Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

16 juli Korenaren uit de volle oogst

Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus.
1 Timotheüs 2:5

Dat Hij God is, is de enige grondslag waarop Hij de zaligheid tot stand heeft gebracht. Want het is Zijn eeuwige Godheid die kracht, werking en waardigheid geeft aan alles wat Hij als mens voor Zijn uitverkoren volk deed en leed. Als Hij niet God was, God en mens in één heerlijke Persoon, welke hoop zou er dan zijn voor onze schuldige zielen? Zou Zijn bloed voor onze zonden kunnen boeten als de Godheid er geen kracht aan gaf? Kan Zijn gerechtigheid ons rechtvaardig maken als de Godheid geen verdienste en waarde schonk aan alles wat Zijn mensheid gedaan en geleden heeft? Zou Zijn liefhebbende hart medelijden met ons kunnen hebben en ons kunnen bevrijden, als Hij niet „als God over alles” alles zag en wist wat er in ons omgaat, en niet alle macht en ook alle medelijden had om voor ons tussenbeide te komen?

We komen voortdurend in omstandigheden waarin geen mens ons van nut kan zijn en waarin we onszelf niet kunnen helpen of verlossen. We dwalen als schapen en kunnen de weg naar de schaapskooi niet vinden. We lopen voortdurend afgoden achterna, houwen onszelf „gebroken waterbakken” uit en kunnen niet terugkeren naar de „Fontein van levend water”. Hoe welkom en hoe zoet is het dan voor wie zo beproefd worden, te zien dat er een genadige Immanuël aan de rechterhand van de Vader is. Zijn hart is vol liefde en Zijn ingewanden rommelen van ontferming. Hij heeft Zijn bloed gestort, opdat zij zouden leven. Hij heeft een heerlijke rechtvaardigmaking teweeggebracht en is in staat allen die door Hem tot God komen, zalig te maken.

God is een toevlucht voor de zijnen,
hun sterkt’, als zij door droefheid kwijnen;
zij werden steeds zijn hulp gewaar
in zielsbenauwdheid, in gevaar.
Dies zal geen vrees ons doen bezwijken,
schoon d’aard uit hare plaats mocht wijken,
schoon ’t hoogst gebergt’ uit zijne steê
verzet werd in het hart der zee.

Ps. 46:1

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat u in omstandigheden verkeert waarin geen mens u van nut kan zijn en waarin u uzelf niet kunt helpen. Bent u als een schaap dat de weg naar de kooi niet meer vindt? Of hebt u uzelf weer gebroken waterbakken uitgehouwen en kunt u niet terug naar de Fontein van levend water? Dan is dit woord voor u: er is één Middelaar Gods en der mensen.

En deze Middelaar is God en mens in één heerlijke Persoon. Daarom heeft Zijn bloed kracht om te boeten, en daarom ziet en weet Hij alles wat er in u omgaat. Aan de rechterhand van de Vader is een genadige Immanuël, Wiens hart vol liefde is en Wiens ingewanden rommelen van ontferming. Hij heeft zowel macht als medelijden, en Hij is in staat allen die door Hem tot God komen, zalig te maken. Kom dan, juist zoals u bent.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

16 juli 365 dagen met Philpot

Bevinding

De HEERE maakt arm en maakt rijk.
1 Samuël 2:7

De heiligen worden „arm” genoemd. Maar wat betekent het om arm te zijn, en wie worden met die term aangeduid? Onder „de armen” in letterlijke zin verstaan we gewoonlijk mensen die totaal verstoken zijn van alles wat de wereld als rijkdom beschouwt. Een arm mens in geestelijke zin is iemand die voelt dat hij verstoken is van de ware rijkdom: van het wezen van het evangelie, van de vruchten en genaden van de gezegende Geest, kortom, van alles wat God en Zijn kinderen als de enige kostbare en blijvende schat beschouwen.

Maar in deze toestand van gevoelde armoede kan niemand terechtkomen door eigen macht of natuurlijke wil. Het is het werk van de Heere aan het geweten, zoals we lezen: „De HEERE maakt arm.” Iemand kan proberen zichzelf arm te maken onder de druk van bepaalde overtuigingen in het geweten, zoals de rooms-katholiek die het boetekleed aantrekt. Ik geloof echter dat hij wat hij met de ene hand weggooit, met de andere weer zal oprapen.

Stoffelijke armoede is iets heel pijnlijks en moeilijks voor het vlees, maar geestelijke armoede is nog veel zwaarder en pijnlijker voor de geest. Want stoffelijke armoede duurt meestal maar een paar jaar, maar geestelijke armoede dreigt, als zij niet verzacht wordt (hoewel de Heere haar nooit onverzacht laat), slechts het begin van de eeuwige dood te zijn. Daarom is geestelijke armoede voor iemands geest veel drukkender, zwaarder en verontrustender dan stoffelijke armoede voor iemands vlees kan zijn.

Arm zijn is dus ervaren dat men verstoken is van al het geestelijk goede. De Heere zalft de ogen van Zijn levend gemaakte kinderen, zodat ze zien wat ware godsdienst is. Hij toont hun waarin de ware rijkdom bestaat, zonder welke alles armoede en gebrek is. Die rijkdom bestaat in de geopenbaarde gunst van God; in het werk van de Geest aan het hart, waardoor de liefde en het bloed van Jezus geopenbaard worden; in het persoonlijke bezit van de vruchten en genaden die door de Geest bezield zijn; en in het merkbare genieten van alles wat iemand heilig, gezegend en gelukkig kan maken.

Lezen: 1 Samuël 2:1-10

Aan de lezer…

Misschien voelt u zich arm, verstoken van alles wat uw ziel werkelijk rijk zou maken. Ziet u in uzelf geen vruchten en genaden, en lijkt het alsof het wezen van het evangelie aan u voorbijgaat? Schrik dan niet te zeer. Zo’n armoede kan niemand zichzelf aandoen; het is het werk van de Heere aan het geweten. „De HEERE maakt arm”, en wat Hij doet, doet Hij niet tevergeefs.

Want Dezelfde Die arm maakt, maakt ook rijk. Hij zalft de ogen van Zijn kinderen, zodat zij zien waar de ware rijkdom ligt: in Zijn geopenbaarde gunst, in de liefde en het bloed van Jezus, door de Geest aan het hart bekendgemaakt. Uw armoede is zwaar, maar de Heere laat haar nooit onverzacht. Blijf dan bij Hem aanhouden, met lege handen, want juist de armen zijn het die Hij met Zijn schat vervult.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

16 juli Door Baca’s vallei

Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten; en zie of bij mij een schadelijke weg zij, en leid mij op de eeuwige weg.
Psalm 139:23, 24

Het volk van God kan zijn godsdienst niet op krediet beoefenen; het kan niet tevreden zijn met de goedkeuring van deze of gene goede man. Het moet een godsdienst hebben die door God Zelf gewerkt is. Wat zijn godsdienst betreft, wordt het vaak tot onderzoek gebracht naar de vraag waar die vandaan komt. Ervaart u het niet zo, en kost het u niet menig onderzoek? Wanneer u bijvoorbeeld terneergeslagen bent, gaat u onderzoeken of dat wel voortkomt uit een heilige droefheid over de zonde.

Als u vertroost wordt, kunt u die troost niet zomaar aannemen; zij moet doorslaan in de weegschaal van het Evangelie. Ontmoet u uitreddingen op de weg van de voorzienigheid, dan kunt u die niet beschouwen als zoveel bewijzen dat het goed is met uw ziel. Zo moet u elke stap die u zet, goed onderzoeken en wegen, of hij wel van God is. De dode belijders, de huichelaars in Sion, beproeven hun godsdienst nooit en wegen hem niet op die manier. Zij weten niets van de innerlijke beproevingen.

Zij nemen alles voor goed aan en nestelen zich onder de vleugels van deze of gene goede man; en als sommige leraars hun stempel op hun godsdienst drukken, gaan zij tevreden verder. Maar het volk van God moet zijn bewijzen van God Zelf hebben, en zij zullen zichzelf vaak onderzoeken of dat werk in hun ziel in het uur van de beproeving wel stand zal houden. En als het de Heere behaagt op hun geroep in hun ziel te verschijnen en duidelijke bewijzen te schenken dat het werk in hun ziel van boven is, dan wordt hun hart vervuld met dankbaarheid. De dingen van de tijd raken dan op de achtergrond, en hun genegenheden worden opgewekt om uit te gaan naar die gezegende Fontein waaruit zij zijn neergekomen. Zo zijn de dingen die tegen hen leken te zijn, juist tot hun nut, en halen zij hun zoetste vertroostingen uit hun zwaarste verdrukkingen.

Zij zouden hun weg van beproeving, met al het bittere dat daaraan verbonden is, niet graag inruilen voor de met bloemen bezaaide weg waarop zij duizenden zien wandelen. Want zij weten dat een godsdienst zonder beproevingen en verzoekingen de ziel in het onuitblusbare vuur zal leiden. Zo ervaren zij op sommige ogenblikken dat er uit hun beproevingen toch iets goeds voortkomt. Dan willen zij liever al hun dagen beproefd en gelouterd worden en dragen wat de Heere hun oplegt, dan te wandelen op de weg die iemand recht lijkt, maar waarvan het einde het eeuwig verderf is. Zij kiezen liever te wandelen onder de kastijdende hand van God, die hun leert dat zij kinderen zijn en geen bastaards, dan te wandelen op een weg die het vlees liefheeft, maar waarvan het einde de eeuwige rampzaligheid is.

Aan de lezer…

Kost het u ook menig onderzoek, lezer, of uw godsdienst wel van God is? Kunt u uw troost niet zomaar aannemen en weegt u elke stap, bang dat het allemaal maar van uzelf zou zijn? Dan bidt u, misschien zonder het te weten, met de psalmist: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart.” De dode belijder kent zo’n onderzoek niet; hij gaat tevreden verder op het woord van een goede man.

Wees dan niet bang voor de bange vragen, maar breng ze bij de Heere. Het behaagt Hem vaak op het geroep van de ziel te verschijnen en duidelijke bewijzen te schenken dat het werk van boven is. Dan wijken de dingen van de tijd, en het hart gaat uit naar die gezegende Fontein. Zo worden uw zwaarste verdrukkingen een bron van zoete vertroosting, en de kastijdende hand van God een les dat u een kind bent en geen bastaard.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina