Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
Wij staan stil bij de opmerking dat er in de bevinding van de ziel zoiets gevonden wordt dat genoemd wordt „vervolgen de HEERE te kennen”. En de zegeningen die voor de rechtvaardige zijn weggelegd, kunnen niet verkregen worden als dit vervolgen er niet is. De Heere te kennen is de begeerte van elke levendgemaakte ziel. Het is Hem te kennen door Zijn eigen goddelijke ontdekking, door genadige openbaring van Zijn genade, liefde, aanwezigheid en heerlijkheid.
En welke mate van kennis een kind van God ook van de Heere mag hebben, zij zal voor zijn eigen gemoed altijd een onvolkomen en gebrekkige kennis schijnen. De gezegende apostel Paulus, die in de derde hemel was opgetrokken, scheen Hem vergelijkenderwijs nog steeds niet te kennen. Daarom zegt hij: „Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding,” alsof al zijn kennis van Christus niets meer was dan een druppel water vergeleken met de oceaan; alsof al zijn bevinding slechts een enkele straal was, vergeleken met de grote hoeveelheid licht en warmte die in de zon aanwezig is.
Lezen: Hosea 6
Aan de lezer…
Vindt u, lezer, dat uw kennis van de Heere zo arm en gebrekkig is? Dat u na al die jaren nog zo weinig van Hem weet en zo weinig van Zijn liefde geproefd hebt? Wees daar niet al te zeer door ontmoedigd. Welke mate van kennis een kind van God ook ontvangt, zij schijnt hem altijd onvolkomen. Zelfs wie het meest van Hem gezien heeft, bad nog: „Opdat ik Hem kenne,” alsof al zijn kennis slechts een druppel was vergeleken met de oceaan.
Het verlangen zelf is al een teken van leven; een dode ziel begeert de Heere niet te kennen. Maar laat het niet bij een ledig verlangen blijven. Er staat: „Wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen.” Ga dan voort, zoek, roep en wacht. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; Hij zal komen als een regen op het droge land, op Zijn tijd en op Zijn wijze.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
We staan stil bij het feit dat er in de bevinding van de ziel iets gevonden wordt dat genoemd wordt: „vervolgen de HEERE te kennen”. En de zegeningen die voor de rechtvaardige zijn weggelegd, kunnen niet verkregen worden als dit vervolgen er niet is. De Heere te kennen is de begeerte van elke levend gemaakte ziel. Het is Hem kennen doordat Hij Zichzelf ontdekt, door een genadige openbaring van Zijn genade, liefde, tegenwoordigheid en heerlijkheid.
En hoeveel kennis van de Heere een kind van God ook mag hebben, in zijn eigen ogen zal die altijd onvolkomen en gebrekkig lijken. De gezegende apostel Paulus, die tot in de derde hemel was opgetrokken, leek Hem in vergelijking nog steeds niet te kennen. Daarom zegt hij: „Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding,” alsof al zijn kennis van Christus niet meer was dan een druppel water vergeleken met de oceaan. Het was alsof al zijn bevinding slechts één enkele straal was, vergeleken met de overvloed van licht en warmte die in de zon is.
Lezen: Hosea 6
Aan de lezer…
Vindt u, lezer, dat uw kennis van de Heere zo arm en gebrekkig is? Dat u na al die jaren nog zo weinig van Hem weet en zo weinig van Zijn liefde geproefd hebt? Laat u daardoor niet al te zeer ontmoedigen. Hoeveel kennis een kind van God ook ontvangt, zij lijkt hem altijd onvolkomen. Zelfs wie het meest van Hem gezien had, bad nog: „Opdat ik Hem kenne,” alsof al zijn kennis slechts een druppel was vergeleken met de oceaan.
Het verlangen zelf is al een teken van leven; een dode ziel begeert de Heere niet te kennen. Maar laat het niet bij een leeg verlangen blijven. Er staat: „Wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen.” Ga dan voort, zoek, roep en wacht. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; Hij zal komen als een regen op het droge land, op Zijn tijd en op Zijn wijze.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then shall we know, if we follow on to know the LORD: His going forth is prepared as the morning; and He shall come unto us as the rain, as the latter and former rain unto the earth.
Hosea 6:3
We pause at the fact that there is found in the experience of the soul something which is called “following on to know the LORD.” And the blessings which are laid up for the righteous cannot be obtained if this following on is not there. To know the Lord is the desire of every quickened soul. It is to know Him by His discovering Himself, by a gracious revelation of His grace, love, presence and glory.
And however much knowledge of the Lord a child of God may have, in his own eyes it will always seem imperfect and defective. The blessed apostle Paul, who had been caught up into the third heaven, still seemed by comparison not to know Him. Therefore he says, “That I may know Him, and the power of His resurrection,” as though all his knowledge of Christ were no more than a drop of water compared with the ocean. It was as if all his experience were but a single ray, compared with the fulness of light and heat that is in the sun.
Reading: Hosea 6
To the reader…
Do you find, dear reader, that your knowledge of the Lord is so poor and defective? That after all these years you still know so little of Him and have tasted so little of His love? Do not let that discourage you too much. However much knowledge a child of God receives, it always seems imperfect to him. Even he who had seen most of Him still prayed, “That I may know Him,” as though all his knowledge were but a drop compared with the ocean.
The longing itself is already a sign of life; a dead soul does not desire to know the Lord. But do not let it remain an empty longing. It is written, “If we follow on to know the LORD.” Go on, then; seek, cry and wait. His going forth is prepared as the morning; He shall come as the rain upon the dry land, in His time and in His way.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceremos, y proseguiremos en conocer a Jehová: como el alba está aparejada Su salida, y vendrá a nosotros como la lluvia, como la lluvia tardía y temprana a la tierra.
Oseas 6:3
Nos detenemos en el hecho de que en la experiencia del alma se halla algo que se llama “proseguir en conocer a Jehová”. Y las bendiciones que están guardadas para los justos no pueden obtenerse si no existe este proseguir. Conocer al Señor es el deseo de toda alma vivificada. Es conocerle porque Él se descubre a Sí mismo, por una revelación misericordiosa de Su gracia, amor, presencia y gloria.
Y por mucho conocimiento del Señor que tenga un hijo de Dios, a sus propios ojos siempre le parecerá imperfecto y deficiente. El bienaventurado apóstol Pablo, que había sido arrebatado hasta el tercer cielo, aun así parecía, en comparación, no conocerle. Por eso dice: “A fin de conocerle, y la virtud de Su resurrección”, como si todo su conocimiento de Cristo no fuera más que una gota de agua comparada con el océano. Era como si toda su experiencia no fuera sino un solo rayo, comparado con la plenitud de luz y calor que hay en el sol.
Lectura: Oseas 6
Al lector…
¿Halla usted, querido lector, que su conocimiento del Señor es tan pobre y deficiente? ¿Que después de todos estos años todavía le conoce tan poco y ha gustado tan poco de Su amor? No deje que eso le desanime demasiado. Por mucho conocimiento que reciba un hijo de Dios, siempre le parece imperfecto. Aun aquel que más le había visto todavía oraba: “A fin de conocerle”, como si todo su conocimiento no fuera sino una gota comparada con el océano.
El anhelo mismo ya es una señal de vida; un alma muerta no desea conocer al Señor. Pero no deje que quede en un anhelo vacío. Está escrito: “Proseguiremos en conocer a Jehová”. Siga, pues, adelante; busque, clame y espere. Como el alba está aparejada Su salida; vendrá como la lluvia sobre la tierra seca, a Su tiempo y a Su manera.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl