Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

17 februari Korenaren uit de volle oogst

En wij weten, dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk degenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
Romeinen 8:28

Wanneer wij naar al die verschillende omstandigheden kijken en dan geloven dat alles wat wij meemaken, als wij God liefhebben, meewerkt tot ons geestelijk goed, welk een gezicht geeft ons dat op de wijsheid, de genade en de macht van de wonderdoende God! Wij moeten dat goed niet afmeten naar wat het schepsel denkt, maar naar wat God Zelf in Zijn Woord goed genoemd heeft, en naar wat wij in de ervaringen van onze eigen ziel als goed gevoeld hebben. Hebben uw beproevingen u vernederd en volgzaam en beminnelijk gemaakt? Dan hebben zij u goedgedaan. Hebben zij in u een geest van gebed gewekt, u doen zuchten, roepen en kermen tot de Heere, dat Hij zou verschijnen, u zou bezoeken of uw ziel zou zegenen? Dan hebben zij u goedgedaan.

Hebben zij de gedeelten uit Gods Woord voor u geopend die vol zijn van genade en troost voor Zijn arme volk? Hebben zij u ontdaan van de bedekkingen die te eng zijn? Hebben zij u oprechter, ernstiger, geestelijker en meer hemelsgezind gemaakt, en u er sterker van overtuigd dat alleen de Heere Jezus u kon zegenen en uw ziel kon troosten? Dan hebben zij u goedgedaan.

Zijn zij in Gods hand het middel geweest om u aan te sporen het woord van de prediking te horen, en om uw oren te openen zodat u alleen de ware dienaren van God wilt horen: zij die op een beproefde weg wandelen en genadige ervaringen beschrijven? Hebben zij de Bijbel dierbaarder voor u gemaakt, de belofte lieflijker, en u Gods wegen met uw ziel meer leren waarderen? Dan hebben zij u goedgedaan.

Heere, maak mij Uwe wegen
Door Uw Woord en Geest bekend.
Leer mij, hoe die zijn gelegen
en waarheen G’Uw treden wendt.
Leid mij in Uw waarheid, leer
ijv’rig mij Uw wet betrachten,
want Gij zijt mijn heil, o Heer,
’k blijf U al de dag verwachten.

Ps. 25:2

Aan de lezer…

U die beproefd wordt, kunt u in uw beproevingen nog iets goeds ontdekken? Als de last zwaar is, lijkt alles tegen ons te werken, en het is moeilijk te geloven dat alle dingen meewerken ten goede. Ik vraag u echter niet om het goede af te meten naar wat het schepsel denkt, maar naar wat God goed noemt. Kijk dan eens terug: hebben uw beproevingen u vernederd? Hebben zij u leren zuchten en roepen tot de Heere? Dan hebben zij u goedgedaan.

Hebben zij u ontdaan van de bedekkingen die te eng waren, en u overtuigd dat alleen de Heere Jezus uw ziel kan troosten? Is de Bijbel u dierbaarder geworden, de belofte lieflijker? Dan hebt u in uw eigen leven gezien wat dit woord zegt. Het is geen goedkope troost, want de pijn blijft echt. Maar zij is niet zinloos. De wonderdoende God gebruikt ook het bitterste om wie Hem liefhebben dichter tot Zich te trekken. Vertrouw er dan op dat Hij ook uw huidige moeite ten goede zal laten meewerken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

17 februari 365 dagen met Philpot

Het gekrookte riet

Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
Jesaja 42:3

Hoe genadig, hoe teder en zacht gaat de Verlosser om met dit angstige, beproefde lid van Zijn lichaam! Hij behandelt het niet naar zijn verdiensten en ook niet naar zijn angsten. Het „geknakte riet” verdient het om telkens weer gebroken te worden, en het vreest dat ook, omdat het dat verdient. Maar de genadige, teerhartige Verlosser breekt het zeker niet; Hij bindt het op. En hoe kan Hij het „geknakte riet” in één ogenblik opbinden! Door één woord, één blik, één aanraking, één glimlach kan Hij de hangende stengel in een oogwenk oprichten. Dat is Zijn gezegende taak.

De discipelen zouden de gewonde vrouw uit Syro-Fenicië hebben gebroken, toen ze zeiden: „Laat haar van U; want zij roept ons na” (Matth. 15:23). Maar dat deed hun hemelse Meester niet. Zo behandelde Hij haar niet. Zijn heiligheid, Zijn reinheid, Zijn afkeer van de zonde en Zijn ijver voor de eer van Zijn Vader hadden Hem allemaal aanleiding kunnen geven haar te breken. Maar door Zijn genade, barmhartigheid, ontferming en liefde verbindt Hij haar.

Misschien voelt u zich zelf een arm „geknakt riet”: geknakt door bezoekingen, door verzoekingen, door schuld, door de duivel; op het punt om te bezwijken, alle hoop op te geven, weg te kwijnen en te sterven. O, bedenk – en mag de Heere het ons nooit laten vergeten – dat deze gezegende Man van smarten „in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.” Omdat Hij „medelijden kan hebben met onze zwakheden” (Hebr. 4:15), kan Hij met ons meeleven en ons te hulp komen, en daarom zal Hij nooit of te nimmer een „geknakt riet” breken. Als onze arme ziel geknakt is door bezoeking, door verzoeking, door angst en twijfel, door de influisteringen van de duivel, dan mogen wij ons troosten met de gedachte dat de minzame en teerhartige Verlosser dat „geknakte riet” nooit of te nimmer zal breken, maar het, als het Hem behaagt, heel genadig zal opbinden.

Lezen: Hooglied 5

Aan de lezer…

Voelt u zich vandaag een geknakt riet, lezer? Geknakt door bezoeking, door verzoeking, door schuld, door de aanvallen van de vijand; op het punt om alle hoop op te geven? Dan is dit woord voor u geschreven. U verdient het misschien om gebroken te worden, en daarom vreest u het ook. Maar de Heere behandelt u niet naar uw verdiensten en niet naar uw angsten.

Hij breekt niet, Hij bindt op. Toen anderen een roepende vrouw wilden wegsturen, wees Hij haar niet af, maar verbond Hij haar met Zijn genade. Hij is in alle dingen verzocht geweest, net als wij, maar zonder zonde; daarom kan Hij medelijden hebben met onze zwakheden. Eén woord, één blik, één aanraking van Hem kan de hangende stengel in een ogenblik oprichten. Breng uw geknakte ziel dan bij Hem; Hij zal haar nooit of te nimmer breken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

17 februari Door Baca’s vallei

En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel.
Exodus 25:22

Nadat een kind van God iets genoten heeft van de goedertierenheid en barmhartigheid van God, geopenbaard in het aangezicht van Zijn geliefde Zoon, kan hij de goedertierenheid van de Heere vergeten. Hij kan afdwalen van die uitgelezen weiden van het Evangelie en terechtkomen in een woeste, huilende wildernis, waar spijs noch water is. En toch heeft hij, hoewel hij halfdood is van gebrek, in zichzelf geen kracht om terug te keren. Maar wat heeft hem vooral in deze toestand gebracht? Het verwaarlozen van de troon der genade. En omdat de Heere Zijn volk alleen daar ontmoet, moet er geleidelijk vervreemding van Hem ontstaan. Maar op de bestemde tijd komt de Heere Zijn dwalend schaap zoeken, en de eerste plaats waar Hij het heen brengt, is de troon der genade, met belijdenis van zijn zonden en met het smeken om genade. Trouw aan Zijn eigen Woord wil de Heere hem daar opnieuw ontmoeten.

En o, wat een ontmoeting! Een berouwvolle afkerige en een vergevend God! O, wat een ontmoeting! Een schuldige afwijker, verdronken in zijn tranen, en een liefhebbende Vader, Die hem om de hals valt en hem kust! O, wat een ontmoeting voor een arme, zichzelf veroordelende zondaar, die zich niet diep genoeg kan verootmoedigen over zijn zonden, en die toch overvloedige genade vindt voor zijn afkeringen. Hij ervaart de liefde van God, die als de zon op een aprildag door de wolken heenbreekt en zijn hart doet smelten in berouw en liefde.

Maar dit is niet alles. Het behaagt de Heere soms Zijn geliefde volk de boosheden van hun hart te ontdekken. Dan licht Hij door Zijn Geest en genade het voorhangsel van hoogmoed en eigengerechtigheid op, dat zoveel van ons eigen verderf bedekt, en laat Hij zien wat er werkelijk in ons hart huist. Dat wil zeggen: de peilloze verdorvenheden die zich in onze verdorven natuur schuilhouden, met de vuilheid, de dwaasheid en de onbeschrijfelijke laagheid die in ons bestaan zijn verweven. Dit alles bij elkaar zou ons van de troon der genade wegdrijven. „Kan God hier wonen?” zegt de ziel. „Kan ik de vreze Gods in mijn hart hebben, als er zulke gedachten en overleggingen mijn geest als overstromen en mij met het schuim van de hel schijnen te vervullen?”

En toch wordt de ziel van tijd tot tijd naar de troon der genade getrokken om daar deze zonden te belijden, want zij kan en durft er niet weg te blijven. En God is ook Zijn Woord trouw: „En aldaar zal Ik bij u komen.” Daar openbaart Hij opnieuw een bewijs van Zijn genade en goedheid; en daar toont Hij opnieuw dat Hij, wat de zondaar in zichzelf ook is, trouw blijft aan Zijn eigen belofte.

Aan de lezer…

Soms dwaalt een kind van God af. Bent u afgedwaald? Hebt u de troon der genade verwaarloosd en bevindt u zich nu in een woeste wildernis, waar spijs noch water is, zonder kracht om terug te keren? Of heeft de Heere u de boosheden van uw hart laten zien, zodat u met schrik vraagt: „Kan God hier wonen?” Dan durft u misschien niet meer te komen, omdat u uzelf zo zwart en schuldig ziet.

Hoor dan wat de Heere belooft: „En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel.” Daar, en nergens anders, wil Hij Zijn dwalend schaap ontmoeten. Kom dan met uw belijdenis, verdronken in uw tranen; Hij is de liefhebbende Vader, Die de afwijker om de hals valt. Wat u ook in uzelf bent, Hij blijft trouw aan Zijn eigen Woord, en Zijn liefde kan door de wolken heenbreken en uw hart doen smelten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina