October 22
En gij zult Mij zoeken, en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.
Jeremia 29:13
Nadat de Heere onze zielen heeft levend gemaakt, gaan wij, om zo te spreken, onbezonnen voort, niet wetende dat er een Jezus is. Wij menen dat de weg ten leven is Gods geboden te houden, aan de Wet te gehoorzamen, ons van zonde te reinigen, ons leven te veranderen en algemene heiligheid in gedachten, woorden en daden aan te kweken; en zo gaan wij onbezonnen in de duisternis struikelende voort, en gedurende al die tijd gaan wij geen stap voorwaarts.
Maar wanneer de Heere ons heeft laten voortgaan, ons vermoeiende om de deur te vinden, en ons al dieper en dieper heeft laten zinken in de kuil van schuld en verderf, omdat wij gevoelen dat al onze pogingen om er ons uit te helpen ons slechts dieper en dieper deden vallen, en de Geest van God opent ons verstand en schenkt aan de ziel enige geestelijke ontdekking van de Heere Jezus, en maakt ons bekend dat er een Zaligmaker, een Middelaar, een weg ter ontkoming is – dan is het grote keerpunt in ons leven gekomen: de eerste opening van de deur der hoop in de vallei van Achor. En wanneer de ziel eenmaal gezien heeft dat er een Jezus is, en eenmaal in zekere mate de kracht Zijner opstanding gevoeld heeft, gaat zij nergens anders meer heen om vergeving, rechtvaardigmaking en verlossing.
Wanneer de Geest Gods met kracht in zijn geweten begint te verklaren dat er een Jezus is, dat Hij de enige Middelaar is, dat de Zone Gods is nedergedaald en een heilige menselijke natuur heeft aangenomen in vereniging met Zijn Goddelijke natuur, en dat Hij nu zit ter rechterhand des Vaders, dan is dit het eerste morgenrood, de dageraad der hoop; en op die heldere plaats vestigt de ziel haar verlangende ogen, totdat de Zon der Gerechtigheid daar opgaat, genezing onder haar vleugelen met zich voerende. Het is een grote genade zich van alle vormen en ceremoniën af te keren, gelijk de schipbreukeling zich van zijn zinkend schip afkeert en uitziet naar de opkomende zon, om hem een weg tot ontkoming te wijzen en hem aldus een straal van hoop te schenken.
Mijn hart zegt mij, o Heer, van Uwentwegen:
„Zoek door gebeên met ernst Mijn aangezicht!”
Dat wil, dat zal ik doen: ik zoek de zegen
alleen bij U, o Bron van troost en licht!
Ps. 27:5
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u nog bezig bent de deur te zoeken langs de weg van de Wet. Tracht u uzelf te reinigen en uw leven te verbeteren, en merkt u dat elke poging u slechts dieper in de kuil van schuld doet zinken? Wees dan niet al te bedroefd over die vermoeidheid. Zo leidt de Heere de Zijnen, totdat zij aan zichzelf ten einde zijn en er geen stap voorwaarts meer is.
Want juist daar, in de vallei van Achor, opent Hij de deur der hoop. Daar doet de Geest zien dat er een Jezus is, een Zaligmaker, een Middelaar, Die nu zit ter rechterhand des Vaders. Keer u dan, als een schipbreukeling van zijn zinkend schip, van alle eigen vormen af, en zie uit naar de Zon der Gerechtigheid. De belofte staat er: „Gij zult Mij zoeken, en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En gij zult Mij zoeken, en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.
Jeremia 29:13
Nadat de Heere onze ziel levend heeft gemaakt, gaan wij, om zo te zeggen, blindelings verder, zonder te weten dat er een Jezus is. Wij menen dat de weg ten leven is: Gods geboden houden, de Wet gehoorzamen, onszelf van zonde reinigen, ons leven veranderen en een algehele heiligheid in gedachten, woorden en daden aankweken. Zo gaan wij blindelings struikelend verder in de duisternis, en al die tijd komen wij geen stap vooruit.
Maar dan heeft de Heere ons laten doorgaan totdat wij uitgeput raakten in het zoeken naar de deur, en heeft Hij ons steeds dieper laten zinken in de kuil van schuld en verderf, omdat wij voelen dat al onze pogingen om ons eruit te helpen ons alleen maar dieper deden vallen. En dan opent de Geest van God ons verstand, schenkt Hij de ziel enige geestelijke ontdekking van de Heere Jezus en maakt Hij ons bekend dat er een Zaligmaker is, een Middelaar, een weg om te ontkomen. Dan is het grote keerpunt in ons leven gekomen: de eerste opening van de deur der hoop in de vallei van Achor. En wanneer de ziel eenmaal gezien heeft dat er een Jezus is, en eenmaal in zekere mate de kracht van Zijn opstanding gevoeld heeft, gaat zij nergens anders meer heen voor vergeving, rechtvaardigmaking en verlossing.
Wanneer de Geest van God met kracht in iemands geweten begint te verklaren dat er een Jezus is, dat Hij de enige Middelaar is, dat de Zoon van God is neergedaald en een heilige menselijke natuur heeft aangenomen in vereniging met Zijn Goddelijke natuur, en dat Hij nu zit aan de rechterhand van de Vader, dan is dat het eerste morgenrood, de dageraad van de hoop. Op die heldere plek richt de ziel haar verlangende ogen, totdat de Zon der Gerechtigheid daar opgaat, met genezing onder Haar vleugels. Het is een grote genade om zich van alle vormen en ceremonies af te keren, zoals een schipbreukeling zich afkeert van zijn zinkend schip en uitziet naar de opkomende zon, die hem een weg om te ontkomen wijst en hem zo een straal van hoop schenkt.
Mijn hart zegt mij, o Heer, van Uwentwegen:
„Zoek door gebeên met ernst Mijn aangezicht!”
Dat wil, dat zal ik doen: ik zoek de zegen
alleen bij U, o Bron van troost en licht!
Ps. 27:5
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u nog bezig bent de deur te zoeken langs de weg van de Wet. Probeert u uzelf te reinigen en uw leven te verbeteren, en merkt u dat elke poging u alleen maar dieper in de kuil van schuld doet zinken? Wees dan niet al te bedroefd over die vermoeidheid. Zo leidt de Heere de Zijnen, totdat zij aan het einde van zichzelf gekomen zijn en er geen stap vooruit meer is.
Want juist daar, in de vallei van Achor, opent Hij de deur der hoop. Daar laat de Geest zien dat er een Jezus is, een Zaligmaker, een Middelaar, Die nu zit aan de rechterhand van de Vader. Keer u dan, zoals een schipbreukeling van zijn zinkend schip, af van alle eigen vormen, en zie uit naar de Zon der Gerechtigheid. De belofte staat er: „Gij zult Mij zoeken, en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And ye shall seek Me, and find Me, when ye shall search for Me with all your heart.
Jeremiah 29:13
After the Lord has quickened our souls, for a time we often go, shall I say, blundering on, not knowing there is a Jesus. We think that the way of life is to keep God’s commandments, obey the law, cleanse ourselves from sin, reform our lives, and cultivate universal holiness in thought, word, and action; and so we go, blundering and stumbling on in darkness; and all the while never get a single step forward.
But when the Lord has allowed us to weary ourselves to find the door, and let us sink lower and lower into the pit of guilt and ruin, from feeling that all our attempts to extricate ourselves have only plunged us deeper and deeper, and the Spirit of God opens up to the understanding and brings into the soul some spiritual discovery of Jesus, and thus makes known that there is a Savior, a Mediator, and a way of escape—this is the grand turning-point in our lives, the first opening in the valley of Achor of the door of hope.
And when the soul has once seen that there is a Jesus, and once felt a measure of the power of His resurrection, it never goes to any other quarter for pardon, justification, and salvation. When the Spirit of God begins to open up with power in his conscience that there is a Jesus, that He is the only Mediator, that the Son of God has come down and taken a holy human nature into union with Himself, and is now at the right hand of the Father, it is the first break of day, the first dawn of hope; and upon that bright spot does the shipwrecked soul fix his longing eyes until the Sun of righteousness arises upon it with healing in His wings.
It is a great step in a man’s experience to turn wholly and solely to the Lord, and renounce all creature righteousness, all forms and ceremonies as a way of salvation. It is a great mercy to turn away from them, as the shipwrecked mariner turns away from his sinking ship, and looks to the rising sun to show him some way of escape, and thus afford him some gleam of hope.
To the reader…
It may be that you are still busy looking for the door along the way of the law. Are you trying to cleanse yourself and reform your life, and do you find that every attempt only makes you sink deeper into the pit of guilt? Then do not be too grieved over that weariness. This is how the Lord leads His own, until they have come to the end of themselves and there is not a step further to take.
For it is just there, in the valley of Achor, that He opens the door of hope. There the Spirit shows that there is a Jesus, a Savior, a Mediator, Who now sits at the right hand of the Father. Turn away, then, like a shipwrecked mariner from his sinking ship, from all your own forms, and look for the Sun of righteousness. The promise stands: “Ye shall seek Me, and find Me, when ye shall search for Me with all your heart.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y Me buscaréis y hallaréis, porque Me buscaréis de todo vuestro corazón.
Jeremías 29:13
Después de que el Señor ha vivificado nuestra alma, durante un tiempo a menudo vamos, por así decirlo, dando tumbos, sin saber que hay un Jesús. Pensamos que el camino de la vida es guardar los mandamientos de Dios, obedecer la ley, limpiarnos del pecado, reformar nuestra vida y cultivar una santidad universal en pensamiento, palabra y obra; y así vamos, dando tumbos y tropezando en tinieblas, y en todo ese tiempo nunca avanzamos un solo paso.
Pero cuando el Señor nos ha dejado fatigarnos buscando la puerta, y nos ha dejado hundirnos más y más en el pozo de la culpa y la ruina, al sentir que todos nuestros intentos de librarnos solo nos han sumergido más y más hondo, y el Espíritu de Dios abre al entendimiento y trae al alma algún descubrimiento espiritual de Jesús, y así da a conocer que hay un Salvador, un Mediador y un camino de escape, este es el gran punto decisivo de nuestra vida, la primera apertura, en el valle de Acor, de la puerta de esperanza.
Y cuando el alma ha visto una vez que hay un Jesús, y ha sentido una vez una medida del poder de Su resurrección, ya nunca acude a ningún otro lugar en busca de perdón, justificación y salvación. Cuando el Espíritu de Dios comienza a abrir con poder en su conciencia que hay un Jesús, que Él es el único Mediador, que el Hijo de Dios ha descendido y ha tomado una naturaleza humana santa en unión consigo mismo, y está ahora a la diestra del Padre, es el primer despuntar del día, la primera alba de la esperanza; y en ese punto luminoso fija el alma náufraga sus ojos anhelantes hasta que el Sol de justicia nace sobre ella, y en Sus alas trae salud.
Es un gran paso en la experiencia de un hombre volverse total y únicamente al Señor, y renunciar a toda justicia de criatura, a todas las formas y ceremonias como camino de salvación. Es una gran misericordia apartarse de ellas, como el marinero náufrago se aparta de su barco que se hunde y mira al sol naciente para que le muestre algún camino de escape, y le dé así algún destello de esperanza.
Al lector…
Puede ser que usted todavía esté ocupado buscando la puerta por el camino de la ley. ¿Intenta limpiarse y reformar su vida, y halla que cada intento solo le hace hundirse más en el pozo de la culpa? Entonces no se aflija demasiado por ese cansancio. Así guía el Señor a los Suyos, hasta que llegan al fin de sí mismos y no queda ni un paso más que dar.
Porque es precisamente allí, en el valle de Acor, donde Él abre la puerta de esperanza. Allí el Espíritu muestra que hay un Jesús, un Salvador, un Mediador, que ahora está sentado a la diestra del Padre. Apártese, pues, como un marinero náufrago de su barco que se hunde, de todas sus propias formas, y busque con la mirada el Sol de justicia. La promesa permanece: “Y Me buscaréis y hallaréis, porque Me buscaréis de todo vuestro corazón”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl