Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

18 november Korenaren uit de volle oogst

En Hij leidde ze op een rechte weg, om te gaan tot een stad ter woning.
Psalm 107:7

Hij leidde ze uit. Uit de wereld, uit de zonde, uit de schijn dat zij leefden, uit alles wat hatelijk is in Zijn heilige en reine ogen. Om te gaan tot een stad ter woning. Zij hadden hier beneden geen stad om in te wonen, maar zij reisden naar een stad daarboven, waarvan de muren en wallen heil zijn en de poorten lof. Daar zal de ziel eeuwig vreugde genieten; daar is iets wat vast en eeuwig is; daar is alles om te voorzien in alle behoeften van een ruime en onsterfelijke geest, en om hem de rust te geven die hij tijdens zijn omzwervingen hier beneden nooit had kunnen vinden. Als wij hier een stad hebben, hebben wij daarboven geen nodig.

Dit moet dan onze toestand zijn: óf wij zijn pelgrims die te midden van moeilijkheden naar boven reizen, óf wij vestigen hier beneden onze woonplaats. Wij zoeken de hemel hier of in het hiernamaals; wij vertrouwen op de wereld of op de Heere; wij smachten naar de dingen van de tijd of naar de dingen van de eeuwigheid; wij berusten in onszelf of in Christus. Een van beide moet onze toestand zijn. Moge de Heere het in het hart van Zijn volk duidelijk beslissen dat zij aan Zijn zijde staan.

En moge Hij ons doen verstaan en voelen dat onze rusteloosheid, en ons onvermogen om voedsel en toevlucht te vinden in de dingen van de tijd en van de zinnen, ons ernstiger en geloviger doen zoeken naar de dingen die in Hem vreugde geven. Zo mogen wij, omdat wij hier beneden geen stad vinden om in te wonen, voortgedreven worden om de duidelijke getuigenissen te ontvangen dat wij burgers zijn van die stad daarboven, „die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is”!

God bracht na tegenheden
hen weer op ’t rechte pad
en richtte hunne schreden
naar een gewenste stad.
Laat zulken voor de Heer
Zijn milde gunst bewijzen,
Zijn wond’ren Hem ter eer,
voor ’t ganse mensdom prijzen!

Ps. 107:4

Aan de lezer…

Er zijn dagen waarop u hier beneden geen stad vindt om in te wonen. Is uw ziel rusteloos, en kunt u in de dingen van de tijd geen voedsel en geen toevlucht vinden? Laat dat u niet vreemd voorkomen. Het is de weg waarlangs de Heere Zijn pelgrims voortdrijft, naar een stad daarboven waar de ziel de rust zal vinden die zij in al haar omzwervingen nooit vond.

Het moet een van beide zijn: de wereld of de Heere, berusten in uzelf of berusten in Christus. Hebt u hier een vaste woonplaats, dan hebt u daarboven geen nodig. Maar is uw hart moe van het schepsel, dan is dat een teken dat Hij u uitleidt, op een rechte weg, ook al lijkt die u krom. Bid dan dat Hij het in uw hart duidelijk beslist dat u aan Zijn zijde staat, en dat u burger bent van die stad waarvan God de Kunstenaar en Bouwmeester is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

18 november 365 dagen met Philpot

Die Koning verhore ons

O HEERE! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10

Telkens wanneer de Heere de roep „O HEERE! behoud” in de ziel heeft gewerkt, zal Hij die roep horen. Wat een kort gebed is dit! Er is uiterste nood! We hebben geen tijd voor lange gebeden als we werkelijk in nood zijn. Was het gebed van Petrus erg lang toen hij in het water wegzonk? „Heere, red mij!” omvatte alles. En werd hij niet gehoord? Zegt de Heere niet dat we niet gehoord worden om onze veelheid van woorden? Deze paar woorden van Petrus drongen door tot de oren van de Verlosser en gingen Zijn hart binnen; Hij stak Zijn hand uit en redde hem.

Het gebed van de moordenaar aan het kruis was geen lang, plechtig gebed: „Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn” (Luk. 23:42). Maar wat was dat een zegevierend gebed! Het stervende Lam van God zei direct: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” De tollenaar die gebukt onder schuld en schaamte naar de tempel ging, kon zijn ogen niet eens naar de hemel opheffen. Kwam hij met een lang, vast gebed aan? „O God! wees mij zondaar genadig!” (Luk. 18:13) omvatte alles. Werd zijn gebed niet verhoord? Lezen we niet dat „deze gerechtvaardigd afging in zijn huis” (Luk. 18:14)? Gods gerechtigheid werd hem toegerekend, en hij ging naar huis als een vergeven, begenadigde gelovige.

Zo is het ook met de woorden van de tekst: „O HEERE! behoud.” Als iemand deze woorden werkelijk kan uitspreken vanuit een diep besef dat hij ze nodig heeft, als iemand die zinkt en sterft als het gebed niet verhoord wordt, dan is die roep nooit tevergeefs geweest en zal hij dat ook nooit zijn. „O HEERE! behoud! Verlos me van de hel; verlos me van vernietiging; verlos me van de schuld van de zonde; verlos me van mezelf in alle gedaanten en vormen; verlos me door aan mijn ziel toe te passen, aan mijn hart en geweten te openbaren wat de Zoon van God op Golgotha heeft gedaan.”

Lezen: Mattheüs 14:22-36

Aan de lezer…

Denkt u dat uw gebed te kort, te arm en te gebrekkig is om door de Heere gehoord te worden? Kijk dan naar Petrus, die in het water wegzonk en niet meer kon zeggen dan: „Heere, red mij!” Kijk naar de moordenaar aan het kruis en naar de tollenaar, die zijn ogen niet naar de hemel durfde op te heffen. Hun gebeden waren kort, maar zij kwamen uit uiterste nood, en zij gingen het hart van de Verlosser binnen.

Zo is het ook met dit korte gebed: „O HEERE! behoud.” Waar Hij die roep in de ziel werkt, daar zal Hij hem ook horen. Zinkt u, en weet u dat u zonder Hem moet sterven? Dan is uw roepen nooit tevergeefs. Vraag niet om veel woorden, maar om een hart dat gelooft wat de Zoon van God op Golgotha heeft gedaan. Hij steekt nog altijd Zijn hand uit naar wie wegzinken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

18 november Door Baca’s vallei

Zo daar naar de gelijkenis van Melchizédek een ander Priester opstaat, Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.
Hebreeën 7:15-16

Van het leven dat de Heere Jezus in het hemelhof heeft, kunnen wij zeggen dat het een drievoudig leven is. Ten eerste Zijn eeuwig leven, waarmee ik het eeuwige leven van God in Zijn goddelijke natuur bedoel. Dit leeft Hij in Zichzelf; want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf (Joh. 5:26). Daardoor is Hij de Alpha en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde. En dit leven is het fundament van al Zijn middelaarswerk, want Hij is God boven alles te prijzen in der eeuwigheid.

Maar er is ook een leven dat Hij voor Zichzelf heeft, namelijk een leven van onbegrijpelijke heerlijkheid in Zijn menselijke natuur. Dit is het leven dat Hij heeft afgelegd om het weer aan te nemen. Dit leven is de oorzaak van al die onuitsprekelijke heerlijkheid die Hij nu in de hemel geniet, en gaat daarmee gepaard. Dit leven heeft Hij voor Zichzelf als Zijn beloning, samen met de eer en heerlijkheid waarmee Hij gekroond is, zoals de psalmist zegt: „Op Zijn hoofd zet Gij een kroon van fijn goud. Het leven heeft Hij van U begeerd; Gij hebt het Hem gegeven; lengte van dagen, eeuwiglijk en altoos” (Psalm 21:4, 5).

Maar er is nog een ander leven dat Hij leeft: een middelaarsleven, een leven tot ons nut. Zo lezen wij dat Hij Priester geworden is naar de kracht des onvergankelijken levens. En Hij zegt van Zichzelf: „En Die leeft, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods” (Openb. 1:18). Dit leven verschilt niet wezenlijk van het tweede leven waarover ik sprak, het leven van heerlijkheid in de menselijke natuur. Maar het verschilt hierin, dat Hij, wanneer het werk van de bemiddeling voltooid is, zal ophouden een middelaarsleven te leven. Want dan zal Hij het Koninkrijk Gode en de Vader overgeven, wanneer Hij zal teniet gedaan hebben alle heerschappij en alle macht en kracht (1 Kor. 15:24).

Aan de lezer…

Misschien vraagt u zich af wie het leven van de Heere Jezus in het hemelhof zou kunnen peilen. Hij is God boven alles te prijzen, de Eerste en de Laatste, en Hij draagt de kroon van fijn goud als loon op Zijn werk. Maar laat het u vooral troosten dat Hij ook een leven tot ons nut leeft. Hij Die dood geweest is, is levend in alle eeuwigheid, en Hij heeft de sleutels der hel en des doods.

Bent u bang voor de dood, of drukt de last van uw zonden u neer? Hij is Priester geworden naar de kracht des onvergankelijken levens, en die kracht verslapt niet. Wat u in uzelf niet hebt, leeft in Hem. Laat uw arme ziel dan op Hem zien, Die leeft opdat u leven zou; Hij zal het werk van de bemiddeling niet neerleggen voordat het voltooid is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina