6 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
11 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Het is wenselijk de Authorised Version te behouden
Philpot pleit in 1857 tegen een herziene Bijbelvertaling. Hij vreest verminking door dwalende geleerden, onzekerheid en verwarring bij Gods kinderen, en verlies van een gezaghebbende maatstaf en van een nationaal…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.
Hosea 2:13
En God spreekt tot haar hart; dat is het eigenaardige kenmerk van Zijn stem. Mensen mogen tot het oor spreken, en zij kunnen niet anders; maar God spreekt tot het hart, want daar alleen wordt Zijn stem gehoord. Alle godsdienst ligt het eerst en het laatst in het hart van een mens. Hij kan zijn hoofd wel voorzien hebben van kennis, en toch kan zijn hart ontbloot zijn van alle genade. Maar niet zo met de vaten der barmhartigheid, want zij „geloven met het hart tot gerechtigheid”; en het is door naar de stem van God in het hart te horen, dat een zaligmakend geloof in de ziel wordt opgewekt. Daar moet God spreken, zo er enige godsdienst des harten, enige gezonde of zaligmakende bevinding, enige kennis van de Waarheid zal zijn, om daardoor gezegend en gezaligd te worden.
Maar in de woestijn leren wij de grote noodzakelijkheid die er is, dat God tot ons hart spreekt. Wij willen dat de Heere Zelf tot het hart spreekt, en de Heere alleen, en dat Hij zulke woorden spreke die tot ons hart komen en met goddelijke macht in ons geweten ingaan. Wanneer gij in de woestijn zijt, hebt gij geen hulp, noch van een vriend, noch van enig schepsel, en geen vertroosting van de wereld; deze hebben u allen verlaten. God heeft u in de woestijn geleid om u van deze aardse banden, van die schuilplaats bij het schepsel en van ijdele hoop los te maken, opdat Hij Zelf tot uw ziel moge spreken.
Zo gij dan van de wereld zijt gescheiden doordat Hij u in de woestijn gebracht heeft; indien gij in velerlei verzoekingen en droefenis vervalt; indien gij door allerlei beproevingen wordt geoefend en op die plaats gebracht zijt waar het schepsel noch hulp noch hoop schenkt, dan zijt gij ertoe gekomen dat gij ziet en gevoelt dat niets dan de stem van God, met kracht tot uw ziel sprekende, uw voeten grond van rust en vrede kan geven. Maar is dat niet nuttig? Het moge smartelijk zijn; het is smartelijk; maar het is nuttig, omdat wij daardoor leren naar de Heere te zien en naar de Heere alleen, en dat moet een gezegende les zijn voor elk kind van God.
Dat Israël nu zegge, blij van geest:
Indien de Heer, Die bij ons is geweest,
indien de Heer, Die ons heeft bijgestaan,
toen ’s vijands heir en aanval werd gevreesd,
niet had gered, wij waren lang vergaan.
Ps. 124:1
Aan de lezer…
Bent u, bekommerde ziel, in de woestijn terechtgekomen? Hebben vrienden u verlaten, geeft geen schepsel u hulp, en is elke aardse schuilplaats u ontvallen? Het is smartelijk, en het hoeft niet mooier gemaakt te worden dan het is. Maar weet dat het de Heere is Die u daarheen geleid heeft, niet om u te verderven, maar opdat Hij Zelf naar uw hart zou spreken. Mensen spreken slechts tot het oor; Hij alleen spreekt tot het hart.
Zo leert u in de woestijn wat u elders niet leren zou: dat niets dan Zijn stem, met kracht tot uw ziel sprekende, uw voeten grond van rust en vrede kan geven. Zie dan niet meer om naar de banden die verbroken zijn, maar zie naar de Heere en naar de Heere alleen. Hij lokt u, Hij voert u, en Hij zal spreken. Dat is een bittere, maar een gezegende les voor elk kind van God.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.
Hosea 2:13
En God spreekt naar haar hart; dat is het bijzondere kenmerk van Zijn stem. Mensen kunnen tot het oor spreken, en verder komen zij niet; maar God spreekt tot het hart, want alleen daar wordt Zijn stem gehoord. Alle godsdienst ligt allereerst en uiteindelijk in het hart van een mens. Iemand kan zijn hoofd wel vol kennis hebben, terwijl zijn hart toch van alle genade verstoken is. Maar zo is het niet met de vaten der barmhartigheid, want zij „geloven met het hart tot gerechtigheid”. Door te luisteren naar de stem van God in het hart wordt een zaligmakend geloof in de ziel gewekt. Daar moet God spreken, als er enige godsdienst van het hart, enige gezonde of zaligmakende bevinding, enige kennis van de Waarheid zal zijn, om daardoor gezegend en zalig te worden.
Maar in de woestijn leren wij hoe hard het nodig is dat God tot ons hart spreekt. Wij willen dat de Heere Zelf tot het hart spreekt, en de Heere alleen, en dat Hij woorden spreekt die tot ons hart doordringen en met Goddelijke kracht ons geweten binnengaan. Wanneer u in de woestijn bent, hebt u geen hulp, niet van een vriend en niet van enig schepsel, en geen troost van de wereld; zij hebben u allemaal verlaten. God heeft u in de woestijn geleid om u los te maken van deze aardse banden, van die schuilplaats bij het schepsel en van ijdele hoop, zodat Hij Zelf tot uw ziel kan spreken.
Als u dan van de wereld bent gescheiden doordat Hij u in de woestijn gebracht heeft; als u in allerlei verzoekingen en droefheid valt; als u door allerlei beproevingen geoefend wordt en gebracht bent op de plaats waar het schepsel geen hulp en geen hoop meer geeft, dan bent u zover gekomen dat u ziet en voelt dat niets dan de stem van God, die met kracht tot uw ziel spreekt, uw voeten een grond van rust en vrede kan geven. Maar is dat niet nuttig? Het mag pijnlijk zijn; het is pijnlijk; maar het is nuttig, omdat wij daardoor leren op de Heere te zien en op de Heere alleen. En dat moet een gezegende les zijn voor elk kind van God.
Dat Israël nu zegge, blij van geest:
Indien de Heer, Die bij ons is geweest,
indien de Heer, Die ons heeft bijgestaan,
toen ’s vijands heir en aanval werd gevreesd,
niet had gered, wij waren lang vergaan.
Ps. 124:1
Aan de lezer…
Bent u, bekommerde ziel, in de woestijn terechtgekomen? Hebben vrienden u verlaten, geeft geen schepsel u hulp, en is elke aardse schuilplaats u ontvallen? Het is pijnlijk, en het hoeft niet mooier gemaakt te worden dan het is. Maar weet dat het de Heere is Die u daarheen geleid heeft, niet om u te verderven, maar om Zelf naar uw hart te spreken. Mensen spreken alleen tot het oor; Hij alleen spreekt tot het hart.
Zo leert u in de woestijn wat u elders niet zou leren: dat niets dan Zijn stem, die met kracht tot uw ziel spreekt, uw voeten een grond van rust en vrede kan geven. Kijk dan niet meer om naar de banden die verbroken zijn, maar zie op de Heere en op de Heere alleen. Hij lokt u, Hij voert u, en Hij zal spreken. Dat is een bittere, maar een gezegende les voor elk kind van God.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Therefore, behold, I will allure her, and bring her into the wilderness, and speak comfortably unto her.
Hosea 2:14
It is in the margin “to her heart;” and God speaks to the heart; that is the special characteristic of His voice. Men may speak to the ear, and they can do no more; but God speaks to the heart, for it is there that His voice alone is heard. All true religion first and last lies in a man’s heart. He may have his head well furnished with notions, yet a heart destitute of grace. But not so with the vessels of mercy, for they “believe with the heart unto righteousness;” and it is by the voice of God heard in the heart that a saving faith is raised up in the soul.
There God must speak if there is to be any heart religion, any sound or saving experience, any knowledge of the truth so as to be blessed and saved thereby. But in the wilderness we learn the deep necessity there is that God should speak to our heart. We need the Lord Himself to speak and the Lord alone; and to speak such words as shall reach our heart and enter with divine power into our conscience.
When you are in the wilderness, you have no friend, no creature help, no worldly comfort—these have all abandoned you. God has led you into the wilderness to bereave you of these earthly ties, of these creature refuges and vain hopes, that He may Himself speak to your soul. If, then, you are separated from the world by being brought into the wilderness; if you are passing through trials and afflictions; if you are exercised with a variety of temptations, and are brought into that spot where the creature yields neither help nor hope, then you are made to see and feel that nothing but God’s voice speaking with power to your soul can give you any solid grounds of rest or peace.
But is not this profitable? It may be painful; it is painful; but it is profitable, because by it we learn to look to the Lord and the Lord alone, and this must ever be a blessed lesson to learn for every child of God.
To the reader…
Troubled soul, have you ended up in the wilderness? Have friends forsaken you, does no creature give you help, and has every earthly refuge fallen away? It is painful, and it need not be made to look better than it is. But know that it is the Lord Who has led you there, not to destroy you, but to speak to your heart Himself. Men speak only to the ear; He alone speaks to the heart.
So in the wilderness you learn what you would not learn elsewhere: that nothing but His voice, speaking with power to your soul, can give your feet a ground of rest and peace. Do not look back, then, at the ties that have been broken, but look to the Lord and to the Lord alone. He allures you, He leads you, and He will speak. That is a bitter but a blessed lesson for every child of God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero he aquí, Yo la induciré, y la llevaré al desierto, y hablaré a su corazón.
Oseas 2:14
Al margen de la versión inglesa se lee “a su corazón”; y Dios habla al corazón; esa es la característica especial de Su voz. Los hombres pueden hablar al oído, y no pueden hacer más; pero Dios habla al corazón, porque es allí donde solo Su voz se oye. Toda religión verdadera reside, primero y último, en el corazón del hombre. Este puede tener la cabeza bien provista de nociones, y sin embargo un corazón desprovisto de gracia. Pero no así los vasos de misericordia, porque ellos “con el corazón creen para justicia”; y es por la voz de Dios oída en el corazón como se suscita en el alma una fe salvadora.
Allí tiene que hablar Dios si ha de haber alguna religión del corazón, alguna experiencia sana o salvadora, algún conocimiento de la verdad de modo que seamos bendecidos y salvados por ella. Pero en el desierto aprendemos la honda necesidad que hay de que Dios hable a nuestro corazón. Necesitamos que hable el Señor mismo, y solo el Señor; y que hable palabras tales que lleguen a nuestro corazón y entren con poder divino en nuestra conciencia.
Cuando usted está en el desierto, no tiene amigo, ni ayuda de criatura, ni consuelo del mundo: todo eso le ha abandonado. Dios le ha llevado al desierto para despojarle de estos lazos terrenales, de estos refugios de criatura y esperanzas vanas, para hablar Él mismo a su alma. Si, pues, está separado del mundo por haber sido llevado al desierto; si está pasando por pruebas y aflicciones; si está ejercitado con diversas tentaciones, y ha sido llevado a ese lugar donde la criatura no da ni ayuda ni esperanza, entonces se le hace ver y sentir que nada sino la voz de Dios hablando con poder a su alma puede darle un fundamento sólido de descanso o de paz.
Pero ¿no es esto provechoso? Puede ser doloroso; es doloroso; pero es provechoso, porque por ello aprendemos a mirar al Señor y solo al Señor, y esta ha de ser siempre una lección bendita que aprender para todo hijo de Dios.
Al lector…
Alma atribulada, ¿ha ido a parar al desierto? ¿Le han abandonado los amigos, no le da ayuda ninguna criatura, y se ha derrumbado todo refugio terrenal? Es doloroso, y no hace falta presentarlo mejor de lo que es. Pero sepa que es el Señor quien le ha llevado allí, no para destruirle, sino para hablar Él mismo a su corazón. Los hombres hablan solo al oído; solo Él habla al corazón.
Así aprende usted en el desierto lo que no aprendería en otra parte: que nada sino Su voz, hablando con poder a su alma, puede dar a sus pies un fundamento de descanso y de paz. No mire, pues, atrás a los lazos que se han roto, sino mire al Señor y solo al Señor. Él le induce, Él le guía, y Él hablará. Esa es una lección amarga, pero bendita, para todo hijo de Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Evangelische voorschriften
De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
Markus 14:38
Waar de genade Gods ook is, zij noodzaakt degene die er deel aan heeft, naar Zijn eer en heerlijkheid te leven. Al spoedig merkt hij echter hoe moeilijk dat is. Zo zwak is het vlees, zo sterk de macht van de zonde, de geslepenheid van de duivel, de kracht van verlokking en de strikken die overal voor onze voeten zijn gelegd, dat we niet kunnen doen wat we zouden willen, noch kunnen zijn wat we willen. Voordat we het goed beseffen, raken we met een of andere afgod verwikkeld, of worden we afgeleid door een of ander vleselijk genoegen, wat onze geest verduistert en ons misschien wel voor de rest van onze dagen bitter werk oplegt.
Op deze manier leren we echter niet alleen de zwakheid van het vlees kennen, maar ook waar en in Wie al onze sterkte zich bevindt. En terwijl de genade van de Heere Jezus, geschikt, toereikend en overvloedig als zij is, in en door de zwakte van het vlees kenbaar wordt, legt Zijn wonderbare liefde en zorg, doordat Hij ons zo steunt, medelijden met ons heeft en barmhartigheid toont terwijl we terecht toorn verwachten, ons de heilige verplichting op in Zijn vreze te wandelen en tot Zijn lof te leven.
We zijn zulke vreemde wezens. We zijn bereid, meer dan bereid, door de Heere onderricht te worden, want we smeken Hem voortdurend, in alle oprechtheid, ons te onderrichten. Toch houden we niet van Zijn manier van lesgeven als deze in het vlees snijdt. We verlangen oprecht tot de eer en heerlijkheid van God te leven. Toch, als daarvoor een offer van geld, of gemak, of gerief of goede naam wordt gevraagd — meer nog, als het nodig lijkt het rechteroog uit te rukken of de rechterhand af te houwen — trekken we ons terug en verzetten we ons, omdat er geen gemakkelijker en aangenamere weg voor het vlees is. Toch mengt zich wellicht, als het ons mogelijk wordt gemaakt het offer te brengen dat door het Woord en ons geweten wordt vereist, een zoetheid in onze geest met de bitterheid van het vlees.
Lezen: Markus 14:26-42
Aan de lezer…
Wilt u van harte tot eer van God leven, en merkt u toch telkens dat u niet kunt doen wat u zou willen? Vraagt u de Heere om onderwijs, en schrikt u terug wanneer Zijn lessen in het vlees snijden? Dan bent u niet alleen. De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak; en juist in die zwakheid wil de Heere u leren waar en in Wie al uw sterkte ligt.
Laat uw falen u dan niet van Hem wegdrijven. Zijn genade is geschikt, toereikend en overvloedig, en Hij heeft medelijden met u waar u terecht toorn zou verwachten. Vraagt Hij u een offer, dat u liever zou ontwijken, breng het dan in Zijn kracht en niet in de uwe. U zult ondervinden dat zich, ook in de bitterheid voor het vlees, een verborgen zoetheid in uw geest mengt, en dat Zijn liefde u verbindt om in Zijn vreze te wandelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
Markus 14:38
Waar de genade van God ook is, zij brengt degene die er deel aan heeft ertoe tot Zijn eer en heerlijkheid te leven. Maar al spoedig merkt hij hoe moeilijk dat is. Het vlees is zo zwak, en de macht van de zonde, de listigheid van de duivel, de kracht van de verleiding en de strikken die overal voor onze voeten liggen zijn zo sterk, dat we niet kunnen doen wat we zouden willen en niet kunnen zijn wat we willen. Voordat we het goed beseffen, raken we verstrikt met een of andere afgod, of worden we afgeleid door een of ander vleselijk genoegen. Dat verduistert onze geest en legt ons misschien voor de rest van onze dagen bitter werk op.
Op deze manier leren we echter niet alleen de zwakheid van het vlees kennen, maar ook waar en in Wie al onze sterkte ligt. De genade van de Heere Jezus, zo passend, toereikend en overvloedig als zij is, wordt in en door de zwakheid van het vlees openbaar. En Zijn wonderbare liefde en zorg, doordat Hij ons zo ondersteunt, medelijden met ons heeft en barmhartigheid bewijst waar we terecht toorn verwachten, leggen ons de heilige verplichting op in Zijn vreze te wandelen en tot Zijn lof te leven.
We zijn zulke vreemde wezens. We zijn bereid, meer dan bereid, door de Heere onderwezen te worden, want we smeken Hem voortdurend en in alle oprechtheid ons te onderwijzen. Toch houden we niet van Zijn manier van onderwijzen wanneer die in het vlees snijdt. We verlangen oprecht tot eer en heerlijkheid van God te leven. Maar als daarvoor een offer van geld, gemak, gerief of goede naam wordt gevraagd — ja, als het nodig lijkt het rechteroog uit te rukken of de rechterhand af te houwen — dan deinzen we terug en verzetten we ons, omdat er geen gemakkelijker en aangenamer weg voor het vlees is. Toch mengt zich misschien een zoetheid in onze geest met de bitterheid voor het vlees, wanneer het ons gegeven wordt het offer te brengen dat het Woord en ons geweten van ons vragen.
Lezen: Markus 14:26-42
Aan de lezer…
Wilt u van harte tot eer van God leven, en merkt u toch telkens dat u niet kunt doen wat u zou willen? Vraagt u de Heere om onderwijs, en schrikt u terug wanneer Zijn lessen in het vlees snijden? Dan bent u niet alleen. De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak; en juist in die zwakheid wil de Heere u leren waar en in Wie al uw sterkte ligt.
Laat uw falen u dan niet van Hem wegdrijven. Zijn genade is passend, toereikend en overvloedig, en Hij heeft medelijden met u waar u terecht toorn zou verwachten. Vraagt Hij u een offer dat u liever zou ontwijken, breng het dan in Zijn kracht en niet in de uwe. U zult ervaren dat zich, ook in de bitterheid voor het vlees, een verborgen zoetheid in uw geest mengt, en dat Zijn liefde u verplicht om in Zijn vreze te wandelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The spirit truly is ready, but the flesh is weak.
Mark 14:38
Wherever the grace of God is, it leads the one who partakes of it to live to His honour and glory. But he soon finds how hard that is. The flesh is so weak, and the power of sin, the craft of the devil, the strength of temptation and the snares that lie everywhere before our feet are so strong, that we cannot do what we would and cannot be what we wish. Before we are well aware of it, we become entangled with some idol, or drawn aside by some fleshly pleasure. That darkens our mind and perhaps lays bitter work upon us for the rest of our days.
In this way, however, we learn not only the weakness of the flesh, but also where and in Whom all our strength lies. The grace of the Lord Jesus, so suitable, sufficient and superabounding as it is, is made manifest in and through the weakness of the flesh. And His wonderful love and care, in so upholding us, pitying us and showing mercy where we justly expect wrath, lay upon us the holy obligation to walk in His fear and live to His praise.
We are such strange creatures. We are willing, more than willing, to be taught by the Lord, for we continually and in all sincerity beg Him to teach us. Yet we do not like His way of teaching when it cuts into the flesh. We sincerely desire to live to the honour and glory of God. But if for this a sacrifice of money, ease, comfort or good name is required (yes, if it seems needful to pluck out the right eye or cut off the right hand), then we shrink back and resist, because there is no easier and more pleasant way for the flesh. Yet perhaps a sweetness mingles in our spirit with the bitterness to the flesh, when it is given us to make the sacrifice which the Word and our conscience require of us.
Reading: Mark 14:26-42
To the reader…
Do you heartily desire to live to the honour of God, and yet find again and again that you cannot do what you would? Do you ask the Lord for teaching, and shrink back when His lessons cut into the flesh? Then you are not alone. The spirit truly is ready, but the flesh is weak; and in that very weakness the Lord would teach you where and in Whom all your strength lies.
Do not let your failures drive you away from Him, then. His grace is suitable, sufficient and superabounding, and He pities you where you would justly expect wrath. If He asks of you a sacrifice you would rather avoid, make it in His strength and not in yours. You will find that, even in the bitterness to the flesh, a hidden sweetness mingles in your spirit, and that His love binds you to walk in His fear.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El espíritu a la verdad está presto, mas la carne enferma.
Marcos 14:38
Dondequiera que está la gracia de Dios, lleva a quien participa de ella a vivir para Su honra y gloria. Pero pronto descubre cuán difícil es eso. La carne es tan débil, y el poder del pecado, la astucia del diablo, la fuerza de la tentación y los lazos que por todas partes hay delante de nuestros pies son tan fuertes, que no podemos hacer lo que quisiéramos ni ser lo que deseamos. Antes de darnos bien cuenta, nos vemos enredados con algún ídolo, o arrastrados por algún placer carnal. Eso oscurece nuestra mente y tal vez nos impone una obra amarga para el resto de nuestros días.
De esta manera, sin embargo, aprendemos no solo la debilidad de la carne, sino también dónde y en Quién reside toda nuestra fuerza. La gracia del Señor Jesús, tan adecuada, suficiente y sobreabundante como es, se manifiesta en y por medio de la debilidad de la carne. Y Su maravilloso amor y cuidado, al sostenernos así, compadecerse de nosotros y mostrar misericordia donde con justicia esperamos ira, nos imponen la santa obligación de andar en Su temor y vivir para Su alabanza.
Somos criaturas muy extrañas. Estamos dispuestos, más que dispuestos, a ser enseñados por el Señor, pues continuamente y con toda sinceridad le rogamos que nos enseñe. Sin embargo, no nos agrada Su manera de enseñar cuando hiere la carne. Deseamos sinceramente vivir para la honra y gloria de Dios. Pero si para ello se requiere un sacrificio de dinero, de comodidad, de bienestar o de buen nombre (sí, si parece necesario sacarse el ojo derecho o cortarse la mano derecha), entonces retrocedemos y nos resistimos, porque no hay para la carne un camino más fácil y agradable. Con todo, quizá se mezcla en nuestro espíritu una dulzura con la amargura para la carne, cuando nos es concedido hacer el sacrificio que la Palabra y nuestra conciencia nos exigen.
Lectura: Marcos 14:26-42
Al lector…
¿Desea usted de corazón vivir para la honra de Dios, y sin embargo descubre una y otra vez que no puede hacer lo que quisiera? ¿Pide al Señor que le enseñe, y retrocede cuando Sus lecciones hieren la carne? Entonces no está solo. El espíritu a la verdad está presto, mas la carne enferma; y precisamente en esa debilidad el Señor quiere enseñarle dónde y en Quién reside toda su fuerza.
No permita, pues, que sus fracasos le alejen de Él. Su gracia es adecuada, suficiente y sobreabundante, y Él se compadece de usted donde con justicia esperaría ira. Si le pide un sacrificio que preferiría evitar, hágalo en Su fuerza y no en la suya. Hallará que, aun en la amargura para la carne, una dulzura escondida se mezcla en su espíritu, y que Su amor le obliga a andar en Su temor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus.
2 Timotheüs 2:3
Hoe wordt de christen tot soldaat gevormd? Door naar de kerk te gaan, de Bijbel te lezen, psalmen te zingen, over de godsdienst te praten? Evenmin als de beproefde soldaat gevormd wordt te Aldershot of Southsea. Hij moet de strijd in en man tegen man vechten met satan en het vlees. Hij moet vreselijke wonden verduren, die hem door in- en uitwendige vijanden toegebracht zijn; hij moet liggen op de grond van mistroostigheid en verlating, en te allen tijde gereed zijn wanneer hij geroepen wordt om de kastelen van zonde en kwaad te bestormen, en nooit het veld ruimen of verlaten, maar het besluit nemen te overwinnen of te sterven.
In déze oorlogen des Heeren leert hij op zijn tijd zijn wapens te hanteren: God aan te roepen met smekingen en gebeden, met zijn ganse hart te vertrouwen op Jezus Christus, de satan terug te slaan, zichzelf te kruisigen en een leven des geloofs in de Zoon van God te leven. De godsdienst is geen zaak van theorie of leerstellingen; het is een zich bevinden in de hitte van de strijd, man tegen man vechtende met de vijand. Deze werkelijke, niet de voorgewende krijgsdienst maakt de christensoldaat gehard, versterkt de armspieren, geeft hem bekwaamheid om zijn wapens te gebruiken en somtijds kracht om de vijand op de vlucht te jagen. Zij werkt dus uithoudingsvermogen en maakt hem tot een geoefend soldaat, zodat hij niet langer onbedreven blijft, maar in staat gesteld wordt om de oorlogen des Heeren te voeren en een goed krijgsknecht van Jezus Christus te zijn.
Welke zijn dan uw beste vrienden geweest? Uw beproevingen. Waar hebt gij uw beste lessen gehad? In de school der verzoeking. Wat heeft u op Jezus doen zien? Een gevoel van uw zonde en ellende. Waarom vertrouwdet gij op het woord der belofte? Omdat gij niets anders hadt om op te vertrouwen. Als gij dus op de vruchten kondt zien, dan zoudt gij zien dat beproevingen en verzoekingen deze twee vruchten in uw geest tevoorschijn brengen: dat zij uw geloof beproefden, zelfs somtijds tot het uiterste, zodat het in de beproeving scheen of al uw geloof was teloorgegaan; en toch hebben zij u lijdzaamheid geleerd, opdat gij ze kondt verdragen.
Waarom hebt gij niet al lang geleden uw gehele godsdienst opgegeven? Zij hebben in u teweeggebracht dat gij hem des te vaster zijt gaan aankleven. Hebben uw verzoekingen u genoodzaakt hem als een zaak van weinig belang op te geven? Wel, gij hadt nooit een ware godsdienst dan toen gij beproefd zijt geworden of gij in ’t geheel wel een godsdienst hadt; en gij hebt nooit het geloof met vaster hand aangegrepen dan toen satan het u wilde afhandig maken.
De sterkste gelovigen zijn niet de mannen der dogma’s, maar die van ondervinding; niet de pochers, maar de strijders; niet de parade-officieren met al hun onberispelijke reglementen van duizend jaren terug, maar de soldaten met de in flarden gescheurde kleding, de gewonden, de half doden, die van geen kwartier geven aan of nemen van de zonde en de satan weten.
Aan de lezer…
Misschien voelt u zich meer een gewonde dan een held, met kleding in flarden en een geloof dat soms tot het uiterste beproefd wordt. Hebt u gemeend dat een goed krijgsknecht van Jezus Christus er heel anders uit moest zien? Vat dan moed. De Heere vormt Zijn soldaten niet op het paradeveld, maar in de hitte van de strijd, man tegen man met satan en het vlees. Uw beproevingen zijn, hoe vreemd het klinkt, uw beste vrienden geweest, en de school der verzoeking uw beste leerschool.
Want wat heeft u op Jezus doen zien, anders dan een gevoel van uw zonde en ellende? Waarom vertrouwdet u op het woord der belofte, anders dan omdat u niets anders had? Bent u gevallen, ruim het veld niet. U hebt het geloof nooit vaster aangegrepen dan toen satan het u wilde ontrukken. Blijf dan roepen, blijf vertrouwen, en lijd verdrukkingen als een goed krijgsknecht van Jezus Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus.
2 Timotheüs 2:3
Hoe wordt de christen tot soldaat gevormd? Door naar de kerk te gaan, de Bijbel te lezen, psalmen te zingen, over de godsdienst te praten? Net zomin als de geharde soldaat gevormd wordt in Aldershot of Southsea. Hij moet de strijd in en man tegen man vechten met satan en het vlees. Hij moet vreselijke wonden verduren, die hem door inwendige en uitwendige vijanden zijn toegebracht. Hij moet liggen op de grond van mistroostigheid en verlating, en altijd gereed zijn wanneer hij geroepen wordt om de vestingen van zonde en kwaad te bestormen. Hij mag nooit het veld ruimen of verlaten, maar moet besluiten te overwinnen of te sterven.
In déze oorlogen van de Heere leert hij op zijn tijd zijn wapens te hanteren: God aan te roepen met smekingen en gebeden, met heel zijn hart op Jezus Christus te vertrouwen, satan terug te slaan, zichzelf te kruisigen en een leven door het geloof in de Zoon van God te leiden. De godsdienst is geen zaak van theorie of leerstellingen; het is midden in de hitte van de strijd staan en man tegen man met de vijand vechten. Deze werkelijke, niet de gespeelde krijgsdienst, maakt de christensoldaat gehard. Zij versterkt de spieren van zijn armen, maakt hem bekwaam om zijn wapens te gebruiken en geeft hem soms kracht om de vijand op de vlucht te jagen. Zo werkt zij uithoudingsvermogen en maakt hem tot een geoefend soldaat, zodat hij niet langer onervaren blijft, maar in staat gesteld wordt de oorlogen van de Heere te voeren en een goed krijgsknecht van Jezus Christus te zijn.
Wie zijn dan uw beste vrienden geweest? Uw beproevingen. Waar hebt u uw beste lessen gekregen? In de school van de verzoeking. Wat heeft u op Jezus doen zien? Een besef van uw zonde en ellende. Waarom vertrouwde u op het woord van de belofte? Omdat u niets anders had om op te vertrouwen. Als u dus naar de vruchten kon kijken, dan zou u zien dat beproevingen en verzoekingen deze twee vruchten in uw geest voortbrengen. Zij beproefden uw geloof, soms zelfs tot het uiterste, zodat het in de beproeving leek of al uw geloof verloren was; en toch hebben zij u geduld geleerd, zodat u ze kon verdragen.
Waarom hebt u niet al lang geleden uw hele godsdienst opgegeven? Zij hebben in u bewerkt dat u hem des te vaster bent gaan vasthouden. Hebben uw verzoekingen u gedwongen hem als een zaak van weinig belang op te geven? Wel, u hebt nooit een ware godsdienst gehad als juist toen u beproefd werd of u eigenlijk wel een godsdienst had. En u hebt het geloof nooit met vastere hand gegrepen dan toen satan het u wilde afpakken.
De sterkste gelovigen zijn niet de mannen van de dogma’s, maar die van de ervaring; niet de opscheppers, maar de strijders; niet de paradeofficieren met al hun onberispelijke reglementen van duizend jaar terug, maar de soldaten met kleren in flarden, de gewonden, de half doden, die niet weten van genade geven aan of genade vragen van de zonde en satan.
Aan de lezer…
Misschien voelt u zich meer een gewonde dan een held, met kleren in flarden en een geloof dat soms tot het uiterste beproefd wordt. Hebt u gemeend dat een goed krijgsknecht van Jezus Christus er heel anders uit moest zien? Vat dan moed. De Heere vormt Zijn soldaten niet op het paradeveld, maar in de hitte van de strijd, man tegen man met satan en het vlees. Uw beproevingen zijn, hoe vreemd het ook klinkt, uw beste vrienden geweest, en de school van de verzoeking uw beste leerschool.
Want wat heeft u op Jezus doen zien, anders dan een besef van uw zonde en ellende? Waarom vertrouwde u op het woord van de belofte, anders dan omdat u niets anders had? Bent u gevallen, ruim het veld niet. U hebt het geloof nooit vaster gegrepen dan toen satan het u wilde ontrukken. Blijf dan roepen, blijf vertrouwen, en lijd verdrukkingen als een goed krijgsknecht van Jezus Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thou therefore endure hardness, as a good soldier of Jesus Christ.
2 Timothy 2:3
How is the Christian soldier made? By going to chapel, by reading the Bible, by singing hymns, by talking about religion? Just as much as the veteran warrior is made by merely living in the barracks. He must go into the battle and fight hand to hand with Satan and the flesh; he must endure cruel wounds given by both outward and inward foes; he must lie upon the cold ground of desolation and desertion; he must rush up the breach when called to storm the castles of sin and evil, and never “yield or abandon the field,” but press on determined to win the day, or die. In these battles of the Lord, in due time he learns how to handle his weapons, how to call upon God in supplication and prayer, to trust in Jesus Christ with all his heart, to beat back Satan, to crucify self, and live a life of faith in the Son of God.
Religion is not a matter of theory or of doctrine—it is to be in the thick of the battle, fighting with the enemy hand to hand, foot to foot, shoulder to shoulder. This actual, not sham, warfare makes the Christian soldier hardy, strengthens the muscles of his arm, gives him skill to wield his weapons, and power sometimes to put his enemies to flight. Thus it “works endurance,” makes him a veteran, so that he is no longer a raw recruit, but one able to fight the Lord’s battles and “to endure hardness, as a good soldier of Jesus Christ.”
What then have been your best friends? Your trials. Where have you learned your best lessons? In the school of temptation. What has made you look to Jesus? A sense of your sin and misery. Why have you hung upon the word of promise? Because you had nothing else to hang upon.
Thus, could you look at the results, you would see this, that trials and temptations produced upon your spirit these two effects; that they tried your faith, and that sometimes to the uttermost, so that in the trial it seemed as if all your faith were gone; and yet they have wrought patience, they have made you endure. Why have you not long ago given up all religion? Have your trials made you disposed to give it up? They have made you hold all the faster by it. Have your temptations induced you to let it go as a matter of little consequence?
Why, you never had more real religion than when you were tried whether you had any; and never held faith with a tighter grasp than when Satan was pulling it all away. The strongest believers are not the men of doctrine, but the men of experience; not the boasters, but the fighters; not the parade officers in all the millinery of spotless regimentals, but the tattered, soiled, wounded, half-dead soldiers that give and take no quarter from sin or Satan.
To the reader…
Perhaps you feel more like a wounded man than a hero, with your clothes in tatters and a faith that is sometimes tried to the uttermost. Did you think that a good soldier of Jesus Christ ought to look quite different? Then take courage. The Lord does not form His soldiers on the parade ground, but in the heat of battle, hand to hand with Satan and the flesh. Your trials, however strange it may sound, have been your best friends, and the school of temptation your best school.
For what made you look to Jesus, if not a sense of your sin and misery? Why did you trust in the word of promise, if not because you had nothing else? If you have fallen, do not abandon the field. You never grasped faith more firmly than when Satan wanted to tear it from you. Keep crying out, then, keep trusting, and endure hardness as a good soldier of Jesus Christ.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Tú pues, sufre trabajos como fiel soldado de Jesucristo.
2 Timoteo 2:3
¿Cómo se forma el soldado cristiano? ¿Yendo a la capilla, leyendo la Biblia, cantando himnos, hablando de religión? Tanto como se forma el guerrero veterano con solo vivir en el cuartel. Tiene que entrar en la batalla y pelear cuerpo a cuerpo con Satanás y la carne; tiene que soportar crueles heridas de enemigos tanto exteriores como interiores; tiene que yacer sobre el frío suelo de la desolación y el desamparo; tiene que lanzarse a la brecha cuando es llamado a asaltar las fortalezas del pecado y del mal, y nunca “ceder ni abandonar el campo,” sino avanzar resuelto a ganar la jornada o morir. En estas batallas del Señor aprende a su debido tiempo a manejar sus armas, a invocar a Dios en súplica y oración, a confiar en Jesucristo de todo corazón, a rechazar a Satanás, a crucificar el yo y a vivir una vida de fe en el Hijo de Dios.
La religión no es cuestión de teoría ni de doctrina; es estar en lo más reñido de la batalla, peleando con el enemigo cuerpo a cuerpo, pie con pie, hombro con hombro. Esta guerra real, y no fingida, endurece al soldado cristiano, fortalece los músculos de su brazo, le da destreza para manejar sus armas y, a veces, poder para poner en fuga a sus enemigos. Así “obra paciencia,” le hace veterano, de modo que ya no es un recluta bisoño, sino uno capaz de pelear las batallas del Señor y de “sufrir trabajos como fiel soldado de Jesucristo.”
¿Cuáles han sido, pues, sus mejores amigos? Sus pruebas. ¿Dónde ha aprendido sus mejores lecciones? En la escuela de la tentación. ¿Qué le ha hecho mirar a Jesús? Un sentir de su pecado y miseria. ¿Por qué se ha aferrado a la palabra de la promesa? Porque no tenía otra cosa a que aferrarse.
Así, si pudiera mirar los resultados, vería esto: que las pruebas y tentaciones produjeron en su espíritu estos dos efectos: que probaron su fe, y eso a veces hasta lo sumo, de modo que en la prueba parecía como si toda su fe se hubiera ido; y sin embargo obraron paciencia, le hicieron perseverar. ¿Por qué no ha abandonado hace mucho toda religión? ¿Le han inclinado sus pruebas a abandonarla? Le han hecho aferrarse a ella con más fuerza. ¿Le han inducido sus tentaciones a soltarla como cosa de poca importancia?
Pues usted nunca tuvo más religión verdadera que cuando fue probado si tenía alguna; y nunca asió la fe con mano más firme que cuando Satanás tiraba para quitársela toda. Los creyentes más fuertes no son los hombres de doctrina, sino los hombres de experiencia; no los jactanciosos, sino los combatientes; no los oficiales de desfile con todo el adorno de uniformes inmaculados, sino los soldados harapientos, sucios, heridos, medio muertos, que no dan ni piden cuartel al pecado ni a Satanás.
Al lector…
Quizá usted se sienta más como un herido que como un héroe, con la ropa hecha jirones y una fe a veces probada hasta lo sumo. ¿Pensaba que un fiel soldado de Jesucristo debería tener un aspecto muy distinto? Entonces cobre ánimo. El Señor no forma a Sus soldados en el campo de desfile, sino en el fragor de la batalla, cuerpo a cuerpo con Satanás y la carne. Sus pruebas, por extraño que suene, han sido sus mejores amigos, y la escuela de la tentación su mejor escuela.
Porque ¿qué le hizo mirar a Jesús, sino un sentir de su pecado y miseria? ¿Por qué confió en la palabra de la promesa, sino porque no tenía otra cosa? Si ha caído, no abandone el campo. Nunca asió la fe con más firmeza que cuando Satanás quería arrancársela. Siga, pues, clamando, siga confiando, y sufra trabajos como fiel soldado de Jesucristo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl