18 de diciembre
En in Hem gevonden worde.
Filippenzen 3:9
De apostel wist dat er een tijd zou komen dat God Jeruzalem met lantaarnen zou doorzoeken. Hij wist dat de dag snel naderde waarop de geheimen van alle harten zouden geopenbaard worden. Hij wist dat het uur naderde waarin de ogen des Heeren de woorden en daden der mensen zouden proeven en de oogleden des rechtvaardigen Rechters ze zouden wegen. En hij wist het door de ervaring zijner ziel, dat allen die op die geduchte dag niet in Christus gevonden werden, naar de eeuwige afgrond der rampzaligheid zouden verwezen worden.
Hij wist dat, wanneer de Rechter Zijn grote witte troon zou bestijgen en de hemel en de aarde voor Zijn aangezicht zouden vlieden, niemand voor Zijn blik van oneindige rechtvaardigheid en eeuwige reinheid zou kunnen bestaan dan zij die in de Zoon van God hun leven hadden gevonden. En daarom, met het oog op die vreselijke tijd en de plechtigheid van die oordeelsdag, die dag van wonderen, was dit de begeerte zijner ziel en daarnaar jaagde hij, zoals een ijverig loper zich spoedt naar het einde der baan, „dat hij in Hem mocht gevonden worden”; dat, wanneer de Heere ten tweeden male komt ten oordeel en Zijn oog gaat over de tienduizenden die daar voor Hem vergaderd zijn, hij gevonden mocht worden in de Man „Die een Schuilplaats is tegen de vloed en een Schaduw tegen de hitte”, de enige Verlosser van de toekomende toorn, die eens over de wereld zal losbarsten.
Laat vromen, juichend t’ alle tijd’,
om mijn gerechtigheid verblijd,
die lust, die ijver nooit bedwingen,
maar zeggen onder ’t vrolijk zingen:
„Verheerlijkt zij de hoogste God,
Hij schenkt zijn knecht een vreedzaam lot.”
Dan meldt mijn tong met diep ontzag
uw recht, uw lof de ganse dag.
Psalm 35:13
Aan de lezer…
Wie ooit heeft stilgestaan bij die geduchte dag, wanneer de Rechter Zijn grote witte troon bestijgt en Zijn oog gaat over de tienduizenden, vraagt zich af wat hem dan zal baten. Geen naam, geen werk, geen vroomheid zal voor Zijn blik van oneindige reinheid kunnen bestaan. Alleen zij die in de Zoon van God hun leven hebben gevonden, zullen bestaan. Is het daarom ook uw begeerte, zoals een loper zich spoedt naar het einde der baan, om in Hem gevonden te worden?
Schrikt u terug bij de gedachte aan het oordeel? Laat die vrees u dan niet verlammen, maar drijven naar de Man Die een Schuilplaats is tegen de vloed en een Schaduw tegen de hitte. Hij is de enige Verlosser van de toekomende toorn. Wie zich in Hem verbergt, hoeft de dag van wonderen niet te vrezen, maar mag met al de vromen zeggen: „Verheerlijkt zij de hoogste God.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En in Hem gevonden worde.
Filippenzen 3:9
De apostel wist dat er een tijd zou komen waarin God Jeruzalem met lantaarns zou doorzoeken. Hij wist dat de dag snel naderde waarop de geheimen van alle harten openbaar zouden worden. Hij wist dat het uur naderde waarop de ogen van de Heere de woorden en daden van de mensen zouden toetsen en de oogleden van de rechtvaardige Rechter ze zouden wegen. En hij wist uit de ervaring van zijn ziel dat allen die op die geduchte dag niet in Christus gevonden werden, naar de eeuwige afgrond van rampzaligheid zouden worden verwezen.
Hij wist dat, wanneer de Rechter Zijn grote witte troon zou bestijgen en de hemel en de aarde voor Zijn aangezicht zouden vluchten, niemand zou kunnen bestaan voor Zijn blik van oneindige rechtvaardigheid en eeuwige reinheid, behalve zij die in de Zoon van God hun leven hadden gevonden. Daarom, met het oog op die vreselijke tijd en de plechtigheid van die oordeelsdag, die dag van wonderen, was dit de begeerte van zijn ziel. Daarnaar jaagde hij, zoals een ijverige hardloper zich naar het einde van de baan haast: „dat hij in Hem mocht gevonden worden”. Hij begeerde dat hij, wanneer de Heere voor de tweede keer komt om te oordelen en Zijn oog gaat over de tienduizenden die daar voor Hem verzameld zijn, gevonden mocht worden in de Man „Die een Schuilplaats is tegen de vloed en een Schaduw tegen de hitte”. Hij is de enige Verlosser van de toekomende toorn, die eens over de wereld zal losbarsten.
Laat vromen, juichend t’ alle tijd’,
om mijn gerechtigheid verblijd,
die lust, die ijver nooit bedwingen,
maar zeggen onder ’t vrolijk zingen:
„Verheerlijkt zij de hoogste God,
Hij schenkt zijn knecht een vreedzaam lot.”
Dan meldt mijn tong met diep ontzag
uw recht, uw lof de ganse dag.
Psalm 35:13
Aan de lezer…
Wie ooit heeft stilgestaan bij die geduchte dag, wanneer de Rechter Zijn grote witte troon bestijgt en Zijn oog gaat over de tienduizenden, vraagt zich af wat hem dan zal baten. Geen naam, geen werk, geen vroomheid zal kunnen bestaan voor Zijn blik van oneindige reinheid. Alleen zij die in de Zoon van God hun leven hebben gevonden, zullen bestaan. Is het daarom ook uw begeerte, zoals een hardloper zich naar het einde van de baan haast, om in Hem gevonden te worden?
Schrikt u terug bij de gedachte aan het oordeel? Laat die vrees u dan niet verlammen, maar u drijven naar de Man Die een Schuilplaats is tegen de vloed en een Schaduw tegen de hitte. Hij is de enige Verlosser van de toekomende toorn. Wie zich in Hem verbergt, hoeft de dag van wonderen niet te vrezen, maar mag met alle vromen zeggen: „Verheerlijkt zij de hoogste God.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And be found in Him.
Philippians 3:9
The Apostle knew a time was coming when God would search Jerusalem as with candles. He knew a day was hastening on when the secrets of all hearts would be revealed. He knew an hour was approaching when the eyes of the Lord would test, and the eyelids of the righteous Judge would weigh the words and actions of men. And he knew in his own soul’s experience, that all who, in that dreadful day, were not found in Christ, would be consigned to the eternal pit of woe.
He knew that when the Judge took His seat upon the great white throne, and heaven and earth fled away from His presence, no one could stand before His look of infinite justice and eternal purity, but those who had a vital standing in the Son of God. And therefore, looking to that dreadful time, and the solemnities of that day of judgment, that day of wonders, this was the desire of his soul—and towards that he pressed forward, as an active runner presses towards the goal—“that he might be found in Him;” that when the Lord comes a second time to judgment, and His eyes run over the assembled myriads, he might be found in the Man Who is “a refuge from the storm, and the shadow of a great rock in a weary land,” the only Saviour from the wrath to come, which will one day burst upon the world.
To the reader…
Whoever has ever paused at that solemn day, when the Judge ascends His great white throne and His eye runs over the assembled myriads, asks himself what will avail him then. No name, no work, no piety will be able to stand before His look of infinite purity. Only those who have found their life in the Son of God will stand. Is it therefore your desire too, as a runner presses towards the goal, to be found in Him?
Do you shrink back at the thought of the judgment? Then do not let that fear paralyse you, but let it drive you to the Man Who is a refuge from the storm and a shadow from the heat. He is the only Saviour from the wrath to come. Whoever hides in Him need not fear the day of wonders, but may say with all the godly: “Let God most High be glorified.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y ser hallado en Él.
Filipenses 3:9
El Apóstol sabía que venía un tiempo en que Dios escudriñaría a Jerusalén con candiles. Sabía que se apresuraba un día en que los secretos de todos los corazones serían revelados. Sabía que se acercaba una hora en que los ojos del Señor probarían, y los párpados del justo Juez pesarían las palabras y las acciones de los hombres. Y sabía, por la experiencia de su propia alma, que todos los que en aquel terrible día no fuesen hallados en Cristo serían arrojados al pozo eterno de la aflicción.
Sabía que cuando el Juez tomara asiento en el gran trono blanco, y el cielo y la tierra huyeran de Su presencia, nadie podría estar en pie ante Su mirada de justicia infinita y pureza eterna, sino los que tuvieran una posición vital en el Hijo de Dios. Y por eso, mirando a ese tiempo terrible y a las solemnidades de aquel día del juicio, aquel día de maravillas, este era el deseo de su alma, y hacia ello avanzaba con empeño, como un corredor activo avanza hacia la meta: “ser hallado en Él”; que cuando el Señor viniera por segunda vez para juicio, y Sus ojos recorrieran las miríadas reunidas, él fuese hallado en el Varón que es “refugio contra el turbión, y sombra de gran peñasco en tierra calurosa”, el único Salvador de la ira venidera, que un día estallará sobre el mundo.
Al lector…
Quien se ha detenido alguna vez ante aquel día solemne, en que el Juez sube a Su gran trono blanco y Su ojo recorre las miríadas reunidas, se pregunta qué le valdrá entonces. Ningún nombre, ninguna obra, ninguna piedad podrá estar en pie ante Su mirada de pureza infinita. Solo estarán en pie los que han hallado su vida en el Hijo de Dios. ¿Es por eso también su deseo, como un corredor avanza hacia la meta, ser hallado en Él?
¿Retrocede usted ante el pensamiento del juicio? Entonces no deje que ese temor le paralice, sino que le empuje hacia el Varón que es refugio contra el turbión y sombra contra el calor. Él es el único Salvador de la ira venidera. Quien se esconde en Él no necesita temer el día de maravillas, sino que puede decir con todos los piadosos: “Sea Dios engrandecido”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl