16 de julio
Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten; en zie of bij mij een schadelijke weg zij, en leid mij op de eeuwige weg.
Psalm 139:23, 24
Het volk van God kan zijn godsdienst niet oefenen op krediet; het kan niet tevreden zijn met de goedkeuring van deze of die goede man. Het moet een godsdienst hebben, door God Zelf gewrocht. Ten opzichte van zijn godsdienst wordt het dikwijls in het onderzoek gebracht, waar het vandaan komt. Bevindt gij het niet alzo en kost het u niet menig onderzoek? Wanneer gij bijvoorbeeld terneergeslagen zijt, komt gij in het onderzoek of dit wel spruit uit een heilige droefheid over de zonde.
Indien gij vertroost wordt, kunt gij die troost niet aannemen; zij moet een doorslag vinden in de schaal des Evangelies. Ontmoet gij uitreddingen in de weg der voorzienigheid, gij kunt ze niet achten als zo vele bewijzen dat het wel is met uw ziel. Zo moet gij elke stap die gij doet, wel onderzoeken en wegen, of het van God is. De dode belijders, de huichelaars in Sion, beproeven hun godsdienst nooit en wegen hem niet op deze wijze. Zij kennen van de inwendige beproevingen niets.
Zij nemen alles voor goed aan en nestelen zich onder de vleugelen van deze of gene goede man; en wordt door sommige leraars hun stempel op hun godsdienst afgedrukt, zij wandelen vergenoegd henen. Maar het volk van God moet zijn bewijzen van God Zelf hebben; en zij zullen dikwijls zichzelf onderzoeken of dat werk in hun ziel in de ure der beproeving wel stand zal houden. En indien het de Heere behaagt op hun geschrei in hun ziel te verschijnen en klare bewijzen te schenken dat het werk in hun ziel van boven is, dan wordt hun hart vervuld met dankbaarheid, de dingen van de tijd geraken op de achtergrond en hun genegenheden worden opgewekt om uit te gaan tot die gezegende Fontein, waaruit zij zijn neergekomen. Zo zijn de zaken die tegen hen schenen te zijn, juist te hunnen nutte, en zij trekken hun zoetste vertroostingen uit hun zwaarste verdrukkingen.
Zij zouden hun beproevingsweg met al het bittere daaraan verbonden niet gaarne verwisselen voor de met bloemen bezaaide weg waarop zij duizenden zien wandelen, wetende dat een godsdienst zonder beproevingen en verzoekingen de ziel zal leiden in het onuitblusselijk vuur. Zo bevinden zij bij ogenblikken dat er uit hun beproevingen nog iets goeds voortkomt, en willen zij liever al hun dagen beproefd en gelouterd worden en dragen hetgeen de Heere hun oplegt, dan te wandelen op de weg die iemand recht schijnt, maar waarvan het einde is het eeuwig verderf. Zij verkiezen liever te wandelen onder de kastijdende hand Gods, die hun een onderwijs is dat zij kinderen zijn en geen bastaards, dan te wandelen in een weg die het vlees bemint, doch waarvan het einde is de eeuwige rampzaligheid.
Aan de lezer…
Kost het u ook menig onderzoek, lezer, of uw godsdienst wel van God is? Kunt u uw troost niet zomaar aannemen en weegt u elke stap, bevreesd dat het alles maar van uzelf zou zijn? Dan bidt u, misschien zonder het te weten, met de psalmist: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart.” De dode belijder kent zulk een onderzoek niet; hij wandelt vergenoegd henen op het woord van een goede man.
Wees dan niet bevreesd voor de bange vragen, maar breng ze tot de Heere. Het behaagt Hem dikwijls op het geschrei der ziel te verschijnen en klare bewijzen te schenken dat het werk van boven is. Dan wijken de dingen van de tijd, en het hart gaat uit tot die gezegende Fontein. Zo worden uw zwaarste verdrukkingen een bron van zoete vertroosting, en de kastijdende hand Gods een onderwijs dat u een kind bent en geen bastaard.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten; en zie of bij mij een schadelijke weg zij, en leid mij op de eeuwige weg.
Psalm 139:23, 24
Het volk van God kan zijn godsdienst niet op krediet beoefenen; het kan niet tevreden zijn met de goedkeuring van deze of gene goede man. Het moet een godsdienst hebben die door God Zelf gewerkt is. Wat zijn godsdienst betreft, wordt het vaak tot onderzoek gebracht naar de vraag waar die vandaan komt. Ervaart u het niet zo, en kost het u niet menig onderzoek? Wanneer u bijvoorbeeld terneergeslagen bent, gaat u onderzoeken of dat wel voortkomt uit een heilige droefheid over de zonde.
Als u vertroost wordt, kunt u die troost niet zomaar aannemen; zij moet doorslaan in de weegschaal van het Evangelie. Ontmoet u uitreddingen op de weg van de voorzienigheid, dan kunt u die niet beschouwen als zoveel bewijzen dat het goed is met uw ziel. Zo moet u elke stap die u zet, goed onderzoeken en wegen, of hij wel van God is. De dode belijders, de huichelaars in Sion, beproeven hun godsdienst nooit en wegen hem niet op die manier. Zij weten niets van de innerlijke beproevingen.
Zij nemen alles voor goed aan en nestelen zich onder de vleugels van deze of gene goede man; en als sommige leraars hun stempel op hun godsdienst drukken, gaan zij tevreden verder. Maar het volk van God moet zijn bewijzen van God Zelf hebben, en zij zullen zichzelf vaak onderzoeken of dat werk in hun ziel in het uur van de beproeving wel stand zal houden. En als het de Heere behaagt op hun geroep in hun ziel te verschijnen en duidelijke bewijzen te schenken dat het werk in hun ziel van boven is, dan wordt hun hart vervuld met dankbaarheid. De dingen van de tijd raken dan op de achtergrond, en hun genegenheden worden opgewekt om uit te gaan naar die gezegende Fontein waaruit zij zijn neergekomen. Zo zijn de dingen die tegen hen leken te zijn, juist tot hun nut, en halen zij hun zoetste vertroostingen uit hun zwaarste verdrukkingen.
Zij zouden hun weg van beproeving, met al het bittere dat daaraan verbonden is, niet graag inruilen voor de met bloemen bezaaide weg waarop zij duizenden zien wandelen. Want zij weten dat een godsdienst zonder beproevingen en verzoekingen de ziel in het onuitblusbare vuur zal leiden. Zo ervaren zij op sommige ogenblikken dat er uit hun beproevingen toch iets goeds voortkomt. Dan willen zij liever al hun dagen beproefd en gelouterd worden en dragen wat de Heere hun oplegt, dan te wandelen op de weg die iemand recht lijkt, maar waarvan het einde het eeuwig verderf is. Zij kiezen liever te wandelen onder de kastijdende hand van God, die hun leert dat zij kinderen zijn en geen bastaards, dan te wandelen op een weg die het vlees liefheeft, maar waarvan het einde de eeuwige rampzaligheid is.
Aan de lezer…
Kost het u ook menig onderzoek, lezer, of uw godsdienst wel van God is? Kunt u uw troost niet zomaar aannemen en weegt u elke stap, bang dat het allemaal maar van uzelf zou zijn? Dan bidt u, misschien zonder het te weten, met de psalmist: „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart.” De dode belijder kent zo’n onderzoek niet; hij gaat tevreden verder op het woord van een goede man.
Wees dan niet bang voor de bange vragen, maar breng ze bij de Heere. Het behaagt Hem vaak op het geroep van de ziel te verschijnen en duidelijke bewijzen te schenken dat het werk van boven is. Dan wijken de dingen van de tijd, en het hart gaat uit naar die gezegende Fontein. Zo worden uw zwaarste verdrukkingen een bron van zoete vertroosting, en de kastijdende hand van God een les dat u een kind bent en geen bastaard.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Search me, O God, and know my heart: try me, and know my thoughts: and see if there be any wicked way in me, and lead me in the way everlasting.”
Psalm 139:23, 24
The people of God cannot take their religion upon credit; they cannot be satisfied with the endorsement of this or that good man. They must have it wrought by God Himself. They are often exercised as to whence their religion came. Do you not find it so, and that it costs you many exercises? If, for instance, you are cast down, you are exercised whether it springs from godly sorrow for sin. If you are comforted, you cannot take the comfort for granted; you must have it weighed up in the gospel balance. If you meet with providential deliverances, you cannot take them as so many certain evidences that all is right with your soul. So that every step you take you have to examine, and weigh it whether it be of God.
The dead professors, the hypocrites in Zion never have their religion tried and weighed up in this way. They know nothing of these inward exercises. They take things for granted; they nestle under some good man’s wing, or get their religion endorsed by some minister, and are satisfied.
But the people of God must have testimonies from the Lord Himself; and they will often be sharply exercised whether they have that work in their souls which will stand in the trying hour. And if in answer to their cries the Lord is pleased to shine into their souls, and raise up clear tokens that it is from heaven, it fills their hearts with gratitude, sinks the things of time and sense, and lifts up their affections to that blessed fountain whence these testimonies came down. Thus those very things which seem against them are for them, and they derive their sweetest consolations out of their heaviest afflictions. They would not change their trying path, with all its bitter things, for the smooth flowery path in which they see thousands walk, knowing that a religion without trials and temptations will only lead the soul down into a never-ending hell.
Thus at times they can feel good spring out of their exercises, and would rather be all their days a tempted, tried people, and bear those things which God inflicts, than walk in a path which seems right in the eyes of a man, and at the end find eternal destruction. They would rather have those chastisements which prove they are children and not bastards, than walk in a flesh-pleasing way of which the end is eternal damnation.
To the reader…
Does it cost you, too, many an exercise, reader, whether your religion is truly of God? Can you not simply take your comfort for granted, and do you weigh every step, afraid that it may all be only of yourself? Then you are praying, perhaps without knowing it, with the psalmist: “Search me, O God, and know my heart.” The dead professor knows nothing of such searching; he goes on contentedly on the word of some good man.
Do not be afraid, then, of the anxious questions, but bring them to the Lord. It often pleases Him to appear at the cry of the soul and to give clear tokens that the work is from above. Then the things of time give way, and the heart goes out to that blessed Fountain. So your heaviest afflictions become a source of sweet consolation, and the chastening hand of God a lesson that you are a child and not a bastard.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Examíname, oh Dios, y conoce mi corazón: pruébame y conoce mis pensamientos: y ve si hay en mí camino de perversidad, y guíame en el camino eterno.”
Salmo 139:23, 24
El pueblo de Dios no puede tomar su religión a crédito; no puede contentarse con el aval de este o aquel hombre bueno. Tiene que tenerla obrada por Dios mismo. A menudo está ejercitado en cuanto a de dónde vino su religión. ¿No lo halla usted así, y que ello le cuesta muchos ejercicios? Si, por ejemplo, está abatido, se pregunta con ansiedad si ello brota de una tristeza según Dios por el pecado. Si es consolado, no puede dar el consuelo por sentado; tiene que pesarlo en la balanza del evangelio. Si experimenta liberaciones providenciales, no puede tomarlas como otras tantas pruebas ciertas de que todo está bien con su alma. De modo que cada paso que da tiene que examinarlo y pesarlo, para ver si es de Dios.
Los profesantes muertos, los hipócritas en Sión, nunca tienen su religión probada y pesada de esta manera. No saben nada de estos ejercicios interiores. Dan las cosas por sentadas; se acurrucan bajo el ala de algún hombre bueno, o consiguen que algún ministro avale su religión, y quedan satisfechos.
Pero el pueblo de Dios tiene que tener testimonios del Señor mismo; y a menudo estarán duramente ejercitados sobre si tienen en sus almas aquella obra que permanecerá en la hora de la prueba. Y si, en respuesta a sus clamores, al Señor le place resplandecer en sus almas y levantar señales claras de que es del cielo, ello llena sus corazones de gratitud, hace hundirse las cosas del tiempo y de los sentidos, y eleva sus afectos a aquella bendita fuente de donde descendieron estos testimonios. Así, aquellas mismas cosas que parecen estar contra ellos están a su favor, y sacan sus más dulces consolaciones de sus más pesadas aflicciones. No cambiarían su senda de prueba, con todas sus cosas amargas, por la senda llana y florida por la que ven andar a miles, sabiendo que una religión sin pruebas ni tentaciones solo llevará al alma a un infierno sin fin.
Así, a veces pueden sentir que de sus ejercicios brota el bien, y preferirían ser todos sus días un pueblo tentado y probado, y llevar lo que Dios inflige, antes que andar por un camino que parece derecho a los ojos del hombre y hallar al final la destrucción eterna. Preferirían tener aquellos castigos que prueban que son hijos y no bastardos, antes que andar por un camino que agrada a la carne y cuyo fin es la condenación eterna.
Al lector…
¿Le cuesta también a usted, lector, muchos ejercicios saber si su religión es de veras de Dios? ¿No puede simplemente dar por sentado su consuelo, y pesa cada paso, temiendo que todo sea solo de usted mismo? Entonces está orando, quizá sin saberlo, con el salmista: “Examíname, oh Dios, y conoce mi corazón.” El profesante muerto no sabe nada de tal escudriñamiento; sigue tranquilo con la palabra de algún hombre bueno.
No tema, pues, las preguntas ansiosas, sino llévelas al Señor. A menudo Le place aparecer ante el clamor del alma y dar señales claras de que la obra es de lo alto. Entonces las cosas del tiempo ceden, y el corazón se dirige a aquella bendita Fuente. Así sus más pesadas aflicciones llegan a ser una fuente de dulce consolación, y la mano que castiga de Dios, una lección de que usted es hijo y no bastardo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl