Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

19 augustus Korenaren uit de volle oogst

Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk de toorn behouden.
Psalm 103:8, 9

God is toornig, en terecht toornig, over de zonden van Zijn volk. Hij haat de zonde met een volkomen haat; Hij kan niet ophouden tegen haar te toornen. Zij is zo in strijd met de reinheid en volmaaktheid van Zijn heilige natuur, dat waar Hij de zonde ook ontmoet, Zijn verontwaardiging ertegen ontbrandt. En pas wanneer wij een ontdekking en openbaring van Christus ontvangen die ons verzekert dat wij deel hebben aan Zijn kostbaar bloed en volbracht werk, kunnen wij de toorn van God tegen onze zonden onderscheiden van de toorn van God tegen ons.

Maar wanneer het de Heere behaagt ons iets van Zijn goedheid en barmhartigheid te openbaren in de Persoon en het werk van Zijn lieve Zoon, dan kunnen wij met het oog van het geloof zien dat Hij, hoewel toornig op onze zonden, niet toornig is op ons. Hij neemt ons aan in de Geliefde, in Wie Hij ons heeft uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk voor Hem zouden zijn in de liefde. Zo zal Hij niet eeuwig Zijn toorn behouden. En waarom niet? Omdat die toorn verzoend en weggedaan is, en niet wordt vastgehouden om te branden tot in de onderste hel.

De volzalige Heere heeft een offer voor de zonde gebracht. Hij heeft de straf en de schuld van de zonde weggedaan, verzoend en voldaan, en zo Zijn toorn en brandend misnoegen tegen de zonde van Zijn volk weggenomen. Want de hele toorn van God over hun zonde en over henzelf werd gelegd op de Persoon van Jezus, toen Hij daar stond als onze Plaatsvervanger en aan het kruis hing als een bloedig Offer, dat de zonde uitdelgde door Zijn eigen offerande. Daarom behoudt Hij Zijn toorn niet eeuwig: Hij is bevredigd door de voldoening van onze gezegende Heere, en Zijn toorn is weggenomen, zodat die niet zal branden tegen de personen van Gods volk en hen niet zal verteren met de vurige verbolgenheid die de goddelozen zal verbranden.

Komt, maakt God met mij groot!
Verbreidt, verhoogt met hart en stem
de nooit volprezen naam van Hem,
die ons behoedt in nood.
Ik zocht in mijn gebed
de Heer ootmoedig met geween,
Hij heeft mij in angstvalligheên
geantwoord, mij gered.

Ps. 34:2

Aan de lezer…

Hoe moeilijk is het de toorn van God tegen uw zonden te onderscheiden van een toorn tegen uzelf! Voelt u Zijn heilige verontwaardiging, en vreest u dat die op u blijft rusten? Dat is een zware last voor een teder geweten. Zolang de ziel Christus niet ziet, kan zij die twee niet uit elkaar houden, en dan vindt zij geen rust.

Maar zie op het kruis. Daar werd de hele toorn van God over de zonde van Zijn volk gelegd op de Persoon van Jezus, toen Hij stond als Plaatsvervanger en hing als een bloedig Offer. Daarom zal Hij niet altoos twisten, noch eeuwiglijk de toorn behouden. Hij is barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en Hij neemt de Zijnen aan in de Geliefde. Zoek Hem dan ootmoedig, al is het met tranen; Hij antwoordt nog steeds in angst en nood.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

19 augustus 365 dagen met Philpot

Genees mij

Genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14

In wat voor wanhopige, wat voor jammerlijke toestand zouden wij verkeren als er geen geneesmiddel was voor deze ellende en droefheid, die de aarde heeft ontwricht en als een geweldige aardbeving al haar fundamenten aan het wankelen heeft gebracht (Ps. 82:5). Wat zou het een hel zijn als er in de wereld niets was dan zonde en verdriet! Als wij alleen maar een paar korte weken, maanden of jaren de beker van smart tot op de bodem moesten leegdrinken, ondergedompeld moesten worden in de vloedgolven van de zonde, en weeklagend naar ons graf moesten gaan, om dan onze ogen te openen in oneindige rampzaligheid!

Maar o, kijk omhoog, u weeklagende heiligen, die vaak gebukt gaat onder wereldse zorgen en verdriet, en veel vaker en veel zwaarder onder de diepe verdorvenheden van uw hart. Kijk omhoog en zie die hemelse lichtstraal die zelfs nu door deze zwarte somberheid, deze ondoordringbare duisternis, lijkt te schijnen, zoals een zonnestraal soms in een ogenblik het aardoppervlak verlicht. „Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte; om te verschijnen degenen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op de weg des vredes” (Luk. 1:78, 79).

Kunt u niet als het ware een stem van God horen die tot de schuldige mensenkinderen spreekt, dezelfde stem als die de herders hoorden toen het hemelse koor zong: „Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen”? Kunt u niet zien hoe de genade als het ware uit het hart van God verschijnt, door de engelen? Hoe zij als met een engelenstem tot de mensenkinderen spreekt en hun vertelt dat er een balsem is voor al hun smarten, een geneesmiddel voor al hun kwalen? Kunt u niet de hand zien die wijst naar het verzoenende bloed en de rechtvaardigende gehoorzaamheid van de Zoon van God, en zegt: „Dit is het geneesmiddel, het enige middel dat God heeft gegeven voor alle zonde en verdriet die op de wereld zijn”?

Lezen: Jeremia 8:4-22

Aan de lezer…

Gaat u gebukt, waarde lezer? Niet alleen onder de zorgen en het verdriet van dit leven, maar nog veel zwaarder onder de verdorvenheden van uw eigen hart? Lijkt het soms alsof er niets is dan zonde en smart, en alsof de weg alleen weeklagend naar het graf leidt? Dan is dit woord voor u: kijk omhoog. Ook nu schijnt er een hemelse lichtstraal door de ondoordringbare duisternis heen.

De Opgang uit de hoogte heeft ons bezocht, om te verschijnen degenen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods. Er is een balsem voor al uw smarten, een geneesmiddel voor al uw kwalen. Ziet u de hand die wijst naar het verzoenende bloed en de rechtvaardigende gehoorzaamheid van de Zoon van God? Daar, en nergens anders, is het geneesmiddel dat God gegeven heeft. Zeg dan, hoe arm en ziek u ook bent: „Genees mij, HEERE, zo zal ik genezen worden.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

19 augustus Door Baca’s vallei

Als die in alles verdrukt worden, doch niet benauwd.
2 Corinthe 4:8

Gods kind wordt van alle kanten verdrukt, omdat hij aan elke kant waarvandaan hij verdrukt kan worden, zowel een geestelijke als een tijdelijke kant heeft: een kant die zijn ziel en een kant die zijn lichaam betreft, een kant die zijn bovennatuurlijk leven en een kant die zijn natuurlijk leven betreft, een kant die zijn nieuwe mens en een kant die zijn oude mens betreft. En omdat het voor hem noodzakelijk is gelijkvormig te worden aan het lijdende beeld van Christus, komen moeite en zorg van alle kanten op hem af om hem aan Christus gelijkvormig te maken.

Zijn verdrukkingen worden zelfs vermeerderd in verhouding tot zijn genade. Want hoe meer verdrukkingen er zijn, des te overvloediger zijn de vertroostingen, en een overvloed van vertroosting is niets anders dan een overvloed van genade. Dus hoe meer genade, des te groter zal het lijden zijn. En hoe nauwer hij het pad bewandelt dat de Heere welgevallig is overeenkomstig Zijn wil en Woord, hoe meer hij gedoopt zal worden met de doop van smart en beproeving, waarmee zijn dierbaar Hoofd vóór hem gedoopt is.

„Doch niet benauwd.” De woorden „niet benauwd” betekenen letterlijk dat wij niet opgesloten zijn in een nauwe, beperkte ruimte zonder uitgang. Dit stemt overeen met een uitdrukking van de apostel op een andere plaats, waar hij zegt: „Welke u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen.” En dit komt heel goed overeen met de woorden van David: „Gij hebt mijn ziel in benauwdheden gekend.” Hier is de benauwdheid van alle kanten. Maar hij voegt eraan toe: „En hebt mij niet overgegeven in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.”

Niet overgegeven zijn in de handen van de vijand betekent: door God niet aan de tegenstander overgegeven om gedood te worden. En de voeten doen staan in de ruimte betekent: een plaats gegeven waarin ik mij kan bewegen; een plaats waardoor ik kan ontkomen aan dood en verderf. Zo heeft de stervende christen een God als toevlucht; een Zaligmaker in Wiens armen hij zijn vermoeide ziel kan werpen; een gezegende Geest, Die van tijd tot tijd zijn twijfels en vrezen tegemoetkomt en een dierbare belofte op zijn belaste gemoed toepast. Die Geest geeft hem berusting in en onderwerping aan de verdrukkende hand van God, en verlicht de donkere vallei van de schaduw des doods, die hij moet betreden, met een liefelijke straal van Evangelielicht.

Aan de lezer…

Deze woorden zijn voor u, als u van alle kanten verdrukt wordt. Naar de ziel en naar het lichaam, van binnen en van buiten, zodat u nergens heen kunt kijken zonder moeite en zorg te ontmoeten? Verwonder u daar niet over, alsof u iets vreemds overkwam. Zo wordt Gods kind gelijkvormig gemaakt aan het lijdende beeld van Christus, en waar de verdrukkingen overvloedig zijn, zijn ook de vertroostingen overvloedig.

Want let op die kleine woorden: „doch niet benauwd.” U bent niet opgesloten in een ruimte zonder uitgang. Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven. Hij heeft u niet overgegeven in de hand van de vijand, en Hij zal uw voeten doen staan in de ruimte. Bent u vermoeid, werp uw ziel dan in de armen van de Zaligmaker. Ook in de donkere vallei van de schaduw des doods laat Hij een liefelijke straal van Evangelielicht schijnen voor wie op Hem ziet.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina