Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

19 november Korenaren uit de volle oogst

En van onder eeuwige armen.
Deuteronomium 33:27

De eeuwige armen van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, de Goddelijke Jehova, zijn onder ieder van Zijn kinderen. En omdat die armen onder hen zijn, kunnen zij er nooit doorheen of uit vallen, maar worden zij erdoor gedragen, gesteund en meegevoerd, totdat zij komen in de eeuwige vreugde van een Drie-enig God. Als deze „eeuwige armen” niet onder een mens waren, dan is zijn hart zo vol bedrog, zijn verdorven natuur zo vreselijk goddeloos, legt satan zoveel strikken voor zijn voet, en is elke stap die hij zet door zo veel gevaren omringd, dat hij onherroepelijk zou moeten omkomen. Maar wat wij moeten voelen, is dat Zijn armen onder ons zijn.

De leer van de „eeuwige armen” onder ons zal onze ziel niet bevredigen als wij voelen dat wij vademen diep zinken. Als wij blijven zinken en nog steeds zinken, en soms vrezen dat wij ten slotte in de hel terecht zullen komen, dan kan de blote leer dat de „eeuwige armen” onder Gods volk zijn, ons niet bevredigen. Wij moeten ze onder ons voelen, zodat wij erop kunnen rusten, de vreugde kunnen smaken erop te steunen, en er eens uit kunnen komen. Hoe veilig ligt de zuigeling in de armen van zijn moeder, zolang hij kan voelen dat die armen zijn lichaam raken en steunen! Maar zodra de moeder haar arm wegneemt, wordt het kindje bang en schreeuwt het van angst; zolang het de druk van de armen van de moeder voelt, slaapt het kalm en rustig door.

Zo is het ook met levende zielen. Als zij „de eeuwige armen” niet onder zich kunnen vinden, kunnen zij niet rusten in de leer alleen dat God Zijn kerk draagt. Maar als zij voelen dat zij gedragen worden, als zij te midden van moeite, droefheid, smart en verzoeking werkelijk tastbaar op de eeuwige armen leunen, en hun een tastbare steun gegeven wordt, dan kunnen zij daarin kalm en tevreden rusten.

„Mijn hand zal, hoe ’t ook ga, hem sterken dag en nacht,
mijn arm zal hem in nood voorzien van moed en kracht.
De vijand zal hem nooit door wreev’le handelingen,
door list of hels bedrog, in uiterst’ engten dringen;
de booswicht zal ’t geweld nooit tegen hem gelukken,
noch in- noch uitlands vorst zijn zetel onderdrukken.”

Ps. 89:10

Aan de lezer…

Bestreden ziel, zinkt u vademen diep, en vreest u soms dat u ten slotte verloren zult gaan? Dan weet u dat de blote leer van de eeuwige armen u niet kan bevredigen. U kunt wel belijden dat God Zijn kerk draagt, en toch schreeuwt uw ziel als een kind dat de arm van zijn moeder niet meer voelt. Schaam u daar niet voor; zo is het met levende zielen.

Want het is niet genoeg dat de leer waar is; u moet de eeuwige armen onder u voelen. Roep dan tot Hem, Die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is, dat Hij u te midden van moeite, droefheid en verzoeking werkelijk op Hem laat leunen. Zijn armen zijn onder ieder van Zijn kinderen, en wie Hij draagt, kan er nooit doorheen of uit vallen. Voelt u hun druk, dan zult u kalm en rustig doorslapen als een zuigeling aan het hart van zijn moeder.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

19 november 365 dagen met Philpot

Die Koning verhore ons

O HEERE! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10

Merk op dat de Kerk haar ogen op de Koning richt, en dat zij de Zoon van God ziet in heel Zijn middelaarswerk. „Die Koning verhore ons ten dage van ons roepen.” Toont dit niet de gelijkheid van de Zoon en de Vader? In het eerste deel van de tekst zegt de Kerk: „O HEERE! behoud”, alsof zij zich persoonlijk tot de Vader richtte. Maar in hetzelfde vers voegt zij eraan toe: „Die Koning verhore ons ten dage van ons roepen.” Dit kan voor sommigen een verlichting zijn.

Is het voor sommigen van u niet verwarrend geweest tot welke Persoon van de Drie-eenheid u moest bidden? Soms hebt u tot de Vader gebeden, en dan hoorde u in uw hart fluisteren dat u tot de Zoon moest bidden. Als u dat deed, had u het gevoel dat het verkeerd was dat u niet tot de Heilige Geest bad. Ten slotte was u zo in verwarring dat u helemaal niet meer wist hoe u moest bidden. Dit is een van de listen van de duivel om u in het gebed te verwarren, uw gedachten uiteen te drijven en uw geest in verwarring te brengen, door deze verwarrende vragen op te roepen.

Maar u kunt het niet verkeerd doen als u tot alle Personen van de Drie-eenheid bidt, zoals uw ziel geleid wordt. Wordt u ertoe geleid tot de Vader te bidden, bid dan tot de Vader. Wordt u geleid tot de Zoon te bidden, bid dan tot de Zoon. En wordt u geleid tot de Geest te bidden, bid dan tot de Geest.

Voor alle drie staan er voorbeelden in de Heilige Schrift. Paulus bidt tot de Vader (Ef. 1:17): „Opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis.” We hebben het gebed van Stefanus tot de Zoon: „Heere Jezus, ontvang mijn geest” (Hand. 7:59). En we hebben het gebed van Paulus tot de Geest: „Doch de Heere richte uw harten tot de liefde van God, en tot de lijdzaamheid van Christus” (2 Thess. 3:5). Daar laat de naam Heere, die onderscheiden wordt van God de Vader en van Christus, zien dat de Heilige Geest wordt aangesproken.

Lezen: 2 Thessalonicenzen 3

Aan de lezer…

Hoe vaak bent u al zo verward geraakt in het gebed dat u niet meer wist tot Wie u uw hart moest uitstorten? U begon tot de Vader, en toen fluisterde het in u dat u tot de Zoon moest bidden, en daarna dat u de Heilige Geest vergat, totdat u helemaal niet meer wist hoe u moest bidden. Weet dan dat dit een van de listen van de duivel is, om uw gedachten uiteen te drijven en uw geest te verwarren.

Laat u daardoor niet van de troon afhouden. U kunt het niet verkeerd doen als u bidt zoals uw ziel geleid wordt: tot de Vader, tot de Zoon of tot de Geest. De Schrift geeft u voorbeelden van alle drie. Het is één God, Die hoort; en de Koning, naar Wie de Kerk haar ogen opheft, zal ook u verhoren ten dage van uw roepen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

19 november Door Baca’s vallei

Ja, wij hadden al zelf in onszelf het vonnis des doods, opdat wij niet op onszelf vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt.
2 Korinthe 1:9

Wat is het natuurlijke leven en wat is de natuurlijke dood? Is het leven niet datgene waardoor men ademt en kracht en vermogen heeft om werkzaam te zijn? En wat is de dood anders dan het ophouden van beweging en levenskracht? Sterven is het leven verliezen, en wie het leven verliest, verliest alle bewegingen van het leven. Zo gaat het ook wanneer de Heere als het ware alles uit ons hart en onze handen neemt waarin wij leefden en ons bewogen, en waarin wij, zo leek het, ons aardse, natuurlijke en genietende bestaan vonden. Wanneer dat door Zijn heilig Woord veroordeeld wordt, zodat wij in ons geweten, als een echo van deze veroordelende stem, voortdurend een vonnis des doods tegen ons horen, dan geeft Hij ons in de dood over.

En let er goed op dat alleen de levende kerk zo wordt overgegeven. „Want wij, die leven, worden altijd in de dood overgegeven om Jezus’ wil.” Let er dan ook op dat de reden van deze wonderlijke weg is om het verborgen leven van Jezus in de ziel aan het licht te brengen, want de apostel voegt eraan toe: „Opdat het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden.” Let ook op het verband tussen het vonnis des doods en de dood van Christus: „Altijd de doding des Heeren Jezus in het lichaam omdragende.” Wij moeten met Jezus lijden, als wij met Hem verheerlijkt zullen worden; wij moeten met Hem sterven, als wij met Hem zullen leven.

Zijn dood is het voorbeeld, het model en het middel van onze dood. En zoals Hij het vonnis des doods in Zichzelf had aan het kruis, zo moeten wij met Hem gekruisigd worden, om gelijkvormig te worden aan Zijn lijdend en stervend beeld. Er is dus niet alleen een sterven door, onder en aan de wet, waardoor de ziel moet sterven aan alle hoop en hulp van schepselen en aan alle ijdel vertrouwen en eigengerechtigheid. Maar ook door het voortdurende onderwijs en handelen van God met de ziel, vooral in tijden van en door middel van zware verdrukking, smartelijke beproeving en krachtige verzoeking, voltrekt de Heere door Zijn Geest en genade een vonnis des doods in allen die Hij laat drinken uit Christus’ drinkbeker, om met de doop van Christus gedoopt te worden.

Aan de lezer…

Wie ervaart dat de Heere hem alles uit hart en handen neemt waarin hij leefde en zich bewoog, hoort in zijn geweten voortdurend een vonnis des doods, alsof alles wat hij had veroordeeld werd. Is dat ook uw weg? Dan lijkt het u misschien dat de Heere tegen u is. Maar let er goed op: alleen de levende kerk wordt zo in de dood overgegeven. Wie dood is, voelt geen vonnis des doods.

De Heere doet dit niet om u te vernietigen, maar opdat u niet op uzelf zou vertrouwen, maar op God, Die de doden verwekt. Zo wordt het verborgen leven van Jezus in u aan het licht gebracht. Drinkt u uit Zijn drinkbeker, en wordt u met Zijn doop gedoopt in zware verdrukking en krachtige verzoeking, wees dan niet bang. Wie met Hem sterft, zal ook met Hem leven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina