Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

17 november Korenaren uit de volle oogst

Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziele was in hen overstelpt. Doch roepende tot de Heere in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten.
Psalm 107:5, 6

Niet voordat zij in de woestijn dwaalden, niet voordat zij merkten dat hun weg eenzaam was, niet voordat zij een stad vonden om in te wonen, niet voordat hun ziel van honger en dorst bezweek, werd er een roepen gehoord. Misschien was er nu en dan een gebed, een verlangen, een vage wens, een zucht of een kreun; maar dat was niet genoeg. Er was meer nodig om de tedere barmhartigheid op te wekken in het hart van het medelijdende Hoofd van de Kerk. Er moest een roepen komen: een roepen van smart, een roepen uit zielsangst, een roepen dat door een zware last uit het hart werd geperst.

Een roepen maakt behoefte bekend, dringende behoefte, en een bezwijken als er geen antwoord komt. Het is de adem van een ziel die verlangt eeuwige kracht in het geweten te ontvangen, of anders zonder die kracht bezwijkt. Het is dat verheven besef in het hart dat er geen andere toevlucht is dan God. De Heere brengt heel Zijn volk zover dat het geen andere toevlucht heeft dan Hem. Vrienden, raadgevers, kennissen: zij mogen medelijden voelen, maar zij kunnen niet helpen. Er is geen toevlucht, geen schuilplaats, geen wijkplaats, geen woning waarheen zij kunnen vluchten, dan in de Heere.

Zo zijn het de moeilijkheden die ons persoonlijk met God in aanraking brengen. Zij verdrijven die halve godsvrucht waarvan wij zoveel hebben; zij verdrijven die ingebeelde bevinding en dorre belijdenis waarmee wij ons zo vaak tevredenstellen. Zij verdrijven ze zoals een hevige noordenwind de nevel verdrijft, en zij brengen de mens op zo’n verheven plaats dat hij omgang met God nodig heeft om hem te steunen en uit zijn moeilijkheden te verlossen. Als een mens niet zover door zijn moeilijkheden gebracht wordt, hebben zij hem geen goed gedaan. Maar wat een genade is het als er een roepen is! En als de Heere in de moeilijkheden een roepen zendt, zal Hij ook op Zijn tijd en op Zijn manier uitredding schenken.

’k Bekend’, o Heer, aan U oprecht mijn zonden,
’k verborg geen kwaad, dat in mij werd gevonden,
maar ik beleed na ernstig overleg
mijn boze daân: Gij naamt die gunstig weg.

Ps. 32:3

Aan de lezer…

Hier is een woord voor wie soms niet meer kan bidden dan een vage wens, een zucht of een kreun. Vreest u dat zo’n gebed niet genoeg is? De Heere laat Zijn volk soms dwalen op een eenzame weg en hongerig en dorstig worden, totdat hun ziel in hen overstelpt is. Niet om hen te kwellen, maar zodat er een roepen zou komen, een roepen uit zielsangst, door een zware last uit het hart geperst.

Verdrijven uw moeilijkheden uw halve godsvrucht en dorre belijdenis, zoals een hevige noordenwind de nevel verdrijft? Dan doen zij u goed, want zij brengen u persoonlijk met God in aanraking. Vrienden kunnen medelijden hebben, maar niet helpen; er is geen schuilplaats dan in de Heere. Wat een genade is het als er een roepen is! Want Hij Die het roepen zendt, zal ook op Zijn tijd en op Zijn manier uitredding schenken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

17 november 365 dagen met Philpot

Die Koning verhore ons

O HEERE! behoud; die Koning verhore ons, ten dage van ons roepen.
Psalm 20:10

Er is niet alleen de schuld en het schuldgevoel, maar ook de kracht van de zonde, die elke ziel voelt. Wat is de zonde krachtig! Zij is als een diepe en snelle rivier: hoe dieper de rivier, hoe sneller de stroming. We kennen de diepte van de stroom pas als we er bijna in verdrinken, en we kennen de kracht van de stroming pas als we erdoor worden meegesleurd. Het is geen kabbelend beekje, maar een diepe, snelle stroom. Toch weten we eerst niet hoe krachtig hij is.

Wij hebben net zo weinig kracht om hem te weerstaan, tenzij God ons in Zijn genade sterkt, als het distelpluis de wind kan weerstaan. Zoals een reus een kind in zijn armen kan wegdragen, of een leeuw een lammetje uit de kudde grijpt, of een tijger er met een kalf vandoor gaat, zo worden wij direct door de zonde meegesleurd, tenzij God ons in onze ziel de kracht geeft om haar te weerstaan. Wie die iets weet van de werkingen van de zonde in de vleselijke geest, beseft niet dat het verachtelijke hart ons in een oogwenk in de zonde meesleurt, tenzij God het in Zijn genade verhindert? Dit is een van de pijnlijkste dingen die een kind van God kan meemaken. De schuld en de kracht van de zonde werken samen.

De zonde sleurt ons eerst mee door haar kracht, en daarna voelen we haar in de schuld die zij veroorzaakt. Welnu, een kind van God dat door de zonde is meegesleurd (ik bedoel geen openlijke, boosaardige, schandelijke daden, maar de alledaagse werking van zijn hart), zal soms zuchtend en in tranen naar de Heere gaan. Dan smeekt hij Hem dringend om hem te verlossen van de kracht van de zonde, door Zijn vrees in zijn hart te leggen en zijn geweten teer te maken.

En de Heere antwoordt daar soms op door een verborgen kracht in de ziel te blazen, waardoor Hij hem van het kwaad afhoudt; soms door een verzoeking af te breken, zodat het geen verzoeking meer is; soms door hem in bedwang te houden door Zijn voorzienigheid; en soms door hem tegen te houden door Zijn genade.

Lezen: Psalm 142

Aan de lezer…

Hoe groot is de kracht van de zonde, als u die eenmaal hebt leren kennen! Niet in openlijke, schandelijke daden misschien, maar in de alledaagse werking van uw hart, dat u in een oogwenk meesleurt, zoals een diepe, snelle stroom wegvoert wat erin valt. U dacht eens dat het een kabbelend beekje was, en nu weet u beter. U hebt net zo weinig kracht om de zonde te weerstaan als het distelpluis de wind, en daarna drukt de schuld op u die zij achterlaat.

Wanhoop dan niet, maar ga zuchtend en in tranen naar de Heere en smeek Hem u te verlossen. Hij heeft vele wegen om Zijn volk te behouden: soms blaast Hij een verborgen kracht in de ziel, soms breekt Hij de verzoeking af, soms houdt Hij u in bedwang door Zijn voorzienigheid, en soms houdt Hij u tegen door Zijn genade. Roep dan: „O HEERE! behoud”, en wacht op Hem; die Koning verhoort ten dage van ons roepen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

17 november Door Baca’s vallei

Simon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan degenen die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben.
2 Petrus 1:1

Wat een heerlijke gedachte is het dat, als u en ik een greintje waar geloof bezitten, wij dezelfde dierbare genade in ons hart hebben die in het hart van alle heiligen van God was: vanaf Abel, de eerste martelaar, in alle heiligen van het Oude Testament, in alle profeten en martelaren en dienstknechten en apostelen van God. En deze genade zal in het hart van iedere heilige zijn tot aan het einde der dagen. Er is maar één geloof, zoals er één God, één Heere en één doop is. En doordat zij dit dierbare geloof bezit, is de hele kerk van God samen verenigd in één heerlijk lichaam, waarvan de Heere Jezus Christus het opgestane Hoofd is.

U mag zich arm en nooddruftig voelen, want het geloof leert ons onze armoede en nooddruft verstaan. U mag uzelf de minste blik van Gods vriendelijk aangezicht onwaardig achten. Maar als de gezegende Geest een greintje levend geloof in uw ziel geschonken heeft, dan staat u op dezelfde plaats als de heiligen, apostelen, profeten en martelaren. Dan bent u even aangenaam in de Geliefde, even bemind door God en evengoed een lid van Christus’ verborgen lichaam als wanneer u de apostel Petrus of Paulus was, of Henoch, Abel, Jesaja of een van de andere profeten.

Aan de lezer…

Kent u dat? U voelt zich zo arm en nooddruftig dat u niet durft te geloven dat u bij Gods volk hoort. Acht u uzelf de minste blik van Zijn vriendelijk aangezicht onwaardig? Bedenk dan dat juist het geloof u uw armoede en nooddruft leert verstaan. Wie zijn armoede leert kennen, ontvangt daarin geen teken van verwerping, maar een kenmerk van het werk van de Geest.

Al is het maar een greintje levend geloof, het is hetzelfde dierbare geloof dat in Abel was, in de profeten en in de apostelen. Het ziet niet op uzelf, maar op Hem Die het opgestane Hoofd is van Zijn ene lichaam. Hebt u dat geloof, al is het nog zo zwak, dan bent u in Hem even aangenaam en even bemind als de grootste van de heiligen. Houd u dan vast aan de Geliefde, in Wie u aangenaam gemaakt bent.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina