Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

22 september Korenaren uit de volle oogst

Het koninkrijk Gods is niet gelegen in woorden, maar in kracht.
1 Korinthe 4:20

Het is door het Woord van God in de hand van de Geest dat dit koninkrijk in de ziel is opgericht. Heel Gods volk stemt hierin overeen, dat zij niet meer godsvrucht hebben dan innerlijke kracht. En het hele levende huisgezin zucht, ieder naar zijn mate en vermogen, om de openbaring van die Goddelijke kracht in hun ziel. Zij die onder de wet zijn en zwoegen onder hun zware last, zuchten om verlossing, en om door die verlossing Goddelijke kracht te ontvangen: een kracht die al hun zonden in de diepte van de zee zal werpen. Zij die geproefd hebben dat de Heere goed is, maar hun eerste liefde verloren hebben, geven al zuchtend uiting aan hun innerlijk verlangen naar kracht om hun ziel weer levend te maken.

Zij die omringd zijn door sterke verzoekingen en worstelen met vuile begeerten, ook al is het vaak tevergeefs, roepen om kracht om hun voeten te bevrijden uit de strik van de vogelvanger. Zij die hard zijn, hebben kracht nodig om zachter te worden. Zij die twijfelen en vrezen, hebben kracht nodig om geloof te krijgen. De afgedwaalde heeft kracht nodig om terug te keren, en wie wegzinkt om te zwemmen. Onder kracht versta ik iets vasts, wezenlijks, hemels, Goddelijks.

Hoe kunnen wij de kracht van een stoommachine bepalen? Wij zeggen: zij heeft zoveel paardenkrachten. Maar wie zou het in zijn hoofd halen een stoommachine van tweehonderd paardenkrachten te bouwen om stokken te breken en strohalmen op te rapen? Wij meten de kracht af aan haar uitwerking. Het ene staat in verhouding tot het andere. Zo zou ook de Heilige Geest, de God van alle kracht en macht, Zijn krachtige en weldadige hand niet uitsteken om in de ziel stokken te breken en strohalmen op te rapen.

Nee, Zijn werk is een werk dat God waardig is: een „werk van geloof met kracht”, omdat het voortkomt uit een God van macht. De God van Israël is geen Baäl die slaapt en gewekt moet worden, of die op reis is en dus te ver weg om te komen wanneer het nodig is. Hij is een Hulp Die in tijd van nood aanwezig is om te helpen. Door die verborgen macht worden valse verwachtingen weggevaagd, verrotte steunsels weggenomen en eigengerechtigheid vernietigd, en wordt de ziel geholpen en in staat gesteld op de Heere te steunen.

Deze kracht is geen lawaai of geschreeuw, maar de stille, zachte stem van Jezus in de ziel. Gods volk heeft geen uitwendige stem nodig. Zij zoeken naar die verborgen stem van het verzoenende bloed in hun geweten, dat betere dingen spreekt dan het bloed van Abel. Het innerlijke fluisteren van de hemelse liefde dat in hun ziel klinkt — niet de aardbeving van de verschrikking, niet het vuur van Gods toorn, maar de stille, zachte stem van vergeving en vrede — doet hen zich voor de Heere buigen en hun gezicht in hun mantel hullen. De koningin van Engeland hoeft in haar paleis niet luid te roepen om haar bevelen uitgevoerd te krijgen. Waar het woord van een koning is, daar is macht, of het nu van een aardse vorst komt of van de Koning van Sion. Daarom verlangen wij geen lawaai, drukte en opwinding, geen geraas en getier over het geloof. Wij verlangen naar innerlijk gevoel: het koninkrijk van God zelf, opgericht in het hart.

Psalm 111:4

Aan de lezer…

Herkent u dit? De ernstige vraag of uw godsdienst in woorden bestaat, of dat u iets van kracht kent, want het koninkrijk Gods is niet gelegen in woorden. Maar misschien zucht u juist omdat u zo weinig kracht in uzelf vindt. Bent u hard, en wilt u zacht worden? Twijfelt en vreest u? Bent u afgedwaald, of voelt u dat u wegzinkt? Dan staat u niet buiten dit levende huisgezin, maar zucht u met heel Gods volk mee om de openbaring van die Goddelijke kracht.

De God van Israël is geen Baäl die slaapt of op reis is. Hij is een Hulp Die in tijd van nood aanwezig is. Zijn werk is een werk dat God waardig is, en Hij steekt Zijn hand niet uit voor strohalmen. Laat Hem dan uw valse verwachtingen wegvagen en uw verrotte steunsels wegnemen. Het doet pijn als eigen gerechtigheid wordt vernietigd, maar zo leert de ziel op de Heere te steunen, en die steun bezwijkt nooit.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

22 september 365 dagen met Philpot

De treurigen Sions vertroost

Om de treurigen Sions te beschikken, dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest.
Jesaja 61:3

Toen God in Zijn oneindige wijsheid Zijn geliefde Zoon aanstelde om allen die treuren te troosten, stelde Hij Iemand aan Die in staat was het werk te doen. Niet alleen Iemand Wiens hart en genegenheden erbij betrokken waren, niet alleen Iemand Die ertoe bereid was, maar Iemand Die sterk genoeg was om het te kunnen doen, omdat Hij in Zijn heerlijke Persoon de oneindige sterkte en kracht van de Godheid bezat. Daarom zei de Heere: „Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een Verkorene uit het volk verhoogd” (Ps. 89:20). Hij kwam op de door God bepaalde tijd, en de Heilige Geest rustte zonder mate op Hem en zalfde Hem om deze blijde boodschap te brengen: „om te verbinden de gebrokenen van hart, om de gevangenen vrijheid uit te roepen, en de gebondenen opening der gevangenis” (Jes. 61:1). Zowel Zijn aanstelling tot deze taak als de vervulling ervan komen geheel uit genade voort.

Het schepsel heeft hierin geen aandeel, en ik heb geen enkel woord gelezen over hun verdienste of hun goede werken. Ze treuren weliswaar, maar God ziet geen verdienste in tranen, niet in treuren, niet in lijden en niet in smart. Al waren hun ogen een fontein van tranen, die zou geen enkele zonde kunnen afwassen. Als de Heere dus met medelijden op deze treurigen neerziet, is dat geheel uit Zijn genade. Zijn ogen zijn gericht op hun beproevingen en Zijn hart leeft mee met hun verzoekingen, want Hij Zelf werd in de dagen van Zijn vlees op dezelfde wijze verzocht. Hij voelt met hen mee in hun bezoekingen, want ook Hij was een „Man van smarten en verzocht in krankheid” (Jes. 53:3).

Maar Hij heeft niet alleen medelijden. Medelijden zonder hulp heeft geen zin. Daarom helpt Hij, en leeft Hij ook mee. Zo geeft Hij hun sieraad voor as. We hebben hen in de as zien zitten, treurend over hun zonden en smarten, bittere dingen over zichzelf schrijvend, omdat ze van binnen en van buiten weinig anders zien dan ellende en dood. Dan komt Hij en spreekt door Zijn gezegende Geest een woord van vergeving of vrede tot hun hart en geweten.

Als dit woord met goddelijke kracht in hun ziel komt, verdwijnt de as. Dat wil zeggen: het neemt het gevoel van verderf en ellende weg dat hen vervult, het neemt hun droefheid en smart weg en doet hun gezicht stralen. Zo geeft Hij hun schoonheid, maar wiens schoonheid? Niet die van henzelf, maar die van Hem. Maar hoe kan Hij hun Zijn schoonheid geven? Kan die worden overgedragen? Ja, door hun een blik op Hemzelf te schenken, volgens de belofte: „Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid” (Jes. 33:17). Als hun ogen de Koning in Zijn schoonheid zien, als ze een glimp van Zijn heerlijk aangezicht opvangen, dan straalt de schoonheid van Zijn gezicht terug op het hunne.

Lezen: Psalm 89:1-25

Aan de lezer…

Deze woorden gelden de treurigen Sions, maar zoekt u in uw tranen nog iets van verdienste? Denkt u soms dat uw treuren u wat dichter bij God brengt, of dat de Heere eerder naar u zal omzien als u maar genoeg berouw voelt? Ach, al waren uw ogen een fontein van tranen, ze konden geen enkele zonde afwassen. Maar laat dat u niet ontmoedigen. Juist omdat er in u niets te vinden is, is alles wat de Heere aan treurigen doet geheel uit Zijn genade.

Hij is een Held, sterk om te helpen, en een Man van smarten, Die weet hoe het u te moede is. Hij heeft niet alleen medelijden, maar Hij helpt ook. Eén woord van vergeving of vrede door Zijn Geest, en de as verdwijnt. Hij geeft u dan geen schoonheid van uzelf, maar van Hem. Vraag Hem daarom niet in de eerste plaats om betere gevoelens, maar om een blik op Hemzelf. Wie de Koning in Zijn schoonheid ziet, op diens gezicht straalt iets van Zijn glans terug.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

22 september Door Baca’s vallei

Vader, Ik wil, dat daar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld.
Johannes 17:24

Hoe groot, hoe verheven boven alles wat mensen of engelen kunnen uitspreken of begrijpen, moet de heerlijkheid van Christus zijn als de Zoon van de Vader in waarheid en liefde! En de Heere Jezus Christus is niet alleen heerlijk in Zijn wezenlijke Godheid als de Zoon van God, maar ook in Zijn heilige, vlekkeloze mensheid, die Hij aannam in de schoot van de maagd Maria. Want hoewel die mensheid het vlees en bloed van de kinderen was, was zij het Heilige, ontvangen van de Heilige Geest, en verenigd met Zijn eeuwige Godheid, zodat Hij Immanuël kon zijn, God met ons. De zuiverheid, heiligheid en onschuld, de vlekkeloze schoonheid en volkomen volmaaktheid van deze menselijke natuur maken haar in zichzelf buitengewoon heerlijk. Maar haar grote heerlijkheid ligt in de vereniging die zij heeft en geniet met de Goddelijke natuur van de Zoon van God. De zuivere mensheid van de Heere Jezus Christus omsluiert Zijn Godheid, en toch schijnt de Godheid erdoorheen; zij vervult haar met onuitsprekelijke glans en beschijnt haar met een onbegrijpelijke heerlijkheid.

Er is geen verwarring of vermenging van de twee naturen, want de mensheid kan niet de Godheid worden, en de Godheid niet de mensheid; elke natuur blijft afzonderlijk, en iedere natuur heeft haar eigen bijzondere heerlijkheid. Maar er is ook een heerlijkheid in de vereniging van beide naturen in de Persoon van de Godheid. Dat zo’n wijsheid ontplooid moest worden, zo’n genade aan het licht gebracht, zo’n liefde geopenbaard; dat de vereniging van de twee naturen in de Persoon van de Zoon van God niet alleen, om zo te zeggen, eenmaal zou plaatsvinden, maar zou blijven voortbestaan; en dat de zaligheid met al haar huidige vruchten van genade en al haar toekomstige vruchten van heerlijkheid zo gehandhaafd zou worden: dat maakt de vereniging van de twee naturen zo onuitsprekelijk heerlijk.

Laten we er verder op letten dat de kerk door de vereniging van de menselijke natuur met de Goddelijke in de nauwste en innigste gemeenschap is gebracht met de Vader en de Heilige Geest. Wat een heerlijkheid wordt er dan gezien in de verheerlijking van de Persoon van de Godmens! Als God is Hij één met God, en als mens is Hij één met de mens; zo is Hij als mens verenigd met God, en God met de mens. Daarin worden deze wonderlijke woorden vervuld: „Opdat zij allen één zijn; gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn.” En opnieuw: „Ik in hen, en Gij in Mij, opdat zij volmaakt zijn in één.” Zo is er dus de heerlijkheid van Christus als God, de heerlijkheid van Christus als mens, en de heerlijkheid van Christus als Godmens.

En deze drievoudige heerlijkheid komt in zekere mate overeen met wat Hij was voordat Hij in de wereld kwam, met wat Hij was toen Hij in de wereld was, en met wat Hij nu is, nu Hij naar de Vader is heengegaan, volgens Zijn eigen woorden, Joh. 16:28. Voordat Hij in de wereld kwam, was Zijn hoogste heerlijkheid wat Hem eigen was als de Zoon van God. Terwijl Hij in de wereld was, was Zijn hoogste heerlijkheid dat Hij de Zoon des mensen was. En nu Hij naar de hemel is heengegaan, is Zijn hoogste heerlijkheid dat Hij God en mens is in één heerlijk Persoon. Deze laatste heerlijkheid van Christus is in bijzondere zin Zijn middelaarsheerlijkheid. Zij wordt hier door het geloof aanschouwd en zal hierna van aangezicht tot aangezicht gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid.

De drie discipelen op de berg van de verheerlijking, Stefanus toen hij de marteldood stierf, Paulus toen hij werd opgetrokken in de derde hemel, Johannes op het eiland Patmos: zij hebben allen bijzondere en bovennatuurlijke openbaringen gehad van de heerlijkheid van Christus, dat wil zeggen openbaringen die uitgaan boven wat gewoonlijk aan een gelovige gegeven wordt. Maar de gewone manier waarop wij nu Zijn heerlijkheid aanschouwen, is door de Heilige Geest, Die Hem verheerlijkt door het uit het Zijne te nemen en het aan de ziel te openbaren. Deze Goddelijke en gezegende Leraar getuigt van Hem en neemt het deksel van onwetendheid en ongeloof weg dat Hem voor de ziel verbergt. Hij schijnt met een heilig en stralend licht op de Schrift die van Hem spreekt, wekt het geloof op om in Zijn Naam te geloven, en verlicht de ogen van het verstand, zodat men op Hem kan zien. En hoewel Hij niet met het lichamelijk oog gezien wordt, wordt Hij bemind, liefgehad en geloofd, en verblijdt de ziel zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde. Zo met het oog van het geloof gezien in wat Hij is en heeft, in wat Hij zegt en doet, wordt Hij dierbaar en heerlijk.

Zijn wonderen van genade toen Hij op aarde was; Zijn woorden, zo vol genade, wijsheid en waarheid; Zijn gaan door het land, goeddoende; Zijn uitnemend voorbeeld van lijdzaamheid, zachtmoedigheid en onderworpenheid; Zijn lijden en smarten in de hof en aan het kruis; Zijn vlekkeloze heiligheid en reinheid; Zijn verzoenend bloed en rechtvaardigmakende gehoorzaamheid; Zijn stervende liefde, zo sterk en krachtig en toch zo beproefd door de wereld, de hemel en de hel; Zijn nederige en toch eervolle begrafenis; Zijn heerlijke opstanding als de Eerstgeborene uit de doden, waardoor Hij krachtig bewezen werd de Zoon van God te zijn; Zijn zitten aan de rechterhand van de Vader, waar Hij regeert en de scepter zwaait, nu Hem alle macht gegeven is in de hemel en op de aarde, en waar Hij nog voor Zijn volk pleit als de Hogepriester over het huis van God — wat een schoonheid en heerlijkheid stralen er uit al deze Goddelijke werkelijkheden, wanneer het geloof ze ziet in verbinding met het werk en de Persoon van Immanuël!

Aan de lezer…

Hoe wonderlijk is het wanneer een ziel iets van deze heerlijkheid mag zien! Hebt u dat ooit gekend? Niet met het lichamelijk oog, zoals de discipelen op de berg of Johannes op Patmos, maar met het oog van het geloof, wanneer de Heilige Geest het deksel van onwetendheid en ongeloof wegnam en u één blik op Christus gaf? Klaagt u misschien dat het deksel nog zo vaak op uw hart ligt en dat Hij zo verborgen voor u is? Vraag dan de Geest, Die Hem verheerlijkt, om het uit het Zijne te nemen en het aan uw ziel te openbaren.

En vergeet niet wat er staat: „Vader, Ik wil, dat daar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt.” Wat hier slechts bij ogenblikken door het geloof aanschouwd wordt, zal hierna van aangezicht tot aangezicht gezien worden. Dat is de wil en de bede van de Zoon Zelf. Hoe arm en duister het nu ook in u is, Hij is dezelfde: God en mens in één heerlijk Persoon, de Hogepriester Die nog voor Zijn volk pleit.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina