Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 4 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

24 augustus Korenaren uit de volle oogst

Indien gij de gave Gods kendet, en wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken; zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben.
Johannes 4:10

De natuur van de gave van God kunnen wij niet kennen, hoewel wij er wel de noodzaak van kunnen kennen, wanneer wij haar macht ervaren doordat zij aan onze ziel geopenbaard en in haar uitgestort wordt. Dan kennen wij iets van de gave van God, wanneer wij het eeuwige leven door onze geestelijke aderen voelen stromen. Hoe weet ik dat ik natuurlijk leven heb? Is het niet door het innerlijke besef dat ik natuurlijk leven bezit? Zo zullen ook wij, als wij geestelijk leven hebben, op bepaalde tijden en momenten er een inwendig besef van hebben. Wij zullen het geestelijke hart voelen kloppen en de geestelijke longen voelen ademen, de geestelijke ogen zullen zien en de geestelijke oren zullen horen. Kortom, wij zullen ons inwendig bewust worden van die aandoeningen en gevoelens die eigen zijn aan het leven van God in de ziel.

Het geestelijke leven zal gezien worden in zijn eigen licht, gevoeld worden in zijn eigen kracht en spreken met zijn eigen getuigenis. Het weinige dat wij kennen (en voor de meesten is het maar weinig), doet ons naar meer verlangen. Als wij ooit de „gave Gods” in ons geweten ontvangen hebben; als wij ooit de verborgen werking van het Goddelijke leven in ons hart hebben gevoeld; als wij ooit de zoete aandoeningen en bijzondere gewaarwordingen hebben gekend waardoor dat leven zich openbaart, dan heeft het ons gedood voor alle andere godsdienst. En als er een mate van Goddelijk leven uit de volheid van de Zoon van God in het hart is gevloeid, dan hebben wij geen andere godsdienst nodig dan die welke bestaat in de kracht van God. Daardoor alleen kunnen wij leven, en daardoor alleen, zo voelen wij, kunnen wij sterven.

Ik zet mijn treden in uw spoor,
opdat mijn voet niet uit zou glijden.
Wil mij voor struikelen bevrijden
en ga mij met uw heillicht voor.
Ik roep U aan, ’k blijf op U wachten,
omdat G’, o God, mij altoos redt.
Ai, luister dan naar mijn gebed
en neig uw oren tot mijn klachten!

Ps. 17:3

Aan de lezer…

Dat woord over de gave van God roept een vraag op: weet u iets van dat inwendige besef van geestelijk leven? Hebt u weleens, al was het maar op bepaalde tijden, het geestelijke hart voelen kloppen en de ogen van uw ziel voelen opengaan? Misschien is het weinige dat u kent zo weinig, dat u het nauwelijks durft te noemen. Maar juist dat weinige doet naar meer verlangen, en dat verlangen zelf is een teken van leven; een dode ziel begeert niets.

Hoor dan wat de Heere Jezus tegen de vrouw bij de put zei: als u de gave van God kende, en wie Hij is, dan zou u van Hem begeren, en Hij zou u levend water geven. Begeer het dan van Hem. Het leven dat uit de volheid van de Zoon van God in het hart vloeit, maakt alle andere godsdienst overbodig. Daardoor alleen kunnen wij leven, en daardoor alleen kunnen wij ook met vrede sterven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

24 augustus 365 dagen met Philpot

Hanna’s gebed

En haar tegenpartijdige tergde haar ook met terging, omdat de Heere haar baarmoeder toegesloten had.
1 Samuël 1:6

De vruchtbaarheid van Peninna kwetste en griefde haar onvruchtbare rivale diep, net zoals de ijver, toewijding, vroomheid en voorkomendheid van veel belijders de kinderen van God vaak diep ergeren. Want zij zijn geestelijk onvruchtbaar, zoals Hanna het van nature was. Daarom kunnen ze langs de gewone, natuurlijke weg geen goede werken voortbrengen. Onvruchtbaarheid, machteloosheid en hulpeloosheid hebben hen zo volkomen verlamd, dat er een bovennatuurlijk, ja, mag ik wel zeggen, een wonderbaarlijk werk van de Heilige Geest aan hun geweten nodig is, net zoals Hanna een wonderbaarlijk werk aan haar baarmoeder nodig had om vrucht te kunnen dragen. Ze worden dan ook bijzonder gekwetst en geërgerd als ze zien hoe vruchtbaar degenen zijn die alleen maar godsdienst belijden, terwijl zijzelf onvruchtbaar blijven.

Zo kunnen de vruchtbare Peninna’s bidden, terwijl de onvruchtbare Hanna’s geen enkel geestelijk gebed kunnen doen. De eersten kunnen altijd geloven, terwijl de anderen geen greintje levend geloof in hun hart kunnen opwekken. De eersten kunnen hopen, terwijl de laatsten soms bijna in wanhoop vervallen. De doden kunnen gelukkig zijn, terwijl de levenden vaak door ellende worden overweldigd. De vleselijken kunnen de Bijbel van voor tot achter lezen, terwijl de geestelijken hem soms nauwelijks open krijgen door de verzoekingen die hen overstelpen. En wie geen genade heeft, kan de weg van de godsdienst gaan met alle gemak en aangenaamheid van de wereld, terwijl de begenadigden, zoals Asaf, de hele dag geplaagd en elke morgen gekastijd worden.

Zoals Peninna haar rivale ook tergde met haar eigen vruchtbaarheid en met Hanna’s onvruchtbaarheid, zo tergen wie alleen maar godsdienst belijden de kinderen van God vaak met hun gebrek aan goede werken, vergeleken met hun eigen superieure en overvloedige godsdienstige prestaties. Ze stellen degenen die een geestelijke godsdienst belijden voor als achterblijvers, terwijl zijzelf veel verder zijn. Daarom berispen ze hen, net zoals Peninna Hanna, om hun onvruchtbaarheid en beschuldigen ze hen van godsdienstige onverschilligheid of, zoals zij het noemen, antinomiaanse luiheid. Met heimelijke voldoening en grote zelfingenomenheid vergelijken ze hun eigen overvloedige vruchtbaarheid met de onvruchtbaarheid van de anderen.

Maar wat was het gevolg van deze beschimpingen, of liever, wat was het gevolg van de stille pijnscheuten in Hanna’s ziel door het besef van haar onvruchtbaarheid? Ze keerde zich van alles af en ging met haar last naar de Heere.

Lezen: 1 Samuël 1:1-16

Aan de lezer…

U die de stille pijnscheuten in de ziel kent, ziet misschien anderen vlot bidden, gemakkelijk geloven en de Bijbel van voor tot achter lezen, terwijl u zelf nauwelijks een geestelijk gebed kunt doen. Wordt u misschien zelfs beschimpt om uw onvruchtbaarheid, alsof het alleen luiheid was? Het is pijnlijk, en de Heere weet het. Toch is uw machteloosheid geen bewijs dat u buiten Gods werk staat; zij laat juist zien dat er niets minder dan een wonderbaarlijk werk van de Heilige Geest aan uw geweten nodig is.

Doe dan wat Hanna deed. Zij twistte niet met haar tegenpartijdige en zocht geen troost in eigen inspanning, maar keerde zich van alles af en ging met haar last naar de Heere. Hij had haar baarmoeder toegesloten, en Hij alleen kon die openen. Zo is het ook met uw ziel. Breng uw onvruchtbaarheid bij Hem; Hij Die de last oplegde, weet ook hoe Hij hem wegneemt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

24 augustus Door Baca’s vallei

En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente.
Kolossenzen 1:18

Dat de Heere Jezus Christus een volk zou hebben in wie Hij eeuwig verheerlijkt zou worden, lag vast in de belofte van de Vader aan de Zoon: „Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting” (Psalm 2:8). Dit was de vreugde die Hem was voorgesteld, waarvoor Hij het kruis heeft verdragen en de schande heeft veracht. Dit was de verworven erfenis, de arbeid van Zijn ziel en de beloning voor Zijn vernedering en lijden (Filipp. 2:9, 10). Dit volk vormt de leden van Zijn verborgen lichaam, en zij waren allen geschreven in Zijn boek, het boek des levens, de dagen dat zij geformeerd zouden worden, toen er nog geen van hen was (Psalm 139:16). Zij allen werden Hem in de eeuwigheid gegeven, toen Hij verordineerd werd om hun Verbondshoofd te zijn in het eeuwig verbond, dat in alles welgeordend en bewaard is.

Zo werden zij dus, met het oog op Zijn menswording, leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn benen. Op hoe treffende wijze herinnerde de gezegende Verlosser Zijn Vader aan deze verbondsafspraak, toen Hij in Zijn gedenkwaardig gebed zei: „Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen die Gij Mij gegeven hebt; want zij zijn Uwe. En al het Mijne is Uwe, en het Uwe is Mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.” Omdat zij zo aan Christus gegeven zijn en verordineerd zijn tot leden van Zijn verborgen lichaam, kunnen zij evenmin verloren gaan als Christus Zelf. Hij is hun Hoofd. En omdat Hij alle macht bezit en vol liefde is, vervuld met alle wijsheid en vol van barmhartigheid, genade en waarheid, hoe kan of zal Hij dan verdragen dat een van Zijn leden uit Zijn lichaam zou wegvallen en zowel voor Hem als voor zichzelf verloren zou gaan?

Zal iemand vrijwillig dulden dat zijn oog uitgestoken wordt, of dat zijn hand of voet, of zelfs het topje van zijn pink, wordt afgesneden? Als een lid van ons lichaam te gronde gaat, als wij een arm of een been verliezen, dan is dat omdat wij geen macht hebben om het te verhinderen. Maar Christus bezit alle macht in de hemel en op de aarde, en daarom kan geen lid van Zijn verborgen lichaam verloren gaan doordat Hij het niet zou kunnen behouden.

Maar hoezeer deze leer ook de waarheid is, pas wanneer wij door een geestelijke geboorte levend gemaakt zijn, geloven wij de werkelijkheid ervan. Eerst worden wij in de noodzaak gebracht dat wij Christus moeten hebben als Verlosser van de toekomende toorn, van de vrees voor de dood, van de vloek van de wet, van de aanklachten van een beschuldigend geweten. En wanneer wij door de gezegende werking van de Geest in staat gesteld worden Hem als de Christus van God door het geloof in ons hart te ontvangen en in zekere mate ons deel aan Hem vast te stellen, dan worden wij gebracht tot de behoefte aan de dagelijkse ondersteuning van genade en kracht uit Zijn volheid.

Want wij moeten iets leren van de diepte van onze val, van de boosheid van ons hart, van de verzoekingen van satan, van de kracht van de zonde, van onze eigen zwakheid en onwaardigheid. En elke nieuwe ontdekking van onze hulpeloosheid en ellende opent de weg om op Hem te zien en van Hem afhankelijk te zijn. Wij worden meer en meer afhankelijk van Hem, Die ons geworden is van God tot wijsheid, rechtvaardigmaking, heiligmaking en verlossing.

Aan de lezer…

Wanneer u soms vreest dat u toch nog verloren zult gaan, is dit woord voor u. Leert u elke dag meer van de boosheid van uw hart, van de kracht van de zonde en van uw eigen zwakheid, zodat u uzelf nauwelijks meer kunt vertrouwen? Dat is geen vreemde weg; het is de weg waarlangs de Heere Zijn volk afhankelijk maakt. Elke nieuwe ontdekking van uw ellende wil u leren op Hem te zien en van Hem afhankelijk te zijn.

Want Christus is het Hoofd van Zijn lichaam, en Hij laat geen lid wegvallen. Wie van ons laat vrijwillig zijn oog uitsteken of zelfs het topje van zijn pink afsnijden? Wij verliezen een lid alleen omdat wij geen macht hebben om het te verhinderen. Maar Hij bezit alle macht in de hemel en op de aarde, en Hij is vol liefde, genade en waarheid. Hij bidt voor de Zijnen. Steun dan niet op uw eigen vasthouden, maar op Zijn vasthouden; Hij is u van God geworden tot wijsheid, rechtvaardigmaking, heiligmaking en verlossing.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina