Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

19 april Korenaren uit de volle oogst

De uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden.
Romeinen 11:7

Wie verblind is door de god van deze wereld, weet niet wat kracht, gevoel, geur en dauw zijn. Zulke mensen zien die dingen niet; zij zijn blind voor de werkelijkheid ervan en dood voor het gewicht ervan. Maar de levende familie van God, die door Zijn gezegende Geest ertoe gebracht is enig begrip van de eeuwige Waarheid te hebben, heeft ogen om te zien wat kracht is, en ook een hart dat ernaar verlangt de openbaring van die kracht te voelen. Juist doordat zij zien wat werkelijkheid en kracht zijn, verlangen zij ernaar de geur van de eeuwige dingen in hun geweten te ervaren. En omdat zij niet voelen zoals zij zouden wensen, vrezen zij vaak dat zij volkomen blind zijn.

Maar juist het vragen, het angstig roepen, het zuchtend verlangen, het vurig smeken tot de Heere dat Hij hen niet zou laten leven en sterven zonder een getuigenis van Hemzelf, dat Hij het licht van Zijn aangezicht zou verheffen en hun het leven in Zijn gunst zou schenken: juist die kreten zijn een bewijs van leven. Als u blind was, zou u die dingen niet zien. Als u doof was, zou u deze dingen niet geestelijk horen. Als u dood was, zou u deze dingen niet voelen.

Daarom is juist wat u als een bewijs tegen uzelf lijkt te beschouwen, in werkelijkheid een bewijs vóór u. Dat gevoel van wankelmoedigheid, dat angstige vragen, die vrees voor God, dat roepen tot God dat Hij u zou onderzoeken en beproeven en uw hart goed zou maken in Zijn ogen: het zijn allemaal kentekenen van leven. Het zijn de bewijzen van een werk van genade in het hart en de geestelijke ademhaling van de levendgemaakte ziel, omdat de Heere Zelf haar dit gevoel heeft meegedeeld.

Mijn ziel bewaart Uw trouw getuigenis;
dat heb ik lief, ook doe ik Uw bevelen.
Uw woord kan mij, ofschoon ik alles mis,
door zijne smaak èn hart èn zinnen strelen.
Gij weet mijn weg en hoe mijn wandel is:
’k wil niets daarvan voor U, mijn God, verhelen.

Ps. 119:84

Aan de lezer…

Soms vreest u dat u blind bent, omdat u niet voelt zoals u zou wensen. Ziet u wel wat het is dat God met kracht spreekt, maar klaagt u dat die geur en die dauw aan u voorbijgaan? Dan zeg ik u met zachtheid: wie werkelijk blind is, ziet niets en mist niets. Hij vraagt niet, hij zucht niet, hij roept niet.

Maar u roept wel. U smeekt dat de Heere u niet laat leven en sterven zonder een getuigenis van Hemzelf, dat Hij het licht van Zijn aangezicht over u wil verheffen. Die kreten zijn geen bewijs tegen u, maar een kenteken van leven, de ademhaling van een ziel die de Heere Zelf levend heeft gemaakt. Wat u als uw veroordeling beschouwde, is juist een spoor van Zijn genade. Houd dan niet op met roepen, maar breng uw angst en uw verlangen bij Hem, Die u dit gevoel gegeven heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

19 april 365 dagen met Philpot

Vervolgen de Heere te kennen

Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3

We staan stil bij het feit dat er in de bevinding van de ziel iets gevonden wordt dat genoemd wordt: „vervolgen de HEERE te kennen”. En de zegeningen die voor de rechtvaardige zijn weggelegd, kunnen niet verkregen worden als dit vervolgen er niet is. De Heere te kennen is de begeerte van elke levend gemaakte ziel. Het is Hem kennen doordat Hij Zichzelf ontdekt, door een genadige openbaring van Zijn genade, liefde, tegenwoordigheid en heerlijkheid.

En hoeveel kennis van de Heere een kind van God ook mag hebben, in zijn eigen ogen zal die altijd onvolkomen en gebrekkig lijken. De gezegende apostel Paulus, die tot in de derde hemel was opgetrokken, leek Hem in vergelijking nog steeds niet te kennen. Daarom zegt hij: „Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding,” alsof al zijn kennis van Christus niet meer was dan een druppel water vergeleken met de oceaan. Het was alsof al zijn bevinding slechts één enkele straal was, vergeleken met de overvloed van licht en warmte die in de zon is.

Lezen: Hosea 6

Aan de lezer…

Vindt u, lezer, dat uw kennis van de Heere zo arm en gebrekkig is? Dat u na al die jaren nog zo weinig van Hem weet en zo weinig van Zijn liefde geproefd hebt? Laat u daardoor niet al te zeer ontmoedigen. Hoeveel kennis een kind van God ook ontvangt, zij lijkt hem altijd onvolkomen. Zelfs wie het meest van Hem gezien had, bad nog: „Opdat ik Hem kenne,” alsof al zijn kennis slechts een druppel was vergeleken met de oceaan.

Het verlangen zelf is al een teken van leven; een dode ziel begeert de Heere niet te kennen. Maar laat het niet bij een leeg verlangen blijven. Er staat: „Wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen.” Ga dan voort, zoek, roep en wacht. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; Hij zal komen als een regen op het droge land, op Zijn tijd en op Zijn wijze.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

19 april Door Baca’s vallei

Maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des Heeren.
1 Samuël 1:15

Wat ligt er veel in de uitdrukking: de ziel uitgieten voor het aangezicht van de Heere! Sta mij toe een alledaags beeld te gebruiken om dit te verduidelijken, want soms zijn alledaagse beelden daarvoor het meest geschikt. Denk aan een zak met koren. U weet dat de inhoud van de zak niet kan worden uitgestort wanneer de opening is dichtgebonden. Maar maak de zak open en kiep hem om, en meteen stroomt de inhoud eruit en valt het kostbare graan op de grond.

Ons hart is soms als een zak die is dichtgebonden. Er zijn begeerten, er is een uitzien, er zijn verlangens en noden; die worden dringend gevoeld, maar wij kunnen ze niet uitbrengen. Zoals wij lezen: „Ik opende mijn mond met sterk verlangen.” Maar soms opent de Heere in Zijn goedertierenheid de mond, en wanneer de mond dan geopend is, kan het hart zijn begeerten uitstorten, net zoals het kostbare graan uit de zak stroomt wanneer het touw is weggenomen.

Maar moet de zak niet vol zijn voordat het graan eruit kan stromen? Als u de zak openmaakt terwijl er maar een paar graankorrels in zitten, zal het graan er niet uit stromen. Zo is het ook met ons hart. Als het hart niet vol is, zijn er ook geen sterke begeerten die worstelen om zich voor Gods aangezicht uit te storten. Wij kunnen de mond wel openen, maar dat uitstorten blijft dan uit.

Wilt u een voorbeeld uit de Schrift van wat het is om je hart voor God uit te storten? Lees dan het eerste hoofdstuk van het eerste boek Samuël. Daar vindt u de begenadigde vrouw Hanna. Zij is bitter bedroefd van geest en giet haar ziel uit voor het aangezicht van de Heere, met zulke bewegingen van haar lichaam dat de hogepriester dacht dat zij dronken was. Haar hart was zo vol dat haar lippen beefden en haar gelaat verraadde wat er in haar omging. Toch antwoordde zij heel kalm op zijn berisping dat zij haar wijn van zich moest doen: „Neen, mijn heer! Ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterke drank gedronken, maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des Heeren.” Dat was werkelijk een gebed. En wij weten welk gezegend antwoord de Heere haar gaf, en hoe de Heilige Geest haar overwinningslied heeft laten optekenen.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat uw hart soms is als een dichtgebonden zak. Er zijn begeerten, verlangens en noden, en u voelt ze dringend, maar u kunt ze niet uitbrengen. U knielt neer en de woorden komen niet. Wanhoop daarom niet. Het is de Heere Die in Zijn goedertierenheid de mond opent, en Hij kan het touw in één ogenblik wegnemen.

En bent u vol? Vol van droefheid, vol van verlangen, vol van wat u bezwaart? Dan is dat geen verloren last. Een halflege zak stort niets uit, maar een vol hart stroomt, wanneer Hij het opent, uit voor Zijn aangezicht als kostbaar graan. Die bedroefde vrouw in de tempel werd door de mens verkeerd begrepen, maar de Heere begreep haar wel. Zo mag ook u, bezwaard van geest, uw ziel voor Hem uitgieten. Hij hoort het, en Hij weet een gezegend antwoord te geven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina