vandaag verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
7 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
11 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En van onder eeuwige armen.
Deuteronomium 33:27
De eeuwige armen des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, de Goddelijke Jehova, zijn onder ieder Zijner kinderen; en onder hen zijnde, kunnen zij er nooit door- noch uitvallen, maar zij worden gedragen en gesteund en door hen medegevoerd, totdat zij komen in de eeuwige vreugde van een Drieënige God. Zo nu deze „eeuwige armen” niet onder een mens waren, dan is zijn hart zo vol bedrog, zijn bedorven natuur zo vreselijk goddeloos, de Satan legt zoveel strikken voor zijn voet, en elk zijner schreden is van zo talrijke gevaren omringd, dat hij onherroepelijk zou moeten omkomen. Maar wat wij moeten gevoelen, is dat Zijn armen onder ons zijn.
De leer der „eeuwige armen” onder ons zal onze ziel niet bevredigen, zo wij gevoelen dat wij vademen diep zinken. Indien wij blijven zinken, en nog steeds zinken, en somtijds vrezen dat wij eindelijk in de hel zullen terechtkomen, dan kan de blote leer dat de „eeuwige armen” onder Gods volk zijn, ons niet bevredigen; maar wij moeten ze onder ons gevoelen, zodat wij erop kunnen rusten en het genot smaken van erop te steunen en er eens uit te komen. Hoe veilig ligt de zuigeling in de armen der moeder, zolang hij kan voelen dat die armen het lichaam aanraken en steunen; maar zodra de moeder de arm wegneemt, vreest het wicht; het schreeuwt van angst; zolang het de druk van de armen der moeder gevoelt, slaapt het kalm en rustig voort.
Zo is het ook met levende zielen: zo zij „de eeuwige armen” onder zich niet kunnen vinden, kunnen zij niet rusten in de leer alleen dat God Zijn kerk draagt; maar als zij gevoelen dat zij gedragen worden, als er te midden van moeite, droefenis, smart en verzoeking een tastbaar leunen is op de eeuwige armen, en haar een tastbare steun gegeven wordt, dan kunnen zij er kalm en tevreden in rusten.
„Mijn hand zal, hoe ’t ook ga, hem sterken dag en nacht,
mijn arm zal hem in nood voorzien van moed en kracht.
De vijand zal hem nooit door wreev’le handelingen,
door list of hels bedrog, in uiterst’ engten dringen;
de booswicht zal ’t geweld nooit tegen hem gelukken,
noch in- noch uitlands vorst zijn zetel onderdrukken.”
Ps. 89:10
Aan de lezer…
Bestreden ziel, zinkt u vademen diep, en vreest u soms dat u eindelijk verloren zult gaan? Dan weet u dat de blote leer van de eeuwige armen u niet kan bevredigen. U kunt het wel belijden dat God Zijn kerk draagt, en toch schreeuwt uw ziel als een kind dat de arm van de moeder niet meer voelt. Schaam u dat niet; zo is het met levende zielen.
Want het is niet genoeg dat de leer waar is; u moet de eeuwige armen onder u gevoelen. Roep dan tot Hem, Die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is, dat Hij u te midden van moeite, droefenis en verzoeking een tastbaar leunen op Hem schenke. Zijn armen zijn onder ieder van Zijn kinderen, en wie Hij draagt, kan er nooit door- noch uitvallen. Gevoelt u hun druk, dan zult u kalm en rustig voortslapen als een zuigeling aan het hart der moeder.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En van onder eeuwige armen.
Deuteronomium 33:27
De eeuwige armen van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, de Goddelijke Jehova, zijn onder ieder van Zijn kinderen. En omdat die armen onder hen zijn, kunnen zij er nooit doorheen of uit vallen, maar worden zij erdoor gedragen, gesteund en meegevoerd, totdat zij komen in de eeuwige vreugde van een Drie-enig God. Als deze „eeuwige armen” niet onder een mens waren, dan is zijn hart zo vol bedrog, zijn verdorven natuur zo vreselijk goddeloos, legt satan zoveel strikken voor zijn voet, en is elke stap die hij zet door zo veel gevaren omringd, dat hij onherroepelijk zou moeten omkomen. Maar wat wij moeten voelen, is dat Zijn armen onder ons zijn.
De leer van de „eeuwige armen” onder ons zal onze ziel niet bevredigen als wij voelen dat wij vademen diep zinken. Als wij blijven zinken en nog steeds zinken, en soms vrezen dat wij ten slotte in de hel terecht zullen komen, dan kan de blote leer dat de „eeuwige armen” onder Gods volk zijn, ons niet bevredigen. Wij moeten ze onder ons voelen, zodat wij erop kunnen rusten, de vreugde kunnen smaken erop te steunen, en er eens uit kunnen komen. Hoe veilig ligt de zuigeling in de armen van zijn moeder, zolang hij kan voelen dat die armen zijn lichaam raken en steunen! Maar zodra de moeder haar arm wegneemt, wordt het kindje bang en schreeuwt het van angst; zolang het de druk van de armen van de moeder voelt, slaapt het kalm en rustig door.
Zo is het ook met levende zielen. Als zij „de eeuwige armen” niet onder zich kunnen vinden, kunnen zij niet rusten in de leer alleen dat God Zijn kerk draagt. Maar als zij voelen dat zij gedragen worden, als zij te midden van moeite, droefheid, smart en verzoeking werkelijk tastbaar op de eeuwige armen leunen, en hun een tastbare steun gegeven wordt, dan kunnen zij daarin kalm en tevreden rusten.
„Mijn hand zal, hoe ’t ook ga, hem sterken dag en nacht,
mijn arm zal hem in nood voorzien van moed en kracht.
De vijand zal hem nooit door wreev’le handelingen,
door list of hels bedrog, in uiterst’ engten dringen;
de booswicht zal ’t geweld nooit tegen hem gelukken,
noch in- noch uitlands vorst zijn zetel onderdrukken.”
Ps. 89:10
Aan de lezer…
Bestreden ziel, zinkt u vademen diep, en vreest u soms dat u ten slotte verloren zult gaan? Dan weet u dat de blote leer van de eeuwige armen u niet kan bevredigen. U kunt wel belijden dat God Zijn kerk draagt, en toch schreeuwt uw ziel als een kind dat de arm van zijn moeder niet meer voelt. Schaam u daar niet voor; zo is het met levende zielen.
Want het is niet genoeg dat de leer waar is; u moet de eeuwige armen onder u voelen. Roep dan tot Hem, Die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is, dat Hij u te midden van moeite, droefheid en verzoeking werkelijk op Hem laat leunen. Zijn armen zijn onder ieder van Zijn kinderen, en wie Hij draagt, kan er nooit doorheen of uit vallen. Voelt u hun druk, dan zult u kalm en rustig doorslapen als een zuigeling aan het hart van zijn moeder.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Underneath are the everlasting arms.
Deuteronomy 33:27
The “everlasting arms” of the Father, Son, and Holy Spirit, the divine Jehovah, are “underneath” every one of His people, and, being underneath them, they can neither fall through them nor out of them; but they are borne, and supported, and carried along by them until they are brought to the eternal enjoyment of a Three-One God. Now, if these “everlasting arms” were not underneath a man, so deceitful is his heart, so desperately wicked is his corrupt nature, such dreadful stratagems does Satan lay for his feet, and such numerous perils encompass every step, that he must infallibly perish.
But what we need to feel is, that these arms are underneath us. What good will the doctrine do us? The doctrine of the “everlasting arms” being underneath us will not satisfy our souls, if we feel that we are sinking fathoms. If we keep sinking, sinking, sinking, and are afraid, at times, that we shall sink at last into hell, the bare doctrine that the “everlasting arms” are underneath God’s people will not satisfy us; but we need to feel them under us, so that we can rest upon them, and enjoy a blessed support in them and coming out of them.
How secure the babe lies in its mother’s arms as long as it can feel the arms touching and supporting its body; but let the mother withdraw the arm, the babe is in fear; it cries out in alarm; but so long as it feels the pressure of the mother’s arms, it sleeps on calm and secure. So with living souls; if they cannot find the “everlasting arms” underneath them, they cannot rest in the mere doctrine of God’s upholding the Church; but when they can feel a support given; when in trouble, in affliction, in sorrow, in temptation, there is a sensible leaning upon the everlasting arms, and a sensible support communicated by them, then they can rest calmly and contentedly upon them.
To the reader…
Tempted soul, are you sinking fathoms deep, and do you sometimes fear that you will be lost in the end? Then you know that the bare doctrine of the everlasting arms cannot satisfy you. You may well confess that God upholds His Church, and yet your soul cries out like a child that no longer feels its mother’s arm. Do not be ashamed of that; that is how it is with living souls.
For it is not enough that the doctrine is true; you must feel the everlasting arms underneath you. Cry then to Him, the Father, the Son and the Holy Spirit, that in the midst of trouble, sorrow and temptation He will let you truly lean upon Him. His arms are underneath every one of His children, and whoever He carries can never fall through them or out of them. If you feel their pressure, you will sleep on calm and secure, like a babe at its mother’s heart.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y acá abajo los brazos eternos.
Deuteronomio 33:27
Los “brazos eternos” del Padre, del Hijo y del Espíritu Santo, el divino Jehová, están “debajo” de cada uno de Su pueblo; y estando debajo de ellos, no pueden caer a través de ellos ni fuera de ellos; sino que son llevados, sostenidos y conducidos por ellos hasta que son traídos al goce eterno de un Dios Trino. Ahora bien, si estos “brazos eternos” no estuvieran debajo de un hombre, tan engañoso es su corazón, tan desesperadamente perversa su naturaleza corrompida, tan terribles las estratagemas que Satanás tiende a sus pies, y tan numerosos los peligros que rodean cada paso, que infaliblemente perecería.
Pero lo que necesitamos sentir es que estos brazos están debajo de nosotros. ¿De qué nos servirá la doctrina? La doctrina de que los “brazos eternos” están debajo de nosotros no satisfará nuestras almas si sentimos que nos hundimos brazas abajo. Si seguimos hundiéndonos, hundiéndonos, hundiéndonos, y tememos a veces que al fin nos hundiremos en el infierno, la mera doctrina de que los “brazos eternos” están debajo del pueblo de Dios no nos satisfará; sino que necesitamos sentirlos debajo de nosotros, para que podamos descansar en ellos y gozar de un bendito sostén en ellos y que procede de ellos.
¡Cuán seguro yace el niño en los brazos de su madre mientras puede sentir los brazos que tocan y sostienen su cuerpo! Pero si la madre retira el brazo, el niño tiene miedo; grita alarmado; mas mientras siente la presión de los brazos de su madre, sigue durmiendo tranquilo y seguro. Así sucede con las almas vivientes; si no pueden hallar los “brazos eternos” debajo de ellas, no pueden descansar en la mera doctrina de que Dios sostiene a la Iglesia; pero cuando pueden sentir que se les da un sostén; cuando en la angustia, en la aflicción, en el dolor, en la tentación, hay un apoyarse sensible en los brazos eternos, y un sostén sensible comunicado por ellos, entonces pueden descansar en ellos tranquila y satisfechamente.
Al lector…
Alma tentada, ¿se hunde usted brazas abajo, y teme a veces que al final se perderá? Entonces sabe que la mera doctrina de los brazos eternos no puede satisfacerle. Bien puede confesar que Dios sostiene a Su Iglesia, y sin embargo su alma clama como un niño que ya no siente el brazo de su madre. No se avergüence de ello; así sucede con las almas vivientes.
Porque no basta con que la doctrina sea verdadera; usted tiene que sentir los brazos eternos debajo de sí. Clame entonces a Él, el Padre, el Hijo y el Espíritu Santo, para que en medio de la angustia, el dolor y la tentación Le permita apoyarse verdaderamente en Él. Sus brazos están debajo de cada uno de Sus hijos, y aquel a quien Él lleva nunca puede caer a través de ellos ni fuera de ellos. Si usted siente su presión, dormirá tranquilo y seguro, como un niño junto al corazón de su madre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Die Koning verhore ons
O HEERE! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10
Merk op dat de Kerk haar ogen tot de Koning richt; dat ze de Zoon van God opmerkt in al Zijn bemiddelende werk. „Die Koning verhore ons ten dage van ons roepen.” Toont dit niet de gelijkheid van de Zoon en de Vader? In het eerste deel van de tekst zegt de Kerk: „O HEERE! behoud”, alsof ze zich persoonlijk tot de Vader richtte; maar in hetzelfde vers voegt ze toe: „Die Koning verhore ons ten dage van ons roepen.” Dit kan voor sommigen een opluchting betekenen.
Is het voor sommigen van u niet verwarrend geweest tot welke Persoon van de Drie-eenheid u zou moeten bidden? Soms hebt u tot de Vader gebeden, en toen hoorde u stilletjes in uw hart fluisteren dat u tot de Zoon zou moeten bidden; en als u dat deed, had u het gevoel dat het verkeerd was dat u niet tot de Heilige Geest bad; en op het laatst was u zo verward dat u helemaal niet meer wist hoe u moest bidden. Dit is een van des duivels listen om u in het gebed te verwarren, uw gedachten uiteen te drijven en uw geest in verwarring te brengen, door deze verwarrende mogelijkheden op te roepen. Maar u kunt het niet verkeerd doen als u tot alle Personen van de Drie-eenheid bidt, zoals uw ziel wordt geleid. Als u ertoe wordt geleid tot de Vader te bidden, bid dan tot de Vader; en als u wordt geleid tot de Zoon te bidden, bid dan tot de Zoon; en als u wordt geleid tot de Geest te bidden, bid dan tot de Geest.
Er staan voorbeelden voor allemaal in de Heilige Schrift. Paulus bidt tot de Vader (Ef. 1:17): „Opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis.” We hebben het gebed van Stefanus tot de Zoon: „Heere Jezus, ontvang mijn geest” (Hand. 7:59). En we hebben het gebed van Paulus tot de Geest: „Doch de Heere richte uw harten tot de liefde van God, en tot de lijdzaamheid van Christus” (2 Thess. 3:5), waarin de naam Heere, die wordt onderscheiden van God de Vader en Christus, aantoont dat de Heilige Geest wordt aangesproken.
Lezen: 2 Thessalonicenzen 3
Aan de lezer…
Hoe dikwijls bent u al zo verward geraakt in het gebed dat u niet meer wist tot Wie u uw hart moest uitstorten? U begon tot de Vader, en toen fluisterde het in u dat u tot de Zoon moest bidden, en daarna dat u de Heilige Geest vergat, totdat u in het geheel niet meer wist hoe te bidden. Weet dan dat dit een van des duivels listen is, om uw gedachten uiteen te drijven en uw geest te verwarren.
Laat u daardoor niet van de troon afhouden. U kunt het niet verkeerd doen als u bidt zoals uw ziel geleid wordt: tot de Vader, tot de Zoon of tot de Geest. De Schrift geeft u voorbeelden van alle drie. Het is één God, Die hoort; en de Koning, tot Wie de Kerk haar ogen opheft, zal ook u verhoren ten dage van uw roepen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
O HEERE! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10
Merk op dat de Kerk haar ogen op de Koning richt, en dat zij de Zoon van God ziet in heel Zijn middelaarswerk. „Die Koning verhore ons ten dage van ons roepen.” Toont dit niet de gelijkheid van de Zoon en de Vader? In het eerste deel van de tekst zegt de Kerk: „O HEERE! behoud”, alsof zij zich persoonlijk tot de Vader richtte. Maar in hetzelfde vers voegt zij eraan toe: „Die Koning verhore ons ten dage van ons roepen.” Dit kan voor sommigen een verlichting zijn.
Is het voor sommigen van u niet verwarrend geweest tot welke Persoon van de Drie-eenheid u moest bidden? Soms hebt u tot de Vader gebeden, en dan hoorde u in uw hart fluisteren dat u tot de Zoon moest bidden. Als u dat deed, had u het gevoel dat het verkeerd was dat u niet tot de Heilige Geest bad. Ten slotte was u zo in verwarring dat u helemaal niet meer wist hoe u moest bidden. Dit is een van de listen van de duivel om u in het gebed te verwarren, uw gedachten uiteen te drijven en uw geest in verwarring te brengen, door deze verwarrende vragen op te roepen.
Maar u kunt het niet verkeerd doen als u tot alle Personen van de Drie-eenheid bidt, zoals uw ziel geleid wordt. Wordt u ertoe geleid tot de Vader te bidden, bid dan tot de Vader. Wordt u geleid tot de Zoon te bidden, bid dan tot de Zoon. En wordt u geleid tot de Geest te bidden, bid dan tot de Geest.
Voor alle drie staan er voorbeelden in de Heilige Schrift. Paulus bidt tot de Vader (Ef. 1:17): „Opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis.” We hebben het gebed van Stefanus tot de Zoon: „Heere Jezus, ontvang mijn geest” (Hand. 7:59). En we hebben het gebed van Paulus tot de Geest: „Doch de Heere richte uw harten tot de liefde van God, en tot de lijdzaamheid van Christus” (2 Thess. 3:5). Daar laat de naam Heere, die onderscheiden wordt van God de Vader en van Christus, zien dat de Heilige Geest wordt aangesproken.
Lezen: 2 Thessalonicenzen 3
Aan de lezer…
Hoe vaak bent u al zo verward geraakt in het gebed dat u niet meer wist tot Wie u uw hart moest uitstorten? U begon tot de Vader, en toen fluisterde het in u dat u tot de Zoon moest bidden, en daarna dat u de Heilige Geest vergat, totdat u helemaal niet meer wist hoe u moest bidden. Weet dan dat dit een van de listen van de duivel is, om uw gedachten uiteen te drijven en uw geest te verwarren.
Laat u daardoor niet van de troon afhouden. U kunt het niet verkeerd doen als u bidt zoals uw ziel geleid wordt: tot de Vader, tot de Zoon of tot de Geest. De Schrift geeft u voorbeelden van alle drie. Het is één God, Die hoort; en de Koning, naar Wie de Kerk haar ogen opheft, zal ook u verhoren ten dage van uw roepen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Save, LORD: let the king hear us when we call.
Psalm 20:9
Notice that the Church fixes her eyes on the King, and that she sees the Son of God in all His mediatorial work. “Let the King hear us when we call.” Does not this show the equality of the Son with the Father? In the first part of the text the Church says, “Save, LORD,” as if she were addressing the Father personally. But in the same verse she adds, “Let the King hear us when we call.” This may be a relief to some.
Has it not been perplexing to some of you to which Person of the Trinity you should pray? Sometimes you have prayed to the Father, and then you heard a whisper in your heart that you should pray to the Son. When you did so, you felt it was wrong that you did not pray to the Holy Ghost. At last you were so confused that you no longer knew how to pray at all. This is one of the devil’s devices to perplex you in prayer, to scatter your thoughts and confuse your mind, by raising these perplexing questions.
But you cannot do wrong in praying to all the Persons of the Trinity, as your soul is led. If you are led to pray to the Father, pray to the Father. If you are led to pray to the Son, pray to the Son. And if you are led to pray to the Spirit, pray to the Spirit.
For all three there are examples in Holy Scripture. Paul prays to the Father (Ephesians 1:17): “That the God of our Lord Jesus Christ, the Father of glory, may give unto you the spirit of wisdom and revelation in the knowledge of Him.” We have the prayer of Stephen to the Son: “Lord Jesus, receive my spirit” (Acts 7:59). And we have the prayer of Paul to the Spirit: “And the Lord direct your hearts into the love of God, and into the patient waiting for Christ” (2 Thessalonians 3:5). There the name Lord, distinguished from God the Father and from Christ, shows that the Holy Ghost is addressed.
Reading: 2 Thessalonians 3
To the reader…
How often have you become so confused in prayer that you no longer knew to Whom you should pour out your heart? You began with the Father, and then something whispered within you that you should pray to the Son, and afterwards that you had forgotten the Holy Ghost, until you no longer knew how to pray at all. Know, then, that this is one of the devil’s devices, to scatter your thoughts and confuse your mind.
Do not let it keep you away from the throne. You cannot do wrong if you pray as your soul is led: to the Father, to the Son or to the Spirit. Scripture gives you examples of all three. It is one God Who hears; and the King, to Whom the Church lifts up her eyes, will hear you too when you call.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Salva, Jehová: que el Rey nos oiga el día que Le invocáremos.
Salmo 20:9
Observe que la Iglesia fija sus ojos en el Rey, y que ve al Hijo de Dios en toda Su obra mediadora. “Que el Rey nos oiga el día que Le invocáremos.” ¿No muestra esto la igualdad del Hijo con el Padre? En la primera parte del texto la Iglesia dice: “Salva, Jehová”, como si se dirigiera personalmente al Padre. Pero en el mismo versículo añade: “Que el Rey nos oiga el día que Le invocáremos.” Esto puede ser un alivio para algunos.
¿No ha sido para algunos de ustedes motivo de perplejidad a qué Persona de la Trinidad deberían orar? A veces ha orado usted al Padre, y entonces oyó un susurro en su corazón de que debía orar al Hijo. Cuando lo hizo, sintió que estaba mal no orar al Espíritu Santo. Al final quedó tan confundido que ya no sabía en absoluto cómo orar. Esta es una de las artimañas del diablo para dejarle perplejo en la oración, para dispersar sus pensamientos y confundir su mente, suscitando estas preguntas desconcertantes.
Pero no puede obrar mal orando a todas las Personas de la Trinidad, según su alma sea guiada. Si es guiado a orar al Padre, ore al Padre. Si es guiado a orar al Hijo, ore al Hijo. Y si es guiado a orar al Espíritu, ore al Espíritu.
Para las tres hay ejemplos en la Santa Escritura. Pablo ora al Padre (Efesios 1:17): “Que el Dios del Señor nuestro Jesucristo, el Padre de gloria, os dé espíritu de sabiduría y de revelación para Su conocimiento.” Tenemos la oración de Esteban al Hijo: “Señor Jesús, recibe mi espíritu” (Hechos 7:59). Y tenemos la oración de Pablo al Espíritu: “Y el Señor enderece vuestros corazones en el amor de Dios, y en la paciencia de Cristo” (2 Tesalonicenses 3:5). Allí el nombre Señor, distinguido de Dios el Padre y de Cristo, muestra que se dirige al Espíritu Santo.
Lectura: 2 Tesalonicenses 3
Al lector…
¿Cuántas veces se ha confundido tanto en la oración que ya no sabía ante Quién debía derramar su corazón? Comenzó con el Padre, y luego algo le susurró por dentro que debía orar al Hijo, y después que había olvidado al Espíritu Santo, hasta que ya no sabía en absoluto cómo orar. Sepa, pues, que esta es una de las artimañas del diablo, para dispersar sus pensamientos y confundir su mente.
No deje que eso le aparte del trono. No puede obrar mal si ora según su alma sea guiada: al Padre, al Hijo o al Espíritu. La Escritura le da ejemplos de las tres cosas. Es un solo Dios Quien oye; y el Rey, a Quien la Iglesia alza sus ojos, le oirá también a usted cuando Le invoque.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Ja, wij hadden al zelf in onszelf het vonnis des doods, opdat wij niet op onszelf vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt.
2 Korinthe 1:9
Wat is het natuurlijke leven en wat is de natuurlijke dood? Is het niet dat leven waardoor men ademt en kracht en vermogen tot werkzaamheid heeft? En wat is de dood anders dan een ophouden van de beweging en levenskracht? Sterven is het leven te verliezen, en door het leven te verliezen, verliest men alle bewegingen des levens. Alzo ook wanneer de Heere als het ware alles uit ons hart en handen neemt waarin wij leefden en ons bewogen, en waarin wij, naar het scheen, ons aards, natuurlijk en genietend bestaan vonden, en dit door Zijn heilig Woord veroordeeld wordt, zodat in onze consciëntie, als een echo van deze veroordelende stem, een gedurig vonnis des doods tegen ons wordt waargenomen, dan geeft Hij ons ten dode over.
En merkt wel op dat dan alleen de levende kerk alzo wordt overgegeven. „Want wij, die leven, worden altijd in de dood overgegeven om Jezus’ wil.” En let er dan op dat de reden van deze wonderlijke bedeling is om het verborgen leven van Jezus in de ziel aan het licht te brengen, want de apostel voegt eraan toe: „Opdat het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden.” Let ook op het verband dat er ligt tussen het vonnis des doods en de dood van Christus: „Altijd de doding des Heeren Jezus in het lichaam omdragende.” Wij moeten met Jezus lijden, zullen wij met Hem verheerlijkt worden; wij moeten met Hem sterven, zullen wij met Hem leven.
Zijn dood is het voorbeeld, het model en het middel van onze dood; en gelijk Hij het vonnis des doods in Zichzelf had op het kruis, zo moeten wij met Hem gekruist worden, opdat wij aan Zijn lijdend en stervend beeld gelijkvormig zouden worden. Dus is er niet alleen een sterven door, onder en aan de wet, waardoor de ziel gedood moet worden aan alle hoop en hulp van schepselen, en aan alle ijdel vertrouwen en eigengerechtigheid; maar ook door de gedurige onderwijzingen en handelingen Gods aan en over de ziel, inzonderheid in tijden en door middel van zware verdrukking, smartelijke beproeving en krachtige verzoeking, voert de Heere door Zijn Geest en genade een vonnis des doods uit in al degenen die Hij geeft te drinken uit Christus’ drinkbeker, om met de doop van Christus gedoopt te worden.
Aan de lezer…
Wie ervaart dat de Heere hem alles uit hart en handen neemt waarin hij leefde en zich bewoog, hoort in zijn consciëntie een gedurig vonnis des doods, alsof alles wat hij had, veroordeeld werd. Is dat ook uw weg? Dan schijnt het u misschien dat de Heere tegen u is. Maar merk wel op: alleen de levende kerk wordt alzo in de dood overgegeven. Wie dood is, gevoelt geen vonnis des doods.
De Heere doet dit niet om u te vernietigen, maar opdat u niet op uzelf zou vertrouwen, maar op God, Die de doden verwekt. Zo wordt het verborgen leven van Jezus in u aan het licht gebracht. Drinkt u uit Zijn drinkbeker, en wordt u met Zijn doop gedoopt in zware verdrukking en krachtige verzoeking, wees dan niet bevreesd. Wie met Hem sterft, zal ook met Hem leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ja, wij hadden al zelf in onszelf het vonnis des doods, opdat wij niet op onszelf vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt.
2 Korinthe 1:9
Wat is het natuurlijke leven en wat is de natuurlijke dood? Is het leven niet datgene waardoor men ademt en kracht en vermogen heeft om werkzaam te zijn? En wat is de dood anders dan het ophouden van beweging en levenskracht? Sterven is het leven verliezen, en wie het leven verliest, verliest alle bewegingen van het leven. Zo gaat het ook wanneer de Heere als het ware alles uit ons hart en onze handen neemt waarin wij leefden en ons bewogen, en waarin wij, zo leek het, ons aardse, natuurlijke en genietende bestaan vonden. Wanneer dat door Zijn heilig Woord veroordeeld wordt, zodat wij in ons geweten, als een echo van deze veroordelende stem, voortdurend een vonnis des doods tegen ons horen, dan geeft Hij ons in de dood over.
En let er goed op dat alleen de levende kerk zo wordt overgegeven. „Want wij, die leven, worden altijd in de dood overgegeven om Jezus’ wil.” Let er dan ook op dat de reden van deze wonderlijke weg is om het verborgen leven van Jezus in de ziel aan het licht te brengen, want de apostel voegt eraan toe: „Opdat het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden.” Let ook op het verband tussen het vonnis des doods en de dood van Christus: „Altijd de doding des Heeren Jezus in het lichaam omdragende.” Wij moeten met Jezus lijden, als wij met Hem verheerlijkt zullen worden; wij moeten met Hem sterven, als wij met Hem zullen leven.
Zijn dood is het voorbeeld, het model en het middel van onze dood. En zoals Hij het vonnis des doods in Zichzelf had aan het kruis, zo moeten wij met Hem gekruisigd worden, om gelijkvormig te worden aan Zijn lijdend en stervend beeld. Er is dus niet alleen een sterven door, onder en aan de wet, waardoor de ziel moet sterven aan alle hoop en hulp van schepselen en aan alle ijdel vertrouwen en eigengerechtigheid. Maar ook door het voortdurende onderwijs en handelen van God met de ziel, vooral in tijden van en door middel van zware verdrukking, smartelijke beproeving en krachtige verzoeking, voltrekt de Heere door Zijn Geest en genade een vonnis des doods in allen die Hij laat drinken uit Christus’ drinkbeker, om met de doop van Christus gedoopt te worden.
Aan de lezer…
Wie ervaart dat de Heere hem alles uit hart en handen neemt waarin hij leefde en zich bewoog, hoort in zijn geweten voortdurend een vonnis des doods, alsof alles wat hij had veroordeeld werd. Is dat ook uw weg? Dan lijkt het u misschien dat de Heere tegen u is. Maar let er goed op: alleen de levende kerk wordt zo in de dood overgegeven. Wie dood is, voelt geen vonnis des doods.
De Heere doet dit niet om u te vernietigen, maar opdat u niet op uzelf zou vertrouwen, maar op God, Die de doden verwekt. Zo wordt het verborgen leven van Jezus in u aan het licht gebracht. Drinkt u uit Zijn drinkbeker, en wordt u met Zijn doop gedoopt in zware verdrukking en krachtige verzoeking, wees dan niet bang. Wie met Hem sterft, zal ook met Hem leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But we had the sentence of death in ourselves, that we should not trust in ourselves, but in God which raiseth the dead.”
2 Corinthians 1:9
What is life naturally and what is death naturally? Is not that life in which there is breath, energy, movement, activity? And what is death but the utter cessation of all this moving activity and vital energy? To die is to lose life, and by losing life to lose all the movements of life. Thus, when the Lord takes, as it were, out of our heart and hands everything in which we once had life, in which we lived and moved and seemed to have our earthly, natural, and enjoyed being, and condemns it by His holy word, so as to record therein, and in our conscience as an echo to His voice, a continual sentence of death against it, He delivers us over unto death.
And you will observe that none but the living family of God are so delivered—“For we who live are always delivered unto death for Jesus’ sake;” and observe also that the reason for this mysterious dispensation is to bring to light the hidden life of Jesus within, for the Apostle adds, “that the life also of Jesus might be made manifest in our mortal flesh.” And observe also the connection which this sentence of death has with the death of Christ—“Always bearing about in the body the dying of the Lord Jesus.”
We must suffer with Jesus if we are to be glorified with Him; must die with Him if we are to live with Him. His death is the example—the model and the means of our own; and as He had the sentence of death in Himself upon the cross, so must we be crucified with Him, that we may be conformed to His suffering, dying image. Thus not only is there a death by, under, and unto the law, so as to kill the soul to all creature hope and help, to all vain confidence, and all self-righteousness; but in the continual teachings and dealings of God upon the heart, and especially in times and by means of heavy affliction, painful trial, and powerful temptation, does the Lord by His Spirit and grace execute a sentence of death in all those to whom He is giving to drink of Christ’s cup and to be baptized with Christ’s baptism.
To the reader…
Whoever experiences the Lord taking out of his heart and hands everything in which he lived and moved hears a continual sentence of death in his conscience, as though all he had were condemned. Is that your path too? Then perhaps it seems to you that the Lord is against you. But take careful note: only the living church is delivered unto death in this way. Whoever is dead feels no sentence of death.
The Lord does not do this to destroy you, but so that you should not trust in yourself, but in God Who raises the dead. In this way the hidden life of Jesus in you is brought to light. If you are drinking from His cup, and being baptized with His baptism in heavy affliction and powerful temptation, do not be afraid. Whoever dies with Him shall also live with Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Mas nosotros tuvimos en nosotros mismos respuesta de muerte, para que no confiemos en nosotros mismos, sino en Dios que levanta los muertos.”
2 Corintios 1:9
¿Qué es la vida en lo natural, y qué es la muerte en lo natural? ¿No es vida aquello en que hay aliento, energía, movimiento, actividad? ¿Y qué es la muerte sino el cese total de toda esta actividad en movimiento y de esta energía vital? Morir es perder la vida, y al perder la vida perder todos los movimientos de la vida. Así, cuando el Señor quita, por decirlo así, de nuestro corazón y de nuestras manos todo aquello en que una vez tuvimos vida, en que vivíamos y nos movíamos y parecíamos tener nuestro ser terrenal, natural y gozoso, y lo condena por Su santa palabra, de modo que registra en ella, y en nuestra conciencia como eco de Su voz, una continua sentencia de muerte contra ello, nos entrega a la muerte.
Y observará usted que nadie sino la familia viva de Dios es así entregada: “Porque nosotros que vivimos, siempre estamos entregados a muerte por Jesús”; y observe también que la razón de esta misteriosa dispensación es sacar a la luz la vida escondida de Jesús en el interior, porque el apóstol añade: “para que también la vida de Jesús sea manifestada en nuestra carne mortal”. Y observe asimismo la relación que esta sentencia de muerte tiene con la muerte de Cristo: “Llevando siempre por todas partes la muerte de Jesús en el cuerpo”.
Debemos padecer con Jesús si hemos de ser glorificados con Él; debemos morir con Él si hemos de vivir con Él. Su muerte es el ejemplo, el modelo y el medio de la nuestra; y así como Él tuvo la sentencia de muerte en Sí mismo sobre la cruz, así debemos nosotros ser crucificados con Él, para ser conformados a Su imagen doliente y moribunda. Así, no solo hay una muerte por la ley, bajo la ley y a la ley, de modo que el alma muere a toda esperanza y ayuda de la criatura, a toda vana confianza y a toda justicia propia; sino que en las continuas enseñanzas y tratos de Dios con el corazón, y especialmente en tiempos de pesada aflicción, de dolorosa prueba y de poderosa tentación, y por medio de ellas, el Señor, por Su Espíritu y Su gracia, ejecuta una sentencia de muerte en todos aquellos a quienes da a beber de la copa de Cristo y a ser bautizados con el bautismo de Cristo.
Al lector…
Quien experimenta que el Señor quita de su corazón y de sus manos todo aquello en que vivía y se movía oye en su conciencia una continua sentencia de muerte, como si todo lo que tenía estuviera condenado. ¿Es ese también su camino? Entonces quizá le parezca que el Señor está contra usted. Pero fíjese bien: solo la iglesia viva es entregada así a la muerte. Quien está muerto no siente ninguna sentencia de muerte.
El Señor no hace esto para destruirle, sino para que usted no confíe en sí mismo, sino en Dios que levanta los muertos. Así se saca a la luz la vida escondida de Jesús en usted. Si está bebiendo de Su copa y siendo bautizado con Su bautismo en pesada aflicción y poderosa tentación, no tema. Quien muere con Él, también vivirá con Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl