Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 3 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

19 september Korenaren uit de volle oogst

Want de Zoon des Mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
Lukas 19:10

De Zoon des mensen is gekomen. Wat een gezegend komen! De Heere Jezus lijkt die heerlijke titel „Zoon des mensen” te hebben aangenomen uit de tederste neerbuigende zorg voor wat wij nodig hebben. Hij was de Zoon van God, en wel in alle heerlijkheid; maar het behaagt Hem Zich de Zoon des mensen te noemen. Wij hebben Iemand nodig Die aan ons gelijk is, Die dezelfde natuur heeft en in Zijn borst hetzelfde menselijke hart draagt. Wij hebben Iemand nodig Die in alles verzocht is geweest zoals wij, maar zonder zonde, en Die daarom in staat is medelijden te hebben met hen die verzocht worden en hen te helpen.

Een zondaar, een mens die zich bewust is van zijn verdorvenheid en schuld, kan niet tot God naderen in Zijn innerlijke, werkelijke majesteit en heiligheid. Gezien als het grote en heerlijke Wezen Dat de eeuwigheid vervult, is Jehovah voor hem te groot, te verheven heilig en te ontzagwekkend volmaakt om tot Hem te naderen. Daarvoor moet hij een Middelaar hebben, en wel een Middelaar Die dat volkomen is: een God-mens, „Immanuël”, God met ons. De diepte van deze verborgenheid kan de eeuwigheid zelf niet omvatten. Maar de barmhartigheid van God, Die zo’n Middelaar aanwees, en de wonderbare neerbuigende liefde van de Zoon om de „Zoon des mensen” te worden, zijn zaken van het geloof, niet van het verstand; zij moeten geloofd worden, niet begrepen.

Wanneer zij zo worden aangenomen, wordt de mensheid van de Zoon van God een toegangsweg tot de Vader. Wij kunnen tot de Zoon des mensen spreken, tot Hem naderen en ons hart voor Hem uitstorten. Zijn tedere borst, Zijn medelijdend hart, lijkt de verlangens en gevoelens van ons hart naar Zich toe te trekken. God durven wij niet te naderen in Zijn wrekende majesteit; Hij is een „verterend vuur”, en de ziel beeft voor Hem. Maar wanneer Jezus Zich in het Evangelie laat zien als „de Middelaar tussen God en de mensen”, en als „een Scheidsman”, waarover Job spreekt, „om Zijn hand op ons beiden te leggen” (Job 9:33), hoe lijkt dat dan door te dringen tot in de diepte van het menselijk hart! Hoe opent dat een weg voor de arme, schuldige, onreine, veroordeelde en verloren zondaar om te naderen tot die grote God met Wie hij te doen heeft!

Ps. 29:6

Aan de lezer…

Durft u niet tot God te naderen, omdat u uw verdorvenheid en schuld kent en weet dat Hij een verterend vuur is? Beeft uw ziel bij de gedachte aan Zijn heiligheid? Dat is niet zonder reden: Hij is te groot en te heilig voor een zondaar om zó tot Hem te komen. Maar de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was, en Hij heeft het niet beneden Zich geacht Zich zo te noemen.

Tot Hem kunt u spreken. Hij draagt hetzelfde menselijke hart, Hij is in alles verzocht geweest, en Hij heeft medelijden met hen die verzocht worden. Stort uw hart dan voor Hem uit, zoals u bent: schuldig, onrein en verloren. Hij is de Scheidsman Die Zijn hand op beiden legt, en door Hem is er een weg geopend tot die grote God met Wie u te doen hebt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

19 september 365 dagen met Philpot

Paulus’ afscheidswens

En nu, broeders, ik beveel u Gode, en het Woord Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.
Handelingen 20:32

Wat is het belangrijkste onderwerp van de beproevingen en oefeningen van Gods kinderen? Is het niet het slechte hart dat ze in zich meedragen? Is het niet hoogmoed, ongeloof, ontrouw, duisternis, verzoekingen, angsten en twijfels, zonden en overtredingen, en de vele lasten en moeiten die ze bij elke stap tegenkomen? Gehinderd en belast door zoveel innerlijke en uiterlijke beproevingen, lijken ze niet in staat te beseffen dat de genade in hen is, of dat de heerlijkheid op hen wacht. Hun handen hangen neer en hun knieën knikken.

Maar hoe geschikt is voor zulke mensen „het woord van Gods genade” (Hand. 14:3)! Is de genade niet precies wat ze nodig hebben? Is er in het hart van de Verlosser geen fontein vol genade, die altijd stroomt en overvloeit? En stroomt die niet vol en onbeperkt door „het woord van Zijn genade”, dat ze in hun hart en in hun handen hebben? Hoe zou het anders tot hen kunnen komen dan onbeperkt? Hebben ze alleen de genade waarvoor ze werken? Wordt de genade voorzichtig, gierig en krenterig uitgedeeld, als geld uit de beurs van een vrek?

Nee. God is het, „Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt” (Jak. 1:5), en „de genade Gods, en de gave door de genade, is overvloedig geweest over velen” (Rom. 5:15). Jezus geeft als een Koning, „naar het vermogen van de koning”, zoals Salomo aan de koningin van Scheba.

Wees eerlijk tegenover uzelf; wees eerlijk over wat God u gegeven heeft. Hebt u nooit gevoeld dat Jezus u dierbaar is? Hebt u nooit uw hart aan Zijn voeten uitgestort? Hebt u door het geloof nooit een glimp van Zijn heerlijke Persoon opgevangen? Hebt u nooit iets van de werking van Zijn verzoenend bloed gemerkt? Nooit gezien hoe geschikt Hij is? Hem nooit dichtbij en dierbaar voor uw ziel gevoeld? Nooit die geestelijke gezindheid geproefd die leven en vrede is?

Als u dit hebt ervaren, hebt u „een erfdeel onder al de geheiligden”. Want hoe worden we geheiligd? Is het niet door het Woord der waarheid? Zoals de Heere zei: „Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.” En hebt u niet soms gevoeld dat het Woord der waarheid heilige, hemelse gevoelens en aandoeningen in uw hart werkte? Is dat geen heiliging?

Lezen: Romeinen 5:12-21

Aan de lezer…

Vermoeide pelgrim, hangen uw handen neer en knikken uw knieën? Ziet u zoveel van uw slechte hart, van ongeloof, duisternis en twijfel, dat u niet meer durft te geloven dat er genade in u is? Denkt u soms dat de Heere Zijn genade krenterig uitdeelt, als geld uit de beurs van een vrek, en dat u die eerst moet verdienen? Zo is Hij niet. Hij geeft een iegelijk mildelijk en verwijt niet; Hij geeft als een Koning.

Wees dan eerlijk over wat Hij u al gegeven heeft. Is Jezus u nooit dierbaar geweest? Hebt u nooit uw hart aan Zijn voeten uitgestort, of iets gemerkt van de kracht van Zijn verzoenend bloed? Veracht zulke ogenblikken niet, want ze zijn het werk van Zijn Woord in uw hart. Dat Woord heiligt nog steeds, en uit de fontein in het hart van de Verlosser stroomt de genade nog altijd vol en onbeperkt naar de arme en behoeftige.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

19 september Door Baca’s vallei

Maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds.
Romeinen 12:2

Wanneer de gelijkvormigheid aan de wereld wordt overwonnen en wij ons daarvan afscheiden, begint er in ons een proces van verandering waarover de apostel hier spreekt, en worden wij veranderd in de geest van ons gemoed. Met andere woorden: de Heilige Geest vernieuwt door Zijn werk in de ziel het leven van God. Hij wekt op en maakt levend: het geloof, de hoop, de liefde, het gebed, de lof, de geestelijkheid van ons gemoed, met elk teder gevoel en elke goddelijke aandoening die zich in een levend hart beweegt. Wanneer de Geest van God dan Zijn werk in ons hart vernieuwt, brengt Hij ons uit deze wereldse gelijkvormigheid. Hij laat ons het kwaad ervan zien; Hij maakt het geweten teder en gevoelig en houdt het zo.

Hij laat ons zien dat wij onze bewijzen verliezen als wij aan de wereld gelijkvormig worden. En waar die verduisterd worden, zijn wij al snel beroofd van de gemeenschap met God, van de troostende toenadering tot onze hemelse Vriend. Onze smaak voor en onze honger naar geestelijke dingen verzwakken, en zelfs onze belijdenis wordt ons tot een last. Wanneer ons geweten dan steeds meer ontwaakt om deze afwijkingen te zien en te voelen, worden wij ervan overtuigd dat wij slechts maaien wat wij gezaaid hebben. En terwijl de Geest van God de beschuldiging steeds vaster op het geweten bindt, laat Hij ons het kwaad van wereldse gelijkvormigheid zien, soms door pijnlijke ervaring, bijvoorbeeld door lange dagen van donkerheid en zware, donkere nachten van verlatenheid.

Welnu, wanneer Hij ons uit deze gelijkvormigheid aan de wereld brengt door het kwaad ervan aan te tonen, en ons laat zien dat wij ons door ons ellendig kleven aan het stof beroven van onze gelukkigste uren, van onze zoetste hoop en vreugden, dan trekt Hij onze zielen dichter naar Christus. En waar Hij ons in stand houdt door de ene dierbare waarheid na de andere in ons hart te laten druppelen, daar vernieuwt Hij ons in de geest van ons gemoed. Hij maakt het geloof levend, wekt de hoop op, deelt de liefde mee, lokt het gebed uit en schenkt ons de geestelijke gezindheid van het hart. Daardoor wordt er in ons een verandering gewerkt naar de gelijkenis van de lijdende Middelaar.

Wat hebben wij de gezegende Geest van God dan nodig voor een dagelijkse vernieuwing van ons gemoed, om aan het beeld van God gelijkvormig te zijn! Want er is geen middenweg tussen een geestelijk en een vleselijk leven, tussen gelijkvormig zijn aan het beeld van Christus en gelijkvormig zijn aan de wereld. Zoals er geen middenweg is tussen de enge en de brede weg, zo is er geen middenweg tussen vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid, tussen een biddende en een biddeloze gestalte, tussen waakzaamheid en zorgeloosheid, tussen berouw en hardheid van hart, tussen geloof en ongeloof, tussen het leven van een christen en het leven van een wereldling.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u lange dagen van donkerheid gekend hebt, of zware nachten waarin u zich verlaten voelde, en dat u later moest erkennen dat u maaide wat u gezaaid had. U had aan het stof gekleefd en uzelf van uw zoetste uren beroofd. Het is bitter dat te ontdekken. Maar weet dat juist het ontwaken van uw geweten het werk is van de gezegende Geest, Die u zo het kwaad laat zien om u dichter naar Christus te trekken.

Wanhoop dan niet onder de beschuldiging, maar zie uit naar de vernieuwing. Hij Die het geweten teder maakt, laat ook de ene dierbare waarheid na de andere in het hart druppelen. Hij maakt het geloof levend, wekt de hoop op en lokt het gebed weer uit. Er is geen middenweg; maar wie de Geest van God zo dagelijks nodig heeft, en dat voelt, wordt door Hem veranderd naar het beeld van de lijdende Middelaar.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina