5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Heere, bij deze dingen leeft men, en in alle deze is het leven mijns geestes.
Jesaja 38:16
Toen Hiskia zeide: „Bij deze dingen leeft men”, wilde hij zeggen dat bij deze beproevingen en uitreddingen, bij dat vallen en weer opstaan, bij deze verarming en verrijking, bij dit ledigen en vullen, „bij deze dingen de mens”, dat is, de geestelijke mens, „leeft”. Het is een verborgenheid, maar een grote waarheid, dat juist in evenredigheid als wij de wereld, onszelf, de zinnen, de natuur en de valse godsdienst afsterven, het leven Gods des te meer in ons geweten wordt versterkt. De Heere heeft misschien velen uwer deze waarheid door grote droefenis leren verstaan; maar toen die beproevingen op u aankwamen, scheen het alsof zij u geheel wilden overstelpen; zij rukten u geheel uit uw standpunt, en het scheen alsof zij uw geloof en uw hoop geheel hadden verwoest.
Maar ofschoon die stroom van verzoeking over uw ziel ging, voerde hij niets dan onreinheid mede, die gij tot nu toe had aangezien voor onderwijs van God de Heilige Geest. Verre dus van uw geloof door deze droefenissen geheel overmeesterd te zien, bevond gij juist dat uw geloof door diezelfde stroom was versterkt, die het eerst geheel scheen te overstromen. Het ware geloof wordt door beproevingen evenmin uitgeroeid als de eik gedood wordt door het wegnemen van de klimop, of door de storm, die slechts enige verdorde takken afrukt. Evenals de eik zijn wortels des te dieper in de grond slaat naarmate er meer stormen om hem woeden, zo maken ook de stormen in de ziel dat deze de Waarheid des te vaster omklemt en haar vezels des te dieper in de Persoon, de liefde, het werk en het bloed van de Heere Jezus slaat. Zodat de mens bij deze dingen leeft; want door hen wordt het leven Gods in de ziel onderhouden; de Heilige Geest versterkt het in het geheim door dezelfde dingen die het dreigden te verwoesten.
Gans anders is ’t met hem, die ’t kwaad bemint:
hij is als kaf, dat wegstuift voor de wind.
Geen zondaar zal ’t gewis verderf ontkomen,
als in ’t gericht door God wordt wraak genomen.
Hij, die van deugd en godsvrucht is ontaard,
zal niet bestaan, waar ’t vrome volk vergaart.
Ps. 1:3
Aan de lezer…
Er zijn tijden geweest dat de beproevingen over u kwamen als een stroom die alles scheen weg te spoelen. Werd u uit uw standpunt gerukt, zodat het leek alsof uw geloof en uw hoop geheel verwoest waren? Dat is een bitter uur, en het is geen schande het te erkennen. Maar zie eens wat die stroom werkelijk heeft meegevoerd: onreinheid die u voor onderwijs van de Heilige Geest had aangezien, en verdorde takken die toch geen vrucht meer droegen.
Het ware geloof wordt door de storm niet uitgeroeid. Zoals de eik zijn wortels des te dieper slaat naarmate de wind harder woedt, zo leert de ziel in haar droefenis zich des te vaster te klemmen aan de Persoon, de liefde, het werk en het bloed van de Heere Jezus. Bij deze dingen leeft men. Wat u dreigde te verwoesten, gebruikt de Heilige Geest in het verborgen om het leven Gods in u te versterken. Zeg dan met Hiskia, al is het nog met tranen: in alle deze is het leven mijns geestes.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere, bij deze dingen leeft men, en in alle deze is het leven mijns geestes.
Jesaja 38:16
Toen Hiskia zei: „Bij deze dingen leeft men”, bedoelde hij dat bij deze beproevingen en uitreddingen, bij dat vallen en weer opstaan, bij dat arm en weer rijk worden, bij dat ledigen en vullen, „bij deze dingen de mens”, dat wil zeggen de geestelijke mens, „leeft”. Het is een verborgenheid, maar een grote waarheid, dat juist in de mate waarin wij afsterven aan de wereld, aan onszelf, aan de zinnen, aan de natuur en aan de valse godsdienst, het leven van God des te meer in ons geweten wordt versterkt. Misschien heeft de Heere velen van u deze waarheid door grote droefheid leren verstaan. Maar toen die beproevingen op u afkwamen, leek het alsof zij u helemaal wilden overstelpen. Zij rukten u volledig los van waar u stond, en het leek alsof zij uw geloof en uw hoop helemaal hadden verwoest.
Maar hoewel die stroom van verzoeking over uw ziel ging, voerde hij niets anders mee dan onreinheid, die u tot dan toe had aangezien voor onderwijs van God de Heilige Geest. In plaats van uw geloof door deze droefheden overmeesterd te zien, merkte u juist dat uw geloof versterkt was door dezelfde stroom die het eerst helemaal leek te overspoelen. Het ware geloof wordt door beproevingen evenmin uitgeroeid als de eik gedood wordt doordat de klimop wordt weggenomen, of door de storm, die alleen een paar verdorde takken afrukt. Zoals de eik zijn wortels des te dieper in de grond slaat naarmate er meer stormen om hem heen woeden, zo maken ook de stormen in de ziel dat zij de Waarheid des te vaster omklemt en haar vezels des te dieper in de Persoon, de liefde, het werk en het bloed van de Heere Jezus slaat.
Zo leeft de mens bij deze dingen, want door deze dingen wordt het leven van God in de ziel onderhouden. De Heilige Geest versterkt het in het verborgen door juist de dingen die het dreigden te verwoesten.
Gans anders is ’t met hem, die ’t kwaad bemint:
hij is als kaf, dat wegstuift voor de wind.
Geen zondaar zal ’t gewis verderf ontkomen,
als in ’t gericht door God wordt wraak genomen.
Hij, die van deugd en godsvrucht is ontaard,
zal niet bestaan, waar ’t vrome volk vergaart.
Ps. 1:3
Aan de lezer…
Er zijn tijden geweest dat de beproevingen over u kwamen als een stroom die alles leek weg te spoelen. Werd u losgerukt van waar u stond, zodat het leek alsof uw geloof en uw hoop helemaal verwoest waren? Dat is een bitter uur, en het is geen schande dat te erkennen. Maar kijk eens wat die stroom werkelijk heeft meegevoerd: onreinheid die u voor onderwijs van de Heilige Geest had aangezien, en verdorde takken die toch geen vrucht meer droegen.
Het ware geloof wordt door de storm niet uitgeroeid. Zoals de eik zijn wortels des te dieper slaat naarmate de wind harder woedt, zo leert de ziel zich in haar droefheid des te vaster vast te klemmen aan de Persoon, de liefde, het werk en het bloed van de Heere Jezus. Bij deze dingen leeft men. Wat u dreigde te verwoesten, gebruikt de Heilige Geest in het verborgen om het leven van God in u te versterken. Zeg dan met Hiskia, al is het nog met tranen: „In alle deze is het leven mijns geestes.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
O Lord, by these things men live, and in all these things is the life of my spirit.
Isaiah 38:16
When Hezekiah said, “By these things men live,” he meant that by these trials and deliverances, by these sinkings and risings, strippings and clothings, emptyings and fillings, “by these things men,” that is, spiritual men, “live.” It is a mystery, but a great truth, that just in proportion as we die to the world, to self, to sense, to nature, and to false religion, the more the life of God is strengthened in our conscience. The Lord, perhaps, has taught some of you this truth through great afflictions. But when these trials came upon you at the first, it seemed as though they would entirely overwhelm you; they took away your standing, and it appeared as though they had destroyed your faith and hope.
But though these floods of temptation passed over the soul, they swept away nothing but rubbish, which until then was mistaken for the inward teachings of God the Spirit. So far then from these afflictions overwhelming your faith, you found that faith was secretly strengthened by the very flood that threatened at first to drown it. True faith is no more destroyed by sharp trials, than the oak is destroyed by cutting away the ivy, or by a storm blowing down some of its rotten branches.
And thus, as the oak, the more the winds blow upon it, takes a firmer root in the soil; so the storms and tempests that blow upon the soul, only cause it to take a firmer hold of the truth, and to strike its fibers more deeply into the Person, love, work, and blood of Jesus. So that, “by these things men live,” for through them, the life of God is maintained and kept up in the soul, the Holy Spirit secretly strengthening it by the very things that seemed to threaten it with destruction.
To the reader…
There have been times when trials came over you like a flood that seemed to sweep everything away. Were you torn from where you stood, so that it seemed as if your faith and hope had been destroyed altogether? That is a bitter hour, and it is no shame to admit it. But look at what that flood really carried away: rubbish you had mistaken for the teaching of the Holy Spirit, and withered branches that bore no more fruit anyway.
True faith is not uprooted by the storm. As the oak strikes its roots all the deeper the harder the wind blows, so the soul in its sorrow learns to cling all the more firmly to the Person, the love, the work and the blood of the Lord Jesus. By these things men live. What threatened to destroy you, the Holy Spirit secretly uses to strengthen the life of God in you. Say, then, with Hezekiah, even if it is still with tears: “In all these things is the life of my spirit.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Oh Señor, con estas cosas se vive, y en todas ellas está la vida de mi espíritu.
Isaías 38:16
Cuando Ezequías dijo: “Con estas cosas se vive”, quiso decir que por estas pruebas y liberaciones, por estos hundimientos y levantamientos, despojos y vestiduras, vaciamientos y llenuras, “con estas cosas” viven los hombres, es decir, los hombres espirituales. Es un misterio, pero una gran verdad, que precisamente en la medida en que morimos al mundo, al yo, a los sentidos, a la naturaleza y a la religión falsa, tanto más se fortalece la vida de Dios en nuestra conciencia. Quizá el Señor ha enseñado a algunos de ustedes esta verdad por medio de grandes aflicciones. Pero cuando estas pruebas vinieron sobre ustedes al principio, parecía que iban a abrumarlos por completo; les quitaron el lugar donde estaban firmes, y parecía como si hubieran destruido su fe y su esperanza.
Pero aunque estas inundaciones de tentación pasaron sobre el alma, no arrastraron nada sino escombros, que hasta entonces se habían confundido con las enseñanzas interiores de Dios el Espíritu. Así que, lejos de abrumar su fe estas aflicciones, hallaron que la fe era secretamente fortalecida por la misma inundación que al principio amenazaba con ahogarla. La fe verdadera no es destruida por las pruebas agudas, como tampoco el roble es destruido cuando se le corta la hiedra, o cuando una tormenta derriba algunas de sus ramas podridas.
Y así, como el roble, cuanto más soplan los vientos sobre él, tanto más firme raíz echa en el suelo, así las tormentas y tempestades que soplan sobre el alma solo hacen que se aferre con más firmeza a la verdad, y que hunda sus fibras más profundamente en la Persona, el amor, la obra y la sangre de Jesús. De modo que “con estas cosas se vive”, porque por medio de ellas la vida de Dios es mantenida y sostenida en el alma, fortaleciéndola el Espíritu Santo en secreto por las mismas cosas que parecían amenazarla con la destrucción.
Al lector…
Ha habido tiempos en que las pruebas vinieron sobre usted como una inundación que parecía arrastrarlo todo. ¿Fue arrancado del lugar donde estaba firme, de modo que parecía que su fe y su esperanza habían sido destruidas por completo? Es una hora amarga, y no es vergüenza admitirlo. Pero mire lo que esa inundación se llevó en realidad: escombros que usted había confundido con la enseñanza del Espíritu Santo, y ramas secas que de todos modos ya no daban fruto.
La fe verdadera no es desarraigada por la tormenta. Así como el roble hunde sus raíces tanto más hondo cuanto más fuerte sopla el viento, así el alma en su dolor aprende a aferrarse con tanta más firmeza a la Persona, el amor, la obra y la sangre del Señor Jesús. Con estas cosas se vive. Lo que amenazaba con destruirle, el Espíritu Santo lo usa en secreto para fortalecer la vida de Dios en usted. Diga, pues, con Ezequías, aunque sea todavía con lágrimas: “En todas ellas está la vida de mi espíritu.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het onderhouden van het geestelijk leven
Wacht u, dat gij de Heere, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen.
Deuteronomium 8:11
De ogen en het hart veel op het Woord der waarheid richten is ook een gezegend middel om het leven Gods in de ziel in stand te houden. O, wat een schatten van barmhartigheid en genade bevinden zich toch in de Heilige Schrift! Wat een rijke bron van hemels onderricht! Wat een voorraad aan kostbare beloften, bemoedigende uitnodigingen, heerlijke waarheden, heilige voorschriften, zachte berispingen, wijze raden en liefdevolle aanwijzingen! Wat een lamp voor onze voeten en licht op ons pad!
Maar, o, hoe weinig weten, begrijpen, geloven, beseffen, ervaren en genieten we toch van het Woord des levens! Jarenlang hebben we gelezen, gestudeerd, overpeinsd en gepoogd door het geloof de schatten der waarheid binnen te gaan die in het bezielde Woord zijn vervat. Maar, o, wat begrijpen we er weinig van! Nog minder geloven we en genieten we van de hemelse verborgenheden, de schatten van genade en waarheid die erin worden geopenbaard!
Toch, alleen als ons hart niet slechts naar, maar in het Woord des levens wordt gebracht, en alleen als het geloof zich voedt met het hemelse voedsel dat er door de oneindige wijsheid en goedheid van God in is geplaatst, kunnen we vruchtbaar worden in goede woorden of werken. We zouden moeten proberen, met de hulp en de zegen van God, meer de geest van waarheid in ons op te nemen, dieper en krachtiger de geest van Christus binnen te gaan, het Woord met dezelfde bezieling te lezen als waarmee het werd geschreven, en ons hart meer over te geven aan het onderricht ervan, opdat het als regen kan vallen en als de dauw druppelen in de diepste diepten van onze ziel, om zo, als het ware, de wortels van ons geloof, onze hoop en onze liefde te bevruchten.
Lezen: Deuteronomium 8
Aan de lezer…
Misschien moet u, als het gaat om uw omgang met het Woord des levens, na jarenlang lezen en overpeinzen toch met schaamte belijden hoe weinig u ervan begrijpt, gelooft en geniet. Laat dat u niet doen wanhopen, maar laat het u wel ootmoedig maken. Want de Heere waarschuwt Zijn volk niet tevergeefs: „Wacht u, dat gij de Heere, uw God, niet vergeet.” Een ziel die het Woord laat liggen, raakt Hem ongemerkt uit het oog.
Richt daarom ogen en hart op die rijke bron, niet slechts naar het Woord toe, maar er middenin. Daar liggen de kostbare beloften, de tedere uitnodigingen en de zachte berispingen voor u gereed, en daar is Christus Zelf te vinden. Vraag de Heere om Zijn hulp en zegen, opdat het Woord als regen op u valt en als de dauw in de diepste diepten van uw ziel druppelt. Zo alleen worden de wortels van geloof, hoop en liefde gevoed, en wordt u vruchtbaar in goede woorden en werken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wacht u, dat gij de Heere, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen.
Deuteronomium 8:11
Ook het veel richten van de ogen en het hart op het Woord der waarheid is een gezegend middel om het leven van God in de ziel te bewaren. O, wat een schatten van barmhartigheid en genade liggen er in de Heilige Schrift! Wat een rijke bron van hemels onderwijs! Wat een voorraad aan kostbare beloften, bemoedigende uitnodigingen, heerlijke waarheden, heilige voorschriften, zachte berispingen, wijze raadgevingen en liefdevolle aanwijzingen! Wat een lamp voor onze voet en een licht op ons pad!
Maar o, hoe weinig kennen, begrijpen, geloven, beseffen, ervaren en genieten we toch van het Woord des levens! Jarenlang hebben we gelezen, gestudeerd en overdacht, en hebben we geprobeerd door het geloof binnen te gaan in de schatten van de waarheid die in het geïnspireerde Woord liggen. Maar o, wat begrijpen we er weinig van! En nog minder geloven en genieten we de hemelse verborgenheden, de schatten van genade en waarheid die erin geopenbaard worden!
Toch kunnen we alleen vruchtbaar worden in goede woorden en werken als ons hart niet alleen naar het Woord des levens, maar ook in het Woord wordt gebracht, en als het geloof zich voedt met het hemelse voedsel dat God in Zijn oneindige wijsheid en goedheid erin heeft gelegd. We zouden moeten proberen, met de hulp en de zegen van God, meer de geest van de waarheid in ons op te nemen en dieper en krachtiger in de geest van Christus binnen te gaan. We zouden het Woord moeten lezen met dezelfde bezieling als waarmee het geschreven is, en ons hart meer moeten overgeven aan het onderwijs ervan. Dan kan het als regen vallen en als dauw druppelen in de diepste diepten van onze ziel, om zo als het ware de wortels van ons geloof, onze hoop en onze liefde vruchtbaar te maken.
Lezen: Deuteronomium 8
Aan de lezer…
Misschien moet u, als het gaat om uw omgang met het Woord des levens, na jarenlang lezen en overdenken toch met schaamte belijden hoe weinig u ervan begrijpt, gelooft en geniet. Laat dat u niet doen wanhopen, maar wel ootmoedig maken. Want de Heere waarschuwt Zijn volk niet tevergeefs: „Wacht u, dat gij de Heere, uw God, niet vergeet.” Een ziel die het Woord laat liggen, verliest Hem ongemerkt uit het oog.
Richt daarom uw ogen en uw hart op die rijke bron: niet alleen naar het Woord toe, maar er middenin. Daar liggen de kostbare beloften, de tedere uitnodigingen en de zachte berispingen voor u klaar, en daar is Christus Zelf te vinden. Vraag de Heere om Zijn hulp en zegen, zodat het Woord als regen op u valt en als dauw in de diepste diepten van uw ziel druppelt. Alleen zo worden de wortels van geloof, hoop en liefde gevoed, en wordt u vruchtbaar in goede woorden en werken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Beware that thou forget not the LORD thy God, in not keeping His commandments, and His judgments, and His statutes.
Deuteronomy 8:11
Much directing of the eyes and the heart to the Word of truth is also a blessed means of maintaining the life of God in the soul. Oh, what treasures of mercy and grace lie in the Holy Scriptures! What a rich fountain of heavenly instruction! What a store of precious promises, encouraging invitations, glorious truths, holy precepts, gentle reproofs, wise counsels and loving directions! What a lamp unto our feet and a light unto our path!
But oh, how little after all do we know, understand, believe, realise, experience and enjoy of the Word of life! For years we have read, studied and meditated, and have sought by faith to enter into the treasures of truth which lie in the inspired Word. But oh, how little we understand of it! And still less do we believe and enjoy the heavenly mysteries, the treasures of grace and truth revealed in it!
Yet we can only become fruitful in good words and works when our heart is brought not only to the Word of life, but into it, and when faith feeds upon the heavenly food which God in His infinite wisdom and goodness has laid up in it. We should seek, with the help and blessing of God, to drink more into the spirit of the truth and to enter more deeply and powerfully into the mind of Christ. We should read the Word with the same spirit in which it was written, and give up our heart more to its teaching. Then it may drop as the rain and distil as the dew into the deepest depths of our soul, and so, as it were, make fruitful the roots of our faith, our hope and our love.
Reading: Deuteronomy 8
To the reader…
Perhaps, as regards your dealings with the Word of life, you must confess with shame, after years of reading and meditating, how little of it you understand, believe and enjoy. Let that not drive you to despair, but let it humble you. For the Lord does not warn His people in vain: “Beware that thou forget not the LORD thy God.” A soul that leaves the Word lying unread loses sight of Him without noticing it.
So direct your eyes and your heart to that rich fountain: not only towards the Word, but into the very midst of it. There the precious promises, the tender invitations and the gentle reproofs lie ready for you, and there Christ Himself is to be found. Ask the Lord for His help and blessing, so that the Word may drop upon you as the rain and distil as the dew into the deepest depths of your soul. Only so are the roots of faith, hope and love nourished, and you are made fruitful in good words and works.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Guárdate, que no te olvides de Jehová tu Dios, para no observar Sus mandamientos, y Sus derechos, y Sus estatutos.
Deuteronomio 8:11
El dirigir mucho los ojos y el corazón a la Palabra de verdad es también un medio bendito para mantener la vida de Dios en el alma. ¡Oh, qué tesoros de misericordia y gracia hay en las Santas Escrituras! ¡Qué rica fuente de instrucción celestial! ¡Qué provisión de preciosas promesas, invitaciones alentadoras, verdades gloriosas, preceptos santos, reprensiones suaves, sabios consejos e indicaciones amorosas! ¡Qué lámpara a nuestros pies y lumbrera a nuestro camino!
Pero oh, ¡qué poco, después de todo, conocemos, entendemos, creemos, comprendemos, experimentamos y disfrutamos de la Palabra de vida! Durante años hemos leído, estudiado y meditado, y hemos procurado por la fe entrar en los tesoros de verdad que hay en la Palabra inspirada. Pero oh, ¡qué poco entendemos de ella! ¡Y aún menos creemos y disfrutamos los misterios celestiales, los tesoros de gracia y verdad revelados en ella!
Sin embargo, solo podemos llegar a ser fructíferos en buenas palabras y obras cuando nuestro corazón es llevado no solo a la Palabra de vida, sino dentro de ella, y cuando la fe se alimenta del alimento celestial que Dios en Su infinita sabiduría y bondad ha guardado en ella. Deberíamos procurar, con la ayuda y bendición de Dios, beber más del espíritu de la verdad y entrar más honda y poderosamente en la mente de Cristo. Deberíamos leer la Palabra con el mismo espíritu con que fue escrita, y entregar más nuestro corazón a su enseñanza. Entonces podrá gotear como la lluvia y destilar como el rocío hasta lo más hondo de nuestra alma, y así, por decirlo así, hacer fructíferas las raíces de nuestra fe, nuestra esperanza y nuestro amor.
Lectura: Deuteronomio 8
Al lector…
Quizá, en cuanto a su trato con la Palabra de vida, tenga usted que confesar con vergüenza, después de años de leer y meditar, cuán poco de ella entiende, cree y disfruta. Que eso no le lleve a la desesperación, sino que le humille. Porque el Señor no advierte a Su pueblo en vano: “Guárdate, que no te olvides de Jehová tu Dios”. Un alma que deja la Palabra sin leer le pierde de vista a Él sin darse cuenta.
Dirija, pues, sus ojos y su corazón a esa rica fuente: no solo hacia la Palabra, sino a lo más íntimo de ella. Allí le esperan las preciosas promesas, las tiernas invitaciones y las suaves reprensiones, y allí se halla Cristo mismo. Pida al Señor Su ayuda y bendición, para que la Palabra gotee sobre usted como la lluvia y destile como el rocío hasta lo más hondo de su alma. Solo así se nutren las raíces de la fe, la esperanza y el amor, y es usted hecho fructífero en buenas palabras y obras.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken; en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; totdat Hij het oordeel zal uitbrengen ter overwinning.
Mattheüs 12:20
De vriendelijke Man van smarten zal nooit het gekrookte riet verbreken, noch de rokende vlaswiek uitblussen. Het is waar dat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning, want Hij beoogt de ziel in het stof te doen buigen; doch terwijl Hij het oordeel uitbrengt, geeft Hij verborgen ondersteuning; want Hij doodt en maakt levend; Hij doet ter helle nederdalen en Hij doet weder opstaan. Maar Hij brengt het oordeel voort tot overwinning. Overwinning volgt, de overwinning is gewis. Er moge een lange strijd plaatsvinden, een harde en vreselijke strijd, zodat de klederen in het zweet en bloed gewenteld worden, maar de overwinning is zeker, want Hij zal niet rusten totdat Hij de strijd ten volle gewonnen heeft.
O, wat zou satan triomferen als ooit enig heilige vallen zou uit de omhelzende armen van de goede Herder; als hij met honend gelach zijn vinger tot de poort des hemels kon opheffen en tot de herrezen Koning kon zeggen: „Uw bloed was voor deze ellendige tevergeefs gestort; hij is de mijne; hij is de mijne!” Zulk een pochen zou de hel vervullen met een kreet van overwinning. Maar neen, neen, zo zal het nooit zijn; het bloed reinigt van alle zonden en werd nooit en kon nooit tevergeefs gestort worden. Ofschoon het riet gekneusd is, nooit zal het worden uitgeblust, totdat Hij het oordeel zal hebben uitgebracht tot overwinning.
De strijd moge inderdaad weifelend worden gestreden, de vijand moge herhaaldelijk aanvallen, de zaak moge telkens weifelachtig zijn, doch de overwinning wordt op het laatste ogenblik beslist, ofschoon de avondschaduwen zich neigen en de nacht schijnt aan te breken. En het is de Heere Die dit alles doet. Wij hebben geen kracht om de strijd van de poort af te wenden. Is er één verzoeking die gij kunt overmeesteren? Is er één zonde die gij zonder Goddelijke hulp kunt kruisigen? Eén lust die gij zonder bijzondere genade kunt bedwingen?
In dit opzicht zijn wij volkomen zwak. Maar de Heere volbrengt Zijn kracht in deze zwakheid. Wij kunnen en moeten inderdaad verbroken worden. Onder ons smartelijk gevoelen kunnen wij denken dat er niemand zo hard behandeld wordt als wij, en dat ons geval al zeer bijzonder is. Doch zonder deze handelingen zouden wij onszelf niet oordelen, en indien wij onszelf oordelen, zullen wij van de Heere niet geoordeeld worden.
Indien gij uzelf rechtvaardigt, zal de Heere u veroordelen; indien gij uzelf oordeelt, zal de Heere u rechtvaardigen. Verhef uzelf, en de Heere zal u vernederen; verneder u, en de Heere zal u verhogen.
Aan de lezer…
Voelt u zich, waarde lezer, als een gekrookt riet, zo gekneusd dat het geen kracht meer heeft om recht te staan? Of als een vlaswiek die nog slechts rookt, zonder vlam en zonder warmte? Denkt u soms dat niemand zo hard behandeld wordt als u? Wees eerlijk: u kunt geen enkele verzoeking overmeesteren, geen zonde kruisigen, geen lust bedwingen zonder Zijn genade. Maar juist in die zwakheid volbrengt de Heere Zijn kracht.
De vriendelijke Man van smarten verbreekt het gekrookte riet niet. Hij mag u in het stof doen buigen, maar Hij geeft verborgen ondersteuning, want Hij doodt en Hij maakt levend. De strijd mag lang en zwaar zijn, en de avondschaduwen mogen zich neigen, toch zal satan nooit over u kunnen pochen, want het bloed werd niet tevergeefs gestort. Oordeel uzelf dan, en verneder u onder Zijn hand; Hij zal het oordeel uitbrengen tot overwinning.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken; en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; totdat Hij het oordeel zal uitbrengen ter overwinning.
Mattheüs 12:20
De vriendelijke Man van smarten zal het gekrookte riet nooit verbreken en de rokende vlaswiek nooit uitblussen. Het is waar dat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning, want Hij wil de ziel in het stof doen buigen. Maar terwijl Hij het oordeel uitbrengt, geeft Hij verborgen ondersteuning; want Hij doodt en maakt levend; Hij doet ter helle neerdalen en Hij doet weer opstaan. Maar Hij brengt het oordeel voort tot overwinning. De overwinning volgt; de overwinning is zeker. Er mag een lange strijd plaatsvinden, een harde en vreselijke strijd, zodat de klederen in zweet en bloed gewenteld worden, maar de overwinning is zeker, want Hij zal niet rusten voordat Hij de strijd volledig gewonnen heeft.
O, wat zou satan triomferen als ooit een heilige zou vallen uit de omhelzende armen van de goede Herder! Als hij met honend gelach zijn vinger naar de poort van de hemel kon opheffen en tot de opgestane Koning kon zeggen: „Uw bloed was voor deze ellendige tevergeefs gestort; hij is de mijne; hij is de mijne!” Zo’n gepoch zou de hel vervullen met een kreet van overwinning. Maar nee, nee, zo zal het nooit zijn. Het bloed reinigt van alle zonden en werd nooit tevergeefs gestort en kon ook nooit tevergeefs gestort worden. Hoewel het riet gekneusd is, zal het nooit worden uitgeblust, totdat Hij het oordeel zal hebben uitgebracht tot overwinning.
De strijd mag inderdaad met wisselende kansen gestreden worden, de vijand mag herhaaldelijk aanvallen, de zaak mag telkens onzeker zijn, maar de overwinning wordt op het laatste ogenblik beslist, ook al neigen de avondschaduwen zich en lijkt de nacht aan te breken. En het is de Heere Die dit alles doet. Wij hebben geen kracht om de strijd van de poort af te wenden. Is er één verzoeking die u kunt overmeesteren? Is er één zonde die u zonder Goddelijke hulp kunt kruisigen? Eén lust die u zonder bijzondere genade kunt bedwingen?
In dit opzicht zijn wij volkomen zwak. Maar de Heere volbrengt Zijn kracht in deze zwakheid. Wij kunnen en moeten inderdaad verbroken worden. Onder ons smartelijk gevoel kunnen wij denken dat niemand zo hard behandeld wordt als wij, en dat ons geval wel heel bijzonder is. Maar zonder deze handelingen zouden wij onszelf niet oordelen, en als wij onszelf oordelen, zullen wij door de Heere niet geoordeeld worden.
Als u uzelf rechtvaardigt, zal de Heere u veroordelen; als u uzelf oordeelt, zal de Heere u rechtvaardigen. Verhef uzelf, en de Heere zal u vernederen; verneder u, en de Heere zal u verhogen.
Aan de lezer…
Voelt u zich als een gekrookt riet, zo gekneusd dat het geen kracht meer heeft om recht te staan? Of als een vlaswiek die alleen nog rookt, zonder vlam en zonder warmte? Denkt u soms dat niemand zo hard behandeld wordt als u? Wees eerlijk: u kunt geen enkele verzoeking overmeesteren, geen zonde kruisigen, geen lust bedwingen zonder Zijn genade. Maar juist in die zwakheid volbrengt de Heere Zijn kracht.
De vriendelijke Man van smarten verbreekt het gekrookte riet niet. Hij mag u in het stof doen buigen, maar Hij geeft verborgen ondersteuning, want Hij doodt en Hij maakt levend. De strijd mag lang en zwaar zijn, en de avondschaduwen mogen zich neigen, toch zal satan nooit over u kunnen pochen, want het bloed werd niet tevergeefs gestort. Oordeel uzelf dan, en verneder u onder Zijn hand; Hij zal het oordeel uitbrengen tot overwinning.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“A bruised reed shall he not break, and smoking flax shall he not quench, till he send forth judgment unto victory.”
Matthew 12:20
The gracious Man of Sorrows will never ever “break the bruised reed, nor quench the smoking flax.” It is true that “He sends forth judgment,” for He means to bring the soul down into the dust; but while this judgment is going on, He secretly supports; for He kills that He may make alive; He brings down to the grave that He may bring up. But in sending forth this “judgment,” it is “unto victory.” Conquest is at the end; victory is sure. There may be a long conflict; a hard and fearful battle, with the garments rolled in sweat and blood; but victory is sure at last; for He will never rest until He fully gains the day.
Oh, how Satan would triumph if any saint ever fell out of the embraces of the good Shepherd; if he could point his derisive finger up to heaven’s gate and to its risen King, and say, “Your blood was shed in vain for this wretch, he is mine, he is mine!” Such a boast would fill hell with a yell of triumph. But no, no! it never will be so; the “blood that cleanses from all sin” never was, never can be shed in vain.
Though the reed is “bruised,” it will never be broken; though the flax “smokes,” it will never be extinguished; for He that “sends forth judgment” sends it “unto victory.” Long indeed may the battle fluctuate; again and again may the enemy charge; again and again may the event seem doubtful. Victory may be delayed even unto a late hour, until evening is drawing on and the shades of night are about to fall; but it is sure at last.
And it is the Lord Who does the whole. We have no power in ourselves to win the battle. Is there one temptation that you can master? Is there any one sin that you can, without divine help, crucify; one lust that you can, without special grace, subdue? We are total weakness in this matter. But the blessed Lord makes His strength perfect in this weakness.
We may and indeed must be bruised, and under painful feelings may think no one was so hardly dealt with, and that our case is singular. But without this we would not judge ourselves; and “if we judge ourselves, we shall not be judged of the Lord.” If you justify yourself, the Lord will condemn you; if you condemn yourself, the Lord will justify you. Exalt yourself, and the Lord will humble you; humble yourself, and the Lord will exalt you.
To the reader…
Do you feel like a bruised reed, so crushed that it no longer has the strength to stand upright? Or like smoking flax that only smoulders, without flame and without warmth? Do you sometimes think that no one is dealt with as hardly as you? Be honest: you cannot master a single temptation, crucify a single sin, or subdue a single lust without His grace. But it is precisely in that weakness that the Lord makes His strength perfect.
The gracious Man of Sorrows does not break the bruised reed. He may bow you down into the dust, but He gives secret support, for He kills and He makes alive. The battle may be long and hard, and the shades of evening may be drawing on, yet Satan will never be able to boast over you, for the blood was not shed in vain. Judge yourself, then, and humble yourself under His hand; He will send forth judgment unto victory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
La caña cascada no quebrará, y el pábilo que humea no apagará, hasta que saque a victoria el juicio.
Mateo 12:20
El bondadoso Varón de dolores jamás “quebrará la caña cascada, ni apagará el pábilo que humea”. Es verdad que “saca el juicio”, porque Su propósito es abatir al alma hasta el polvo; pero mientras este juicio sigue su curso, Él sostiene en secreto; porque Él mata para dar vida; hace descender al sepulcro para hacer subir. Pero al sacar este “juicio”, es “a victoria”. La conquista está al final; la victoria es segura. Puede haber un largo conflicto, una batalla dura y temible, con los vestidos revolcados en sudor y sangre; pero la victoria es segura al fin, porque Él nunca descansará hasta ganar del todo la jornada.
¡Oh, cómo triunfaría Satanás si algún santo cayera alguna vez de los brazos del buen Pastor; si pudiera señalar con dedo burlón hacia la puerta del cielo y a su Rey resucitado, y decir: “¡Tu sangre fue derramada en vano por este miserable; es mío, es mío!”! Semejante jactancia llenaría el infierno con un alarido de triunfo. Pero no, ¡no! nunca será así; la “sangre que limpia de todo pecado” nunca fue, ni puede ser jamás, derramada en vano.
Aunque la caña esté “cascada”, nunca será quebrada; aunque el pábilo “humee”, nunca será apagado; porque Aquel que “saca el juicio” lo saca “a victoria”. Largo tiempo, en verdad, puede la batalla oscilar; una y otra vez puede cargar el enemigo; una y otra vez puede parecer dudoso el desenlace. La victoria puede retrasarse hasta una hora tardía, hasta que se acerca la tarde y las sombras de la noche están a punto de caer; pero es segura al fin.
Y es el Señor quien lo hace todo. No tenemos en nosotros mismos poder para ganar la batalla. ¿Hay una sola tentación que usted pueda dominar? ¿Hay un solo pecado que pueda crucificar sin ayuda divina, una sola concupiscencia que pueda sujetar sin gracia especial? En este asunto somos pura debilidad. Pero el bendito Señor perfecciona Su fortaleza en esta debilidad.
Podemos, y de hecho debemos, ser cascados, y bajo sentimientos dolorosos pensar que nadie fue tratado con tanta dureza y que nuestro caso es singular. Pero sin esto no nos juzgaríamos a nosotros mismos; y “si nos examinásemos a nosotros mismos, cierto no seríamos juzgados” por el Señor. Si usted se justifica a sí mismo, el Señor le condenará; si se condena a sí mismo, el Señor le justificará. Exáltese, y el Señor le humillará; humíllese, y el Señor le exaltará.
Al lector…
¿Se siente usted como una caña cascada, tan aplastada que ya no tiene fuerza para mantenerse en pie? ¿O como un pábilo que humea y solo arde sin llama y sin calor? ¿Piensa a veces que nadie es tratado tan duramente como usted? Sea sincero: no puede dominar una sola tentación, crucificar un solo pecado ni sujetar una sola concupiscencia sin Su gracia. Pero es precisamente en esa debilidad donde el Señor perfecciona Su fortaleza.
El bondadoso Varón de dolores no quiebra la caña cascada. Puede inclinarle hasta el polvo, pero da un sostén secreto, porque Él mata y Él da vida. La batalla puede ser larga y dura, y las sombras de la tarde pueden estar cayendo, pero Satanás nunca podrá jactarse sobre usted, porque la sangre no fue derramada en vano. Júzguese, pues, a sí mismo, y humíllese bajo Su mano; Él sacará el juicio a victoria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl