19 de noviembre
En van onder eeuwige armen.
Deuteronomium 33:27
De eeuwige armen des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, de Goddelijke Jehova, zijn onder ieder Zijner kinderen; en onder hen zijnde, kunnen zij er nooit door- noch uitvallen, maar zij worden gedragen en gesteund en door hen medegevoerd, totdat zij komen in de eeuwige vreugde van een Drieënige God. Zo nu deze „eeuwige armen” niet onder een mens waren, dan is zijn hart zo vol bedrog, zijn bedorven natuur zo vreselijk goddeloos, de Satan legt zoveel strikken voor zijn voet, en elk zijner schreden is van zo talrijke gevaren omringd, dat hij onherroepelijk zou moeten omkomen. Maar wat wij moeten gevoelen, is dat Zijn armen onder ons zijn.
De leer der „eeuwige armen” onder ons zal onze ziel niet bevredigen, zo wij gevoelen dat wij vademen diep zinken. Indien wij blijven zinken, en nog steeds zinken, en somtijds vrezen dat wij eindelijk in de hel zullen terechtkomen, dan kan de blote leer dat de „eeuwige armen” onder Gods volk zijn, ons niet bevredigen; maar wij moeten ze onder ons gevoelen, zodat wij erop kunnen rusten en het genot smaken van erop te steunen en er eens uit te komen. Hoe veilig ligt de zuigeling in de armen der moeder, zolang hij kan voelen dat die armen het lichaam aanraken en steunen; maar zodra de moeder de arm wegneemt, vreest het wicht; het schreeuwt van angst; zolang het de druk van de armen der moeder gevoelt, slaapt het kalm en rustig voort.
Zo is het ook met levende zielen: zo zij „de eeuwige armen” onder zich niet kunnen vinden, kunnen zij niet rusten in de leer alleen dat God Zijn kerk draagt; maar als zij gevoelen dat zij gedragen worden, als er te midden van moeite, droefenis, smart en verzoeking een tastbaar leunen is op de eeuwige armen, en haar een tastbare steun gegeven wordt, dan kunnen zij er kalm en tevreden in rusten.
„Mijn hand zal, hoe ’t ook ga, hem sterken dag en nacht,
mijn arm zal hem in nood voorzien van moed en kracht.
De vijand zal hem nooit door wreev’le handelingen,
door list of hels bedrog, in uiterst’ engten dringen;
de booswicht zal ’t geweld nooit tegen hem gelukken,
noch in- noch uitlands vorst zijn zetel onderdrukken.”
Ps. 89:10
Aan de lezer…
Bestreden ziel, zinkt u vademen diep, en vreest u soms dat u eindelijk verloren zult gaan? Dan weet u dat de blote leer van de eeuwige armen u niet kan bevredigen. U kunt het wel belijden dat God Zijn kerk draagt, en toch schreeuwt uw ziel als een kind dat de arm van de moeder niet meer voelt. Schaam u dat niet; zo is het met levende zielen.
Want het is niet genoeg dat de leer waar is; u moet de eeuwige armen onder u gevoelen. Roep dan tot Hem, Die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is, dat Hij u te midden van moeite, droefenis en verzoeking een tastbaar leunen op Hem schenke. Zijn armen zijn onder ieder van Zijn kinderen, en wie Hij draagt, kan er nooit door- noch uitvallen. Gevoelt u hun druk, dan zult u kalm en rustig voortslapen als een zuigeling aan het hart der moeder.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En van onder eeuwige armen.
Deuteronomium 33:27
De eeuwige armen van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, de Goddelijke Jehova, zijn onder ieder van Zijn kinderen. En omdat die armen onder hen zijn, kunnen zij er nooit doorheen of uit vallen, maar worden zij erdoor gedragen, gesteund en meegevoerd, totdat zij komen in de eeuwige vreugde van een Drie-enig God. Als deze „eeuwige armen” niet onder een mens waren, dan is zijn hart zo vol bedrog, zijn verdorven natuur zo vreselijk goddeloos, legt satan zoveel strikken voor zijn voet, en is elke stap die hij zet door zo veel gevaren omringd, dat hij onherroepelijk zou moeten omkomen. Maar wat wij moeten voelen, is dat Zijn armen onder ons zijn.
De leer van de „eeuwige armen” onder ons zal onze ziel niet bevredigen als wij voelen dat wij vademen diep zinken. Als wij blijven zinken en nog steeds zinken, en soms vrezen dat wij ten slotte in de hel terecht zullen komen, dan kan de blote leer dat de „eeuwige armen” onder Gods volk zijn, ons niet bevredigen. Wij moeten ze onder ons voelen, zodat wij erop kunnen rusten, de vreugde kunnen smaken erop te steunen, en er eens uit kunnen komen. Hoe veilig ligt de zuigeling in de armen van zijn moeder, zolang hij kan voelen dat die armen zijn lichaam raken en steunen! Maar zodra de moeder haar arm wegneemt, wordt het kindje bang en schreeuwt het van angst; zolang het de druk van de armen van de moeder voelt, slaapt het kalm en rustig door.
Zo is het ook met levende zielen. Als zij „de eeuwige armen” niet onder zich kunnen vinden, kunnen zij niet rusten in de leer alleen dat God Zijn kerk draagt. Maar als zij voelen dat zij gedragen worden, als zij te midden van moeite, droefheid, smart en verzoeking werkelijk tastbaar op de eeuwige armen leunen, en hun een tastbare steun gegeven wordt, dan kunnen zij daarin kalm en tevreden rusten.
„Mijn hand zal, hoe ’t ook ga, hem sterken dag en nacht,
mijn arm zal hem in nood voorzien van moed en kracht.
De vijand zal hem nooit door wreev’le handelingen,
door list of hels bedrog, in uiterst’ engten dringen;
de booswicht zal ’t geweld nooit tegen hem gelukken,
noch in- noch uitlands vorst zijn zetel onderdrukken.”
Ps. 89:10
Aan de lezer…
Bestreden ziel, zinkt u vademen diep, en vreest u soms dat u ten slotte verloren zult gaan? Dan weet u dat de blote leer van de eeuwige armen u niet kan bevredigen. U kunt wel belijden dat God Zijn kerk draagt, en toch schreeuwt uw ziel als een kind dat de arm van zijn moeder niet meer voelt. Schaam u daar niet voor; zo is het met levende zielen.
Want het is niet genoeg dat de leer waar is; u moet de eeuwige armen onder u voelen. Roep dan tot Hem, Die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is, dat Hij u te midden van moeite, droefheid en verzoeking werkelijk op Hem laat leunen. Zijn armen zijn onder ieder van Zijn kinderen, en wie Hij draagt, kan er nooit doorheen of uit vallen. Voelt u hun druk, dan zult u kalm en rustig doorslapen als een zuigeling aan het hart van zijn moeder.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Underneath are the everlasting arms.
Deuteronomy 33:27
The “everlasting arms” of the Father, Son, and Holy Spirit, the divine Jehovah, are “underneath” every one of His people, and, being underneath them, they can neither fall through them nor out of them; but they are borne, and supported, and carried along by them until they are brought to the eternal enjoyment of a Three-One God. Now, if these “everlasting arms” were not underneath a man, so deceitful is his heart, so desperately wicked is his corrupt nature, such dreadful stratagems does Satan lay for his feet, and such numerous perils encompass every step, that he must infallibly perish.
But what we need to feel is, that these arms are underneath us. What good will the doctrine do us? The doctrine of the “everlasting arms” being underneath us will not satisfy our souls, if we feel that we are sinking fathoms. If we keep sinking, sinking, sinking, and are afraid, at times, that we shall sink at last into hell, the bare doctrine that the “everlasting arms” are underneath God’s people will not satisfy us; but we need to feel them under us, so that we can rest upon them, and enjoy a blessed support in them and coming out of them.
How secure the babe lies in its mother’s arms as long as it can feel the arms touching and supporting its body; but let the mother withdraw the arm, the babe is in fear; it cries out in alarm; but so long as it feels the pressure of the mother’s arms, it sleeps on calm and secure. So with living souls; if they cannot find the “everlasting arms” underneath them, they cannot rest in the mere doctrine of God’s upholding the Church; but when they can feel a support given; when in trouble, in affliction, in sorrow, in temptation, there is a sensible leaning upon the everlasting arms, and a sensible support communicated by them, then they can rest calmly and contentedly upon them.
To the reader…
Tempted soul, are you sinking fathoms deep, and do you sometimes fear that you will be lost in the end? Then you know that the bare doctrine of the everlasting arms cannot satisfy you. You may well confess that God upholds His Church, and yet your soul cries out like a child that no longer feels its mother’s arm. Do not be ashamed of that; that is how it is with living souls.
For it is not enough that the doctrine is true; you must feel the everlasting arms underneath you. Cry then to Him, the Father, the Son and the Holy Spirit, that in the midst of trouble, sorrow and temptation He will let you truly lean upon Him. His arms are underneath every one of His children, and whoever He carries can never fall through them or out of them. If you feel their pressure, you will sleep on calm and secure, like a babe at its mother’s heart.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y acá abajo los brazos eternos.
Deuteronomio 33:27
Los “brazos eternos” del Padre, del Hijo y del Espíritu Santo, el divino Jehová, están “debajo” de cada uno de Su pueblo; y estando debajo de ellos, no pueden caer a través de ellos ni fuera de ellos; sino que son llevados, sostenidos y conducidos por ellos hasta que son traídos al goce eterno de un Dios Trino. Ahora bien, si estos “brazos eternos” no estuvieran debajo de un hombre, tan engañoso es su corazón, tan desesperadamente perversa su naturaleza corrompida, tan terribles las estratagemas que Satanás tiende a sus pies, y tan numerosos los peligros que rodean cada paso, que infaliblemente perecería.
Pero lo que necesitamos sentir es que estos brazos están debajo de nosotros. ¿De qué nos servirá la doctrina? La doctrina de que los “brazos eternos” están debajo de nosotros no satisfará nuestras almas si sentimos que nos hundimos brazas abajo. Si seguimos hundiéndonos, hundiéndonos, hundiéndonos, y tememos a veces que al fin nos hundiremos en el infierno, la mera doctrina de que los “brazos eternos” están debajo del pueblo de Dios no nos satisfará; sino que necesitamos sentirlos debajo de nosotros, para que podamos descansar en ellos y gozar de un bendito sostén en ellos y que procede de ellos.
¡Cuán seguro yace el niño en los brazos de su madre mientras puede sentir los brazos que tocan y sostienen su cuerpo! Pero si la madre retira el brazo, el niño tiene miedo; grita alarmado; mas mientras siente la presión de los brazos de su madre, sigue durmiendo tranquilo y seguro. Así sucede con las almas vivientes; si no pueden hallar los “brazos eternos” debajo de ellas, no pueden descansar en la mera doctrina de que Dios sostiene a la Iglesia; pero cuando pueden sentir que se les da un sostén; cuando en la angustia, en la aflicción, en el dolor, en la tentación, hay un apoyarse sensible en los brazos eternos, y un sostén sensible comunicado por ellos, entonces pueden descansar en ellos tranquila y satisfechamente.
Al lector…
Alma tentada, ¿se hunde usted brazas abajo, y teme a veces que al final se perderá? Entonces sabe que la mera doctrina de los brazos eternos no puede satisfacerle. Bien puede confesar que Dios sostiene a Su Iglesia, y sin embargo su alma clama como un niño que ya no siente el brazo de su madre. No se avergüence de ello; así sucede con las almas vivientes.
Porque no basta con que la doctrina sea verdadera; usted tiene que sentir los brazos eternos debajo de sí. Clame entonces a Él, el Padre, el Hijo y el Espíritu Santo, para que en medio de la angustia, el dolor y la tentación Le permita apoyarse verdaderamente en Él. Sus brazos están debajo de cada uno de Sus hijos, y aquel a quien Él lleva nunca puede caer a través de ellos ni fuera de ellos. Si usted siente su presión, dormirá tranquilo y seguro, como un niño junto al corazón de su madre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl