6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
Psalm 119:130
Het woord „slechte” betekent naar de letter iets dat niet samengevouwen of samengevlochten is. Maar ten gevolge van het verraderlijke en hoogst bedriegelijke hart des mensen zijn allen, zonder onderscheid, in zeker opzicht juist het tegengestelde. Al hun plannen en hun streven naar werelds voordeel of vleselijk genot zijn verward en samengesteld, en zij zijn steeds bezig een of meer draden van vleselijk beleid samen te vlechten. Maar wanneer God de Heilige Geest met Zijn genade begint te werken op de zielen der uitverkorenen, begint Hij (als ik het zo zeggen mag) hun vlechtwerk los te maken. Hij grijpt het touw dat Satan en hun eigen hart jaren achtereen samen hebben gevlochten, en Hij ontwart het in zijn gehele lengte, zodat de strengen niet meer als tevoren ineen zijn gedraaid, maar los, gescheiden en van elkander gescheurd. Het licht dat in de ziel straalt uit de volheid van Jezus, ontdekt aan een mens de bochten, de kromten, het ingewikkelde van het bedrog en de huichelarij waaraan hij schuldig staat. Een mens wordt „slecht” (eenvoudig) gemaakt, wanneer de vouwen en rimpels van zijn hart zijn uitgeschud en hij ertoe gebracht is te zien en te gevoelen dat God in hem ziet; dat Zijn oog doordringt in elke schuilhoek van zijn boezem; en dat er geen gedachte in zijn hart is, „en geen woord op zijn tong, of de Heere weet het alles” (Ps. 139:4).
Dit karakter wordt door Nathanaël duidelijk voorgesteld. Dat ontwarren en losmaken had in zijn ziel plaatsgehad. Hij had gezeten onder de vijgenboom, en terwijl hij daar knielde en bad, zag Gods oog in zijn binnenste; en zoals een bliksemstraal in een ogenblik door een rol ijzerdraad loopt, zo ook, toen het oog van God in Nathanaëls ziel las, ontwarde en ontblootte die plotselinge lichtstraal de schuilhoeken van zijn hart en maakte hem tot een verstandig mens vóór Hem — „een Israëliet, in wie waarlijk geen bedrog was” (Joh. 1:48).
Gij hebt mijn gans gestel doorgrond,
zelfs voor mijn eerste levensstond.
Ps. 139:7
Aan de lezer…
Hebt u ooit gevoeld, lezer, dat Gods oog tot in de schuilhoeken van uw hart doordrong? Dat al uw plannetjes en verborgen bedoelingen, zo zorgvuldig samengevlochten, ineens bloot kwamen te liggen? Dat is een pijnlijk ogenblik, en het hart wil liever weglopen dan stilstaan. Maar schrik er niet voor terug. Het is de Heilige Geest Die het vlechtwerk losmaakt, en Hij doet het niet om te verderven, maar om eenvoudig te maken.
Nathanaël werd onder de vijgenboom doorzien, en juist daar werd hij een Israëliet in wie geen bedrog was. Zo mag het ook u gaan. Het licht dat uit de volheid van Jezus in de ziel straalt, ontdekt de kromten, maar het is ook het licht dat verstandig maakt. Bid dan niet dat Hij Zijn oog van u afwendt, maar dat Hij u oprecht maakt voor Zijn aangezicht. Er is geen woord op uw tong of Hij weet het; en Hij weet ook het zuchten van een hart dat waar wil zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
Psalm 119:130
Het woord „slechte” betekent letterlijk iets wat niet samengevouwen of samengevlochten is. Maar door het verraderlijke en uiterst bedrieglijke hart van de mens zijn allen, zonder onderscheid, in zeker opzicht juist het tegenovergestelde. Al hun plannen en hun streven naar wereldse winst of vleselijk genot zijn verward en samengesteld, en zij zijn voortdurend bezig een of meer draden van vleselijke berekening samen te vlechten. Maar wanneer God de Heilige Geest met Zijn genade begint te werken in de zielen van de uitverkorenen, begint Hij (als ik het zo mag zeggen) hun vlechtwerk los te maken. Hij grijpt het touw dat Satan en hun eigen hart jarenlang samen gevlochten hebben, en Hij ontwart het over de hele lengte. Dan zijn de strengen niet meer zoals vroeger ineengedraaid, maar los, gescheiden en van elkaar gescheurd.
Het licht dat uit de volheid van Jezus in de ziel straalt, ontdekt een mens aan de bochten, de kronkels en de verwikkelingen van het bedrog en de huichelarij waaraan hij schuldig staat. Een mens wordt „slecht” (eenvoudig) gemaakt, wanneer de vouwen en rimpels van zijn hart zijn uitgeschud en hij gaat zien en voelen dat God in hem ziet. Hij ziet dat Gods oog doordringt in elke schuilhoek van zijn binnenste, en dat er geen gedachte in zijn hart is „en geen woord op zijn tong, of de Heere weet het alles” (Ps. 139:4).
Dit karakter wordt duidelijk zichtbaar in Nathanaël. Dat ontwarren en losmaken had in zijn ziel plaatsgevonden. Hij had onder de vijgenboom gezeten, en terwijl hij daar knielde en bad, zag Gods oog in zijn binnenste. Zoals een bliksemstraal in een ogenblik door een rol ijzerdraad schiet, zo ging het ook toen het oog van God in Nathanaëls ziel las: die plotselinge lichtstraal ontwarde en ontblootte de schuilhoeken van zijn hart en maakte hem tot een verstandig mens voor Zijn aangezicht, „een Israëliet, in wie waarlijk geen bedrog was” (Joh. 1:48).
Gij hebt mijn gans gestel doorgrond,
zelfs voor mijn eerste levensstond.
Ps. 139:7
Aan de lezer…
Hebt u ooit gevoeld, lezer, dat Gods oog tot in de schuilhoeken van uw hart doordrong? Dat al uw plannetjes en verborgen bedoelingen, zo zorgvuldig samengevlochten, ineens bloot kwamen te liggen? Dat is een pijnlijk ogenblik, en het hart wil liever weglopen dan stilstaan. Maar schrik er niet voor terug. Het is de Heilige Geest Die het vlechtwerk losmaakt, en Hij doet het niet om te verderven, maar om eenvoudig te maken.
Nathanaël werd onder de vijgenboom doorzien, en juist daar bleek hij een Israëliet in wie geen bedrog was. Zo mag het ook u gaan. Het licht dat uit de volheid van Jezus in de ziel straalt, ontdekt de kronkels, maar het is ook het licht dat verstandig maakt. Bid dan niet dat Hij Zijn oog van u afwendt, maar dat Hij u oprecht maakt voor Zijn aangezicht. Er is geen woord op uw tong of Hij weet het; en Hij kent ook het zuchten van een hart dat waar wil zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The entrance of Thy words giveth light; it giveth understanding unto the simple.
Psalm 119:130
The word “simple” means literally something which is not folded or twisted together. But owing to the treacherous and desperately deceitful heart of man, all, without exception, in a state of nature are the reverse of this. All their plots and contrivances for worldly profit or fleshly pleasure are tangled and complicated; and they are continually twisting together some thread or other of carnal policy.
But when God the Holy Spirit begins the work of grace upon the souls of the elect, He proceeds (if I may use the expression) to untwist them. He takes hold of that rope which Satan and their own hearts have been twisting together for years, and He untwists it throughout its whole length, so as to leave the strands not intertwined as before, but sifted, separated, and isolated from each other.
The light that shines into the soul out of the fullness of Jesus discovers to a man the tortuousness, the crookedness, the complicated deceit and hypocrisy of which he is guilty. A man then is made “simple,” when the folds and rumples of his heart are shaken out, and he is brought to see and feel that God looks into him; that His eye penetrates into every recess of his bosom; and that there is not a thought in his heart, nor “a word in his tongue, but the Lord knows it altogether” (Psalm 139:4).
This character is aptly represented by Nathanael. He had gone through this untwisting work in his soul. He had been under the fig-tree, and while kneeling and praying there, the eye of God looked into him, and just as a flash of lightning runs, in a moment, through a coil of wire, so, when the eye of God looked into Nathanael’s soul, that instantaneous flash unraveled and untwisted the devices of his heart, and made him a simple man before Him—“an Israelite indeed, in whom there was no deceit” (John 1:47).
To the reader…
Have you ever felt, dear reader, that God’s eye penetrated into the hidden corners of your heart? That all your little schemes and secret intentions, so carefully twisted together, were suddenly laid bare? That is a painful moment, and the heart would rather run away than stand still. But do not shrink back from it. It is the Holy Spirit Who untwists the tangle, and He does it not to destroy, but to make simple.
Nathanael was seen through under the fig tree, and it was there that he proved to be an Israelite in whom was no guile. So it may be with you too. The light that shines into the soul out of the fulness of Jesus uncovers the crooked ways, but it is also the light that gives understanding. So do not pray that He will turn His eye away from you, but that He will make you upright before His face. There is not a word in your tongue but He knows it; and He also knows the sighing of a heart that longs to be true.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El principio de Tus palabras alumbra; hace entender a los simples.
Salmo 119:130
La palabra “simple” significa literalmente algo que no está plegado ni retorcido junto. Pero a causa del corazón traicionero y perverso en gran manera del hombre, todos, sin excepción, en el estado de naturaleza son lo contrario. Todas sus tramas y artificios para el provecho mundano o el placer carnal son enredados y complicados; y continuamente están retorciendo juntos algún hilo de política carnal.
Pero cuando Dios el Espíritu Santo comienza la obra de gracia en las almas de los elegidos, procede (si se me permite la expresión) a destorcerlos. Toma aquella cuerda que Satanás y su propio corazón han estado retorciendo durante años, y la destuerce en toda su longitud, de modo que los cabos no queden entrelazados como antes, sino cernidos, separados y apartados unos de otros.
La luz que resplandece en el alma desde la plenitud de Jesús descubre al hombre la tortuosidad, la perversidad, el engaño complicado y la hipocresía de que es culpable. Un hombre es hecho “simple” cuando se sacuden los pliegues y arrugas de su corazón, y es llevado a ver y sentir que Dios mira dentro de él; que Su ojo penetra en cada rincón de su pecho; y que no hay pensamiento en su corazón, ni “palabra en su lengua”, que el Señor no la sepa toda (Salmo 139:4).
Este carácter está bien representado por Natanael. Él había pasado por esta obra de destorcimiento en su alma. Había estado debajo de la higuera, y mientras estaba allí arrodillado y orando, el ojo de Dios miró dentro de él; y así como un relámpago recorre en un instante una bobina de alambre, así, cuando el ojo de Dios miró dentro del alma de Natanael, aquel destello instantáneo desenredó y destorció los artificios de su corazón, y le hizo un hombre simple delante de Él: “un verdadero israelita, en el cual no hay engaño” (Juan 1:47).
Al lector…
¿Ha sentido alguna vez, querido lector, que el ojo de Dios penetraba en los rincones ocultos de su corazón? ¿Que todos sus pequeños planes e intenciones secretas, tan cuidadosamente retorcidos juntos, quedaban de pronto al descubierto? Es un momento doloroso, y el corazón preferiría huir antes que quedarse quieto. Pero no retroceda ante ello. Es el Espíritu Santo quien destuerce el enredo, y no lo hace para destruir, sino para hacer simple.
Natanael fue visto por dentro debajo de la higuera, y fue allí donde resultó ser un israelita en el cual no había engaño. Así puede ser también con usted. La luz que resplandece en el alma desde la plenitud de Jesús descubre los caminos torcidos, pero es también la luz que da entendimiento. No ore, pues, para que Él aparte de usted Su ojo, sino para que le haga recto delante de Su rostro. No hay palabra en su lengua que Él no la sepa; y conoce también el suspiro de un corazón que anhela ser verdadero.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Vervolgen de Heere te kennen
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de Heere te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
Zolang wij niets bevindelijk van de Heere kennen, zolang wij niets van Jezus kennen door Zijn eigen liefelijke openbaringen, is de wolk van onze godsdienst niet opgeheven. Twijfel, vrees, moedeloosheid en onverklaarbare verborgenheden zullen op onze weg zijn, zowel in de voorzienigheid als in de genade. Maar wanneer wij gebracht worden tot kennis van Jezus, is het als wanneer de zon schijnt op de middag. Totdat de zon schijnt, bedekken mist en nevel het uitzicht, maar wanneer de zon opgaat, verdringt zij de nevels en ligt het hele pad duidelijk voor het oog. Zo ook, wanneer de Heere de ziel stelt in een liefelijke gemeenschap met Jezus, en Hij bevindelijk gekend wordt, dan ziet zij dat de Heere haar al die jaren in de woestijn leidde; dan weet zij hoe vriéndelijk, hoe minzaam, hoe genadevol en wijs Hij met haar heeft gehandeld; dan voelt zij het als een zaak van persoonlijke bevinding dat alle dingen medewerken ten goede, degenen die God liefhebben.
Lezen: Psalm 136
Aan de lezer…
Hoe donker kan het zijn wanneer er een wolk over de weg hangt, en twijfel, vrees en moedeloosheid de metgezellen zijn, terwijl men niets begrijpt van de leiding van de Heere, noch in de voorzienigheid noch in de genade! Misschien kent u dat. Zo is het zolang de ziel de Heere nog niet bevindelijk kent. Mist en nevel bedekken het uitzicht, en geen eigen inspanning kan ze verdrijven. Wees eerlijk: menig oprecht zoekende ziel moet lang in die nevel gaan.
Maar Zijn uitgang is bereid als de dageraad. Wanneer de Heere de ziel in liefelijke gemeenschap met Jezus brengt, is het alsof de zon op de middag schijnt. Dan ziet zij dat Hij haar al die jaren in de woestijn geleid heeft, en hoe vriendelijk, genadevol en wijs Hij met haar gehandeld heeft. Blijf dan vervolgen om Hem te kennen. De zon zal opgaan, en dan zult u bevinden dat alle dingen hebben meegewerkt ten goede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de Heere te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
Zolang wij de Heere niet bevindelijk kennen, zolang wij Jezus niet kennen door Zijn eigen lieflijke openbaringen, is de wolk boven onze godsdienst niet weggenomen. Twijfel, vrees, moedeloosheid en onverklaarbare raadselen zullen op onze weg liggen, zowel in de voorzienigheid als in de genade. Maar wanneer wij tot de kennis van Jezus worden gebracht, is het alsof de zon op de middag schijnt. Zolang de zon niet schijnt, bedekken mist en nevel het uitzicht; maar wanneer de zon opgaat, verdrijft zij de nevels en ligt het hele pad duidelijk voor het oog. Zo is het ook wanneer de Heere de ziel in een lieflijke gemeenschap met Jezus brengt en Hij bevindelijk gekend wordt. Dan ziet zij dat de Heere haar al die jaren in de woestijn heeft geleid. Dan weet zij hoe vriéndelijk, hoe minzaam, hoe genadig en wijs Hij met haar heeft gehandeld. Dan voelt zij als een zaak van persoonlijke bevinding dat alle dingen medewerken ten goede, degenen die God liefhebben.
Lezen: Psalm 136
Aan de lezer…
Hoe donker kan het zijn wanneer er een wolk over de weg hangt, en twijfel, vrees en moedeloosheid de metgezellen zijn, terwijl men niets begrijpt van de leiding van de Heere, niet in de voorzienigheid en niet in de genade! Misschien kent u dat. Zo is het zolang de ziel de Heere nog niet bevindelijk kent. Mist en nevel bedekken het uitzicht, en geen eigen inspanning kan ze verdrijven. Wees eerlijk: menige oprecht zoekende ziel moet lang door die nevel gaan.
Maar Zijn uitgang is bereid als de dageraad. Wanneer de Heere de ziel in lieflijke gemeenschap met Jezus brengt, is het alsof de zon op de middag schijnt. Dan ziet zij dat Hij haar al die jaren in de woestijn geleid heeft, en hoe vriendelijk, genadig en wijs Hij met haar gehandeld heeft. Blijf dan vervolgen om Hem te kennen. De zon zal opgaan, en dan zult u ervaren dat alle dingen hebben meegewerkt ten goede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then shall we know, if we follow on to know the LORD: His going forth is prepared as the morning; and He shall come unto us as the rain, as the latter and former rain unto the earth.
Hosea 6:3
As long as we do not know the Lord experimentally, as long as we do not know Jesus by His own sweet manifestations, the cloud is not removed from over our religion. Doubts, fears, despondency and inexplicable riddles will lie in our path, both in providence and in grace. But when we are brought into the knowledge of Jesus, it is as though the sun shone at noonday. As long as the sun does not shine, mist and fog cover the view; but when the sun rises, it disperses the mists, and the whole path lies plain before the eye.
So it is also when the Lord brings the soul into sweet communion with Jesus and He is experimentally known. Then it sees that the Lord has led it all these years in the wilderness. Then it knows how kindly, how tenderly, how graciously and wisely He has dealt with it. Then it feels, as a matter of personal experience, that all things work together for good to them that love God.
Reading: Psalm 136
To the reader…
How dark it can be when a cloud hangs over the way, and doubts, fears and despondency are one’s companions, while one understands nothing of the Lord’s leading, neither in providence nor in grace! Perhaps you know that. So it is as long as the soul does not yet know the Lord experimentally. Mist and fog cover the view, and no effort of one’s own can disperse them. Let us be honest: many a sincerely seeking soul must go a long way through that mist.
But His going forth is prepared as the morning. When the Lord brings the soul into sweet communion with Jesus, it is as though the sun shone at noonday. Then it sees that He has led it all these years in the wilderness, and how kindly, graciously and wisely He has dealt with it. Keep following on, then, to know Him. The sun will rise, and then you will find that all things have worked together for good.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceremos, y proseguiremos en conocer a Jehová: como el alba está aparejada Su salida, y vendrá a nosotros como la lluvia, como la lluvia tardía y temprana a la tierra.
Oseas 6:3
Mientras no conozcamos al Señor experimentalmente, mientras no conozcamos a Jesús por Sus propias dulces manifestaciones, la nube no se quita de encima de nuestra religión. Dudas, temores, desaliento y enigmas inexplicables estarán en nuestro camino, tanto en la providencia como en la gracia. Pero cuando somos llevados al conocimiento de Jesús, es como si el sol brillara a mediodía. Mientras el sol no brilla, la bruma y la niebla cubren la vista; pero cuando el sol sale, disipa las brumas, y todo el camino queda claro ante los ojos.
Así sucede también cuando el Señor lleva al alma a una dulce comunión con Jesús y Él es conocido experimentalmente. Entonces ve que el Señor la ha conducido todos estos años por el desierto. Entonces sabe con cuánta bondad, con cuánta ternura, con cuánta gracia y sabiduría Él la ha tratado. Entonces siente, como cosa de experiencia personal, que a los que aman a Dios todas las cosas les ayudan a bien.
Lectura: Salmo 136
Al lector…
¡Qué oscuro puede ser cuando una nube cubre el camino, y las dudas, los temores y el desaliento son nuestros compañeros, mientras no entendemos nada de la dirección del Señor, ni en la providencia ni en la gracia! Quizá usted lo conoce. Así es mientras el alma todavía no conoce al Señor experimentalmente. La bruma y la niebla cubren la vista, y ningún esfuerzo propio puede disiparlas. Seamos sinceros: más de un alma que busca con sinceridad tiene que recorrer un largo trecho a través de esa niebla.
Pero como el alba está aparejada Su salida. Cuando el Señor lleva al alma a una dulce comunión con Jesús, es como si el sol brillara a mediodía. Entonces ve que Él la ha conducido todos estos años por el desierto, y con cuánta bondad, gracia y sabiduría la ha tratado. Siga, pues, prosiguiendo en conocerle. El sol saldrá, y entonces hallará que todas las cosas le han ayudado a bien.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.
1 Johannes 3:2
Wat Christus is voor de kerk, wat de kerk is voor Christus, kan aan deze zijde van het graf niet naar waarde gekend worden; dit wordt bewaard voor de eeuwigheid, als het geloof zal overgaan in het aanschouwen en de hoop in het genieten. Ook zelfs dan, hoezeer boven alle tegenwoordig begrip de krachten en vermogens van de verheerlijkte zielen en lichamen der heiligen mogen ontwikkeld zijn, hoezeer ook gelijkvormig aan het heerlijk beeld van Christus, of hoezeer ook verrukt door de ontdekkingen van Zijn heerlijkheid en het aanschouwen van Hem, gelijk Hij is in een onbewolkte dag; neen, zelfs dan zal de uiterste grens van de liefde van het schepsel, of de hoogste klaarheid van des schepsels kenvermogen niet ten volle omvatten of ten volle kunnen begrijpen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, zowel in de tijd als in de eeuwigheid. Want deze is in zichzelf wezenlijk onbegrijpelijk krachtens haar oneindigheid en Goddelijkheid.
Wie kan het totaal van het licht en de hitte die de zon bevat en uitstraalt, berekenen? Hoe heerlijk schijnt zij op een heldere dag in de middag! Wij zien, gevoelen en genieten van haar licht en heldere stralen, maar wie kan de miljarden stralen tellen die zij op het vlakke des aardrijks uitzendt, terwijl zij haar licht en warmte en vruchtbaarheid aan elk deel van die aarde mededeelt? Als nu het schepsel zo groot, heerlijk en onbegrijpelijk is, hoeveel groter, voortreffelijker en onbegrijpelijker moet dan de Schepper Zelf zijn!
Het getuigenis van de Schrift aangaande de heiligen in de heerlijkheid is, dat wanneer Christus zal verschijnen, zij aan Hem zullen gelijk zijn, want zij zullen Hem zien gelijk Hij is; dan zullen zij de Heere zien van aangezicht tot aangezicht en kennen gelijk zij gekend zijn, en hun vernederd lichaam zal Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig zijn, en zij zullen met Zijn beeld verzadigd worden als zij zullen opwaken. Zij zullen ook voor de troon van God zijn en Hem dienen dag en nacht in Zijn tempel; en hun zon zal niet meer ondergaan, want de Heere zal hun zijn tot een eeuwig licht, en een uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid zal hun deel zijn. Daarbij zullen zij schijnen als de zon aan het firmament en als de sterren voor altoos en eeuwiglijk.
Doch bij het overdenken van al dit onuitsprekelijk heil en deze heerlijkheid moeten wij bekennen dat er in de Godheid onbegrensde diepten zijn, die geen schepsel, hoe hoog beweldadigd ook, ooit uitvorsen kan. God is mens geworden, maar nooit kan een mens God worden. God kent ons door en door, maar wij kunnen God niet ten volle kennen, want zowel in de eeuwigheid als in de tijd blijft het Woord ten opzichte van het schepsel zijn kracht behouden: „Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe de Almachtige vinden? Zij is als de hoogste hemelen; wat kunt gij doen? dieper dan de zee; wat kunt gij weten? Langer dan de aarde is haar maat en breder dan de zee.” Maar gelijk wij geloven dat de eeuwigheid zelf niet ten volle of geheel de hoogten en diepten der liefde van een drie-enig God ontdekken zal, hoe weinig zal dan hiervan gekend worden in de tijd! En toch is dit weinige de enige balsem in alle smart, de enige grond der ware rust en vrede.
Aan de lezer…
Geliefde lezer, valt het u zwaar om te geloven dat u een kind van God bent, nu u nog zo weinig van Zijn heerlijkheid ziet en zoveel smart draagt? Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Wat Christus voor Zijn kerk is, kan aan deze zijde van het graf niet naar waarde gekend worden. Wij zien maar enkele stralen van de zon, en kunnen de miljarden niet tellen.
Maar dat weinige is niet niets. Het is de enige balsem in alle smart en de enige grond van ware rust en vrede. Is uw kennis klein en uw gezicht beneveld, houd dan vast wat beloofd is: als Hij zal geopenbaard zijn, zullen wij Hem gelijk wezen, want wij zullen Hem zien gelijk Hij is. Dan gaat het geloof over in aanschouwen en de hoop in genieten, en zal de zon niet meer ondergaan. Tot zolang mag de liefde die de kennis te boven gaat, u dragen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.
1 Johannes 3:2
Wat Christus is voor de kerk en wat de kerk is voor Christus, kan aan deze kant van het graf niet naar waarde gekend worden. Dat wordt bewaard voor de eeuwigheid, wanneer het geloof zal overgaan in aanschouwen en de hoop in genieten. En zelfs dan geldt het volgende. Hoe ver de krachten en vermogens van de verheerlijkte zielen en lichamen van de heiligen ook boven alle huidige begrip ontwikkeld mogen zijn, hoezeer zij ook gelijkvormig zijn aan het heerlijke beeld van Christus, en hoezeer zij ook in vervoering zijn door de ontdekkingen van Zijn heerlijkheid en doordat zij Hem zien zoals Hij is, op een onbewolkte dag: nee, zelfs dan zal de uiterste grens van de liefde van het schepsel, of de hoogste helderheid van het kenvermogen van het schepsel, de liefde van Christus die de kennis te boven gaat, niet volledig omvatten of volledig kunnen begrijpen, in de tijd noch in de eeuwigheid. Want deze liefde is in zichzelf wezenlijk onbegrijpelijk, vanwege haar oneindigheid en Goddelijkheid.
Wie kan de totale hoeveelheid licht en warmte berekenen die de zon bevat en uitstraalt? Hoe heerlijk schijnt zij op een heldere dag tegen het middaguur! Wij zien, voelen en genieten van haar licht en heldere stralen, maar wie kan de miljarden stralen tellen die zij op het oppervlak van de aarde uitzendt, terwijl zij haar licht, warmte en vruchtbaarheid aan elk deel van die aarde meedeelt? Als het schepsel al zo groot, heerlijk en onbegrijpelijk is, hoeveel groter, voortreffelijker en onbegrijpelijker moet de Schepper Zelf dan zijn!
Het getuigenis van de Schrift over de heiligen in de heerlijkheid is dat zij, wanneer Christus zal verschijnen, aan Hem gelijk zullen zijn, want zij zullen Hem zien zoals Hij is. Dan zullen zij de Heere zien van aangezicht tot aangezicht en kennen zoals zij gekend zijn. Hun vernederd lichaam zal aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig zijn, en zij zullen met Zijn beeld verzadigd worden wanneer zij ontwaken. Zij zullen ook voor de troon van God zijn en Hem dag en nacht dienen in Zijn tempel. Hun zon zal niet meer ondergaan, want de Heere zal hun tot een eeuwig licht zijn, en een uitnemend eeuwig gewicht van heerlijkheid zal hun deel zijn. Daarbij zullen zij schijnen als de zon aan het uitspansel en als de sterren, voor altijd en eeuwig.
Maar wanneer wij al dit onuitsprekelijke heil en deze heerlijkheid overdenken, moeten wij erkennen dat er in de Godheid onbegrensde diepten zijn die geen schepsel, hoe rijk het ook gezegend is, ooit kan doorgronden. God is mens geworden, maar een mens kan nooit God worden. God kent ons door en door, maar wij kunnen God niet volledig kennen. Want zowel in de eeuwigheid als in de tijd blijft voor het schepsel dit Woord van kracht: „Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe de Almachtige vinden? Zij is als de hoogste hemelen; wat kunt gij doen? dieper dan de zee; wat kunt gij weten? Langer dan de aarde is haar maat en breder dan de zee.” Maar als wij geloven dat zelfs de eeuwigheid de hoogten en diepten van de liefde van een drie-enig God niet volledig zal ontdekken, hoe weinig zal daarvan dan in de tijd gekend worden! En toch is dat weinige de enige balsem in alle smart, de enige grond van ware rust en vrede.
Aan de lezer…
Geliefde lezer, valt het u zwaar om te geloven dat u een kind van God bent, nu u nog zo weinig van Zijn heerlijkheid ziet en zoveel smart draagt? Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Wat Christus voor Zijn kerk is, kan aan deze kant van het graf niet naar waarde gekend worden. Wij zien maar enkele stralen van de zon, en kunnen de miljarden niet tellen.
Maar dat weinige is niet niets. Het is de enige balsem in alle smart en de enige grond van ware rust en vrede. Is uw kennis klein en uw zicht beneveld, houd dan vast wat beloofd is: als Hij zal geopenbaard zijn, zullen wij Hem gelijk wezen, want wij zullen Hem zien gelijk Hij is. Dan gaat het geloof over in aanschouwen en de hoop in genieten, en zal de zon niet meer ondergaan. Tot die tijd mag de liefde die de kennis te boven gaat, u dragen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Beloved, now are we the sons of God, and it doth not yet appear what we shall be: but we know that, when He shall appear, we shall be like Him; for we shall see Him as He is.”
1 John 3:2
What Christ is to the Church, what the Church is to Christ, can never be really known until time gives place to eternity, faith to sight, and hope to enjoyment. Nor even then, however beyond all present conception the powers and faculties of the glorified souls and bodies of the saints may be expanded, however conformed to the glorious image of Christ, or however ravished with the discoveries of His glory and the sight of Him as He is in one unclouded day—no, not even then, will the utmost stretch of creature love, or highest refinement of creature intellect, wholly embrace or fully comprehend that love of Christ, which, as in time so in eternity, “passes knowledge,” as being in itself essentially incomprehensible, because infinite and divine.
Who can calculate the amount of light and heat that dwell in, and are given forth by the sun that shines so gloriously in the noonday sky? We see, we feel, we enjoy its bright beams; but who can number the millions of millions of rays that it casts forth upon all the surface of the earth, diffusing light, heat, and fertility to every part? If the creature be so great, glorious and incomprehensible, how much more great, glorious and incomprehensible must be its divine Creator!
The Scripture testimony of the saints in glory is that “when Christ shall appear, they shall be like Him, for they shall see Him as He is;” that they shall then see the Lord “face to face, and know even as also they are known;” that their “vile body shall be fashioned like unto His glorious body;” that they shall be “conformed to His image,” and “be satisfied when they awake with His likeness;” that they shall be “before the throne of God, and serve Him day and night in His temple;” that “their sun shall no more go down, for the Lord shall be their everlasting light;” that they shall have “an exceeding and eternal weight of glory;” and shall “shine as the brightness of the skies, and as the stars forever and ever.”
But, with all this unspeakable bliss and glory, there must be in infinite Deity unfathomable depths which no creature, however highly exalted, can ever sound; heights which no finite, dependent being can ever scan. God became man, but man never can become God. He fully knows us, but we never can fully know Him, for even in eternity, as in time, it may be said to the creature, “Can you by searching find out God? can you find out the Almighty unto perfection? It is as high as heaven; what can you do? deeper than hell, what can you know? The measure thereof is longer than the earth, and broader than the sea.” But if, as we believe, eternity itself can never fully or entirely reveal the heights and depths of the love of a Triune God, how little can be known of it in a time state! and yet that little is the only balm for all sorrow, the only foundation of solid rest and peace.
To the reader…
Dear reader, do you find it hard to believe that you are a child of God, now that you still see so little of His glory and bear so much sorrow? It doth not yet appear what we shall be. What Christ is to His church cannot be known at its true worth on this side of the grave. We see only a few rays of the sun, and cannot count the millions.
But that little is not nothing. It is the only balm in all sorrow and the only ground of true rest and peace. Is your knowledge small and your sight clouded? Then hold fast to what is promised: when He shall appear, we shall be like Him; for we shall see Him as He is. Then faith will give way to sight and hope to enjoyment, and the sun will no more go down. Until that time, the love that passes knowledge may carry you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Muy amados, ahora somos hijos de Dios, y aun no se ha manifestado lo que hemos de ser; empero sabemos que cuando Él apareciere, seremos semejantes a Él, porque le veremos como Él es.
1 Juan 3:2
Lo que Cristo es para la Iglesia, lo que la Iglesia es para Cristo, nunca podrá ser realmente conocido hasta que el tiempo dé lugar a la eternidad, la fe a la vista y la esperanza al goce. Ni siquiera entonces, por mucho que se ensanchen, más allá de toda concepción presente, las potencias y facultades de las almas y cuerpos glorificados de los santos, por mucho que sean conformados a la gloriosa imagen de Cristo, o por mucho que sean arrebatados por los descubrimientos de Su gloria y por la visión de Él tal como es en un solo día sin nubes; no, ni siquiera entonces, el máximo alcance del amor de la criatura, ni el más alto refinamiento del intelecto de la criatura, abarcarán por completo ni comprenderán plenamente aquel amor de Cristo que, tanto en el tiempo como en la eternidad, “excede a todo conocimiento”, por ser en sí mismo esencialmente incomprensible, porque es infinito y divino.
¿Quién puede calcular la cantidad de luz y de calor que moran en el sol que brilla tan gloriosamente en el cielo del mediodía, y que de él salen? Vemos, sentimos y gozamos sus brillantes rayos; pero ¿quién puede contar los millones de millones de rayos que derrama sobre toda la superficie de la tierra, difundiendo luz, calor y fertilidad a cada parte? Si la criatura es tan grande, gloriosa e incomprensible, ¡cuánto más grande, glorioso e incomprensible ha de ser su divino Creador!
El testimonio de la Escritura acerca de los santos en gloria es que “cuando Cristo apareciere, serán semejantes a Él, porque le verán como Él es”; que entonces verán al Señor “cara a cara, y conocerán como son conocidos”; que “el cuerpo de su bajeza será transformado para ser semejante al cuerpo de Su gloria”; que serán “conformes a Su imagen”, y “serán saciados cuando despertaren a Su semejanza”; que estarán “delante del trono de Dios, y le servirán día y noche en Su templo”; que “no se pondrá jamás su sol, porque Jehová les será por luz perpetua”; que tendrán “un sobremanera alto y eterno peso de gloria”; y que “resplandecerán como el resplandor del firmamento, y como las estrellas a perpetua eternidad”.
Pero, con toda esta dicha y gloria inefables, ha de haber en la Deidad infinita profundidades insondables que ninguna criatura, por muy exaltada que sea, podrá jamás sondear; alturas que ningún ser finito y dependiente podrá jamás escudriñar. Dios se hizo hombre, pero el hombre nunca puede hacerse Dios. Él nos conoce plenamente, pero nosotros nunca podremos conocerle plenamente a Él, porque aun en la eternidad, como en el tiempo, se le puede decir a la criatura: “¿Alcanzarás tú el rastro de Dios? ¿Llegarás tú a la perfección del Todopoderoso? Es más alto que los cielos: ¿qué harás? Es más profundo que el infierno: ¿cómo lo conocerás? Su dimensión es más larga que la tierra, y más ancha que la mar.” Pero si, como creemos, la eternidad misma nunca podrá revelar plena ni enteramente las alturas y profundidades del amor de un Dios trino, ¡cuán poco puede conocerse de él en el estado del tiempo! Y, sin embargo, ese poco es el único bálsamo para toda tristeza, el único fundamento de un descanso y una paz sólidos.
Al lector…
Querido lector, ¿le cuesta creer que es usted un hijo de Dios, ahora que todavía ve tan poco de Su gloria y lleva tanta tristeza? Aún no se ha manifestado lo que hemos de ser. Lo que Cristo es para Su Iglesia no puede conocerse en su verdadero valor de este lado de la tumba. Vemos solo unos pocos rayos del sol, y no podemos contar los millones.
Pero ese poco no es nada despreciable. Es el único bálsamo en toda tristeza y el único fundamento de verdadero descanso y paz. ¿Es pequeño su conocimiento y nublada su vista? Entonces aférrese a lo prometido: cuando Él apareciere, seremos semejantes a Él, porque le veremos como Él es. Entonces la fe dará lugar a la vista y la esperanza al goce, y el sol no se pondrá jamás. Hasta entonces, el amor que excede a todo conocimiento puede sostenerle.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl