Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 4 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

18 september Korenaren uit de volle oogst

Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.
2 Timotheüs 3:17

Over welke volmaaktheid spreekt de Heilige Geest hier? Zeker niet over volmaaktheid in het vlees; dat is niet meer dan een wilde droom van vrije wil en arminianisme. Volmaaktheid betekent hier, en ook elders in de Schrift, dat men in het geloof bevestigd en gegrond is. Zo horen wij de apostel zeggen (Hebr. 5:14): „Den volmaakten1) is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.” De volmaaktheid van de christen bestaat dus niet in de volmaaktheid van het vlees, maar hierin, dat men in het Goddelijk leven tot een rijpere leeftijd gekomen is. Of, als ik het zo mag noemen: dat men een christen is die tot de jaren van onderscheid gekomen is, of, zoals de apostel het noemt, „een man in Christus”.

Wanneer Paulus daarom zegt: „Laat ons daarom zovelen als volmaakt zijn”, bedoelt hij: wij die geen kinderen meer zijn, die „niet heen en weder geslingerd worden door allerlei wind van leer”, maar begenadigd zijn met een mate van christelijke wijsheid en kracht. Het is deze christelijke rijpheid die in de Schrift „volmaaktheid” genoemd wordt, en die is alleen te verkrijgen door lijden. Alleen door het vuur worden het schuim en de onreinheid van farizese gerechtigheid weggenomen, en de ziel komt uit het vuur als „een vat ter ere”, geheiligd en geschikt voor het gebruik van de Meester. De Heere van leven en heerlijkheid werd „volmaakt door lijden”, en er is geen andere weg waarlangs Zijn volgelingen geestelijk volmaakt gemaakt worden. Zolang iemand niet in het lijden geleid wordt, kent hij de waarheid niet in haar zoetheid. Wij zijn vol vrije wil, hoogmoed, vermetelheid en eigengerechtigheid. Maar wanneer de ziel in het lijden gedoopt wordt, wordt zij tot op zekere hoogte in de waarheid bevestigd, gesterkt in de dingen van God en gelijkvormig gemaakt aan het beeld van Christus.

Gij toetstet mij bij dag en nacht,
Gij vondt mij trouw in vreugd’ of smarte.
De mond sprak steeds de taal van ’t harte,
door beide is hun plicht betracht.
Wat ook de zondaar aan moog’ vangen,
ik heb voor zijn afschuw’lijk pad
een haat, een afkeer opgevat,
ik gruw van zijn verkeerde gangen.

Ps. 17:2

1) In de Engelse Bijbelvertaling staat „den meerderjarigen”, doch in de kanttekening „volmaakten”.

Aan de lezer…

Wie naar meer rijpheid in het geloof verlangt, vreest vaak de weg waarlangs die komt; zo kan het ook u gaan. Misschien zit u juist nu in het vuur, en vraagt u zich af waarom de Heere u zo beproeft. Weet dan dat Hij geen volmaaktheid in het vlees zoekt, maar u in het geloof wil bevestigen en gronden. Het vuur neemt het schuim van eigengerechtigheid weg, zodat u een vat ter ere wordt, geschikt voor het gebruik van de Meester.

Kijkt u naar uw lijden, zie dan ook op Hem. De Heere van leven en heerlijkheid werd Zelf volmaakt door lijden; er is voor Zijn volgelingen geen andere weg dan de weg die Hij gegaan is. Hij beproeft niet om te verderven, maar om te louteren. En Hij zal u op Zijn tijd vaste spijze geven en uw zinnen oefenen tot het onderscheiden van goed en kwaad.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

18 september 365 dagen met Philpot

Paulus’ afscheidswens

En nu, broeders, ik beveel u Gode, en het Woord Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.
Handelingen 20:32

Stel dat het zo was (God verhoede dat dit ook maar één ogenblik het geval zou zijn!) dat ik in de eerste plaats door mijn eigen inspanning de genade in mijn hart moest brengen en zo het fundament moest leggen, en dat ik door mijn eigen inspanning het werk moest voortzetten en zo de bovenbouw moest optrekken: zou ik dan niet falen, volkomen falen?

Maar wat als de genade alles doet, van begin tot eind? Als de genade de namen van Gods kinderen in het Boek des levens schreef, als de genade hen aan Jezus gaf om verlost te worden, als de genade op de door God bepaalde tijd hun ziel levend maakte, als de genade de reinigende kracht van het bloed van Christus aan hun geweten openbaarde, als de genade hen veilig door al hun beproevingen en verzoekingen heen zal voeren, zal voleindigen wat hen aangaat, en door gerechtigheid moet en zal heersen tot het eeuwige leven: hoe geschikt, hoe buitengewoon geschikt is dit dan voor een arme, schuldige zondaar die niets heeft, en die voelt dat hij in zichzelf alleen maar vodden en ellendige lappen heeft!

„Het woord van Gods genade” legt, in de hand van de Geest, het fundament. „Het woord van Gods genade” maakt Jezus bekend in het eeuwige Evangelie en trekt zo de bovenbouw op. „Het woord van Gods genade” draagt door de armen van de dood heen en brengt zo de sluitsteen aan. En de hemelbogen zullen voor eeuwig de lof laten klinken van de heerlijkheid van die genade, waardoor zij „begenadigd in de Geliefde” (Ef. 1:6) werden.

Elk levend verlangen naar de Heere, elk besef van Zijn genade en heerlijkheid, elke smeltende genegenheid voor Zijn heerlijke schoonheid, elk ontvangen van Hem in het hart als de Christus van God, elke daad van geloof, hoop of liefde, elke uitademing van de ziel in Zijn hart: het is een teken, meer dan een teken, een onmiskenbaar bewijs dat Gods genade in het hart van een zondaar aanwezig is. En als Gods genade in het hart van een zondaar aanwezig is, is hij in Christus en één met Christus. Dan zal „het woord van Zijn genade” hem steeds meer opbouwen en hem steeds diepere teugen geven uit zijn eeuwige „erfdeel onder al de geheiligden”.

Lezen: Judas

Aan de lezer…

Hoe vaak hebt u geprobeerd het fundament zelf te leggen en de bovenbouw zelf op te trekken, en hoe volkomen hebt u daarin gefaald! Ziet u in uzelf niets dan vodden en ellendige lappen? Dan is dit woord juist voor u. De genade doet alles, van begin tot eind: zij schreef de namen in het Boek des levens, zij maakt de dode ziel levend, zij openbaart het reinigende bloed van Christus aan het geweten, en zij zal de haren veilig door alle beproevingen heen voeren.

Veracht dan de kleine tekenen niet. Een levend verlangen naar de Heere, een smeltende genegenheid voor Hem, een zucht van de ziel in Zijn hart: het zijn geen vruchten van uw eigen akker, maar onmiskenbare bewijzen dat Gods genade in u woont. En waar die genade is, daar is de ziel één met Christus, en het woord van Zijn genade zal haar steeds meer opbouwen, totdat zij haar erfdeel onder al de geheiligden in volle maat geniet.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

18 september Door Baca’s vallei

En wordt deze wereld niet gelijkvormig.
Romeinen 12:2

Naarmate wij aan deze wereld gelijkvormig worden, wordt ons verstand bot in de dingen van God, worden onze genegenheden koud en traag, en wordt ons geweten minder teder en gevoelig. Er is een eeuwige tegenstelling tussen God en de wereld, die in het boze ligt. Wil onze geestelijke bevinding van de waarheid van God haar grond behouden, dan mag zij niet afgestompt en verdoofd worden door gelijkvormigheid aan de wereld.

Het is als met de sabel die de soldaat in de oorlog draagt. Uit de schede getrokken mag zij niet over de grond slepen, anders worden de punt en de snede bot; beide moeten blank en scherp gehouden worden, zodat ze tegen de vijand gebruikt kunnen worden. Zo is het ook met ons verlicht verstand, met ons teder geweten en onze hemelse genegenheden. Als wij daarmee in wereldse beslommeringen gaan, zullen wij zijn als de soldaat die zijn sabel over de straatstenen laat slepen; bij elke stap die hij zet, worden de snede en de punt botter. Als wij aan de wereld gelijkvormig worden, verliezen wij het zoete inzicht dat wij eerder hadden in de dierbare waarheid van God. Wij verliezen de tederheid van ons geweten, waardoor de zonde, iedere zonde, een last en een smart voor onze ziel is.

Een christen behoort te zijn wat eens van een edelman uit vroeger tijd gezegd is: zonder vrees en zonder blaam. De minste verdenking van een van beide zou een vlek op zijn wapenschild zijn. Zo moet ook het schild van de christen zonder vlek zijn, zijn goede naam onbesmet. Zijn persoon moet niet alleen vrij zijn van een brandmerk, maar ook van verdenking, en onbevlekt zoals de ingetogenheid van een vrouw of de eer en waardigheid van een man.

Wij vervallen vaak tot wereldse gelijkvormigheid en lopen het gevaar ons zwaard af te stompen en het schild geleidelijk te bevlekken. Wij geven toe in dit en in dat. Het is waar: wij zijn omheind door de voorschriften van het Evangelie, door de alarmkreten van een teder geweten, en door vele krachtige teugels en vele dijken, om de zee van de wereld buiten te houden. Maar het is net als in Holland: als er een dijk doorbreekt, stroomt de zee met geweld naar binnen. Zo is het ook als er een bres geslagen wordt in het geweten: dan stroomt de wereldsgezindheid met kracht door die bres naar binnen, en de ziel wordt snel overstroomd.

Maar zelfs afgezien van een bijzondere verzoeking, die een wijde bres kan slaan, hebben wij maatschappelijke banden en onze dagelijkse bezigheden. Wij hebben vrienden en familie die wij naar het vlees liefhebben. Zij trekken ons allemaal, door hun macht over onze natuurlijke genegenheden, van tijd tot tijd naar die gelijkvormigheid aan de wereld. Daarop moeten wij dus letten. Want als wij gelijkvormig worden aan de beginselen, de gewoonten en de geest van de wereld, dan verliezen wij de geestelijke gesteldheid die de hoogste zegen en het hoogste voorrecht van de gelovige is. Wij dalen af van de berg van de gemeenschap met de Heere en vervallen tot een koude, ellendige toestand, waarin het leven van God, hoewel het niet helemaal verdwijnt, toch tot zijn laagste eb wordt teruggebracht.

Aan de lezer…

Voelt u, waarde lezer, dat uw genegenheden koud zijn geworden en uw geweten minder teder is dan vroeger? Weet u nauwelijks meer wanneer of hoe het begon? Zo gaat het met de sabel die over de stenen sleept: bij elke stap wordt zij botter, en de soldaat merkt het pas wanneer hij haar nodig heeft. Een kleine toegeving hier, een andere daar, en de zee van de wereld stroomt door de bres naar binnen.

Wanhoop toch niet als u dit bij uzelf merkt. Dat u er last van hebt, laat zien dat het leven van God, al is het tot een lage eb gekomen, niet helemaal verdwenen is. Breng uw koude hart dan bij de Heere en vraag of Hij de bres wil herstellen en uw geweten weer teder wil maken. Want het is de gemeenschap met Hem die de ziel scherp en levend houdt, en daarin ligt de hoogste zegen van de gelovige.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina