Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

25 maart Korenaren uit de volle oogst

En al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn.
Jesaja 54:13

Van God geleerd worden kan alleen gekend en ervaren worden door hen die een einde hebben gezien aan alle menselijke volmaaktheid, en die zich er volledig bewust van zijn dat zij van alle vleselijke wijsheid ontdaan zijn. En Gods onderwijs laat een mens niet achter waar het hem vond: dood, geesteloos, wereldsgezind, ongevoelig en vleselijk. Is hij in nood, het laat hem niet in nood. Voelt hij zich schuldig, het laat hem niet schuldig. Is hij in duisternis, het laat hem niet in duisternis, maar het tilt hem uit dat kwaad op. Zo wordt Gods volk steeds weer gedreven om tot Hem te komen en zich te laten onderwijzen, omdat zij voelen dat zij zonder Zijn onderwijs niets kunnen weten zoals zij het behoren te weten.

Ja, hoe meer zij hebben, hoe meer zij willen hebben. Want nauwelijks is het licht weggenomen, of de duisternis wordt des te tastbaarder gevoeld. Is er een woord van de Schrift voor hen geopend, dan willen zij ook de andere woorden op dezelfde wijze geopend zien. Hebben zij enige vertroosting en wordt die van hen weggenomen, dan hebben zij er opnieuw behoefte aan. Hoe wijzer en geestelijker Gods volk wordt, hoe dwazer en vleselijker zij zichzelf vinden. Hoe sterker zij zijn in de Heere en in de sterkte van Zijn macht, hoe meer zij de zwakheid van hun vlees voelen. En hoe dichter zij bij de Heere leven, hoe meer zij de ellendige afdwalingen van hun lage en zondige hart ontdekken.

’k Sla d’ogen naar ’t gebergte heen,
vanwaar ik dag en nacht
des Hoogsten bijstand wacht.
Mijn hulp is van de Heer alleen,
Die hemel, zee en aarde
eerst schiep en sinds bewaarde.

Ps. 121:1

Aan de lezer…

Lijkt u uzelf soms dwazer en vleselijker dan ooit, en ontdekt u hoe verder u komt hoe meer van de afdwalingen van uw hart? Laat u daardoor niet al te zeer ontstellen. Het is juist het kenmerk van hen die door de Heere onderwezen worden, dat zij een einde zien aan hun eigen wijsheid en kracht. Zijn onderwijs laat een mens niet achter waar het hem vond: het laat de schuldige niet schuldig en wie in duisternis is niet in de duisternis.

Hebt u eens een woord geopend gekregen of een vertroosting genoten, en is die weer van u weggenomen? Dan is het niet vreemd dat u er opnieuw naar verlangt. Hoe meer zij hebben, hoe meer Gods kinderen willen hebben. Ga dan telkens weer tot Hem om onderwezen te worden, want zonder Hem kunt u niets weten zoals u het behoort te weten. Hij heeft het beloofd: „Al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

25 maart 365 dagen met Philpot

De gelovige moordenaar

Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.
Lukas 23:42

De stervende moordenaar werd niet zonder een verandering verlost en naar de hemel gevoerd. Deze woorden van de Heere gelden altijd: „Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien” (Joh. 3:3). Deze stervende moordenaar moet dus wederom geboren zijn. Die machtige omwenteling moet in zijn ziel zijn voltrokken, anders had hij nooit met Jezus in het Paradijs kunnen zijn. We zien in hem een genade van de Geest: het gebed. Hij had de tijd noch de kracht om lang te bidden. Maar hoe deugdelijk was zijn gebed! Hoe krachtig drong het door tot de oren van de Heere Jezus! En wat een antwoord van genade, vrede en verlossing voor zijn ziel ontlokte het aan Hem!

Dit brengt ons ertoe zijn gebed te overdenken: „Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.” „Heere.” Hij erkende dus de Godheid van Christus. O, hoe wonderbaarlijk was het dat het de Heere behaagde zo’n geloof in zijn ziel op te wekken, dat hij de Godheid zag doorschijnen in Zijn gepijnigde mensheid! Anderen zagen het niet. Zijn vijanden konden Hem beschimpen en lasteren. Maar die arme, sidderende kwaaddoener had het geloof gekregen om te geloven dat Hij op Wie zijn blik was gericht, Die dezelfde vervloekte straf onderging, de almachtige Heere was.

Het is erg gemakkelijk om over deze zaken te praten. Maar als we ons maar een ogenblik in zijn omstandigheden konden verplaatsen, wat een krachtig geloof zouden we dan zien! We zien dat hij niet alleen geloof bezit, maar het ook belijdt. „Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid” (Rom. 10:10). Hij zei: „Heere.” Hij aanbad Hem dus en erkende Hem als Heere. Hij keek naar Hem en riep het uit, hoewel hij zich ongetwijfeld voelde alsof hij aan de einden van de aarde was. Wat een geloof zat er in die uitroep!

Lezen: Psalm 141

Aan de lezer…

Hoe vaak denkt u dat uw gebed te kort, te arm of te gebrekkig is? De stervende moordenaar had tijd noch kracht om lang te bidden. Hij zei maar een paar woorden: „Heere, gedenk mijner.” En toch drong dat gebed krachtig door tot de oren van de Heere Jezus en ontlokte het Hem een antwoord van genade en vrede. Het was het gebed van een wedergeboren ziel, gewerkt door de Geest.

Let ook op wie hij aansprak. Waar anderen alleen een gepijnigd mens zagen, zag hij de Heere, en hij beleed dat met zijn mond. Laat ook u zich niet tegenhouden door de zwakheid van uw woorden of door het gevoel aan de einden van de aarde te zijn. Zie op Hem en roep tot Hem als uw Heere. Het komt niet aan op de lengte van het gebed, maar op Hem tot Wie het opgaat. Hij hoort ook vandaag de zucht van een arme, sidderende zondaar.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

25 maart Door Baca’s vallei

Die, in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roepingen en tranen geofferd hebbende…
Hebreeën 5:7

De apostel zegt dat Christus „gekruisigd is door zwakheid” (2 Kor. 13:4). Wij moeten bedenken dat deze zwakheid in Hem geen onvolmaaktheid was, hoewel zij dat in ons wel is. Want wanneer wij spreken van de zwakheid van Christus’ menselijke natuur, bedoelen wij Zijn zwakheid in vergelijking met de sterkte en kracht van Zijn goddelijke natuur. Onze Heere voelde de zwakheid van Zijn mensheid. Want hoewel die verenigd was met Zijn goddelijke natuur of eeuwige Godheid, en Hij door de kracht en sterkte van de Heilige Geest ondersteund en vertroost werd, was Hij toch van nature zwak, en telkens was het gewaarworden van deze zwakheid een deel van Zijn lijden. Toen nu het hele gewicht van de toegerekende zonde, de volle vloek van de wet en de hele toorn van de Almachtige op deze zwakheid drukte en Hij die moest doorstaan, kwam de Heere daardoor op een plaats waar Hij bijzondere ondersteuning nodig had.

Om veilig, eervol en voorspoedig door deze arbeid heen te komen, en daarbij te handelen naar de wil van God en in volle overeenstemming met het eeuwig besluit, bracht onze lijdende Borg Zijn gebeden en smekingen op. Dit was de ernstige strijd die onze vriendelijke Meester aan het begin in de hof moest strijden, en waarmee Hij aan het kruis eindigde. Wij weten wat Hij daar doormaakte; de Heilige Geest heeft ons tenminste bericht gegeven van dat vreselijk lijden in de hof, toen Hij, als in een ogenblik van zwakheid, zei: „Laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan!” Die beker was zo bitter in het vooruitzicht, zo vol van de onverminderde toorn, de inhoud ervan was zo vermengd met de toorn van de Almachtige tegen de zonde en met de openbaring van Zijn ongenoegen tegen ieder die daarvoor verantwoordelijk was, dat wij, als Hij daar op dat ogenblik niet als onze plaatsvervanger had gestaan om te doorstaan wat wij zonder Hem hadden moeten doorstaan, en allen met ons, al waren wij met miljoenen geweest, naar een verdiende hel verwezen zouden zijn.

Hij moest het hele gewicht van de eeuwige toorn en verbolgenheid dragen, en daarom had Hij een bijzonder ingrijpen van Gods hulp nodig om Hem te ondersteunen toen Hij de beker tot op de bodem leegdronk. Om deze hulp te verkrijgen bracht Hij gebeden en smekingen op, met sterke roepingen en tranen. Het was de hitte van de strijd die Hem bloed deed zweten, de tranen uit Zijn ogen perste en Zijn hele ziel trok in een strijd van droefheid en schrik, vrees en smeking, die elkaar in hevigheid deden toenemen. Zo stortte Hij Zijn ziel uit in gebeden, smekingen, sterke roepingen en tranen tot Hem Die Hem uit de dood kon verlossen. Niet van de dood die Hij moest sterven, maar van alles wat verbonden was aan het oorspronkelijke doodvonnis, waarin de toorn van God en de gevolgen daarvan besloten lagen.

Aan de lezer…

Wie zich soms schaamt voor zijn zwakheid, voor zijn sterke roepingen en tranen wanneer de last te zwaar wordt, kent een stille smart; misschien kent u die ook. Zie dan op Hem, Die in de dagen Zijns vleses gebeden en smekingen opofferde tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen. Hij kende de zwakheid van Zijn mensheid, en Hij werd gekruisigd door zwakheid. Wat op Hem drukte, was meer dan wij ooit kunnen dragen: het hele gewicht van de toegerekende zonde, de volle vloek van de wet en de hele toorn van de Almachtige.

Dat alles droeg Hij in de plaats van Zijn volk. Wat wij hadden moeten doorstaan, doorstond Hij, en daarom hoeven zij die tot Hem vluchten, die beker niet meer te drinken. Laat dat u tot troost zijn in uw strijd. Hij Die Zelf met tranen gebeden heeft, veracht de tranen van een arme, behoeftige ziel niet. Stort dan ook uw ziel voor Hem uit; Hij weet wat het is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina