Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

18 december Korenaren uit de volle oogst

En in Hem gevonden worde.
Filippenzen 3:9

De apostel wist dat er een tijd zou komen waarin God Jeruzalem met lantaarns zou doorzoeken. Hij wist dat de dag snel naderde waarop de geheimen van alle harten openbaar zouden worden. Hij wist dat het uur naderde waarop de ogen van de Heere de woorden en daden van de mensen zouden toetsen en de oogleden van de rechtvaardige Rechter ze zouden wegen. En hij wist uit de ervaring van zijn ziel dat allen die op die geduchte dag niet in Christus gevonden werden, naar de eeuwige afgrond van rampzaligheid zouden worden verwezen.

Hij wist dat, wanneer de Rechter Zijn grote witte troon zou bestijgen en de hemel en de aarde voor Zijn aangezicht zouden vluchten, niemand zou kunnen bestaan voor Zijn blik van oneindige rechtvaardigheid en eeuwige reinheid, behalve zij die in de Zoon van God hun leven hadden gevonden. Daarom, met het oog op die vreselijke tijd en de plechtigheid van die oordeelsdag, die dag van wonderen, was dit de begeerte van zijn ziel. Daarnaar jaagde hij, zoals een ijverige hardloper zich naar het einde van de baan haast: „dat hij in Hem mocht gevonden worden”. Hij begeerde dat hij, wanneer de Heere voor de tweede keer komt om te oordelen en Zijn oog gaat over de tienduizenden die daar voor Hem verzameld zijn, gevonden mocht worden in de Man „Die een Schuilplaats is tegen de vloed en een Schaduw tegen de hitte”. Hij is de enige Verlosser van de toekomende toorn, die eens over de wereld zal losbarsten.

Laat vromen, juichend t’ alle tijd’,
om mijn gerechtigheid verblijd,
die lust, die ijver nooit bedwingen,
maar zeggen onder ’t vrolijk zingen:
„Verheerlijkt zij de hoogste God,
Hij schenkt zijn knecht een vreedzaam lot.”
Dan meldt mijn tong met diep ontzag
uw recht, uw lof de ganse dag.

Psalm 35:13

Aan de lezer…

Wie ooit heeft stilgestaan bij die geduchte dag, wanneer de Rechter Zijn grote witte troon bestijgt en Zijn oog gaat over de tienduizenden, vraagt zich af wat hem dan zal baten. Geen naam, geen werk, geen vroomheid zal kunnen bestaan voor Zijn blik van oneindige reinheid. Alleen zij die in de Zoon van God hun leven hebben gevonden, zullen bestaan. Is het daarom ook uw begeerte, zoals een hardloper zich naar het einde van de baan haast, om in Hem gevonden te worden?

Schrikt u terug bij de gedachte aan het oordeel? Laat die vrees u dan niet verlammen, maar u drijven naar de Man Die een Schuilplaats is tegen de vloed en een Schaduw tegen de hitte. Hij is de enige Verlosser van de toekomende toorn. Wie zich in Hem verbergt, hoeft de dag van wonderen niet te vrezen, maar mag met alle vromen zeggen: „Verheerlijkt zij de hoogste God.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

18 december 365 dagen met Philpot

Gerechtigheden en sterkte

Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de Heere zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24

Ik denk dat we eerder leren dat we in de Heere gerechtigheid hebben, dan dat we in de Heere sterkte hebben. We leren onze verachtelijkheid kennen vóór onze zwakheid, onze zondigheid vóór onze leegheid. We leren dat we verloren zijn, totaal verloren, voordat we leren dat we de zonde niet kunnen weerstaan en dat ons hart werkelijk zo zwak is als water.

Zoals de Heere de ziel in staat stelt op Jezus te zien en vast te houden aan Zijn Naam, Zijn roem, Zijn Woord en Zijn belofte, zo wordt ook van tijd tot tijd Zijn gezegende kracht aan de ziel meegedeeld en in haar ingeblazen. Zo werkt de Heere in hem om, zoals het Hem behaagt, Zijn wil te doen. Dan dorst en vermaalt het wormpje Jakob bergen, en maakt hij heuvelen als kaf (Jes. 41:15). Wanneer de Heere hem sterk maakt, kan hij verzoeking weerstaan, zonde overwinnen, vervolging verdragen, het kwade van zijn hart beteugelen en strijden tegen de wereld, het vlees en de duivel. Wanneer de Heere hem verlaat, is hij als Simson met zijn afgeschoren haarlokken: hij zakt weg in alle kwaad en voelt de hulpeloosheid van zijn gevallen natuur.

Wat hij daarvoor ook gevoeld heeft, welk licht, welke kracht en welke liefde zijn ziel ook zijn binnengestroomd: als de Heere Zijn genadige tegenwoordigheid wegneemt, wordt de sterke man een zuigeling. En hij die in de kracht van de Heere de bergen kon dorsen, valt zo zwak en hulpeloos als een kind voor de Heere neer. Zo leert de Heere ons op pijnlijke en ernstige wijze dat we alleen in Hem gerechtigheid en sterkte hebben. Zo leert Hij ons naar Hem te kijken, op Hem te steunen en alle hoop van onze ziel op Hem alleen te richten, Die machtig is te verlossen; Die allen die door Hem tot God komen, volkomen kan en wil verlossen.

Lezen: 2 Samuël 22:26-40

Aan de lezer…

Voelt u zich vandaag als Simson met afgeschoren haarlokken? Bent u, die gisteren nog licht en liefde in uw ziel voelde stromen, nu zo zwak en hulpeloos als een kind? Schrik daar niet te zeer van. Zo leert de Heere Zijn volk op pijnlijke en ernstige wijze dat het alleen in Hem gerechtigheid en sterkte heeft, en niet in de ervaringen van gisteren.

Het wormpje Jakob heeft geen eigen kracht, en toch dorst het bergen wanneer de Heere in hem werkt. Uw zwakheid is dus geen beletsel voor Hem; zij is de plaats waar Hij Zijn kracht wil inblazen. Kijk daarom niet langer naar uw hart, dat zo zwak is als water, maar naar Hem. Steun op Hem en richt alle hoop van uw ziel op Hem alleen, Die machtig is te verlossen, en Die allen die door Hem tot God komen, volkomen kan en wil verlossen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

18 december Door Baca’s vallei

De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft.
Psalm 118:27

Het is duidelijk dat de psalmist het licht bezat, want hij zegt: „De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft.” En omdat hij dit licht bezat, was het voor hem een licht van het leven. Dit licht had in zijn hart geschenen; de stralen van de goddelijke waarheid waren in zijn geweten doorgedrongen. Hij droeg een licht in zich dat van God was uitgegaan, en in dit licht zag hij licht en onderscheidde hij alles wat het licht openbaarde. Zo wist hij door dit inwendige licht wat goed en wat kwaad, wat zoet en wat bitter, wat waar en wat vals, wat geestelijk en wat natuurlijk was.

Hij zei niet: „Dit licht heeft een natuurlijke oorsprong en is voortgebracht door mijn eigen wijsheid; dit licht was natuur, maar omgezet door een daad van mijn eigen wil, en zo is het geleidelijk en door lange, onvermoeide arbeid geworden wat het nu is.” Nee, hij schrijft al het licht dat hij bezat toe aan God de Heere, als de enige Oorsprong en de enige Gever ervan. Als de Heere u en mij ooit hetzelfde licht geschonken heeft dat Hij Zijn dienaar van vroeger schonk, dan dragen wij min of meer de overtuiging in ons mee dat wij dit licht van Hem ontvangen hebben. Er zal inderdaad menige donkere wolk over het licht trekken, en twijfel en vrees zullen zich vaak laten gelden. Die hangen als een nevel en damp over onze ziel en roepen de vraag op of wij het licht wel of niet van God ontvangen hebben.

Maar dan zijn er de plechtige ogenblikken waarop het de Heere behaagt Zijn werk een beetje te verlevendigen, de tijden en gelegenheden waarop Hij Zich verwaardigt de genegenheden van ons hart naar Zich toe te trekken, ons in Zijn tegenwoordigheid te brengen, ons in zekere mate te verbergen in de holte van Zijn hand en ons toegang tot Zich te geven. Op zulke ogenblikken dragen wij een vaste overtuiging in ons mee dat wij licht hebben en dat wij dit licht van God ontvangen hebben. Dat is zo ondanks ons ongeloof en alle inblazingen van de vijand, ondanks alle twijfel en vrees en de opwellingen die uit de diepte van het vleselijke gemoed opkomen, en ondanks alle tegenstand en ondermijning. En hoe komt dat? Omdat wij kunnen terugzien op een tijd toen wij zonder dit licht leefden, toen wij zo’n licht niet kenden, toen alle geestelijke en hemelse dingen zo verborgen waren en wij met betrekking tot die dingen zo in het duister waren.

Aan de lezer…

Hoe vaak hangen twijfel en vrees als een nevel over uw ziel, zodat u zich afvraagt of u ooit wel licht van God ontvangen hebt! U bent niet de eerste. Menige donkere wolk trekt over het licht, en de vijand blaast zijn bedenkingen in. Maar houd dit vast: het licht dat de psalmist van God ontving, was geen vrucht van eigen wijsheid of lange arbeid, en zo is het ook met het licht waardoor u ooit het goede van het kwade leerde onderscheiden.

Kijk dan eens terug. Was er niet een tijd waarin u zonder dit licht leefde, en alle geestelijke en hemelse dingen voor u verborgen waren? Wie dat verschil kent, mag weten dat het niet uit hemzelf kwam. En als de Heere u straks weer een beetje verlevendigt, u in Zijn tegenwoordigheid brengt en in de holte van Zijn hand verbergt, dan zult u ondanks uw ongeloof weer met overtuiging zeggen: „De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina