vandaag verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
7 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
11 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En Hij leidde ze op een rechte weg, om te gaan tot een stad ter woning.
Psalm 107:7
Hij leidde ze uit. Uit de wereld, uit de zonde, uit de schijn te hebben van te leven, uit alles wat hatelijk is in Zijn heilige en reine ogen. Om te gaan tot een stad ter woning. Zij hadden hier beneden geen stad om in te wonen; maar zij reisden naar een stad hierboven, welker muren en wallen zaligheid en welker poorten lof zijn; waar de ziel eeuwig vreugde zal genieten; waar iets vasts en eeuwigs is; alles om in al de behoeften van een ruime en onsterfelijke geest te voorzien, en hem die rust te geven die hij gedurende zijn omzwerving beneden nooit had kunnen vinden. Als wij hier een stad hebben, hebben wij hierboven geen nodig.
Dit moet dan onze toestand zijn: óf wij moeten pelgrims zijn die te midden van moeilijkheden naar boven reizen, óf hier beneden onze woonstede vestigen; de hemel hier of hiernamaals zoeken; vertrouwen op de wereld of vertrouwen op de Heere; smachten naar de dingen des tijds of smachten naar de dingen der eeuwigheid; berusten in zichzelf of berusten in Christus. Een van beide moet onze toestand zijn. De Heere beslisse het duidelijk in de harten van Zijn volk dat zij aan Zijn zijde zijn; en geve ons te verstaan en te gevoelen dat onze rusteloosheid en onze onbekwaamheid om voedsel en een toevlucht te vinden in de dingen des tijds en der zinnelijkheid, ons ernstiger en geloviger doen zoeken naar de dingen die in Hem vreugde geven; opdat wij, geen stad ter woning hier beneden vindende, voorwaarts gedreven mogen worden om de duidelijke getuigenissen te ontvangen dat wij burgers dier stad daarboven zijn, „die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is”!
God bracht na tegenheden
hen weer op ’t rechte pad
en richtte hunne schreden
naar een gewenste stad.
Laat zulken voor de Heer
Zijn milde gunst bewijzen,
Zijn wond’ren Hem ter eer,
voor ’t ganse mensdom prijzen!
Ps. 107:4
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u hier beneden geen stad vindt om in te wonen. Is uw ziel rusteloos, en kunt u in de dingen des tijds geen voedsel en geen toevlucht vinden? Laat dat u niet vreemd voorkomen. Het is de weg waarlangs de Heere Zijn pelgrims voorwaarts drijft, naar een stad hierboven waar de ziel de rust zal vinden die zij in al haar omzwervingen nooit vond.
Het moet één van beide zijn: de wereld of de Heere, berusten in uzelf of berusten in Christus. Hebt u hier een vaste woonstede, u hebt hierboven geen nodig. Maar is uw hart moe van het schepsel, dan is dat een teken dat Hij u uitleidt, op een rechte weg, al lijkt die u krom. Bid dan dat Hij het duidelijk in uw hart beslisse dat u aan Zijn zijde bent, en dat u burger bent van die stad, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Hij leidde ze op een rechte weg, om te gaan tot een stad ter woning.
Psalm 107:7
Hij leidde ze uit. Uit de wereld, uit de zonde, uit de schijn dat zij leefden, uit alles wat hatelijk is in Zijn heilige en reine ogen. Om te gaan tot een stad ter woning. Zij hadden hier beneden geen stad om in te wonen, maar zij reisden naar een stad daarboven, waarvan de muren en wallen heil zijn en de poorten lof. Daar zal de ziel eeuwig vreugde genieten; daar is iets wat vast en eeuwig is; daar is alles om te voorzien in alle behoeften van een ruime en onsterfelijke geest, en om hem de rust te geven die hij tijdens zijn omzwervingen hier beneden nooit had kunnen vinden. Als wij hier een stad hebben, hebben wij daarboven geen nodig.
Dit moet dan onze toestand zijn: óf wij zijn pelgrims die te midden van moeilijkheden naar boven reizen, óf wij vestigen hier beneden onze woonplaats. Wij zoeken de hemel hier of in het hiernamaals; wij vertrouwen op de wereld of op de Heere; wij smachten naar de dingen van de tijd of naar de dingen van de eeuwigheid; wij berusten in onszelf of in Christus. Een van beide moet onze toestand zijn. Moge de Heere het in het hart van Zijn volk duidelijk beslissen dat zij aan Zijn zijde staan.
En moge Hij ons doen verstaan en voelen dat onze rusteloosheid, en ons onvermogen om voedsel en toevlucht te vinden in de dingen van de tijd en van de zinnen, ons ernstiger en geloviger doen zoeken naar de dingen die in Hem vreugde geven. Zo mogen wij, omdat wij hier beneden geen stad vinden om in te wonen, voortgedreven worden om de duidelijke getuigenissen te ontvangen dat wij burgers zijn van die stad daarboven, „die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is”!
God bracht na tegenheden
hen weer op ’t rechte pad
en richtte hunne schreden
naar een gewenste stad.
Laat zulken voor de Heer
Zijn milde gunst bewijzen,
Zijn wond’ren Hem ter eer,
voor ’t ganse mensdom prijzen!
Ps. 107:4
Aan de lezer…
Er zijn dagen waarop u hier beneden geen stad vindt om in te wonen. Is uw ziel rusteloos, en kunt u in de dingen van de tijd geen voedsel en geen toevlucht vinden? Laat dat u niet vreemd voorkomen. Het is de weg waarlangs de Heere Zijn pelgrims voortdrijft, naar een stad daarboven waar de ziel de rust zal vinden die zij in al haar omzwervingen nooit vond.
Het moet een van beide zijn: de wereld of de Heere, berusten in uzelf of berusten in Christus. Hebt u hier een vaste woonplaats, dan hebt u daarboven geen nodig. Maar is uw hart moe van het schepsel, dan is dat een teken dat Hij u uitleidt, op een rechte weg, ook al lijkt die u krom. Bid dan dat Hij het in uw hart duidelijk beslist dat u aan Zijn zijde staat, en dat u burger bent van die stad waarvan God de Kunstenaar en Bouwmeester is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And He led them forth by the right way, that they might go to a city of habitation.
Psalm 107:7
“He led them forth.” Forth out of the world—forth out of sin—forth out of a mere profession—forth out of a name to live—forth out of everything hateful to His holy and pure eyes.
“To go to a city of habitation.” They had no city to dwell in here below; but they were journeying to a city of habitation above, whose walls and bulwarks are salvation, and whose gates are praise; where there are eternal realities to be enjoyed by the soul; where there is something stable and eternal; something to satisfy all the needs of a capacious and immortal spirit, and give it that rest which it never could find while wandering here below. If we have a city here in this earth, we desire no city above; and if we have a city above, we desire no city here.
This then must be our state and case; either to be pilgrims, journeying onwards, through troubles, to things above, or taking up our abode below; seeking heaven here, or heaven hereafter; resting upon the world, or resting upon the Lord; panting after the things of time, or panting after the things of eternity; satisfied in self, or satisfied only in Christ. One of the two must be our state and case.
The Lord decide it clearly in the hearts of His people that they are on His side; and give us to know and feel that our very restlessness and inability to find food and shelter in the things of time and sense, are leading us more earnestly and believingly to seek after the things that have reality in them; that finding no city to dwell in here below, we may press forward to be manifestly enjoying testimonies of being citizens of that city which is above, “which has foundations, whose builder and maker is God!”
To the reader…
There are days when you find no city to dwell in here below. Is your soul restless, and can you find no food and no shelter in the things of time? Do not let that seem strange to you. It is the way by which the Lord drives His pilgrims onward, towards a city above where the soul will find the rest it never found in all its wanderings.
It must be one of the two: the world or the Lord, resting in yourself or resting in Christ. If you have a settled dwelling here, you need none above. But if your heart is weary of the creature, that is a sign that He is leading you forth, by a right way, even if it seems crooked to you. Pray, then, that He will decide it clearly in your heart that you are on His side, and that you are a citizen of that city whose builder and maker is God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y dirigiólos por camino derecho, para que viniesen a ciudad de población.
Salmo 107:7
“Dirigiólos.” Los sacó fuera del mundo, fuera del pecado, fuera de una mera profesión, fuera de un nombre de que viven, fuera de todo lo que es aborrecible a Sus ojos santos y puros.
“Para que viniesen a ciudad de población.” No tenían aquí abajo ciudad donde habitar; pero viajaban hacia una ciudad de población arriba, cuyos muros y antemuro son salvación, y cuyas puertas son alabanza; donde hay realidades eternas que el alma ha de gozar; donde hay algo estable y eterno; algo que satisface todas las necesidades de un espíritu vasto e inmortal y le da aquel reposo que nunca pudo hallar mientras andaba errante aquí abajo. Si tenemos una ciudad aquí en esta tierra, no deseamos ninguna ciudad arriba; y si tenemos una ciudad arriba, no deseamos ninguna ciudad aquí.
Este, pues, ha de ser nuestro estado y nuestro caso: o ser peregrinos que avanzan, a través de aflicciones, hacia las cosas de arriba, o fijar nuestra morada aquí abajo; buscar el cielo aquí, o el cielo en el más allá; descansar en el mundo, o descansar en el Señor; anhelar las cosas del tiempo, o anhelar las cosas de la eternidad; estar satisfechos en el yo, o satisfechos solo en Cristo. Una de las dos cosas ha de ser nuestro estado y nuestro caso.
¡El Señor lo decida claramente en el corazón de Su pueblo, que están de Su parte; y nos conceda saber y sentir que nuestra misma inquietud e incapacidad de hallar alimento y abrigo en las cosas del tiempo y de los sentidos nos llevan a buscar con más fervor y fe las cosas que tienen realidad en sí; para que, no hallando aquí abajo ciudad donde habitar, sigamos adelante para gozar manifiestamente de testimonios de que somos ciudadanos de aquella ciudad que está arriba, “la ciudad con fundamentos, el artífice y hacedor de la cual es Dios”!
Al lector…
Hay días en que usted no halla aquí abajo ciudad donde habitar. ¿Está inquieta su alma, y no puede hallar alimento ni abrigo en las cosas del tiempo? No le parezca extraño. Es el camino por el cual el Señor impulsa hacia adelante a Sus peregrinos, hacia una ciudad de arriba donde el alma hallará el reposo que nunca halló en todo su andar errante.
Ha de ser una de las dos cosas: el mundo o el Señor, descansar en usted mismo o descansar en Cristo. Si tiene aquí una morada fija, no necesita ninguna arriba. Pero si su corazón está cansado de la criatura, eso es señal de que Él le está dirigiendo por camino derecho, aunque a usted le parezca torcido. Ore, pues, para que Él decida claramente en su corazón que usted está de Su parte, y que es ciudadano de aquella ciudad cuyo artífice y hacedor es Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Die Koning verhore ons
O HEERE! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10
Telkens wanneer de Heere de uitroep „O HEERE! behoud” in de ziel heeft gewerkt, zal Hij die uitroep horen. Wat een kort gebed is dit! Er is uiterste nood! We hebben geen tijd voor lange gebeden als we echt in nood verkeren. Was het gebed van Petrus erg lang toen hij in het water zonk? „Heere, red mij!” omvatte alles; en werd hij niet gehoord? Zegt de Heere niet dat we niet gehoord worden omdat we veel spreken? Deze paar woorden van Petrus doorboorden de oren van de Verlosser en gingen Zijn hart binnen; Hij stak Zijn hand uit en redde hem.
Het gebed van de moordenaar aan het kruis was geen lang, officieel gebed: „Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn” (Luk. 23:42). Maar wat was dat een zegevierend gebed! Het stervende Lam Gods zei onmiddellijk: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” De tollenaar die gebukt onder schuld en schaamte naar de tempel ging, was nog niet eens in staat zijn ogen naar de hemel op te heffen. Kwam hij met een lang, vaststaand gebed aan? „O God! wees mij zondaar genadig!” (Luk. 18:13) omvatte alles. Werd zijn gebed niet verhoord? Lezen we niet dat „deze gerechtvaardigd afging in zijn huis” (Luk. 18:14)? Gods rechtvaardigheid werd hem toegeschreven, en hij ging naar huis als een vergeven, begenadigde gelovige.
Net zo is het met de woorden van de tekst: „O HEERE! behoud.” Als iemand deze woorden echt kan opbrengen vanuit een diep besef dat hij ze nodig heeft, als iemand die zonder ze zinkt en sterft tenzij het gebed wordt verhoord, dan is die uitroep nooit vergeefs gedaan en zal dit nooit zijn. „O HEERE! behoud! Verlos me van de hel; verlos me van vernietiging; verlos me van de schuld van de zonde; verlos me van mezelf in alle gedaanten en vormen; verlos me door aan mijn ziel toe te passen, aan mijn hart en geweten te openbaren wat de Zoon van God op Golgotha heeft gedaan.”
Lezen: Mattheüs 14:22-36
Aan de lezer…
Meent u dat uw gebed te kort, te arm en te gebrekkig is om door de Heere gehoord te worden? Zie dan op Petrus, die in het water zonk en niet meer kon zeggen dan: „Heere, red mij!” Zie op de moordenaar aan het kruis en op de tollenaar, die zijn ogen niet naar de hemel durfde op te heffen. Hun gebeden waren kort, maar zij kwamen uit uiterste nood, en zij gingen het hart van de Verlosser binnen.
Zo is het ook met dit korte gebed: „O HEERE! behoud.” Waar Hij die uitroep in de ziel werkt, daar zal Hij hem ook horen. Zinkt u, en weet u dat u zonder Hem sterven moet? Dan is uw roepen nooit vergeefs. Vraag niet om veel woorden, maar om een hart dat gelooft wat de Zoon van God op Golgotha heeft gedaan. Hij steekt nog Zijn hand uit naar wie zinken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
O HEERE! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10
Telkens wanneer de Heere de roep „O HEERE! behoud” in de ziel heeft gewerkt, zal Hij die roep horen. Wat een kort gebed is dit! Er is uiterste nood! We hebben geen tijd voor lange gebeden als we werkelijk in nood zijn. Was het gebed van Petrus erg lang toen hij in het water wegzonk? „Heere, red mij!” omvatte alles. En werd hij niet gehoord? Zegt de Heere niet dat we niet gehoord worden om onze veelheid van woorden? Deze paar woorden van Petrus drongen door tot de oren van de Verlosser en gingen Zijn hart binnen; Hij stak Zijn hand uit en redde hem.
Het gebed van de moordenaar aan het kruis was geen lang, plechtig gebed: „Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn” (Luk. 23:42). Maar wat was dat een zegevierend gebed! Het stervende Lam van God zei direct: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” De tollenaar die gebukt onder schuld en schaamte naar de tempel ging, kon zijn ogen niet eens naar de hemel opheffen. Kwam hij met een lang, vast gebed aan? „O God! wees mij zondaar genadig!” (Luk. 18:13) omvatte alles. Werd zijn gebed niet verhoord? Lezen we niet dat „deze gerechtvaardigd afging in zijn huis” (Luk. 18:14)? Gods gerechtigheid werd hem toegerekend, en hij ging naar huis als een vergeven, begenadigde gelovige.
Zo is het ook met de woorden van de tekst: „O HEERE! behoud.” Als iemand deze woorden werkelijk kan uitspreken vanuit een diep besef dat hij ze nodig heeft, als iemand die zinkt en sterft als het gebed niet verhoord wordt, dan is die roep nooit tevergeefs geweest en zal hij dat ook nooit zijn. „O HEERE! behoud! Verlos me van de hel; verlos me van vernietiging; verlos me van de schuld van de zonde; verlos me van mezelf in alle gedaanten en vormen; verlos me door aan mijn ziel toe te passen, aan mijn hart en geweten te openbaren wat de Zoon van God op Golgotha heeft gedaan.”
Lezen: Mattheüs 14:22-36
Aan de lezer…
Denkt u dat uw gebed te kort, te arm en te gebrekkig is om door de Heere gehoord te worden? Kijk dan naar Petrus, die in het water wegzonk en niet meer kon zeggen dan: „Heere, red mij!” Kijk naar de moordenaar aan het kruis en naar de tollenaar, die zijn ogen niet naar de hemel durfde op te heffen. Hun gebeden waren kort, maar zij kwamen uit uiterste nood, en zij gingen het hart van de Verlosser binnen.
Zo is het ook met dit korte gebed: „O HEERE! behoud.” Waar Hij die roep in de ziel werkt, daar zal Hij hem ook horen. Zinkt u, en weet u dat u zonder Hem moet sterven? Dan is uw roepen nooit tevergeefs. Vraag niet om veel woorden, maar om een hart dat gelooft wat de Zoon van God op Golgotha heeft gedaan. Hij steekt nog altijd Zijn hand uit naar wie wegzinken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Save, LORD: let the king hear us when we call.
Psalm 20:9
Whenever the Lord has wrought the cry “Save, LORD” in the soul, He will hear that cry. What a short prayer this is! There is extreme need! We have no time for long prayers when we are really in distress. Was Peter’s prayer very long when he was sinking in the water? “Lord, save me!” comprehended all. And was he not heard? Does not the Lord say that we are not heard for our much speaking? These few words of Peter reached the ears of the Redeemer and entered His heart; He stretched forth His hand and saved him.
The prayer of the thief on the cross was no long, solemn prayer: “Lord, remember me when Thou comest into Thy kingdom” (Luke 23:42). But what a victorious prayer it was! The dying Lamb of God said at once, “To day shalt thou be with Me in paradise.” The publican who went up to the temple bowed down with guilt and shame could not so much as lift up his eyes to heaven. Did he come with a long, set prayer? “God be merciful to me a sinner” (Luke 18:13) comprehended all.
Was his prayer not answered? Do we not read that “this man went down to his house justified” (Luke 18:14)? God’s righteousness was imputed to him, and he went home a pardoned, favoured believer.
So it is also with the words of the text: “Save, LORD.” If a man can really utter these words from a deep sense of his need of them, as one who is sinking and dying if the prayer is not answered, then that cry has never been in vain and never will be. “Save, LORD! Save me from hell; save me from destruction; save me from the guilt of sin; save me from self in all its shapes and forms; save me by applying to my soul, by revealing to my heart and conscience, what the Son of God has done on Calvary.”
Reading: Matthew 14:22-36
To the reader…
Do you think your prayer is too short, too poor and too faulty to be heard by the Lord? Then look at Peter, sinking in the water and able to say no more than, “Lord, save me!” Look at the thief on the cross and at the publican, who dared not lift up his eyes to heaven. Their prayers were short, but they came out of extreme need, and they entered the heart of the Redeemer.
So it is with this short prayer too: “Save, LORD.” Where He works that cry in the soul, there He will also hear it. Are you sinking, and do you know that without Him you must die? Then your crying is never in vain. Do not ask for many words, but for a heart that believes what the Son of God has done on Calvary. He still stretches out His hand to those who are sinking.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Salva, Jehová: que el Rey nos oiga el día que Le invocáremos.
Salmo 20:9
Siempre que el Señor ha obrado en el alma el clamor “Salva, Jehová”, Él oirá ese clamor. ¡Qué oración tan corta es esta! ¡Hay extrema necesidad! No tenemos tiempo para largas oraciones cuando estamos realmente en angustia. ¿Fue muy larga la oración de Pedro cuando se hundía en el agua? “Señor, sálvame” lo comprendía todo. ¿Y no fue oído? ¿No dice el Señor que no somos oídos por nuestra parlería? Estas pocas palabras de Pedro llegaron a los oídos del Redentor y entraron en Su corazón; Él extendió Su mano y le salvó.
La oración del ladrón en la cruz no fue una oración larga y solemne: “Acuérdate de mí, Señor, cuando vinieres a Tu reino” (Lucas 23:42). ¡Pero qué oración tan victoriosa fue! El Cordero de Dios moribundo dijo en seguida: “Hoy estarás conmigo en el paraíso.” El publicano que subió al templo, encorvado por la culpa y la vergüenza, no quería ni aun alzar los ojos al cielo. ¿Vino con una oración larga y preparada? “Dios, sé propicio a mí pecador” (Lucas 18:13) lo comprendía todo.
¿No fue contestada su oración? ¿No leemos que “este descendió a su casa justificado” (Lucas 18:14)? La justicia de Dios le fue imputada, y volvió a su casa como un creyente perdonado y favorecido.
Así es también con las palabras del texto: “Salva, Jehová.” Si un hombre puede de veras pronunciar estas palabras desde un hondo sentir de su necesidad de ellas, como quien se hunde y muere si la oración no es contestada, entonces ese clamor nunca ha sido en vano y nunca lo será. “¡Salva, Jehová! Sálvame del infierno; sálvame de la destrucción; sálvame de la culpa del pecado; sálvame del yo en todas sus formas y figuras; sálvame aplicando a mi alma, revelando a mi corazón y conciencia, lo que el Hijo de Dios ha hecho en el Calvario.”
Lectura: Mateo 14:22-36
Al lector…
¿Piensa que su oración es demasiado corta, demasiado pobre y demasiado defectuosa para ser oída por el Señor? Mire entonces a Pedro, hundiéndose en el agua y sin poder decir más que: “Señor, sálvame.” Mire al ladrón en la cruz y al publicano, que no se atrevía a alzar los ojos al cielo. Sus oraciones fueron cortas, pero salieron de una extrema necesidad, y entraron en el corazón del Redentor.
Así es también con esta corta oración: “Salva, Jehová.” Donde Él obra ese clamor en el alma, allí también lo oirá. ¿Se está hundiendo, y sabe que sin Él tiene que morir? Entonces su clamor nunca es en vano. No pida muchas palabras, sino un corazón que crea lo que el Hijo de Dios ha hecho en el Calvario. Él todavía extiende Su mano a los que se hunden.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Zo daar naar de gelijkenis van Melchizédek een ander Priester opstaat, Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.
Hebreeën 7:15-16
Wij kunnen van het leven dat de Heere Jezus in het hemelhof heeft, zeggen dat het een drievoudig leven is. Eerst Zijn eeuwig leven, waardoor ik versta het eeuwig leven van God in Zijn Goddelijke natuur. Dit leeft Hij in Zichzelf; want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf (Joh. 5:26). Hierdoor is Hij de Alpha en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde. En dit leven is het fundament van al Zijn middelaarshandelingen, zijnde God boven alles te prijzen in der eeuwigheid.
Maar er is een leven dat Hij voor Zichzelf heeft, dat wil zeggen: een leven van onbegrijpelijke heerlijkheid in Zijn menselijke natuur. Dit is het leven dat Hij heeft afgelegd, opdat Hij het weder aannemen zou. Dit leven is de oorzaak en is vergezeld van al die onuitsprekelijke heerlijkheid die Hij nu geniet in de hemel. Dit leven heeft Hij voor Zichzelf als Zijn beloning, en de eer en heerlijkheid waarmede Hij is gekroond, gelijk de psalmist zegt: „Op Zijn hoofd zet Gij een kroon van fijn goud. Het leven heeft Hij van U begeerd; Gij hebt het Hem gegeven; lengte van dagen, eeuwiglijk en altoos” (Psalm 21:4, 5).
Maar er is een ander leven hetwelk Hij leeft: een middelaarsleven, een leven te onzen nutte. Zo lezen wij dat Hij Priester geworden is naar de kracht des onvergankelijken levens. En Hij zegt van Zichzelf: „En Die leeft, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods” (Openb. 1:18). Nu, dit leven verschilt niet wezenlijk van het tweede leven waarvan ik gesproken heb: het leven der heerlijkheid in de menselijke natuur. Maar het verschilt in dit opzicht, dat wanneer het werk der bemiddeling voltooid is, Hij zal ophouden een middelaarsleven te leven, want dan zal Hij het Koninkrijk Gode en de Vader overgeven, wanneer Hij zal teniet gedaan hebben alle heerschappij en alle macht en kracht (1 Kor. 15:24).
Aan de lezer…
Misschien vraagt u zich af wie het leven van de Heere Jezus in het hemelhof zou kunnen peilen. Hij is God boven alles te prijzen, de Eerste en de Laatste, en Hij draagt de kroon van fijn goud als loon op Zijn werk. Maar laat het u vooral troosten dat Hij ook een leven te onzen nutte leeft. Hij Die dood geweest is, is levend in alle eeuwigheid, en Hij heeft de sleutels der hel en des doods.
Bent u bevreesd voor de dood, of drukt de last van uw zonden u neer? Hij is Priester geworden naar de kracht des onvergankelijken levens, en die kracht verslapt niet. Wat u in uzelf niet hebt, leeft in Hem. Laat uw arme ziel dan op Hem zien, Die leeft, opdat u leven zou; Hij zal het werk der bemiddeling niet neerleggen voordat het voltooid is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo daar naar de gelijkenis van Melchizédek een ander Priester opstaat, Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.
Hebreeën 7:15-16
Van het leven dat de Heere Jezus in het hemelhof heeft, kunnen wij zeggen dat het een drievoudig leven is. Ten eerste Zijn eeuwig leven, waarmee ik het eeuwige leven van God in Zijn goddelijke natuur bedoel. Dit leeft Hij in Zichzelf; want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf (Joh. 5:26). Daardoor is Hij de Alpha en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde. En dit leven is het fundament van al Zijn middelaarswerk, want Hij is God boven alles te prijzen in der eeuwigheid.
Maar er is ook een leven dat Hij voor Zichzelf heeft, namelijk een leven van onbegrijpelijke heerlijkheid in Zijn menselijke natuur. Dit is het leven dat Hij heeft afgelegd om het weer aan te nemen. Dit leven is de oorzaak van al die onuitsprekelijke heerlijkheid die Hij nu in de hemel geniet, en gaat daarmee gepaard. Dit leven heeft Hij voor Zichzelf als Zijn beloning, samen met de eer en heerlijkheid waarmee Hij gekroond is, zoals de psalmist zegt: „Op Zijn hoofd zet Gij een kroon van fijn goud. Het leven heeft Hij van U begeerd; Gij hebt het Hem gegeven; lengte van dagen, eeuwiglijk en altoos” (Psalm 21:4, 5).
Maar er is nog een ander leven dat Hij leeft: een middelaarsleven, een leven tot ons nut. Zo lezen wij dat Hij Priester geworden is naar de kracht des onvergankelijken levens. En Hij zegt van Zichzelf: „En Die leeft, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods” (Openb. 1:18). Dit leven verschilt niet wezenlijk van het tweede leven waarover ik sprak, het leven van heerlijkheid in de menselijke natuur. Maar het verschilt hierin, dat Hij, wanneer het werk van de bemiddeling voltooid is, zal ophouden een middelaarsleven te leven. Want dan zal Hij het Koninkrijk Gode en de Vader overgeven, wanneer Hij zal teniet gedaan hebben alle heerschappij en alle macht en kracht (1 Kor. 15:24).
Aan de lezer…
Misschien vraagt u zich af wie het leven van de Heere Jezus in het hemelhof zou kunnen peilen. Hij is God boven alles te prijzen, de Eerste en de Laatste, en Hij draagt de kroon van fijn goud als loon op Zijn werk. Maar laat het u vooral troosten dat Hij ook een leven tot ons nut leeft. Hij Die dood geweest is, is levend in alle eeuwigheid, en Hij heeft de sleutels der hel en des doods.
Bent u bang voor de dood, of drukt de last van uw zonden u neer? Hij is Priester geworden naar de kracht des onvergankelijken levens, en die kracht verslapt niet. Wat u in uzelf niet hebt, leeft in Hem. Laat uw arme ziel dan op Hem zien, Die leeft opdat u leven zou; Hij zal het werk van de bemiddeling niet neerleggen voordat het voltooid is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“And it is yet far more evident: for that after the similitude of Melchisedec there ariseth another priest, who is made, not after the law of a carnal commandment, but after the power of an endless life.”
Hebrews 7:15-16
We may say of the life which the Lord Jesus lives in the courts of heavenly bliss that it is a threefold life. There is, first, His eternal life, by which I mean the eternal life of God in His divine nature. This He lives IN HIMSELF; for “as the Father has life in Himself; so has He given to the Son to have life in Himself” (John 5:26). He is hereby “Alpha and Omega, the first and the last, the beginning and the end.” And this life is the foundation of all His acts of mediation, as being God over all, blessed forever.
But there is a life which He lives FOR HIMSELF, that is, a life of inconceivable glory in His human nature. This is the life which He laid down that He might take it again. This life is the cause of, and is attended with all that ineffable glory which He now enjoys in heaven. This life He lives for Himself, His reward, and the glory and honor with which He is crowned; as the Psalmist says, “You set a crown of pure gold on His head. He asked life of You, and You gave it to Him, even length of days forever and ever” (Psalm 21:3, 4).
But there is another life which He lives—a mediatorial life, a life FOR US. Thus we read, that “He was made a priest on the basis of the power of an indestructible life;” and He says of Himself, “I am He that lives, and was dead; and, behold, I am alive for evermore, Amen; and have the keys of hell and of death” (Rev. 1:18). Now this life does not differ essentially from the second life, of which I have spoken, the life of glory in the human nature; but it differs in this point, that when the work of mediation is accomplished, He will cease to live a mediatorial life; for He will then “deliver up the kingdom to God, even the Father, when He shall have put down all rule and all authority and power” (1 Cor. 15:24).
To the reader…
Perhaps you wonder who could fathom the life of the Lord Jesus in the courts of heaven. He is God over all, blessed forever, the First and the Last, and He wears the crown of pure gold as the reward of His work. But let it comfort you above all that He also lives a life for our good. He Who was dead is alive for evermore, and He has the keys of hell and of death.
Are you afraid of death, or does the burden of your sins weigh you down? He was made a Priest after the power of an endless life, and that power does not weaken. What you do not have in yourself lives in Him. Let your poor soul look to Him, then, Who lives so that you might live; He will not lay down the work of mediation until it is finished.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Y aun más manifiesto es, si a semejanza de Melchîsedec se levanta otro sacerdote, el cual no es hecho conforme a la ley del mandamiento carnal, sino según la virtud de vida indisoluble.”
Hebreos 7:15-16
Podemos decir de la vida que el Señor Jesús vive en los atrios de la bienaventuranza celestial que es una vida triple. Está, en primer lugar, Su vida eterna, con lo cual me refiero a la vida eterna de Dios en Su naturaleza divina. Esta la vive EN SÍ MISMO; porque “como el Padre tiene vida en sí mismo, así dio también al Hijo que tuviese vida en sí mismo” (Juan 5:26). Por ella Él es “Alpha y Omega, principio y fin, el primero y el postrero”. Y esta vida es el fundamento de todos Sus actos de mediación, por cuanto Él es Dios sobre todas las cosas, bendito por los siglos.
Pero hay una vida que Él vive PARA SÍ MISMO, es decir, una vida de gloria inconcebible en Su naturaleza humana. Esta es la vida que Él puso para volverla a tomar. Esta vida es la causa de toda aquella gloria inefable de que ahora goza en el cielo, y va acompañada de ella. Esta vida la vive para Sí mismo, como Su recompensa y la gloria y honra con que es coronado; como dice el salmista: “Corona de oro fino pusiste sobre Su cabeza. Vida te demandó, y dístesela; largura de días por siglos y siglos” (Salmo 21:3, 4).
Pero hay otra vida que Él vive: una vida mediadora, una vida PARA NOSOTROS. Así leemos que “fue hecho sacerdote según la virtud de vida indisoluble”; y Él dice de Sí mismo: “Y el que vivo, y he sido muerto; y he aquí que vivo por siglos de siglos, Amén. Y tengo las llaves del infierno y de la muerte” (Apocalipsis 1:18). Ahora bien, esta vida no difiere esencialmente de la segunda vida de que he hablado, la vida de gloria en la naturaleza humana; pero difiere en este punto: que cuando la obra de mediación esté cumplida, Él dejará de vivir una vida mediadora; porque entonces “entregará el reino a Dios y al Padre, cuando habrá quitado todo imperio, y toda potencia y potestad” (1 Corintios 15:24).
Al lector…
Quizá se pregunte usted quién podría sondear la vida del Señor Jesús en los atrios del cielo. Él es Dios sobre todas las cosas, bendito por los siglos, el Primero y el Postrero, y lleva la corona de oro fino como recompensa de Su obra. Pero consuélele sobre todo que Él vive también una vida para nuestro bien. El que estuvo muerto vive por siglos de siglos, y tiene las llaves del infierno y de la muerte.
¿Tiene usted miedo de la muerte, o le abruma la carga de sus pecados? Él fue hecho Sacerdote según la virtud de vida indisoluble, y esa virtud no se debilita. Lo que usted no tiene en sí mismo vive en Él. Que su pobre alma mire, pues, a Aquel que vive para que usted viva; Él no dejará la obra de mediación hasta que esté acabada.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl