2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
9 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want die naar het vlees zijn, bedenken dat des vleses is; maar die naar de Geest zijn, bedenken dat des Geestes is.
Romeinen 8:5
Alleen zij die deel hebben aan een hemelse geboorte, voelen dat een hemels bestaan hun waar element is, heilige zaken hun zoetste overpeinzingen zijn, en de plechtige aanbidding van God hun hoogste genot is. Beschouw dit kenteken als de toetssteen van Goddelijk leven; want om een geestelijk gezind mens te zijn, moet hij geestelijk zijn, en om geestelijk te zijn, moet hij de Geest ontvangen hebben en deelgenoot gemaakt zijn van het Koninkrijk Gods, „hetwelk is rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door de Heilige Geest” (Rom. 14:17).
Hebt u het nooit gevoeld, als u de Schrift las, hoe een stille vrede neerdaalde in uw ziel, wanneer de ene heerlijke belofte kwam na de andere, als de sterren aan de nachtelijke hemel, de ene al helderder en schitterender dan de andere, en u een zalige drang voelde van belangstelling in die Schrift? Wanneer u geknield lag voor de troon der genade, begunstigd met vrijmoedigheid om toe te gaan tot uw hemelse Vriend, hebt u het dan nooit gevoeld, hoe de vrede Gods druppelde in uw ziel en, evenals de olie op de golven, elke opkomende opstand daarbinnen bedaarde? Hebt u het nooit ondervonden, wanneer u met de heilige God in gesprek was, hoe dan hart in hart en ziel in ziel samensmolt, en gevoeld dat het een gezegende geur in uw ziel achterliet?
Hebt u nooit in het huis van het gebed uw hart en uw liefde voelen trekken tot de dingen die Godes zijn; en als u daar zat en u Christus hoorde voorstellen in Zijn Persoon en werk, in Zijn genade en heerlijkheid, het geloof voelen versterken, de hoop haar anker uitwerpen en de liefde ontbranden, zodat u zaligheid in uw ziel, een hemelse kalmte en een heilige vrede ondervond, die elke snaar van uw ziel deed trillen en haar besproeide, als de rivier die door Eden liep en de hof besproeide?
Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest,
geen honig kon ’t gehemelt’ beter smaken.
Ps. 119:52
Aan de lezer…
Waar gaan uw gedachten heen, lezer, wanneer u alleen bent? Dit woord houdt ons een toetssteen voor: die naar het vlees zijn, bedenken dat des vleses is; maar die naar de Geest zijn, bedenken dat des Geestes is. Misschien schrikt u daarvan, omdat u zo veel aardsgezindheid in uzelf vindt. Maar vraag u dan ook eerlijk af: hebt u nooit een stille vrede gekend bij het lezen van de Schrift, een zachte kalmte aan de troon der genade, een hart dat warm werd toen Christus u werd voorgesteld?
Zulke ogenblikken komen niet uit het vlees voort. Zij zijn de vrucht van de Geest, en zij wijzen op een hemelse geboorte. U voelt ze niet altijd, en dat is een smart. Maar wie ze ooit gesmaakt heeft, verlangt ernaar terug, en dat verlangen is zelf al een bedenken van wat des Geestes is. Zoek ze dan opnieuw in het Woord, in het gebed en in het huis van het gebed. Daar wil Hij de ziel nog besproeien met Zijn vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want die naar het vlees zijn, bedenken dat des vleses is; maar die naar de Geest zijn, bedenken dat des Geestes is.
Romeinen 8:5
Alleen wie deel heeft aan een hemelse geboorte, voelt dat een hemels leven zijn ware element is, dat heilige dingen zijn zoetste overdenkingen zijn en dat de eerbiedige aanbidding van God zijn hoogste vreugde is. Beschouw dit kenmerk als de toetssteen van het goddelijk leven. Want om geestelijk gezind te zijn, moet iemand geestelijk zijn. En om geestelijk te zijn, moet hij de Geest ontvangen hebben en deelgenoot gemaakt zijn van het Koninkrijk van God, „hetwelk is rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door de Heilige Geest” (Rom. 14:17).
Hebt u het nooit gevoeld bij het lezen van de Schrift, hoe een stille vrede in uw ziel neerdaalde? De ene heerlijke belofte volgde op de andere, als de sterren aan de nachtelijke hemel, de ene nog helderder en schitterender dan de andere, en u voelde een zalige drang om u in die Schrift te verdiepen. Wanneer u geknield lag voor de troon der genade en de vrijmoedigheid ontving om tot uw hemelse Vriend te gaan, hebt u dan nooit gevoeld hoe de vrede van God in uw ziel druppelde en, zoals olie op de golven, elke opkomende opstand daarbinnen tot rust bracht? Hebt u nooit ervaren, wanneer u met de heilige God in gesprek was, hoe hart en hart, ziel en ziel samensmolten, en gevoeld dat het een gezegende geur in uw ziel achterliet?
Hebt u nooit in het huis van het gebed gevoeld hoe uw hart en uw liefde naar de dingen van God werden getrokken? En voelde u daar, terwijl u Christus hoorde voorstellen in Zijn Persoon en werk, in Zijn genade en heerlijkheid, hoe het geloof sterker werd, de hoop haar anker uitwierp en de liefde ontbrandde? Ervoer u toen zaligheid in uw ziel, een hemelse kalmte en een heilige vrede, die elke snaar van uw ziel deed trillen en haar besproeide, zoals de rivier die door Eden liep de hof besproeide?
Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest,
geen honig kon ’t gehemelt’ beter smaken.
Ps. 119:52
Aan de lezer…
Waar gaan uw gedachten heen wanneer u alleen bent? Dit woord houdt ons een toetssteen voor: die naar het vlees zijn, bedenken dat des vleses is; maar die naar de Geest zijn, bedenken dat des Geestes is. Misschien schrikt u daarvan, omdat u zoveel aardsgezindheid in uzelf vindt. Maar vraag u dan ook eerlijk af: hebt u nooit een stille vrede gekend bij het lezen van de Schrift, een zachte kalmte aan de troon der genade, een hart dat warm werd toen Christus u werd voorgesteld?
Zulke ogenblikken komen niet uit het vlees voort. Zij zijn de vrucht van de Geest, en zij wijzen op een hemelse geboorte. U voelt ze niet altijd, en dat doet pijn. Maar wie ze ooit gesmaakt heeft, verlangt ernaar terug, en dat verlangen is zelf al een bedenken van wat des Geestes is. Zoek ze dan opnieuw in het Woord, in het gebed en in het huis van het gebed. Daar wil Hij de ziel nog steeds besproeien met Zijn vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For they that are after the flesh do mind the things of the flesh; but they that are after the Spirit the things of the Spirit.
Romans 8:5
None but those who are partakers of a heavenly birth feel heavenly realities to be their choice element, holy things their sweetest meditation, and the solemn worship of God their supreme delight. Look at this mark as a touchstone of divine life; for to be spiritually-minded a man must be spiritual, and to be spiritual he must have received the Spirit and been made a partaker of that “kingdom of God which is righteousness, and peace, and joy in the Holy Ghost” (Rom. 14:17).
Have you never found in reading the Scriptures a sweet peace distill over your soul, as the glorious promises came forth one after another as the stars in the evening sky, each one brighter and clearer, and you felt a blessed persuasion of your interest in them? When at the throne of grace, favored with liberty of spirit and access to your heavenly Friend, have you never felt the peace of God to drop into your heart, and like oil upon the waves, to allay every rising of rebellion within? Have you never found, in conversing with the saints of God, a sweet flowing of heart to heart and soul to soul, and felt that such conversation left behind a blessed fragrance upon your spirit?
Have you never in the house of prayer had your heart and affections drawn up to the things of God; and as you sat and heard Christ, His Person and work, His grace and glory set forth, faith was drawn out to believe, hope to cast forth its anchor, and love and affection to flow, so that you experienced a spirituality of mind, a heavenly calm, and a holy peace that touched every spring of your soul, and watered it as the river that went out of Eden to water the garden?
To the reader…
Where do your thoughts go when you are alone? This word holds up a touchstone before us: they that are after the flesh mind the things of the flesh; but they that are after the Spirit the things of the Spirit. Perhaps that alarms you, because you find so much earthly-mindedness in yourself. But then ask yourself honestly as well: have you never known a quiet peace while reading the Scriptures, a gentle calm at the throne of grace, a heart that grew warm when Christ was set before you?
Such moments do not spring from the flesh. They are the fruit of the Spirit, and they point to a heavenly birth. You do not always feel them, and that hurts. But whoever has once tasted them longs for them again, and that longing is itself already a minding of the things of the Spirit. Seek them again, then, in the Word, in prayer and in the house of prayer. There He still delights to water the soul with His peace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque los que viven conforme a la carne, de las cosas que son de la carne se ocupan; mas los que conforme al espíritu, de las cosas del espíritu.
Romanos 8:5
Nadie sino los que son participantes de un nacimiento celestial sienten que las realidades celestiales son su elemento predilecto, las cosas santas su más dulce meditación y el culto solemne de Dios su supremo deleite. Mire esta señal como piedra de toque de la vida divina; porque para tener una mente espiritual el hombre ha de ser espiritual, y para ser espiritual ha de haber recibido el Espíritu y haber sido hecho participante de aquel “reino de Dios que es justicia, y paz, y gozo por el Espíritu Santo” (Rom. 14:17).
¿No ha hallado nunca, al leer las Escrituras, una dulce paz que se destilaba sobre su alma, mientras las gloriosas promesas aparecían una tras otra como las estrellas en el cielo de la tarde, cada una más brillante y más clara, y sentía una bendita persuasión de tener parte en ellas? Ante el trono de la gracia, favorecido con libertad de espíritu y acceso a su Amigo celestial, ¿no ha sentido nunca la paz de Dios caer en su corazón y, como aceite sobre las olas, apaciguar todo levantamiento de rebelión interior? ¿No ha hallado nunca, al conversar con los santos de Dios, un dulce fluir de corazón a corazón y de alma a alma, y sentido que tal conversación dejaba una bendita fragancia sobre su espíritu?
¿No ha tenido nunca, en la casa de oración, su corazón y sus afectos atraídos a las cosas de Dios, de modo que, mientras estaba sentado y oía presentar a Cristo, Su Persona y obra, Su gracia y gloria, la fe era movida a creer, la esperanza a echar el ancla, y el amor y el afecto a fluir, de manera que experimentó una espiritualidad de mente, una calma celestial y una paz santa que tocaba cada manantial de su alma y la regaba como el río que salía del Edén para regar el huerto?
Al lector…
¿Adónde van sus pensamientos cuando está a solas? Esta palabra nos pone delante una piedra de toque: los que viven conforme a la carne, de las cosas de la carne se ocupan; mas los que conforme al espíritu, de las cosas del espíritu. Quizá eso le alarma, porque halla en sí mismo tanta mentalidad terrenal. Pero pregúntese también con sinceridad: ¿no ha conocido nunca una paz callada al leer las Escrituras, una calma suave ante el trono de la gracia, un corazón que se encendía cuando Cristo le era presentado?
Tales momentos no brotan de la carne. Son fruto del Espíritu, y señalan a un nacimiento celestial. No siempre los siente, y eso duele. Pero quien una vez los ha gustado los anhela de nuevo, y ese anhelo es ya en sí mismo un ocuparse de las cosas del Espíritu. Búsquelos, pues, de nuevo en la Palabra, en la oración y en la casa de oración. Allí Él se complace todavía en regar el alma con Su paz.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Waarheid
En [gij] zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:32
Telkens weer ontdekken we dat God alles weet voordat het gebeurt. Hij heeft steeds opnieuw de gedachten van de mens voorspeld, zoals de profeet voorzegde wat zich zo diep in het hart van Hazaël bevond. Hij leest ons hart. Alles is naakt en open voor de ogen van Degene met Wie wij van doen hebben. Hij is tevens almachtig; Zijn naam is Almachtig. Niet alleen wordt alles door Hem gemaakt en bewaard, maar Hij werkt ook alle dingen (Ef. 1:11). En we merken dat Hij machtig is te doden en te genezen. We staan voor Hem als sprinkhanen, als het stof op de weegschaal, als een druppel in een emmer. We ervaren dat Hij God Almachtig is.
Maar naarmate het de Heere belieft ons steeds meer van Zijn gezegende waarheid te onthullen, beginnen we een ander aspect van Hem te zien – we gaan inzien dat Hij niet alleen rechtvaardig, heilig, almachtig en alwetend is, maar ook dat Hij de God en Vader van Jezus Christus is, niet slechts de God van oneindige rechtvaardigheid en heiligheid, maar ook van barmhartigheid, mededogen, goedheid en liefde. Als het Hem behaagt iets van Zijn goedheid en barmhartigheid in ons hart te laten komen en Zijn goedgunstigheid aan ons kenbaar te maken, bezien we Hem niet slechts als een heilige en rechtvaardige God, maar tevens als een genadige en barmhartige God. We zien dat het plan van de verlossing zijn oorsprong in Zijn liefde vindt, we zien dat Hij Zijn Zoon in de gelijkenis van zondig vlees zendt om voor ons te sterven, en we beginnen in Hem te geloven, te hopen op Zijn barmhartigheid, en Zijn naam vurig lief te hebben met een zuiver hart, want we zien in dat Hij ons uit de muil van de leeuw kan redden.
We zijn wellicht in het natuurlijke beproefd en God is daarin aan ons verschenen; zo zien we dat Hij niet alleen een God van genade maar ook van de natuur is. Of als Hij ons steeds weer heeft hersteld, zien we dat Hij een God is Die afkeringen geneest, en dat Zijn liefde eeuwigdurend is; en als de Geest ons hoop en liefde geeft, begrijpen we niet alleen wat God in de Heilige Schrift is, maar komen we tot een geestelijk inzicht van de enige ware God.
Lezen: Handelingen 15:1-18
Aan de lezer…
Kent u God, lieve lezer, alleen nog als de Almachtige en Alwetende, voor Wiens ogen alles naakt en open ligt? Voelt u zich voor Hem als een sprinkhaan, als een druppel aan een emmer? Dat is geen geringe les; het is goed dat een mens zo klein wordt voor Hem met Wie wij van doen hebben. Maar blijf daar niet staan, alsof dat alles is wat er van Hem te kennen valt.
Want naarmate de Heere Zijn waarheid verder onthult, leert de ziel Hem ook kennen als de God en Vader van Jezus Christus, rijk aan barmhartigheid, mededogen, goedheid en liefde. Hij zond Zijn Zoon in de gelijkenis van zondig vlees om voor zondaren te sterven. Hij geneest afkeringen; Zijn liefde is eeuwigdurend. Hebt u Hem al zo leren kennen? Of verlangt u ernaar? Vraag Hem dan dat Hij iets van Zijn goedgunstigheid in uw hart laat komen, want Hij kan ook u uit de muil van de leeuw redden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En [gij] zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:32
Telkens weer ontdekken we dat God alles weet voordat het gebeurt. Steeds opnieuw heeft Hij de gedachten van de mens voorzegd, zoals de profeet voorzei wat er zo diep in het hart van Hazaël verborgen lag. Hij leest ons hart. Alles is naakt en geopend voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben. Hij is ook almachtig; Zijn Naam is Almachtig. Niet alleen is alles door Hem gemaakt en wordt alles door Hem onderhouden, maar Hij werkt ook alle dingen (Ef. 1:11). En we merken dat Hij machtig is om te doden en te genezen. We staan voor Hem als sprinkhanen, als het stof aan de weegschaal, als een druppel aan een emmer. We ervaren dat Hij God Almachtig is.
Maar naarmate het de Heere behaagt ons steeds meer van Zijn gezegende waarheid te openbaren, beginnen we een andere kant van Hem te zien. We gaan inzien dat Hij niet alleen rechtvaardig, heilig, almachtig en alwetend is, maar ook dat Hij de God en Vader van Jezus Christus is: niet alleen de God van oneindige rechtvaardigheid en heiligheid, maar ook van barmhartigheid, mededogen, goedheid en liefde. Als het Hem behaagt iets van Zijn goedheid en barmhartigheid in ons hart te laten komen en Zijn goedgunstigheid aan ons bekend te maken, zien we Hem niet alleen als een heilig en rechtvaardig God, maar ook als een genadig en barmhartig God. We zien dat het plan van de verlossing zijn oorsprong vindt in Zijn liefde, we zien dat Hij Zijn Zoon zendt in de gelijkenis van het zondige vlees om voor ons te sterven. En we beginnen in Hem te geloven, op Zijn barmhartigheid te hopen en Zijn Naam vurig lief te hebben met een rein hart, want we zien dat Hij ons uit de muil van de leeuw kan redden.
Misschien zijn we in natuurlijke dingen beproefd en is God ons daarin verschenen; zo zien we dat Hij niet alleen een God van de genade is, maar ook van de natuur. Of als Hij ons steeds weer heeft hersteld, zien we dat Hij een God is Die afkeringen geneest, en dat Zijn liefde eeuwig is. En als de Geest ons hoop en liefde geeft, begrijpen we niet alleen wat God in de Heilige Schrift is, maar komen we tot een geestelijk inzicht in de enige ware God.
Lezen: Handelingen 15:1-18
Aan de lezer…
Kent u God alleen nog als de Almachtige en Alwetende, voor Wiens ogen alles naakt en geopend ligt? Voelt u zich voor Hem als een sprinkhaan, als een druppel aan een emmer? Dat is geen geringe les; het is goed dat een mens zo klein wordt voor Hem met Wie wij te doen hebben. Maar blijf daar niet staan, alsof dat alles is wat er van Hem te kennen valt.
Want naarmate de Heere Zijn waarheid verder openbaart, leert de ziel Hem ook kennen als de God en Vader van Jezus Christus, rijk aan barmhartigheid, mededogen, goedheid en liefde. Hij zond Zijn Zoon in de gelijkenis van het zondige vlees om voor zondaren te sterven. Hij geneest afkeringen; Zijn liefde is eeuwig. Hebt u Hem al zo leren kennen? Of verlangt u ernaar? Vraag Hem dan of Hij iets van Zijn goedgunstigheid in uw hart laat komen, want Hij kan ook u uit de muil van de leeuw redden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And ye shall know the truth, and the truth shall make you free.
John 8:32
Again and again we find that God knows all things before they come to pass. Time after time He has foretold the thoughts of man, as the prophet foretold what lay so deeply hidden in the heart of Hazael. He reads our heart. All things are naked and opened unto the eyes of Him with Whom we have to do. He is also almighty; His Name is the Almighty. Not only were all things made by Him and are all things upheld by Him, but He also worketh all things (Eph. 1:11). And we find that He is able to kill and to heal. We stand before Him as grasshoppers, as the small dust of the balance, as a drop of a bucket. We experience that He is God Almighty.
But as it pleases the Lord to reveal more and more of His blessed truth to us, we begin to see another side of Him. We come to see that He is not only just, holy, almighty and all-knowing, but also that He is the God and Father of Jesus Christ: not only the God of infinite justice and holiness, but also of mercy, compassion, goodness and love. When it pleases Him to let something of His goodness and mercy come into our heart and to make His favour known to us, we see Him not only as a holy and just God, but also as a gracious and merciful God. We see that the plan of salvation has its origin in His love; we see Him sending His Son in the likeness of sinful flesh to die for us. And we begin to believe in Him, to hope in His mercy and fervently to love His Name with a pure heart, for we see that He can deliver us out of the mouth of the lion.
Perhaps we have been tried in natural things and God has appeared for us in them; so we see that He is not only a God of grace, but also of nature. Or if He has restored us again and again, we see that He is a God Who heals backslidings, and that His love is everlasting. And when the Spirit gives us hope and love, we not only understand what God is in the Holy Scriptures, but we come to a spiritual knowledge of the only true God.
Reading: Acts 15:1-18
To the reader…
Do you as yet know God only as the Almighty and All-knowing, before Whose eyes all things lie naked and opened? Do you feel before Him like a grasshopper, like a drop of a bucket? That is no small lesson; it is good for a person to become so small before Him with Whom we have to do. But do not stop there, as though that were all there is to know of Him.
For as the Lord reveals His truth further, the soul also comes to know Him as the God and Father of Jesus Christ, rich in mercy, compassion, goodness and love. He sent His Son in the likeness of sinful flesh to die for sinners. He heals backslidings; His love is everlasting. Have you come to know Him so? Or do you long to? Then ask Him to let something of His favour come into your heart, for He can deliver you too out of the mouth of the lion.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceréis la verdad, y la verdad os libertará.
Juan 8:32
Una y otra vez hallamos que Dios conoce todas las cosas antes de que sucedan. Vez tras vez ha predicho los pensamientos del hombre, como el profeta predijo lo que yacía tan hondamente escondido en el corazón de Hazael. Él lee nuestro corazón. Todas las cosas están desnudas y abiertas a los ojos de Aquel a quien tenemos que dar cuenta. Él es también todopoderoso; Su Nombre es el Todopoderoso. No solo fueron hechas todas las cosas por Él y son todas sustentadas por Él, sino que también Él obra todas las cosas (Ef. 1:11). Y hallamos que Él puede hacer morir y sanar. Estamos delante de Él como langostas, como el polvo menudo de la balanza, como la gota de un acetre. Experimentamos que Él es el Dios Todopoderoso.
Pero a medida que al Señor le place revelarnos más y más de Su bendita verdad, comenzamos a ver otro aspecto de Él. Llegamos a ver que no solo es justo, santo, todopoderoso y omnisciente, sino también que es el Dios y Padre de Jesucristo: no solo el Dios de infinita justicia y santidad, sino también de misericordia, compasión, bondad y amor. Cuando le place dejar que algo de Su bondad y misericordia entre en nuestro corazón y darnos a conocer Su favor, le vemos no solo como un Dios santo y justo, sino también como un Dios clemente y misericordioso. Vemos que el plan de salvación tiene su origen en Su amor; le vemos enviando a Su Hijo en semejanza de carne de pecado para morir por nosotros. Y comenzamos a creer en Él, a esperar en Su misericordia y a amar fervientemente Su Nombre con corazón puro, porque vemos que Él puede librarnos de la boca del león.
Quizá hemos sido probados en cosas naturales y Dios se ha mostrado a nuestro favor en ellas; así vemos que Él no es solo un Dios de gracia, sino también de la naturaleza. O si nos ha restaurado una y otra vez, vemos que Él es un Dios que sana las rebeliones, y que Su amor es eterno. Y cuando el Espíritu nos da esperanza y amor, no solo entendemos lo que Dios es en las Santas Escrituras, sino que llegamos a un conocimiento espiritual del único Dios verdadero.
Lectura: Hechos 15:1-18
Al lector…
¿Conoce usted a Dios hasta ahora solo como el Todopoderoso y Omnisciente, ante cuyos ojos todas las cosas están desnudas y abiertas? ¿Se siente delante de Él como una langosta, como la gota de un acetre? No es una lección pequeña; es bueno que una persona se haga tan pequeña ante Aquel a quien tenemos que dar cuenta. Pero no se detenga ahí, como si eso fuera todo lo que hay que conocer de Él.
Porque a medida que el Señor revela más de Su verdad, el alma llega a conocerle también como el Dios y Padre de Jesucristo, rico en misericordia, compasión, bondad y amor. Él envió a Su Hijo en semejanza de carne de pecado para morir por pecadores. Él sana las rebeliones; Su amor es eterno. ¿Le ha llegado a conocer así? ¿O lo anhela? Entonces pídale que deje entrar algo de Su favor en su corazón, porque también a usted puede librarle de la boca del león.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Want de Heere is een Zon en Schild.
Psalm 84:11
De zon is gemaakt om te schijnen. Het is haar werk dit te doen. Evenzo is het met de Zon der gerechtigheid. Zij is voortgebracht om te schijnen. En verliest de zon der natuur iets van haar licht door te schijnen? Wel, hoe meer zij schijnt, hoe meer licht zij schijnt te hebben. Eeuwenlang heeft zij even helder geschenen als nu. Haar stralen waren even heerlijk vóór wij geboren waren, en zij zullen dit zijn als de ogen die haar nu zien, in het stof der aarde zullen verdonkerd zijn. Duizenden oogsten heeft zij rijp doen worden, miljoenen en duizenden miljoenen heeft zij gevoed, maar zij vertoont geen bewijs van uitputting of vermindering.
En verliest Jezus iets door de mededeling van Zijn licht, leven, liefde en genade? Hij wordt er te meer door verheerlijkt; en hoe meer gij op Hem ziet als de Zon, en Hij mag schijnen en lichten in uw ziel, hoe meer gij Hem verheerlijken zult als de Zon der gerechtigheid. Wanneer wij ’s morgens de luiken openen of de gordijnen ophalen, doen wij dit om de zon in onze donkere kamer te laten schijnen. Maar wanneer wij door Goddelijke genade verwaardigd worden de luiken van vrees en twijfel, en de gordijnen van het ongeloof die over onze ziel hangen, weg te doen, des te meer verheerlijken wij de Heere Jezus door uit Zijn volheid te ontvangen genade voor genade.
Ach, het is goed somtijds in staat gesteld te worden om over onze twijfelingen, vrezen, mistrouwen en vele andere dingen die onze geest beproeven, heen te zien. Gij moogt staren op uw zonden en ellende, totdat gij bijna in wanhoop wegzinkt; gij moogt terugzien op uw afmakingen, onvastheid en onvruchtbaarheid, totdat gij gereed zijt weg te zinken en zonder hoop te sterven. Dit te doen is te vergelijken met iemand die wandelt in een donkere kamer en struikelt over de meubelen, totdat hij ten laatste neerzit en zegt: „Er is geen licht.” Als hij maar de luiken kan opendoen, dan zal de zon in de kamer schijnen. Zo kunnen wij somtijds zitten te peinzen over onze veelvuldige onbestendigheid, totdat wij zeggen: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn.”
O, in staat gesteld te worden (als ik zo spreek, dan weet ik het uit zielservaring, dat alleen God dit in ons en voor ons doen moet) de luiken weg te schuiven en af te zien van wat onze ziel terneder drukt! Hef uw ogen op, o moedeloze ziel, en zie de gezegende Zon nog schijnen aan het firmament des hemels! Wel, haar kracht om dit te doen en het doen zelf gaat vergezeld van een kostelijke zegen. Hoe goed ook is het in staat gesteld te worden om gebruik te maken van Christus als een Schild! O, hoe dikwijls gaan wij de strijd in zonder dit Schild op onze arm.
Maar neem dit voor waarheid aan, dat de Heere u niet voorziet van zulk een Schild, tenzij Hij ziet dat de vijanden u te machtig worden. Twijfel, vrees, donkerheid, wanhoop, de wet, de beschuldigingen van een schuldige consciëntie, de vurige pijlen van de duivel – hoe kunt gij tegen deze vijanden vechten zonder schild? Zoudt gij immers als soldaat onbeschermd en onbewapend uw vijand tegemoet gaan, zodat gij geen pistool of bajonet in uw hand had om u te verdedigen? Zich alzo tot de strijd te begeven tegen de wet, tegen de beschuldigingen van een veroordelende consciëntie en een wanhopig hart, en dan te missen die dierbare Jezus als een schild tegenover deze dodelijke vijanden, dit zou genoeg zijn om een mens in zwarte wanhoop te doen wegzinken.
Maar als men verwaardigd mag worden gebruik te maken van het Schild dat God bezorgd heeft, en Christus op te mogen heffen tegen een veroordelende wet, een beschuldigende consciëntie, een betwistende duivel en een wanhopende geest, en tot die allen te zeggen: „Christus is gestorven, en dat voor mij,” dan vangt men deze pijlen, die anders het hart treffen zouden, op in het Schild. Dan vallen zij alle neder zonder schade aan te richten, omdat zij alle vallen op de Heere Jezus.
Aan de lezer…
Zit u, lezer, in een donkere kamer en zegt u: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn”? U staart op uw zonden, uw onvastheid en uw onvruchtbaarheid, totdat u bijna wegzinkt. Maar daarmee is de zon niet uitgedoofd. Zij schijnt nog, en verliest niets van haar licht door te schijnen. Zo is het ook met Christus, Die de Zon der gerechtigheid is.
Hef dan uw ogen op, moedeloze ziel. U kunt de luiken van vrees en ongeloof niet zelf wegschuiven, maar vraag de Heere of Hij het voor u wil doen. En wanneer de wet, uw geweten en de vurige pijlen van de vijand u bestrijden, ga dan niet zonder schild de strijd in. Houd Hem omhoog en zeg: „Christus is gestorven, en dat voor mij.” Dan vallen die pijlen op Hem neer.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want de Heere is een Zon en Schild.
Psalm 84:11
De zon is gemaakt om te schijnen. Dat is haar werk. Zo is het ook met de Zon der gerechtigheid: Zij is voortgebracht om te schijnen. En verliest de zon in de natuur iets van haar licht door te schijnen? Wel, hoe meer zij schijnt, hoe meer licht zij lijkt te hebben. Eeuwenlang heeft zij even helder geschenen als nu. Haar stralen waren even heerlijk vóórdat wij geboren werden, en zij zullen dat nog zijn wanneer de ogen die haar nu zien, verduisterd zullen zijn in het stof van de aarde. Duizenden oogsten heeft zij laten rijpen, miljoenen en duizenden miljoenen heeft zij gevoed, maar zij vertoont geen enkel teken van uitputting of vermindering.
En verliest Jezus iets doordat Hij Zijn licht, leven, liefde en genade meedeelt? Hij wordt er des te meer door verheerlijkt. Hoe meer u op Hem ziet als de Zon, en Hij in uw ziel mag schijnen en lichten, hoe meer u Hem zult verheerlijken als de Zon der gerechtigheid. Wanneer wij ’s morgens de luiken openen of de gordijnen opendoen, doen wij dat om de zon in onze donkere kamer te laten schijnen. Maar wanneer wij door Goddelijke genade verwaardigd worden de luiken van vrees en twijfel en de gordijnen van het ongeloof die over onze ziel hangen, weg te doen, des te meer verheerlijken wij de Heere Jezus doordat wij uit Zijn volheid genade voor genade ontvangen.
Ach, het is goed om soms in staat gesteld te worden over onze twijfels, vrezen, wantrouwen en vele andere dingen die onze geest beproeven, heen te zien. U kunt staren op uw zonden en ellende, totdat u bijna in wanhoop wegzinkt; u kunt terugzien op uw afdwalingen, onvastheid en onvruchtbaarheid, totdat u op het punt staat weg te zinken en zonder hoop te sterven. Dat is te vergelijken met iemand die in een donkere kamer rondloopt en over de meubels struikelt, totdat hij ten slotte gaat zitten en zegt: „Er is geen licht.” Als hij maar de luiken kan openen, dan zal de zon in de kamer schijnen. Zo kunnen wij soms zitten piekeren over onze vele onstandvastigheid, totdat wij zeggen: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn.”
O, in staat gesteld te worden (als ik zo spreek, dan weet ik uit ervaring van de ziel dat alleen God dit in ons en voor ons moet doen) om de luiken weg te schuiven en weg te zien van wat onze ziel neerdrukt! Hef uw ogen op, moedeloze ziel, en zie de gezegende Zon nog schijnen aan het firmament van de hemel! Want de kracht om dat te doen, en het doen zelf, gaat gepaard met een kostbare zegen. Hoe goed is het ook om in staat gesteld te worden Christus als Schild te gebruiken! O, hoe vaak gaan wij de strijd in zonder dit Schild aan onze arm.
Maar neem dit als waarheid aan: de Heere voorziet u niet van zo’n Schild tenzij Hij ziet dat de vijanden u te machtig worden. Twijfel, vrees, duisternis, wanhoop, de wet, de beschuldigingen van een schuldig geweten, de vurige pijlen van de duivel – hoe kunt u tegen deze vijanden vechten zonder schild? Zou u als soldaat onbeschermd en ongewapend uw vijand tegemoet gaan, zonder pistool of bajonet in uw hand om u te verdedigen? Zo de strijd aan te gaan tegen de wet, tegen de beschuldigingen van een veroordelend geweten en een wanhopig hart, en dan die dierbare Jezus te missen als schild tegenover deze dodelijke vijanden, dat zou genoeg zijn om een mens in zwarte wanhoop te laten wegzinken.
Maar wanneer iemand verwaardigd mag worden het Schild te gebruiken dat God gegeven heeft, en Christus omhoog te mogen houden tegen een veroordelende wet, een beschuldigend geweten, een tegensprekende duivel en een wanhopige geest, en tegen hen allen te zeggen: „Christus is gestorven, en dat voor mij,” dan vangt hij de pijlen die anders het hart zouden treffen, op met het Schild. Dan vallen zij allemaal neer zonder schade aan te richten, omdat zij allemaal op de Heere Jezus vallen.
Aan de lezer…
Zit u, lezer, in een donkere kamer en zegt u: „Er is geen licht in mijn ziel; het is er nooit geweest en het zal er ook nooit zijn”? U staart op uw zonden, uw onvastheid en uw onvruchtbaarheid, totdat u bijna wegzinkt. Maar daarmee is de zon niet uitgedoofd. Zij schijnt nog, en verliest niets van haar licht door te schijnen. Zo is het ook met Christus, Die de Zon der gerechtigheid is.
Hef dan uw ogen op, moedeloze ziel. U kunt de luiken van vrees en ongeloof niet zelf wegschuiven, maar vraag de Heere of Hij het voor u wil doen. En wanneer de wet, uw geweten en de vurige pijlen van de vijand u bestrijden, ga dan niet zonder schild de strijd in. Houd Hem omhoog en zeg: „Christus is gestorven, en dat voor mij.” Dan vallen die pijlen op Hem neer.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For the LORD God is a sun and shield.
Psalm 84:11
Is not the sun made to shine? It is his nature to do so. So it is with the SUN of righteousness; He is made to shine. And does the natural sun lose any of his light by shining? Why, the more he shines, the more light he seems to have. For ages he has shone as brightly as now. His beams were as glorious before we had birth or being, and will be as glorious when the eyes which now see him are mouldering in the dust. Thousands of harvests has he ripened, millions and thousands of millions has he fed; but he shows no sign of exhaustion or decay.
And does Jesus lose anything by communicating His light, life, love, and grace? He is all the more glorified thereby; and the more you look to Him as the Sun, that as such He might shine into and upon your soul, the more you glorify Him as the Sun of righteousness. When in the morning we throw the shutters back, or draw up the blinds, it is to receive the sun into the dark room. So the more we are enabled by divine grace to throw back the shutters of doubt and fear, and draw up the blinds of unbelief which hang down over the mind, the more we glorify the Lord Jesus by receiving out of His fullness, and grace for grace.
Oh! it is good to be sometimes enabled to look beyond and above doubts, fears, misgivings, and the many things that try the mind. You may pore over your sins and miseries until you fall well-nigh into despair; you may look back upon your wanderings, inconsistencies, and lack of fruitfulness, until you are almost ready to sink down without hope and die. To do this is to resemble a person wandering in a dark room, tumbling over the furniture, and at last sitting down and saying, “There is no light.” If he can but throw back the shutters, the sun will shine into the room.
So we sometimes may sit pondering over our many inconsistencies until we say, “There is no light in my soul; there never was, and there never will be.” O to be enabled (when I speak thus, I know well, from soul experience, that it is only God Who can do it in us and for us) to throw back the shutters, and look away from those things that so weigh down the mind! Look up, O sinking soul, and see the blessed Sun still shining in the skies of heaven! Why, the very power to do this, the very act of doing so, brings with it a felt blessedness.
How good, also, to be enabled to make use of Christ as a SHIELD! Oh, how often we go to battle without this shield upon our arm! But depend upon it, the Lord would not have provided such a shield for you unless He knew that your enemies were too many for you. Doubt, fear, darkness, despair, the law, the accusations of a guilty conscience, the fiery darts of the devil—how can you fight against these enemies without a shield? Why, you would be like a soldier going out against the foe without either sword or musket, and laying his bosom bare to every weapon, without sword or bayonet in his hand to defend himself.
So, to go into combat against the law; the accusations of a guilty conscience, and a desponding heart, and have no blessed Jesus to hold up as a shield against these deadly foes, would be enough to sink a man into despair. But if he is enabled to make use of the shield that God has provided, and to hold Christ up against a condemning law, a guilty conscience, an accusing devil, and a desponding mind, and say to them all, “Christ has died, and died for me,” then he receives into the shield those darts which would otherwise sink into his soul, and then they all fall harmless, because they all fell on the Lord Jesus.
To the reader…
Are you sitting, dear reader, in a dark room, saying, “There is no light in my soul; there never was, and there never will be”? You stare at your sins, your inconsistency and your unfruitfulness until you almost sink away. But that does not mean the sun has gone out. It still shines, and loses none of its light by shining. So it is also with Christ, Who is the Sun of righteousness.
Lift up your eyes, then, despondent soul. You cannot throw back the shutters of fear and unbelief yourself, but ask the Lord to do it for you. And when the law, your conscience and the fiery darts of the enemy assail you, do not go into battle without a shield. Hold Him up and say, “Christ has died, and died for me.” Then those darts will fall upon Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque sol y escudo es Jehová Dios.
Salmo 84:11
¿No está hecho el sol para brillar? Es su naturaleza hacerlo. Así es con el SOL de justicia; Él está hecho para brillar. ¿Y pierde el sol natural algo de su luz al brillar? Al contrario, cuanto más brilla, más luz parece tener. Durante siglos ha brillado con tanto resplandor como ahora. Sus rayos eran tan gloriosos antes de que naciéramos o existiéramos, y serán tan gloriosos cuando los ojos que ahora lo ven se estén deshaciendo en el polvo. Miles de cosechas ha madurado, a millones y a miles de millones ha alimentado; pero no muestra señal alguna de agotamiento ni de decadencia.
¿Y pierde Jesús algo al comunicar Su luz, Su vida, Su amor y Su gracia? Al contrario, por ello es tanto más glorificado; y cuanto más mire usted a Él como el Sol, para que como tal brille en su alma y sobre ella, tanto más le glorifica como el Sol de justicia. Cuando por la mañana abrimos los postigos o subimos las persianas, es para recibir el sol en la habitación oscura. Así, cuanto más se nos capacita por la gracia divina para abrir los postigos de la duda y el temor, y subir las persianas de la incredulidad que cuelgan sobre la mente, tanto más glorificamos al Señor Jesús recibiendo de Su plenitud, y gracia por gracia.
¡Oh, es bueno que a veces se nos conceda mirar más allá y por encima de las dudas, los temores, los recelos y las muchas cosas que prueban la mente! Usted puede cavilar sobre sus pecados y miserias hasta caer casi en la desesperación; puede mirar atrás a sus extravíos, inconsecuencias y falta de fruto hasta estar casi a punto de hundirse sin esperanza y morir. Hacer esto es parecerse a una persona que anda a tientas en una habitación oscura, tropezando con los muebles, y que al fin se sienta y dice: “No hay luz.” Si tan solo pudiera abrir los postigos, el sol entraría brillando en la habitación.
Así a veces podemos estar sentados cavilando sobre nuestras muchas inconsecuencias hasta decir: “No hay luz en mi alma; nunca la hubo, y nunca la habrá.” ¡Oh, ser capacitado (cuando hablo así, sé bien, por experiencia del alma, que solo Dios puede hacerlo en nosotros y por nosotros) para abrir los postigos y apartar la mirada de esas cosas que tanto abaten la mente! ¡Levanta la vista, oh alma que te hundes, y mira el bendito Sol que todavía brilla en los cielos! El mismo poder de hacerlo, el mismo acto de hacerlo, trae consigo una bienaventuranza sentida.
¡Qué bueno es también ser capacitado para usar a Cristo como un ESCUDO! ¡Oh, cuántas veces vamos a la batalla sin este escudo en el brazo! Pero tenga por cierto que el Señor no le habría provisto de tal escudo si no supiera que sus enemigos son demasiados para usted. La duda, el temor, las tinieblas, la desesperación, la ley, las acusaciones de una conciencia culpable, los dardos de fuego del diablo: ¿cómo puede usted luchar contra estos enemigos sin un escudo? Sería como un soldado que sale contra el enemigo sin espada ni mosquete, y que expone su pecho desnudo a toda arma, sin espada ni bayoneta en la mano para defenderse.
Así, entrar en combate contra la ley, las acusaciones de una conciencia culpable y un corazón abatido, sin tener al bendito Jesús para alzarlo como escudo contra estos enemigos mortales, bastaría para hundir a un hombre en la desesperación. Pero si se le concede usar el escudo que Dios ha provisto, y alzar a Cristo contra una ley que condena, una conciencia culpable, un diablo que acusa y una mente abatida, y decirles a todos: “Cristo ha muerto, y ha muerto por mí”, entonces recibe en el escudo esos dardos que de otro modo se clavarían en su alma, y todos caen sin hacer daño, porque todos cayeron sobre el Señor Jesús.
Al lector…
¿Está usted sentado, querido lector, en una habitación oscura, diciendo: “No hay luz en mi alma; nunca la hubo, y nunca la habrá”? Mira fijamente sus pecados, su inconsecuencia y su falta de fruto hasta casi hundirse. Pero eso no significa que el sol se haya apagado. Sigue brillando, y no pierde nada de su luz al brillar. Así es también con Cristo, que es el Sol de justicia.
Levante, pues, los ojos, alma abatida. Usted no puede abrir por sí mismo los postigos del temor y la incredulidad, pero pida al Señor que lo haga por usted. Y cuando la ley, su conciencia y los dardos de fuego del enemigo le asalten, no vaya a la batalla sin escudo. Álcele a Él y diga: “Cristo ha muerto, y ha muerto por mí.” Entonces esos dardos caerán sobre Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl