Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

22 april Korenaren uit de volle oogst

De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
Psalm 119:130

Het woord „slechte” betekent letterlijk iets wat niet samengevouwen of samengevlochten is. Maar door het verraderlijke en uiterst bedrieglijke hart van de mens zijn allen, zonder onderscheid, in zeker opzicht juist het tegenovergestelde. Al hun plannen en hun streven naar wereldse winst of vleselijk genot zijn verward en samengesteld, en zij zijn voortdurend bezig een of meer draden van vleselijke berekening samen te vlechten. Maar wanneer God de Heilige Geest met Zijn genade begint te werken in de zielen van de uitverkorenen, begint Hij (als ik het zo mag zeggen) hun vlechtwerk los te maken. Hij grijpt het touw dat Satan en hun eigen hart jarenlang samen gevlochten hebben, en Hij ontwart het over de hele lengte. Dan zijn de strengen niet meer zoals vroeger ineengedraaid, maar los, gescheiden en van elkaar gescheurd.

Het licht dat uit de volheid van Jezus in de ziel straalt, ontdekt een mens aan de bochten, de kronkels en de verwikkelingen van het bedrog en de huichelarij waaraan hij schuldig staat. Een mens wordt „slecht” (eenvoudig) gemaakt, wanneer de vouwen en rimpels van zijn hart zijn uitgeschud en hij gaat zien en voelen dat God in hem ziet. Hij ziet dat Gods oog doordringt in elke schuilhoek van zijn binnenste, en dat er geen gedachte in zijn hart is „en geen woord op zijn tong, of de Heere weet het alles” (Ps. 139:4).

Dit karakter wordt duidelijk zichtbaar in Nathanaël. Dat ontwarren en losmaken had in zijn ziel plaatsgevonden. Hij had onder de vijgenboom gezeten, en terwijl hij daar knielde en bad, zag Gods oog in zijn binnenste. Zoals een bliksemstraal in een ogenblik door een rol ijzerdraad schiet, zo ging het ook toen het oog van God in Nathanaëls ziel las: die plotselinge lichtstraal ontwarde en ontblootte de schuilhoeken van zijn hart en maakte hem tot een verstandig mens voor Zijn aangezicht, „een Israëliet, in wie waarlijk geen bedrog was” (Joh. 1:48).

Gij hebt mijn gans gestel doorgrond,
zelfs voor mijn eerste levensstond.

Ps. 139:7

Aan de lezer…

Hebt u ooit gevoeld, lezer, dat Gods oog tot in de schuilhoeken van uw hart doordrong? Dat al uw plannetjes en verborgen bedoelingen, zo zorgvuldig samengevlochten, ineens bloot kwamen te liggen? Dat is een pijnlijk ogenblik, en het hart wil liever weglopen dan stilstaan. Maar schrik er niet voor terug. Het is de Heilige Geest Die het vlechtwerk losmaakt, en Hij doet het niet om te verderven, maar om eenvoudig te maken.

Nathanaël werd onder de vijgenboom doorzien, en juist daar bleek hij een Israëliet in wie geen bedrog was. Zo mag het ook u gaan. Het licht dat uit de volheid van Jezus in de ziel straalt, ontdekt de kronkels, maar het is ook het licht dat verstandig maakt. Bid dan niet dat Hij Zijn oog van u afwendt, maar dat Hij u oprecht maakt voor Zijn aangezicht. Er is geen woord op uw tong of Hij weet het; en Hij kent ook het zuchten van een hart dat waar wil zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

22 april 365 dagen met Philpot

Vervolgen de Heere te kennen

Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de Heere te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3

Zolang wij de Heere niet bevindelijk kennen, zolang wij Jezus niet kennen door Zijn eigen lieflijke openbaringen, is de wolk boven onze godsdienst niet weggenomen. Twijfel, vrees, moedeloosheid en onverklaarbare raadselen zullen op onze weg liggen, zowel in de voorzienigheid als in de genade. Maar wanneer wij tot de kennis van Jezus worden gebracht, is het alsof de zon op de middag schijnt. Zolang de zon niet schijnt, bedekken mist en nevel het uitzicht; maar wanneer de zon opgaat, verdrijft zij de nevels en ligt het hele pad duidelijk voor het oog. Zo is het ook wanneer de Heere de ziel in een lieflijke gemeenschap met Jezus brengt en Hij bevindelijk gekend wordt. Dan ziet zij dat de Heere haar al die jaren in de woestijn heeft geleid. Dan weet zij hoe vriéndelijk, hoe minzaam, hoe genadig en wijs Hij met haar heeft gehandeld. Dan voelt zij als een zaak van persoonlijke bevinding dat alle dingen medewerken ten goede, degenen die God liefhebben.

Lezen: Psalm 136

Aan de lezer…

Hoe donker kan het zijn wanneer er een wolk over de weg hangt, en twijfel, vrees en moedeloosheid de metgezellen zijn, terwijl men niets begrijpt van de leiding van de Heere, niet in de voorzienigheid en niet in de genade! Misschien kent u dat. Zo is het zolang de ziel de Heere nog niet bevindelijk kent. Mist en nevel bedekken het uitzicht, en geen eigen inspanning kan ze verdrijven. Wees eerlijk: menige oprecht zoekende ziel moet lang door die nevel gaan.

Maar Zijn uitgang is bereid als de dageraad. Wanneer de Heere de ziel in lieflijke gemeenschap met Jezus brengt, is het alsof de zon op de middag schijnt. Dan ziet zij dat Hij haar al die jaren in de woestijn geleid heeft, en hoe vriendelijk, genadig en wijs Hij met haar gehandeld heeft. Blijf dan vervolgen om Hem te kennen. De zon zal opgaan, en dan zult u ervaren dat alle dingen hebben meegewerkt ten goede.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

22 april Door Baca’s vallei

Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.
1 Johannes 3:2

Wat Christus is voor de kerk en wat de kerk is voor Christus, kan aan deze kant van het graf niet naar waarde gekend worden. Dat wordt bewaard voor de eeuwigheid, wanneer het geloof zal overgaan in aanschouwen en de hoop in genieten. En zelfs dan geldt het volgende. Hoe ver de krachten en vermogens van de verheerlijkte zielen en lichamen van de heiligen ook boven alle huidige begrip ontwikkeld mogen zijn, hoezeer zij ook gelijkvormig zijn aan het heerlijke beeld van Christus, en hoezeer zij ook in vervoering zijn door de ontdekkingen van Zijn heerlijkheid en doordat zij Hem zien zoals Hij is, op een onbewolkte dag: nee, zelfs dan zal de uiterste grens van de liefde van het schepsel, of de hoogste helderheid van het kenvermogen van het schepsel, de liefde van Christus die de kennis te boven gaat, niet volledig omvatten of volledig kunnen begrijpen, in de tijd noch in de eeuwigheid. Want deze liefde is in zichzelf wezenlijk onbegrijpelijk, vanwege haar oneindigheid en Goddelijkheid.

Wie kan de totale hoeveelheid licht en warmte berekenen die de zon bevat en uitstraalt? Hoe heerlijk schijnt zij op een heldere dag tegen het middaguur! Wij zien, voelen en genieten van haar licht en heldere stralen, maar wie kan de miljarden stralen tellen die zij op het oppervlak van de aarde uitzendt, terwijl zij haar licht, warmte en vruchtbaarheid aan elk deel van die aarde meedeelt? Als het schepsel al zo groot, heerlijk en onbegrijpelijk is, hoeveel groter, voortreffelijker en onbegrijpelijker moet de Schepper Zelf dan zijn!

Het getuigenis van de Schrift over de heiligen in de heerlijkheid is dat zij, wanneer Christus zal verschijnen, aan Hem gelijk zullen zijn, want zij zullen Hem zien zoals Hij is. Dan zullen zij de Heere zien van aangezicht tot aangezicht en kennen zoals zij gekend zijn. Hun vernederd lichaam zal aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig zijn, en zij zullen met Zijn beeld verzadigd worden wanneer zij ontwaken. Zij zullen ook voor de troon van God zijn en Hem dag en nacht dienen in Zijn tempel. Hun zon zal niet meer ondergaan, want de Heere zal hun tot een eeuwig licht zijn, en een uitnemend eeuwig gewicht van heerlijkheid zal hun deel zijn. Daarbij zullen zij schijnen als de zon aan het uitspansel en als de sterren, voor altijd en eeuwig.

Maar wanneer wij al dit onuitsprekelijke heil en deze heerlijkheid overdenken, moeten wij erkennen dat er in de Godheid onbegrensde diepten zijn die geen schepsel, hoe rijk het ook gezegend is, ooit kan doorgronden. God is mens geworden, maar een mens kan nooit God worden. God kent ons door en door, maar wij kunnen God niet volledig kennen. Want zowel in de eeuwigheid als in de tijd blijft voor het schepsel dit Woord van kracht: „Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe de Almachtige vinden? Zij is als de hoogste hemelen; wat kunt gij doen? dieper dan de zee; wat kunt gij weten? Langer dan de aarde is haar maat en breder dan de zee.” Maar als wij geloven dat zelfs de eeuwigheid de hoogten en diepten van de liefde van een drie-enig God niet volledig zal ontdekken, hoe weinig zal daarvan dan in de tijd gekend worden! En toch is dat weinige de enige balsem in alle smart, de enige grond van ware rust en vrede.

Aan de lezer…

Geliefde lezer, valt het u zwaar om te geloven dat u een kind van God bent, nu u nog zo weinig van Zijn heerlijkheid ziet en zoveel smart draagt? Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Wat Christus voor Zijn kerk is, kan aan deze kant van het graf niet naar waarde gekend worden. Wij zien maar enkele stralen van de zon, en kunnen de miljarden niet tellen.

Maar dat weinige is niet niets. Het is de enige balsem in alle smart en de enige grond van ware rust en vrede. Is uw kennis klein en uw zicht beneveld, houd dan vast wat beloofd is: als Hij zal geopenbaard zijn, zullen wij Hem gelijk wezen, want wij zullen Hem zien gelijk Hij is. Dan gaat het geloof over in aanschouwen en de hoop in genieten, en zal de zon niet meer ondergaan. Tot die tijd mag de liefde die de kennis te boven gaat, u dragen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina