25 de marzo
Die, in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roepingen en tranen geofferd hebbende…
Hebreeën 5:7
De apostel zegt dat Christus „gekruisigd is door zwakheid” (2 Kor. 13:4). Wij moeten gedenken dat deze zwakheid geen onvolmaaktheid in Hem was, ofschoon zij het wel in ons is; want als wij spreken van de zwakheid van Christus’ menselijke natuur, dan bedoelen wij Zijn zwakheid in vergelijking met de sterkte en kracht van Zijn Goddelijke natuur. Onze Heere gevoelde de zwakheid van Zijn mensheid, want ofschoon verenigd met Zijn Goddelijke natuur of eeuwige Godheid en Hij door de kracht en sterkte van de Heilige Geest ondersteund en vertroost werd, toch was Hij aangeboren zwak en telkens was de gewaarwording van deze zwakheid een deel van Zijn lijden. Waar nu het gehele gewicht der toegerekende zonde, de volle vloek der wet, de ganse toorn van de Almachtige op deze zwakheid drukte, en Hij die moest doordragen, kwam de Heere daardoor op een plaats waar Hij bijzondere ondersteuning behoefde.
Om door deze arbeid veilig, eerbaar en voorspoedig heen te komen en daarbij te handelen overeenkomstig de wil van God, en in volle overeenstemming met het eeuwig besluit, werden de gebeden en smekingen door onze lijdende Borg opgeofferd. Dit was de ernstige strijd die onze vriendelijke Meester in het begin in de hof moest strijden, en daarmede eindigde Hij op het kruis. Wij weten wat Hij daar doormaakte – althans heeft de Heilige Geest ons bericht gegeven van dat vreselijk lijden in de hof, toen Hij, als in een ogenblik van zwakheid, zeide: „Laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan!” Hij was zo bitter in het vooruitzicht, zo vol van de onverminderde toorn, de bestanddelen daarvan zo vermengd met de toorn van de Almachtige tegen de zonde, en de openbaring van Zijn ongenoegen tegen een ieder die ervoor verantwoordelijk was, dat, zo Hij daar op het ogenblik stond als onze plaatsvervanger, om te doorstaan hetgeen wij hadden moeten doorstaan zonder Hem, wij en allen met ons, al waren wij miljoenen in aantal geweest, zouden zijn verwezen naar een verdiende hel.
Hij moest het gehele gewicht van de eeuwige toorn en verbolgenheid dragen en daarom behoefde Hij een bijzondere tussenkomst van Gods hulp om Hem te ondersteunen, toen Hij de beker tot op het grondsop ledigde. Om deze hulp te verkrijgen offerde Hij gebeden en smekingen op, met sterke roepingen en tranen; en het was de hitte van de strijd die Hem het bloed deed zweten en de tranen uit Zijn ogen perste en Zijn gehele ziel betrok in een strijd van droefheid en schrik, vrees en smeking, waarvan de een de ander deed toenemen in hevigheid. Zo goot Hij Zijn ziel uit in gebeden, smekingen, sterke roepingen en tranen tot Hem, Die Hem kon redden van de dood; niet van de dood die Hij moest sterven, maar van alles wat verbonden was aan het oorspronkelijk vonnis des doods, waarin de toorn Gods en zijn gevolgen begrepen lagen.
Aan de lezer…
Wie zich soms schaamt voor zijn zwakheid, voor zijn sterke roepingen en tranen wanneer de last te zwaar wordt, kent een stille smart; misschien kent u die ook. Zie dan op Hem, Die in de dagen Zijns vleses gebeden en smekingen opofferde tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen. Hij kende de zwakheid van Zijn mensheid, en Hij werd gekruisigd door zwakheid. Wat op Hem drukte, was meer dan wij ooit kunnen dragen: het gehele gewicht der toegerekende zonde, de volle vloek der wet en de ganse toorn van de Almachtige.
Dat alles droeg Hij in de plaats van Zijn volk. Wat wij hadden moeten doorstaan, doorstond Hij, en daarom hoeven zij die tot Hem vluchten, die beker niet meer te drinken. Laat u dat een troost zijn in uw strijd. Hij Die Zelf met tranen gebeden heeft, veracht de tranen van een arme, behoeftige ziel niet. Stort dan ook uw ziel voor Hem uit; Hij weet wat het is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die, in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roepingen en tranen geofferd hebbende…
Hebreeën 5:7
De apostel zegt dat Christus „gekruisigd is door zwakheid” (2 Kor. 13:4). Wij moeten bedenken dat deze zwakheid in Hem geen onvolmaaktheid was, hoewel zij dat in ons wel is. Want wanneer wij spreken van de zwakheid van Christus’ menselijke natuur, bedoelen wij Zijn zwakheid in vergelijking met de sterkte en kracht van Zijn goddelijke natuur. Onze Heere voelde de zwakheid van Zijn mensheid. Want hoewel die verenigd was met Zijn goddelijke natuur of eeuwige Godheid, en Hij door de kracht en sterkte van de Heilige Geest ondersteund en vertroost werd, was Hij toch van nature zwak, en telkens was het gewaarworden van deze zwakheid een deel van Zijn lijden. Toen nu het hele gewicht van de toegerekende zonde, de volle vloek van de wet en de hele toorn van de Almachtige op deze zwakheid drukte en Hij die moest doorstaan, kwam de Heere daardoor op een plaats waar Hij bijzondere ondersteuning nodig had.
Om veilig, eervol en voorspoedig door deze arbeid heen te komen, en daarbij te handelen naar de wil van God en in volle overeenstemming met het eeuwig besluit, bracht onze lijdende Borg Zijn gebeden en smekingen op. Dit was de ernstige strijd die onze vriendelijke Meester aan het begin in de hof moest strijden, en waarmee Hij aan het kruis eindigde. Wij weten wat Hij daar doormaakte; de Heilige Geest heeft ons tenminste bericht gegeven van dat vreselijk lijden in de hof, toen Hij, als in een ogenblik van zwakheid, zei: „Laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan!” Die beker was zo bitter in het vooruitzicht, zo vol van de onverminderde toorn, de inhoud ervan was zo vermengd met de toorn van de Almachtige tegen de zonde en met de openbaring van Zijn ongenoegen tegen ieder die daarvoor verantwoordelijk was, dat wij, als Hij daar op dat ogenblik niet als onze plaatsvervanger had gestaan om te doorstaan wat wij zonder Hem hadden moeten doorstaan, en allen met ons, al waren wij met miljoenen geweest, naar een verdiende hel verwezen zouden zijn.
Hij moest het hele gewicht van de eeuwige toorn en verbolgenheid dragen, en daarom had Hij een bijzonder ingrijpen van Gods hulp nodig om Hem te ondersteunen toen Hij de beker tot op de bodem leegdronk. Om deze hulp te verkrijgen bracht Hij gebeden en smekingen op, met sterke roepingen en tranen. Het was de hitte van de strijd die Hem bloed deed zweten, de tranen uit Zijn ogen perste en Zijn hele ziel trok in een strijd van droefheid en schrik, vrees en smeking, die elkaar in hevigheid deden toenemen. Zo stortte Hij Zijn ziel uit in gebeden, smekingen, sterke roepingen en tranen tot Hem Die Hem uit de dood kon verlossen. Niet van de dood die Hij moest sterven, maar van alles wat verbonden was aan het oorspronkelijke doodvonnis, waarin de toorn van God en de gevolgen daarvan besloten lagen.
Aan de lezer…
Wie zich soms schaamt voor zijn zwakheid, voor zijn sterke roepingen en tranen wanneer de last te zwaar wordt, kent een stille smart; misschien kent u die ook. Zie dan op Hem, Die in de dagen Zijns vleses gebeden en smekingen opofferde tot Degene, Die Hem uit de dood kon verlossen. Hij kende de zwakheid van Zijn mensheid, en Hij werd gekruisigd door zwakheid. Wat op Hem drukte, was meer dan wij ooit kunnen dragen: het hele gewicht van de toegerekende zonde, de volle vloek van de wet en de hele toorn van de Almachtige.
Dat alles droeg Hij in de plaats van Zijn volk. Wat wij hadden moeten doorstaan, doorstond Hij, en daarom hoeven zij die tot Hem vluchten, die beker niet meer te drinken. Laat dat u tot troost zijn in uw strijd. Hij Die Zelf met tranen gebeden heeft, veracht de tranen van een arme, behoeftige ziel niet. Stort dan ook uw ziel voor Hem uit; Hij weet wat het is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Who in the days of His flesh, when He had offered up prayers and supplications with strong crying and tears unto Him that was able to save Him from death.”
Hebrews 5:7
The Apostle says that Christ was “crucified through weakness” (2 Cor. 13:4). We must remember, however, that weakness was not imperfection in Him, though it is imperfection in us; for when we speak of the weakness of Christ’s human nature, we mean its weakness as compared with the strength and power of His divine nature. Our Lord felt the weakness of His humanity, for though in union with His eternal Deity, though most blessedly upheld and supported by the power and strength and consolation of the Holy Spirit, yet it was inherently weak, and an experience of its weakness was a part of the sufferings that He endured.
Having, then, to bear as laid upon this weakness the whole weight of imputed sin, the whole curse of the law, the whole indignation of the Almighty, our Lord was brought to a spot where He needed special support. To be brought through that work safely, honorably, successfully, agreeably to the will of God and in the fullest harmony with the eternal purposes—to this point were the prayers and supplications of our suffering Lord directed; this was the solemn conflict which our gracious Lord had to endure in the garden in its beginning, and upon the cross in its finishing.
We know what He felt—at least the Holy Spirit has given us an account of that solemn agony in the garden, when He said, as in a moment of weakness, “Let this cup pass from Me.” It was so bitter in contemplation; it was so full of unmitigated wrath; the ingredients were so mingled with the anger of the Almighty against sin and the manifestation of His displeasure against every one who was chargeable with it, that as He stood there as our substitute, in our place, to endure what we must have endured without Him, and to bear the whole weight of eternal wrath and indignation, which must have sunk us and all with us, were we millions, to a deserved hell, that He needed the special interposition of the help of God to hold Him up as He drank it to the very dregs.
It was to obtain this help that He offered up prayers and supplications, with strong crying and tears; and it was the vehemency of the conflict which made the blood fall from His brow and tears drop from His eyes, and His whole soul engaged in an agony of mingled grief and horror, fear and supplication, each increasing and stimulating the other, and the whole poured forth with prayers, cries, weeping, and supplications unto Him that was able to save Him from death; not from the death that He came to die, but to save Him from everything connected with the original sentence of death, as involving in it the wrath of God and its consequences.
To the reader…
Whoever is sometimes ashamed of his weakness, of his strong crying and tears when the burden becomes too heavy, knows a quiet grief; perhaps you know it too. Look, then, to Him Who in the days of His flesh offered up prayers and supplications unto Him that was able to save Him from death. He knew the weakness of His humanity, and He was crucified through weakness. What pressed upon Him was more than we could ever bear: the whole weight of imputed sin, the full curse of the law and the whole wrath of the Almighty.
All this He bore in the place of His people. What we should have endured, He endured, and that is why those who flee to Him need no longer drink that cup. Let that be a comfort to you in your struggle. He Who Himself prayed with tears does not despise the tears of a poor and needy soul. Pour out your soul before Him, then; He knows what it is.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“El cual en los días de Su carne, ofreciendo ruegos y súplicas con gran clamor y lágrimas al que Le podía librar de la muerte.”
Hebreos 5:7
El apóstol dice que Cristo “fue crucificado por flaqueza” (2 Cor. 13:4). Hemos de recordar, sin embargo, que la flaqueza no era imperfección en Él, aunque lo es en nosotros; porque cuando hablamos de la flaqueza de la naturaleza humana de Cristo, nos referimos a su flaqueza comparada con la fuerza y el poder de Su naturaleza divina. Nuestro Señor sintió la flaqueza de Su humanidad, pues aunque estaba en unión con Su Deidad eterna, aunque era sostenida y apoyada de la manera más bendita por el poder, la fuerza y la consolación del Espíritu Santo, era sin embargo débil en sí misma, y la experiencia de su flaqueza formaba parte de los padecimientos que Él soportó.
Teniendo, pues, que llevar, puesto sobre esta flaqueza, todo el peso del pecado imputado, toda la maldición de la ley, toda la indignación del Todopoderoso, nuestro Señor fue llevado a un punto en que necesitaba un sostén especial. Ser llevado a través de esa obra con seguridad, con honra, con éxito, conforme a la voluntad de Dios y en la más plena armonía con los propósitos eternos: a esto se dirigían los ruegos y súplicas de nuestro Señor sufriente; este fue el solemne combate que nuestro clemente Señor tuvo que soportar en el huerto, en su comienzo, y en la cruz, en su consumación.
Sabemos lo que Él sintió; al menos el Espíritu Santo nos ha dado un relato de aquella solemne agonía en el huerto, cuando dijo, como en un momento de flaqueza: “Pase de Mí este vaso.” Tan amargo era al contemplarlo; tan lleno estaba de ira sin mitigar; los ingredientes estaban tan mezclados con la ira del Todopoderoso contra el pecado y con la manifestación de Su desagrado contra todo aquel a quien pudiera imputarse, que, estando Él allí como nuestro sustituto, en nuestro lugar, para soportar lo que nosotros habríamos tenido que soportar sin Él, y para llevar todo el peso de la ira e indignación eternas, que nos habría hundido a nosotros y a todos los nuestros, aunque fuéramos millones, en un infierno merecido, necesitaba la intervención especial de la ayuda de Dios para sostenerle mientras lo bebía hasta las heces.
Para obtener esta ayuda ofreció ruegos y súplicas con gran clamor y lágrimas; y fue la vehemencia del combate la que hizo caer la sangre de Su frente y las lágrimas de Sus ojos, y puso toda Su alma en una agonía de pena y horror, temor y súplica entremezclados, aumentándose y avivándose unos a otros, y todo derramado con ruegos, clamores, llanto y súplicas al que Le podía librar de la muerte; no de la muerte que vino a morir, sino librarle de todo lo unido a la sentencia original de muerte, en cuanto esta implicaba la ira de Dios y sus consecuencias.
Al lector…
Quien a veces se avergüenza de su flaqueza, de su gran clamor y sus lágrimas cuando la carga se hace demasiado pesada, conoce una pena callada; quizá usted también la conozca. Mire, pues, a Aquel que en los días de Su carne ofreció ruegos y súplicas al que Le podía librar de la muerte. Él conoció la flaqueza de Su humanidad, y fue crucificado por flaqueza. Lo que pesaba sobre Él era más de lo que nosotros podríamos jamás soportar: todo el peso del pecado imputado, la plena maldición de la ley y toda la ira del Todopoderoso.
Todo esto lo llevó en lugar de Su pueblo. Lo que nosotros habríamos tenido que soportar, lo soportó Él, y por eso los que huyen a Él ya no necesitan beber ese vaso. Que eso le sea de consuelo en su lucha. Aquel que oró Él mismo con lágrimas no desprecia las lágrimas de un alma pobre y necesitada. Derrame, pues, su alma delante de Él; Él sabe lo que es.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl