Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

24 juli Korenaren uit de volle oogst

Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, noch in Mijn getrouwheid niet feilen. Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen; en hetgeen dat uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen.
Psalm 89:34, 35

We leven in een veranderlijke, voortdurend veranderende wereld. Alles om ons heen wordt gekenmerkt door verandering, dood en verval. En wat onszelf betreft: alles in ons zegt hoe broos, hoe zwak en hoe vergankelijk we zijn. Zo ziet men met het oog van het verstand en de rede overal onzekerheid en veranderlijkheid gedrukt op iedere gebeurtenis, maar ook op alles wat we hebben en zijn naar lichaam en ziel. Die ervaring van wat we in onszelf voelen en in alles om ons heen zien, stelt ons geloof en onze hoop vaak op de proef. Want we zijn geneigd God naar onszelf af te meten en onze staat voor Hem te beoordelen, niet volgens Zijn Woord, maar volgens de wisselende gedachten en oefeningen van onze geest.

Maar soms kunnen we met het oog van het geloof heenzien door al die nevelen die als het ware de bodem van onze ziel bedekken en zo vaak ons oog verduisteren, zodat we niets kunnen onderscheiden van Gods plannen zoals die geopenbaard zijn in een eeuwig verbond dat vast en zeker is. Als we dan daardoorheen zien en tegelijk een getuigenis hebben dat we daar deel aan hebben, dan is er grond voor het geloof en ook voor de hoop. Die grond rust alleen op het Woord en de belofte van Hem Die niet kan liegen. Zo werd David getroost op het ziekbed, toen het klamme doodszweet zijn voorhoofd bedekte (2 Sam. 23:5).

Want in dat „eeuwig verbond” was al vastgelegd, nog vóór de wereld geformeerd, de mens gemaakt of de zonde begaan was, dat er een Redder bestemd en een Verlosser aangewezen werd, en dat ook de personen van de verlosten in Hem verkoren en aan Hem gegeven werden. Hoe kunnen we dan geloven dat veranderlijke en veranderende gebeurtenissen hier in de tijd zouden veranderen en verijdelen wat door een vast en soeverein raadsbesluit zeker bepaald was? Of dat de een of andere veranderlijke omstandigheid in onszelf of in anderen de eeuwige plannen van God zou kunnen vernietigen?

Geen onheil zal de stad verstoren
waar God zijn woning heeft verkoren.
God zal haar redden uit de nood
bij ’t dagen van het morgenrood.

Ps. 46:3

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u God soms afmeet naar uzelf. Ziet u in uw eigen hart niets dan broosheid en veranderlijkheid, en concludeert u daaruit dat ook Gods trouw tegenover u wankel is? Dan beoordeelt u uw staat niet naar Zijn Woord, maar naar de wisselende gedachten van uw eigen geest. De nevelen die over de bodem van uw ziel hangen, verduisteren uw oog, maar zij veranderen niets aan het eeuwig verbond, dat vast en zeker is.

Hij heeft gezegd: „Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen.” Wat uit Zijn lippen gegaan is, zal Hij niet veranderen. Zou uw wankelen dan Zijn raadsbesluit kunnen verijdelen? Klem u aan dat Woord vast, ook op uw ziekbed. Uw grond voor geloof en hoop ligt niet in uzelf, maar in de belofte van Hem Die niet kan liegen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

24 juli 365 dagen met Philpot

Bevinding

Wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.
2 Korinthe 5:7

Er bestaan misverstanden over wat met het woord openbaring bedoeld wordt. De meesten bespotten tegenwoordig de hele gedachte van innerlijke openbaring. Maar sommigen worden misleid door de gangbare betekenis van het woord, omdat zij de ware betekenis niet precies kennen of zich daar niet aan houden. Zij zoeken en verwachten iets verborgens dat God nooit in het Woord beloofd heeft en dat Hij zelden of nooit geeft. Anderen stellen zich door zulke verwachtingen open voor de bedriegerijen van de duivel, die zich voordoet als een engel des lichts. We moeten niet zoeken naar dromen, visioenen, stemmen, bovennatuurlijke verschijningen, beelden aan de hemel, of openlijke en uiterlijke beelden van Christus in Zijn heerlijkheid of van Christus aan het kruis. We moeten niet iets zichtbaars verwachten of zelfs maar verlangen, iets wat het oog van het verstand bijna kan begrijpen of de lichamelijke vinger bijna kan aanraken.

Ik kan en durf niets af te doen aan de kracht of de wijsheid van God. Ik twijfel er ook niet aan dat sommige, zo niet vele kinderen van God zo diep onder de indruk zijn geraakt van wat ze van en over de Heere gezien of gehoord hebben, dat het voor hen was alsof ze Zijn lichamelijke gestalte werkelijk zagen of Zijn stem werkelijk hoorden. Maar we wandelen door geloof en niet door aanschouwen. Als het lijkt alsof we onzichtbare dingen zien, zien we ze alleen met het oog van het geloof; en als we genadige woorden horen, horen we ze alleen met het oor van het geloof. God heeft in Zijn Woord geen belofte gedaan aan het natuurlijke oog of het natuurlijke oor. Ook worden we niet verlost door wat onze natuurlijke ogen zien of onze natuurlijke oren horen. Het is door de genade dat we verlost worden, door middel van het geloof, en niet doordat we bovennatuurlijke dingen zien of hoorbare woorden horen.

Lezen: 2 Korinthe 5:1-10

Aan de lezer…

Wie wacht er niet soms op iets wat hij kan zien of aanraken, voordat hij durft te geloven dat de Heere Zich aan hem geopenbaard heeft? Hebt u anderen horen spreken over wat zij gezien of gehoord hebben, en denkt u dat het bij u ontbreekt? Laat u daardoor niet verontrusten. God heeft geen belofte gedaan aan het natuurlijke oog of het natuurlijke oor, en wie zulke dingen najaagt, stelt zich bloot aan de bedriegerijen van de duivel.

Wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen. Is Christus u dierbaar geworden door het oog van het geloof, hebt u een genadig woord gehoord met het oor van het geloof, dan is dat niet minder een werk van God. Het is door de genade dat wij verlost worden, door middel van het geloof. Zoek dan niet naar het buitengewone, maar naar Hem, Die Zich in Zijn Woord laat vinden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

24 juli Door Baca’s vallei

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus (uit genade zijt gij zalig geworden). En heeft ons mede opgewekt.
Efeze 2:4, 5, 6

Achttienhonderd jaar zijn voorbijgegaan sinds het lichaam van Christus in het graf levend gemaakt werd; maar de geestelijke vrucht van die levendmaking komt tot alle uitverkorenen en zal zich uitstrekken tot het einde van de eeuwen. Krachtens deze levendmaking doet het leven zijn intrede in de ziel wanneer de Heilige Geest Zijn voornemen gaat uitvoeren. U heeft Hij mede levend gemaakt, toen u dood was. Met de levendmaking komen levende indrukken, zoals overtuiging van zonde, een schuldig geweten, de vreze Gods, een verslagen hart, de geest van het gebed en berouw. In één woord: dit is het eerste werk van de genade in de ziel.

Toen het lichaam van Christus door de Heilige Geest levend gemaakt werd, waren er levensbewegingen voordat het lichaam het graf verliet. Zo zijn er ook levensbewegingen in de ziel van een kind van God door de levendmakende werkingen van God de Heilige Geest, voordat zij wordt opgewekt. Zij is tot leven gebracht, en krachtens die levendmaking ziet, voelt, vreest, roept en bidt zij, en ziet zij uit naar genade. Elk vermogen van het vernieuwde gemoed van de zondaar is levend en open voor de dingen van God. Nooit zullen wij bidden, leren, horen en de zekerheid van de eeuwige dingen beseffen, behalve wanneer het de Heere behaagt ons door Zijn Geest tot het geestelijk leven te brengen.

Maar dan is er nog geen opstanding; de levendmaking gaat eraan vooraf. Toen de adem van de Heilige Geest, om zo te zeggen, het lichaam van Christus levend maakte terwijl het in het graf lag, was dat alleen een voorbereiding op de opstanding van dat dode lichaam uit het graf. Zo zijn ook de levendmakende werkingen van God de Heilige Geest in het hart van een kind van God alleen voorbereidingen op de opwekking met Christus. Het lichaam van Christus bleef niet in het graf, ook al was het daarin al levend. Zo is het ook met hen die God levend gemaakt heeft en die nog in het graf van zonde, ellende en ongerechtigheid liggen, maar toch zuchten, klagen en om genade bedelen: ook zij zullen zeker naar buiten gebracht worden.

Het lichaam van Christus werd daar niet gelaten toen het levend gemaakt was; en zo zal ook niemand van u die levend gemaakt bent, gelaten worden in uw zonde en ellende, in uw veroordeling en schuld. Hetzelfde Goddelijke werk dat u tot het geestelijk leven bracht, zal u uit deze staat van onrust en benauwdheid halen en met Christus doen opstaan, zoals het gebeurde met Zijn lichaam toen Hij uit het graf uitging.

Wanneer nu de kracht van God in de ziel werkt, wanneer de barmhartigheid het hart bereikt, wanneer Christus geopenbaard en Zijn Woord toegepast wordt, en de ziel uit het donkere graf komt waarin zij gelegen heeft, zoals Lazarus, gebonden met grafdoeken en toch levend; wanneer zo de deur van de hoop geopend wordt en de ziel opgewekt wordt tot geloof, hoop en liefde, dan is zij „met Christus mede opgewekt”.

De opstanding van Christus was niet alleen het grote getuigenis dat God Hem gaf als Zijn geliefde Zoon, want Hij is „krachtiglijk bewezen te zijn de Zone Gods, door de opstanding uit de doden.” Hij is ook „opgewekt om onze rechtvaardigmaking”, en wij zijn in Hem opgestaan als wij in Zijn Naam geloven. Alle uitverkorenen van God zijn met Hem opgestaan, want zij zijn „leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.” Toen Hij stierf, stierven zij; toen Hij opstond, stonden zij op. Zij zijn in de Persoon van de Zoon van God opgestaan toen Hij zegevierend uit het graf verrees. Zo wekt de Heilige Geest hen ook op wanneer Hij de weldaden en zegeningen van Zijn dood en opstanding aan hun hart en geweten toepast, en brengt Hij hen uit het donkere graf in het open licht van een heerlijke dag van het Evangelie. Dat is „met Christus mede opgewekt” zijn.

Aan de lezer…

Arme zondaar, ligt u nog als in het graf van zonde en ellende, en vraagt u zich af of er ooit een opstanding voor u zal komen? Let dan op wat er in u leeft. Zucht u, klaagt u, bedelt u om genade? Vreest u God, en is uw hart verslagen over de zonde? Een dode doet dat niet. Dat zijn de levensbewegingen die de Heilige Geest werkt, voordat de ziel wordt opgewekt.

Het lichaam van Christus bleef niet in het graf, ook al was het daarin al levend; en niemand die levend gemaakt is, zal gelaten worden in zijn veroordeling en schuld. God, Die rijk is in barmhartigheid, voltooit wat Hij begon. Hetzelfde werk dat u levend maakte, zal u ook uit deze staat van onrust en benauwdheid halen. Uit genade bent u zalig geworden, en uit genade zult u met Christus opstaan.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina