Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

16 mei Korenaren uit de volle oogst

En die Man zal zijn als een Verberging tegen de wind, en een Schuilplaats tegen de vloed.
Jesaja 32:2

Wie is die Man? Moet ik dat nog vragen? Is daar niet in elk godvrezend hart een antwoord op? Het is de mens Christus Jezus, de Man Die Gods Zoon is. Hoe zalig is het om een schriftuurlijk en geestelijk gezicht te hebben op de mensheid van de Heere Jezus Christus! Hem te zien niet alleen als God, waarachtig God, één in wezen, heerlijkheid en macht met de Vader en de Geest, maar ook als mens, in alles aan ons gelijk gemaakt, uitgenomen de zonde.

En hoe goed past die mensheid bij de Heere Jezus, als wij haar zien in vereniging met Zijn heerlijke Godheid! Als mens leed Hij, als mens bloedde Hij, als mens stierf Hij. Als mens staat Hij als Middelaar voor Zijn medemens tussen God en de mens. Als mens heeft Hij een liefhebbend, medelijdend hart voor menselijke ellende. Als mens gehoorzaamde Hij de Wet in alles. Als mens droeg Hij al het lijden van de mensheid, en zo werd Hij onze Broeder, geboren voor tegenspoed, vlees van ons vlees en been van ons been. Toch is Hij volmaakt rein, schuldeloos, onbezoedeld, afgescheiden van de zondaren, en nu hoger verheven dan de hoogste hemelen.

Maar wat voor schoonheid, bevalligheid, heerlijkheid en gepastheid zien wij in de Man Christus Jezus voordat Hij door de Heilige Geest aan de ziel geopenbaard is? Geen enkele. De Geest neemt de mensheid van Christus Jezus en toont die aan het oog van het geloof. En Hij toont deze mensheid niet als louter mensheid, maar als verenigd met, en toch onderscheiden van, Zijn eeuwige Godheid.

O, die gezegende Man! Die Man van smarten, die lijdende, strijdende, gekruisigde Man! Zie Hem aan het kruis, bloedend voor uw zonden; en hef dan uw ogen op en zie Hem als dezelfde Man, gezeten aan de rechterhand van God. Zo zag het stervende oog van Stefanus Hem, voordat hij in Zijn tegenwoordigheid verscheen: „Ziet, ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des mensen staande ter rechterhand Gods” (Handelingen 7:56).

Eerlang gedenkt hieraan het wereldrond;
haast wendt het zich tot God met hart en mond.

Ps. 22:14

Aan de lezer…

Waait de wind u tegen, lezer, en dreigt de vloed u te overspoelen? Dan hebt u een Schuilplaats nodig die niet bezwijkt, en de profeet wijst u op een Man. Geen gewoon mens, maar de mens Christus Jezus, Die Gods Zoon is. Als mens heeft Hij geleden, gebloed en is Hij gestorven; als mens heeft Hij een liefhebbend, medelijdend hart voor menselijke ellende. Hij weet wat beproeving is, want Hij werd geboren voor tegenspoed.

Daarom kunt u met uw nood tot Hem gaan, zonder te vrezen dat Hij u niet zal begrijpen. Vraag of de Heilige Geest Hem aan uw ziel wil tonen, want zonder dat ziet u geen schoonheid in Hem. Zie Hem aan het kruis, bloedend voor uw zonden, en hef dan uw ogen op: dezelfde Man zit nu aan de rechterhand van God. Bij Hem is een veilige Verberging, ook voor u.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

16 mei 365 dagen met Philpot

Die overwint

Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.
Openbaring 3:21

Elk kind van God is omringd door een menigte vijanden van binnen en van buiten. Als die niet voor hem en door hem overwonnen worden, zullen zij hem vrijwel zeker overwinnen. In deze oorlog bestaat geen neutraliteit; het is een strijd op leven en dood, met een zekere overwinning of een zekere nederlaag. Alle beloften worden gedaan aan hem die overwint (Op. 3:12), en de heerlijkste van alle is: „Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon” (Op. 3:21). Maar overwonnen worden betekent verloren zijn, voor eeuwig verloren, en sterven onder de toorn van God. Hoe moeten we dan anders overwinnen dan door het geloof in ons opgestane Hoofd, door een beroep te doen op onze gekroonde Koning om onze strijd te voeren, Hij Die moet heersen totdat Hij alle vijanden verslagen heeft?

Als we Jezus toebehoren en in gehoorzaamheid aan Zijn wil en woord wandelen, zullen we zeker veel vijanden van buiten hebben: „En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12). Maar laat het maar gebeuren; het kan ons niet werkelijk kwaad doen, want „wie is het, die u kwaad doen zal, indien gij navolgers zijt van het goede?” (1 Petr. 3:13). Er zijn veel talrijker en machtiger vijanden van binnen dan van buiten. Over hen kunnen we werkelijk met het Juda van ouds zeggen, tegenover de gevechtsklare menigte: „O, onze God, zult Gij geen recht tegen hen oefenen? want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U” (2 Kron. 20:12).

En het is goed als we in geloof en gebed kunnen opzien naar de gezegende Heere als ons opgestane Hoofd en gekroonde Koning. Het is goed als we, met een gelovige blik op Zijn weergaloze genade en almachtige kracht, die bereid is zich voor ons uit te strekken, kunnen zeggen: „Onze ogen zijn op U.” Wanneer we de macht van de zonde voelen, de tirannie van onze lage begeerten en hartstochten, en dat waartoe onze natuur in staat is als zij haar gang kan gaan, hoe zoet en passend is dan de belofte: „Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen” (Micha 7:19).

Lezen: Openbaring 3:14-21

Aan de lezer…

Wanneer u de macht van de vijanden in uw eigen hart voelt, de zonde die heerst, de lage begeerten die u willen meeslepen, en een natuur die tot alles in staat is als zij haar gang mag gaan, dan weet u waarover dit woord spreekt. In deze strijd is er geen neutraliteit; het gaat om leven of dood. En misschien moet u eerlijk erkennen dat u er geen enkele kracht tegen hebt.

Zeg het dan met het Juda van ouds: „In ons is geen kracht tegen deze grote menigte, en wij weten niet wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.” Dat is geen nederlaag, maar de enige weg tot overwinning. Uw opgestane Hoofd en gekroonde Koning voert de strijd, en Hij zal heersen totdat Hij alle vijanden verslagen heeft. Hij zal Zich weer over u ontfermen en uw ongerechtigheden dempen, en Hij belooft de overwinnaar een plaats bij Hem op Zijn troon.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

16 mei Door Baca’s vallei

Op Welke het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heere.
Efeze 2:21

Het lichaam van Christus is op dit moment verspreid, ik mag wel zeggen: nog verdeeld. Er zijn leden van het verborgen lichaam die nu voor de troon zijn; dat zijn de geesten van de volmaakte rechtvaardigen. Anderen zijn nog in de woestijn. Weer anderen zijn nog in de wereld, dood in de zonden en de misdaden, nog niet door genade geroepen en zonder de Geest. En anderen zijn nog niet geboren; zij zijn nog verborgen in de schoot van de tijd. Maar de aarde is het toneel waarop alle leden van tijd tot tijd in een levende, openbare vereniging gebracht worden met hun levend Hoofd.

Toen ik als jongen in Londen op school zat, werd de Waterloobrug gebouwd. Mijn speelkameraden en ik gingen soms naar wat toen het „Steenveld” genoemd werd. Dat lag aan de andere kant van het water, en daar werden de stenen waaruit de Waterloobrug bestaat, in vorm gebracht en gebeiteld. Elk spoor van dat veld is nu verdwenen en de plaats zelf is helemaal bebouwd. Maar de Waterloobrug staat er, en de stenen waarop ik toen als jongen speelde, vormen nu een deel van dat schone bouwwerk. Canova, de Italiaanse beeldhouwer, zei ervan dat het de moeite waard was naar Londen te komen, al was het alleen maar om dit bouwwerk te zien.

Breng dit beeld over op geestelijke dingen. Het lichaam van Christus wordt in de Schrift vergeleken met een gebouw. „Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen. Op Welke het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heere.” De gelovigen zijn de „levende stenen” van dit gebouw, en velen van hen liggen op het „steenveld”, waar zij behakt en behouwen, gebeiteld en vierkant gemaakt worden door de hand van de grote Bouwmeester. In die staat zijn ze als de stenen van Salomo’s tempel: die werden op een afstand bewerkt, opdat noch hamer, noch bijl, noch enig ander ijzeren gereedschap in het huis gehoord zou worden.

Zo worden ook de levende stenen voorbereid voor de toekomstige heerlijkheid. Met hamer en beitel worden ze dag aan dag bewerkt, zodat zij op de bestemde tijd hun toegewezen plaats in het geestelijk gebouw kunnen innemen. Ik herinner me nog heel goed dat alle stenen die verspreid op het veld lagen, gemerkt en genummerd waren. Die merktekens gaven ongetwijfeld de plaats aan waar ze ingezet moesten worden. Elke zo gemerkte steen werd op een bepaalde tijd daarheen vervoerd en nam de juiste plaats in die de bouwmeester hem had toegedacht. Zo is elke levende steen in de eeuwigheid gemerkt en genummerd, wordt hij in de tijd bewerkt en in vorm gebracht, en zal hij in de toekomende heerlijkheid door de hand van de Goddelijke Bouwmeester gezet worden op de plaats die oorspronkelijk in het geestelijk gebouw voor hem bepaald was.

Aan de lezer…

Deze woorden over het gebouw roepen de vraag op: voelt u de hamer en de beitel? Misschien gaat u door dagen waarin het ene na het andere van u wordt afgehakt, en begrijpt u niet waarom het zo hard en zo lang moet duren. Op het veld lagen de stenen ruw en verspreid, maar elk was gemerkt en genummerd voor zijn eigen plaats in het bouwwerk. Zo worden ook de levende stenen hier op een afstand bewerkt, opdat in de tempel zelf geen hamer meer gehoord wordt.

Dat behakken is pijnlijk, en het zou niet eerlijk zijn dat te ontkennen. Maar het is niet zonder doel, en het gebeurt niet door een vreemde hand. De grote Bouwmeester kent elke steen die Hij in de eeuwigheid gemerkt heeft, en Hij brengt hem in de tijd in vorm voor de plaats die Hij hem heeft toegedacht. Op Christus, de uiterste Hoeksteen, groeit het hele gebouw op tot een heilige tempel in de Heere. U bent niet vergeten op het steenveld; uw plaats ligt al voor u gereed.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina