Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

18 februari Korenaren uit de volle oogst

Israël hope op de Heere; want bij de Heere is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
Psalm 130:8

„Israël hope op de Heere.” Heeft de ziel opgehouden op het schepsel te hopen? Wanhoopt zij eraan dat zij uit een andere bron behouden kan worden dan door het bloed van het Lam? Roept zij, zucht zij, verlangt zij, hijgt zij en smeekt zij dat de Heere in haar ziel zal verschijnen? Laat Israël dan op de Heere hopen, want bij de Heere is goedertierenheid. Hij zal Zijn wachtende Israël niet van Zich stoten en het niet wegwerpen met de bliksems van Zijn toorn. Hij zal genade bewijzen aan de arme schuldige zondaar die, met stof op het hoofd en gekleed in zak en as, zijn vuilheid voor de Heere komt betreuren en beklagen. Er is geen toorn in de boezem van de Heere tegenover hem; er is genade, vergevende genade in de boezem van Jehova voor Israël. Daarom: „Israël hope op de Heere.”

Als Israël naar zichzelf kijkt, kan het geen greintje hoop hebben. Kijkt het naar de wet, dan is er geen straal van verwachting. Kijkt het naar een vleselijke arm, dan kan ook die het niet helpen. Maar als Israël opziet „naar de heuvelen, vanwaar hulpe komt” — naar God de Vader in Zijn verkiezende liefde, naar God de Zoon in Zijn zoenbloed, naar God de Heilige Geest in Zijn heiligend werk — en als Israël zo het anker kan uitwerpen binnen het voorhangsel en dus „kan hopen op de Heere”, dan zal zijn hoop niet worden weggenomen en niet beschaamd worden. Het zal niet zijn zoals de hoop van de huichelaar: een spinnenweb dat door de eerste rukwind van eeuwig ongenoegen voor altijd wordt weggevaagd.

Ja waarlijk, God is Isrel goed,
voor hen, die rein zijn van gemoed.
Hoe donker ooit Gods weg moog’ wezen,
Hij ziet in gunst op die Hem vrezen.
Maar ach, hoewel mijn ziel dit weet,
Mijn voeten waren in mijn leed
schier uitgeweken en mijn treên
van ’t spoor der godsvrucht afgegleên.

Ps. 73:1

Aan de lezer…

Hebt u opgehouden op het schepsel te hopen, lezer? Ziet u geen greintje hoop meer in uzelf, geen straal van verwachting in de wet, geen hulp bij enige vleselijke arm? Dan lijkt het misschien alsof alles verloren is. Maar juist zo iemand wordt hier aangesproken. Zucht u, hijgt u, smeekt u dat de Heere in uw ziel wil verschijnen? Dan zegt dit woord tot u: „Israël hope op de Heere.”

Want bij de Heere is goedertierenheid. Hij werpt de arme schuldige zondaar, die met stof op het hoofd zijn vuilheid komt belijden, niet weg met de bliksems van Zijn toorn. In Zijn boezem is vergevende genade. Zie dan op naar de Vader in Zijn verkiezende liefde, naar de Zoon in Zijn zoenbloed, naar de Heilige Geest in Zijn heiligend werk. Een hoop die daar verankerd ligt, is geen spinnenweb dat door de eerste rukwind wordt weggevaagd. Zij zal niet beschaamd worden, want bij Hem is veel verlossing.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

18 februari 365 dagen met Philpot

Het gekrookte riet

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3

Van „de rokende vlaswiek” wordt gezegd dat Hij die niet zal uitdoven. O, wat verdient „de rokende vlaswiek” niet! Verdient zij niet dat de voet van God haar uittrapt? Bedenk eens hoe vuil en afschuwelijk uw verdorvenheden zijn; hoe sterk en krachtig uw begeerten en hartstochten; hoe talrijk en ernstig uw misstappen en uw vallen; hoe vleselijk uw gemoed; hoe koud en levenloos uw gestalte; hoe dwalend uw gebeden; hoe werelds uw genegenheden; hoe aards en zinnelijk uw verlangens. Vindt u het dan soms niet een wonder dat de almachtige God in rechtvaardige toorn Zijn voet niet op u zet en u in de hel vertrapt, zoals wij een spin pletten? We verdienen het elke dag dat we leven. Ik zou haast zeggen dat we het bijna bij elke ademhaling verdienen, ten volle verdienen, uit het leven weggeworpen en in de eeuwige hel verpletterd te worden.

Maar hierin toont zich de tedere, minzame barmhartigheid en genade van de meelevende Verlosser, dat „Hij de rokende vlaswiek niet zal uitdoven”, maar de vlam die Hij Zelf eerst zo barmhartig heeft aangestoken, altijd brandend zal houden. De hand die de vonk heeft gebracht, moet de vlam brandend houden, want geen mens kan zijn eigen ziel levend maken en in leven houden. Hoe zij in leven wordt gehouden, is zeker een verborgenheid, maar dat zij in leven wordt gehouden, is zeker.

Hebt u niet soms het gevoel dat er geen leven van God in uw ziel is, geen sprankje genade in uw hart? Waar is uw godsdienst? Waar zijn uw geloof, hoop en liefde? Waar zijn uw geestelijke gezindheid en de tederheid van uw hart, geweten en genegenheden? Waar zijn uw zuchten naar God? Weg, weg, weg! En wat eenmaal weg was, zou voorgoed weg zijn, als het in uw handen lag en u het zelf moest bewaren.

Maar het is in betere handen dan de uwe, en het wordt beter bewaard dan u het zou kunnen, „want Ik leef, en gij zult leven” (Joh. 14:19). „Die Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven” (Joh. 5:24). „Mijn schapen zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.” Christus is ons leven; het is met Hem verborgen in God.

Lezen: Mattheüs 8:1-13

Aan de lezer…

Wanneer u soms het gevoel hebt dat er geen leven van God meer in uw ziel is, vraagt u zich af: waar zijn mijn geloof, mijn hoop, mijn liefde, mijn zuchten naar God? Weg, weg, weg, zo lijkt het. En als u eerlijk uw verdorvenheden, uw vallen en uw koude gebeden overziet, dan weet u dat u niets anders verdient dan uitgeblust te worden.

Toch is dit het grote wonder: Hij blust de rokende vlaswiek niet uit. De hand die de vonk bracht, houdt de vlam ook brandend. Hoe dat gaat, is een verborgenheid, maar dat het gebeurt, is zeker. Lag het in uw handen, dan was het al lang voorgoed verloren. Maar het ligt in betere handen dan de uwe. Christus is het leven van Zijn volk, en Hij zegt: „Want Ik leef, en gij zult leven.” Niemand zal Zijn schapen uit Zijn hand rukken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

18 februari Door Baca’s vallei

Maar de waarheid betrachtende in liefde. (Engelse kanttekening: in oprechtheid)
Efeze 4:15

Oprechtheid is de wortel van de ware belijdenis. Wie niet oprecht is, is niets. God maakt een mens oprecht door Zijn waarheid in het hart te planten, en deze ingeplante waarheid zal toenemen en groeien. De waarheid in de ziel van een mens is niet dood en bewegingloos als een steen op straat; zij is een levend, werkzaam beginsel dat kan uitgroeien. Wanneer de waarheid in de ziel is, zal zij altijd de dwaling uitdrijven, omdat die twee niet samen kunnen gaan. En zoals Isaak Ismaël uitdreef en Jakob sterker bleek dan Ezau, zo zullen ook de eenvoud en de Goddelijke oprechtheid altijd de overhand houden over bedrog en misleiding.

De waarheid van God in het hart zal niet verdorren en sterven, maar zal opleven door de Zon der gerechtigheid en toenemen in vruchtbaarheid door de bemoedigingen van God. En terwijl de waarheid dag aan dag dierbaarder wordt, zullen de dwaling en de ongerechtigheid dag aan dag meer gehaat worden. Een oprechte ziel staat omgord met de waarheid, en de waarheid is haar schild en beukelaar. Maar hoe zal deze christelijke oprechtheid bewijzen dat zij beschermd is tegen de dwaling? Door voortdurend op de wachttoren te staan, uitziend naar en opziend tot God en het licht van Zijn aangezicht. Een ziel die geestelijk oprecht gemaakt is, kan nergens rust in vinden; zij heeft het zegel van God nodig op alles wat zij ervaart.

Wie oprecht is, ziet de rotsen voor zich waarop anderen schipbreuk lijden aan het geloof. En hoewel hij overladen is met verzoekingen, verdrukkingen en beproevingen, wordt hij niet haastig heen en weer bewogen door allerlei wind van leer. Zijn verlangen om recht te doen houdt hem recht; zijn vrees om onrecht te doen weerhoudt hem van onrecht. Het licht van God in zijn ziel doet hem zien. Het leven van God in zijn hart doet hem het leven voelen. De vreze Gods in zijn geweten maakt hem eerlijk; de liefde van God in zijn genegenheden doet hem liefhebben. En dit alles geeft de waarheid zo’n vaste plaats in hem dat er geen plaats voor dwaling overblijft.

Daarom voegt de apostel eraan toe: „in liefde”. Het is niet genoeg „oprecht” te zijn; wij moeten „oprecht zijn in de liefde”. Let daarop. Wij moeten de waarheid van God niet ontvangen als een vast, ordelijk leerstelsel. Het gaat er niet om ons hoofd te voorzien van een gezonde, wetenschappelijke geloofsbelijdenis en een beknopt calvinistisch schema, dat ons zou moeten staande houden in het uur van de beproeving. Maar het is de waarheid van God, door Goddelijke kracht in ons hart gewerkt, die zo’n wezenlijke, onuitsprekelijke zoetheid in ons wekt dat zij een krachtige, blijvende liefde meedeelt, zowel tot de waarheid zelf als tot Hem van Wie zij getuigt en van Wie zij voortkomt. Zo worden wij „oprecht in de liefde”.

De vreze Gods brengt de oprechtheid voort; de krachtige toepassing van de waarheid brengt de liefde ertoe voort. En wanneer wij zo oprecht in de liefde gemaakt worden, worden wij uit de kinderlijke staat gehaald, waarin wij omgevoerd worden met allerlei wind van leer en gevaar lopen verstrikt te raken door het sluwe bedrog van iedere bedrieger. Wij kennen de waarheid, hebben de waarheid lief en worden bevestigd in de waarheid.

Aan de lezer…

Lezer, kent u die eerlijke onrust in uw ziel, dat u niet kunt rusten zonder het zegel van God op wat u ervaart? Wees daar niet bang voor. Het is het kenmerk van een oprechte ziel, in wie God Zijn waarheid geplant heeft. Die waarheid is geen dode steen, maar een levend beginsel, dat de dwaling uitdrijft en u doet uitzien naar het licht van Zijn aangezicht. Misschien voelt u zich omringd door verzoekingen en beproevingen, en vreest u weggevoerd te worden door allerlei wind van leer.

Maar het is niet genoeg de waarheid in het hoofd te hebben als een keurig stelsel. De apostel zegt: „in liefde”. Bid dan dat de Heere Zijn waarheid met kracht in uw hart werkt, zodat u de waarheid niet alleen kent, maar haar liefhebt, en Hem liefhebt van Wie zij getuigt. Zo zal Hij u bevestigen, en zult u staande blijven waar anderen schipbreuk lijden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina