruido, porque siente que sin Su enseñanza especial no puede saber nada como debe saberlo.
No; cuanto más tienen, más quieren tener; porque en cuanto se retira la luz, las tinieblas se sienten de manera más palpable. Si se les ha abierto algún texto de la Escritura, eso les hace desear que otros les sean dados a conocer de la misma manera; si han tenido algún consuelo y les es quitado, eso les hace desearlo de nuevo. De modo que cuanto más sabio y espiritual llega a ser el pueblo de Dios, más necio y carnal aparece a sus propios ojos; cuanto más fuertes son en el Señor y en la potencia de Su fortaleza, más palpablemente sienten la debilidad de su carne; y cuanto más son capacitados para andar cerca del Señor, más descubren los miserables extravíos de su corazón vil y pecaminoso.
Al lector…
¿Se parece usted a veces a sí mismo más necio y carnal que nunca, y descubre, cuanto más avanza, más extravíos de su corazón? No deje que eso le alarme demasiado. Es precisamente la señal de los que son enseñados por el Señor: ven el fin de su propia sabiduría y fuerza. Su enseñanza no deja a una persona donde la encontró: no deja culpable al culpable, ni en las tinieblas al que está en tinieblas.
¿Se le abrió una vez una palabra o gozó de un consuelo, y le ha sido quitado de nuevo? Entonces no es de extrañar que lo anhele otra vez. Cuanto más tienen los hijos de Dios, más quieren tener. Vaya, pues, una y otra vez a Él para ser enseñado, porque sin Él no puede saber nada como debe saberlo. Él lo ha prometido: “Y todos tus hijos serán enseñados de Jehová”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De gelovige moordenaar
Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.
Lukas 23:42
De stervende moordenaar werd niet zonder een verandering verlost en naar de hemel gevoerd. Deze woorden van de Heere gelden altijd: „Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien” (Joh. 3:3). Dus moet deze stervende moordenaar wederom geboren zijn, die machtige omwenteling moet in zijn ziel zijn voltrokken, anders zou hij nooit met Jezus in het Paradijs kunnen zijn. We zien in hem een genade van de Geest: het gebed. Hij had de tijd noch de kracht om lang te bidden. Maar hoe deugdzaam was zijn gebed! Hoe krachtig drong het binnen in de oren van de Heere Jezus! En welk een antwoord van genade, vrede en verlossing ontlokte het aan Hem voor zijn ziel!
Dit brengt ons ertoe zijn gebed te overdenken: „Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.” „Heere.” Hij erkende dus de Goddelijkheid van Christus. O, wat was dit wonderbaarlijk, dat het de Heere beliefde zo’n geloof in zijn ziel op te wekken dat hij de Godheid zag doorschijnen in Zijn gepijnigde menselijkheid! Anderen zagen het niet. Zijn vijanden konden Hem beschimpen en belasteren. Maar die arme sidderende kwaaddoener had het geloof gekregen om te geloven dat Hij, op Wie zijn blik was gericht, Die dezelfde vervloekte straf onderging, de Almachtige Heere was.
Het is erg makkelijk om over deze zaken te praten. Als we ons echter maar een ogenblik in zijn omstandigheden konden verplaatsen, wat een krachtig geloof zouden we dan ervaren! Maar we zien dat hij niet alleen geloof bezit, maar het ook belijdt. „Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid” (Rom. 10:10). Hij zei: „Heere.” Hij aanbad Hem dus en erkende Hem als Heere. Hij keek naar Hem, ofschoon hij beslist het gevoel had aan de einden der aarde te zijn, en riep uit. Wat een geloof zat er in die uitroep!
Lezen: Psalm 141
Aan de lezer…
Hoe dikwijls denkt u dat uw gebed te kort, te arm of te gebrekkig is? De stervende moordenaar had tijd noch kracht om lang te bidden. Hij zei maar een paar woorden: „Heere, gedenk mijner.” En toch drong dat gebed krachtig door in de oren van de Heere Jezus en ontlokte het Hem een antwoord van genade en vrede. Het was het gebed van een wedergeboren ziel, gewerkt door de Geest.
Merk ook op wie hij aansprak. Waar anderen alleen een gepijnigd mens zagen, zag hij de Heere, en hij beleed het met zijn mond. Laat ook u zich niet weerhouden door de zwakheid van uw woorden of door het gevoel aan de einden der aarde te zijn. Zie op Hem, en roep tot Hem als uw Heere. Het komt niet aan op de lengte van het gebed, maar op Hem tot Wie het opgaat. Hij hoort ook vandaag de zucht van een arme, sidderende zondaar.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.
Lukas 23:42
De stervende moordenaar werd niet zonder een verandering verlost en naar de hemel gevoerd. Deze woorden van de Heere gelden altijd: „Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien” (Joh. 3:3). Deze stervende moordenaar moet dus wederom geboren zijn. Die machtige omwenteling moet in zijn ziel zijn voltrokken, anders had hij nooit met Jezus in het Paradijs kunnen zijn. We zien in hem een genade van de Geest: het gebed. Hij had de tijd noch de kracht om lang te bidden. Maar hoe deugdelijk was zijn gebed! Hoe krachtig drong het door tot de oren van de Heere Jezus! En wat een antwoord van genade, vrede en verlossing voor zijn ziel ontlokte het aan Hem!
Dit brengt ons ertoe zijn gebed te overdenken: „Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.” „Heere.” Hij erkende dus de Godheid van Christus. O, hoe wonderbaarlijk was het dat het de Heere behaagde zo’n geloof in zijn ziel op te wekken, dat hij de Godheid zag doorschijnen in Zijn gepijnigde mensheid! Anderen zagen het niet. Zijn vijanden konden Hem beschimpen en lasteren. Maar die arme, sidderende kwaaddoener had het geloof gekregen om te geloven dat Hij op Wie zijn blik was gericht, Die dezelfde vervloekte straf onderging, de almachtige Heere was.
Het is erg gemakkelijk om over deze zaken te praten. Maar als we ons maar een ogenblik in zijn omstandigheden konden verplaatsen, wat een krachtig geloof zouden we dan zien! We zien dat hij niet alleen geloof bezit, maar het ook belijdt. „Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid” (Rom. 10:10). Hij zei: „Heere.” Hij aanbad Hem dus en erkende Hem als Heere. Hij keek naar Hem en riep het uit, hoewel hij zich ongetwijfeld voelde alsof hij aan de einden van de aarde was. Wat een geloof zat er in die uitroep!
Lezen: Psalm 141
Aan de lezer…
Hoe vaak denkt u dat uw gebed te kort, te arm of te gebrekkig is? De stervende moordenaar had tijd noch kracht om lang te bidden. Hij zei maar een paar woorden: „Heere, gedenk mijner.” En toch drong dat gebed krachtig door tot de oren van de Heere Jezus en ontlokte het Hem een antwoord van genade en vrede. Het was het gebed van een wedergeboren ziel, gewerkt door de Geest.
Let ook op wie hij aansprak. Waar anderen alleen een gepijnigd mens zagen, zag hij de Heere, en hij beleed dat met zijn mond. Laat ook u zich niet tegenhouden door de zwakheid van uw woorden of door het gevoel aan de einden van de aarde te zijn. Zie op Hem en roep tot Hem als uw Heere. Het komt niet aan op de lengte van het gebed, maar op Hem tot Wie het opgaat. Hij hoort ook vandaag de zucht van een arme, sidderende zondaar.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Lord, remember me when Thou comest into Thy kingdom.
Luke 23:42
The dying thief was not saved and taken to heaven without a change. These words of the Lord always hold good: “Except a man be born again, he cannot see the kingdom of God” (John 3:3). This dying thief must therefore have been born again. That mighty revolution must have taken place in his soul, or he could never have been with Jesus in Paradise. We see in him one grace of the Spirit: prayer. He had neither the time nor the strength to pray at length.
But how sound his prayer was! How powerfully it entered into the ears of the Lord Jesus! And what an answer of grace, peace and salvation for his soul it drew forth from Him!
This leads us to consider his prayer: “Lord, remember me when Thou comest into Thy kingdom.” “Lord.” He acknowledged, then, the Godhead of Christ. Oh, how wonderful that it pleased the Lord to raise up such faith in his soul that he saw the Godhead shining through His tortured humanity! Others did not see it. His enemies could mock and revile Him. But that poor, trembling malefactor had been given faith to believe that He on Whom his eyes were fixed, Who was undergoing the same accursed punishment, was the Almighty Lord.
It is very easy to talk about these things. But if we could only put ourselves for a moment into his circumstances, what powerful faith we would see! We see that he not only possesses faith, but also confesses it. “For with the heart man believeth unto righteousness; and with the mouth confession is made unto salvation” (Rom. 10:10). He said, “Lord.” He therefore worshipped Him and acknowledged Him as Lord. He looked to Him and cried out, though no doubt he felt as if he were at the ends of the earth. What faith there was in that cry!
Reading: Psalm 141
To the reader…
How often do you think your prayer too short, too poor or too defective? The dying thief had neither time nor strength to pray at length. He said only a few words: “Lord, remember me.” And yet that prayer entered powerfully into the ears of the Lord Jesus and drew from Him an answer of grace and peace. It was the prayer of a soul born again, wrought by the Spirit.
Notice too Whom he addressed. Where others saw only a tortured man, he saw the Lord, and he confessed it with his mouth. Do not let yourself be held back either by the weakness of your words or by the feeling of being at the ends of the earth. Look to Him and cry to Him as your Lord. It does not depend on the length of the prayer, but on Him to Whom it goes up. He still hears today the sigh of a poor, trembling sinner.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Acuérdate de mí cuando vinieres a Tu reino.
Lucas 23:42
El ladrón moribundo no fue salvado y llevado al cielo sin un cambio. Estas palabras del Señor siempre siguen en pie: “El que no naciere otra vez, no puede ver el reino de Dios” (Juan 3:3). Este ladrón moribundo, por tanto, tuvo que haber nacido de nuevo. Aquella poderosa transformación tuvo que haber tenido lugar en su alma, o nunca habría podido estar con Jesús en el Paraíso. Vemos en él una gracia del Espíritu: la oración. No tenía ni el tiempo ni las fuerzas para orar extensamente.
¡Pero qué sana era su oración! ¡Con qué poder entró en los oídos del Señor Jesús! ¡Y qué respuesta de gracia, paz y salvación para su alma obtuvo de Él!
Esto nos lleva a considerar su oración: “Señor, acuérdate de mí cuando vinieres a Tu reino”. “Señor.” Reconoció, pues, la Deidad de Cristo. ¡Oh, qué maravilloso que agradara al Señor suscitar tal fe en su alma, que viera la Deidad resplandeciendo a través de Su humanidad torturada! Otros no la vieron. Sus enemigos podían burlarse de Él e injuriarle. Pero a aquel pobre y tembloroso malhechor se le había dado fe para creer que Aquel en Quien tenía fijos los ojos, que sufría el mismo castigo maldito, era el Señor Todopoderoso.
Es muy fácil hablar de estas cosas. Pero si pudiéramos ponernos por un momento en sus circunstancias, ¡qué fe tan poderosa veríamos! Vemos que no solo posee la fe, sino que también la confiesa. “Porque con el corazón se cree para justicia; mas con la boca se hace confesión para salud” (Rom. 10:10). Dijo: “Señor”. Por tanto, le adoró y le reconoció como Señor. Miró a Él y clamó, aunque sin duda se sentía como si estuviera en los confines de la tierra. ¡Qué fe había en aquel clamor!
Lectura: Salmo 141
Al lector…
¿Cuántas veces piensa usted que su oración es demasiado corta, demasiado pobre o demasiado defectuosa? El ladrón moribundo no tenía ni tiempo ni fuerzas para orar extensamente. Dijo solo unas pocas palabras: “Señor, acuérdate de mí”. Y sin embargo esa oración entró con poder en los oídos del Señor Jesús y obtuvo de Él una respuesta de gracia y paz. Era la oración de un alma nacida de nuevo, obrada por el Espíritu.
Fíjese también en a Quién se dirigió. Donde otros solo veían a un hombre torturado, él vio al Señor, y lo confesó con su boca. No se deje detener tampoco por la debilidad de sus palabras ni por la sensación de estar en los confines de la tierra. Mire a Él y clame a Él como a su Señor. No depende de la longitud de la oración, sino de Aquel a Quien sube. Él todavía oye hoy el suspiro de un pobre y tembloroso pecador.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Die, in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roepingen en tranen geofferd hebbende…
Hebreeën 5:7
De apostel zegt dat Christus „gekruisigd is door zwakheid” (2 Kor. 13:4). Wij moeten gedenken dat deze zwakheid geen onvolmaaktheid in Hem was, ofschoon zij het wel in ons is; want als wij spreken van de zwakheid van Christus’ menselijke natuur, dan bedoelen wij Zijn zwakheid in vergelijking met de sterkte en kracht van Zijn Goddelijke natuur. Onze Heere gevoelde de zwakheid van Zijn mensheid, want ofschoon verenigd met Zijn Goddelijke natuur of eeuwige Godheid en Hij door de kracht en sterkte van de Heilige Geest ondersteund en vertroost werd, toch was Hij aangeboren zwak en telkens was de gewaarwording van deze zwakheid een deel van Zijn lijden. Waar nu het gehele gewicht der toegerekende zonde, de volle vloek der wet, de ganse toorn van de Almachtige op deze zwakheid drukte, en Hij die moest doordragen, kwam de Heere daardoor op een plaats waar Hij bijzondere ondersteuning behoefde.
Om door deze arbeid veilig, eerbaar en voorspoedig heen te komen en daarbij te handelen overeenkomstig de wil van God, en in volle overeenstemming met het eeuwig besluit, werden de gebeden en smekingen door onze lijdende Borg opgeofferd. Dit was de ernstige strijd die onze vriendelijke Meester in het begin in de hof moest strijden, en daarmede eindigde Hij op het kruis. Wij weten wat Hij daar doormaakte – althans heeft de Heilige Geest ons bericht gegeven van dat vreselijk lijden in de hof, toen Hij, als in een ogenblik van zwakheid, zeide: „Laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan!” Hij was zo bitter in het vooruitzicht, zo vol van de onverminderde toorn, de bestanddelen daarvan zo vermengd met de toorn van de Almachtige tegen de zonde, en de openbaring van Zijn ongenoegen tegen een ieder die ervoor verantwoordelijk was, dat, zo Hij daar op het ogenblik stond als onze plaatsvervanger, om te doorstaan hetgeen wij hadden moeten doorstaan zonder Hem, wij en allen met ons, al waren wij miljoenen in aantal geweest, zouden zijn verwezen naar een verdiende hel.
Hij moest het gehele gewicht van de eeuwige toorn en verbolgenheid dragen en daarom behoefde Hij een bijzondere tussenkomst van Gods hulp om Hem te ondersteunen, toen Hij de beker tot op het grondsop ledigde. Om deze hulp te verkrijgen offerde Hij gebeden en smekingen op, met sterke roepingen en tranen; en het was de hitte van de strijd die Hem het bloed deed zweten en de tranen uit Zijn ogen perste en Zijn gehele ziel betrok in een strijd van droefheid en schrik, vrees en smeking, waarvan de een de ander deed toenemen in hevigheid. Zo goot Hij Zijn ziel uit in gebeden, smekingen, sterke roepingen en tranen tot Hem, Die Hem kon redden van de dood; niet van de dood die Hij moest sterven, maar van alles wat verbonden was aan het oorspronkelijk vonnis des doods, waarin de toorn Gods en zijn gevolgen begrepen lagen.
Aan de lezer…
Wie zich soms schaamt voor zijn zwakheid, voor zijn sterke roepingen en tranen wanneer de last te zwaar wordt, kent een stille smart; misschien kent u die ook. Zie dan op Hem, Die in de dagen Zijns vleses gebeden en smekingen opofferde tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen. Hij kende de zwakheid van Zijn mensheid, en Hij werd gekruisigd door zwakheid. Wat op Hem drukte, was meer dan wij ooit kunnen dragen: het gehele gewicht der toegerekende zonde, de volle vloek der wet en de ganse toorn van de Almachtige.
Dat alles droeg Hij in de plaats van Zijn volk. Wat wij hadden moeten doorstaan, doorstond Hij, en daarom hoeven zij die tot Hem vluchten, die beker niet meer te drinken. Laat u dat een troost zijn in uw strijd. Hij Die Zelf met tranen gebeden heeft, veracht de tranen van een arme, behoeftige ziel niet. Stort dan ook uw ziel voor Hem uit; Hij weet wat het is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die, in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roepingen en tranen geofferd hebbende…
Hebreeën 5:7
De apostel zegt dat Christus „gekruisigd is door zwakheid” (2 Kor. 13:4). Wij moeten bedenken dat deze zwakheid in Hem geen onvolmaaktheid was, hoewel zij dat in ons wel is. Want wanneer wij spreken van de zwakheid van Christus’ menselijke natuur, bedoelen wij Zijn zwakheid in vergelijking met de sterkte en kracht van Zijn goddelijke natuur. Onze Heere voelde de zwakheid van Zijn mensheid. Want hoewel die verenigd was met Zijn goddelijke natuur of eeuwige Godheid, en Hij door de kracht en sterkte van de Heilige Geest ondersteund en vertroost werd, was Hij toch van nature zwak, en telkens was het gewaarworden van deze zwakheid een deel van Zijn lijden. Toen nu het hele gewicht van de toegerekende zonde, de volle vloek van de wet en de hele toorn van de Almachtige op deze zwakheid drukte en Hij die moest doorstaan, kwam de Heere daardoor op een plaats waar Hij bijzondere ondersteuning nodig had.
Om veilig, eervol en voorspoedig door deze arbeid heen te komen, en daarbij te handelen naar de wil van God en in volle overeenstemming met het eeuwig besluit, bracht onze lijdende Borg Zijn gebeden en smekingen op. Dit was de ernstige strijd die onze vriendelijke Meester aan het begin in de hof moest strijden, en waarmee Hij aan het kruis eindigde. Wij weten wat Hij daar doormaakte; de Heilige Geest heeft ons tenminste bericht gegeven van dat vreselijk lijden in de hof, toen Hij, als in een ogenblik van zwakheid, zei: „Laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan!” Die beker was zo bitter in het vooruitzicht, zo vol van de onverminderde toorn, de inhoud ervan was zo vermengd met de toorn van de Almachtige tegen de zonde en met de openbaring van Zijn ongenoegen tegen ieder die daarvoor verantwoordelijk was, dat wij, als Hij daar op dat ogenblik niet als onze plaatsvervanger had gestaan om te doorstaan wat wij zonder Hem hadden moeten doorstaan, en allen met ons, al waren wij met miljoenen geweest, naar een verdiende hel verwezen zouden zijn.
Hij moest het hele gewicht van de eeuwige toorn en verbolgenheid dragen, en daarom had Hij een bijzonder ingrijpen van Gods hulp nodig om Hem te ondersteunen toen Hij de beker tot op de bodem leegdronk. Om deze hulp te verkrijgen bracht Hij gebeden en smekingen op, met sterke roepingen en tranen. Het was de hitte van de strijd die Hem bloed deed zweten, de tranen uit Zijn ogen perste en Zijn hele ziel trok in een strijd van droefheid en schrik, vrees en smeking, die elkaar in hevigheid deden toenemen. Zo stortte Hij Zijn ziel uit in gebeden, smekingen, sterke roepingen en tranen tot Hem Die Hem uit de dood kon verlossen. Niet van de dood die Hij moest sterven, maar van alles wat verbonden was aan het oorspronkelijke doodvonnis, waarin de toorn van God en de gevolgen daarvan besloten lagen.
Aan de lezer…
Wie zich soms schaamt voor zijn zwakheid, voor zijn sterke roepingen en tranen wanneer de last te zwaar wordt, kent een stille smart; misschien kent u die ook. Zie dan op Hem, Die in de dagen Zijns vleses gebeden en smekingen opofferde tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen. Hij kende de zwakheid van Zijn mensheid, en Hij werd gekruisigd door zwakheid. Wat op Hem drukte, was meer dan wij ooit kunnen dragen: het hele gewicht van de toegerekende zonde, de volle vloek van de wet en de hele toorn van de Almachtige.
Dat alles droeg Hij in de plaats van Zijn volk. Wat wij hadden moeten doorstaan, doorstond Hij, en daarom hoeven zij die tot Hem vluchten, die beker niet meer te drinken. Laat dat u tot troost zijn in uw strijd. Hij Die Zelf met tranen gebeden heeft, veracht de tranen van een arme, behoeftige ziel niet. Stort dan ook uw ziel voor Hem uit; Hij weet wat het is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Who in the days of His flesh, when He had offered up prayers and supplications with strong crying and tears unto Him that was able to save Him from death.”
Hebrews 5:7
The Apostle says that Christ was “crucified through weakness” (2 Cor. 13:4). We must remember, however, that weakness was not imperfection in Him, though it is imperfection in us; for when we speak of the weakness of Christ’s human nature, we mean its weakness as compared with the strength and power of His divine nature. Our Lord felt the weakness of His humanity, for though in union with His eternal Deity, though most blessedly upheld and supported by the power and strength and consolation of the Holy Spirit, yet it was inherently weak, and an experience of its weakness was a part of the sufferings that He endured.
Having, then, to bear as laid upon this weakness the whole weight of imputed sin, the whole curse of the law, the whole indignation of the Almighty, our Lord was brought to a spot where He needed special support. To be brought through that work safely, honorably, successfully, agreeably to the will of God and in the fullest harmony with the eternal purposes—to this point were the prayers and supplications of our suffering Lord directed; this was the solemn conflict which our gracious Lord had to endure in the garden in its beginning, and upon the cross in its finishing.
We know what He felt—at least the Holy Spirit has given us an account of that solemn agony in the garden, when He said, as in a moment of weakness, “Let this cup pass from Me.” It was so bitter in contemplation; it was so full of unmitigated wrath; the ingredients were so mingled with the anger of the Almighty against sin and the manifestation of His displeasure against every one who was chargeable with it, that as He stood there as our substitute, in our place, to endure what we must have endured without Him, and to bear the whole weight of eternal wrath and indignation, which must have sunk us and all with us, were we millions, to a deserved hell, that He needed the special interposition of the help of God to hold Him up as He drank it to the very dregs.
It was to obtain this help that He offered up prayers and supplications, with strong crying and tears; and it was the vehemency of the conflict which made the blood fall from His brow and tears drop from His eyes, and His whole soul engaged in an agony of mingled grief and horror, fear and supplication, each increasing and stimulating the other, and the whole poured forth with prayers, cries, weeping, and supplications unto Him that was able to save Him from death; not from the death that He came to die, but to save Him from everything connected with the original sentence of death, as involving in it the wrath of God and its consequences.
To the reader…
Whoever is sometimes ashamed of his weakness, of his strong crying and tears when the burden becomes too heavy, knows a quiet grief; perhaps you know it too. Look, then, to Him Who in the days of His flesh offered up prayers and supplications unto Him that was able to save Him from death. He knew the weakness of His humanity, and He was crucified through weakness. What pressed upon Him was more than we could ever bear: the whole weight of imputed sin, the full curse of the law and the whole wrath of the Almighty.
All this He bore in the place of His people. What we should have endured, He endured, and that is why those who flee to Him need no longer drink that cup. Let that be a comfort to you in your struggle. He Who Himself prayed with tears does not despise the tears of a poor and needy soul. Pour out your soul before Him, then; He knows what it is.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“El cual en los días de Su carne, ofreciendo ruegos y súplicas con gran clamor y lágrimas al que Le podía librar de la muerte.”
Hebreos 5:7
El apóstol dice que Cristo “fue crucificado por flaqueza” (2 Cor. 13:4). Hemos de recordar, sin embargo, que la flaqueza no era imperfección en Él, aunque lo es en nosotros; porque cuando hablamos de la flaqueza de la naturaleza humana de Cristo, nos referimos a su flaqueza comparada con la fuerza y el poder de Su naturaleza divina. Nuestro Señor sintió la flaqueza de Su humanidad, pues aunque estaba en unión con Su Deidad eterna, aunque era sostenida y apoyada de la manera más bendita por el poder, la fuerza y la consolación del Espíritu Santo, era sin embargo débil en sí misma, y la experiencia de su flaqueza formaba parte de los padecimientos que Él soportó.
Teniendo, pues, que llevar, puesto sobre esta flaqueza, todo el peso del pecado imputado, toda la maldición de la ley, toda la indignación del Todopoderoso, nuestro Señor fue llevado a un punto en que necesitaba un sostén especial. Ser llevado a través de esa obra con seguridad, con honra, con éxito, conforme a la voluntad de Dios y en la más plena armonía con los propósitos eternos: a esto se dirigían los ruegos y súplicas de nuestro Señor sufriente; este fue el solemne combate que nuestro clemente Señor tuvo que soportar en el huerto, en su comienzo, y en la cruz, en su consumación.
Sabemos lo que Él sintió; al menos el Espíritu Santo nos ha dado un relato de aquella solemne agonía en el huerto, cuando dijo, como en un momento de flaqueza: “Pase de Mí este vaso.” Tan amargo era al contemplarlo; tan lleno estaba de ira sin mitigar; los ingredientes estaban tan mezclados con la ira del Todopoderoso contra el pecado y con la manifestación de Su desagrado contra todo aquel a quien pudiera imputarse, que, estando Él allí como nuestro sustituto, en nuestro lugar, para soportar lo que nosotros habríamos tenido que soportar sin Él, y para llevar todo el peso de la ira e indignación eternas, que nos habría hundido a nosotros y a todos los nuestros, aunque fuéramos millones, en un infierno merecido, necesitaba la intervención especial de la ayuda de Dios para sostenerle mientras lo bebía hasta las heces.
Para obtener esta ayuda ofreció ruegos y súplicas con gran clamor y lágrimas; y fue la vehemencia del combate la que hizo caer la sangre de Su frente y las lágrimas de Sus ojos, y puso toda Su alma en una agonía de pena y horror, temor y súplica entremezclados, aumentándose y avivándose unos a otros, y todo derramado con ruegos, clamores, llanto y súplicas al que Le podía librar de la muerte; no de la muerte que vino a morir, sino librarle de todo lo unido a la sentencia original de muerte, en cuanto esta implicaba la ira de Dios y sus consecuencias.
Al lector…
Quien a veces se avergüenza de su flaqueza, de su gran clamor y sus lágrimas cuando la carga se hace demasiado pesada, conoce una pena callada; quizá usted también la conozca. Mire, pues, a Aquel que en los días de Su carne ofreció ruegos y súplicas al que Le podía librar de la muerte. Él conoció la flaqueza de Su humanidad, y fue crucificado por flaqueza. Lo que pesaba sobre Él era más de lo que nosotros podríamos jamás soportar: todo el peso del pecado imputado, la plena maldición de la ley y toda la ira del Todopoderoso.
Todo esto lo llevó en lugar de Su pueblo. Lo que nosotros habríamos tenido que soportar, lo soportó Él, y por eso los que huyen a Él ya no necesitan beber ese vaso. Que eso le sea de consuelo en su lucha. Aquel que oró Él mismo con lágrimas no desprecia las lágrimas de un alma pobre y necesitada. Derrame, pues, su alma delante de Él; Él sabe lo que es.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl