Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

17 oktober Korenaren uit de volle oogst

Want gij hebt lijdzaamheid van node; opdat gij, de wil Gods gedaan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen.
Hebreeën 10:36

Waarom hebben wij lijdzaamheid nodig? Omdat wij er zeker van kunnen zijn dat wij veel beproevingen zullen hebben als wij tot het volk van de Heere behoren. De Heere zendt ons droefheid om ons de genade van het geduld te geven om haar te dragen. Maar o, wat een weerspannig hart dragen wij in onze boezem mee! Hoeveel weerspannigheid, ontevredenheid en eigenzinnigheid woont er niet in ons! Hoe snel wordt onze drift gewekt en raakt onze prikkelbare geest ontstemd door de kleinste kleinigheid! Hoe weinig geduld hebben wij onder de beproevingen die God goed vindt ons te zenden!

Zo leren wij onze behoefte aan lijdzaamheid kennen, en die is geen vrucht die op de bodem van onze eigen natuur groeit. De behoefte eraan doet de ziel haar najagen. En wanneer de Heere onderwerping aan Zijn wil geeft, en Zijn kinderen in staat stelt te zien hoe weldadig die beproevingen voor hun ziel zijn, en hoe zij zonder die zware last door de wereld zouden zijn meegesleept, dan kunnen zij Zijn genadige hand in die beproevingen opmerken. Doordat zij zich soms ontevreden en weerspannig voelen en hun behoefte aan lijdzaamheid kennen, en zich op andere momenten onderworpen voelen en de lieflijkheid daarvan smaken, zien zij wat een grote genade lijdzaamheid is.

Er is bijna geen genade die wij dagelijks meer nodig hebben. Wij hebben haar nodig tegenover God, wanneer Hij onze plannen verijdelt en onze wensen niet vervult, en wanneer Hij Zich, in plaats van ons te tonen waarom Hij ons bezoekt, verbergt achter dikke wolken waar geloof noch gebed doorheen kunnen dringen. Wij hebben lijdzaamheid nodig met elkaar, met de wereld, met onze relaties in het leven, met de gemeente van God. En wat een genade is het om onder deze scherpe beproevingen lijdzaamheid te bezitten, en zo het voorbeeld te volgen van onze gezegende Heere, „Die, wanneer men Hem schold, niet wederschold; wanneer Hij leed, niet dreigde, maar alles overgaf aan Hem, Die rechtvaardiglijk oordeelt.”

’t Is goed voor mij, verdrukt te zijn geweest,
opdat ik dus Uw godd’lijk recht zou leren;
sinds heeft mijn hart voor hovaardij gevreesd.
Ai, doe mij steeds Uw wil als heilig eren!
Ver boven goud en zilver en wat meest
de mens bekoort, zal ik Uw wet waarderen.

Ps. 119:36

Aan de lezer…

Soms moet u ervaren hoe snel uw drift gewekt wordt en hoe weinig geduld u hebt, wanneer de Heere uw plannen verijdelt en Zich achter dikke wolken verbergt. Schrik daar niet van alsof het iets vreemds was. Lijdzaamheid groeit niet op de bodem van onze eigen natuur. Daarom zendt de Heere de beproeving, zodat u uw behoefte eraan leert kennen en haar bij Hem zoekt.

Zie dan op Hem Die, wanneer men Hem schold, niet wederschold, en alles overgaf aan Hem Die rechtvaardiglijk oordeelt. Wat Hij volmaakt deed, kan Hij ook in een weerspannig hart werken. En wanneer u eens mag zien hoe weldadig de last was, en hoe hij u ervoor bewaarde door de wereld meegesleept te worden, zult u met de psalmdichter zeggen dat het goed voor u is geweest verdrukt te zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

17 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
Markus 9:24

God heeft ons voorschriften gegeven, en wij zouden ze graag gehoorzamen. We zien er schoonheid en zaligheid in. We bewonderen ze en zouden ons leven er graag naar richten. We durven ze niet terzijde te schuiven. Integendeel, we aanvaarden dat ze een wezenlijk deel van Gods Woord vormen. Soms zien we er grote schoonheid in, en een even grote noodzaak en een even werkelijk belang als in de beloften.

Maar we zijn even onmachtig om het voorschrift geestelijk na te leven als om de belofte geestelijk te geloven, tenzij de Heere in ons werkt „beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen” (Fil. 2:13). De belofte maakt deel uit van Gods Woord, maar we hebben het geloof nodig om haar te geloven. Het voorschrift maakt deel uit van Gods Woord, maar we hebben het geloof nodig om het na te leven. God werkt in ons om de belofte te geloven; God werkt in ons om het voorschrift na te leven.

„Hebt uw vijanden lief,” luidt het voorschrift. „Als iemand u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe.” Kan ik deze beide dingen doen? Niet geestelijk, behalve voor zover het geloof in mijn hart is gewerkt. Ik kan het naar de letter doen, of schijnheilig. Maar het voorschrift wordt pas werkelijk nageleefd wanneer de Geest, Die het heeft gegeven, in ons werkt om het van harte te gehoorzamen. Dan wordt het vanuit geestelijke beweegredenen, onder goddelijke aandrang, uitgevoerd, niet alleen naar de letter, maar naar de geest en in waarheid.

Het „werk des geloofs” is tegen het ongeloof te vechten. Maar hoe kan ik tegen het ongeloof vechten als ik geen geloof heb, en tenzij God „het werk des geloofs met kracht” uitvoert? Het „werk des geloofs” is ook nodig om de zonde te overwinnen, het vlees met zijn verlangens en vleselijke begeerten te beteugelen, de oude mens af te leggen en de nieuwe aan te doen. Maar het moet „het werk des geloofs met kracht” zijn, want als ik doeltreffend wil vechten, moet God dat werk in mij uitvoeren. Hij Zelf moet mij het zwaard aangeven, mijn handen leren strijden en mijn vingers vechten.

Het is daarom „het werk des geloofs” om het vlees met zijn bewegingen en begeerten te kruisigen. Dat kan echter alleen gebeuren wanneer het geloof met kracht in het hart komt. De oude mens kan alleen worden afgelegd en de nieuwe aangedaan door de openbaringen van Gods liefde en barmhartigheid aan de ziel. Als ik mijzelf veracht, moet dat komen doordat mijn geweten teder is geworden in godsvrucht. Als ik de Heere Jezus Christus liefheb, moet dat komen doordat Zijn liefde in mijn hart wordt uitgestort.

Lezen: 2 Thessalonicenzen 1

Aan de lezer…

Bestreden ziel, hebt u de geboden van de Heere lief en ziet u er schoonheid in, maar ontdekt u telkens weer dat u ze niet kunt doen zoals u zou willen? U wilt uw vijanden liefhebben, en uw hart blijft koud; u wilt het vlees kruisigen, en het leeft weer op. Dat is een smartelijke ontdekking, maar geen vreemde. Wij zijn even onmachtig om het voorschrift na te leven als om de belofte te geloven.

Maar Hij, Die het gebod gaf, werkt ook het willen en het werken naar Zijn welbehagen. Hij Zelf moet u het zwaard aangeven en uw handen leren strijden. Laat u dan niet terneerdrukken door uw onmacht, en grijp ook niet naar een uiterlijke gehoorzaamheid naar de letter alleen. Breng uw ongelovig en onwillig hart bij Hem en zeg: „Heere, kom mij te hulp.” Wanneer Zijn liefde in uw hart wordt uitgestort, wordt het gebod u geen last meer, maar een lust.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

17 oktober Door Baca’s vallei

Genade en vrede zij u vermenigvuldigd.
1 Petrus 1:2

Wanneer wij zien en voelen dat wij elk ogenblik van ons leven genade nodig hebben, dan merken wij meteen een schoonheid op in datgene waarom wij vragen, een buitengewone schoonheid. Wij kunnen nog niet de lengte van een straat afleggen zonder te zondigen. Ons vleselijk gemoed en onze ijdele verbeelding staan op de uitkijk om kwaad te doen. Alle toegangen van ons hart staan ervoor open, en als een Arabier in de woestijn of als een nachtdief op rooftocht loeren wij op elke gelegenheid om openlijk of in het geheim te plunderen. Inderdaad, met onze gevallen natuur zondigen wij bij elke ademtocht, tenzij wij door genade worden weerhouden en beïnvloed.

Daarom hebben wij genade voor genade nodig, of, met de woorden van onze tekst, dat de genade vermenigvuldigd wordt in verhouding tot ons zondigen. Moet ik zeggen: in verhouding? Nee, zelfs wanneer de zonde de overhand krijgt, zoals wij tot onze schaamte en smart weten, hebben wij nodig dat de genade overvloediger wordt. Wanneer het water ver terugtrekt bij eb, komen de modder en het slijk boven. Zo is het ook in het geestelijk leven: dan wordt het vuil van de zonde zichtbaar, en dan hebben wij het springtij van de genade nodig, zodat het slijk en vuil weggevoerd wordt naar de diepte van de oceaan, en de zonde, als zij gezocht wordt, niet meer gevonden wordt.

Zo hebben wij genade nodig, vrije genade, dagelijkse genade, genade in de morgen en elk ogenblik, in de toekomst en al onze dagen: genezende, verlevendigende, herstellende, reddende, heiligende genade. Wij hebben vermenigvuldigde genade nodig tegenover al onze ellende, zonde en onophoudelijke afdwalingen. Wij hebben genade nodig om te geloven, genade om te hopen, genade om lief te hebben, genade om te strijden en genade om te overwinnen; genade om staande te blijven, genade om te leven en genade om te sterven. Elk ogenblik van ons leven hebben wij onderhoudende, bewarende en weerhoudende genade nodig. Want het is zoals een goed man eens zei: „Indien de Heere ons voor een ogenblik loslaat, laat Hij ons voor dat ogenblik te lang los.”

Maar bij de genade voegt de apostel „vrede”. De zonde verbreekt onze vrede en brengt onze ziel op afstand van God. Ook beproevingen en verzoekingen, zonden en smarten komen elke dag op ons af om onze rust te verstoren. Wij hebben het dus evenzeer nodig dat de vrede vermenigvuldigd wordt als de genade. Vrede als een rivier die altijd stroomt; vrede als de zee, waarvan het getij, hoewel het ebt, toch hoger stijgt dan het zakt.

Wij hebben de vrede ook nodig om onze harten te bevestigen in de waarheid en in de liefde tot de waarheid, zodat wij bewaard worden voor het omgevoerd worden met allerlei wind van leer. Wij raken vaak verstrikt in de listige strikken van de duivel, en dan hebben wij nodig dat de vrede in onze ziel hersteld wordt. Wanneer die vrede droevig verbroken ligt en de zonde ons met schuld en verwarring vervult, dan hebben wij de vrede nodig om al deze wonden te helen en onze zielen krachtig te bevestigen in het Evangelie van de vrede. En wanneer wij geroepen worden om het donkere dal van de schaduw des doods binnen te gaan, hoezeer zullen wij dan nodig hebben dat de vrede vermenigvuldigd wordt, zodat wij geen kwaad hoeven te vrezen en ervaren dat de troostende stok en de ondersteunende staf ons geschonken zijn!

Zo kunnen wij dus nooit te veel genade en te veel vrede hebben. Hoe meer wij van de zonde kennen, hoe meer wij de genade nodig zullen hebben; en hoe meer wij kennen van zorg en verdriet, hoe meer wij de vrede nodig zullen hebben en waarderen.

Aan de lezer…

Het kan gebeuren dat u geen straat kunt doorlopen zonder te zondigen. Komt bij laag water het slijk van uw hart weer boven, zodat u zich schaamt voor wat u in uzelf ziet? Laat dat u niet van de genade wegdrijven, maar u er juist naar doen hongeren. Hoe meer u van de zonde kent, hoe meer u de genade nodig zult hebben; en daarom wordt u toegebeden dat zij vermenigvuldigd wordt: genade voor genade, genade in de morgen en elk ogenblik.

Ligt uw vrede droevig verbroken, en vervult de schuld u met verwarring? Dan hebt u niet een vrede nodig die u zelf maakt, maar een vrede die als een rivier uit Hem toestroomt en de wonden heelt. Vraag er dan om, telkens opnieuw, voor vandaag en voor de dag dat u het donkere dal moet ingaan. U kunt nooit te veel genade en te veel vrede hebben; vraag dan niet karig, maar vraag dat zij u vermenigvuldigd worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina