2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
9 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
De treden des mans zijn van de Heere, hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?
Spreuken 20:24
Trilt uw hart niet dikwijls van vrees dat u niets hebt dan een naambelijdenis, dat de god van de wereld u verblindt en dat uw geweten verhardt door de bedrieglijkheid van de zonde? Het is goed zulk een vrees te voelen. Wie niet vreest, wie geen ernstige vermoedens, geen angstig vragen heeft, wie nooit gekweld wordt door inwendige verschrikkingen van de ziel, van die is het te vrezen dat hij nooit geweten heeft wat het is „dat de Heere met een kaars zijn ingewanden doorzoekt”. Maar als God in uw ziel een geestelijk leven gewekt heeft en u oren hebt om te horen, wil ik u twee vragen stellen: Hebt u rechtvaardigmaking verkregen door een openbaring van Christus’ rechtvaardigheid; vergeving door de toepassing van Christus’ bloed; liefde door een uitstorting van liefde; verlossing door het ontdekken van Gods uitgestrekte hand?
Mijn andere vraag is deze: Als u nog nooit – en dat uw geweten een eerlijk antwoord geve – rechtvaardigmaking, vergeving, liefde en verlossing gevoeld hebt, is er dan een roepen naar in uw ziel? Is daar iets als een vurig smeken dat God ze u mocht schenken? Is er iets van een zucht uit de diepte van uw geest, dat de Heere ze u mocht openbaren? Dit zijn de kentekenen van dat leven; en hij die deze kentekenen heeft, zal de zegen ontvangen, omdat God in hem een geestelijk leven heeft doen ontstaan.
Het mag lang duren, maar eindelijk zal Hij komen; „Hij zal gewisselijk komen en niet achterblijven.” Hij moge teruggehouden worden met wijze bedoelingen, en u kunt nog menige donkere tijd, nog menig bang uur moeten doorworstelen, maar verlossing is zeker; zij is voor u weggelegd in Christus, en u bent voor haar weggelegd, door God bestemd tot behoud, dat u zal geopenbaard worden in de laatste tijd.
Kom mij te hulp; mijn ziel, die U verbeidt,
heeft Uw bevel met lust en liefd’ ontvangen.
Ik haak, o Heer, naar ’t heil mij toegezeid.
Ps. 119:87
Aan de lezer…
Trilt uw hart, lezer, van vrees dat u niets meer hebt dan een naambelijdenis? Weet dan dat het goed is zulk een vrees te kennen. Wie nooit vraagt, nooit beeft en nooit gekweld wordt, heeft reden tot zorg. Maar geef uw geweten nu eens een eerlijk antwoord: hebt u de vergeving en de liefde van Christus nog niet gevoeld, is er dan een roepen naar in uw ziel? Een zucht uit de diepte, dat de Heere ze u toch mocht openbaren?
Als dat zo is, dan zijn dat de kentekenen van leven, en dat leven is niet uit uzelf. God heeft het gewekt, en wat Hij begint, laat Hij niet liggen. De treden des mans zijn van de Heere; u hoeft uw weg niet te verstaan om erop geleid te worden. Het mag lang duren, en er kunnen nog donkere uren komen, maar Hij zal gewisselijk komen en niet achterblijven. Wacht dan op Hem. De verlossing is voor u weggelegd in Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De treden des mans zijn van de Heere, hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?
Spreuken 20:24
Beeft uw hart niet vaak van vrees dat u niets meer hebt dan een naambelijdenis, dat de god van deze wereld u verblindt en dat uw geweten verhard raakt door de bedrieglijkheid van de zonde? Het is goed zo’n vrees te voelen. Wie niet vreest, wie geen ernstige vermoedens en geen angstige vragen heeft, wie nooit gekweld wordt door innerlijke verschrikkingen van de ziel, van hem is te vrezen dat hij nooit geweten heeft wat het is „dat de Heere met een kaars zijn ingewanden doorzoekt”. Maar als God in uw ziel geestelijk leven gewekt heeft en u oren hebt om te horen, wil ik u twee vragen stellen. De eerste is: hebt u rechtvaardigmaking ontvangen door een openbaring van Christus’ gerechtigheid, vergeving door de toepassing van Christus’ bloed, liefde door een uitstorting van liefde, en verlossing doordat u Gods uitgestrekte hand ontdekte?
Mijn andere vraag is deze, en laat uw geweten er een eerlijk antwoord op geven: als u nog nooit rechtvaardigmaking, vergeving, liefde en verlossing gevoeld hebt, is er dan een roepen om die dingen in uw ziel? Is er iets als een vurig smeken dat God ze u zou schenken? Is er iets van een zucht uit de diepte van uw geest dat de Heere ze u zou openbaren? Dat zijn de kenmerken van dat leven. Wie deze kenmerken heeft, zal de zegen ontvangen, omdat God in hem geestelijk leven heeft doen ontstaan.
Het kan lang duren, maar uiteindelijk zal Hij komen: „Hij zal gewisselijk komen en niet achterblijven.” Het kan zijn dat Hij om wijze redenen wordt tegengehouden, en dat u nog menige donkere tijd en menig bang uur moet doorworstelen, maar de verlossing is zeker. Zij is voor u weggelegd in Christus, en u bent voor haar weggelegd, door God bestemd tot de zaligheid die in de laatste tijd aan u geopenbaard zal worden.
Kom mij te hulp; mijn ziel, die U verbeidt,
heeft Uw bevel met lust en liefd’ ontvangen.
Ik haak, o Heer, naar ’t heil mij toegezeid.
Ps. 119:87
Aan de lezer…
Trilt uw hart van vrees dat u niets meer hebt dan een naambelijdenis? Weet dan dat het goed is zo’n vrees te kennen. Wie nooit vragen stelt, nooit beeft en nooit gekweld wordt, heeft reden tot zorg. Maar geef uw geweten nu eens een eerlijk antwoord: als u de vergeving en de liefde van Christus nog niet gevoeld hebt, is er dan een roepen daarnaar in uw ziel? Is er een zucht uit de diepte, dat de Heere ze u toch zou openbaren?
Als dat zo is, dan zijn dat de kenmerken van leven, en dat leven komt niet uit uzelf. God heeft het gewekt, en wat Hij begint, laat Hij niet liggen. De treden des mans zijn van de Heere; u hoeft uw weg niet te begrijpen om erop geleid te worden. Het kan lang duren, en er kunnen nog donkere uren komen, maar Hij zal gewisselijk komen en niet achterblijven. Wacht dan op Hem. De verlossing ligt voor u weggelegd in Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Man’s goings are of the Lord; how can a man then understand his own way?
Proverbs 20:24
Does not your heart sometimes quake with fear lest you have nothing but a nominal profession, lest the god of this world is blinding you, and lest your conscience be hardened through the deceitfulness of sin? It is good to have such fears. He who fears not, who has no solemn apprehensions, no anxious inquiries, who is never exercised with some internal trepidation of soul, it is much to be feared has never known what it is to have “the candle of the Lord searching all the inward parts of the belly.”
But if God has quickened your soul into spiritual life, and you have ears to hear, I would just put two questions to you—Have you obtained righteousness by a manifestation of Christ’s righteousness; pardon by the application of Christ’s blood; love by a shedding abroad of love; deliverance by a discovery of God’s outstretched hand? My other question is this—If you have not, and let conscience bear its honest testimony—if you have never experienced righteousness, pardon, love, and deliverance, is there a cry in your soul after them? Is there anything like fervent supplication that God would bestow them? Is there anything of a groan in the depth of your spirit that the Lord would reveal them?
These are marks of life; and he that has these marks will have the blessing, because God has quickened him into spiritual life. It may be long delayed, but it will come at last; “it will surely come, it will not tarry.” It may be withheld for wise purposes, and you may have to travel through many a dark season and many an anxious hour, but deliverance is sure; it is reserved for you in Christ, and you are reserved for it, kept by God Himself unto salvation, ready to be revealed in the last time.
To the reader…
Does your heart tremble with fear that you have nothing more than a nominal profession? Know, then, that it is good to have such a fear. Whoever never asks questions, never trembles and is never troubled has reason for concern. But now give your conscience an honest answer: if you have not yet felt the pardon and love of Christ, is there a cry for them in your soul? Is there a sigh from the depths, that the Lord would yet reveal them to you?
If that is so, these are the marks of life, and that life does not come from yourself. God has awakened it, and what He begins He does not leave unfinished. Man’s goings are of the Lord; you do not need to understand your way in order to be led along it. It may take a long time, and there may still be dark hours to come, but it will surely come, it will not tarry. Wait, then, for Him. Deliverance is reserved for you in Christ.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por Jehová son los pasos del hombre: ¿cómo pues entenderá el hombre su camino?
Proverbios 20:24
¿No tiembla a veces su corazón de temor de que no tenga más que una profesión nominal, de que el dios de este siglo le esté cegando, y de que su conciencia se haya endurecido por el engaño del pecado? Es bueno tener tales temores. Del que no teme, del que no tiene aprensiones solemnes ni preguntas ansiosas, del que nunca es ejercitado por algún temblor interior del alma, mucho hay que temer que nunca haya sabido lo que es tener “la candela de Jehová, que escudriña lo secreto del vientre”.
Pero si Dios ha vivificado su alma a la vida espiritual, y usted tiene oídos para oír, quisiera hacerle solo dos preguntas. ¿Ha obtenido justicia por una manifestación de la justicia de Cristo; perdón por la aplicación de la sangre de Cristo; amor por un derramamiento del amor; liberación por un descubrimiento de la mano extendida de Dios? Mi otra pregunta es esta: si no los ha obtenido, y deje que la conciencia dé su testimonio sincero, si nunca ha experimentado justicia, perdón, amor y liberación, ¿hay en su alma un clamor por ellos? ¿Hay algo semejante a una súplica ferviente de que Dios los conceda? ¿Hay algo de un gemido en lo profundo de su espíritu de que el Señor los revele?
Estas son señales de vida; y el que tiene estas señales tendrá la bendición, porque Dios lo ha vivificado a la vida espiritual. Puede tardar mucho, pero vendrá al fin; “sin duda vendrá; no tardará”. Puede ser retenida con sabios propósitos, y quizá tenga usted que atravesar muchos tiempos oscuros y muchas horas de ansiedad, pero la liberación es segura; está reservada para usted en Cristo, y usted está reservado para ella, guardado por Dios mismo para salud, preparada para ser manifestada en el postrimero tiempo.
Al lector…
¿Tiembla su corazón de temor de que no tenga más que una profesión nominal? Sepa, pues, que es bueno tener tal temor. Quien nunca se hace preguntas, nunca tiembla y nunca se inquieta, tiene motivo de preocupación. Pero ahora dé a su conciencia una respuesta sincera: si todavía no ha sentido el perdón y el amor de Cristo, ¿hay en su alma un clamor por ellos? ¿Hay un suspiro desde lo profundo, de que el Señor todavía se los revele?
Si es así, estas son las señales de la vida, y esa vida no viene de usted mismo. Dios la ha despertado, y lo que Él comienza no lo deja sin terminar. Por Jehová son los pasos del hombre; usted no necesita entender su camino para ser guiado por él. Puede tardar mucho, y quizá vengan todavía horas oscuras, pero sin duda vendrá; no tardará. Espérele, pues. La liberación está reservada para usted en Cristo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De zegen van Jozef
Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Het is heel belangrijk te weten of we vruchtbare ranken zijn of niet. Laat ons eens zien in het Woord van God wat de Heilige Geest als zodanig aanmerkt. Godsvreze in een gevoelig geweten is een bijzondere vrucht, die aan de rank van het evangelie groeit. Deze vrucht bevindt zich in ieder levend kind van God, want Gods eigen belofte luidt: „Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken” (Jer. 32:40). „De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid” (Spr. 9:10). Sommigen van u zijn wellicht bedroefd, zoals u altijd met reden zult zijn, over uw eigen onvruchtbaarheid en nutteloosheid wat betreft de dingen Gods. Maar bent u godvrezend? Heeft de Heere die goddelijke vrucht in uw ziel geplant? Dat is de eerste genade.
Geloof in God; geloof in Zijn Woord, oprechtheid, grootheid, macht, heerlijkheid, rechtvaardigheid en majesteit, hetgeen altijd vergezeld gaat van een godvruchtige eerbied voor Zijn grote Naam. Dit levende geloof, waarvan Hij de Maker is en dat naar Zijn goddelijke volkomen voorbeelden wordt uitgeoefend, is een vrucht van de Geest, want „geloof is een gave Gods”. Als „goede hoop in de genade” wordt opgewekt in de ziel, door een getuigenis, glimlach, belofte, woord of innerlijk teken van deel te hebben aan een dierbare Christus. Als ook de liefde wordt uitgestort in het hart van de gelovige, en hij met Petrus kan zeggen: „Gij weet alle dingen. Gij weet dat ik U liefheb” (Joh. 21:17), omdat hij heeft gevoeld en ontdekt dat Christus zijn ziel heel dierbaar is.
Als er ook vrede met God is, door te geloven in Jezus Christus. Als de gezegende Heere het belieft om Zijn barmhartigheid te tonen, en het getij van vreugde te doen stijgen in de ziel. Moet ik niet tevens toevoegen berusting in en onderwerping aan de wil van God, met een liefdevol geweten, nederige geest, gebrokenheid van hart, berouwvolle geest, en liefde voor de dierbare kinderen van God? Zijn dit niet allemaal evangelische vruchten?
Lezen: Johannes 21:15-25
Aan de lezer…
Bent u, waarde lezer, bedroefd over uw onvruchtbaarheid? Ziet u zo weinig van wat u zou willen zien, en vreest u soms dat u een dorre rank bent? Die droefheid is niet onterecht; wij hebben er alle reden toe. Maar laat ik u dan vriendelijk een vraag stellen: bent u godvrezend? Heeft de Heere Zijn vreze in uw hart gegeven, zodat u Hem niet zonder ontzag kunt naderen en de zonde u smart? Dat is de eerste genade, en zij komt alleen van Hem.
En misschien vindt u bij nader inzien nog meer: een zwak geloof in Zijn Woord, een hoop die soms oplicht door een belofte, een liefde waardoor u met Petrus mag zeggen: „Gij weet alle dingen; Gij weet dat ik U liefheb.” Of een gebroken hart en liefde voor Gods kinderen. Veracht die vruchten niet omdat ze klein zijn. Ze zijn door de Geest geplant, en wat Hij geplant heeft, zal Hij ook doen groeien.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22
Het is heel belangrijk te weten of we vruchtbare ranken zijn of niet. Laten we eens in het Woord van God nagaan wat de Heilige Geest als zodanig aanmerkt. Godsvreze in een gevoelig geweten is een bijzondere vrucht, die aan de rank van het evangelie groeit. Deze vrucht is te vinden in ieder levend kind van God, want Gods eigen belofte luidt: „Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken” (Jer. 32:40). „De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid” (Spr. 9:10). Sommigen van u zijn misschien bedroefd, zoals u altijd met reden zult zijn, over uw eigen onvruchtbaarheid en nutteloosheid in de dingen van God. Maar bent u godvrezend? Heeft de Heere die goddelijke vrucht in uw ziel geplant? Dat is de eerste genade.
Dan het geloof in God: geloof in Zijn Woord, Zijn oprechtheid, grootheid, macht, heerlijkheid, rechtvaardigheid en majesteit, dat altijd samengaat met een godvruchtige eerbied voor Zijn grote Naam. Dit levende geloof, waarvan Hij de Maker is en dat wordt uitgeoefend naar Zijn goddelijke, volkomen voorbeelden, is een vrucht van de Geest, want „geloof is een gave Gods”. Zo ook wanneer er „goede hoop in de genade” in de ziel wordt opgewekt, door een getuigenis, een glimlach, een belofte, een woord of een innerlijk teken dat men deel heeft aan een dierbare Christus. En zo ook wanneer de liefde in het hart van de gelovige wordt uitgestort, zodat hij met Petrus kan zeggen: „Gij weet alle dingen. Gij weet dat ik U liefheb” (Joh. 21:17), omdat hij gevoeld en ontdekt heeft dat Christus zijn ziel heel dierbaar is.
Zo ook wanneer er vrede met God is, door het geloof in Jezus Christus, en wanneer het de gezegende Heere behaagt Zijn barmhartigheid te tonen en het getij van vreugde in de ziel te doen rijzen. Moet ik daar niet ook aan toevoegen: berusting in en onderwerping aan de wil van God, met een liefdevol geweten, een nederige geest, een gebroken hart, een berouwvolle geest en liefde voor de dierbare kinderen van God? Zijn dit niet allemaal vruchten van het evangelie?
Lezen: Johannes 21:15-25
Aan de lezer…
Bent u, waarde lezer, bedroefd over uw onvruchtbaarheid? Ziet u zo weinig van wat u zou willen zien, en vreest u soms dat u een dorre rank bent? Die droefheid is niet onterecht; wij hebben er alle reden toe. Maar laat ik u dan vriendelijk een vraag stellen: bent u godvrezend? Heeft de Heere Zijn vreze in uw hart gegeven, zodat u Hem niet zonder ontzag kunt naderen en de zonde u smart? Dat is de eerste genade, en zij komt alleen van Hem.
En misschien vindt u bij nader inzien nog meer: een zwak geloof in Zijn Woord, een hoop die soms oplicht door een belofte, een liefde waardoor u met Petrus mag zeggen: „Gij weet alle dingen; Gij weet dat ik U liefheb.” Of een gebroken hart en liefde voor Gods kinderen. Veracht die vruchten niet omdat ze klein zijn. Ze zijn door de Geest geplant, en wat Hij geplant heeft, zal Hij ook doen groeien.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Joseph is a fruitful bough, even a fruitful bough by a well.
Genesis 49:22
It is very important to know whether we are fruitful branches or not. Let us see in the Word of God what the Holy Ghost marks out as such. The fear of God in a tender conscience is a special fruit that grows on the gospel branch. This fruit is found in every living child of God, for God’s own promise runs, “I will put My fear in their hearts, that they shall not depart from Me” (Jer. 32:40). “The fear of the LORD is the beginning of wisdom” (Prov. 9:10). Some of you are perhaps grieved, as you always will have reason to be, over your own barrenness and unprofitableness in the things of God. But do you fear God? Has the Lord planted that Divine fruit in your soul? That is the first grace.
Then there is faith in God: faith in His Word, His faithfulness, greatness, power, glory, justice and majesty, which always goes together with a godly reverence for His great Name. This living faith, of which He is the Author and which is exercised according to His Divine, perfect patterns, is a fruit of the Spirit, for faith “is the gift of God.” So also when a “good hope through grace” is raised up in the soul, by a testimony, a smile, a promise, a word or an inward token of an interest in a precious Christ. And so also when love is shed abroad in the believer’s heart, so that he can say with Peter, “Lord, Thou knowest all things; Thou knowest that I love Thee” (John 21:17), because he has felt and found that Christ is very precious to his soul.
So also when there is peace with God through faith in Jesus Christ, and when it pleases the blessed Lord to show His mercy and to make the tide of joy rise in the soul. Must I not add to these also: resignation and submission to the will of God, with a tender conscience, a humble spirit, a broken heart, a contrite spirit and love to the dear children of God? Are not all these fruits of the gospel?
Reading: John 21:15-25
To the reader…
Are you, dear reader, grieved over your barrenness? Do you see so little of what you would like to see, and do you sometimes fear that you are a withered branch? That grief is not unwarranted; we have every reason for it. But let me then kindly ask you a question: do you fear God? Has the Lord put His fear in your heart, so that you cannot approach Him without awe and sin grieves you? That is the first grace, and it comes from Him alone.
And perhaps on closer view you find still more: a weak faith in His Word, a hope that sometimes brightens through a promise, a love by which you may say with Peter, “Thou knowest all things; Thou knowest that I love Thee.” Or a broken heart and love for God’s children. Do not despise those fruits because they are small. They were planted by the Spirit, and what He has planted He will also make to grow.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ramo fructífero José, ramo fructífero junto a fuente.
Génesis 49:22
Es muy importante saber si somos ramas fructíferas o no. Veamos en la Palabra de Dios lo que el Espíritu Santo señala como tal. El temor de Dios en una conciencia tierna es un fruto especial que crece en la rama del evangelio. Este fruto se halla en todo hijo vivo de Dios, porque la propia promesa de Dios dice: “Pondré Mi temor en el corazón de ellos, para que no se aparten de Mí” (Jer. 32:40). “El temor de Jehová es el principio de la sabiduría” (Pr. 9:10). Algunos de ustedes quizá están afligidos, como siempre tendrán motivo para estarlo, por su propia esterilidad e inutilidad en las cosas de Dios. Pero ¿teme usted a Dios? ¿Ha plantado el Señor ese fruto divino en su alma? Esa es la primera gracia.
Luego está la fe en Dios: fe en Su Palabra, Su fidelidad, grandeza, poder, gloria, justicia y majestad, que siempre va unida a una reverencia piadosa por Su gran Nombre. Esta fe viva, de la cual Él es el Autor y que se ejercita conforme a Sus modelos divinos y perfectos, es un fruto del Espíritu, porque la fe “es don de Dios”. Así también cuando se levanta en el alma una “buena esperanza por gracia”, por un testimonio, una sonrisa, una promesa, una palabra o una señal interior de tener parte en un Cristo precioso. Y así también cuando el amor es derramado en el corazón del creyente, de modo que puede decir con Pedro: “Señor, Tú sabes todas las cosas; Tú sabes que te amo” (Jn. 21:17), porque ha sentido y hallado que Cristo es muy precioso para su alma.
Así también cuando hay paz con Dios por la fe en Jesucristo, y cuando al bendito Señor le place mostrar Su misericordia y hacer subir la marea del gozo en el alma. ¿No debo añadir a estos también: la resignación y sumisión a la voluntad de Dios, con una conciencia tierna, un espíritu humilde, un corazón quebrantado, un espíritu contrito y amor a los queridos hijos de Dios? ¿No son todos estos frutos del evangelio?
Lectura: Juan 21:15-25
Al lector…
¿Está usted, querido lector, afligido por su esterilidad? ¿Ve tan poco de lo que quisiera ver, y teme a veces ser una rama seca? Esa aflicción no carece de fundamento; tenemos toda razón para ella. Pero permítame entonces hacerle con cariño una pregunta: ¿teme usted a Dios? ¿Ha puesto el Señor Su temor en su corazón, de modo que no puede acercarse a Él sin reverencia y el pecado le aflige? Esa es la primera gracia, y viene solo de Él.
Y quizá, mirando más de cerca, halla aún más: una fe débil en Su Palabra, una esperanza que a veces se ilumina por una promesa, un amor por el cual puede decir con Pedro: “Tú sabes todas las cosas; Tú sabes que te amo”. O un corazón quebrantado y amor a los hijos de Dios. No desprecie esos frutos porque sean pequeños. Fueron plantados por el Espíritu, y lo que Él ha plantado también lo hará crecer.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Alzo, dat wijzelf van u roemen in de gemeenten Gods, over uw lijdzaamheid en geloof in al uw vervolgingen en verdrukkingen, die gij verdraagt; een bewijs van Gods rechtvaardig oordeel, opdat gij waardig geacht wordt het Koninkrijk Gods, voor hetwelk gij ook lijdt.
2 Thess. 1:4, 5
De Heere heeft het zo beschikt, dat Zijn volk door diepe en smartelijke wegen heen moet, want het is door vele of velerlei verdrukkingen dat zij moeten ingaan in het Koninkrijk Gods boven, en in de zoetheid en kracht van het Koninkrijk Gods hier beneden (Hand. 14:22). Maar ieder mens zet deze leerregel ter zijde, tenzij God hem er bevindelijk in leidt. Het is zulk een ruw en oneffen pad; het is zo strijdig met vlees en bloed; het is zo onverklaarbaar voor de natuur en rede, dat de mens, de hoogmoedige, wederstrevige mens, of hij een belijdenis heeft of niet, nooit zal geloven dat hij door vele verdrukkingen in het Koninkrijk moet ingaan. En dit is de oorzaak waarom zo velen een gemakkelijker weg vinden of zoeken te vinden dan de Heere voor Zijn volk verordend heeft.
Maar zal het Hoofd een pad bewandelen en de leden een ander pad? Zal de Bruidegom waden door zeeën van smart en de bruid nauwelijks haar voeten nat maken? Zal de Bruidegom gekruist worden in zwakheid en lijden, en zal er dan geen inwendige kruisiging plaatsvinden bij de teder beminde Zijns harten? Zal het Hoofd lijden: droefheid, doodsnoden, zuchten en sterven, en de leden dansen langs een pad met bloemen zonder inwendige smart of uitwendig lijden?
Bastaards mogen de roê ontkomen;
Hun leven hebben in ijdel vermaak.
Maar Gods weêrgeboren vrome
Kust de roede, die hij smaakt.
Doch misschien zijn er sommigen die in hun hart zeggen: Ik ben er wel van overtuigd, maar mijn lafhartig vlees deinst ervoor terug. Ik weet het: zal ik het hemels Kanaän bereiken, dan moet ik het bestemde deel van de beproevingen doorwandelen. Maar mijn schrikachtig vlees ziet ertegen op. Dit doet het. Volkomen waar! Wie zou zichzelf de beproevingen op de hals halen? Daarom laat de Heere deze beproevingen niet in uw handen, maar Hij Zelf bepaalt een zekere mate van beproevingen om te doormaken voor elkeen van Zijn volk. Zij zullen spoedig genoeg op u afkomen; gij behoeft ze niet vooruit te lopen. God brengt ze u toe op Zijn eigen tijd en op Zijn wijze.
En wat meer is, de Heere zal u er niet slechts inbrengen, maar ook doorhelpen en ook uithelpen, want het derde deel werd niet enkel in het vuur gebracht, maar ook door het vuur heen, opdat het Zijn Naam zou aanroepen. Wat zal onze genade zijn? Dit: verwaardigd te worden de Heere te vragen of Hij ons begiftigen wil met geloof en lijdzaamheid in de beproeving; Hem te smeken om kracht en ondersteuning om de storm te mogen doormaken; om als leem in Zijn hand te mogen zijn. Hem te vragen ons gelijkvormig te doen zijn aan het beeld van Zijn Zoon, ons te leiden door dit tranendal beneden en ons eindelijk bij Hem op te nemen in heerlijkheid.
Aan de lezer…
Deinst uw vlees terug voor de weg die voor u ligt? U weet dat het Koninkrijk Gods door vele verdrukkingen ingegaan wordt, en toch ziet u er met schrik tegen op. Wie zou zichzelf beproevingen op de hals halen? Maar bedenk: zou het Hoofd door zeeën van smart gaan, en de leden langs een pad met bloemen? Het ruwe pad is geen teken dat de Heere u vergeten heeft, maar dat u achter Hem aan gaat.
En weet dit: de beproevingen liggen niet in uw hand, maar in de Zijne. Hij bepaalt de mate, de tijd en de wijze; u behoeft ze niet vooruit te lopen. Die u erin brengt, zal u er ook doorhelpen en uithelpen. Vraag Hem dan om geloof en lijdzaamheid, om kracht en ondersteuning in de storm, en dat u als leem in Zijn hand mag zijn. Zo zal Hij u door dit tranendal leiden en u eindelijk bij Zich opnemen in heerlijkheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alzo, dat wijzelf van u roemen in de gemeenten Gods, over uw lijdzaamheid en geloof in al uw vervolgingen en verdrukkingen, die gij verdraagt; een bewijs van Gods rechtvaardig oordeel, opdat gij waardig geacht wordt het Koninkrijk Gods, voor hetwelk gij ook lijdt.
2 Thess. 1:4, 5
De Heere heeft het zo beschikt dat Zijn volk langs diepe en smartelijke wegen moet gaan, want het is door vele of velerlei verdrukkingen dat zij moeten ingaan in het Koninkrijk van God boven, en in de zoetheid en kracht van het Koninkrijk van God hier beneden (Hand. 14:22). Maar ieder mens zet deze leer opzij, tenzij God hem er bevindelijk in leidt. Het is zo’n ruw en oneffen pad; het druist zo in tegen vlees en bloed; het is zo onverklaarbaar voor natuur en verstand, dat de mens, de hoogmoedige, weerspannige mens, of hij nu een belijdenis heeft of niet, nooit zal geloven dat hij door vele verdrukkingen het Koninkrijk moet ingaan. En daarom vinden zovelen een gemakkelijker weg, of proberen die te vinden, dan de Heere voor Zijn volk heeft verordend.
Maar zal het Hoofd het ene pad gaan en de leden een ander pad? Zal de Bruidegom door zeeën van smart waden en de bruid nauwelijks haar voeten nat maken? Zal de Bruidegom gekruisigd worden in zwakheid en lijden, en zal er dan bij de teerbeminde van Zijn hart geen innerlijke kruisiging plaatsvinden? Zal het Hoofd lijden – droefheid, doodsnood, zuchten en sterven – en zullen de leden over een pad met bloemen dansen, zonder innerlijke smart of uiterlijk lijden?
Bastaards mogen de roê ontkomen;
Hun leven hebben in ijdel vermaak.
Maar Gods weêrgeboren vrome
Kust de roede, die hij smaakt.
Maar misschien zeggen sommigen in hun hart: Daar ben ik wel van overtuigd, maar mijn laf vlees deinst ervoor terug. Ik weet het: als ik het hemelse Kanaän wil bereiken, dan moet ik het bestemde deel van de beproevingen doorgaan. Maar mijn angstig vlees ziet ertegen op. Dat doet het. Volkomen waar! Wie zou zichzelf beproevingen op de hals halen? Daarom laat de Heere deze beproevingen niet in uw handen, maar bepaalt Hij Zelf voor ieder van Zijn volk een zekere mate van beproevingen om door te maken. Zij zullen snel genoeg op u afkomen; u hoeft er niet op vooruit te lopen. God brengt ze u op Zijn eigen tijd en op Zijn eigen wijze.
En wat meer is: de Heere zal u er niet alleen in brengen, maar u er ook doorheen helpen en uit helpen, want het derde deel werd niet alleen in het vuur gebracht, maar ook door het vuur heen, opdat het Zijn Naam zou aanroepen. Wat zal dan onze genade zijn? Dit: verwaardigd te worden de Heere te vragen of Hij ons met geloof en lijdzaamheid in de beproeving wil begiftigen; Hem te smeken om kracht en ondersteuning om de storm te mogen doorstaan; om als leem in Zijn hand te mogen zijn. Hem te vragen ons gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn Zoon, ons door dit tranendal hier beneden te leiden en ons ten slotte bij Zich op te nemen in heerlijkheid.
Aan de lezer…
Deinst uw vlees terug voor de weg die voor u ligt? U weet dat het Koninkrijk van God door vele verdrukkingen ingegaan wordt, en toch ziet u er met schrik tegen op. Wie zou zichzelf beproevingen op de hals halen? Maar bedenk: zou het Hoofd door zeeën van smart gaan, en de leden over een pad met bloemen? Het ruwe pad is geen teken dat de Heere u vergeten heeft, maar dat u achter Hem aan gaat.
En weet dit: de beproevingen liggen niet in uw hand, maar in de Zijne. Hij bepaalt de mate, de tijd en de wijze; u hoeft er niet op vooruit te lopen. Hij Die u erin brengt, zal u er ook doorheen en uit helpen. Vraag Hem dan om geloof en lijdzaamheid, om kracht en ondersteuning in de storm, en dat u als leem in Zijn hand mag zijn. Zo zal Hij u door dit tranendal leiden en u ten slotte bij Zich opnemen in heerlijkheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
So that we ourselves glory in you in the churches of God for your patience and faith in all your persecutions and tribulations that ye endure: which is a manifest token of the righteous judgment of God, that ye may be counted worthy of the kingdom of God, for which ye also suffer.
2 Thessalonians 1:4-5
The Lord has chosen that His people should pass through deep and cutting afflictions, for it is through much, or many tribulations, as the word really signifies, “through many tribulations” they are to enter the kingdom of God above, and into the sweetness and power of the kingdom of God below (Acts 14:22). But every man will resent this doctrine, except God has led him experimentally into it. It is such a rough and rugged path; it is so contrary to flesh and blood; it is so inexplicable to nature and reason, that man, proud, rebellious man, whether he be in a profession or whether he be out of a profession, will never believe that he must through much tribulation enter into the kingdom.
And this is the reason why so many find, or seek to find, a smoother way to glory than the Lord has appointed His saints to walk in. But shall the Head travel in one path, and the members in another? Shall the Bridegroom walk and wade through seas of sorrow, and the bride never so much as wet her feet with the water? Shall the Bridegroom be crucified in weakness and suffering, and there be no inward crucifixion for the dearly-beloved of His heart? Shall the Head suffer, grieve, agonize, groan, and die, and the members dance down a flowery road, without inward sorrow or outward suffering?
“Bastards may escape the rod,
Sunk in earthly, vain delight;
But the true-born child of God
Must not, would not, if he might.”
But, perhaps, there are some who say in their heart, “I am well convinced of this; but my coward flesh shrinks from it. I know if I am to reach the Canaan above, I must pass through the appointed portion of tribulation. But my coward flesh shrinks back.” It does! it does! Who would willingly bring trials upon himself? Therefore the Lord does not leave these trials in our hands; but He Himself appoints a certain measure of tribulation for each of His people to pass through. They will come soon enough; you need not anticipate them; you need not wish for them.
God will bring them, in His own time and in His own way; and what is more, God will not merely bring you into them, but God will bring you through them, and God will bring you out of them; for the third part was not merely brought into the fire, but through the fire, to cause them to call upon His Name. What, then, will be our mercy? It will be our mercy if enabled to ask the Lord to bless us with faith and patience under tribulation; to ask the Lord to give us strength to bear the storm; to lie as clay in His hands, and ask the Lord to conform us to the image of His Son, to guide us through this valley of tears below, and eventually to take us to be with Him above.
To the reader…
Does your flesh shrink back from the road that lies before you? You know that the kingdom of God is entered through much tribulation, and yet you dread it. Who would bring trials upon himself? But consider: should the Head go through seas of sorrow, and the members along a path of flowers? The rough path is no sign that the Lord has forgotten you, but that you are following after Him.
And know this: the trials do not lie in your hand, but in His. He appoints the measure, the time and the manner; you need not run ahead of them. He Who brings you into them will also bring you through them and out of them. Ask Him, then, for faith and patience, for strength and support in the storm, and that you may be as clay in His hand. So He will lead you through this valley of tears and at last receive you to Himself in glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Tanto, que nosotros mismos nos gloriamos de vosotros en las iglesias de Dios, de vuestra paciencia y fe en todas vuestras persecuciones y tribulaciones que sufrís: una demostración del justo juicio de Dios, para que seáis tenidos por dignos del reino de Dios, por el cual asimismo padecéis.
2 Tesalonicenses 1:4-5
El Señor ha dispuesto que Su pueblo pase por aflicciones profundas y cortantes, porque es por mucha, o muchas tribulaciones, como realmente significa la palabra, “por muchas tribulaciones” como han de entrar en el reino de Dios arriba, y en la dulzura y el poder del reino de Dios aquí abajo (Hechos 14:22). Pero todo hombre se resentirá de esta doctrina, a menos que Dios le haya llevado a ella de manera experimental. Es un camino tan áspero y escabroso; es tan contrario a la carne y la sangre; es tan inexplicable para la naturaleza y la razón, que el hombre, el hombre orgulloso y rebelde, ya sea que haga profesión de religión o no, nunca creerá que tiene que entrar en el reino por muchas tribulaciones.
Y esta es la razón por la que tantos hallan, o procuran hallar, un camino más llano hacia la gloria que el que el Señor ha señalado para que anden Sus santos. Pero ¿irá la Cabeza por un camino y los miembros por otro? ¿Andará el Esposo y vadeará mares de dolor, y la esposa nunca se mojará siquiera los pies en el agua? ¿Será el Esposo crucificado en flaqueza y sufrimiento, y no habrá crucifixión interior para la muy amada de Su corazón? ¿Sufrirá la Cabeza, se afligirá, agonizará, gemirá y morirá, y los miembros irán danzando por un camino florido, sin dolor interior ni sufrimiento exterior?
“Los bastardos pueden escapar de la vara,
hundidos en vano deleite terrenal;
pero el verdadero hijo de Dios
no debe, ni querría, aunque pudiera.”
Pero quizá hay algunos que dicen en su corazón: “Estoy bien convencido de esto; pero mi carne cobarde retrocede ante ello. Sé que si he de llegar a la Canaán de arriba, tengo que pasar por la porción señalada de tribulación. Pero mi carne cobarde retrocede.” ¡Así es! ¡Así es! ¿Quién traería pruebas sobre sí de buena gana? Por eso el Señor no deja estas pruebas en nuestras manos, sino que Él mismo señala cierta medida de tribulación por la que ha de pasar cada uno de Su pueblo. Vendrán bastante pronto; usted no necesita anticiparlas; no necesita desearlas.
Dios las traerá a Su tiempo y a Su manera; y lo que es más, Dios no solo le meterá en ellas, sino que Dios le hará pasar a través de ellas, y Dios le sacará de ellas; porque la tercera parte no solo fue metida en el fuego, sino pasada por el fuego, para que invocara Su Nombre. ¿Cuál será, pues, nuestra misericordia? Será nuestra misericordia si se nos concede pedir al Señor que nos bendiga con fe y paciencia en la tribulación; pedir al Señor que nos dé fuerza para soportar la tormenta; estar como barro en Sus manos y pedir al Señor que nos conforme a la imagen de Su Hijo, que nos guíe por este valle de lágrimas aquí abajo y que finalmente nos lleve a estar con Él arriba.
Al lector…
¿Retrocede su carne ante el camino que tiene delante? Usted sabe que se entra en el reino de Dios por muchas tribulaciones, y sin embargo lo teme. ¿Quién traería pruebas sobre sí? Pero considere: ¿iría la Cabeza por mares de dolor, y los miembros por un sendero de flores? El camino áspero no es señal de que el Señor le haya olvidado, sino de que usted le está siguiendo.
Y sepa esto: las pruebas no están en su mano, sino en la Suya. Él señala la medida, el tiempo y la manera; usted no necesita adelantarse a ellas. El que le mete en ellas también le hará pasar a través de ellas y le sacará de ellas. Pídale, pues, fe y paciencia, fuerza y sostén en la tormenta, y que pueda estar como barro en Su mano. Así le guiará por este valle de lágrimas y al fin le recibirá consigo en la gloria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl