Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

22 oktober Korenaren uit de volle oogst

En gij zult Mij zoeken, en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.
Jeremia 29:13

Nadat de Heere onze ziel levend heeft gemaakt, gaan wij, om zo te zeggen, blindelings verder, zonder te weten dat er een Jezus is. Wij menen dat de weg ten leven is: Gods geboden houden, de Wet gehoorzamen, onszelf van zonde reinigen, ons leven veranderen en een algehele heiligheid in gedachten, woorden en daden aankweken. Zo gaan wij blindelings struikelend verder in de duisternis, en al die tijd komen wij geen stap vooruit.

Maar dan heeft de Heere ons laten doorgaan totdat wij uitgeput raakten in het zoeken naar de deur, en heeft Hij ons steeds dieper laten zinken in de kuil van schuld en verderf, omdat wij voelen dat al onze pogingen om ons eruit te helpen ons alleen maar dieper deden vallen. En dan opent de Geest van God ons verstand, schenkt Hij de ziel enige geestelijke ontdekking van de Heere Jezus en maakt Hij ons bekend dat er een Zaligmaker is, een Middelaar, een weg om te ontkomen. Dan is het grote keerpunt in ons leven gekomen: de eerste opening van de deur der hoop in de vallei van Achor. En wanneer de ziel eenmaal gezien heeft dat er een Jezus is, en eenmaal in zekere mate de kracht van Zijn opstanding gevoeld heeft, gaat zij nergens anders meer heen voor vergeving, rechtvaardigmaking en verlossing.

Wanneer de Geest van God met kracht in iemands geweten begint te verklaren dat er een Jezus is, dat Hij de enige Middelaar is, dat de Zoon van God is neergedaald en een heilige menselijke natuur heeft aangenomen in vereniging met Zijn Goddelijke natuur, en dat Hij nu zit aan de rechterhand van de Vader, dan is dat het eerste morgenrood, de dageraad van de hoop. Op die heldere plek richt de ziel haar verlangende ogen, totdat de Zon der Gerechtigheid daar opgaat, met genezing onder Haar vleugels. Het is een grote genade om zich van alle vormen en ceremonies af te keren, zoals een schipbreukeling zich afkeert van zijn zinkend schip en uitziet naar de opkomende zon, die hem een weg om te ontkomen wijst en hem zo een straal van hoop schenkt.

Mijn hart zegt mij, o Heer, van Uwentwegen:
„Zoek door gebeên met ernst Mijn aangezicht!”
Dat wil, dat zal ik doen: ik zoek de zegen
alleen bij U, o Bron van troost en licht!

Ps. 27:5

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u nog bezig bent de deur te zoeken langs de weg van de Wet. Probeert u uzelf te reinigen en uw leven te verbeteren, en merkt u dat elke poging u alleen maar dieper in de kuil van schuld doet zinken? Wees dan niet al te bedroefd over die vermoeidheid. Zo leidt de Heere de Zijnen, totdat zij aan het einde van zichzelf gekomen zijn en er geen stap vooruit meer is.

Want juist daar, in de vallei van Achor, opent Hij de deur der hoop. Daar laat de Geest zien dat er een Jezus is, een Zaligmaker, een Middelaar, Die nu zit aan de rechterhand van de Vader. Keer u dan, zoals een schipbreukeling van zijn zinkend schip, af van alle eigen vormen, en zie uit naar de Zon der Gerechtigheid. De belofte staat er: „Gij zult Mij zoeken, en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

22 oktober 365 dagen met Philpot

Mijn hoop is op U

En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop, die is op U.
Psalm 39:8

David keert in tot zichzelf. Hij had ernstig om zich heen gekeken en de mens in zijn beste staat gezien, in zijn prachtigste gestalte. Dan richt hij zijn gedachten op zijn eigen ziel en roept hij God en zijn eigen geweten aan als getuigen van de waarheid van wat hij zegt: „En nu, wat verwacht ik, o Heere?” Welnu, wat verwachtte hij niet? Eén ding dat hij niet verwachtte, was hoog aangeslagen te worden door de mensen.

O diepe verdorvenheid! O ellendig bedrog! O broedsel van een bedrieglijk hart! – dat iemand uit is op de hoge dunk die zijn medemensen van hem hebben, en het fundament van zijn hoop laat rusten op de grillige, weifelende mening van een aardse worm! „Nee,” zegt David, „dat verwacht ik niet.” Toen hij tot de Heere zei: „Wat verwacht ik?”, verwachtte hij niet door zijn godsdienst werelds voordeel te verkrijgen. Als uw godsdienst op wereldse belangen berust, als de wortel en kern van uw belijdenis is uzelf te verbeteren in gewin, eer en macht in de wereld, dan is zij door en door rot. Hij verwachtte niet dat zijn oude natuur een ingrijpende verandering zou ondergaan. Hij verwachtte niet heiliger, rechtvaardiger en godzaliger te worden; hij verwachtte niet volmaakt geheiligd te worden, zodat hij vrij zou zijn van het wezen van de zonde.

Laten we nu de andere kant van de zaak bekijken, om te zien wat hij wel verwachtte. Hij verwachtte het getuigenis en de goedkeuring van God in zijn eigen geweten. Is het zo dat u uitziet naar, wacht op of snakt naar het innerlijke getuigenis van God in uw ziel? Dat u uw ogen van het schepsel afwendt en alleen en uitsluitend op God Zelf ziet? Is het zo dat u dorst naar het getuigenis van God, naar Zijn geopenbaarde goedgunstigheid, het getuigenis van Zijn Geest, de glimlach van Zijn liefde, de uitstortingen van de zegen die rijk maakt? Als dat zo is, kunt u zeggen: „Wat verwacht ik, o Heere? Is het Uw glimlach, Uw goedkeuring, het neerdalen van Uw genade, barmhartigheid en waarheid in mijn geweten?”

Lezen: Psalm 39

Aan de lezer…

Wat verwacht u, lezer? Stel uzelf die vraag eens eerlijk voor het aangezicht van de Heere. Zoekt u, al is het in het verborgen, de hoge dunk van mensen, of voordeel in de wereld door uw godsdienst? Dan bouwt u op de grillige mening van een aardse worm, en zo’n fundament zal bezwijken. En verwacht u dat uw oude natuur heilig wordt en dat de zonde u niet meer zal aankleven, dan zult u teleurgesteld uitkomen.

Maar is het uw verlangen het getuigenis van God in uw eigen geweten te ontvangen, Zijn goedgunstigheid, een glimlach van Zijn liefde, het neerdalen van Zijn genade in uw ziel? Wendt u uw ogen van het schepsel af en ziet u alleen op Hem? Dan mag u met David zeggen: „Mijn hoop, die is op U.” Wie zo op Hem wacht, wacht niet tevergeefs; zo’n dorst heeft Hij Zelf gewerkt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

22 oktober Door Baca’s vallei

En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd; een heerlijkheid als des Eniggeborenen van de Vader, vol van genade en waarheid.
Johannes 1:14

De heerlijkheid van Christus in Zijn lijdende mensheid was voor ieders oog bedekt, behalve voor hen die door de gezegende Geest waren onderwezen en van wie de ogen verlicht werden om te kunnen zien. En wat een heerlijkheid is er met de ogen van het geloof te zien in de vleesgeworden Zoon van God! De grootheid van de Godheid, bedekt door de zwakheid van de mensheid, en die er toch doorheen scheen als de middagzon door de wolken, die Zijn stralen zo ver bedekten dat zij Hem wel lieten zien, maar het oog niet verblindden.

De Zoon van God, voorgesteld in het Kind van Bethlehem; de eniggeboren Zoon van de Vader, die in de hof grote druppels bloed zweette en aan het kruis op Golgotha hing, en in Zijn laagste staat voor het oog van de mensen bedekt was met schande en smaad. Toch stroomde de heerlijkheid uit elke porie van Zijn heilig lichaam, majesteit en schoonheid uit elke trek van Zijn geschonden aangezicht, en liefde en genade bleken uit elk woord dat van Zijn kwijnende lippen druppelde! Niemand zal ooit de heerlijkheid van een opgestane, opgevaren en verheerlijkte Christus in de gelukzaligheid van de hemel zien, die Hem niet eerst in Zijn vernedering gezien heeft als een lijdende Christus. En inderdaad, het is Zijn heerlijkheid in het lijden die nu zo dierbaar en passend is voor een schuldige zondaar. Deze heerlijkheid van de lijdende Zoon van God te zien, door een Goddelijke kracht aan zijn ziel geopenbaard, aan hem geschonken als zijn zaligheid, die het wezen van al zijn tegenwoordige en toekomstige blijdschap in zich bevat: dat is de heerlijkheid die een wedergeboren en verlost mens begeert te zien en te ervaren.

Welke heerlijkheid kan de wereld geven, vergeleken met de heerlijkheid van het verwonde aangezicht van de lijdende Zoon van God? Naast het kruis verbleekt, verwelkt en sterft alle aardse heerlijkheid, want de dood maakt een einde aan alle natuurlijke schittering en heerlijkheid. De Heere heeft wel over het einde van alle menselijke heerlijkheid gesproken: „Daarom zal het graf zichzelf wijd opensperren en zijn mond opendoen zonder mate, opdat nederdale haar heerlijkheid en haar menigte, met haar gedruis en die in haar van vreugde opspringt” (Jesaja 5:14). Maar de heerlijkheid die met het kruis begint, eindigt met de kroon, want: „Indien wij met Hem lijden, wij zullen ook met Hem verheerlijkt worden.”

Deze heerlijkheid van een lijdende Christus met het oog van het geloof te zien, het hart er diep van doordrongen te voelen en dit als ons dagelijks eten en drinken te genieten; door de Geest geleid te worden naar deze altijd gedekte tafel van het bloed van Christus, naar de overvloeiende fontein van Zijn verzoenend bloed, en daarbij de Heere Zelf te horen zeggen: „Eet, vrienden, drinkt, ja overvloediglijk!” – o geliefden, wat zijn dat kostbare zaken! Hier is voedsel voor uw onsterfelijke ziel; hier zijn stromen van vergeving en vrede; hier zijn de rivieren van het eeuwige leven. Die dorst heeft, kome, en die wil, neme van het water des levens om niet. Dit voor onze dorstige en vermoeide ziel te zien, te genieten, te smaken en te ervaren, dat is de heerlijkheid van God aanschouwen zoals die geopenbaard is in de Persoon, het werk, het bloed, de gehoorzaamheid en de liefde van Zijn geliefde Zoon.

Aan de lezer…

Vermoeide pelgrim, waar zoekt u heerlijkheid? De wereld biedt haar schittering aan, maar het graf spert zijn mond wijd open, en alle aardse glans verwelkt naast het kruis. Er is maar één heerlijkheid die blijft: de heerlijkheid van de Zoon van God, Die vlees geworden is. Zij was bedekt voor het oog van de mensen, maar voor het geloof straalt zij in Bethlehem, in de hof, op Golgotha, uit elke trek van Zijn geschonden aangezicht.

Bent u een schuldige zondaar? Dan is juist deze lijdende Christus voor u zo dierbaar en zo passend. Bent u dorstig en vermoeid? Hij Zelf nodigt u aan de altijd gedekte tafel: „Eet, vrienden, drinkt, ja overvloediglijk!” Die dorst heeft, kome, en neme van het water des levens om niet. En wie Hem hier in Zijn vernedering mag zien, zal Hem eens zien in Zijn heerlijkheid, want de heerlijkheid die met het kruis begint, eindigt met de kroon.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina