21 de agosto
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken; en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; totdat Hij het oordeel zal uitbrengen ter overwinning.
Mattheüs 12:20
De vriendelijke Man van smarten zal nooit het gekrookte riet verbreken, noch de rokende vlaswiek uitblussen. Het is waar dat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning, want Hij beoogt de ziel in het stof te doen buigen; doch terwijl Hij het oordeel uitbrengt, geeft Hij verborgen ondersteuning; want Hij doodt en maakt levend; Hij doet ter helle nederdalen en Hij doet weder opstaan. Maar Hij brengt het oordeel voort tot overwinning. Overwinning volgt, de overwinning is gewis. Er moge een lange strijd plaatsvinden, een harde en vreselijke strijd, zodat de klederen in het zweet en bloed gewenteld worden, maar de overwinning is zeker, want Hij zal niet rusten totdat Hij de strijd ten volle gewonnen heeft.
O, wat zou satan triomferen als ooit enig heilige vallen zou uit de omhelzende armen van de goede Herder; als hij met honend gelach zijn vinger tot de poort des hemels kon opheffen en tot de herrezen Koning kon zeggen: „Uw bloed was voor deze ellendige tevergeefs gestort; hij is de mijne; hij is de mijne!” Zulk een pochen zou de hel vervullen met een kreet van overwinning. Maar neen, neen, zo zal het nooit zijn; het bloed reinigt van alle zonden en werd nooit en kon nooit tevergeefs gestort worden. Ofschoon het riet gekneusd is, nooit zal het worden uitgeblust, totdat Hij het oordeel zal hebben uitgebracht tot overwinning.
De strijd moge inderdaad weifelend worden gestreden, de vijand moge herhaaldelijk aanvallen, de zaak moge telkens weifelachtig zijn, doch de overwinning wordt op het laatste ogenblik beslist, ofschoon de avondschaduwen zich neigen en de nacht schijnt aan te breken. En het is de Heere Die dit alles doet. Wij hebben geen kracht om de strijd van de poort af te wenden. Is er één verzoeking die gij kunt overmeesteren? Is er één zonde die gij zonder Goddelijke hulp kunt kruisigen? Eén lust die gij zonder bijzondere genade kunt bedwingen?
In dit opzicht zijn wij volkomen zwak. Maar de Heere volbrengt Zijn kracht in deze zwakheid. Wij kunnen en moeten inderdaad verbroken worden. Onder ons smartelijk gevoelen kunnen wij denken dat er niemand zo hard behandeld wordt als wij, en dat ons geval al zeer bijzonder is. Doch zonder deze handelingen zouden wij onszelf niet oordelen, en indien wij onszelf oordelen, zullen wij van de Heere niet geoordeeld worden.
Indien gij uzelf rechtvaardigt, zal de Heere u veroordelen; indien gij uzelf oordeelt, zal de Heere u rechtvaardigen. Verhef uzelf, en de Heere zal u vernederen; verneder u, en de Heere zal u verhogen.
Aan de lezer…
Voelt u zich, waarde lezer, als een gekrookt riet, zo gekneusd dat het geen kracht meer heeft om recht te staan? Of als een vlaswiek die nog slechts rookt, zonder vlam en zonder warmte? Denkt u soms dat niemand zo hard behandeld wordt als u? Wees eerlijk: u kunt geen enkele verzoeking overmeesteren, geen zonde kruisigen, geen lust bedwingen zonder Zijn genade. Maar juist in die zwakheid volbrengt de Heere Zijn kracht.
De vriendelijke Man van smarten verbreekt het gekrookte riet niet. Hij mag u in het stof doen buigen, maar Hij geeft verborgen ondersteuning, want Hij doodt en Hij maakt levend. De strijd mag lang en zwaar zijn, en de avondschaduwen mogen zich neigen, toch zal satan nooit over u kunnen pochen, want het bloed werd niet tevergeefs gestort. Oordeel uzelf dan, en verneder u onder Zijn hand; Hij zal het oordeel uitbrengen tot overwinning.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken; en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; totdat Hij het oordeel zal uitbrengen ter overwinning.
Mattheüs 12:20
De vriendelijke Man van smarten zal het gekrookte riet nooit verbreken en de rokende vlaswiek nooit uitblussen. Het is waar dat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning, want Hij wil de ziel in het stof doen buigen. Maar terwijl Hij het oordeel uitbrengt, geeft Hij verborgen ondersteuning; want Hij doodt en maakt levend; Hij doet ter helle neerdalen en Hij doet weer opstaan. Maar Hij brengt het oordeel voort tot overwinning. De overwinning volgt; de overwinning is zeker. Er mag een lange strijd plaatsvinden, een harde en vreselijke strijd, zodat de klederen in zweet en bloed gewenteld worden, maar de overwinning is zeker, want Hij zal niet rusten voordat Hij de strijd volledig gewonnen heeft.
O, wat zou satan triomferen als ooit een heilige zou vallen uit de omhelzende armen van de goede Herder! Als hij met honend gelach zijn vinger naar de poort van de hemel kon opheffen en tot de opgestane Koning kon zeggen: „Uw bloed was voor deze ellendige tevergeefs gestort; hij is de mijne; hij is de mijne!” Zo’n gepoch zou de hel vervullen met een kreet van overwinning. Maar nee, nee, zo zal het nooit zijn. Het bloed reinigt van alle zonden en werd nooit tevergeefs gestort en kon ook nooit tevergeefs gestort worden. Hoewel het riet gekneusd is, zal het nooit worden uitgeblust, totdat Hij het oordeel zal hebben uitgebracht tot overwinning.
De strijd mag inderdaad met wisselende kansen gestreden worden, de vijand mag herhaaldelijk aanvallen, de zaak mag telkens onzeker zijn, maar de overwinning wordt op het laatste ogenblik beslist, ook al neigen de avondschaduwen zich en lijkt de nacht aan te breken. En het is de Heere Die dit alles doet. Wij hebben geen kracht om de strijd van de poort af te wenden. Is er één verzoeking die u kunt overmeesteren? Is er één zonde die u zonder Goddelijke hulp kunt kruisigen? Eén lust die u zonder bijzondere genade kunt bedwingen?
In dit opzicht zijn wij volkomen zwak. Maar de Heere volbrengt Zijn kracht in deze zwakheid. Wij kunnen en moeten inderdaad verbroken worden. Onder ons smartelijk gevoel kunnen wij denken dat niemand zo hard behandeld wordt als wij, en dat ons geval wel heel bijzonder is. Maar zonder deze handelingen zouden wij onszelf niet oordelen, en als wij onszelf oordelen, zullen wij door de Heere niet geoordeeld worden.
Als u uzelf rechtvaardigt, zal de Heere u veroordelen; als u uzelf oordeelt, zal de Heere u rechtvaardigen. Verhef uzelf, en de Heere zal u vernederen; verneder u, en de Heere zal u verhogen.
Aan de lezer…
Voelt u zich als een gekrookt riet, zo gekneusd dat het geen kracht meer heeft om recht te staan? Of als een vlaswiek die alleen nog rookt, zonder vlam en zonder warmte? Denkt u soms dat niemand zo hard behandeld wordt als u? Wees eerlijk: u kunt geen enkele verzoeking overmeesteren, geen zonde kruisigen, geen lust bedwingen zonder Zijn genade. Maar juist in die zwakheid volbrengt de Heere Zijn kracht.
De vriendelijke Man van smarten verbreekt het gekrookte riet niet. Hij mag u in het stof doen buigen, maar Hij geeft verborgen ondersteuning, want Hij doodt en Hij maakt levend. De strijd mag lang en zwaar zijn, en de avondschaduwen mogen zich neigen, toch zal satan nooit over u kunnen pochen, want het bloed werd niet tevergeefs gestort. Oordeel uzelf dan, en verneder u onder Zijn hand; Hij zal het oordeel uitbrengen tot overwinning.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“A bruised reed shall he not break, and smoking flax shall he not quench, till he send forth judgment unto victory.”
Matthew 12:20
The gracious Man of Sorrows will never ever “break the bruised reed, nor quench the smoking flax.” It is true that “He sends forth judgment,” for He means to bring the soul down into the dust; but while this judgment is going on, He secretly supports; for He kills that He may make alive; He brings down to the grave that He may bring up. But in sending forth this “judgment,” it is “unto victory.” Conquest is at the end; victory is sure. There may be a long conflict; a hard and fearful battle, with the garments rolled in sweat and blood; but victory is sure at last; for He will never rest until He fully gains the day.
Oh, how Satan would triumph if any saint ever fell out of the embraces of the good Shepherd; if he could point his derisive finger up to heaven’s gate and to its risen King, and say, “Your blood was shed in vain for this wretch, he is mine, he is mine!” Such a boast would fill hell with a yell of triumph. But no, no! it never will be so; the “blood that cleanses from all sin” never was, never can be shed in vain.
Though the reed is “bruised,” it will never be broken; though the flax “smokes,” it will never be extinguished; for He that “sends forth judgment” sends it “unto victory.” Long indeed may the battle fluctuate; again and again may the enemy charge; again and again may the event seem doubtful. Victory may be delayed even unto a late hour, until evening is drawing on and the shades of night are about to fall; but it is sure at last.
And it is the Lord Who does the whole. We have no power in ourselves to win the battle. Is there one temptation that you can master? Is there any one sin that you can, without divine help, crucify; one lust that you can, without special grace, subdue? We are total weakness in this matter. But the blessed Lord makes His strength perfect in this weakness.
We may and indeed must be bruised, and under painful feelings may think no one was so hardly dealt with, and that our case is singular. But without this we would not judge ourselves; and “if we judge ourselves, we shall not be judged of the Lord.” If you justify yourself, the Lord will condemn you; if you condemn yourself, the Lord will justify you. Exalt yourself, and the Lord will humble you; humble yourself, and the Lord will exalt you.
To the reader…
Do you feel like a bruised reed, so crushed that it no longer has the strength to stand upright? Or like smoking flax that only smoulders, without flame and without warmth? Do you sometimes think that no one is dealt with as hardly as you? Be honest: you cannot master a single temptation, crucify a single sin, or subdue a single lust without His grace. But it is precisely in that weakness that the Lord makes His strength perfect.
The gracious Man of Sorrows does not break the bruised reed. He may bow you down into the dust, but He gives secret support, for He kills and He makes alive. The battle may be long and hard, and the shades of evening may be drawing on, yet Satan will never be able to boast over you, for the blood was not shed in vain. Judge yourself, then, and humble yourself under His hand; He will send forth judgment unto victory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
La caña cascada no quebrará, y el pábilo que humea no apagará, hasta que saque a victoria el juicio.
Mateo 12:20
El bondadoso Varón de dolores jamás “quebrará la caña cascada, ni apagará el pábilo que humea”. Es verdad que “saca el juicio”, porque Su propósito es abatir al alma hasta el polvo; pero mientras este juicio sigue su curso, Él sostiene en secreto; porque Él mata para dar vida; hace descender al sepulcro para hacer subir. Pero al sacar este “juicio”, es “a victoria”. La conquista está al final; la victoria es segura. Puede haber un largo conflicto, una batalla dura y temible, con los vestidos revolcados en sudor y sangre; pero la victoria es segura al fin, porque Él nunca descansará hasta ganar del todo la jornada.
¡Oh, cómo triunfaría Satanás si algún santo cayera alguna vez de los brazos del buen Pastor; si pudiera señalar con dedo burlón hacia la puerta del cielo y a su Rey resucitado, y decir: “¡Tu sangre fue derramada en vano por este miserable; es mío, es mío!”! Semejante jactancia llenaría el infierno con un alarido de triunfo. Pero no, ¡no! nunca será así; la “sangre que limpia de todo pecado” nunca fue, ni puede ser jamás, derramada en vano.
Aunque la caña esté “cascada”, nunca será quebrada; aunque el pábilo “humee”, nunca será apagado; porque Aquel que “saca el juicio” lo saca “a victoria”. Largo tiempo, en verdad, puede la batalla oscilar; una y otra vez puede cargar el enemigo; una y otra vez puede parecer dudoso el desenlace. La victoria puede retrasarse hasta una hora tardía, hasta que se acerca la tarde y las sombras de la noche están a punto de caer; pero es segura al fin.
Y es el Señor quien lo hace todo. No tenemos en nosotros mismos poder para ganar la batalla. ¿Hay una sola tentación que usted pueda dominar? ¿Hay un solo pecado que pueda crucificar sin ayuda divina, una sola concupiscencia que pueda sujetar sin gracia especial? En este asunto somos pura debilidad. Pero el bendito Señor perfecciona Su fortaleza en esta debilidad.
Podemos, y de hecho debemos, ser cascados, y bajo sentimientos dolorosos pensar que nadie fue tratado con tanta dureza y que nuestro caso es singular. Pero sin esto no nos juzgaríamos a nosotros mismos; y “si nos examinásemos a nosotros mismos, cierto no seríamos juzgados” por el Señor. Si usted se justifica a sí mismo, el Señor le condenará; si se condena a sí mismo, el Señor le justificará. Exáltese, y el Señor le humillará; humíllese, y el Señor le exaltará.
Al lector…
¿Se siente usted como una caña cascada, tan aplastada que ya no tiene fuerza para mantenerse en pie? ¿O como un pábilo que humea y solo arde sin llama y sin calor? ¿Piensa a veces que nadie es tratado tan duramente como usted? Sea sincero: no puede dominar una sola tentación, crucificar un solo pecado ni sujetar una sola concupiscencia sin Su gracia. Pero es precisamente en esa debilidad donde el Señor perfecciona Su fortaleza.
El bondadoso Varón de dolores no quiebra la caña cascada. Puede inclinarle hasta el polvo, pero da un sostén secreto, porque Él mata y Él da vida. La batalla puede ser larga y dura, y las sombras de la tarde pueden estar cayendo, pero Satanás nunca podrá jactarse sobre usted, porque la sangre no fue derramada en vano. Júzguese, pues, a sí mismo, y humíllese bajo Su mano; Él sacará el juicio a victoria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl